CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

RU23.06.06B Toelichting.pdf

Raadscommissie Ruimte 20 juni 2023, gemeente AstenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Asten Loverbosch fase 3 2022' (adviserend)25.336 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

62

bestemmingsplan Asten Loverbosch fase 3 2022

aan de verantwoordingsplicht van het groepsrisico. Het rapport is separaat toegevoegd als Bijlage 9. In deze notitie zijn elementen aangedragen die de gemeenteraad kan gebruiken bij de oordeelsvorming inzake de verantwoording van het groepsrisico. De gemeente Asten dient in het kader van de ruimtelijke procedure advies in te winnen bij de Veiligheidsregio en een standpunt in te nemen aangaande de verantwoording van het groepsrisico. Buisleidingen Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van een buisleiding waardoor transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. De risico’s als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen vormen derhalve geen belemmering voor het plan. Een verantwoording is niet aan de orde. Inrichtingen In de omgeving van het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen aanwezig waarvan het invloedsgebied tot over het plangebied reikt. De risico’s als gevolg van inrichtingen vormen geen belemmering voor de planontwikkeling. Een verantwoordingsplicht is derhalve niet aan de orde. 5.2.5 Milieuzonering Zowel in het kader van een goede ruimtelijke ordening als vanuit milieuwet- en regelgeving wordt gestreefd naar het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten, met als doel het handhaven en waar mogelijk bevorderen van een goede kwaliteit van het leefmilieu.

Dit gebeurt onder andere door het fysiek scheiden van milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) door het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding daartussen. Deze ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand, hetgeen ook wel wordt aangeduid als milieuzonering. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: 1. 2.

Het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.

Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt in de praktijk gebruik gemaakt van VNG-uitgave "Bedrijven en milieuzonering, editie 2009" (verder: VNG-uitgave). De VNG-uitgave geeft op systematische wijze informatie over de ruimtelijk relevante milieuaspecten van een scala aan bedrijfsactiviteiten. Deze uitgave bevat een lijst waarin voor veelvoorkomende milieubelastende activiteiten indicatieve richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies, uitgaande van een gemiddeld modern bedrijf. De handreiking is oorspronkelijk bedoeld als hulpmiddel bij de ruimtelijke planvorming. Uit de rechtspraak van de Afdeling vloeit voort dat de handreiking als hulpmiddel is erkend. Afwijken van de richtafstanden is mogelijk, mits wordt onderbouwd dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

Beoordeling/ betekenis voor het plangebied Milieuzonering draagt er zorg voor dat nieuwe bedrijven of inrichtingen een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen en dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven en/of inrichtingen gesitueerd worden. Binnen het plangebied bevinden zich geen bedrijven, die mogelijk van invloed kunnen zijn op het toekomstige

bestemmingsplan Asten Loverbosch fase 3 2022

63

woonmilieu. Ook in de directe omgeving c.q. aan de randen van het plangebied zijn geen agrarische en niet-agrarische bedrijven gevestigd die een relevante hinderzone hebben, als bedoeld in de VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering (editie 2009). Het planvoornemen bevindt zich niet binnen de richtafstanden van de omliggende (agrarische) bedrijven. Bij de woningen is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefmilieu. Andersom vormt de woningbouw ook geen beperking voor het functioneren van de omliggende bedrijven. Op enige afstand zijn in de omgeving van het plangebied wel een aantal agrarische bedrijven gelegen. In paragraaf 5.2.3 is nader ingegaan om de relevante hinderzone van omliggende agrarische bedrijven.

5.3

Waterhuishouding

5.3.1 Algemeen Het Nationaal Waterplan 2016-2021 heeft de status van een structuurvisie. Met dit Nationaal Waterplan zet het Rijk een volgende ambitieuze stap in het robuust en toekomstgericht inrichten van ons watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. Het Rijk streeft naar een integrale benadering, door natuur, scheepvaart, landbouw, energie, wonen, recreatie, cultureel erfgoed en economie (inclusief verdienvermogen) zo veel mogelijk in samenhang met de wateropgaven te ontwikkelen. De ambitie is dat overheden, bedrijven en burgers zich in 2021 meer bewust zijn van de kansen en bedreigingen van het water in hun omgeving. Iedereen neemt zijn eigen verantwoordelijkheid om samen te komen tot een waterrobuuste ruimtelijke inrichting, het beperken van overlast en rampen en het verstandig handelen in extreme situaties.

Het Nationaal Water Programma 2022-2027 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2016-2021. In Nederland liggen grote opgaven voor het waterdomein: Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering, we moeten blijven werken aan een goede bescherming tegen overstromingen en aan een klimaatrobuuste zoetwatervoorziening tegen toenemende droogte. Ook de zorg voor goede waterkwaliteit en duurzame drinkwatervoorziening verdient aandacht. Om aan te geven hoe we omgaan met de uitdagingen van ons water, ontwikkelt de Rijksoverheid het Nationaal Water Programma (NWP) 2022-2027. Het programma geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. De Rijksoverheid werkt aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. Het NWP beschrijft de nationale beleidsen beheerdoelen op het gebied van klimaatadaptatie, waterveiligheid, zoetwater & waterverdeling, waterkwaliteit & natuur, scheepvaart en de functies van de rijkswateren. De Waterwet regelt de leggerplicht voor alle waterstaatswerken. Om goed te functioneren moeten waterstaatswerken voldoen aan de norm uit de legger. De eerste Legger rijkswaterstaatswerken is vastgesteld in 2012. In oktober 2014 is de Legger geactualiseerd.

De Legger bestaat uit een formeel besluit en digitale geografische datasystemen. Beheerders, vergunningverleners en toezichthouders zijn de vaste gebruikers van deze Legger, maar de Legger is voor iedereen toegankelijk. In Asten geldt de legger voor de Zuid-Willemsvaart. Op regionaal niveau is de provincie verantwoordelijk voor het beleidsveld water. Vigerend is het Regionaal Water en Bodem Programma 2022-2027. Het PMWP is een kaderstellende nota die op hoofdlijnen weergeeft wat de beleidsdoelen en voorgestelde aanpak zijn. De doelen van het PMWP zijn: Voldoende water voor mens, plant en dier Schone en gezonde leefomgeving (bodem, water en lucht) Bescherming van Brabant tegen overstromingen en externe risico’s Verduurzaming van onze grondstoffen-, energie- en voedselvoorziening. In het Waterbeheerplan 2022-2027 staan de doelen van waterschap Aa en Maas beschreven en hoe zij die

64

bestemmingsplan Asten Loverbosch fase 3 2022

doelstellingen gaan halen. De doelen en maatregelen waar het waterschap voor staat en gaat, zijn onderverdeeld in vier programma’s: Veilig en bewoonbaar beheergebied: bij dit programma gaat het er om het beheergebied zo goed mogelijk te beschermen tegen overstromingen van de Maas en het regionale watersysteem. Goede dijken om overstromingen vanuit de Maas te voorkomen. Voldoende ruimte voor water om overlast uit het regionale systeem te beperken en een goede calamiteitenorganisatie om als er toch problemen dreigen te ontstaan, zo adequaat mogelijk te kunnen handelen; Voldoende water en robuust watersysteem: dit programma gaat over het zorgen voor een adequate en duurzame watervoorziening in het beheergebied van het waterschap voor de diverse gebruiksfuncties in hun onderlinge samenhang. Dit doet het waterschap door het optimale peil en debiet na te streven in beken, kanalen, sloten én in de ondergrond (voorraadbeheer). Droogteperioden hebben daardoor nu en in de toekomst een zo kort en klein mogelijke impact; Gezond en natuurlijk water: dit programma gaat in op alle activiteiten van het waterschap die bijdragen aan het bereiken van de doelstellingen op het gebied van gezond en natuurlijk water.

Ingegaan wordt op hoe toegewerkt wordt naar een watersysteem met een goede waterkwaliteit, dat ecologisch goed functioneert en waar de inwoners en bezoekers van het beheergebied van kunnen genieten; Schoon water: dit programma gaat over de doelen en activiteiten met betrekking tot de afvalwaterketen met daarbinnen een centrale plek voor het zuiveren van afvalwater. Het programma vertoont een grote samenhang met het programma gezond en natuurlijk water. Immers, transporteren en zuiveren van afvalwater is een belangrijke activiteit om tot een gezond en natuurlijk watersysteem te komen De Keur Waterschap Aa en Maas 2015 is een aanvulling op regels uit de Waterwet en is van toepassing op de rivieren, beken, sloten, grondwater en waterkeringen die in beheer zijn bij het waterschap, maar ook op alle sloten en watergangen die eigendom zijn van anderen (o.a. gemeenten, agrariërs en tuinders). De voorschriften in de Waterwet en de Keur geven aan wat wel en niet mag en welke plichten er zijn. Denk aan activiteiten zoals het lozen in oppervlaktewater, het onttrekken van grondwater, het dempen van een sloot of het plaatsen van een duiker of brug. Net zoals het Rijk heeft ook het waterschap een legger vastgesteld. De legger geeft het waterschap én derden een overzicht van: Alle aanwezige waterlopen (sloten) en waterkeringen (dijken) inclusief kunstwerken (bijv.

stuwen, bruggen, etc.) Wie verantwoordelijk is voor het beheer en onderhoud van sloten en kunstwerken. Dat betekent dat het gaat om de beheertaken en onderhoudsplichten van het waterschap en om de onderhoudsplichten van derden waarop het waterschap toezicht uitoefent Waar de beschermingszone ligt, die noodzakelijk is voor het waterschap om haar beheerstaken te kunnen uitvoeren. Op deze beschermingszone zijn verbodsbepalingen, volgens de keur, van toepassing. Ook is de legger een naslagwerk ten aanzien van waterstaatswerken. De legger wordt jaarlijks geüpdatet, omdat het watersysteem en de kunstwerken aan verandering onderhevig zijn. Bijvoorbeeld door het afgeven van vergunningen of veranderingen die voortkomen uit projecten. De watertoets bij ruimtelijke ontwikkelingen, waaronder ver- en nieuwbouwplannen vallen, bewaakt de waterkwaliteit en waterkwantiteit. Het doel van een watertoets is de waterbelangen evenwichtig laten meewegen in het planvormingsproces. Hierbij wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. Het waterschap hanteert een aantal uitgangspunten bij de watertoets. De desbetreffende uitgangspunten zijn hieronder weergegeven: Voorkomen van vervuiling Wateroverlastvrij bestemmen

bestemmingsplan Asten Loverbosch fase 3 2022

65

Hydrologisch neutraal ontwikkelen (HNO) Vuil water en hemelwater scheiden Doorlopen van afwegingsstappen hergebruik > infiltratie > buffering > afvoer Waterschapsbelangen Meervoudig ruimtegebruik Water als kans Het beleid van de gemeente Asten sluit aan op het landelijke-, provinciale- en waterschapsbeleid en is weergegeven in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2021-2025. Via dit GRP geeft de gemeente invulling aan de zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater. Afvalwater: voor de afvalwaterzorgplicht streeft de gemeente naar een duurzame en doelmatige inzameling en transport van afvalwater. Bij vervanging en herontwikkeling wil de gemeente overgaan tot ontvlechting van hemelwater en afvalwater. Hemelwater voor de hemelwaterzorgplicht streeft de gemeente Asten naar een duurzame toekomst en het anticiperen op klimaatverandering. Particulieren zijn in principe zelf verantwoordelijk voor de inzameling en verwerking van hemelwater vanaf hun eigen perceel. Bij nieuwbouw en bij herbouw dient een waterbergingsvoorziening gerealiseerd te worden met een inhoud van 60mm/m2 verhard oppervlak. Bij grootschalige ontwikkelingen gaat de voorkeur uit naar de realisatie van collectieve voorzieningen. Dit maakt het makkelijker om robuuste voorzieningen aan te leggen en verhoogd de handhaafbaarheid.

Grondwater: de gemeente Asten geeft gehoor aan de grondwaterzorgplicht door binnen de grenzen van doelmatigheid en financiële en technische haalbaarheid maatregelen te treffen om structurele grondwateroverlast te voorkomen of te beperken. 5.3.2 Beoordeling Ter beoordeling van het thema water is een waterplan opgesteld. Het 'Waterplan Loverbosch fase III, Technische onderzoeken t.b.v. het bestemmingsplan Loverbosch fase III' is separaat toegevoegd als Bijlage 10. Er dient te worden gewaarborgd dat de waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij de ontwikkeling. Het waterplan is opgesteld op basis van het oorspronkelijke stedenbouwkundig plan en civieltechnisch ontwerp voor de 250 wooneenheden en een oppervlak van 12 ha. De oorspronkelijke maatregelen voor de wateropgave, dus inclusief het noordelijke deel van Loverbosch dat géén onderdeel uitmaakt van dit bestemmingsplan, zoals de geplande wadi's maken alsnog ongewijzigd onderdeel uit het onderhavige plangebied. Daarmee wordt voorzien in grotere hemelwatervoorzieningen in het plangebied dan waar dit bestemmingsplan op toeziet.

Reden hiervoor is dat het noordelijk deel van Loverbosch fase 3 alsnog snel zal worden gerealiseerd middels een aparte procedure en dan alsnog gebruik zal moeten worden gemaakt van de hemelwatervoorzieningen in het gebied ten behoeve van deze ontwikkeling.

Hemelwater Op basis van het principe van hydrologisch neutraal ontwikkelen dient te worden voorkomen dat door bebouwing en verharding een versnelde waterafvoer plaatsvindt. De gemeente streeft naar het vasthouden van gebiedseigen water door benutting van de natuurlijke bergingscapaciteit van bodem en oppervlaktewater. Transport van schoon hemelwater via de riolering moet worden vermeden. De gemeente geeft de voorkeur aan verwerking van hemelwater in een collectieve voorziening in de openbare ruimte.

Benodigde watercompensatie Al het regenwater dat op nieuwe verhardingen valt, dient te worden opgevangen en geïnfiltreerd of vertraagd te worden afgevoerd. Door het realiseren van woningen, appartementencomplexen, toegangswegen en overige

66

bestemmingsplan Asten Loverbosch fase 3 2022

verhardingen neemt het oppervlak verhard toe. Op basis van het stedenbouwkundig ontwerp is de oppervlakte van de verhardingen bepaald. Dit wordt nader toegelicht in onderstaande tabel(len). Het plan dient te voldoen aan de regels uit de Keur en het GRP. Het gemeentelijk waterbeleid hanteert dezelfde berekeningsmethode als het waterschap, maar hanteert geen gevoeligheidsfactor. De benodigde watercompensatie vanuit het gemeentelijk waterbeleid komt voor gebieden met gevoeligheidsfactor 1 overeen met de benodigde watercompensatie vanuit de Keur van het waterschap. De gevoeligheidsfactor voor het berekenen van de waterbergingsopgave uit de Keur is 1. Conform de rekenregel uit de Keur dient de toename aan verharding gecompenseerd te worden door 600 m3 waterberging per hectare verharding. Dit komt overeen met 60 mm neerslag. De benodigde berging voor de compensatie is berekend in de navolgende tabellen. In dit kader wordt er nogmaals gewezen dat het waterplan is opgesteld o.b.v. het oorspronkelijke stedenbouwkundig plan en civieltechnisch ontwerp voor de 250 wooneenheden en een oppervlak van 12 ha. In het nieuwe plan is het plangebied kleiner en zijn een aantal woonkavels, rijbanen, trottoirs en parkeervakken geschrapt. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de gewijzigde oppervlaktes per functie:

Functies en verhard oppervlak i.r.t. benodigde hemelwaterberging

De totale wateropgave binnen het oorspronkelijke (grotere) plangebied van het bestemmingsplan 'Loverbosch – fase III' is te berekenen via onderstaande formule: Benodigde compensatie (in m3) = Toename verhard oppervlak (in m2) * Gevoeligheidsfactor * 0,06 (in m) Benodigde compensatie (in m3) = 73.191 m2 * 0,06 (in m) = 4.392 m³ Daarnaast zijn in de huidige situatie binnen het plangebied een aantal kavelsloten aanwezig. Deze sloten komen te vervallen. De berging van de te vervallen sloten dient te worden gecompenseerd. In totaal is ongeveer 405 meter aan kavelsloot aanwezig. In totaal kan in deze sloten 268 m³ worden geborgen. In totaal moet worden voorzien in het bergen van 4.660 m³ aan hemelwater.

bestemmingsplan Asten Loverbosch fase 3 2022

67

In het nieuwe plan bedraagt de benodigde compensatie (in m3) = 60.418 m2 * 0,06 (in m) = 3.625 m³. Inclusief de compensatie voor de kavelsloten bedraagt de totale opgave 3.893 m³. Ten opzichte van het oude plan is sprake van een afname van 767 m³. In het oorspronkelijke stedenbouwkundig plan is ruimte opgenomen voor hemelwaterberging in de vorm van wadi's, waardoor het hemelwater binnen het eigen plangebied kan worden geborgen. De wadi's hebben ruim voldoende capaciteit (4.392 m³) om het hemelwater tijdelijk te bergen. In de nieuwe plannen wijzigt de ligging en de capaciteit van de wadi's niet. Binnen het stedenbouwkundig ontwerp is reeds ruimte gereserveerd voor de aanleg van wadi’s om het hemelwater te kunnen bergen. In totaal zijn een aantal stroken, geclusterd aan de infrastructuur ter plekke, gereserveerd voor groen in combinatie met een wadi. Uitgaande van de bestaande maaiveldhoogtes en de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG; ongeveer 23,8 m +NAP), hebben deze wadi’s een diepte van 60 cm. In deze wadi’s kan ruim 2420 m³ worden geborgen. De schatting van de capaciteit van deze wadi’s betreft een minimale capaciteit op basis van de bestaande maaiveldhoogte. Omdat ten behoeve van de bouwrijp maken van het terrein de maaiveldhoogtes worden opgehoogd tot 24,6 m +NAP, wordt de capaciteit van de wadi’s verder verhoogd.

Ligging wadi’s (schematisch)

Om de waterberging optimaal te benutten en daarnaast te zorgen dat de berging weer tijdig beschikbaar is voor de volgende bui dient de berging voorzien te worden van een afvoerconstructie. De afvoer dient begrensd te worden op 2 l/s/ha om versnelde afvoer tegen te gaan. Op de waterberging is een oppervlak van 7,32 ha (gebouwen en verhardingen) aangesloten. De afvoer moet dan een capaciteit hebben van 2,0 l/s/ha * 7,32 ha = 14,7 l/s. Een volle waterberging loopt dan – rekening houdend met een aanvullende aanvoer door 2 mm aan

68

bestemmingsplan Asten Loverbosch fase 3 2022

neerslag per dag – leeg in 94,2 uur. Hiermee voldoet het plan aan de vereiste uit de beleidsregel Keur, waarin is gesteld dat binnen 5 dagen de watervoorziening leeg moet zijn. Om te bepalen of de bergingsvoorziening onder vrij verval kan leeglopen in het oppervlaktewater, moet de hoogte van de afvoer van de berging worden vergeleken met het maximale oppervlaktewaterpeil. De voorziening kan afvoeren op de naastgelegen watergang. De watergangen nabij het plangebied staan in directe verbinding met de Beekerloop, die wordt gestuwd ter plekke van de kruising Koestraat-Linnen (stuw 279G). In het kader van het project 'Herinrichting Beekerloop' wordt deze stuw vervangen. De nieuw te realiseren stuw heeft een hoogste klepstand van 23,4 m +NAP met een conserveringsmarge tot 23,5 m +NAP. Het huidig maaiveld ligt ter plekke van de bergingsvoorziening op circa 23,8 m +NAP. De leegloop van de bergingsvoorziening wordt gerealiseerd op 23,8 m +NAP. De leegloop blijft dan ook functioneren bij de hoogste klepstand van de stuw in de Beekerloop van 23,4 m +NAP. Tevens wordt in het plan een noodoverstort opgenomen voor situaties dat het harder regent dan de bui van 60 mm.

Bij de definitieve uitwerking in de vorm van een omgevingsvergunning voor bouwen en het aanvragen van een watervergunning, kan meer gedetailleerd worden ingegaan op de constructie en de hemelwaterleidingen van de gebouwen naar de bergingsvoorziening. In het stedenbouwkundig plan is ruimte opgenomen voor hemelwaterberging in de vorm van wadi's, waardoor het hemelwater binnen het eigen plangebied kan worden geborgen. De wadi's hebben ruim voldoende capaciteit om het hemelwater tijdelijk te bergen. Het overige deel van het plangebied wordt opgehoogd tot 24,6 m +NAP (0,8 meter boven de GHG), waardoor sprake is van voldoende bergingscapaciteit en ontwatering van het plangebied. Derhalve wordt de capaciteit van de hemelwatervoorzieningen verder verhoogd. Uit het voorgaande kan worden geconcludeerd dat het planvoornemen niet leidt tot waterproblemen en dat het kan worden voldaan aan de bergingsopgave.

5.4

Flora & fauna

5.4.1 Gebiedsbescherming Bij het opstellen van een ruimtelijke onderbouwing moet rekening gehouden worden met de gevolgen van de ontwikkeling voor de natuur. Het natuurbeschermingsrecht is te vinden in verdragen, Europese en nationale regelgeving en in nationaal en provinciaal beleid. Vanuit de Europese regelgeving wordt met name nadruk gelegd op de bescherming van plant- en diersoorten (Vogelrichtlijn) en leefgebieden (Habitatrichtlijn). Ten behoeve hiervan zijn dan ook diverse beschermingsgebieden aangewezen. De belangrijkste beschermingszones zijn Natura 2000-gebieden. In het vervolg van deze paragraaf wordt specifiek ingegaan op respectievelijk gebiedsbescherming en soortenbescherming.

- Natura 2000-gebieden De bescherming van Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming, die de implementatie vormt van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De Natura 2000-gebieden vormen samen een Europees netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Als ontwikkelingen (mogelijk) leiden tot aantasting van natuurwaarden binnen een Natura 2000-gebied, moet een vergunning worden aangevraagd. Gedeputeerde staten van de provincie zijn het bevoegd gezag voor verlening van deze vergunning. Indien eerst een omgevingsvergunning wordt aangevraagd voor een activiteit waarvoor tevens een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming is vereist, dan haakt de natuurtoets aan bij de omgevingsvergunning. Verder moet rekening worden gehouden met het beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De regels met betrekking tot het NNN zijn opgenomen in de provinciale verordening. Ten aanzien van ontwikkelingen binnen het NNN geldt het 'nee, tenzij-principe'.

bestemmingsplan Asten Loverbosch fase 3 2022

69

Beoordeling/ betekenis voor het plangebied - Natuurnetwerk Nederland/Natuurnetwerk Brabant Het plangebied is geen onderdeel van het NNB (EHS, EVZ of de ‘groenblauwe mantel’). In de directe omgeving zijn wel gebieden aanwezig die onderdeel zijn van de NNB. Gelet op aard van de ontwikkeling, de afstand tot het plangebied en tussenliggende elementen, zal er geen sprake zijn van een aantasting van de wezenlijke waarden en kenmerken van de NNB middels externe werking. Vanuit de natuurbeleidskaders zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling, er is geen noodzaak voor een nadere procedure.

- Stikstofdepositie Het (voormalige) Programma Aanpak Stikstof (PAS) vormt niet meer het toetsingskader na de uitspraak van de Raad van State op 29 mei 2019, waarin zij heeft geoordeeld dat het PAS niet meer als basis mag worden gebruikt voor toestemming voor activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming, zoals een vergunning of een melding. Ook de “standaard grenswaarde” die in het PAS was opgenomen, kan nu niet meer worden gebruikt Zo waren veel woningbouwprojecten tot voor kort voor het aspect stikstof vergunningsvrij en was ook een melding vaak niet nodig, omdat de extra stikstofemissies beperkt waren en de depositie onder de grenswaarde lag. Nu de landelijke grenswaarde onder de PAS niet meer kan worden gebruikt, is een stikstofbeoordeling en mogelijk ook een vergunning Wet natuurbescherming voor heel veel activiteiten nodig is. Voor elke toename, hoe klein ook, is vooralsnog een eigen onderbouwing nodig. Als een bestemmingsplan een mogelijke toename van de stikstofemissie toestaat, moet in het plan gemotiveerd worden hoe de depositie eruit ziet en hoe zich dat verhoudt tot de kritische depositiewaarde en de nog beschikbare ruimte voor stikstoftoename.

Beoordeling/ betekenis voor het plangebied Ter beoordeling van de effecten op nabijgelegen Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstof is een 'Notitie beoordeling stikstof' opgesteld. Dit onderzoek is separaat toegevoegd als Bijlage 11. Het plangebied is gelegen op ca. 5,7 kilometer van het Natura 2000-gebied ‘Groote Peel’, op ca. 5.8 km van het Natura 2000 gebied ‘Deurnsche Peel & Mariapeel’ en op 7,3 km van het Natura 2000 gebied ‘Strabrechtse Heide en Beuven’.

Plangebied en nabij gelegen Natura 2000 gebieden, plangebied bij 1

70

bestemmingsplan Asten Loverbosch fase 3 2022

Uit de stikstofbeoordeling is gebleken dat significant negatieve effecten ten aanzien van de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000 gebieden op voorhand zijn uit te sluiten. Er is derhalve voor de ontwikkeling geen Wnb vergunning nodig. 5.4.2 Soortenbescherming Behalve de mogelijke effecten op natuurgebieden moet ook duidelijk zijn of het betreffende plan effecten heeft, en zo ja welke, op beschermde soorten. De bescherming van dier- en plantensoorten is eveneens in de Wet natuurbescherming geregeld. In deze wet zijn drie beschermingsregimes opgenomen: voor vogels in de zin van de Vogelrichtlijn, voor dier- en plantensoorten uit de Habitatrichtlijn en voor overige soorten. Kort gezegd is het verboden om beschermde diersoorten opzettelijk te doden, te vangen of te verstoren. Hun voortplantingsen rustplaatsen mogen niet (opzettelijk) worden beschadigd of vernield. Verder is het verboden beschermde plantensoorten te vernielen. Voor handelingen die mogelijk schadelijk kunnen zijn voor beschermde soorten, moet een ontheffing worden aangevraagd. Onder voorwaarden is ontheffing van de verbodsbepalingen mogelijk. Het bevoegd gezag voor het verlenen van een ontheffing zijn gedeputeerde staten van de provincie.

Beoordeling / betekenis voor het plangebied Alvorens met het stedenbouwkundig plan te starten is allereerst door Staro BV voor de planlocatie een QuickScan flora en fauna uitgevoerd (Staro BV 21-0151) welke is opgenomen als Bijlage 12 uitgangspunten gehanteerd voor de uitwerking van de natuurinclusieve woonwijk. Ten aanzien van de soortenbescherming komt uit het onderzoek naar voren dat: In het plangebied komen mogelijk verschillende soorten voor die zijn beschermd onder paragrafen 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming. Het is niet uit te sluiten dat in het plangebied beschermde zoogdieren voorkomen. Voor alle aanwezige soorten in het plangebied geldt de algemene zorgplicht, zie §1.3 van dit rapport. Navolgende tabel geeft een overzicht van de mogelijk aanwezige en aangetroffen beschermde soorten in de omgeving van het plangebied.

bestemmingsplan Asten Loverbosch fase 3 2022

71

Overzicht mogelijk aanwezige en aangetroffen beschermde soorten in de omgeving van het plangebied

Das: Naar aanleiding van de quick scan is een nader onderzoek naar de Das uitgevoerd door Staro BV (d.d. 6 augustus 2021). Dit onderzoek is separaat toegevoegd als Bijlage 13 gebruikt maakt van het plangebied als migratieroute en als foerageergebied. In het plangebied zijn geen verblijfplaatsen aanwezig. Het bouwen en in gebruik nemen van de woonwijk heeft geen significant negatief effect op de migratieroute en het

72

bestemmingsplan Asten Loverbosch fase 3 2022

foerageergebied mits de oostrand goed wordt ingericht (bomen en struiken die dekking bieden, doornstruiken die mensen en honden weren). Ook wordt zeer aangeraden een dassentunnel met raster aan te leggen onder de N279 om de bereikbaarheid te verbeteren en verkeersslachtoffers te voorkomen. Door enkele fruitbomen te planten in de bosschagestrook langs de oostrand wordt de migratieroute ook geschikt als foerageergebied voor dassen. Het compenseren van het foerageergebied dat verdwijnt, biedt geen meerwaarde voor de dassenpopulatie en de kwaliteit van het leefgebied. Het aanleggen van meer grasland in de omgeving is derhalve niet nodig. Voor het realiseren van de woonwijk hoeft voor dassen geen ontheffing verkregen te worden. Vleermuizen: In verband met de kap van 7 bomen langs de koestraat is een holteonderzoek uitgevoerd om de aanwezigheid van verblijfplaatse van vleermuizen uit te sluiten. Het aanvullend holteonderzoek naar de aanwezigheid van vleermuizen in de zeven te kappen bomen langs de Koestraat is op 8 februari 2023 uitgevoerd (rapportage d.d. 14 februari 2023, zie Bijlage 14 Aanvullend holte-onderzoek). Uit het veldonderzoek blijkt dat in de betreffende zeven bomen géén voor vleermuizen geschikte holtes aanwezig zijn. Ook zijn in de bomen géén jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Nader onderzoek is dan ook niet nodig.

Door de kap van de bomen ontstaat echter op één locatie een onderbreking van de bomenrij groter dan 20 meter van kroon tot kroon tot de opeenvolgende bomen. Dit betreft namelijk de kap van de drie bomen aan de zuidzijde van het plangebied, waarbij een onderbreking van 25 meter ontstaat. Door de afmeting van deze toekomstige onderbreking is niet uit te sluiten dat een vliegroute van vleermuizen wordt vernietigd. Om te voorkomen dat een dermate grote doorbreking ontstaat en daarmee de Wet natuurbescherming wordt overtreden, gaat de gemeente Asten de nieuwe ontsluiting aanpassen zodat bomen kunnen worden gespaard en/of worden nieuwe bomen geplant waarmee de onderbreking niet groter wordt dan 20 meter. Doordat geen verblijfplaatsen van vleermuizen worden vernietigd en de vliegroute in tact wordt gehouden, ontstaat geen overtreding van de Wet natuurbescherming. Zodoende zijn er geen belemmeringen vanuit de Wet natuurbescherming voor het kappen van de bomen.

-Maatregelen en vervolgstappen Geconcludeerd kan worden dat geen sprake is van overtreding van de Wet natuurbescherming mits de volgende maatregelen en vervolgstappen genomen dienen te worden. 1. 2.

3. 4.

Bomen dienen te worden gesnoeid of gekapt buiten het broedseizoen van vogels (en wanneer geen broedgevallen aanwezig zijn). De vliegroute van de vleermuizen dient intact te worden gehouden. Er mag geen onderbreking van meer dan 20 meter in de bomenrij ontstaan. De nieuwe ontsluiting dient aangepast te worden zodat bomen kunnen worden gespaard en/of nieuwe bomen dienen aangeplant te worden zodat de onderbreking niet groter wordt dan 20 meter. Watergangen en greppels worden gedempt buiten de periode half maart tot half september of als ze droogstaan. Om verstoring van vleermuizen en andere nachtactieve dieren te voorkomen, wordt aanbevolen de (bouw)verlichting in de nacht uit te zetten en bomenlanen en bosjes niet te verlichten. Indien het tijdens de aanlegfase noodzakelijk is nachtelijk te verlichten, wordt aangeraden de ledlampen naar beneden te richten, bosranden niet te verlichten en om hiervoor amberkleurige verlichting te gebruiken.

- Zorgplicht en aanbevelingen Om aan de zorgplicht van de Wet natuurbescherming te voldoen dienen de volgende maatregelen te worden genomen. 1.

Stammen met holtes moeten na kap met de opening van de holte zijwaarts gericht blijven liggen, zodat

bestemmingsplan Asten Loverbosch fase 3 2022

73

2. 3.

eventueel tóch aanwezige dieren hun verblijf kunnen verlaten. Om het verwonden van dieren te voorkomen kan bij het afgraven van de grond één kant op worden gewerkt, zodat aanwezige dieren kunnen vluchten. De reuzenberenklauw in het bosje ten noordoosten van het plangebied dient te worden verwijderd in het kader van Plan van Aanpak - Invasieve Exoten Noord-Brabant.

Beoordeling / betekenis voor het plangebied Gelet op de gevonden en te verwachten ecologische waarden en de beoogde planontwikkeling dient het bepaalde in de Wet natuurbescherming in acht te worden genomen. Verstoring van soorten kan voorkomen worden door gestelde maatregelen in acht te nemen. Verder dient te allen tijde rekening gehouden te worden met de zorgplicht. Tevens kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie worden uitgesloten. Ter bescherming van de aangetroffen dassenwissel wordt deze noord-zuid georiënteerde verbinding langs de N279 versterkt met natuurlijke maatregelen welke zijn opgenomen en beschreven in het stedenbouwkundig- en landschapsplan. Hiermee wordt een negatief effect op de Das voorkomen.

5.5

Cultureel erfgoed

5.5.1 Cultuurhistorie Per 1 januari 2012 is de Modernisering Monumentenzorg (MoMo) in werking getreden. Als gevolg van de MoMo is het Bro (artikel 3.6.1, lid 2) gewijzigd. In een bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten, rekening is gehouden. Bij de opstelling en uitvoering van ruimtelijke plannen moet met de cultuurhistorische (landschaps)waarden van bovenlokaal belang rekening worden gehouden. De provincie heeft hiertoe in haar Verordening zogeheten cultuurhistorische vlakken aangeduid. Deze vlakken verdienen specifieke aandacht vanwege de onvervangbaarheid van de aanwezige waarden. Gemeenten dienen de cultuurhistorische waarden en kenmerken van deze gebieden te behouden, herstellen en/of duurzaam te ontwikkelen. Ruimtelijke ontwikkelingen kunnen hier enkel worden toegestaan, indien zij de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied niet aantasten.

Beoordeling / betekenis voor het plangebied De planlocatie maakt onderdeel uit van de 'Peelrand'. De Peelrand bestaat uit een ring van middeleeuwse dorpen op enige afstand van het voormalige veengebied v an De Peel. Deze oude dorpen worden gekenmerkt door akkercomplexen, schaarse groenlanden en voormalige heidevelden. In de regio ligt het oud zandlandschap bij Stiphout dat een cultuurhistorische landschap van provinciaal belang vormt. Het plangebied maakt hier geen onderdeel van uit. Tevens is de projectlocatie gelegen op het 'Dekzandeiland Asten-Deurne', dit landschap met cultuurhistorisch belang bestaat uit dekzandeilanden die van elkaar worden gescheiden door beekdalen. Aan de projectlocatie is hier verder geen specifieke cultuurhistorische waarde toegekend. Binnen de planlocatie zijn verder geen monumenten aanwezig en geen wettelijk beschermde cultuurhistorische waarden. De beoogde ontwikkeling heeft geen gevolgen voor de cultuurhistorische waarden in de omgeving van de projectlocatie en is in het kader van cultuurhistorie dan uitvoerbaar.

74

bestemmingsplan Asten Loverbosch fase 3 2022

5.5.2 Archeologie De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven. Als dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard. Daarnaast dient ieder ruimtelijk plan een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten. Voor zover in een plangebied sprake is van erfgoed, dient op grond van het voorgaande dan ook aangegeven te worden op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden.

Beoordeling / betekenis voor het plangebied Voor het totale plangebied, opgedeeld in 4 fasen, is in 2006 door Grontmij (tegenwoordig Sweco) een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd dat in 2007 door Oranjewoud (tegenwoordig Antea) werd opgevolgd met een verkennend booronderzoek over 38 hectare van het gebied. Dit archeologisch onderzoek is separaat toegevoegd als Bijlage 15, Bijlage 16 en Bijlage 17.

Naar aanleiding van dit onderzoek is door archeologisch onderzoeksbureau BAAC in 2008 een archeologisch proefsleuvenonderzoek uitgevoerd op de locaties waar op basis van het eerdere onderzoek van Grontmij en Oranjewoud een archeologische verwachting bleef bestaan.2 De omvang van die zones bedroeg samen 9,6 ha. In het bureauonderzoek, het verkennend booronderzoek én het proefsleuvenonderzoek, is het grondgebied van fase 3 meegenomen.

Op basis van het eerder opgestelde (selectie) advies van BAAC in 2008, zijn de aangetroffen vondsten en sporen (samen: de vindplaats) niet 'behoudenswaardig' bevonden. Dat wil zeggen dat de aangetroffen resten wetenschappelijk en/of cultuurhistorisch niet de moeite waard zijn gebleken om (in de toekomst) nog verder te onderzoeken. Dit wil zeggen dat het in 2007 en 2008 met boringen en proefsleuven onderzochte gebied archeologisch kan worden vrijgegeven. Voor fase 1 en 2 is dit advies opgevolgd en zijn de plannen zonder nader onderzoek (m.u.v. een klein terreintje waar een Romeinse muntschat is gevonden) gerealiseerd. Voor fase 3 van het plan Loverbosch zijn thans geen verdere archeologische belemmeringen. Ook in dit plandeel kan de dubbelbestemming Waarde Archeologie komen te vervallen. Eventuele toevalsvondsten die tijdens het bouwrijp maken worden gevonden, dienen direct gemeld te worden bij de gemeente Asten. Op 30-12-2021 heeft de gemeente Asten een selectiebesluit genomen. Het besluit 'Selectieadvies en -besluit archeologie Asten – Loverbosch fase 3' is separaat toegevoegd als Bijlage 18.

5.6

Leidingen

In het plangebied zijn geen leidingen met een planologisch relevante beschermingszone gelegen, noch overlapt een beschermingszone van een planologisch relevante leiding met het plangebied.

bestemmingsplan Asten Loverbosch fase 3 2022

75

5.7

Niet gesprongen conventionele explosieven (NCE)

Op een onbekend aantal plaatsen in Nederland liggen nog bommen, granaten en andere munitieartikelen uit de Tweede Wereldoorlog. Volgens mondiale, militaire inschatting is van al het explosieve materieel dat gedurende de Tweede Wereldoorlog (1939-1945) is ingezet, verschoten of afgeworpen, tussen de zeven en vijftien procent om verschillende redenen niet tot ontploffing gekomen. Wanneer deze explosieven bij werkzaamheden worden aangetroffen, kunnen deze gevaar opleveren voor de publieke veiligheid. Om spontane vondsten en eventuele daaruit voortvloeiende ongewilde gebeurtenissen te voorkomen, kan preventief een opsporingsproces in gang gezet worden. Deze opsporingswerkzaamheden mogen op grond van het Arbeidsomstandighedenbesluit (Arbobesluit) enkel uitgevoerd worden door de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD) en bedrijven die in het bezit zijn van een certificaat voor het opsporen van conventionele explosieven (CE). Een eerste stap in het opsporingsproces wordt doorgaans gevormd door een (historisch) vooronderzoek waarin beoordeeld wordt of een onderzoekgebied verdacht is op de mogelijke aanwezigheid van conventionele explosieven.

Beoordeling / betekenis voor het plangebied In 2014 is een vooronderzoek uitgevoerd naar niet-gesprongen conventionele explosieven in de omgeving Koestraat en Stegen te Asten. Het onderzoek is separaat toegevoegd aan de toelichting als Bijlage 19.

Het onderzoeksgebied ‘Omgeving Koestraat en Stegen te Asten’ bestaat uit een gebied binnen de Gemeente Asten met een oppervlakte van circa 90 hectare. Het gebied heeft een agrarische invulling en wordt omsloten door de N279 in het noorden en oosten, de Floralaan en Koestraat in het westen en de Voordeldonk in het zuiden. Het onderzoeksgebied is in navolgende weergegeven.

Onderzoeksgebied

76

bestemmingsplan Asten Loverbosch fase 3 2022

In het onderzoek is geconcludeerd dat het onderzoeksgebied gedeeltelijk verdacht is op het aantreffen van afgeworpen conventionele explosieven. Het verdachte gebied is in de ‘CE Bodembelastingkaart’ aangegeven. ECG adviseert het proces van explosievenopsporing voort te zetten bij grondroerende werkzaamheden binnen de in de ‘CE Bodembelastingkaarten’ als verdacht aangemerkte gebieden.

Het plangebied is niet gelegen in dit verdacht gebied. Nader onderzoek is niet nodig.

5.8

Mer(beoordelings)plicht

5.8.1 Algemeen In de Wet milieubeheer (Wm) en het bijbehorende Besluit m.e.r. zijn activiteiten genoemd waarvoor een milieueffectrapportage (MER) dient te worden opgesteld. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in activiteiten waarvoor een m.e.r.-procedure moet worden doorlopen (m.e.r.-plicht) en activiteiten waarvoor het bevoegd gezag dient te beoordelen of een m.e.r.-procedure al dan niet nodig is (m.e.r.-beoordelingsplicht). De beoogde ontwikkeling komt in de lijst C van de bijlage van het Besluit m.e.r. niet als activiteit voor. Met betrekking tot de ontwikkeling is in onderdeel D (11.2) van de bijlage van het Besluit milieueffectrapport (Besluit m.e.r.) het volgende opgenomen: "de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen." De voorgenomen ontwikkeling ligt ver onder de drempelwaarde die is opgenomen in kolom 2, namelijk een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 woningen of meer of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Er is voor de activiteit derhalve geen sprake van een m.e.r.-beoordelingsplicht. Er dient wel een vormvrije m.e.r.- beoordeling te worden uitgevoerd.

De wettelijke regeling voor de m.e.r.-beoordeling gaat uit van het principe 'nee, tenzij': een m.e.r.-procedure is alleen nodig als er sprake is van 'belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu'. Op grond van de Wm houdt het bevoegd gezag bij haar besluit rekening met de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, te weten: Kenmerken van het project; Locatie van het project; Kenmerken van de potentiële effecten (in samenhang met de eerste twee criteria). 5.8.2 Beoordeling Ten behoeve van het planvoornemen is een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd. Daartoe is een aanmeldnotitie m.e.r. opgesteld. Deze is separaat toegevoegd aan de toelichting als Bijlage 20. De effecten van de planontwikkeling zijn nader onderbouwd in hoofdstuk 4 van de toelichting op het plan en bekrachtigd in diverse onderzoeken die onderdeel uitmaken van die toelichting op het bestemmingsplan. Uit de onderzoeken blijkt dat de locatie milieukundig geschikt is om te worden ontwikkeld tot een woongebied.

bestemmingsplan Asten Loverbosch fase 3 2022

77

Een goed een woon- en leefklimaat kan binnen de nieuwe woningen worden gerealiseerd. Daarnaast wijzen de onderzoeken uit dat als gevolg van de ontwikkeling sprake is van een acceptabele belasting op de omgeving. De ontwikkeling is derhalve ruimtelijk aanvaardbaar. Tevens is de ontwikkeling in een separaat uitgevoerde vormvrije m.e.r. beoordelingsnotitie beoordeeld. Geconcludeerd wordt dat de effecten van de planontwikkelingen geen aanleiding geven tot het opstarten van een m.e.r.-procedure. Hierover heeft de gemeente Asten een besluit genomen [datum]. Op basis van de onderbouwingen in de voorgaande paragrafen mag geconcludeerd worden dat vanuit milieuaspecten geen belemmeringen bestaan tegen het planvoornemen.

78

bestemmingsplan Asten Loverbosch fase 3 2022

Hoofdstuk 6 6.1

Juridisch plan

Algemeen

Het onderhavige bestemmingsplan heeft tot doel een juridisch-planologische regeling te scheppen voor de bebouwing en het gebruik van gronden en gebouwen binnen het gebied Loverbosch fase 3. In voorgaande hoofdstukken zijn de uitgangspunten voor de komende jaren voor de ruimtelijke en functionele gewenste situatie in het plangebied aangegeven. Deze uitgangspunten zijn getoetst aan de milieu- en omgevingsaspecten.

Bij het opstellen van het bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de systematiek van het bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Woongebieden Asten’ (vastgesteld d.d. 15 december 2009) en 'Bestemmingsplan Asten Loverbosch fase 2 2017' aangevuld met de laatste inzichten vanuit de Wet ruimtelijke ordening, het Besluit ruimtelijke ordening, Wabo en het Besluit omgevingsrecht met bijbehorende bijlagen. Gestreefd is hierbij naar uniformering en standaardisering van bestemmingen en regels. In dit hoofdstuk wordt de inhoud van de bestemmingen (de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden) toegelicht en wordt aangegeven hoe de uitgangspunten hun juridische vertaling in het eigenlijke plan (regels en verbeelding) hebben gekregen. De bestemmingen zijn juridisch vastgelegd in de tekst van de regels en in beeld op een verbeelding. Verbeelding en regels zijn één geheel en niet afzonderlijk leesbaar.

6.2

Systematiek

Het bestemmingsplan is naar aanleiding van de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening opgezet volgens de verplichte landelijke Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012). Deze standaard welke slechts een systematische standaardisering betreft en geen inhoudelijke standaard is - is verplicht in het nieuwe Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro). Zo voorziet het SVBP in een standaardopbouw van een bestemmingsplan door onder andere: standaardbenamingen van een bestemming en de daarin voorkomende bepalingen (bouwregels, aanlegvergunningen, e.d.); de alfabetische volgorde van de begripsbepalingen en bestemmingen; een vaste volgorde van een indeling van een bestemming; een aantal standaardbegripsbepalingen; een standaardwijze van meten; vaste kleuren en kleurcodes van een bestemming op de verbeelding; standaardbenamingen van aanduidingen op de digitale verbeelding van het bestemmingsplan en in de regels. In het kader van de wet- en regelgeving is het plan technisch als een digitaal raadpleegbare versie uitgevoerd en voldoet het aan de eisen van DURP (Digitale Uitwisseling in Ruimtelijke Processen). Het plan kan in het informatiesysteem van de gemeente en diverse andere overheden worden ingevoerd en worden ontsloten via internet. Er zal een analoge (papieren) versie van het bestemmingsplan naast het digitale plan blijven bestaan.

bestemmingsplan Asten Loverbosch fase 3 2022

79

6.3

Bestemmingen & regelingen

6.3.1 Bestemmingen Hieronder wordt op hoofdlijnen een uitleg gegeven bij die bestemmingen voor zover dit noodzakelijk is. Niet alle bestemmingen zijn hier beschreven, wanneer de bestemming niet beschreven is, zijn er geen bijzonderheden te melden. Artikel 3. Groen Groen maakt onderdeel uit van de openbare ruimte en is als onderdeel hiervan op de verbeelding voorzien van een afzonderlijke bestemming ‘Groen’ als sprake is van structureel groen ofwel beeldbepalende beplanting binnen de bebouwde omgeving. Het betreft met name structureel groen aan de randen van de wijk Loverbosch fase 2. Binnen de bestemming groen zijn speelvoorzieningen (zoals een schommel, glijbaan en klimrek), waterberging en parkeervoorzieningen overal toegestaan. Artikel 5 Verkeer Deze bestemming spreekt voor zich. Het betreft de bestemming voor bewegend en stilstaand verkeer en de daarbij behorende voorzieningen. Tevens wordt binnen de bestemming voorzien in de mogelijkheid van nutsvoorzieningen, water en groen. Artikel 6 Water Het betreft de bestemming voor water, waterpartijen en waterhuishoudkundige doeleinden, waaronder het ontvangen, vasthouden, (tijdelijk) bergen en afvoeren van water, eventueel gecombineerd met infiltratie van water in de bodem. Op grond van de bestemming zijn tevens toegestaan groen en groenelementen.

Een en ander met bijhorende voorzieningen, zoals bruggen, steigers, kademuren en oeverbeschoeiingen. Artikel 7 Wonen Voor het plandeel van Loverbosch fase 2, waarvoor het programma in verregaande mate is bepaald, is een bestemming ‘Wonen’ opgenomen. De systematiek sluit aan bij de gehanteerde systematiek van bestemmen in het bestemmingsplan ‘Woongebieden Asten’. Een en ander met dien verstande dat de regels in juridisch opzicht zijn geoptimaliseerd en afgestemd op de laatste inzichten vanuit het Besluit omgevingsrecht (Bor). Zo is bijvoorbeeld het gebruik van bebouwing ten behoeve van mantelzorg inmiddels vergunningvrij. Daarnaast wordt bijvoorbeeld aangesloten bij de in het Bor gehanteerde begripsbelangen, zoals ‘bijbehorende bouwwerken’. Functioneel is binnen de bestemming ‘Wonen’, het gebruik voor woondoeleinden toegestaan. Een aan huis gebonden beroep of bedrijf is uitsluitend toegestaan na het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van de regels. In het kader van deze bestemming zijn hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogelijk binnen de aanduiding ‘bouwvlak’. De woningen kunnen worden gerealiseerd in het type vrijstaand, geschakeld, aaneengesloten en gestapeld. Het maximaal toegestane aantal woningen is op de verbeelding geduid met de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’.

Voor de appartementengebouwen is een aanduiding 'gestapeld' aangebracht. Ter plaatse van deze aanduiding mogen, onder de specifiek voor dit type woningen voorgeschreven bouwregels, appartementengebouwen worden gerealiseerd. Ter plaatse van de aanduiding ‘bijgebouwen’ zijn toegestaan bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 6.3.2 Overige bepalingen Afwijkingen (algemeen) De in het plan opgenomen afwijkings- en wijzigingsmogelijkheden bieden de mogelijkheid om veranderingen relatief snel, na een korte procedure te beoordelen en door te voeren. Aan het gebruik van deze binnenplanse

80

bestemmingsplan Asten Loverbosch fase 3 2022

flexibiliteitsbepalingen is wel een aantal voorwaarden verbonden. Deze voorwaarden zijn opgenomen in de planregels. Het doel van het opnemen van deze voorwaarden is om een goede belangenafweging te kunnen maken en te voorkomen dat er een stedenbouwkundige, planologische en aan de andere kant onaanvaardbare situatie zal ontstaan.

bestemmingsplan Asten Loverbosch fase 3 2022

81

82

bestemmingsplan Asten Loverbosch fase 3 2022

Hoofdstuk 7 7.1

Economische uitvoerbaarheid

Algemeen

In artikel 6.12, lid 1 Wro is opgenomen dat het verplicht is om een exploitatieplan vast te stellen op gronden waarop een bouwplan is voorgenomen. Artikel 6.2.1. onder a Bro geeft aan dat (o.a.) een bouwplan voor de bouw van één of meer woningen als bouwplan wordt aangewezen. Artikel 6.12, lid 2 Wro bepaalt dat in afwijking van het eerste lid de gemeenteraad, naar aanleiding van de omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, lid 1, onder a, 3°, Wabo, van het bestemmingsplan wordt afgeweken, kan besluiten geen exploitatieplan vast te stellen, indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in de vergunning begrepen gronden anderszins verzekerd is. Deze verzekering vindt plaats door middel van het sluiten van een realisatieovereenkomst.

Tevens is er een risicoanalyse uitgevoerd ten behoeve van de mogelijke tegemoetkoming in schade. De resultaten van de risicoanalyse zijn verwerkt in een overeenkomst tegemoetkoming in schade, die tussen de initiatiefnemer en de gemeente is gesloten. Op basis van bovenstaande kan geconcludeerd kan worden dat het plan economisch uitvoerbaar is.

bestemmingsplan Asten Loverbosch fase 3 2022

83

84

bestemmingsplan Asten Loverbosch fase 3 2022

Hoofdstuk 8 8.1

Overleg & inspraak

Overleg

In artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is opgenomen dat de gemeente bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan overleg moet plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en rijk die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn.

In het kader van het vooroverleg is het plan besproken met volgende partijen: Provincie Noord Brabant; Waterschap Aa en Maas; Veiligheidsregio Brabant Zuid Oost Stichting Voorlichting en Advies Commissie Wonen Bovenstaande partijen hebben een vooroverleg reactie gestuurd. De reacties zijn samengevat en beantwoord in de notitie 'beantwoording vooroverlegreacties'. Deze notitie is als Bijlage 22 opgenomen. De vooroverlegreacties hebben op onderdelen geleid tot planaanpassingen. De vooroverlegreacties vanuit het Waterschap en de Veiligheidsregio zijn aanleiding geweest voor een nadere uitwerking van het stedenbouwkundig plan in een VO civieltechnische uitwerking.

8.2

Inspraak

Het voorontwerp-bestemmingsplan is op grond van de gemeentelijke inspraakverordening gedurende 6 weken voor een ieder ter inzage gelegd gedurende de periode van 1 april tot en met 12 mei 2022. Tijdens de ter inzage leggingsperiode is op 14 april 2022 een inloopavond in het gemeentehuis van Asten georganiseerd. Tijdens deze inloopavond is eenieder in de gelegenheid gesteld kennis te nemen van het plan en vragen te stellen. Gedurende de inspraakperiode is één inspraakreactie ontvangen. Deze inspraakreactie is samengevat en beantwoord in de notitie 'beantwoording vooroverlegreacties'. Deze notitie is als Bijlage 22 opgenomen. Het ontwerp-bestemmingsplan wordt op grond van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht in het kader van de zienswijzen gedurende 6 weken voor een ieder ter visie gelegd. Te zijner tijd zullen eventueel ingediende zienswijzen bij de besluitvorming worden betrokken.

bestemmingsplan Asten Loverbosch fase 3 2022

85

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=0ae2e6a0-eff3-43b6-ae81-0e967f88e453