CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

RU23.05.08B Bestemmingsplan 'Heusden 't Hoekske 2022' incl. bijlagen.pdf

Raadscommissie Ruimte 9 mei 2023, gemeente AstenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Heudsen 't Hoekske nabij 3 2022' (adviserend)24.131 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Soortenbescherming

Inleiding Door Lomans Ecoworks is een Quickscan Flora en fauna uitgevoerd. Deze quick scan met datum 21 oktober 2021 en projectnummer 2127 behoort als bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing. De conclusies uit dit onderzoek voor soortenbescherming zijn hierna opgenomen. Vogels beschermd op grond van de Vogelrichtlijn art. 3.1 Wnb Binnen het plangebied zijn geen jaarrond beschermde nesten van vogels categorie 1-4 jaarrond beschermde nesten in bomen en gebouwen aanwezig door het ontbreken van bomen en bebouwing. Categorie 5 beschermde verblijfplaatsen zijn eveneens afwezig. Overtreding van art. 3.1 lid 2,4 en 5 van de Wet natuurbescherming is niet aan de orde. Overige vogelrichtlijnsoorten In de huidige situatie vormt het plangebied beperkt foerageergebied en nestgelegenheid voor een aantal algemene vogelrichtlijnsoorten. Met de nieuwbouwplannen worden groenstructuren aangeplant, waardoor nest- en foerageergelegenheid zal toenemen voor een aantal algemene soorten met een éénmalig nest. Europees beschermde soorten op grond van de Habitatrichtlijn art. 3.2 Wnb Vleermuizen: vliegroutes en foerageergebied Vaste vliegroutes voor vleermuizen zijn niet aanwezig binnen het plangebied. De locatie vormt foerageergebied van redelijke kwaliteit. Met de herontwikkeling zullen jachtmogelijkheden verminderen.

In de omgeving zijn voldoende alternatieven van goede kwaliteit en kwantiteit beschikbaar. Vleermuizen: verblijfplaatsen Door het ontbreken van bomen en bebouwing kunnen vleermuisverblijfplaatsen worden uitgesloten. Negatieve effecten op vleermuizen zijn niet aan de orde. Nationaal beschermde Andere soorten art. 3.3 Wnb Op basis van het veldbezoek kan het voorkomen van landzoogdieren met jaarrond beschermde verblijfplaatsen worden uitgesloten. Binnen het plangebied en directe omgeving worden verder geen

Crijns Rentmeesters bv

29

Bestemmingsplan ‘’t Hoekske nabij 3 Heusden’ - toelichting

beschermde soorten verwacht die op de lijsten staan van de Habitatrichtlijn of de ‘Andere soorten’, (provinciaal beschermde soorten) door het ontbreken van geschikt leefgebied. Het plangebied biedt uitsluitend leefgebied voor een aantal landzoogdieren waarvoor een vrijstelling geldt bij ruimtelijke ontwikkeling. Hiervoor geldt de algemene zorgplicht. Negatieve effecten zijn niet aan de orde. Vrijgestelde soorten Er worden enkele soorten verwacht uit deze categorie die gebruik maken van het plangebied zoals konijn, egel, bruine kikker, gewone pad en enkele algemene muizensoorten. Voor deze soorten geldt wel vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling, maar de algemene zorgplicht is altijd van kracht. Artikel 1.11 van de Wnb stelt dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. De zorg houdt in ieder geval in dat een ieder die weet of kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor flora of fauna kunnen worden veroorzaakt, verplicht is alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd om zodoende die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.

De zorgplicht geldt altijd, en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er ontheffing of vrijstelling is verleend. 5.5.2.4

Conclusie

De herontwikkeling leidt niet tot aantasting van flora en fauna waarden.

5.6

Geluid

5.6.1 Beleidskader 5.6.1.1 Wegverkeerslawaai De Wet geluidhinder biedt geluidsgevoelige bestemmingen bescherming tegen geluidhinder van wegverkeerslawaai bij de aanleg/wijziging van wegen of bij de bouw van woningen in de buurt van wegen. De reikwijdte van de wet is beperkt tot een geluidszone langs wegen. 5.6.1.2 Industrielawaai Zonering van industrielawaai in het kader van de Wet geluidhinder is het ruimtelijk scheiden van industrieterreinen waarop (grote) lawaaimakers zijn gevestigd enerzijds en woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen anderzijds. Met zonering wordt beoogd rechtszekerheid te bieden aan zowel bedrijven als aan bewoners/gebruikers van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen.

5.6.2 Toets 5.6.2.1 Wegverkeerslawaai Door Tritium Advies is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Dit onderzoek met datum 22 oktober en projectnummer 2107/246/SH-01, versie B behoort als bijlage bij deze toelichting. De conclusies uit dit onderzoek zijn hierna opgenomen.

Crijns Rentmeesters bv

30

Bestemmingsplan ‘’t Hoekske nabij 3 Heusden’ - toelichting

“Voor wegverkeerslawaai is het plan gelegen binnen de geluidzone van het gedeelte van de weg ’t Hoekske met een snelheidsregime van 60 km/uur. Het plan is tevens gelegen in de nabijheid van de 30 km/uur weg Aangelag en het gedeelte van de weg ‘t Hoekske met een snelheidsregime van 30 km/uur. Voor het gedeelte van de weg ‘t Hoekske met een snelheidsregime van 60 km/uur geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze weg de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op geen enkele gevel van de nieuwe woningen overschrijdt. Voor het gedeelte van de weg ’t Hoekske met een snelheidsregime van 30 km/uur geldt dat de geluidbelasting op de noordgevel van de meest noordelijk gelegen patiowoning de richtwaarde van 48 dB met maximaal 2 dB overschrijdt. Voor de 30 km/uur weg Aangelag geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze weg de richtwaarde van 48 dB op een gedeelte van de rechter zijgevels van de patiowoningen met maximaal 1 dB overschrijdt. Echter kan voor 30 km/uur wegen geen hogere waarde worden verleend, aangezien deze wegen niet zoneplichtig zijn. Derhalve is een procedure hogere waarde ten gevolge van wegverkeerslawaai niet aan de orde. Ter plaatse van de noordgevel van de meest noordelijk gelegen woning is sprake van een overschrijding van de richtwaarde.

Conform de in bijlage 1 opgenomen situatietekening wordt de begane grond van de noordgevel blind uitgevoerd. Indien op de 1e verdieping eveneens sprake is van een blinde gevel wordt een aanvullend onderzoek ter bepaling van de geluidwering van deze gevel niet noodzakelijk geacht. Indien deze gevel niet geheel blind uitgevoerd wordt, wordt wel een aanvullend onderzoek naar de geluidwering van deze gevel geadviseerd. Geadviseerd wordt aan te sluiten bij voornoemde eis waarbij voor de hogere waarde de gecumuleerde geluidbelasting op de gevel kan worden aangehouden. Uit het onderzoek blijkt dat binnen het plangebied een goed woon- en leefklimaat aanwezig is in het kader van de Wet geluidhinder. 5.6.2.2 Industrielawaai Er is geen sprake van aanwezigheid of vestiging van een (grote) lawaaimaker in de omgeving van het plangebied. Dit aspect is niet van toepassing

5.7

Geur

5.7.1 Beleidskader 5.7.1.1 Inleiding Bij besluitvorming omtrent de bestemming van nieuwe voor geur gevoelige objecten dient in het kader van het aspect geur antwoord gegeven te worden op de vragen: -

is ter plaatse een goed woon- en verblijfklimaat gegarandeerd?

-

wordt niet iemand onevenredig in zijn belangen geschaad?

Crijns Rentmeesters bv

31

Bestemmingsplan ‘’t Hoekske nabij 3 Heusden’ - toelichting

5.7.1.2 Activiteitenbesluit Veel veehouderijen vallen in hun geheel onder het Activiteitenbesluit. De Wet geurhinder en veehouderij en de Wet ammoniak en veehouderij zijn voor deze bedrijven niet van toepassing. De eisen uit de wetten zijn wel als voorschriften opgenomen in het Activiteitenbesluit. 5.7.1.3 Wet geurhinder en veehouderij De Wet geurhinder en veehouderij vormt het toetsingskader voor de vergunningverlening voor geurhinder vanwege dierverblijven van veehouderijen. Deze wet geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object. De Wet geurhinder en veehouderij wordt voornamelijk gebruikt om de geurbelasting veroorzaakt door veehouderijen te beoordelen bij de vergunningverlening. Indirect heeft de wet consequenties voor de totstandkoming van geurgevoelige objecten. Die doorwerking van de geurregelgeving naar de ruimtelijke ordening wordt de ‘omgekeerde werking’ genoemd. De geurbelasting ten gevolge van meerdere intensieve veehouderijen in de omgeving vormt de achtergrondbelasting. De achtergrondbelasting bepaalt in de meeste gevallen het woon- en leefklimaat op een locatie. In de wet is in artikel 3 lid 2 opgenomen dat indien er sprake is van herbestemming van een voormalige veehouderij, de bedrijfswoning in het kader van geur dient te worden beoordeeld als ware het nog een bedrijfswoning van deze veehouderij.

5.7.1.4 Gemeentelijk beleidskader Inleiding De gemeente Asten heeft op 5 juli 2016 de ‘Verordening geurhinder en veehouderij Asten 2016’ vastgesteld, inclusief de daarbij behorende onderbouwing de Geurgebiedsvisie. Met deze geurverordening zijn strengere geurnormen voor de intensieve veehouderij en grotere afstanden voor de melkveehouderij en nertsenfokkerij vastgelegd dan de normen in de wet. Dieren met emissiefactor Op 27 oktober 2020 heeft de gemeente Asten tevens de Wijziging ‘Verordening geurhinder en veehouderij Asten 2016’ vastgesteld, waarin tevens vaste afstanden voor melkkoeien en vrouwelijk jongvee is opgenomen, gebaseerd op de normen voor de intensieve veehouderij. In afwijking van artikel 3, lid 1 van de wet bedraagt binnen de gemeente Asten de maximale waarde voor geurbelasting van een veehouderij op een geurgevoelig object in:

-

Woonkernen Asten en Ommel 1,0 odour units; Buitengebied 10,0 odour units; Woonkern Heusden 0,5 odour units; Buitengebied rondom woonkern Heusden 5,0 odour units.

Dieren met vaste afstand Voor dieren waarvoor niet bij ministeriële regeling een geuremissiefactor is vastgesteld, gelden binnen de gemeente Asten andere minimaal aan te houden afstanden, gebaseerd op dieraantallen. Het plangebied is gelegen binnen de woonkern van Heusden.

Crijns Rentmeesters bv

32

Bestemmingsplan ‘’t Hoekske nabij 3 Heusden’ - toelichting

5.7.1.5 Woon- en leefklimaat Inleiding De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State eerder overwogen in haar uitspraak van 7 oktober 2019 dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat op het moment dat wordt voldaan aan de in de artikel 2.73 lid 2 van de Interim omgevingsverordening van de Provincie NoordBrabant bedoelde cumulatieve achtergrondgeurbelasting van 12% geurgehinderden binnen de bebouwde kom in een concentratiegebied. Dit komt overeen met een achtergrondgeurbelasting van 10 ouE/m³ en een voorgrondgeurbelasting van 5,0 ouE/m³ (opgenomen in tabel B in bijlage 6 bij de handreiking bij de Wet geurhinder en veehouderij). Voorgrondbelasting Met de voorgrondbelasting wordt de geurbelasting van een individuele veehouderij bedoeld en wel van die veehouderij welke de meeste geur op het geurgevoelige object veroorzaakt, hetzij omdat het een grote veehouderij betreft, hetzij omdat de veehouderij dichtst bij het geurgevoelige object is gelegen. De voorgrondbelasting bepaalt het woon- en leefklimaat als deze voorgrondbelasting tenminste de helft van de waarde van de achtergrondbelasting bedraagt. Achtergrondbelasting Onder de achtergrondbelasting wordt de geurbelasting als gevolg van de veelheid aan veehouderijen in de omgeving van een geurgevoelig object verstaan. De achtergrondbelasting is een maat voor het leefklimaat.

Er dient een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te zijn. 5.7.1.7 Belangen veehouderij en derden Als gevolg van een ontwikkeling mogen omliggende veehouderijbedrijven niet onevenredig in hun belangen worden geschaad. Deze belangen bestaan uit de voortzetting van de bestaande bedrijfsactiviteiten en indien concrete uitbreidingsplannen aanwezig zijn, de realisatie van deze plannen.

5.7.2 Toets 5.7.2.1 Voorgrondbelasting De meest dicht bij het plangebied gelegen veehouderij is gelegen op een afstand van circa 300 meter ten westen van het plangebied. Navolgende figuur geeft een beeld van de veehouderijen in de omgeving van het plangebied die het dichtstbij gelegen zijn (Antoniusstraat 45 en Bosweg 3), dan wel het grootst zijn (Waardjesweg 88). Hierna is de toets van de voorgrondbelasting van deze bedrijven opgenomen. De berekeningen zijn gemaakt met V-Stacks Vergunning 2020. Voor deze berekeningen is worst case uitgegaan van projectie van de emissie van de hoek van het bouwvlak van de veehouderijen tot de hoeken van de bouwvlakken van de beoogde woningen.

Crijns Rentmeesters bv

33

Bestemmingsplan ‘’t Hoekske nabij 3 Heusden’ - toelichting

Tabel 1: Voorgrondbelasting berekening worst-case Bosweg 3 ten opzichte van het plangebied

Tabel 2: Voorgrondbelasting berekening worst-case Antoniusstraat 45 ten opzichte van het plangebied

Tabel 3: Voorgrondbelasting berekening worst-case Waardjesweg 88 ten opzichte van het plangebied

5.7.2.2 Achtergrondbelasting De achtergrondbelasting wordt jaarlijks door de Omgevingsdienst inzichtelijk gemaakt op digitaal kaartmateriaal. Hierna is een uitsnede weergegeven van de kaart met de indicatieve achtergrondbelasting voor het plangebied en de omgeving hiervan.

Crijns Rentmeesters bv

34

Bestemmingsplan ‘’t Hoekske nabij 3 Heusden’ - toelichting

Plangebied

Figuur 12: Indicatieve achtergrondbelasting geur waarop de ligging van het plangebied is aangeduid

Binnen het plangebied is sprake van een achtergrondbelasting van 7-13 oue/m³, waarmee sprake is van een ‘redelijk goed’ woon- en leefklimaat. Dit woon- en leefklimaat is acceptabel. Toets dieren met vaste afstand In artikel 4 van de gemeentelijke verordening geurhinder en veehouderij 2021 van de Gemeente Asten is opgenomen welke vaste gehanteerd dienen te worden bij het houden van dieren met een vaste afstand in relatie tot de omvang van het bedrijf. Uit navolgende tabel blijkt dat de melkveehouderijen in de omgeving niet leiden tot een belemmering voor woningbouw binnen het plangebied.

Locaties melkveehouderijen

Vergunde aantal melkkoeien +

Afstand op basis

Daadwerkelijke

aantal jongvee

van verordening

afstand

Toets afstand

afgerond

op tientallen Heesakkerweg 1

90 melkkoeien

100 meter

1.630 meter

Voldoet

Waardjesweg 54

40 melkkoeien

100 meter

1.540 meter

Voldoet

Waardjesweg 84

65 melkkoeien + 42 jongvee

100 meter

710 meter

voldoet

Voortje Heusden 6

289 melkkoeien + 55 jongvee

649 meter

790 meter

Voldoet

Voorste Heuden 8

136 jongvee

100 meter

890 meter

Voldoet

Bluijssens Broekdijk 13

308 melkkoeien + 241 jongvee

776 meter

1.820 meter

Voldoet

Bluijssens Broekdijk 14

180 melkkoeien

100 meter

1.690 meter

Voldoet

Meijelseweg 33

10 melkkoeien

100 meter

1.510 meter

Voldoet

Slobeendweg 5

368 melkkoeien

649 meter

950 meter

Voldoet

Sengersbroekweg 2

43 melkoeien + 37 meter

100 meter

1.360 meter

Voldoet

Figuur 13: Toets dieraantallen en vaste afstanden ten opzichte van het plangebied

5.7.2.3 Belangenafweging Als gevolg van deze herontwikkeling mogen veehouderijbedrijven niet onevenredig in hun belangen worden geschaad. De meest dicht bij het plangebied gelegen veehouderij is gelegen op een afstand van circa 450 meter. Tussen het plangebied en de veehouderijen in de omgeving zijn reeds geurgevoelige objecten gelegen. Het plangebied is daarmee niet de belemmerende factor voor veehoude-

Crijns Rentmeesters bv

35

Bestemmingsplan ‘’t Hoekske nabij 3 Heusden’ - toelichting

rijen. Als gevolg van de beoogde herontwikkeling worden veehouderijen dan ook niet verder in de ontwikkelingsmogelijkheden belemmerd dan in de huidige situatie.

5.8

Gezondheid

5.8.1 Beleidskader 5.8.1.2 Endotoxinen De intensieve veehouderijen dragen bij aan de emissies van fijn stof in Nederland, waarvan endotoxinen onderdeel uit (kunnen) maken. Er zijn onderzoeksrapporten gepubliceerd waarin wordt aangetoond dat omwonenden rond veehouderijen gezondheidsrisico’s lopen door de blootstelling aan emissies uit veehouderijen. De ontwikkeling van een landelijk toetsingskader voor endotoxine door het Rijk, op advies van de Gezondheidsraad, is nog niet afgerond. Vooruitlopend daarop is door het Ondersteuningsteam Veehouderij en Volksgezondheid van het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht de ‘Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingskader 1.0’ opgesteld. In april 2018 is tevens de ‘Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 uitgebracht. Het uitgangspunt in de ruimtelijke ordening is dat sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en derhalve de advieswaarde van 30 EU/m³ niet wordt overschreden. In de handreiking zijn de zeven te doorlopen te toetsen stappen opgenomen. Burgemeester en wethouders van de gemeente Asten hebben op 12 september 2017 besloten om dit toetsingskader toe te passen bij de beoordeling van milieuvergunningen. Het uitgangspunt hierbij is het voorkomen van nieuwe overschrijdingen en voorkomen dat bestaande overschrijdingen groter worden.

De gemeente Asten oordeelt dat van de endotoxinen-norm ook een omgekeerde werking uitgaat. 5.8.1.3 Geitenhouderijen Uit onderzoek blijkt dat mensen die in de nabijheid van een geitenhouderij wonen, meer kans dan gemiddeld hebben op longontsteking. Totdat er meer duidelijkheid is over de oorzaak van de longontsteking en een integrale aanpak, adviseert de GGD het voorzorgsbeginsel toe te passen en terughoudend te zijn met uitbreiding of nieuwvestiging van geitenhouderijen in de buurt van gevoelige bestemmingen. Andersom geldt ook dat geadviseerd wordt terughoudend te zijn met het plaatsen van gevoelige bestemmingen in de buurt van bestaande geitenhouderijen. Dat betekent dat gemeenten wordt geadviseerd om in hun besluitvorming het risico op longontsteking mee te wegen. Op basis van de onderzoeksresultaten is het risico op longontsteking groter naarmate de afstand tot een geitenbedrijf kleiner is. Tot een afstand tot twee kilometer is er sprake van een vergroot risico. 5.8.1.4 Spuitzones en gewasbeschermingsmiddelen In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het mogelijk maken van een nieuwe gevoelige bestemming in de nabijheid van agrarische bestemmingen aandacht gevraagd voor spuitzones in verband met het risico’s voor de volksgezondheid vanwege eventuele blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen via drift.

Met de term drift wordt de hoeveelheid gewasbeschermingsmiddel bedoeld die bij het spuiten buiten het agrarisch perceel op de grond terecht kan komen en/of op hoogte door de lucht passeert. Vooral bij middelen met een hoge toxiciteit en/of voor kwetsbare groepen, zoals jonge kinderen of ouderen, kan drift risico’s voor de gezondheid inhouden.

Crijns Rentmeesters bv

36

Bestemmingsplan ‘’t Hoekske nabij 3 Heusden’ - toelichting

5.8.2 Toets 5.8.2.1 Endotoxinen De Omgevingsdienst heeft een kaart voor de gemeente Asten opgesteld waarop de indicatieve endotoxine-contouren indicatief zijn opgenomen. Het plangebied is niet gelegen in de nabijheid van een endotoxinecontour van een veehouderij. De meest dicht bij het plangebied gelegen veehouderij is gelegen op een afstand van circa 450 meter. Het aspect endotoxinen is dan ook voor deze herontwikkeling geen bezwaar. 5.8.2.2 Geitenhouderijen Op een afstand van circa 1,1 kilometer ten noorden van het plangebied is een geitenhouderij gelegen. Het betreft het bedrijf aan Polderweg 53 met navolgende vergunning:

Tabel 4: Vergunde dieraantallen Polderweg 53 (BVB-Brabant)

Windrichting en windsterkte spelen een voorname rol bij de verspreiding van fijnstof (inclusief endotoxinen, ammoniak en micro-organismen) en geur. Omdat de overwegende windrichting in Nederland uit het zuidwesten komt zal de verspreiding van geur en fijnstof vanaf de veehouderij zich doorgaans verplaatsen uit de richting van het plangebied. De aanwezigheid van vegetatie, gebouwen en andere structuren is een belangrijke factor voor de verspreiding van stoffen in de atmosfeer. Een ruw oppervlak veroorzaakt afremming van de wind aan de grond, waardoor een zekere mate van turbulentie wordt gegenereerd en zich een hoogteafhankelijk windprofiel instelt. Het plangebied is op een afstand van 1,1 km van het bedrijf gelegen. Op de tussengelegen gronden zijn in een stedelijke setting bebouwing en vegetatie aanwezig. Dit betekent dat er sprake is van een bepaalde terreinruwheid waarmee het direct inwaaien van fijnstof of endotoxinen wordt voorkomen. De beoogde nieuwe woningen worden niet dichter tot de geitenhouderij georiënteerd dan bestaande woningen. Daarnaast worden de nieuwe woningen niet gebruikt door ‘meer kwetsbare personen’ op het vlak van gezondheidsredenen. Vanwege de huidige regelgeving omtrent geitenhouderijen zal het woon- en leefklimaat in de toekomstige situatie niet verslechteren en in de toekomst enkel verbeteren.

Gelet op voornoemde aspecten is het toevoegen van een beperkt volume woningbouw aanvaardbaar in het kader van gezondheid en veehouderijen. 5.8.2.3 Spuitzones en gewasbeschermingsmiddelen Het plangebied is gelegen binnen een bestaande woonwijk. In de omgeving zijn geen gronden gelegen waar gebruik gemaakt wordt van gewasbeschermingsmiddelen. Dit aspect vormt dan ook geen bezwaar voor de beoogde woningbouw.

Crijns Rentmeesters bv

37

Bestemmingsplan ‘’t Hoekske nabij 3 Heusden’ - toelichting

5.9

Bedrijven en milieuzonering

5.9.1 Beleidskader Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzoneringen van bestaande en toekomstige bedrijven om zodoende de kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde Lijst van Bedrijfsactiviteiten uit de handreiking “Bedrijven en Milieuzonering”. De (indicatieve) lijst ‘Bedrijven en Milieuzonering’ geeft de richtafstanden weer voor milieubelastende activiteiten. In de lijst worden richtafstanden gegeven voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden gelden tussen de grens van de bestemming en de uiterste grens van de gevel van een woning die planologisch mogelijk is. De richtafstanden zijn afgestemd op twee omgevingstypen: ‘rustige woonwijk’ en ‘gemengd gebied’. Het plangebied is gelegen binnen de bebouwde kom en de omgeving valt aan te merken al ‘rustige woonwijk’.

5.9.2 Toets 5.9.2.1 Bedrijven in de omgeving van het plangebied Antoniusstraat 34 Aan Antoniusstraat 34 is een grondverzetbedrijf gevestigd. Dit bedrijf valt maximaal binnen de milieucategorie 3.2. Voor bedrijven binnen de milieucategorie 3.2 dient een afstand aangehouden te worden van ten minste 100 meter tot een gevoelig object. Met een afstand van ruim 200 meter van het bedrijf tot het plangebied wordt hieraan ruim voldaan. Heikamperweg 20 Op een afstand van circa 170 meter ten oosten van het plangebied is een installatiebedrijf voor de glastuinbouw gevestigd. Dit bedrijf valt binnen de milieucategorie 3.2, waarvoor een richtafstand geldt van 100 meter tot een gevoelig object. Aan deze afstand wordt ruim voldaan. 5.9.2.2 Bedrijven binnen het plangebied Er is geen sprake van de vestiging van bedrijven binnen het plangebied. Dit aspect is niet van toepassing.

5.10 Externe veiligheid 5.10.1 Beleidskader 5.10.1.1 Inleiding Het externe veiligheidsbeleid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s en effecten van calamiteiten alsmede het bevorderen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten (bedrijven en transport) met gevaarlijke stoffen. In de volgende landelijke wetten, besluiten en regelingen zijn normen opgenomen waaraan een nieuwe planologische ontwikkeling moet worden getoetst: 

Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en bijbehorende regeling (Revi);

Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations;

Crijns Rentmeesters bv

38

Bestemmingsplan ‘’t Hoekske nabij 3 Heusden’ - toelichting

Circulaire effectafstanden externe veiligheid LNG-tankstations;

Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en bijbehorende regeling (Revb);

Structuurvisie buisleidingen;

Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en Regeling basisnet;

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en bijbehorende regeling (Rarro).

De aanwezige risico’s zijn afhankelijk van het brontype. De relevante typen zijn: bedrijven, vervoer van gevaarlijke stoffen (per spoor, over de weg, het water), hoogspanningslijnen; en ondergrondse (gas)leidingen (c.q. buisleidingen). 5.10.1.2 Risico-contouren Ten aanzien van externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in: 1.

Plaatsgebonden Risico (PR): Dit is een maat voor de kans dat iemand dodelijk wordt getroffen door een calamiteit met een gevaarlijke stof. De gestelde norm is een ten minste in acht te nemen grenswaarde (PR 10-6/jr) die niet mag worden overschreden ten aanzien van kwetsbare objecten, alsmede een zoveel mogelijk te bereiken richtwaarde (PR 10-6/jr) ten aanzien van beperkt kwetsbare objecten;

2.

Groepsrisico (GR): Dit is een maat voor de kans dat een grotere groep tegelijkertijd dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met gevaarlijke stoffen. De gestelde norm is een orienterende waarde waarvan gemotiveerd mag worden afgeweken.

5.10.1.3 Verantwoordingsplicht groepsrisico Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico’s binnen het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag (veelal de gemeente). Door de verantwoordingsplicht worden gemeenten gedwongen het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het 'restrisico' dat overblijft nadat benodigde de veiligheidsverhogende maatregelen genomen zijn. 5.10.1.4 Overige wet- en regelgeving Tot slot wordt in het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening ‘ (art. 3.1 Wro) kan onder andere worden getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit het Activiteitenbesluit, Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en effectafstanden uit de ‘Circulaire effectafstanden LPGtankstations’.

5.10.2 Toets 5.10.2.1 Risicovolle inrichtingen Het plangebied is op de risicokaart van de provincie Noord-Brabant niet aangewezen als gelegen in een risicogebied van een bedrijf met betrekking tot externe veiligheid. Het meest dicht bij gelegen risico-object bevindt zich op een afstand van ruim 700 meter ten zuiden van het plangebied. Op zodanig grote afstand kan beïnvloeding normaliter niet plaatsvinden.

Crijns Rentmeesters bv

39

Bestemmingsplan ‘’t Hoekske nabij 3 Heusden’ - toelichting

5.10.2.2 Transport Spoor Op het grondgebied van de gemeente Asten bevindt zich geen spoortracé. Dit aspect is niet van toepassing. Weg Het transport van gevaarlijke stoffen moet primair via het hoofdwegennet plaatsvinden. Woonkernen moeten hierbij vermeden worden. De grotere doorgaande wegen in de gemeente waarover dergelijke transporten zullen plaatsvinden zijn de provinciale wegen N266, N277 en de N279 en de Rijksweg A67. Het plangebied is niet gelegen binnen de risicogebieden van de N266, N277 en de N279. Voor de A67 geldt een invloedsgebied van 4 kilometer. Met een afstand van circa 3.800 meter tussen plangebied en A67, is het plangebied formeel gelegen binnen het invloedsgebied van deze weg. Er dient dan ook een beperkte verantwoording van het groepsrisico plaats te vinden. Hiervoor kan het standaardadvies van de Veiligheidsregio gebruikt worden. Water Op het grondgebied van de gemeente Asten bevindt zich geen waterwegverbinding waarover gevaarlijke stoffen vervoerd worden. Dit aspect is dus niet van toepassing. Buisleidingen De meest dicht bij het plangebied gelegen buisleiding betreft een gasleiding, op een afstand van ruim 1,5 kilometer ten westen van het plangebied. Op dusdanig grote afstand kan beïnvloeding normaliter niet plaatsvinden.

Hoogspanningslijnen Op een afstand van eveneens ruim 1,2 kilometer meter ten westen van het plangebied is een hoogspanningslijn gesitueerd. Op dusdanig grote afstand kan worden gesteld dat interactie evenmin kan plaatshebben. 5.10.2.3 Verantwoording groepsrisico Inleiding Omdat het plangebied binnen het invloedsgebied van de A67 ligt, dient er op grond van artikel 7 van het Bevt een beperkte verantwoording van het groepsrisico gegeven te worden. De veiligheidsregio heeft een standaardadvies ontwikkeld dat toegepast kan worden aan bepaalde afwegingscriteria, het gaat dan bijvoorbeeld om de afstand en de aard van de ontwikkeling. In dit geval is het plan niet bestemd voor zeer kwetsbare personen, ligt de Rijksweg op een afstand van circa 3.800 meter tot het plangebied en is de toename van personen in het gebied door dit plan minder dan 50 personen. Derhalve kan het standaardadvies van de Veiligheidsregio overgenomen worden. Dit advies is hierna opgenomen. Communicatie Communiceer actief met de omwonenden in het plangebied over de risico’s van de gevaarlijke stoffen. Geef daarbij aan wat omwonenden moeten doen bij een incident, namelijk vluchten van risico-

Crijns Rentmeesters bv

40

Bestemmingsplan ‘’t Hoekske nabij 3 Heusden’ - toelichting

bron af. Dit bevordert de zelfredzaamheid van omwonenden. Dit advies geldt ook voor bedrijfshulpverleningsorganisaties. Bereikbaarheid en bluswatervoorziening Pas de beleidsregels bereikbaarheid en bluswatervoorziening van VRBZO toe. Wanneer een beoogde oplossing aan de beleidsregels voldoet, kunt u ervan uitgaan dat een goede bereikbaarheid voor de hulpdiensten en een adequate bluswatervoorziening gerealiseerd wordt. Zelfredzaamheid Tevens kan worden gesteld dat de bouw van de woningen de zelfredzaamheid van de aanwezige personen niet verkleint. De nieuw te realiseren woningen beperken geen ontvluchtingsmogelijkheden en de personen in de woning kunnen als zelfredzaam worden beschouwd.

5.11 Luchtkwaliteit 5.11.1 Beleidskader 5.11.1.1 Inleiding Het beleid om tot een goede luchtkwaliteit te komen volgt twee sporen: beperken van de uitstoot van schadelijke stoffen en; voorkomen dat mensen langdurig worden blootgesteld aan verontreiniging. 5.11.1.2 Uitstoot van schadelijke stoffen De borging van de luchtkwaliteit vindt onder andere plaats middels een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma. Binnen dit programma werken het Rijk, de provincies en gemeenten samen om de Europese eisen voor luchtkwaliteit te realiseren. De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate’ bijdragen aan de luchtverontreiniging als de 3% grens niet wordt overschreden. In de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen’ wordt aangeven op welke manier snel kan worden vastgesteld of de bijdrage van een nieuwbouwproject op de luchtkwaliteit valt onder de term ‘niet in betekenende mate’. De regeling geeft een harde omschrijving van het aantal gevallen. 5.11.1.3 Blootstelling aan verontreiniging In de Wet milieubeheer is de Europese richtlijn luchtkwaliteit geïmplementeerd. Het doel van de wet is mensen te beschermen tegen risico’s van luchtverontreiniging.

De richtlijn geeft de volgende grenswaarden voor fijn stof:

-

de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM10 is 40 µg/m³. de grenswaarde daggemiddelde concentratie van PM10 is 50 µg/m³. De concentratie fijn stof mag maximaal 35 dagen per kalenderjaar hoger zijn dan deze waarde.

-

de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM2,5 is 25 µg/m³.

De Europese richtlijn luchtkwaliteit geeft de volgende grenswaarde voor stikstofdioxide:

-

de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van NO2 is 40 µg/m³.

Crijns Rentmeesters bv

41

Bestemmingsplan ‘’t Hoekske nabij 3 Heusden’ - toelichting

5.11.2 Toets 5.11.2.1 Uitstoot schadelijke stoffen Deze herontwikkeling valt binnen het begrip NIBM. Er worden negen woningen gerealiseerd binnen het plangebied. 5.11.2.2 Blootstelling aan verontreiniging Fijn stof Navolgende figuren geven de jaargemiddelde concentratie van PM10 en PM2,5 binnen het plangebied en de directe omgeving weer.

Plangebied Figuur 14: Fijn stof PM10 (Bron: RIVM)

Plangebied

Figuur 15: Fijn stof PM2,5 (Bron: RIVM)

Binnen het plangebied is sprake van jaargemiddelde concentratie PM10 van 19-21 µg/m³. De jaargemiddelde concentratie PM2,5 bedraagt 11-12 µg/m³. De luchtkwaliteit is hiermee acceptabel is. De beoogde herontwikkeling is in het kader van blootstelling aan luchtverontreiniging als gevolg van fijn stof geen bezwaar. Stikstof Navolgende figuur geeft de jaargemiddelde concentratie van NO2 binnen het plangebied en directe omgeving weer.

Crijns Rentmeesters bv

42

Bestemmingsplan ‘’t Hoekske nabij 3 Heusden’ - toelichting

Plangebied

Figuur 16: Stikstofdioxide (Bron: RIVM)

Binnen het plangebied is sprake van jaargemiddelde concentratie NO2 van 16-18 µg/m³. De beoogde ontwikkeling is in het kader van de blootstelling aan luchtverontreiniging als gevolg van stikstofdioxide geen bezwaar.

5.12 Verkeer en parkeren 5.12.1 Verkeer 5.12.1.1 Beleidskader Voor wat betreft verkeersaspecten is het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoersplan (GVVP) en de Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom (ASVV 2012) van toepassing. Wegen moeten toegankelijk zijn voor de vuilniswagen en brandweerwagen. Hiervoor geldt een doorruimbreedte van 3,5 meter. Doodlopende wegen moeten voorzien zijn van draaicirkels. Deze eisen vloeien voort uit het beleidsstuk ‘Blusvoorziening en bereikbaarheid’ van Brandweer Nederland. 5.12.1.2 Toets Met de invulling van het plangebied wordt een ontsluiting gerealiseerd die voldoet aan de regels uit het Gemeentelijk Verkeer en Vervoersplan. Het plangebied wordt ontsloten aan Aangelag. Deze weg heeft een breedte van vier meter en wordt een eenrichtingsweg. Met deze herbestemming worden negen woningen gerealiseerd. Deze ontwikkeling leidt tot een toename in autoverkeersbewegingen. De woningen worden gerealiseerd in een woonwijk. Deze toename is niet significant. De extra autobewegingen gaan op in het heersende verkeersbeeld.

5.12.3 Parkeren 5.13.3.1 Beleidskader Voor verkeer en parkeren zijn de Nota Parkeernormen 2016 van de gemeente Asten en de ASVV maatgevend. De gemeente Asten streeft ernaar om de parkeervraag zoveel mogelijk op eigen terrein op te vangen. In de Nota Parkeernormen 2016 is een onderscheid gemaakt tussen parkeren in het centrum van Asten, zoals gedefinieerd in de Nota Parkeernormen 2016, en de rest van de bebouwde kom van Asten en de bebouwde kom van Heusden en Ommel. Het plangebied ligt in de bebouwde kom van Heusden.

Crijns Rentmeesters bv

43

Bestemmingsplan ‘’t Hoekske nabij 3 Heusden’ - toelichting

In de Nota Parkeernormen 2016 zijn normen voor het realiseren van parkeerplaatsen bij realisatie van woningen binnen de gemeente Asten opgenomen. Dit betreft de navolgende parkeerplaatsen: 

Per patiowoning dienen twee parkeerplaatsen te worden gerealiseerd. Dit betekent voor drie patio woningen dat er zes parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd.

Voor de starterswoningen, waaronder drie sociale huurwoningen geldt een norm van (3 x twee parkeerplaatsen en 3 x 1,6 parkeerplaatsen van) 10,8 dus 11 parkeerplaatsen.

In totaal zijn binnen het plangebied 17 parkeerplaatsen benodigd. 5.13.3.2 Toets Met de beoogde woningbouw wordt zo veel als mogelijk geparkeerd op eigen terrein. Bij de levensloopbestendige woningen kan worden voorzien in twee parkeerplaatsen per wooneenheid, waarmee reeds wordt voorzien in zes parkeerplekken op eigen terrein. Binnen het plangebied wordt daarnaast ook nog voorzien in extra parkeervoorzieningen in de openbare ruimte. Er wordt voorzien in 12 parkeerplekken in de openbare ruimte. Daarmee worden in totaal 18 parkeerplaatsen gerealiseerd. Voorzien wordt in haakse- en langsparkeervakken. Op grond van de Nota parkeernormen dienen haakse parkeervakken een minimale afmeting te hebben van 5,0 x 2,5 meter en langsparkeervakken 6,0 x 2,0 meter. Deze parkeervakken moeten zodanig gesitueerd zijn dat er voldoende manoeuvreerruimte is. Hieraan wordt voldaan binnen het plangebied.

5.12 Besluit m.e.r. 5.12.1 Beleidskader 5.12.1.1 Inleiding De Nederlandse regelgeving voor de milieueffectrapportage (“m.e.r.“) is opgenomen in de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden beoordeeld of een milieueffectrapport (MER) moet worden opgesteld. Er dient in ieder geval een MER te worden opgesteld indien een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Daarnaast zijn in de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage drempelwaarden opgenomen voor ontwikkelingen. Wanneer een ontwikkeling groter is dan de genoemde drempelwaarde dient een MER te worden opgesteld. Op grond van een uitspraak van het Europese Hof en het daarop aangepaste Besluit milieueffectrapportage geldt dat de omvang van het project niet het enige criterium mag zijn om te bepalen of een MER nodig is. Ook als een project onder de drempelwaarde uit lijst C en D zoals opgenomen in de bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage zit, kan een project nadelige gevolgen voor het milieu hebben. Wanneer een project beneden de drempelwaarde ligt zoals opgenomen in het Besluit m.e.r. dient een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaats te vinden.

5.12.1.2 Drempelwaarden Op grond van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage dient een MER te worden opgesteld bij de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen met een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied met 2.000 of meer woningen dan wel de realisatie van een bedrijfsvloeroppervlakte met een omvang van meer dan 200.000 m².

Crijns Rentmeesters bv

44

Bestemmingsplan ‘’t Hoekske nabij 3 Heusden’ - toelichting

5.12.1.3 Vorm-vrije m.e.r.-beoordeling Op basis van de criteria die genoemd in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling dient bij een ontwikkeling een vormvrije m.e.r.- beoordeling worden uitgevoerd indien de drempelwaarde zoals genoemd in de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage niet wordt overschreden en er desondanks sprake is van een stedelijke ontwikkeling.

5.12.2 Toets Binnen het plangebied worden 9 woningen gerealiseerd binnen stedelijk gebied. Indien er sprake is van een stedelijke ontwikkeling dient een mer-beoordelingsnotitie te worden opgesteld. Of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject (of de wijziging daarvan) hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Onder andere de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling spelen daarbij een rol. Of de ontwikkeling per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kan hebben, is daarbij niet relevant. Uit jurisprudentie blijkt dat naar het oordeel van de Afdeling geen sprake is van een stedelijke ontwikkelingsproject bij realisatie tot 12 woningen binnen stedelijk gebied. Daarbij is tevens van belang dat het ruimtebeslag van de voorziene bebouwing beperkt is.

Crijns Rentmeesters bv

45

Bestemmingsplan ‘’t Hoekske nabij 3 Heusden’ - toelichting

6. JURIDISCHE VORMGEVING 6.1

Inleiding

Een bestemmingsplan is een planologische regeling die zowel de burger als de overheid rechtstreeks bindt. De regels en verbeelding dienen als één geheel te worden beschouwd en kunnen niet los van elkaar worden gezien. De toelichting op de regels en verbeelding is niet juridisch bindend, maar biedt wel inzicht in de belangenafweging die tot de aanwijzing van bestemmingen heeft geleid. Bovendien draagt de toelichting bij aan de planinterpretatie.

6.2

Toelichting op de verbeelding

De verbeelding heeft een belangrijke rol bij het bepalen van de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden in het plangebied. Daartoe zijn op de verbeelding onder meer bestemmingsvlakken, functieaanduidingen en bouwvlakken opgenomen. De verbeelding bestaat uit een planverbeelding, getekend op een digitale kadastrale ondergrond. De bestemmingen ‘Wonen’, ‘Groen’ en ‘Verkeer’ zijn opgenomen. Op de verbeelding is een plangrens en zijn bouwvlakken opgenomen. Binnen de bouwvlakken is het maximaal aantal wooneenheden per bouwvlak aangeduid. Tevens zijn de navolgende bouwaanduidingen opgenomen:‘aaneengebouwd’, ‘bijgebouwen’ en ‘specifieke bouwaanduiding – patiowoning’.

6.3

Algemene toelichting op de regels

De opbouw van de regels is gelijk aan Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012. De opbouw is als volgt: -

Betekenisafspraken (Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen);

-

De gebruiks- en bouwregels per bestemming (Hoofdstuk 2 Bestemmingen);

-

Algemene regels (Hoofdstuk 3 Aanvullende regels);

-

Overige regels (Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels).

Een bestemmingsartikel kan uit de volgende leden in deze volgorde worden opgebouwd: -

Bestemmingsomschrijving;

-

Bouwregels;

-

Nadere eisen;

-

Specifieke gebruiksregels;

-

Afwijking van de gebruiksregels;

-

Omgevingsvergunning voor het aanleggen.

De specifieke afwijkingsbevoegdheden en wijzigingsbevoegdheden zijn zoveel mogelijk per bestemming opgenomen. Hierdoor wordt direct per bestemming inzicht geboden in de eventuele afwijkingsmogelijkheden en de toegankelijkheid van het bestemmingsplan bevorderd. Met betrekking tot de regels is aangesloten bij het vigerende bestemmingsplan voor de kom van Heusden.

Crijns Rentmeesters bv

46

Bestemmingsplan ‘’t Hoekske nabij 3 Heusden’ - toelichting

6.4

Toelichting op de bestemmingen

6.4.1 Groen De voor ‘Groen’ bestemde gronden zijn bestemd voor groene inpassing en water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Binnen deze bestemming is geen bebouwing toegestaan.

6.4.2 Verkeer De voor ‘Verkeer’ aangewezen gronden zijn bestemd voor verkeer en parkeren en bijbehorende voorzieningen.

6.4.3 Wonen De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen, tuinen en erven, groenvoorzieningen, water- en waterhuiskundige voorzieningen. In de regels zijn bouwregels opgenomen voor de beoogde gebouwen binnen het plangebied. Binnen de op de verbeelding opgenomen bouwvlakken zijn de maximaal aantal te realiseren wooneenheden per bouwvlak opgenomen en is aangeduid welk woningbouwtype gerealiseerd wordt. Voor de aaneengebouwde woningen is tevens een vlak opgenomen waarbinnen bijgebouwen gerealiseerd kunnen worden.

Crijns Rentmeesters bv

47

Bestemmingsplan ‘’t Hoekske nabij 3 Heusden’ - toelichting

7. UITVOERBAARHEID 7.1

Economische uitvoerbaarheid

Op 1 juli 2008 is samen met de Wet ruimtelijke ordening (Wro) de Grondexploitatiewet (Grexwet) in werking getreden. In deze Grexwet is bepaald dat een gemeente bij het vaststellen van een planologische maatregel, die mogelijkheden biedt voor de bouw van één of meer hoofdgebouwen, verplicht is maatregelen te nemen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan. De gemeente Asten zal in het kader van het bepaalde in de Grexwet daarom alle door de gemeente te maken kosten verhalen op de initiatiefnemer. De initiatiefnemer sluit derhalve met de gemeente Asten een anterieure overeenkomst. Op deze wijze is de financiële haalbaarheid van het plan gegarandeerd.

7.2

Omgevingsdialoog

Ten behoeve van de beoogde herontwikkeling zal initiatiefnemer een omgevingsdialoog voeren alvorens de procedure formeel wordt gestart.

Crijns Rentmeesters bv

48

Ruimtelijke onderbouwing ‘Ommelshof te Asten’ - Bijlagen

8. PROCEDURE BESTEMMINGSPLAN 8.1 Procedure De bestemmingsplanprocedure conform de Wet ruimtelijke ordening wordt beschreven in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. In de Wet ruimtelijke ordening zijn hierop nog enkele wijzigingen beschreven. Samengevat is de bestemmingsplanprocedure als volgt: -

het ontwerpbestemmingsplan ligt gedurende 6 weken ter inzage;

-

gedurende deze periode kan een ieder schriftelijke of mondelinge zienswijzen naar voren brengen aan de gemeenteraad;

-

binnen twaalf weken na de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan stelt de gemeenteraad het bestemmingsplan vast;

-

de vaststelling van het bestemmingsplan dient binnen twee weken na de vaststelling bekend gemaakt te worden behoudens de hieronder genoemde uitzonderingen; o Gedeputeerde Staten hebben een zienswijze ingediend en deze zienswijze is niet of niet volledige door de gemeenteraad meegenomen in het vastgestelde bestemmingsplan. o De gemeenteraad heeft bij de vaststelling van het bestemmingsplan ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan - met uitzondering van het overnemen van de zienswijzen van Gedeputeerde Staten wijzigingen aangebracht.

Is één van bovenstaande twee gevallen aan de orde, dan mag het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan pas bekend worden gemaakt nadat zes weken zijn verstreken. Het bestemmingsplan wordt dan voor zes weken ter inzage gelegd waartegen beroep kan worden ingesteld.

8.2 Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening geeft aan dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan burgemeester en wethouders overleggen met het bestuur van de bij het plan betrokken waterschap. Waar nodig plegen zij tevens overleg met besturen van andere gemeenten, met de provincie en met eventuele andere diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Dit bestemmingsplan wordt in het kader van het wettelijk vooroverleg voorgelegd aan de Provincie Noord-Brabant en waterschap Aa en Maas.

8.3 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan is gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode is één zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen heeft niet geleid tot aanpassing van het bestemmingsplan. De nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. In deze nota is de inhoud van de zienswijze en de zienswijzenbeantwoording opgenomen.

Crijns Rentmeesters bv

Crijns Rentmeesters BV Witvrouwenbergweg 12 5711 CN Someren

BESTEMMINGSPLAN ’T HOEKSKE NABIJ 3 HEUSDEN

T: 0493 – 47 17 77 E: info@crijns-rentmeesters.nl I: www.crijns-rentmeesters.nl

REGELS NL.IMRO.0473.BP02022007-VS01

Crijns Rentmeesters bv 23 mei 2023

Opdrachtgever

’t Hoekske nabij 3 Heusden’ - regels

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1

INLEIDENDE REGELS ........................................................................... 4

Artikel 1

Begrippen ....................................................................................................................... 4

Artikel 2

Wijze van meten .......................................................................................................... 11

HOOFDSTUK 2

BESTEMMINGSPLANREGELS ........................................................... 13

Artikel 3

Groen ............................................................................................................................ 13

3.1

Bestemmingsomschrijving ................................................................................................ 13

3.2

Bouwregels........................................................................................................................ 13

3.3

Nadere eisen ..................................................................................................................... 13

3.4

Afwijken van de bouwregels .............................................................................................. 13

3.5

Specifieke gebruiksregels ................................................................................................. 13

Artikel 4

Verkeer ......................................................................................................................... 15

4.1

Bestemmingsomschrijving ................................................................................................ 15

4.2

Bouwregels........................................................................................................................ 15

4.3

Nadere eisen ..................................................................................................................... 15

4.4

Afwijken van de bouwregels .............................................................................................. 15

4.5

Specifieke gebruiksregels ................................................................................................. 16

Artikel 5

Wonen .......................................................................................................................... 17

5.1

Bestemmingsomschrijving. ............................................................................................... 17

5.2

Bouwregels........................................................................................................................ 17

5.3

Nadere eisen ..................................................................................................................... 18

5.4

Afwijken van de bouwregels .............................................................................................. 18

5.5

Specifieke gebruiksregels ................................................................................................. 19

5.6

Afwijken van de gebruiksregels ......................................................................................... 20

HOOFDSTUK 3

ALGEMENE REGELS .......................................................................... 22

Artikel 6

Anti-dubbeltelregel...................................................................................................... 22

Artikel 7

Algemene bouwregels ................................................................................................ 23

7.1

Ondergronds bouwen ........................................................................................................ 23

7.2

Nadere eisen ..................................................................................................................... 23

Artikel 8

Algemene gebruiksregels .......................................................................................... 24

8.1

Gebruiksverbod ................................................................................................................. 24

Crijns Rentmeesters bv

2

’t Hoekske nabij 3 Heusden’ - regels

8.2

Strijdig gebruik................................................................................................................... 24

Artikel 9

Algemene afwijkingsregels ........................................................................................ 25

9.1

Openbare nutsvoorzieningen en evenementen ................................................................ 25

9.2

Bestemmingen Groen, Verkeer en Wonen ..................................................................... 25

9.3

Voorwaarden ..................................................................................................................... 25

Artikel 10

Algemene wijzigingsregels .................................................................................... 26

10.1

Algemene regels tot wijziging........................................................................................ 26

Artikel 11

Overige regels ......................................................................................................... 27

11.1

(Wettelijke) regels ........................................................................................................ 27

11.2

Gemeentelijke regels .................................................................................................... 27

HOOFDSTUK 4

OVERGANGS- EN SLOTREGELS ....................................................... 28

Artikel 12

Overgangsrecht ....................................................................................................... 28

12.1

Overgangsrecht bouwwerken ....................................................................................... 28

12.2

Overgangsrecht gebruik ................................................................................................ 28

Artikel 13

Slotregel ................................................................................................................... 29

Bijlagen bij de regels Bijlage 1

Lijst toegesneden lijst van bedrijfstypen

Bijlage 2

Overzicht aan huis gebonden bedrijf en aan huis gebonden beroep

Crijns Rentmeesters bv

3

’t Hoekske nabij 3 Heusden’ - regels

HOOFDSTUK 1 Artikel 1

INLEIDENDE REGELS

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1

plan:

het bestemmingsplan ''t Hoekske ong. nabij 3' van de gemeente Asten. 1.2

bestemmingsplan:

de

geometrisch

bepaalde

planobjecten

als

vervat

in

het

GML-bestand

NL.IMRO.0743.BP02022007-VS01 met de bijbehorende regels. 1.3

verbeelding:

de kaart met bijbehorende verklaring, waarop de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden zijn aangewezen. 1.4

aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5

aan- en uitbouw:

gedeelte van een gebouw dat tegen het hoofdgebouw is gebouwd en daar duidelijk ondergeschikt aan is; ter verduidelijking: een aanbouw is een toevoeging van een afzonderlijke ruimte, terwijl een uitbouw een vergroting is van een bestaande ruimte. 1.6

aan huis gebonden bedrijf:

het bedrijfsmatig verlenen van diensten of het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, waarvan de aard, omvang en uitstraling zodanig zijn, dat de activiteit ter plaatse, in de woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen kan worden uitgeoefend en de desbetreffende bedrijvigheid een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie. Onder een aan huis gebonden bedrijf worden hier eveneens begrepen consument verzorgende activiteiten (in bijlage 3 is een overzicht van aan huis gebonden bedrijven opgenomen). 1.7

aan huis gebonden beroep:

een dienstverlenend beroep op artistiek of academisch/HBO niveau, dat op kleine schaal in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar functie behoudt en de desbetreffende beroepsuitoefening een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie. Hieronder wordt verstaan het beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of daarmee gelijk te stellen gebied (in bijlage 3 is een overzicht van aan huis gebonden beroepen opgenomen). 1.8

ambacht(elijk):

het bedrijfsmatig, geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen, bewerken of her-

Crijns Rentmeesters bv

4

’t Hoekske nabij 3 Heusden’ - regels

stellen en het installeren van goederen, alsook het als ondergeschikte activiteit verkopen en/of leveren van goederen die verband houden met het ambacht. 1.9

ambachtelijk bedrijf

het bedrijfsmatig, geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen, ver-/bewerken, herstellen of installeren van goederen, alsook het verkopen en/of leveren, als ondergeschikte activiteit, van goederen die ter plaatse worden vervaardigd, ver- of bewerkt, waarbij de omvang van de activiteit zodanig is, dat als deze in een woning en daarbij behorende bijgebouwen worden uitgeoefend de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd. 1.10

architectonische waarde

de aan een bouwwerk toegekende waarde in verband met de vormgeving, het materiaalgebruik en/of de detaillering. 1.11

bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.12

bedrijf:

een vorm van een organisatie van mensen en middelen met als doel het vervaardigen, bewerken, herstellen of installeren van producten of het verlenen van diensten aan andere organisaties of particulieren, zoals opgenomen in bijlage 1 bij de regels: 'toegesneden lijst van bedrijfstypen', conform de bijlage uit de brochure Bedrijven en milieuzonering of bedrijven die qua aard en milieueffecten vergelijkbaar zijn. 1.13

bedrijfsactiviteiten:

activiteiten zoals opgenomen in bijlage 1. bij de regels: 'toegesneden lijst van bedrijfstypen', conform de bijlage uit de brochure Bedrijven en milieuzonering of bedrijven die qua aard en milieueffecten vergelijkbaar zijn. 1.14

begane grond:

de eerste bouwlaag boven het peil. 1.15

bestaande bebouwing:

de bebouwing, zoals deze bestaat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan dan wel op grond van een verleende omgevingsvergunning voor het bouwen is c.q. kan worden gebouwd, tenzij in de regels anders is bepaald. 1.16

bestaand gebruik:

het gebruik van grond en opstallen, zoals dat bestond op het tijdstip dat het plan of betreffende planonderdeel rechtskracht heeft gekregen. 1.17

bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak. 1.18

bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

Crijns Rentmeesters bv

5

’t Hoekske nabij 3 Heusden’ - regels

1.19

bevoegd gezag:

bevoegd gezag als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.20

bijgebouw (aangebouwd of vrijstaand):

aan- en uitbouw dan wel vrijstaand gebouw, dat in bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op het zelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw. 1.21

bijgebouwgrens:

de grens van de aanduiding 'bijgebouwen'. 1.22

bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een standplaats. 1.23

bouwgrens:

de grens van een bouwvlak. 1.24

bouwlaag (voor woningen):

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grondlaag en met uitsluiting van onderbouw/kelder en zolder. ter verduidelijking: bij de bepaling van één bouwlaag gelden de bepalingen zoals die zijn opgenomen in het bouwbesluit en de bouwverordening. 1.25

bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar horende bebouwing is toegelaten. 1.26

bouwperceelgrens:

de grens van een bouwperceel. 1.27

bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen respectievelijk bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde zijn toegelaten. 1.28

bouwwerk:

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.29

brandgang:

een ontsluiting van woningen c.q. huizenblokken ten behoeve van de bereikbaarheid van het achtererf en de daar gelegen bijgebouwen (erfdienstbaarheid), alsmede bedoeld voor het waarborgen van de veiligheid bij calamiteiten.

Crijns Rentmeesters bv

6

’t Hoekske nabij 3 Heusden’ - regels

1.30

carport/overkapping:

een bouwwerk, geen gebouw zijnde met tenminste een dak en niet of slechts aan één zijde voorzien van een wand, bestaande wanden van overige gebouwen niet meegerekend. 1.31

coffeeshop

een horecabedrijf, waarin uitsluitend alcoholvrije dranken en eventueel kleine eetwaren worden verstrekt voor gebruik ter plaatse en waar softdrugs worden verstrekt voor gebruik ter plaatse of gebruik elders. 1.32

detailhandel:

het bedrijfsmatig te koop/huur aanbieden, waaronder begrepen het uitstallen ten verkoop/verhuur, het verkopen, verhuren en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen/huren voor gebruik, verbruik of aanwending, anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. ter verduidelijking: dienstverlening door een horeca- en een prostitutiebedrijf wordt hieronder niet begrepen. 1.33

dienstverlening:

het verrichten van diensten in een vorm die voor wat betreft ruimtelijke uitstraling vergelijkbaar is met detailhandel en waarbij een rechtstreekse relatie bestaat met het publiek zoals reisbureaus, bankinstellingen, postkantoren, verzekerings- en/of administratiekantoren, makelaarskantoren, advocatenen/of notariskantoren, uitzendbureaus, apotheken,praktijkvestigingen voor tandtechniek, kapsalons, schoonheidssalons, nagelstudio's, schoenmakerijen, kleermakerijen en video-/dvd-verhuurbedrijven, fotostudio's en hondentrimsalons. ter verduidelijking: bij de toetsing van deze regels wordt als volgt geoordeeld: dienstverlening dient te passen in een woonwijk (geen baliefunctie) en naar de omgeving gezien ondergeschikt aan de woonfunctie te zijn. 1.34

erf:

al dan niet bebouwd bouwperceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden; 1.35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=6f86d3fe-6a7d-43c8-a2dd-11c57fa1f04a