RU23.06.07B Bijlage a - Ruimtelijke onderbouwing Ommelse Bos 3.pdf
Tekst van het document
De voorschriften in de Waterwet en de Keur geven aan wat wel en niet mag en welke plichten er zijn. Denk aan activiteiten zoals het lozen in oppervlaktewater, het onttrekken van grondwater, het dempen van een sloot of het plaatsen van een duiker of brug. Net zoals het Rijk heeft ook het waterschap een legger vastgesteld. De legger geeft het waterschap én derden een overzicht van: Alle aanwezige waterlopen (sloten) en waterkeringen (dijken) inclusief kunstwerken (bijv. stuwen, bruggen, etc.) Wie verantwoordelijk is voor het beheer en onderhoud van sloten en kunstwerken. Dat betekent dat het gaat om de beheertaken en onderhoudsplichten van het waterschap en om de onderhoudsplichten van derden waarop het waterschap toezicht uitoefent Waar de beschermingszone ligt, die noodzakelijk is voor het waterschap om haar beheerstaken te kunnen uitvoeren. Op deze beschermingszone zijn verbodsbepalingen, volgens de keur, van toepassing. Ook is de legger een naslagwerk ten aanzien van waterstaatswerken. De legger wordt jaarlijks geüpdatet, omdat het watersysteem en de kunstwerken aan verandering onderhevig zijn. Bijvoorbeeld door het afgeven van vergunningen of veranderingen die voortkomen uit projecten. De watertoets bij ruimtelijke ontwikkelingen, waaronder ver- en nieuwbouwplannen vallen, bewaakt de waterkwaliteit en waterkwantiteit.
Het doel van een watertoets is de waterbelangen evenwichtig laten meewegen in het planvormingsproces. Hierbij wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. Het waterschap hanteert een aantal uitgangspunten bij de watertoets. De desbetreffende uitgangspunten zijn hieronder weergegeven: Voorkomen van vervuiling Wateroverlastvrij bestemmen Hydrologisch neutraal ontwikkelen (HNO) Vuil water en hemelwater scheiden Doorlopen van afwegingsstappen hergebruik > infiltratie > buffering > afvoer Waterschapsbelangen Meervoudig ruimtegebruik Water als kans
52
omgevingsvergunning Ommelse Bos 3
4.9.1.5 Gemeentelijk RioleringsPlan(GRP) 2021-2025 Het beleid van de gemeente Asten sluit aan op het landelijke-, provinciale- en waterschapsbeleid en is weergegeven in het Gemeentelijk RioleringsPlan (GRP) 2021-2025. Vooruitkijken naar uitdagingen is essentieel in waterbeheer. Het GRP is een goed en (thans nog) wettelijk verplicht planinstrument om mee te kunnen bewegen met de trends en ontwikkelingen binnen dit vakgebied. Zo is er bijvoorbeeld sprake van meer extreme neerslag door klimaatverandering, een veranderende verhouding tussen overheid en inwoners en verandering in wetgeving. We gebruiken het GRP om nu en in de toekomst aan de gemeentelijke zorgplichten te kunnen voldoen en als toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de wettelijke verplichting van een GRP te vervallen. De zorg voor riolering draagt bij aan een gezonde leefomgeving en is uitgewerkt in zorgplichten. Volgens deze zorgplichten draagt de gemeente, vanuit het oogpunt van volksgezondheid en veiligheid, zorg voor een doelmatige inzameling, berging, transport en/of lokale zuivering van afvalwater, hemelwater en grondwater. De kans op overlast dient hierbij te worden beperkt tot maatschappelijk aanvaardbare normen. Deze taakverantwoordelijkheid geldt alleen indien de burger niet zelf op eigen terrein het hemel- en grondwater doelmatig kan verwerken.
Bij de inzameling en het transport van het stedelijk afvalwater zorgen we ervoor dat ons systeem zo doelmatig mogelijk functioneert, dat we duurzame technieken inzetten en dat de volksgezondheid niet in het geding komt. Dat betekent dat we: Tenminste het huidige serviceniveau behouden; Het aanbod van afvalwater op de RWZI ten hoogste gelijk houden maar streven naar minder; Gebruikt water hygiënisch verantwoord blijven verwerken; Nieuwe foutaansluitingen voorkomen en bestaande foutaansluitingen opheffen; In beperkte mate rioolvreemd water accepteren; Openstaan voor terugwinning/hergebruik van energie en grondstoffen; Open staan voor nieuwe sanitatie concepten. We houden bij de (her)inrichting van de openbare ruimte rekening met de verwerking van extreme neerslaghoeveelheden. Hemelwater verwerken we zo lokaal mogelijk en benutten we voor het aantrekkelijk maken van de leefomgeving. In de Brabantse Peel is veel variatie in de grondwaterhuishouding. Asten heeft natte natuur in de Peel Venen maar ook droge plekken vanwege de ligging op de hoge zandgronden. Een gezonde grondwaterhuishouding is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van zowel particulieren, gemeente, waterschap en provincie. Samen streven we naar het voorkomen van verdroging en grondwateroverlast en -onderlast.
De invloed van menselijke ingrepen op het grondwaterregime onderzoeken we vooraf, waarbij we er naar streven om de natuurlijke situatie intact te laten. 4.9.2
Beoordeling
Huidige situatie waterhuishouding Het plangebied is momenteel onverhard en in gebruik is als dierenweide. Oppervlaktewater Binnen het plangebied en in de directe omgeving daarvan zijn geen oppervlaktewateren aanwezig. Grondwater De locatie waar de nieuwe woning gerealiseerd wordt heeft een Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) van 275 cm tot het maaiveld. De aan te leggen hemelwaterberging dient boven de GHG aangelegd te worden.
omgevingsvergunning Ommelse Bos 3
53
Daarnaast geldt op locatie de grondwatertrap VII. Hemelwater kan zodoende goed infiltreren in de bodem. Natuurwaarden Het plangebied is niet gelegen binnen de invloedsfeer van beschermde natuurgebieden (Natura 2000, NNN) of binnen hydrologische beschermingszones, zoals waterwin- of grondwaterbeschermingsgebied.
Toekomstige situatie waterhuishouding Oppervlaktewater: Er wordt geen bebouwing opgericht binnen de beschermingszone van een (primaire) watergang en er is geen oppervlaktewater aanwezig binnen het plangebied. Hemelwater: De voorgenomen ontwikkeling resulteert in een totaal verhardingsoppervlak van 300 m2. Daardoor kent het plangebied een minimale wateropgave van 18 m3. Binnen de toe te kennen woonbestemming is hiervoor, mede gezien het grondwaterpeil, voldoende ruimte. Daarnaast geldt op locatie de grondwatertrap VII. Hemelwater kan zodoende goed infiltreren in de bodem. De locatie waar de nieuwe woning gerealiseerd wordt heeft een Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) van 104-118 cm tot het maaiveld. De aan te leggen hemelwaterberging dient boven de GHG aangelegd te worden. Afvoer en vuilwater: De planlocatie ligt buiten het stedelijk gebied. De gemeentelijke taak beperkt zich hier tot de zorg voor het inzamelen van huishoudelijk afvalwater. De gemeente streeft naar een goede waterkwaliteit, die voldoet aan de gestelde eisen. Van belang is dat zo min mogelijk vervuilende stoffen worden toegevoegd aan het grond- en oppervlaktewatersysteem. Alleen schoon hemelwater wordt afgevoerd naar de bodem en/of het oppervlaktewater. De nieuwe woning wordt voorzien van een gescheiden rioolstelsel. Het hemelwater van het de woningen en de nieuwe verhardingen worden volledig afgekoppeld.
Hiervoor worden de nodige maatregelen getroffen en noodzakelijke voorzieningen aangelegd met voldoende bergingscapaciteit. Het gescheiden rioolstelsel binnen het plangebied wordt aangesloten op het bestaande gemengde rioolstelsel zoals aanwezig ter plaatse van de bestaande infrastructuur ter hoogte van Ommelse Bos 3. Het vuilwater wordt via dit stelsel afgevoerd naar de dichtbijzijnde rioolwaterzuivering. Uit bovenstaande kan geconcludeerd worden dat de waterhuishouding geen belemmering vormt voor het planvoornemen. Onderhavig plan wordt voorgelegd aan het waterschap ter beoordeling.
4.10
Verkeer en parkeren
4.10.1 Algemeen Bij nieuwe ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met de verkeersgeneratie en parkeerbehoefte die als gevolg daarvan ontstaat. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de kencijfers uit de publicatie 'Toekomstbestendig Parkeren', publicatie 381 (december 2018) van het CROW. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten en zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van onder andere de verkeergeneratie. Op basis van de parkeercijfers uit de CROW-publicatie heeft de gemeente Asten in de Nota Parkeernormen Asten op de gemeentelijke situatie toegespitste normen aangereikt voor parkeergelegenheden bij verschillende functies. De parkeernormen geven per type gebied aan hoeveel parkeerplaatsen gerealiseerd dienen te worden bij nieuwbouw of uitbreiding van bestaande bouw.
54
omgevingsvergunning Ommelse Bos 3
4.10.2
Beoordeling
Verkeersgeneratie De gemeente Asten kan op grond van de Nota Parkeernormen 2016 worden aangemerkt als weinig stedelijk gebied. Ten aanzien van weinig stedelijk gebied geldt voor vrijstaande koopwoningen in het buitengebied een verkeersgeneratie van minimaal 7,8 en maximaal 8,6 verkeersbewegingen per woning. Op basis van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de verkeersgeneratie van de locatie in zeer lichte mate toeneemt. Deze toename zal worden opgenomen in het heersend verkeersbeeld. De nieuwe woning zal ontsloten worden op de Ommelse Bos. De capaciteit van deze weg volstaat om de zeer lichte mate van toename aan verkeersgeneratie te verwerken.
Parkeerbehoefte Het plangebied is niet aangeduid als gebiedstype 'centrum' of 'rest bebouwde kom' en kan dientengevolge worden aangeduid als 'buitengebied'. De parkeerbehoefte die gerealiseerd dient te worden voor de functie in dit gebied is afhankelijk van het type woning en de prijsklasse daarvan. Dit planvoornemen maakt een vrijstaande grondgebonden woning mogelijk. Voor dit woningtype geldt op grond van de Nota Parkeernormen Asten een parkeerbehoefte van 2,3 parkeerplaatsen. Er dienen op grond daarvan minimaal 3 parkeerplaatsen gerealiseerd te worden. De gemeente Asten streeft ernaar om de parkeervraag zoveel mogelijk op eigen terrein op te vangen. Er is op eigen terrein voldoende ruimte aanwezig om de parkeervraag op te vangen.
omgevingsvergunning Ommelse Bos 3
55
56
omgevingsvergunning Ommelse Bos 3
Hoofdstuk 5 5.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Daarnaast is met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening voor de gemeente de verplichting ontstaan om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken (bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut en de plankosten) deze moeten worden verhaald op de initiatiefnemer. Een en ander dient te worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomst met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, dient een exploitatieplan te worden opgesteld welke tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. Het betreft hier een private ontwikkeling waarbij het risico geheel gedragen wordt door de initiatiefnemer. Voor de gemeente Asten zelf zijn er geen kosten verbonden aan de verwezenlijking van het plan. Wel is met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst gesloten. Hierin is ook het kostenverhaal bij eventuele planschade opgenomen, waarbij de kosten van eventuele planschade worden verhaald op de initiatiefnemer.
Hiermee wordt gewaarborgd dat eventuele kosten niet voor rekening van de gemeente Asten komen, maar voor rekening van de initiatiefnemer. Het opstellen van een exploitatieplan (op grond van artikel 6.12 eerste lid Wro) vaststellen is niet noodzakelijk aangezien de kosten anderszins zijn verzekerd doordat de gemeente Nederweert met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst afsluit.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Het planvoornemen voorziet in de realisatie van een nieuwe woning binnen de bebouwingsconcentratie aan het Ommelse Bos. Dit plan betreft een geringe aanpassing van het bestemmingsplan, waarbij de groene uitstraling en het wenselijk zicht van het perceel behouden blijft. Bij de ontwikkeling van het planvoornemen zijn belanghebbenden in een vroeg stadium betrokken, en bij het opstellen van dit plan is rekening gehouden met hun belangen. Het planvoornemen zal daarom naar alle waarschijnlijkheid niet op zwaarwegende planologische bezwaren uit de omgeving stuiten. Deze onderbouwing wordt als onderdeel van het Veegplan van de gemeente Asten conform de gebruikelijke procedure gedurende zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze termijn kan een ieder reageren op het planvoornemen en zijn of haar zienswijzen indienen.
omgevingsvergunning Ommelse Bos 3
57
Omgevingsvergunning - Bijlagen -
Ommelse Bos 3 Gemeente Asten
OMGEVINGSVERGUNNING - Bijlagen -
Ommelse Bos 3 Gemeente Asten
IDN-nummer:
NL.IMRO.0743.BP02022006-OW020001
Status:
concept
Datum:
7 april 2023
Locatie Nijmegen Wijchenseweg 102 6538 SX Nijmegen 024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl
Locatie Rosmalen Berlicumseweg 6D 5248 NT Rosmalen
Inhoudsopgave Bijlagen
5
Bijlage 1
Landschappelijk Inpassingsplan
6
Bijlage 2
Ruimte-voor-Ruimtetitel
9
Bijlage 3
Informatiebrief omgevingsdialoog
11
Bijlage 4 Rapportage akoestisch onderzoek (incl. bedrijven en milieuzonering)
16
Bijlage 5
Rapportage bodemonderzoek
94
Bijlage 6
Rapportage archeologisch onderzoek
139
omgevingsvergunning Ommelse Bos 3
3
4
omgevingsvergunning Ommelse Bos 3
Bijlagen
omgevingsvergunning Ommelse Bos 3
5
Bijlage 1
6
Landschappelijk Inpassingsplan
omgevingsvergunning Ommelse Bos 3
Toelichting Aan de Ommelse Bos 3 te Asten heeft initiatiefnemer het voornemen om een woning te realiseren. Deze ontwikkeling valt onder een ontwikkeling van kleine/ beperkte impact, die gepaard gaat met een adequate landschappelijke inpassing. Volgens de ‘Structuurvisie kwaliteitsverbetering van het landschap’ dient minimaal 10% van het totale bestemmingsvlak ingericht te worden met de landschappelijke inpassing. De toelichting op kwaliteitsbijdrage wordt aangegeven op de volgende pagina. Hieronder wordt de voorliggende landschappelijke inpassing toegelicht op de ruimtelijke effecten. De landschappelijke inpassing is ingericht met meerdere landschappelijke elementen. Hieronder vallen struweelranden, hagen en fruitbomen.
Woning indicatief weergegeven binnen het bouwvlak
De woning is naar de straatzijde georiënteerd. Het daadwerkelijke volume van de woning wordt nader bepaald, alsmede de afmetingen van de woning. Dit wordt gedaan nadat de bestaande bomen zijn ingemeten. Hierom is de woning, duikers, en de toerit naar de parkeerkelder indicatief ingetekend. De straatzijde van het perceel is reeds beplant met 7 volwassen bomen. Deze worden zoveel mogelijk gehandhaafd. In het noorden is de beplanting meer gesloten. Dit geeft de voortuin erfbeplanting zoals aangegeven in de ‘structuurvisie bebouwingsconcentraties’ waarnaar gerefereerd wordt in de ‘Structuurvisie kwaliteitsverbetering van het landschap’. In het zuiden van de straatzijde van het perceel is een doorzicht naar het achter terrein van het perceel. De zuidzijde heeft een soortgelijk gradiënt van open en gesloten beplanting. Aan het oosten is een lage haag (bestaand) gecombineerd met enkele fruitbomen. Deze lijnstructuren worden overgenomen door een hoge haag (bestaand) richting de achterzijde van het perceel. De overgang van hoog naar laag wordt naar voren geschoven. De grens tussen de lage en hoge haag bevindt zich in het verlengde van de nok van de woning. Aan de noordzijde wordt een lage haag aangeplant welke overgaat in een hoge haag. Eveneens als bij de zuidzijde begint deze overgang in het verlengde van de nok van de woning.
In westen van het perceel wordt robuuste zoombeplanting aangeplant. Deze bestaat uit struiksoorten met vele bessen en bloemen ten behoeve van de plaatselijke ecologie.
Aanplant hoge inheemse haag
Aanplant lage inheemse haag
Bestaande bomen
Zoom
Aanplant inheemse lage haag Bestaande hoge haag Inrit indicatief aangegeven Woonbestemming contour
Uit te laten groeien bestaande haag Aanplant inheemse fruitbomen Bestaande lage haag
J210019 12 juni 2023 - Landschappelijke inpassing - Ommelse Bos 3, Asten
Doorzicht naar achterliggend terrein
Aanleg en Beheer
Vak Bomen
Geschoren haag
A
132 m²
B
34 m²
Hagen H1 H2 H3 H4 H5
16 m1 5 m1 26 m1 31 m1 29 m1
De haag wordt aangeplant met de gewone beuk. De plantmaat is aangegeven in de plantenlijst. Het plantverband is 4 stuks per strekkende meter in enkele rij. Na aanplant wordt de haag teruggezet op een hoogte van kleine leveringsmaat (60 cm bij H1 t/m H4 & 125 cm bij H5). Daarna jaarlijks de haag scheren totdat de gewenste hoogte en breedte is bereikt. De bestaande haag in plantvak C dient minder frequent te worden geschoren, zodat deze kan uitgroeien tot een hoogte van circa 2 meter.
Bomen De bomen worden aangeplant met een plantmaat van 14-16 cm (stamomvang op 100-110 cm. hoogte) en voorzien van verankering d.m.v. boompalen en boomband. De boompalen en de boomband worden na 5-7 jaar verwijderd. Tijdens de aanplant dient de boomkroon fors te worden ingesnoeid om de kroon in verhouding te brengen met het wortelgestel. Jaarlijks worden de bomen gecontroleerd op afstervende takken en vindt er correctie snoei plaats op scharende takken en op licht doorlatendheid. Het opkronen en de correctie snoei wordt uitgevoerd in de winterperiode.
Omvang
Menging
Botanische naam
Ned. Naam
Plant afstand
Prunus avium
Zoete Kers
Zie tekening
3 14‐16
20 % 30 % 15 % 30 % 5%
Euonymus europaeus Prunus spinosa Amelanchier Lamarckii Crateaguys monogyna Sorbus aucuparia
Kardinaalsmuts Sleedoorn Am. Krentenboompje Eenstijlige meidoorn Lijsterbes
1 per 1 per 1 per 1 per 1 per
1.50 m2 1.50 m2 1.50 m2 1.50 m2 1.50 m2
18 80/100 26 80/100 13 80/100 26 80/100 4 80/100
20 % 30 % 15 % 30 % 5%
Euonymus europaeus Prunus spinosa Amelanchier Lamarckii Crateaguys monogyna Sorbus aucuparia
Kardinaalsmuts Sleedoorn Am. Krentenboompje Eenstijlige meidoorn Lijsterbes
1 per 1 per 1 per 1 per 1 per
1.50 m2 1.50 m2 1.50 m2 1.50 m2 1.50 m2
5 80/100 7 80/100 3 80/100 7 80/100 1 80/100
100 % 100 % 100 % 100 % 100 %
Fagus sylvatica Fagus sylvatica Fagus sylvatica Fagus sylvatica Fagus sylvatica
Gewone beuk Gewone beuk Gewone beuk Gewone beuk Gewone beuk
4 per 4 per 4 per 4 per 4 per
1.00 m1 1.00 m1 1.00 m1 1.00 m1 1.00 m1
64 60/80 20 60/80 104 60/80 124 60/80 116 125/150
Tijdens de eerste 3 groeiseizoenen is het water geven van de bomen in droge periodes noodzakelijk. Bij eventuele uitval van de bomen in het eerste groeiseizoen wordt de betreffende boom in het eerst opvolgende voorjaar vervangen.
Heesters De zoom heeft een breedte van circa 8 meter. De beplanting wordt geleverd met kale wortel en plantmaat 80/100. De heesters worden aangeplant met een dichtheid van 1 per vierkante meter in verschoven verband en in groepen van 7. Dunning vindt plaatst zodra de beplanting in sluiting dreigt te komen. De beplanting dient wanneer nodig in een hoek gesnoeid te worden, zodat de onderste takken ook licht vangen.
Kwaliteitsbijdrage Bij ontwikkelingen die kleine/beperkte impact hebben op het landschap is een kwaliteitsbijdrage van 10% van het bestemmingsvlak vereist. De oppervlakte van het bestemmingsvlak bedraagt 1280 m² wat resulteert in minimaal 128 m² aan landschappelijke elementen. De kwaliteitsbijdrage in dit plan is opgedeeld in twee onderdelen, namelijk de beplanting binnen en buiten de bestemming wonen. Binnen de bestemming wonen wordt 91 strekkende meter haag aangeplant, en 132 vierkante meter aan heesters. Samen komt dit uit op 223 m². Daarnaast wordt er extra kwaliteitsverbetering toegevoegd buiten de woonbestemming. Dit bedraagt 16 strekkende meter haag en 34 vierkante meter heesters. Dit resulteert in een extra kwaliteitsbijdrage van 50 m². In totaal is de kwaliteitsbijdrage daarmee 273 m² (21%).
J210019 12 juni 2023 - Landschappelijke inpassing - Ommelse Bos 3, Asten
Aantal
Levermaat
Bijlage 2
Ruimte-voor-Ruimtetitel
omgevingsvergunning Ommelse Bos 3
9
Bijlage 3
Informatiebrief omgevingsdialoog
omgevingsvergunning Ommelse Bos 3
11
aaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaa Ommelse Bos 3 5724 AZ Ommel tel.: aaaaaaaaaaaaaaaaa e-mail: aaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaa
Ommel, 4 april 2022
Betreft: uitnodiging omgevingsdialoog woningbouw Ommelse Bos 3
Beste heer/mevrouw,
U ontvangt deze brief omdat wij het plan hebben om op het perceel Ommelse Bos 3, naast onze bedrijfswoning, een nieuwbouwwoning te bouwen. Deze ontwikkeling zal door de gemeente worden meegenomen in het volgende ‘veegplan’ dat nu in voorbereiding is. Volgens beleid van de gemeente dienen omwonenden en bedrijven in de nabijheid van een ruimtelijke ontwikkeling in een vroeg stadium bij de planvorming worden betrokken. Daarvoor heeft de gemeente een stappenplan opgesteld. Deze brief is een eerste stap in dat proces. Hieronder geven wij een omschrijving van ons plan en wat dit voor de omgeving kan betekenen. Mocht u naar aanleiding van dit plan vragen of opmerkingen hebben, dan kunt u dit binnen twee weken na dagtekening van deze brief aangeven. Onder het kopje ‘Vragen en opmerkingen’ is beschreven hoe u uw vragen of opmerkingen kunt doorgeven. Ten slotte wordt in de brief ook aangegeven welke rol uw reactie in de verdere planvorming zal spelen. Omschrijving van het plan Op het perceel Ommelse Bos 3 ligt nu ons bouwbedrijf en bijbehorende bedrijfswoning. De
nieuwbouwwoning zal direct ten zuiden van de bedrijfswoning worden gebouwd. Dit deel van het perceel is momenteel in gebruik als dierenweitje. Op onderstaand plaatje is te zien welk deel van ons perceel het nieuwe woningbouwperceel zal vormen (rood kader).
Op de onderstaande inrichtingsschets is verder te zien hoe de nieuwe situatie (rechts) eruit zal zien ten opzichte van de bestaande (links).
Inrichtingsschets. Rode bebouwing heeft bedrijfsfunctie, groene bebouwing heeft woonfunctie.
Bij het ontwerp van het bouwplan wordt uitgegaan van de normale maatvoering voor woningen uit het geldend bestemmingsplan. De woning heeft een goothoogte van 3,5 meter en een bouwhoogte van 9 meter. De oppervlakte van de woning bedraagt (buitenwerks gemeten) 200 m2. Bij de situering van de woning zal rekening worden gehouden met het doorzicht naar het achtergelegen gebied vanaf de weg.
De nieuwe woning zal er als volgt uit komen te zien:
Wat betekent ons plan voor u als omwonende? Het toevoegen van een nieuwe woning aan de Ommelse Bos heeft een zeer kleine ruimtelijke impact op de omgeving. In de eerste plaats is dit perceel op ruime afstand van andere woningen gelegen. Het nieuwe woonperceel zal daarnaast op dezelfde manier als Ommelse Bos 3 worden ontsloten op de openbare weg. De weg Ommelse Bos kan de extra verkeersbewegingen ten gevolge van de nieuwe woning makkelijk aan. Parkeerplaatsen worden op eigen perceel gerealiseerd, waardoor er geen parkeerdruk in de openbare ruimte ontstaat. Wat betekent ons plan voor bedrijven in de omgeving? Als onderdeel van de ruimtelijke onderbouwing die wij hebben opgesteld, hebben wij met behulp van de in de praktijk standaard gebruikte VNG-uitgave "Bedrijven en milieuzonering, editie 2009" gekeken naar eventuele gevolgen van omliggende bedrijven voor de nieuwe woning, waaronder ook ons eigen bouwbedrijf. De VNG-uitgave bevat een lijst waarin voor veelvoorkomende bedrijfsactiviteiten richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies zoals woningen. Wanneer aan de voorgeschreven afstand wordt voldaan, is sprake van een goed woon- en leefklimaat. Omgekeerd levert de toevoeging van een nieuwe woning op grotere afstand geen belemmeringen op voor bedrijven, bijvoorbeeld bij toekomstige uitbreidingen.
De bedrijven die zijn getoetst zijn Plukon (Ommelse Bos 5), garagebedrijf Van Deursen (Ommelse Bos 15) en de vergunde varkenshouderij van Ommelse Bos 2. Uit deze toetsing is gebleken dat bij de nieuwe woning sprake is van een goed woon- en leefklimaat, en dat deze geen belemmeringen oplevert voor deze bedrijven. Reageren Indien u vragen of opmerkingen heeft over ons plan kunt u die binnen 2 weken na dagtekening van deze brief op verschillende manieren kenbaar maken. Zo kunt u het reactieformulier onderaan deze brief invullen en opsturen naar het daarop vermelde postadres. Daarnaast kunt u ons ook mailen of bellen. De daarvoor benodigde contactgegevens vindt u ook op het reactieformulier. Omdat wij bij de gemeente moeten aantonen dat wij u over ons plan hebben geïnformeerd zou het fijn zijn als u een schriftelijke reactie geeft, ook als u geen vragen of opmerkingen heeft. Dit kan ook via e-mail. Wat doen wij met uw reactie? Nadat wij alle reacties hebben ontvangen zullen wij deze samenvatten in een verslag en (indien van toepassing) aangeven of een of meerdere reacties leiden tot aanpassing van het plan. Het verslag zal deel gaan uitmaken van de ruimtelijke onderbouwing die wij bij de gemeente moeten aanleveren als voorwaarde dat ons plan wordt meegenomen in het volgende veegplan/bestemmingsplan. Wij horen graag van u,
Met vriendelijke groet,
Sven van Lierop en Romy van de Kerkhof
Reactieformulier Reacties of vragen kunt u kenbaar maken via de gegevens bovenaan deze brief. Omdat wij bij de gemeente moeten aantonen dat wij u over ons plan hebben geïnformeerd zou het fijn zijn als u een schriftelijke reactie geeft, ook als u geen vragen of opmerkingen heeft. Dit kan door dit formulier in te vullen en per post op te sturen of af te geven, maar ook via e-mail (zie voor mailadres bovenaan deze brief).
Naam : Adres
:
Contactgegevens (niet verplicht) :
Opmerkingen of vragen
Ondertekening
Bijlage 4 Rapportage akoestisch onderzoek (incl. bedrijven en milieuzonering)
16
omgevingsvergunning Ommelse Bos 3
RAPPORT AKOESTISCH ONDERZOEK BESTEMMINGSPLAN OMMELSE BOS 3 TE ASTEN PROJECT: N210248
INHOUDSOPGAVE VERANTWOORDING ________________________________________________________________ 2 1
INLEIDING _____________________________________________________________________ 4
2
TOETSINGSWAARDEN ___________________________________________________________ 5
3
4
5
2.1
MILIEUZONERING _____________________________________________________________ 5
2.2
VERKEERSAANTREKKENDE WERKING _________________________________________________ 7
2.3
WET GELUIDHINDER ____________________________________________________________ 7
2.4
WOON- EN LEEFKLIMAAT ________________________________________________________ 8
2.5
CUMULATIE VAN GELUID _________________________________________________________ 8
2.6
BOUWBESLUIT _______________________________________________________________ 9
UITGANGSPUNTEN ____________________________________________________________ 10 3.1
OMGEVING ________________________________________________________________ 10
3.2
REPRESENTATIEVE BEDRIJFSSITUATIE INDUSTRIELAWAAI ___________________________________ 10
3.3
GELUIDBRONNEN INDUSTRIELAWAAI ________________________________________________ 11
3.4
VERKEERSAANTREKKENDE WERKING ________________________________________________ 12
3.5
GELUIDBRONNEN WEGVERKEERSLAWAAI _____________________________________________ 12
3.6
BEREKENINGSMETHODE ________________________________________________________ 13
GELUIDNIVEAUS _______________________________________________________________ 15 4.1
ALGEMEEN _________________________________________________________________ 15
4.2
BEREKENINGSRESULTATEN INDUSTRIELAWAAI __________________________________________ 15
4.3
BEREKENINGSRESULTATEN WEGVERKEERSLAWAAI _______________________________________ 16
4.4
MAATREGELEN EN VOORZIENINGEN WEGVERKEERSLAWAAI ________________________________ 17
4.5
GECUMULEERDE GELUIDBELASTING ________________________________________________ 17
4.6
TOETSING WOON- EN LEEFKLIMAAT ________________________________________________ 18
CONCLUSIE ___________________________________________________________________ 19 5.1
LANGTIJDGEMIDDELDE BEOORDELINGSNIVEAUS INDUSTRIELAWAAI ___________________________ 19
5.2
MAXIMALE GELUIDNIVEAUS INDUSTRIELAWAAI _________________________________________ 19
5.3
WEGVERKEERSLAWAAI _________________________________________________________ 19
5.4
WOON- EN LEEFKLIMAAT _______________________________________________________ 20
5.5
EINDCONCLUSIE _____________________________________________________________ 20
Bijlage 1 2 3
Situatie en ingevoerd rekenmodel Invoergegevens rekenmodel Berekeningsresultaten
Akoestisch onderzoek bestemmingsplan Ommelse Bos 3 te Asten
N210248.003/LHO/3
1
INLEIDING In opdracht van Pouderoyen in Nijmegen is akoestisch onderzoek weg- en industrielawaai uitgevoerd voor de ruimtelijke onderbouwing ruimtelijke voor de realisatie een nieuwe reguliere woning naast Ommelse Bos 3 Asten (perceel sectie M, 305),op het deel van het perceel dat momenteel als dierenweitje in gebruik is.
Deze nieuwe woonfunctie is geprojecteerd binnen de akoestische invloedsfeer van het bouwbedrijf aan de Ommelse Bos 3, en binnen de wettelijke geluidzone (wegverkeerslawaai) van de Ommelse Bos, de Deurneseweg en de N279.
Het plan voorziet in het oprichten van een nieuwe geluidgevoelige bestemming langs bestaande wegen en in de invloedsfeer van industriële functies. Er moet worden voldaan aan wettelijke grenswaarden en het woon- en leefklimaat van de nieuwe woonfunctie moet zijn gewaarborgd.
Ten behoeve van de noodzakelijke bestemmingsplanprocedure is het, indien er geluidgevoelige functies zijn geprojecteerd op gronden die mogelijk liggen binnen de invloedssfeer van bedrijven en voorzieningen noodzakelijk te toetsen aan de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering”. Hierbij is het belangrijk vanuit het gezichtspunt van de nieuwe woningen aan te tonen dat er sprake is van een goede ruimtelijke kwaliteit. Anderzijds moet voorkomen worden dat aanwezige bedrijven door de nieuwe ontwikkeling in hun milieuruimte beperkt worden.
Het doel van het akoestisch onderzoek is het vaststellen van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximale geluidsniveau (LAmax) bij de nieuwe woonbestemming veroorzaakt door alle geluidbronnen van bestaande industriefuncties en de geluidbelasting L den als gevolg van het wegverkeer van de relevante wegen.
In het onderzoek is gebruik gemaakt van de volgende gegevens:
Schetsplan van de nieuwe woonbestemmingen, aangeleverd door de opdrachtgever.
Kadastrale ondergrond van het kadaster,
Geluidemissie van de relevante bedrijfsfunctie op basis van een melding activiteitenbesluit.
verkeersintensiteiten van de in dit onderzoek betrokken weg en overige fysieke weggegevens op basis van het door de provincie Noord-Brabant beheerde verkeersmodel BrabantBrede ModelAanpak (BBMA).
Akoestisch onderzoek bestemmingsplan Ommelse Bos 3 te Asten
N210248.003/LHO/4
2
TOETSINGSWAARDEN 2.1
Milieuzonering
Met het akoestisch onderzoek moet worden aangetoond dat de geluidbelasting ten gevolge van de activiteiten van de bedrijfsfunctie Ommelse Bos 3 in de representatieve bedrijfssituatie voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr, LT) en het maximale geluidniveau (LAmax) en de geluidbelasting Lden van het wegverkeerslawaai bij de nieuwe woonbestemmingen voldoet aan de uitgangspunten van de VNG-publicatie: “Bedrijven en milieuzonering”.
De VNG-brochure geeft als omschrijving voor het omgevingstype ‘gemengd gebied’: “Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied’’. Het aspect geluid is vaak maatgevend voor de richtsafstand van een bedrijfsfunctie. De toetsingswaarden die gehanteerd kunnen worden voor een onderzoek naar de invloed van concrete activiteiten op woonbebouwing zijn gebaseerd op de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening 1998. In het onderzoek dienen alle akoestisch relevante activiteiten meegenomen te worden. Dus ook activiteiten die in het kader van het Activiteitenbesluit zijn uitgesloten van toetsing. In het kader van goede ruimtelijke ordening dient immers de werkelijke milieubelasting in kaart te worden gebracht.
Voor de beoordeling van de niveaus wordt in beginsel de volgende methodiek gevolgd. Het toetsingskader voor het aspect geluid bestaat uit vier stappen, waarbij per stap de geluidsbelasting groter wordt en daarmee de onderzoeks- en motivatieplicht toeneemt.
Stap 1 Indien de richtafstand voor het aspect geluid niet wordt overschreden kan verdere toetsing en nader onderzoek achterwege blijven.
Stap 2 Indien stap 1 niet toereikend is, is nader onderzoek noodzakelijk. De berekende geluidsniveaus worden bij het omgevingstype rustige woonwijk/rustig buitengebied getoetst aan:
45 dB(A) voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau
65 dB(A) voor het maximale geluidsniveau
Akoestisch onderzoek bestemmingsplan Ommelse Bos 3 te Asten
N210248.003/LHO/5
50 dB(A) voor de verkeersaantrekkende werking
Als sprake is van het omgevingstype gemengd gebied wordt in stap 2 getoetst aan:
50 dB(A) voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau
70 dB(A) voor het maximale geluidsniveau
50 dB(A) voor de verkeersaantrekkende werking
Indien hieraan wordt voldaan dan is voldoende aangetoond dat de situatie inpasbaar is.
Stap 3 Indien de toetsingswaarden uit stap 2 niet toereikend zijn wordt voor het omgevingstype rustige woonwijk/rustig buitengebied getoetst aan:
50 dB(A) voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau,
70 dB(A) voor het maximale geluidsniveau,
50 dB(A) voor de verkeersaantrekkende werking.
En voor het omgevingstype gemengd gebied aan:
55 dB(A) voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau,
70 dB(A) voor het maximale geluidsniveau, exclusief piekgeluiden door aan- en afrijdend verkeer,
65 dB(A) voor de verkeersaantrekkende werking.
Wordt hieraan voldaan dan dient het bevoegd gezag te motiveren waarom het deze geluidsbelasting in de concrete situatie acceptabel acht. Hierbij spelen maatregelen, cumulatie met de eventueel reeds aanwezige geluidsbelasting en gemeentelijk geluidsbeleid een rol.
Stap 4 Bij hogere geluidsbelastingen dan aangegeven in stap 3 is het plan doorgaans niet mogelijk. Indien het bevoegd gezag het plan toch wil doorzetten zal een vergaande motivatie moeten worden opgesteld waarbij cumulatie van geluid aan de orde moet komen.
Berekeningen worden uitgevoerd conform de "Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999". Onder gevels van woningen wordt verstaan de gevels met te openen delen (ramen of deuren) waarachter zich geluidgevoelige ruimten (zoals woon- of slaapkamers) bevinden. In het algemeen vindt beoordeling in de dagperiode plaats op een waarneemhoogte van doorgaans 1,5 meter, aangezien dan voornamelijk de buitenruimten en de woonkamers de te beschermen ruimten zijn. In de avonden nachtperiode is deze hoogte veelal 4,5 meter, ter bescherming van slaapruimten.
Akoestisch onderzoek bestemmingsplan Ommelse Bos 3 te Asten
N210248.003/LHO/6
2.2
Verkeersaantrekkende werking
Met betrekking tot de indirecte hinder op de openbare weg wordt aansluiting gezocht bij de grenswaarden uit de circulaire ‘Geluidhinder veroorzaakt door het wegverkeer van en naar de inrichting; beoordeling in het kader van de vergunningverlening op basis van de Wet milieubeheer’ (hierna te noemen ‘Circulaire indirecte hinder’) van 29 februari 1996. De voorkeursgrenswaarde voor het equivalente geluidniveau bedraagt 50 dB(A)-etmaalwaarde en de maximale grenswaarde is 65 dB(A). 2.3
Wet geluidhinder
De voorkeursgrenswaarde voor de geluidbelasting en de hoogst toelaatbare geluidbelasting staan beschreven in artikel 76 van de Wet geluidhinder (Wgh). De voorkeursgrenswaarde bedraagt 48 dB (artikel 82 Wgh). Mocht niet aan deze grenswaarde kunnen worden voldaan, dan kan eventueel ontheffing worden verkregen voor een hogere waarde (artikel 83 Wgh).
De hoogst toelaatbare geluidbelasting per situatie is weergegeven in tabel 1. De situatie is buitenstedelijk (buiten de bebouwde kom).
Tabel 1: Normstelling Lden, artikel 83 Wgh Ligging object
Stedelijk gebied
Buitenstedelijk gebied
Situatie*
Waarde
Voorkeursgrenswaarde
48 dB
nieuwe woning
63 dB
vervangende nieuwbouw
68 dB
Voorkeursgrenswaarde
48 dB
nieuwe woning
53 dB
agrarische bedrijfswoning
58 dB
vervangende nieuwbouw buiten bebouwde kom
58 dB
vervangende nieuwbouw bebouwde kom binnen zone auto(snel)weg
63 dB
* in de tabel zijn alleen de waarden opgenomen behorend bij bestaande wegen, bij nieuwe wegen gelden andere waarden.
De berekende geluidbelasting wordt verminderd met de aftrek ex. artikel 110g van de Wet geluidhinder alvorens toetsing aan de voorkeurswaarde en maximaal toegestane geluidbelasting plaatsvindt. Conform artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 bedraagt voornoemde aftrek:
3 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wet geluidhinder 56 dB is;
4 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wet geluidhinder 57 dB is;
Akoestisch onderzoek bestemmingsplan Ommelse Bos 3 te Asten
N210248.003/LHO/7
2 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidbelasting afwijkt van de onder a en b genoemde waarden;
5 dB voor de overige wegen;
0 dB bij toepassing van de artikelen 3.2 en 3.3 van het Bouwbesluit 2012 en bij toepassing van de artikelen 111b, tweede en derde lid, 112 en 113 van de Wet geluidhinder.
De aftrek in dit onderzoek is 5 dB voor Ommelse Bos en tenminste 2 dB voor de Deurneseweg en de N279. 2.4
Woon- en leefklimaat
Er is sprake van een goede ruimtelijke ordening als ter hoogte van de nieuwe woningen het woon- en leefklimaat is gewaarborgd. Dit is aan de orde indien:
Het geluidniveau in de woning niet hoger is dan 33 dB/35 dB(A) op basis van de cumulatieve geluidbelasting industrielawaai en wegverkeerslawaai. Uitgaande van een standaard geluidwering van 20 dB is de geluidbelasting op de gevel 53/55 dB.
Het geluidniveau in de woning niet hoger is dan 55/50/45 dB(A) vanwege het maximale geluidniveau in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode. Uitgaande van een standaard geluidwering van 20 dB is de geluidbelasting op de gevel 75/70/65 dB.
2.5
Het geluidniveau ter hoogte van de tuinen aanvaardbaar is. Cumulatie van geluid
Een geluidbelasting van meerdere soorten geluidbronnen zoals industrielawaai en wegverkeerslawaai wordt beoordeeld conform de classificatie milieukwaliteit volgens de milieukwaliteitmaat van de methode ‘Miedema’. De berekeningsmethodiek is conform hoofdstuk 2 van bijlage 1 van het Reken en meetvoorschrift geluid 2012.
Deze manier van classificeren is algemeen geaccepteerd bij ruimtelijke plannen en wordt toegepast om een indicatie te geven van de milieukwaliteit bij de woningen. In onderstaande tabel 1 is deze classificatie weergegeven: Tabel 1 Classificatie milieukwaliteit Lcum [dB] < 50 50 – 55 55 – 60 60 – 65 65 – 70 > 70
Akoestisch onderzoek bestemmingsplan Ommelse Bos 3 te Asten
Lcum [dB] Classificatie milieukwaliteit Goed Redelijk Matig Redelijk slecht Slecht Zeer slecht
N210248.003/LHO/8
Een gecumuleerde geluidbelasting wordt alleen berekend van geluidbronnen die de voorkeursgrensof richtwaarde overschrijden. De berekening moet worden uitgevoerd conform het rekenvoorschrift geluid 2012 (RMG 2012). 2.6
Bouwbesluit
Voor het verkrijgen van een bouwvergunning voor de nieuwe woningen is het noodzakelijk dat aangetoond wordt dat wordt voldaan aan de eis van de minimale karakteristieke geluidwering Ga;k van de gevels.
Conform het Bouwbesluit 2012 (artikel 3.2 en 3.3 lid 1) moet bij verblijfsgebieden een geveldeel over een dusdanige karakteristieke geluidwering (GA;k) beschikken dat wordt voldaan aan de volgende waarde: het verschil tussen de geluidbelasting op dat geveldeel en 33 dB, met een minimumeis van 20 dB.
Bij het berekenen van de benodigde geluidwering van de gevels moet worden uitgegaan van de cumulatieve geluidbelasting van alle relevante geluidbronnen in de omgeving samen. Om een goed woon- en leefklimaat binnen de woning te garanderen wordt bij het bepalen van de minimaal benodigde Ga;k uitgegaan van de geluidbelasting met 0 dB aftrek.
Akoestisch onderzoek bestemmingsplan Ommelse Bos 3 te Asten
N210248.003/LHO/9
3
UITGANGSPUNTEN 3.1
Omgeving
De situatie is weergeven op figuur 1 hieronder. De onderzoeklocatie is met de rode lijn gekaderd.
Figuur 1: situatie met wegen, bedrijfs- en nieuwe woonfunctie
Ten noorden van de nieuwe woonfuncties ligt de bedrijfsfunctie waar bedrijvigheden mogen plaatsvinden tot ten hoogste milieucategorie 3.1. Op dit perceel is een bouwbedrijf gevestigd. Op grond van de publicatie Bedrijven en milieuzonering is het bedrijf akoestisch relevant voor de nieuwe woonfunctie. Overige in de omgeving gelegen bedrijfsfuncties bevinden zich op voldoende afstand en hoeven niet te worden beschouwd. 3.2
Representatieve bedrijfssituatie industrielawaai
Er wordt in het kader van het akoestische onderzoek industrielawaai een representatieve bedrijfssituatie beschouwd. (RBS). Dit is de situatie waarbij de voor de geluidproductie relevante omstandigheden kenmerkend zijn voor een bedrijfsvoering van het bouwbedrijf bij volledige capaciteit in de te beschouwen etmaalperiode.
De representatieve geluidsbronnen en activiteiten van het bouwbedrijf in dit onderzoek zijn gebaseerd op de melding Activiteitenbesluit.
De akoestisch relevante activiteiten binnen de RBS zijn hieronder omschreven.
Akoestisch onderzoek bestemmingsplan Ommelse Bos 3 te Asten
N210248.003/LHO/10
Werktijden in beginsel tussen 07.00 en 19.00 uur. Het bedrijf heeft 3 vaste werknemers. De feitelijke bouwwerkzaamheden vinden op de bouwprojecten plaats.
Op het terrein bevindt zich een bedrijfsgebouw voor opslag/stalling en een inpandige werkplaats met diverse houtbewerkingsmachines (zagen, boren, inpandige stofafzuiging (geen imissiepunt)) die maximaal 8 per dag in werking kunnen zijn.
Een heftruck op het bedrijfsterrein verplaatst gedurende 2 uur per dag materialen op het bedrijfsterrein.
Dagelijks ten hoogste 20 verkeersbewegingen van personenwagens van medewerkers en overige bezoekers.
Dagelijks ten hoogste 10 verkeersbewegingen van (eigen) bestelwagens (eventueel met aanhanger) ten behoeve van de bouwprojecten
Dagelijks ten hoogste 1 verkeersbewegingen van een vrachtwagen voor de aanvoer van bouwmaterialen. Laden en lossen van materialen gedurende 30 minuten per dag.
3.3 Geluidbronnen industrielawaai Voor de in dit akoestisch onderzoek relevante houtbewerkingswerkplaats is uitgegaan van een equivalent binnengeluidniveau van 80 dB(A) (volgens het standaard referentiespectrum van houtbewerking) voor maximaal 8 uur per dag. De wanden van de werkplaatsen zijn steenachtig en hebben geen relevante geluiduitstraling. Het dak van de werkplaats bestaat uit een standaard pannendak en is als geluidbron berekend. De toegangsdeuren van de werkplaats, met een relatief klein oppervlak, zijn normaal gesproken gesloten en hebben een te verwaarlozen bijdrage aan de geluidemissie.
De akoestische gegevens van de overige geluidbronnen zijn algemeen gangbare en geaccepteerde waarden. De geluidbronnen en routes van de verschillende voertuigen op het bedrijfsterrein zijn weergegeven op de figuren in bijlage 1.
Een overzicht van de niet mobiele geluidbronnen met de bedrijfsduur in de RBS is weergegeven in onderstaande tabel 2.
Tabel 1: Bronoverzicht en berekening bedrijfsduurcorrectie van de geluidbronnen in de RBS Bronnrs L01 P01 U01
Omschrijving Equivalente geluidbronnen: heftruck rijden laden/lossen laden/lossen materialen werkplaats, houtbewerking (dak DH3)
Lwreq [dB(A)]
Tijd per bron, BD 07.00-19.00 uur
98 95 65
2,0 uur 0,5 uur 8,0 uur
De bedrijfsduurcorrectie (Cb) van de mobiele geluidbronnen wordt berekend uit de voertuigsnelheid,
Akoestisch onderzoek bestemmingsplan Ommelse Bos 3 te Asten
N210248.003/LHO/11
de lengte van de rijroute, en het aantal puntgeluidbronnen waarin de route is gemodelleerd. De invoergegevens zijn weergegeven in onderstaande tabel 2, de berekeningen in bijlage 2.
Tabel 2: Bronoverzicht van de mobiele geluidbronnen in de RBS Bron: Omschrijving: M01 bestelwagen M02 personenwagen M03 vrachtwagen
V (km/u) 10 10 10
L (m) 5 5 5
Aantal verkeersbewegingen 07.00 en 19.00 uur 10 20 1
Lwr [dB(A)] 92 87 104
Voor de herkomst en spectrale verdeling van de in bovenstaande tabel vermelde niveaus wordt verwezen naar de bij dit rapport behorende bijlage 2 met invoergegevens.
Het maximale geluidniveau (piekgeluid, LAmax) betreft een kortstondige verhoging van het momentane geluidniveau gecorrigeerd met de meteocorrectieterm (correctie voor de meteorologisch wisselende omstandigheden = Cm). Als realistische piekgeluiden is in RBS is uitgegaan van het rijden en optrekken van zware voertuigen, het sluiten van portieren van voertuigen en geluiden tijdens laden en lossen. De aard van het geluid van de maximale geluidbronnen is fluctuerend maar bedraagt ten hoogste 108 dB(A) bij het optrekken van een vrachtwagen, 100 dB(A) voor het sluiten van een portier, 105 dB(A) voor het laden en lossen van goederen en 110 dB(A) bij het gebruik van de heftruck.
3.4
Verkeersaantrekkende werking
De equivalente geluidbelasting Laeq van het uitsluitend tot het bedrijf behorende verkeer op de openbare weg (verkeersaantrekkende werking) wordt beoordeeld volgens de circulaire van de minister van VROM “Geluidhinder veroorzaakt door het wegverkeer van en naar de inrichting” van 29 februari 1996. Voorwaarde is dat het verkeer bij de nieuwe woonbestemmingen akoestisch herkenbaar is. Aannemelijk is dat dit in deze situatie, vanwege het relatief geringe aantal verkeersbewegingen van en naar het bedrijfsterrein en het al aanwezige verkeer geen herkenbare geluidemissie zal veroorzaken. Dit is daarom verder niet beschouwd. 3.5
Geluidbronnen wegverkeerslawaai
Bij het berekenen van de geluidsbelasting dient rekening te worden gehouden met de verkeerssituatie 10 jaar na vaststelling van het bestemmingsplan.
De verkeersintensiteiten en de verkeerssnelheden van de drie categorieën motorvoertuigen op de bij dit onderzoek betrokken wegen zijn weergegeven in tabel 2. De totaalintensiteit per etmaalperiode en de verdeling van de voertuigcategorieën is het peiljaar 2032 is op basis van het door de provincie
Akoestisch onderzoek bestemmingsplan Ommelse Bos 3 te Asten
N210248.003/LHO/12
Noord-Brabant beheerde verkeersmodel BrabantBrede ModelAanpak (BBMA). Bijlage 1 bevat een plot waarop de wegvakken zijn weergegeven.
In tabel 3 en zijn de gegevens samengevat overzichtelijk weergegeven. Bijlage 1 en 2 bevat de getailleerde invoergegevens:
Tabel 3: Verkeersgegevens voor het jaar 2032 Naam W01 W02/1 W02/2 W03
3.6
Omschrijving: Ommselse Bos Deurneseweg Deurneseweg Prov. Weg N279
Wegdek W1 (DAB) W1 (DAB) W1 (DAB) W7 (SMA 0/8)
Snelheid 60 80 80 100
Etmaalintensiteit: 2000 11060 12590 16160
Berekeningsmethode
De geluidniveaus voor de berekening van industrie- en wegverkeerslawaai in de waarneempunten op de grenzen van de bouwblokken is berekend volgens de Standaardrekenmethode II.8 van de “Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999”.
De berekeningen van de geluidbelasting verkeerslawaai, ter plaatse van de onderzoekslocatie overeenkomstig het “Reken- en Meetvoorschrift geluidhinder (2012)”, zijn uitgevoerd met de “Standaard Rekenmethode II”.
Bij de overdrachtsberekeningen is het onderzoeksgebied als akoestisch reflecterend ingevoerd (bodemfactor 0,0). Akoestisch absorberende bodemgebieden zoals groenstroken, weilanden en tuinen zijn ingevoerd met bodemfactor 1,0. Gebouwen en bouwwerken worden in het model ingevoerd als reflecterende schermen. Het overdrachtsmodel rekent in dit geval met enkelvoudige reflecties (spiegelbronnen).
Voor de berekeningen is het computerprogramma Geomilieu V2021.1 gebruikt. Hieronder is een 3D projectie van een deel van het rekenmodel weergegeven. De nieuwe woonfunctie is met de oranje pijl aangeduid.
Akoestisch onderzoek bestemmingsplan Ommelse Bos 3 te Asten
N210248.003/LHO/13
Akoestisch onderzoek bestemmingsplan Ommelse Bos 3 te Asten
N210248.003/LHO/14
4
GELUIDNIVEAUS 4.1
Algemeen
Voor de situering van de waarneempunten, ingevoerde objecten en geluidbronnen wordt verwezen naar de figuren in bijlage 1. 4.2
Berekeningsresultaten industrielawaai
langtijdgemiddeld beoordelingsniveau De berekeningen resulteren in een langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) uitgedrukt in een etmaalwaarde en een maximaal geluidniveau (Lmax). Beoordeling van de geluidniveaus vindt plaats op de maatgevende hoogte van 4,5 meter, gesteld dat er 2 bouwlagen met geluidgevoelige verblijfsruimten worden gerealiseerd.
Tabel 4 vermeld voor alle relevante beoordelingspunten de totale (van alle bedrijfsfuncties) berekende langtijdgemiddeld beoordelingsniveaus (LAr,LT) (etmaalwaarde) in de onderzochte representatieve bedrijfssituatie.
De rekenresultaten worden in de tabel getoetst aan de in hoofdstuk 2 genoemde toetsingswaarden. Tabel 4: Rekenresultaten langtijdgemiddeld beoordelingsniveaus in dB(A), a.g.v. bedrijfsfunctie punt
Omschrijving
01 02 03 04 05
voorgevel Zijgevel rechts Zijgevel links Achtergevel Tuin
LAr,LT in dB(A) Dagperiode (07.00-19.00 uur) Overschrijding toetsingswaarde (50 dB(A)), stap 2 27 44 23 44 42
Uit de tabel volgt dat er wordt voldaan aan de toetsingswaarde voor de optredende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus van 50 dB(A) voor industrielawaai overeenkomstig hoofdstuk 2. Het geluidniveau in de tuin is aanvaardbaar.
Bijlage 3 bevat een overzicht van de (deel) bijdragen van de geluidbronnen in de waarneempunten.
maximaal geluidniveau Tabel 5 geeft voor alle relevante beoordelingspunten een overzicht van de berekende maximale geluidniveaus (LA,max) in de onderzochte representatieve bedrijfssituatie. De rekenresultaten worden in de tabel getoetst aan de in hoofdstuk 2 genoemde toetsingswaarden.
Akoestisch onderzoek bestemmingsplan Ommelse Bos 3 te Asten
N210248.003/LHO/15
Tabel 5: Rekenresultaten maximale geluidniveaus in dB(A) in de RBS punt
Omschrijving
01 02 03 04
voorgevel Zijgevel rechts Zijgevel links Achtergevel
Lmax in dB(A) Dagperiode (07.00-19.00 uur) Overschrijding toetsingswaarde (70 dB(A)) stap 2 48 67 49 66 -
Uit de tabel volgt dat er wordt voldaan aan de toetsingswaarde voor de optredende maximale geluidniveaus overeenkomstig hoofdstuk 2.
Bijlage 3 bevat een overzicht van de (deel) bijdragen van de geluidbronnen in de waarneempunten. 4.3
Berekeningsresultaten wegverkeerslawaai
In tabel 6 is voor het peiljaar 2032 de maatgevende geluidbelasting in de waarneempunten weergegeven voor de nieuwe woonbestemming binnen de akoestische invloedsfeer van de bestaande wegvakken, zoals die op basis van de voornoemde uitgangspunten is berekend. Voor de invoergegevens en de berekeningsbladen wordt verwezen naar bijlage 2. De gedetailleerde berekeningsresultaten in alle waarneempunten zijn in bijlage 3 vermeld. Tabel 6: Waarneempunten met geluidbelasting Lden van de gevel in dB, t.g.v. wegverkeer, Hoogte Omschrijving (m.) Deurneseweg 01 voorgevel 4,5 02 Zijgevel rechts 4,5 03 Zijgevel links 4,5 04 Achtergevel 4,5 Ommelsebos 01 voorgevel 4,5 02 Zijgevel rechts 4,5 03 Zijgevel links 4,5 04 Achtergevel 4,5 N279 01 voorgevel 4,5 02 Zijgevel rechts 4,5 03 Zijgevel links 4,5 04 Achtergevel 4,5 Alle wegen 01 voorgevel 4,5 02 Zijgevel rechts 4,5 03 Zijgevel links 4,5 04 Achtergevel 4,5 voorkeursgrenswaarde Max. ontheffingswaarde *) hogere waarde noodzakelijk Punt
Akoestisch onderzoek bestemmingsplan Ommelse Bos 3 te Asten
Geluidbelasting Lden (excl. aftrek art 110Wgh)
Geluidbelasting Lden (incl. aftrek art 110Wgh)
48 47 43 33
43 42 38 28
54 49 50 34
49* 44 45 29
51 48 54 52
49 46 52* 50*
56 54 56 53
48 53
N210248.003/LHO/16
Uit de berekeningsresultaten blijkt dat bij de gevels van de nieuwe woning de voorkeursgrenswaarde in waarneempunten 01,03 en 04 als gevolg van het wegverkeer op de Ommelse bos met 1 dB en de N279 met ten hoogte 4 dB wordt overschreden. Een aanvraag om een ‘hogere waarde’ is noodzakelijk. In alle overige rekenpunten wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. 4.4
Maatregelen en voorzieningen wegverkeerslawaai
Volgens artikel 110a van de Wet geluidhinder moet voor de uitbreiding van de nieuwe woning voor zover de geluidbelasting hoger is dan de voorkeursgrenswaarde in nieuwe situaties van 48 bij wegverkeer voor zover er in de betreffende gevel ‘te openen delen’ zijn, een verzoek voor vaststelling van een hogere waarde kan worden gedaan. De maximaal toelaatbare gevelbelasting na ontheffing bedraagt 53 dB voor wegverkeerslawaai.
De mogelijkheden om de berekende gevelbelasting terug te brengen naar 48 dB voor wegverkeerslawaai zijn onderzocht.
Hierbij is gebleken dat:
verlaging van de verkeersintensiteiten op de betrokken wegen niet aan de orde is,
het toepassen van of het verhogen van al aanwezige schermen of wallen in het gebied tussen de ontvanger en wegen, uit stedenbouwkundig oogpunt niet acceptabel is,
de betrokken maatgevende wegen reeds zijn voorzien van geluidreducerend asfalt,
de situering van de bouwlocatie vastligt.
Gezien de berekende wettelijke geluidbelastingen zoals vermeld in tabel 4 van ten hoogste 52 dB van het wegverkeer kunnen ontheffingen voor hogere waarde worden verleend. 4.5
Gecumuleerde geluidbelasting
Cumulatie van geluidbronnen wordt toegepast als er sprake is van blootstelling aan meer dan één geluidsbron. Conform het Reken en meetvoorschrift geluid 2012 wordt eerst vastgesteld of van een relevante blootstelling door verschillende geluidsbronnen sprake is. Dit is alleen het geval indien de zogenaamde voorkeurswaarde wordt overschreden.
In de onderzochte situatie is er uitsluitend overschrijding van de voorkeursgrenswaarde van wegverkeerslawaai. De gecumuleerde geluidbelasting van industrie en wegverkeer wordt in dit onderzoek buiten beschouwing gelaten.
Akoestisch onderzoek bestemmingsplan Ommelse Bos 3 te Asten
N210248.003/LHO/17
4.6
Toetsing woon- en leefklimaat
Er van uitgaand dat er wordt voldaan aan de minimale eis (conform Bouwbesluit) voor de geluidwering van de woning van 20 dB mag de (gecumuleerde) langtijdgemiddelde geluidbelasting niet hoger zijn dan 53 dB om aan de richtwaarde van het binnengeluidniveau van 33 dB te voldoen. Het maximale geluidniveau mag niet hoger zijn dan 75 dB(A) in de maatgevende dagperiode.
Bij een totale geluidbelasting van ten hoogste 56 dB van wegverkeerslawaai is een geluidwering van 23 dB benodigd. Een moderne nieuwe standaardwoning voldoet daar in het kader van de eisen van de energieprestatie doorgaans aan. Daarom is voor de woning geen nader onderzoek naar de geluidwering van de gevel noodzakelijk.
Akoestisch onderzoek bestemmingsplan Ommelse Bos 3 te Asten
N210248.003/LHO/18
5
CONCLUSIE In opdracht van Pouderoyen in Nijmegen is akoestisch onderzoek weg- en industrielawaai uitgevoerd voor de ruimtelijke onderbouwing ruimtelijke voor de realisatie een nieuwe reguliere woning naast Ommelse Bos 3 Asten (perceel sectie M, 305), op het deel van het perceel dat momenteel als dierenweitje in gebruik is.
Deze nieuwe woonfunctie is geprojecteerd binnen de akoestische invloedsfeer van het bouwbedrijf aan de Ommelse Bos 3, en binnen de wettelijke geluidzone (wegverkeerslawaai) van de Ommelse Bos, de Deurneseweg en de N279.
Het plan voorziet in het oprichten van een nieuwe geluidgevoelige bestemming langs bestaande wegen en nabij relevante industriële functies. Er moet worden voldaan aan de wettelijke grens- en toetsingswaarden en het woon- en leefklimaat van de nieuwe woonfunctie moet zijn gewaarborgd.
Het doel van het akoestisch onderzoek is het vaststellen van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximale geluidsniveau (LAmax) bij de nieuwe woonbestemming veroorzaakt door alle relevante geluidbronnen in de omgeving. 5.1
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus industrielawaai
Uit de berekening volgt dat in de maatgevende planologische situatie zonder aanvullende maatregelen wordt voldaan aan de toetsingswaarde voor de optredende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus voor industrielawaai overeenkomstig hoofdstuk 2.
In de tuinen van de toekomstige woonfuncties is het geluidsniveau aanvaardbaar. 5.2
Maximale geluidniveaus industrielawaai
Uit de berekening volgt dat in de maatgevende planologische situatie zonder aanvullende maatregelen wordt voldaan aan de toetsingswaarde voor de maximale geluidniveaus voor industrielawaai overeenkomstig hoofdstuk 2. 5.3
Wegverkeerslawaai
Uit het onderzoek blijkt dat de geluidbelasting op de uitbreiding als gevolge van het wegverkeerslawaai inclusief de correctie ex art. 110g van de Wet geluidhinder ten hoogste 52 dB bedraagt. Bij deze locatie wordt niet voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op de maatgevende rechterzijgevel.
Akoestisch onderzoek bestemmingsplan Ommelse Bos 3 te Asten
N210248.003/LHO/19
Het bevoegd gezag dient een hogere waarde wegverkeerslawaai voor de nieuwe woning vast te stellen. Voor de geluidbelastingen en de motivatie wordt verwezen naar het voorgaande hoofdstuk. 5.4
Woon- en leefklimaat
Er van uitgaand dat er wordt voldaan aan de minimale eis op grond van het Bouwbesluit voor de geluidwering van 20 dB mag de (ongecorrigeerde ) gecumuleerde geluidbelasting niet hoger zijn dan 53 dB om aan de richtwaarde van het binnengeluidniveau van 33 dB te voldoen.
Bij een totale geluidbelasting van 56 dB van wegverkeerslawaai is een geluidwering van 23 dB benodigd. Een moderne nieuwe standaardwoning voldoet daar in het kader van de eisen van de energieprestatie doorgaans aan. Daarom is voor de uitbreiding van de woning geen nader onderzoek naar de geluidwering van de gevel noodzakelijk. Het woon- en leefklimaat van de uitbreiding is gewaarborgd. 5.5
Eindconclusie
Samengevat blijkt uit dit onderzoek dat de woning geen beperkingen voor de geluidruimte oplevert voor de nabij gelegen bedrijfsfuncties en dat het woon- en leefklimaat van de nieuwe woning is gewaarborgd. Er is sprake van een goede ruimtelijke ordening.
Akoestisch onderzoek bestemmingsplan Ommelse Bos 3 te Asten
N210248.003/LHO/20