CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

RU23.01.08A Memo Bestuursrapportage ODZOB 2022.pdf

Raadscommissie Ruimte 10 januari 2023, gemeente AstenBij agendapunt: Stukken ter kennisneming aan de commissie1.415 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO AAN DE RAAD ZAAKNUMMER : 2022096981 AAN

: de gemeenteraad (commissie Ruimte)

VAN NAMENS DEZE

: college van B&W : wethouder J.P.E. Bankers

DATUM

: 23 november 2022

ONDERWERP

: Bestuursrapportage ODZOB 2022

Samenvatting Bestuursrapportage ODZOB 2022: actuele jaarprognose Jaarlijks stelt de ODZOB een bestuursrapportage op om het algemeen bestuur te informeren over de voortgang van de vastgestelde begroting. Deze bestuurlijke rapportage (Berap 2022) is op 13 oktober jongstleden in het algemeen bestuur van de ODZOB besproken en vastgesteld (inclusief de hieraan gekoppelde begrotingswijziging). Het geprognotiseerde tekort voor geheel 2022 loopt, naar huidige inzichten, op tot bijna € 2 miljoen. Dit komt voort uit de volgende ontwikkelingen: Onderdeel

Bedrag

Grip op de samenwerking (eenmalig)

€ 1.044.000

Regulieren bedrijfsvoering waarvan: -

Ziekteverzuim

€ 625.000

-

Ontwikkelingen agrarisch domein

€ 175.000

-

Inflatie (energie, externe huur)

€ 137.000

Subtotaal reguliere bedrijfsvoering

€ 937.000

Totaal

€ 1.981.000

Grip op de samenwerking: inrichten administratieve proeftuin In december 2021 stelde het algemeen bestuur van de ODZOB vast dat er in het verleden een weeffout was ontstaan met betrekking tot de gerelateerde2 gemeentelijke werkzaamheden. Geconstateerd werd dat de provincie Noord-Brabant sinds de oprichting van de ODZOB (indirect) meebetaalt aan de gerelateerde werkzaamheden voor gemeentelijke deelnemers, naast de bekostiging van de eigen provinciale gerelateerde werkzaamheden. Het algemeen bestuur besloot in december 2021dat deze factor van ongelijkheid moest worden weggenomen. In de AB-vergadering van oktober 2022 meldde de provincie dat sinds de oprichting van de ODZOB (in 2013) inmiddels een bedrag van circa € 1,9 miljoen aan gerelateerde provinciale werkzaamheden is gespendeerd. Vandaar dat de provincie heeft aangedrongen op het herstellen van de eerdere weeffout. In het traject Grip op de samenwerking is de ongelijkheid verder uitgewerkt en zijn de structurele effecten hiervan verwerkt in de begroting 2023. Voor het lopende jaar (2022) moet er daarvoor nog een inhaalslag worden gemaakt. Om deze gevolgen te kunnen duiden is aan het begin van dit jaar een administratieve proeftuin opgezet voor de

monitoring van de gemeentelijke gerelateerde uren, het accountmanagement en enkele innovatieprojecten. De hiermee gepaard gaande kosten (€ 1.044.000) zijn niet gedekt in de vastgestelde begroting 2022. Het algemeen bestuur is hierover enkele malen geïnformeerd het afgelopen jaar. Daarbij is toegezegd dat de financiële gevolgen in oktober 2022 zouden worden gepresenteerd. Dat is onlangs ook gebeurd. Voor meer informatie over het traject Grip op de samenwerking wordt verwezen naar de bijgevoegd ontwikkelplan (oktober 2022) en bestuurlijke kennisgeving (juli 2022). Reguliere bedrijfsvoering: achterblijvende declarabiliteit De bedrijfsvoering van de ODZOB wordt ongunstig beïnvloed door ontwikkelingen op de arbeidsmarkt die niet exclusief voorbehouden zijn aan de ODZOB. Het is zeer lastig om geschikt personeel te werven (en vervolgens te behouden), terwijl de noodzaak hiervan groot is. Enerzijds wegens een hoog ziekteverzuim en anderzijds door een grote werkvoorraad. Externe inhuur kan de werkdruk weliswaar verlichten, maar leidt tot hogere kosten. Dat er beduidend meer medewerkers nodig zijn om alle werkzaamheden uit te voeren is op zichzelf geen probleem. Dat wordt anders als de arbeidsproductiviteit en daarmee de mate van declarabiliteit achter-blijft bij de raming.

Zowel de bezetting medio 2022 als de verwachte bezetting over geheel 2022 is beduidend hoger dan op basis van de begroting en werkprogramma’s verwacht zou mogen worden. Het is in het eerste deel van 2022 niet gelukt om te voldoen aan de declarabiliteitsnorm van 1.350 uur per fte. Rekening houdend met een verbeterde arbeidsproductiviteit in het tweede deel van 2022 ten opzichte van de start van dit jaar, wordt uitgegaan van een realiseerbare declarabiliteit in 2022 van circa 1.300 uur per fte; dat is 50 uur per fte minder dan de norm. In geld uitgedrukt gaat het om een bedrag van € 937.000. De hoofdoorzaken van de achterblijvende declarabiliteit worden hierna toegelicht. Dit betreft het hoge ziekteverzuim bij de ODZOB, de landelijke ontwikkelingen rondom stikstof en de zeer hoge inflatie. Ziekteverzuim Het hoge ziekteverzuim waarmee 2021 werd afgesloten heeft zich voortgezet in de eerste maanden van 2022. Dit werd mede veroorzaakt door enkele langdurig zieke medewerkers. In het tweede kwartaal werd een positieve ontwikkeling in gang gezet. Het hoge ziekteverzuim heeft nadelige gevolgen voor het realiseren van de declarabiliteitsdoelstellingen. Het leidt daarnaast ook tot hogere kosten door tijdelijke externe inhuur. Het gemiddelde ziekteverzuim (dat aansluit bij het landelijke beeld) over het eerste deel van 2022 lag op 7,6% terwijl in de begroting werd uitgegaan van 4,5%.

Hoewel het ziekteverzuim inmiddels een minder ongunstig beeld laat zien, is het nu nog niet exact duidelijk waar het jaargemiddelde op uit gaat komen. Circa 67% van het verwachte tekort aan declarabele uren lijkt gerelateerd te zijn aan het ziekteverzuim; dat komt neer op € 625.000. Stikstof-dossier leidt tot vertraging in het agrarische domein Landelijke ontwikkelingen in het stikstof-dossier raken de ODZOB, vooral in het agrarische domein. De gevolgen hiervan voor onze medewerkers en hun taakuitvoering is van dien aard dat ook hier de ‘productie’ achterblijft bij de opgestelde ramingen. De kosten hiervan komen uit op € 175.000. Ongekend hoge inflatie De inflatie heeft dit jaar het hoogste naoorlogse niveau bereikt. Dat impact hiervan op de bedrijfsvoering van de ODZOB is veelzijdig. Het raakt bijvoorbeeld de energiekosten (gebouw en voertuigen) en de tariefstelling van externe inhuur. Het becijferde effect voor

2022 komt uit op € 137.000. Dit hoge kostenniveau zet zich naar verwachting door in 2023 en 2024. Dekking van het tekort Het algemeen bestuur stemde in met het dekkingsvoorstel dat vergezeld ging van de Berap 2022. Dit leidt tot een eenmalige onttrekking uit de algemene reserve van € 1,98 miljoen. Gevolg hiervan is, dat er naar verwachting, nauwelijks middelen resteren in de financiële buffer van de ODZOB. Op korte termijn biedt deze aanpak soelaas. Op langere termijn is er aanvullende actie nodig. Op basis van de regionale afspraken (in 4GR3-verband) zou het weerstandsvermogen van de ODZOB een waarde moeten hebben tussen de € 1,2 en € 1,5 miljoen. Zodra hier niet meer aan voldaan wordt vraagt dit om actie. Vervolg Het algemeen bestuur stelde vast dat de geschetste financiële ontwikkelingen relevant zijn voor de gemeenteraden en Provinciale Staten. Hoewel het verwachte tekort voor 2022 vooralsnog kan worden afgedekt door een eenmalige onttrekking aan de algemene reserve, leidt dit weer tot de noodzaak om deze reserve aan te vullen tot het minimumniveau. Daarnaast leiden de huidige en ongekend hoge loon- en prijsontwikkelingen tot noodzakelijke bijstellingen op de eerder dit jaar vastgestelde begroting 2023 van de ODZOB. Deze ontwikkelingen komen daarnaast ook tot uiting in de binnenkort op te stellen ontwerpbegroting 2024 van de ODZOB.

Vandaar dat in het algemeen bestuur van de ODZOB werd afgesproken om de gemeenteraden en Provinciale Staten zo goed als mogelijk voor te bereiden op de voorstellen die in 2023 aan hen worden voorgelegd. In de voorstellen wordt toegelicht waarom de ODZOB verzoekt om aanvullende middelen. De voorbereiding vindt plaats via het onderstaande drieluik: 1. De ODZOB levert een inhoudelijke voorzet voor een raads- en Stateninformatiebrief. 2. De ODZOB organiseert (in het 1e kwartaal van 2023) een informatiebijeenkomst op een centrale plaats in de regio waarin onze AB-leden de ontstane situatie toelichten aan de leden van gemeenteraden en Provinciale Staten. Vandaar dat enkele AB-leden deze bijeenkomst mee gaan voorbereiden. 3. De ODZOB werkt een bestuursvoorstel uit dat aan de gemeenteraden en Provinciale Staten wordt voorgelegd (waarschijnlijk middels een zienswijzeprocedure). Het algemeen bestuur is bevoegd tot het besluiten over een begrotingswijziging die niet leidt tot een hogere deelnemersbijdrage. Het besluit om het verwachte tekort voor 2022 te dekken uit de algemene reserve past in die lijn. Meerjarig perspectief De leden van het algemeen bestuur beseffen dat de huidige loon- prijsontwikkelingen ook effect hebben op de uitgangspunten van de eerder dit jaar vastgestelde begroting 2023.

Deze verwachting is door de ODZOB bevestigd en wordt nader uitgewerkt in de kaderbrief voor 2024. Deze wordt op 8 december 2022 ter vaststelling aan het algemeen bestuur aangeboden. Gezien de bijzondere situatie waarin de ODZOB zich momenteel bevindt én gezien de grote onzekerheden over toekomstige loon- en prijsontwikkelingen, wordt in de kaderbrief 2024 eveneens ingegaan op de actuele verwachtingen voor uitvoeringsjaar 2023. Bijstellingen op de vastgestelde begroting 2023 en een eventuele storting in de algemene reserve van de ODZOB (ter versterking van het weerstandsvermogen) kunnen niet zondermeer door het algemeen bestuur worden vastgesteld. Hiervoor is een

3/4

zienswijzeprocedure noodzakelijk waarbij gemeenteraden en Provinciale Staten zich kunnen uitspreken over de dan voorliggende plannen. Dit betreft het derde punt van het getoonde drieluik. Bijlagen: 1. Ontwikkelplan Grip op de samenwerking (oktober 2022) - 2022097788 2. Grip op de samenwerking(juli 2022) - 2022097787.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=ee05b5dc-7aac-476f-8e40-bb8dd28dce7b