RU23.01.04CC Bijlagen toelichting ontwerpbestemmingsplan Asten Prins Bernardstraat 1 2022.pdf
Tekst van het document
Programma van Eisen Versie en datum
KSP Rapport 21136 V1.1 (definitief), 30-06-2022
Locatie
Prins Bernhardstraat 1 Asten
Projectnaam
Woongebouw ‘De Prins’ te Asten
Plaats binnen archeologisch proces IVO-P met eventuele doorstart naar Opgraven Landbodems, eventueel variant Archeologische Begeleiding Opsteller
Naam, adres, telefoon, e-mail
datum
Auteur
E. van der Klooster
30-08-2021
paraaf
KSP Archeologie Vleugelstraat 15, 6922 JM Duiven T: - 48 89 59 00 E: evanderklooster@ksparcheologie.nl Senior KNA Archeoloog, controle/goedkeuring
A.A.J. Griffioen
30-08-2021
Archeologisch Bureau Griffioen Oldenburgerstraat 58, 3573 SK Utrecht T: 06 – 37 27 65 34 E: info@abgriffioen.nl
Opdrachtgever
Naam, adres, telefoon, e-mail
datum
paraaf
datum
paraaf
datum
paraaf
datum
paraaf
C. Dollevoet P&R Projectontwikkeling B.V. (Peters Real Estate en Reuvers ontwikkeling & bouw) Maaskade 18, 5347 KD Oss T: 06-48755668 E: dollevoet@pre-bv.nl Goedkeuring bevoegde overheid Naam, adres, telefoon, e-mail x Gemeente
G. Hoeben
0 Provincie
Gemeente Asten
0 Rijk
Koningsplein 3, 5721 GJ Asten
0 Overig
T: (0493) 671 212 E: G.Hoeben@asten.nl
Deskundige namens bevoegde overheid
Naam, adres, telefoon, e-mail F.P. Kortlang ArchAeO B.V. Rapelenburglaan 9, 5654 AP Eindhoven T: 06 22505236 E: advies@archaeo.nl
Kennisgeving
R. Louer
Depothouder/eigenaar
Provinciaal Depot Bodemvondsten Noord-Brabant Waterstraat 16, 5211 JD ‘s-Hertogenbosch T: 06-18303225 E: rlouer@brabant.nl
KSP Archeologie
1
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Administratieve gegevens onderzoeksgebied .............................. 4 Hoofdstuk 2 Aanleiding en motivering van het onderzoek ............................... 5 Hoofdstuk 3 Bureauonderzoek ........................................................................ 8 Hoofdstuk 4 Archeologische verwachting ...................................................... 25 4.1 Regionale archeologische en cultuurlandschappelijke context ......................... 25 4.2 Aard en ouderdom van de vindplaats(en) .................................................... 25 4.3 Begrenzing en oppervlakte van de vindplaats(en) ......................................... 25 4.4 Structuren en sporen ................................................................................ 25 4.5 Anorganische artefacten ............................................................................ 25 4.6 Organische artefacten ............................................................................... 25 4.7 Archeozoölogische en botanische resten ...................................................... 25 4.8 Motivatie ................................................................................................. 26 4.9 Archeologische stratigrafie en diepte van vondstlagen...................................
26 4.10 Gaafheid en conservering ........................................................................ 26 Hoofdstuk 5 Doelstelling en vraagstelling ..................................................... 27 5.1 Doelstelling ............................................................................................. 27 5.2 Relatie met NOaA enof andere onderzoekskaders ......................................... 27 5.3 Vraagstelling ........................................................................................... 28 5.4 Onderzoeksvragen.................................................................................... 28 Hoofdstuk 6 Methoden en technieken ............................................................ 29 6.1 Strategie ................................................................................................. 29 6.2 Methoden en technieken ........................................................................... 29 6.3 Omgang kwetsbare vondsten en monsters .................................................. 31 6.4 Structuren en grondsporen ........................................................................ 31 6.5 Aardwetenschappelijk onderzoek ................................................................ 31 6.6 Anorganische artefacten ............................................................................
32 6.7 Organische artefacten ............................................................................... 32 6.8 Archeozoölogische, archeobotanische en fysisch antropologische resten .......... 32 6.9 Overige resten ......................................................................................... 33 6.10 Dateringstechnieken ............................................................................... 33 6.11 Beperkingen .......................................................................................... 33 Hoofdstuk 7 Uitwerking en conservering ....................................................... 34 7.1 Evaluatierapport....................................................................................... 34 7.2 Structuren, grondsporen en vondspreidingen ............................................... 34 7.3 Analyse aardwetenschappelijke gegevens .................................................... 34 7.4 Anorganische artefacten ............................................................................ 34 7.5 Organische artefacten ............................................................................... 35 7.6 Archeozoölogische en -botanische resten .................................................... 35 7.7 Beeldrapportage (objecttekeningen, foto’s, kaarten e.d.) ..............................
35 Hoofdstuk 8 (de)selectie en conservering ..................................................... 36 8.1 Selectie materiaal voor uitwerking .............................................................. 36 8.2 Selectie materiaal voor deponering en verwijdering ...................................... 36 8.3 Selectie materiaal voor conservering .......................................................... 36
KSP Archeologie
2
Hoofdstuk 9 Deponering ................................................................................ 36 9.1 Eisen betreffende depot ............................................................................ 36 9.2 Te leveren product ................................................................................... 36 Hoofdstuk 10 Randvoorwaarden en aanvullende eisen ................................. 37 10.1 Personele randvoorwaarden ..................................................................... 37 10.2 Overlegmomenten .................................................................................. 37 10.3 Kwaliteitsbewaring, toezicht, overleg en evaluatie ...................................... 37 10.4 Overige randvoorwaarden en aanvullende eisen ......................................... 38 Hoofdstuk 11 Wijzigingen ten opzichte van het vastgestelde PvE ................. 39 11.1 Wijzigingen tijdens het veldwerk .............................................................. 39 11.2 Belangrijke wijzigingen............................................................................ 39 11.3 Procedure van wijziging na de evaluatiefase van het veldwerk ..................... 39 11.4 Procedure van wijziging tijdens uitwerking en conservering .........................
39 Literatuur ..................................................................................................... 40 Bijlage 1: Puttenplan ...................................................................................... 43 Bijlage 2: Lijst met te verwachten aantallen ...................................................... 44 Bijlage 3: Overzicht te raadplegen specialisten/specialismen ............................... 45
KSP Archeologie
3
Hoofdstuk 1 Administratieve gegevens onderzoeksgebied Projectnaam
Woongebouw ‘De Prins’ te Asten
Provincie
Noord-Brabant
Gemeente
Asten
Plaats
Asten
Toponiem
Prins Bernhardstraat 1
Kaartbladnummer
51H
x,y–coördinaten
(x) 179.940 (y) 379.590
CMA/AMK-status
Terrein van hoge archeologische waarde
Archis-monumentnummer
16807
Archis-waarnemingsnummer
Niet van toepassing
Oppervlakte plangebied
1572 m²
Oppervlakte onderzoeksgebied
1572 m²
Huidig grondgebruik
Bebouwing en tuin
Figuur 1: Het plangebied op de topografische kaart 1.10.000 (bron: Kadaster).
KSP Archeologie
4
Hoofdstuk 2 Aanleiding en motivering van het onderzoek Het plangebied ligt aan de Prins Bernhardstraat 1 te Asten (gemeente Asten) en is ca. 1572 m² groot. De bestaande bebouwing wordt gesloopt (Figuur 2) en er wordt nieuwbouw gepleegd. Op de begane grond worden vier bedrijfsruimtes en een stallingsgarage gecreëerd. Daarboven komen 21 appartementen in drie verdiepingen (Figuur 3).
Figuur 2: Bestaande bebouwing op Google Streetview beelden van april 2019.
Figuur 3: Uitsnede uit het voorlopig ontwerp d.d. 07-04-2021 van Architectenbureau Wagterkrijger.
KSP Archeologie
5
In het kader van de aanvraag van de omgevingsvergunning is volgens het bestemmingsplan archeologisch onderzoek noodzakelijk. Volgens het bestemmingsplan ‘Asten veegplan 2016-1’ (vastgesteld 0507-2016) geldt voor het zuidoostelijke deel de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’, waarbij archeologische onderzoek nodig is bij een bouwwerk of ingrepen dieper dan 40 cm beneden maaiveld over een oppervlak van meer dan 250 m² met uitzondering van “vervanging van bestaande bouwwerken waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en/of alleen de bestaande fundering wordt benut, met uitzondering van nieuwe kelders en/of parkeergarages, of gebouwen die tot maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering worden opgericht” In het noordwestelijke deel van het plangebied geldt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ en is onderzoek nodig bij vergelijkbare ingrepen over een oppervlak groter dan 2.500 m². Op basis van de Nota Archeologiebeleid van de gemeente Asten (Kortlang 2010) geldt tevens: “Indien in een plan- of projectgebied of perceel waarvoor een vergunning wordt aangevraagd volgens de archeologische beleidskaart verschillende archeologische waarden voorkomen, dan geldt voor het project- of plangebied of perceel de hoogste aanwezige waarde met bijbehorende vrijstellingsdrempel onderzoek.
Slechts als de hoogste waarde een zeer beperkt deel uitmaakt van het plangebied (5 – 10 %), kan na afweging worden besloten ontheffing te verlenen.” Ca. 38% van het plangebied heeft de hoogste waarde dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’, waardoor binnen het gehele plangebied archeologisch onderzoek nodig zal zijn bij ingrepen dieper dan 40 cm beneden maaiveld over een oppervlak van meer dan 250 m².
Figuur 4: Het plangebied met de archeologische dubbelbestemmingen (ruimtelijkeplannen.nl) en bijbehorende verwachtingswaarde (Hessing e.a. 2011)
KSP Archeologie
6
Aangezien het plangebied gelegen is in het historisch centrum van Asten en uit het raadplegen van de kadastrale minuut uit het begin van de 19e eeuw (Figuur 11) bleek dat de zuidzijde van het plangebied al minimaal bebouwd was in die tijd en het plangebied nu nog bebouwd is, is geadviseerd om direct een Programma van Eisen te schrijven voor een gravend onderzoek. Op basis van protocol 4001 van de KNA 4.1 moet een PvE minimaal gebaseerd zijn op een bureauonderzoek, dat eventueel integraal verwerkt kan worden in het PvE en gelijktijdig met het PvE geschreven kan worden. Het bureauonderzoek zal integraal in het PvE verwerkt worden, tenzij uit bouwdossiers onderzoek zou blijken dat het terrein grotendeels verstoord is. Dit advies is besproken met Pittiger in de Planologie, de planologisch adviseur van de initiatiefnemer, en voorgelegd aan Fokko Kortlang, de archeologisch adviseur van de gemeente Asten. In dit PvE is hoofdstuk 3 uit het normale PvE format (eerder uitgevoerd onderzoek) gerapporteerd als bureauonderzoek.
KSP Archeologie
7
Hoofdstuk 3 Bureauonderzoek 3.1
Huidige situatie
Om de huidige situatie en mogelijke verstoringen van de bodem in kaart te brengen zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Huidige topografische kaart (Figuur 1); • Luchtfoto’s uit 2016 – 2020 (via PDOK); • Grondwatertrappen op de Bodemkaart schaal 1:50.000 versie 2006 (via geoplaza.vu.nl): niet gekarteerd, plangebied ligt in de bebouwde kom op de bodemkaart; • Rijksmonumenten (via archis.cultureelerfgoed.nl): geen monumenten aanwezig; • Gemeentelijke monumenten 1 : geen gemeentelijke monument, geen dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie” in het bestemmingsplan Asten Centrumgebied (vastgesteld 2014); • Informatie van de opdrachtgever over het plangebied; • Informatie over ondergrondse tanks (Montferland Milieu 2021, Archimil 2004: Een voormalige bovengrondse tank, geen ondergrondse tanks; • Informatie over de huidige bebouwing: Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) (bagviewer kadaster.nl); • Het archief van de gemeente Asten en het Regionaal Historische Centrum Eindhoven en de eigenaar. De aanwezige bebouwing is door de gemeente of het rijk niet aangemerkt als (cultuur)historisch waardevol of bebouwd monument. In het kadaster en in de Basisadministratie Adressen en Gebouwen heeft het westelijke deel van het plangebied (de hoogbouw aan de voorzijde t/m de noordzijde plangebied) het adres Prins Bernhard 1.
Volgens de BAG gaat dit om een winkelpand dat ge/verbouwd is in 1965. In de BAG is dit een pand dat alle (voormalige) bebouwing aan de westzijde van het perceel bestrijkt (bouwdelen 1A-1D en de westelijke helft van bouwdeel 2A in Figuur 5). Het lagere gebouw aan de straatzijde (bouwdelen 3A-3C in Figuur 5) is een eigen eenheid in de BAG, maar heeft geen (eigen) huisnummer en is tevens ge/verbouwd in 1965. Uit bouwdossiers en Google Maps blijkt dat het oostelijke deel van het terrein Prins Bernardstraat 3 als adres had. De oostelijke helft van het gebouw in de noordoosthoek van het plangebied heeft geen (eigen) huisnummer en is volgens de BAG ge/verbouwd in 1994 (oostzijde bouwdeel 2A in Figuur 5). Door KSP Archeologie zijn bij de gemeente Asten bouwdossiers opgevraagd voor Prins Bernhardstraat 1 en 3. De gemeente Asten gaf aan zelf niet over bouwdossiers te beschikken, maar dat van Prins Bernhardstraat 1 bouwdossiers uit de jaren ‘60 beschikbaar waren bij het regionaal historisch centrum Eindhoven (rhc-e). De initiatiefnemer heeft via het rhc-e ook delen van het bouwdossier van Prins Bernhardstraat 3 ontvangen. Via de huidige eigenaar zijn bouwdossiers van beide panden ontvangen van recentere perioden tot 1992.
Op basis van de luchtfoto uit 2016 (Figuur 5) zijn de volgende bouwdelen te herkennen: • 1A: dit is de huidige voorgevel van het hogere deel van de Blokker (Prins Bernhardstraat 1). Hier is voor het laatste een bouwvergunning aangevraagd in 1972. Er is een nieuwe kolom toegevoegd voor de fundering en de 2e verdieping is aangelegd. Het oorspronkelijke pand is in 1913 opnieuw gebouwd na een brand (zie paragraaf 3.3). Van de situatie voor en de herbouw direct na de brand zijn geen funderingstekeningen bekend. • 1B: Dit deel komt voor het eerst voor op de bouwtekening uit 1964, maar mogelijk gaat het om een aanpassing in 1964 en was dit bouwdeel reeds eerder aanwezig. Rond 1979 heeft hier een
https://www.asten.nl/fileadmin/Asten/PDFformulieren_producten/Bouwen/Gemeentelijke_monumentenlijst_Asten.pdf 1
KSP Archeologie
8
• •
•
• •
• •
verbouwing plaatsgevonden. En is een verdieping extra gebouwd bovengronds én ondergronds. De winkel heeft in dit deel, inclusief de omliggende 1B-delen een 1,85 m diepe kelder (Figuur 6) 1C. Dit is een uitbreiding met en kantoor uit ca. 1972. Fundering op funderingsstroken rondom op poeren/stroken van 45 cm breed. De vloer bestaat uit 10 cm stampbeton op plastic folie. 1D: Loods uit 1965 die op basis van de luchtfoto’s tussen 2016 en 2017 gesloopt is (Figuur 7). Uit het bouwdossier blijkt dat deze loods een fundering had langs de buitenrand van 30 cm breed, de poeren/sleuven reikten tot 60 à 80 cm-peil. De vloer bestaat uit 8 cm stampbeton op folie. 2A. dit is een magazijn aan de achterzijde van het terrein, waarvoor in 1992 een bouwtekening is opgesteld. Het magazijn is rondom gefundeerd op betonnen funderingsstroken van 500 à 700 mm breed die rusten op folie. Het folie ligt op ca. 60 cm-peil. De vloer bestaat uit ca. 10 cm beton op folie. 2B. Dit is een uitbouw van het magazijn die recent gesloopt is in 2016/2017. Hier zijn geen bouwtekeningen van aangeleverd. 3A. Het oorspronkelijke pand is in 1913 opnieuw gebouwd na een brand (zie paragraaf 3.3). In 1983 heeft een verbouwing plaatsgevonden toen de voormalige bakkerij onderdeel werd van de Blokker. De voorpui is toen vernieuwd en vermoedelijk zijn nieuwe stalen kolommen toegevoegd. 3B.
Dit is een achterdeel dat ook in 1983 verbouwd is. Oorspronkelijk bouwjaar is onbekend. 3C. Op de tekening uit 1984 staan langs de oostgrens enkele bergingen, maar nu is dit een groter bebouwd deel. Hiervan zijn geen bouwtekeningen bekend.
Figuur 5: Bouwfases op basis van de luchtfoto uit 2016 (PDOK) met informatie op basis van dit bureauonderzoek.
Uit de bouwdossiers blijkt dat het merendeel van het terrein gebouwd is op poeren of funderingssleuven. Dit hoeft niet te betekenen dat alle archeologische resten verloren zijn gegaan. Als toen een vlakdekkende bouwput is uitgegraven kan echter een groter deel van de archeologische resten verloren zijn gegaan. Al kan dan ook slechts sprake zijn van beperkte aftopping van de C-horizont.
KSP Archeologie
9
Mogelijk bestaat de oorspronkelijke fundering bij bouwdelen 1A en 3A nog uit gedeeltelijk dezelfde fundering als de historische bebouwing op de kadastrale minuut (zie paragraaf 3.3., Figuur 11). Alleen ter hoogte van bouwdeel 1B zijn met zekerheid diepe graafwerkzaamheden over een aaneengesloten oppervlak uitgevoerd dat hier geen archeologische resten (m.u.v. zeer diepere delen van beer/waterputten) verwacht worden.
Figuur 6: Doorsnede (1A links, 1B rechts).
Figuur 7: Recente historische ontwikkeling in het plangebied.
KSP Archeologie
10
In 2021 is een Actualiserend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd door Montferland Milieu. In 2004 heeft Archimil reeds een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (Figuur 8). In de boringen is een ophooglaag met matig tot sterk puinhoudende grond van 50 à 100 cm dikte aangetroffen. Aan de achterzijde van het perceel was een puinlaag van 30 à 40 cm dik aanwezig, daaronder was de grond in minder mate puinhoudend. Onder de klinkerverharing was een puinlaag van 20 tot 50 cm dikte aanwezig, daaronder puinhoudende grond. In 2021 is het onderzoek uit 2004 alsvolgt samengevat: • De grond uit de puinhoudende bodemlaag aan de achterzijde is matig tot sterk verontreinigd met PAK’s. • Over het perceel verspreid zijn lichte verontreinigingen met zware metalen, PAK’s en minerale olie aangetoond. • Visueel is er geen asbest waargenomen. • Het grondwater is licht verontreinigd met cadmium en matig verontreinigd met zink.
Figuur 8: boorpuntenkaart Archimil 2004
In 2021 heeft Montferland Milieu met een gelijkmatigere verspreiding boringen binnen het plangebied gezet, zowel in- als uitpanding (Figuur 9). Boringen C02 t/m C04 (het historische deel, zie paragraaf 3.3.) konden niet uitgevoerd worden door de aanwezigheid van vloerverwarming. Boringen B01, B02 en C0 zijn rond 0,26 m-mv gestuit op beton. De conclusie uit 2021 luidt: Uit het uitgevoerde bodemonderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: • In de boringen op het achter terrein is matig baksteen en zwak tot matig betongranulaat aangetroffen.
KSP Archeologie
11
•
•
•
•
• •
•
•
•
De grond op het achter terrein met het bodemvreemd materiaal (A02, A03 en A04) zijn matig tot sterk verontreinigd met PAK (0,15 - 0,30 m -mv). De ondergrond (0,30 - 1,00 m -mv) is licht verontreinigd. Op basis van het onderzoek kan worden geconcludeerd dat circa 14,3 m³ grond sterk verontreinigd is met PAK en circa 4,5 m³ grond matig verontreinigd is met PAK. De vrijkomende grond dient afgevoerd te worden naar een reiniger/erkende verwerker. Het betreft geen ernstig geval van bodemverontreiniging (< 25 m3). [red. zie Figuur 9] Indien er grondwerkzaamheden gaan plaatsvinden in of nabij de verontreinigde spot dient er een plan van aanpak ingediend te worden bij het bevoegd gezag. Aan de hand van het plan van aanpak kan de verontreiniging verwijderd worden. Boringen op het tussenterrein en in het gebouw op het achter terrein zijn gestaakt i.v.m. het aantreffen van beton onder zandlaag (0,12 - 0,25 m -mv). [aanvulling KSP Archeologie: Dit betreft boringen B01, B02, C01. Boringen C02 t/m C04 zijn komen te vervallen i.v.m. aanwezigheid van vloerverwarming! In de overige de grond(meng)monsters van de onderzoekslocatie is geen van de onderzochte stoffen aangetroffen in een concentratie boven de achtergrondwaarde of de detectiegrens van de desbetreffende stof.
Er kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een geval van bodemverontreiniging, aangezien er sprake is van een eenmalig of periodiek (sterk) verhoogde concentratie aan Vinylchloride en 1,2 Dichloorethenen (SOM) waarvan de oorzaak niet eenduidig is aan te wijzen. Het is bekend dat in het grondwater zware metalen in sterk fluctuerende gehalten kunnen voorkomen, zowel door natuurlijke bronnen als door menselijke activiteiten veroorzaakt. De gehalten betreffen dan (natuurlijke) achtergrondwaarden. Het verkennend asbestonderzoek zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. In de grove fractie van de bodem is geen asbest aangetroffen. In het mengmonster A-ASMM01 en AASMM02 van de fijne fractie is een gehalte van <0,4 mg/kg d.s. aangetoond. Beide mengmonsters bevinden zich onder het criterium voor nader onderzoek (50 mg/kg d.s.) en een nader onderzoek is derhalve niet noodzakelijk.
De bodembeschrijvingen zijn nagelopen door KSP Archeologie. Milieukundige boorbeschrijvingen zijn slechts beperkt bruikbaar voor archeologisch onderzoek doordat bodemhorizonten niet benoemd zijn en de laagopbouw vaak per 50 cm wordt beschreven. Ook zijn ze niet beschreven door een correcte (KNA)-actor. • De betonvloer van het magazijn aan de achterzijde van het perceel in boring C05 bleek te bestaan uit een laag beton van 12 cm, zand tot 25 cm-mv en vervolgens nog een betonlaag. Ook ter hoogte van de niet eerder bebouwde locaties nabij boringen B01 en B02 was dit het geval. Dit kan duiden op een zwaardere fundering. De betonvloer van de kelder bleek 35 cm dik in boring C01. • In boringen A01 – A04 komt een laag bruinbeige matig fijn zand voor onder de 8 cm dikke klinkers tot 10 à 15 cm. In boring B03 en B05 bestond de bovenste ca. 50 cm uit bruinbeige of bruingeel zand. In boring B04 is bruinbeige zand waargenomen tot de einddiepte van 50 cm. Vermoedelijk duidt dit op een wegcunet bij boringen A01-A04. De beige/gele kleur in de bovenste 50 cm bij boringen B03 – B05 kan er op duiden dat een bouwput is aangelegd bij de bouw van de loods in 1965 of uitgegraven bij de sloop in 2016/2017. • Bij boring A01 komt lichtbruingeel zand voor vanaf 70 cm-mv. Boring A02 is humeus tot de einddiepte van 100 cm-mv. Boring A03 bevat bruingeel zand vanaf 50 cm-mv.
Boring A04 bevat bruingeel zand vanaf 100 cm-mv. Boringen B03 en B04 bevatten bruin/geel humeus zand vanaf 50 cm-mv en humusarm zand vanaf ca. 150 cm-mv. Het humusarme (licht)bruingele zand kan een indicatie zijn van de top van de C-horizont. • Boringen D01 t/m D03 zijn langs de rand van het perceel uitgevoerd tot 50 cm-mv en bestonden geheel uit zwartbruin humeus materiaal (KSP-interpretatie: bouwvoor).
KSP Archeologie
12
Figuur 9: boorpuntenkaart Montferland milieu (2021)
Het plangebied is niet gekarteerd op de bodemkaart door de ligging in de bebouwde kom. Rondom Asten komen grondwatertrappen VI, VII en VIII voor, wat duidt op een relatief diepe grondwaterstand. De gemiddeld hoogste grondwaterstand wordt op 40 tot 80 cm of dieper verwacht en de gemiddeld laagste grondwaterstand dieper dan 120 cm-mv. De kans dat onverkoolde organische resten aanwezig zijn in de top van het dekzand is klein. Tijdens het milieukundig veldwerk in juni 2021 bleek het grondwater op 1,6 (boring B05), 2,1 (boring A04) of 2,2 m-mv (boring C01) te zitten. In juli 2004 stond het grondwater in boringen 101 en 115 rond de 3,5 à 3,6 m-mv.
KSP Archeologie
13
3.2
Beschrijving van aardwetenschappelijke gegevens
Om het landschap ter plaatse en rondom het plangebied in kaart te brengen, zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000 versie 2019 (BRO 2020, Maas e.a. 2017); • Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000 versie 2018 (BRO 2019); • Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN) (www.ahn.nl, AHN3 grid 0,5 x 0,5 m); Door de ligging in de bebouwde kom geven de geomorfologische kaart en bodemkaart geen informatie over het plangebied. Aan de hand van de maaiveldhoogtes van het AHN3 ligt Asten relatief hoog op een zone met dekzandwelvingen (Figuur 10). Het plangebied ligt relatief laag binnen deze dekzandwelvingen, rondom de kern van Asten liggen enkele hogere dekzandkoppen.
Figuur 10: Het plangebied op het Actueel Hoogtebestand van Nederland (bron: www.ahn.nl) en de geomorfologische kaart (BRO2019).
KSP Archeologie
14
3.3
Historische situatie en mogelijke verstoringen
Om de historische situatie en mogelijke verstoringen van de bodem in kaart te brengen zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Oude kadasterkaarten: kadastrale minuut en oorspronkelijk aanwijzende tafels 1811 – 1832 voor toenmalige eigenaar/gebruiker (beeldbank.cultureelerfgoed.nl); • Historische kaarten uit de afgelopen 200 jaar (www.topotijdreis.nl); • Historisch-landschappelijk informatiesysteem, Histland (Dirkx & Nieuwenhuizen 2013), geraadpleegd via archis.cultureelerfgoed.nl: Bebouwde kom, mate van verandering sinds 1850 niet vastgesteld; • Cultuurhistorische regiobeschrijving Noord-Brabant (CultGIS/Haartsen 2009): Regio de Peel, Asten is een oude zandontginning; • Archeologische en overige cultuurhistorische rapporten van onderzoek binnen het onderzoeksgebied: is niet van toepassing; • Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (www.ikme.nl): geen verwachting op specifieke resten uit WOII; • V.1 & V.2 inslagen in Nederland (vergeltungswaffen.nl): beveiligingscertificaat is verlopen, daaro m niet geraadpleegd.
• Uitgevoerd onderzoek niet gesprongen explosieven (https://www.explosievenopsporing.nl/veobommenkaart/): Er is geen vooronderzoek bekend; • Topografische kaart van Nederland (Figuur 1); • Informatie over de huidige bebouwing: Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) (bagviewer kadaster.nl); • Bouw-/constructietekeningen van te slopen of te wijzingen historische bouwwerk: Er zijn bouwdossiers geraadpleegd, zie paragraaf 3.1. • Gegevens van milieukundig bodemonderzoek (www.bodemloket.nl): Niet geraadpleegd, informatie over bodemonderzoeken zijn aangeleverd door de initiatienemer. • Luchtfoto uit 2017 (PDOK); • Geomorfologische kaart van Nederland; Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000; Vergraven gronden project Alterra (Brouwer & Van der Werff 2012): hierop zijn geen bodemverstoringen t.p.v. het plangebied aangegeven; • Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN) (www.ahn.nl): hierop zijn geen kunstmatige ophogingen en/of afgravingen zichtbaar; • Aanvullende informatie Heemkundige kring De Vonder (Asten-Someren) over de bebouwing op percelen G489 en G490 en G2066.
https://www.heemkundekringdevonder.nl/bewoningsgeschiedenis/Asten/Prins_Bernhardstraat /Voormalig_huis_G489_en_G490 en https://www.heemkundekringdevonder.nl/bewoningsgeschiedenis/Asten/Prins_Bernhardstraat /Voormalig_huis_G2066 Op historisch kaartmateriaal vanaf 1850 ligt rondom Asten een groot aaneengesloten akkergebied (topotijdreis.nl), waardoor de kans op een plaggendek in het plangebied aanwezig is. De oudste gedetailleerde kaart van Asten is het minuutplan uit het begin van de 19e eeuw (Figuur 11). Volgens de Oorspronkelijke Aanwijzende Tafels (OAT) is het uiterste noorden van het plangebied onderdeel van een perceel met bouwland van de weduwe van Adriaan Lookermans (perceel 465). Het merendeel van het plangebied was onderdeel van een stuk tuin (perceel 487). Ten zuidoosten van deze tuin liggen twee gebouwen deels in het plangebied: een brouwerij (perceel 489) en een huis en erf aan de straatzijde (perceel 490). Percelen 487, 489 en 490 waren in handen van de brouwer Francis Berkers. Hij had ook een nabijgelegen tuin (perceel 488) en twee huizen (percelen 491, 492) in eigendom.
KSP Archeologie
15
Figuur 11: Het plangebied op de kadastrale minuut uit het begin van de 19e eeuw (bron: beeldbank.cultureelerfgoed.nl).
Winkel? vanaf 1645 De heemkundige kring De Vonder (Asten-Someren) heeft reeds uitvoerig onderzoek gedaan naar de bebouwing op percelen G 489 en F490.2 Daarbij zijn eigenaren tot 1645 teruggevonden, de toenmalige familie Cupyers. Rond 1717 werden bij de dood van Anthony Antonis Cuypers verschillende onroerende goederen van een winkel verkocht (oliemaat, olievat, waag, gewichten etc.). Brouwerij en herberg vanaf 1720 Het huis gaat rond 1717 over naar de heer Verhoijsen (koopman van boter te Ommel). Rond 1720 wordt er een brouwerij gesticht. In de registers van 1736, 1741, 1746, 1751, 1756 en 1761 staat de heer Verhoijsen aangeduid als de eigenaar en bewoner van huis nummer 61 Dorp. En in de registers van 1766 en 1771 woont zijn weduwe daar. Na haar overlijden in 1771 komt het huis in handen van hun dochter Maria. Zij wordt daar als weduwe genoemd in de registers van 1776 en 1781. Bij haar overlijden in 1796 gaat het huis over op haar dochter en haar man Andries Timmermans (bierbrouwer en schepen van Asten en commissaris bij het bestuur van Brabant). Naast een brouwerij is er ook een herberg aanwezig. Zij worden als bewoners genoemd in de registers van 1798 en 1803. Na hun overlijden in 1822 komt hun bezit in handen van Francis Berkers (eigenaar in de OATS bij de minuut, zijn moeder is Petronella Timmermans). In 1867 is zijn zoon Peter Antonie Berkers bierbrouwer.
Na zijn overlijden in 1887 wordt het gebruik als herberg gestopt en de inboedel verkocht. Sloop brouwerij 1889-1900 Rond 1889 wordt het bezit van de familie Berkers kadastraal heringericht tot percelen G1701 en G1702 Figuur 12). Perceel G1701 (het huidige plangebied) wordt vervolgens rond 1900 gesplitst in G2067 (rond
2
https://www.heemkundekringdevonder.nl/bewoningsgeschiedenis/Asten/Prins_Bernhardstraat/Voormalig_huis_ G489_en_G490
KSP Archeologie
16
1930 Stationstraat 1, later Prins Bernhardstraat 1) en G2066 (rond 1930 Stationstraat 3, later Prins Bernhardstraat 3, Figuur 12). Perceel G1702 wordt later Stationsstraat 5-7 (sinds enkele decennia een steeg, zie Figuur 7). De brouwerij (G489) is rond 1889 (bovengronds) gesloopt. In 1900 is een plattegrond te zien die vergelijkbaar is met de situatie begin jaren ’60 (Figuur 7). Tussen 1899 en 1900 zijn er al diverse bijgebouwen te zien op het perceel. De bijgebouwen en het deel achter Prins Bernhardstraat 3 lijken eind 19e eeuw al aanwezig. Op perceel G1701 (het plangebied) wonen in de periode 1890-1900 het koopmansgezin Fijen-Koppen. Metselaarsgezin Smits-Verheijen woont er vervolgens tot 1893.
Figuur 12: Het plangebied (perceel G1701 en G2067/2066) op kadastrale kaarten uit 1899 en 1900 (heemkundekringdevonder.nl)
Prins Bernhardstraat 1: Horlogemaker 1900-1912. Herberg 1913-1927, Elektronicazaak (1927)1955-1963 Horlogemakersgezin van Bussel-Van Weert woont er vervolgens tot 1912. In 1913 brand het pand geheel uit. Het pand van weduwe Adriana van Weert word herbouwd en daarna gebruikt als herberg tot 1927 (Figuur 13). Dan wordt het pand overgenomen door de familie van den Einde die in 1955 een elektronicazaak hebben in het pand (Figuur 14). De voorgevel lijkt dan gelijk aan de voorgevel op de tekening uit 1967 (bouwdossier). Mogelijk is sinds 1927 reeds de zaak in handen van de familie van den Einde. In 1963 overlijdt de heer van den Einde. Dit komt overeen met het jaar waarin de heer Philipsen een verzoek doet om de woning aan te passen. De aanpassingen na 1963 staan vermeld in paragraaf 3.1.
KSP Archeologie
17
Figuur 13: Foto 1925. Links, de herberg van Adriana van Weert nadat de brand het horlogemagazijn van Johannes Petrus van Bussel, gevestigd in de oude drukkerij van Berkers, heeft verwoest (heemkundigekringdevonder.nl)
Figuur 14: Een foto uit 1955 van de electronicazaak van Hendricus van den Einde. (heemkundigekringdevonder.nl)
Prins Bernhardstraat 3: Drukkerij (1901-1907), Slagerij (1906-1907), Galanterijzaak De Toko (1908-1913), Bakkerij van Haandel (1924-) Perceel G2066 ontstaat bij splitsing in 1899. 3 Hierin bleef wonen Maria Lammers, de weduwe van Petrus Berkers. Na haar overlijden in 1901 komt haar zoon Adrianus Maria (Janus) er te wonen. Van 1901 tot 1907 heeft er een drukkerij van o.a. margarinewikkels, een nieuwblad, boeken en ansichtkaarten gezeten. De drukkerij heeft meerdere eigenaren gehad. Op basis van een tekening uit 1900-1910 lijkt de stoomdrukkerij ook in een deel van de herberg te hebben gezeten, gezien de vermelding ‘stoomdrukkerij’ op de karakteristieke gevel (Figuur 15).
3
https://www.heemkundekringdevonder.nl/bewoningsgeschiedenis/Asten/Prins_Bernhardstraat/Voormalig_huis_ G2066
KSP Archeologie
18
Figuur 15: Fragment van een reclame-uiting (heemkundigekringdevonder.nl) rond 1901-1907
Vanaf 1906 neemt neef Lammers het pand over en wordt het een slagerij. In 1909 wordt het huis te koop aangeboden. In 1909 vestigde Galanteriezaak ‘De Toko’ zich in het pand. Dit was een soort warenhuis dat zaken aanbood van galanterieën (siervoorwerpen) tot gipsen beelden en van huisraad tot fornuizen. Na de brand van 29 januari 1913 werd dit gebouw ook herbouwd en in gebruik genomen als bakkerij van Haandel. In 1944 gaat de bakkerij over op de zoon. Behalve een foto uit 1955 van de bakkerij staat in de beschrijving van de heemkundige kring vermeld dat het huis niet meer bestaat en is vervangen door nieuwe winkels. Op basis van een bouwdossier dat de iniatiefnemer van de archiefdienst in Eindhoven ontvangen heeft is er in 1973 een aanvraag gedaan voor het maken van toiletten en het inrichten van een café aan de Prins Bernhardstraat 3. In 1983 heeft de eigenaar van Prins Bernhardstraat 1 een tekening laten opmaken waarbij Prins Berhardstraat 3 onderdeel wordt van zijn winkel aan de Prins Bernhardstraat 1. 3.4
Beschrijving van archeologische gegevens
Om een beeld te krijgen van de archeologische gegevens, zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Archeologische Monumenten Kaart (AMK) (via archis.cultureelerfgoed.nl); • Beschermde archeologische Rijksmonumenten (via archis.cultureelerfgoed.nl); • Archeologische onderzoeken en vondstlocaties uit het Archeologische Informatiesysteem (Archis) (archis.cultureelerfgoed.nl); • Digitaal Archief (DANS) Rapporten en onderzoeksgegevens van archeologisch onderzoek (https://easy.dans.knaw.nl/); • Historische kaarten (zie paragraaf 2.3); • Gemeentelijke archeologische beleids- en verwachtingskaart (Hessing e.a. 2011). Het plangebied is onderdeel van het Archeologisch Monumentenkaart (AMK)-terrein van hoge archeologische waarde: de oude Dorpskern van Asten, zoals begrenst op de Bonnebladen uit ca. 1900. “Binnen deze contouren kunnen in de bodem resten van Vroegmoderne en waarschijnlijk ook van Laat Middeleeuwse (vanaf circa 1300 AD) bewoning aangetroffen worden. Ook sporen van oudere bewoning kunnen aanwezig zijn. Bedacht dient echter te worden dat de bewoning in de Vroege- en Volle Middeleeuwen (tot circa 1300 AD) een meer dynamisch karakter gehad kan hebben en dat de plaats en grens ervan niet per se hoeft samen te vallen met die van de latere bewoning.” Het plangebied overlapt in het noordwesten met de aanmeldingscontour van een proefsleuvenonderzoek uit 1999 (2055483100).
Op basis van Dijkstra & Ploegaert (1999) is er echter geen onderzoek uitgevoerd in het plangebied. uit de aangetroffen bodemopbouw bleek dit terrein in het verleden afgegraven, mogelijk voor zandwinning. Het oorspronkelijke esdek is niet aangetroffen en het loopniveau uit de Vroege en Late Middeleeuwen is niet bewaard gebleven. Op diverse plaatsen zijn diepere rechthoekige verstoringen aangetroffen, vermoedelijk door het gebruik als moestuin. In een put
KSP Archeologie
19
nabij de laatmiddeleeuwse kerklocatie zijn onder de verstoringen twee sporen aangetroffen: een waterkuil uit de 12e eeuw en een kuil uit de 14e eeuw. Zeer waarschijnlijk heeft daar een erf met boerderij gelegen. Door het ontbreken van de ondiepere sporen is geen vervolgonderzoek uitgevoerd. Binnen het plangebied komen geen vondstmeldingen voor. Binnen 250 m van het plangebied komen twee eerdere vondstmeldingen voor en zijn zestien andere onderzoeken aangemeld (Tabel 1, Bijlage 3). De vondstmeldingen betreffen voormalige waterputten ten noordoosten van het plangebied. De onderzoeken in de directe omgeving tonen veelal aan dat er ofwel enkel sporen uit de periode 18e tot 20e eeuw aanwezig zijn (Parkeergarage Tuinstraat, Winkelcentrum Midas, Bartholomeus) of dat door de recente bouw de bovengrond dermate verstoord is dat enkel de diepere delen van waterputten uit de Middeleeuwen behouden zijn gebleven (Burg. Ruttenplein, Burg. Wijnenstraat 2-4). Vondstmelding
Locatie
3157359100
80 m NO: Lindestraat Bernhardstraat
Aard vondsten -
Prins
In 2003 is een 19e eeuwse waterput (diameter 1,45 m)aangetroffen doordat de kraan eroverheen reed. In 2003 aangetroffen bakstenen waterput uit eind 19e/begin 20e eeuw voor openbare waterpomp
3157367100
105 m NO: Lindestraat
Onderzoek
Locatie
Type onderzoek
Resultaten
2055483100
0mN Burg. Ruttenplein
Proefsleuvenonderzoek (AAO) in 1999
Dijkstra & Ploegaert (1999): Terrein veelal verstoord, alleen enkele diepere ME-sporen bewaard gebleven.
2073740100
9mO Winkelcentrum Midas & Parkeergarage
Booronderzoek in 2005 (10 boringen/ha, 7-20 cm diameter, zeven 4 mm)
Hensen e.a. (2008): Advies proefsleuvenonderzoek ter hoogte van de intacte gooreerdgrond in het park en geen vervolg ter hoogte van de verstoorde profielen.
2145571100
9mO Rondom Winkelcentrum Midas
Bureauonderzoek in 2005
Geen rapport
Proefsleuven in 2007
Van der Linden (2008): (afval)kuilen en greppels uit de 18e tot 20e eeuw. Niet-behoudenswaardige vindplaats.
94 m ZO Parkeergarage Tuinstraat 1c
Karterend booronderzoek in 2007
Vondstlocatie: Geen doorslaggevende indicatoren
Opgraving in 2009
Hesseling e.a. (2010): Sporen met vondstmateriaal uit de 18e tot 20e eeuw. Enkele fragmenten aardewerk (1300-1525), vermoedelijk ex-situ.
190-220 m NO: Prins Bernhardstr. 56
Booronderzoek in 2007
Deels intact bodemprofiel, lokaal resten van de BChorizont.
2240608100
Proefsleuven in 2009
Mostert & Verbeek (2010): Behoudenswaardige vindplaats uit de IJzertijd en (vroeg)Romeinse tijd en vondstmateriaal uit de Middeleeuwen (MEVDMELB)
2268570100
Opgraving in 2009
Kooi (2011): Romeinse nederzetting strekt zich richting het noorden verder uit. Een spieker, enkele kuilen en een greppel aangetroffen met 2e tot 4e eeuws aardewerk. Ook enkele losse vondsten uit de Brons- en IJzertijd.
2192235100
2143676100 2244812100
2167458100
2269137100
49 m ZW: Markt
Bureauonderzoek 2009
Geen rapport
2376268100
24 m ZW: Markt / Burg. Wijnenstraat 2-4
Begeleiding 2012
van Benthum (2012): Ondiepe sporen en vondstlaag zijn verloren gegaan. Waterput (11001300), 2 waterputten (1300-1450), 2 kelders, 5 waterputten en 2 (afval)kuilen (1650-1800).
2424746100
122 m ZW: Koningsplein 12 en 14 (en 16)
Proefsleuvenonderzoek & Begeleiding (DAO) 2013
Veenstra (2014). VP1 behoudenswaardige Paalsporen van een houtbouwfase (10e -13e eeuw), opgegraven. VP2 niet-behoudenswaardige Paalsporen, muurrestanten en grondverbeteringssporen (late middeleeuwen en) nieuwe tijd.
KSP Archeologie
20
Onderzoek
Locatie
Type onderzoek
Resultaten
4652870100
142 m ZW Koningsplein 16
Opgraving 2019
Tump (2019): slecht geconserveerde waterput uit de 9e eeuw. Rechter zijgevel oudste bebouwingsfase 18e eeuw of ouder. Resten van een potstal onder een huidige kelder, Ook een andere potstal uit de 17e of 18e eeuw. En een waterput (18e eeuw) van de herberg/bierbrouwerij. Ook sporen van de 19e eeuwse uitbreiding.
2459325100
153 m ZW: Bartholomeus
Proefsleuven in 2014
te Kiefte (2015): Niet-behoudenswaardige vindplaats. Muurresten van het Liefdehuis van de Zusters van Liefde. Kapel (1879), ‘oudemannenhuis’ (1883) en klooster (1884).
4036208100
230 m N Industrielaan/Gieterij – Picushof
Bureau- en verkennend/karterend booronderzoek 2017 (10 boringen)
Exaltus & Orbons (2019a): In 90% van de boringen een verstoring tot 1 m-mv (0,5 m in de C-horizont). In het zuidoosten intacte bodemopbouw zonder indicatoren. Advies geen vervolg, eventueel ter controle proefsleuven.
4628157100
Proefsleuvenonderzoek (12 kijkgaten van 1 m breed) 2018
Exaltus & Orbons (2019b): Verstoring blijkt heterogeen akkerdek met houtskool, geglazuurd aardewerk en brokken baksteen. Lokaal ook prehistorische scherven → advies niet dieper graven dan heterogeen akkerdek of proefsleuven
4674732100
Begeleiding wegcunet, proefsleuven & opgraving (oostelijk deel) 2019.
van Dijk (2021): dekzandkop (oosten): vuursteenkamp met haard (PALEOL-MESOV). 17 sporenclusters van bewoning (BRONSL-ROMV). Off-site resten (ROMM-NT)
Tabel 1: Overzicht van de onderzoeksmeldingen en vondstmeldingen binnen een straal van 250 m rondom het plangebied (bron: archis.cultureelerfgoed.nl).
Een uitzondering vormt het onderzoek nabij de rijksmonumentale panden aan het Koningsplein 12, 14 en 16. Hier zijn naast sporen uit de 18e tot 20e eeuw ook sporen gevonden van een houtbouwfase uit de 10e tot 13e eeuw (Koningsplein 12-14) en een door de lage grondwaterstanden slecht conserveerde houten waterput uit de 9e eeuw (Koningsplein 16). Op 200 – 240 m ten noorden van het plangebied, buiten de historische kern, is een vindplaats uit de Romeinse tijd aangetroffen en opgegraven aan de Prins Bernhardstraat 56. Voor de nieuwbouw aan de Industrieweg (nu Gieterij-Picushof) is middels proefsleuvenonderzoek en archeologische begeleiding een vuursteenkampement (overgang Paleolithicum – Mesolithicum) en vrijwel gebiedsdekkende bewoning uit de IJzertijd aangetroffen (van Dijk 2021). Beide onderzoekclusters liggen in of nabij een hoger gelegen deel van de dekzandrug van Asten (Figuur 10). 3.5
Beschrijving van de ondergrondse bouwhistorische waarden
Binnen het plangebied, met name in de zuidoostelijke helft kunnen ondergrondse bouwhistorische waarden aangetroffen worden. Op basis van historisch kaartmateriaal (paragraaf 3.3) is het plangebied ten minste bebouwd geweest vanaf de 19e eeuw en op basis van archiefonderzoek door de heemkundige kring De Vonder (Asten-Someren) gaat bewoning zelfs terug tot (minimaal) de 17e eeuw. 3.6
Gespecificeerde archeologische verwachting
Op de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart is aan het plangebied in het noordwesten een middelhoge verwachting en in het zuidoosten een hoge archeologische waarde toegekend (Figuur 4). Op basis van de gegevens uit het bureauonderzoek (paragraaf 3.1 t/m 3.5) is voor het plangebied een
KSP Archeologie
21
gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld (samengevat in Tabel 2). Deze verwachting zal in de onderstaande tekst worden toegelicht. Het landschap heeft met name voor de prehistorische mens een belangrijke rol gespeeld in de keuze voor een bewoningslocatie. Het plangebied ligt binnen een lager gelegen deel van de dekzandrug van Asten. Gezien de ouderdom van de te verwachte afzettingen kunnen in het plangebied vindplaatsen aanwezig zijn die dateren uit de periode vanaf het Laat-Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Periode Laat-Paleolithicum – Neolithicum
Verwachting Laag
Neolithicum – Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw)
Middelhoog
Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw)– Nieuwe tijd
Hoog
Verwachte kenmerken vindplaats Bewoningssporen, tijdelijke kampementen, vuursteen artefacten, haardkuilen Nederzetting: cultuurlaag, (paal)kuilen, greppels, fragmenten aardewerk, natuursteen, gebruiksvoorwerpen Begravingsresten: kringgreppel, fragmenten aardewerk (urn), verbrande botresten Huisplaats: cultuurlaag, (paal)kuilen, greppels, bakstenen, fragmenten aardewerk, gebruiksvoorwerpen
Diepteligging sporen Onder het plaggendek vanaf de top van de podzolbodem
Onder het plaggendek vanaf de top van de podzolbodem tot in de Chorizont
Vanaf maaiveld tot diep in de Chorizont
Tabel 2: Specifieke archeologische verwachting per periode voor het plangebied.
Jager-verzamelaars uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum kozen als woon- en verblijfplaats vaak voor de hoger liggende terreingedeelten in het landschap, bij voorkeur in de buurt van open water zoals een beekdal of vennetje. Water was een belangrijk gegeven, niet alleen voor het lessen van de dorst. Nabij water heerst er ook een grotere biodiversiteit wat de jacht en het verzamelen van plantaardig voedsel vergemakkelijkt. Archeologische vindplaatsen uit deze periode komen dus met name voor op overgangen van nat naar droog (de zogenaamde gradiëntzones). Door de ligging centraal op de dekzandrug en het ontbreken van een bron van open water is een lage archeologische verwachting aan het plangebied toegekend voor vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum. In een hoger gelegen deel van Asten is wel een kampement uit de steentijd aangetroffen. Als resten uit deze periode aanwezig zouden zijn is de kans groot dat een eventuele behoudenswaardige vindplaats verloren si gegaan bij de diverse bouwfases in het plangebied in de 19 e tot 20e eeuw, aangezien vuursteenvindplaatsen zeer kwetsbaar zijn. Vanaf het Neolithicum ontstaan in onze streken de eerste landbouwculturen die gekenmerkt worden door sedentaire nederzettingen.
In de beginperiode combineert men akkerbouw met het jagen en verzamelen, maar geleidelijk stapt men over naar akkerbouw en veeteelt. In de periode vanaf het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw) heeft men een voorkeur voor hoger en droger gelegen gebieden, die geschikt waren voor akkerbouw. In de onderzoeken in de directe omgeving in het historisch centrum zijn nog geen resten aangetroffen uit de 8e eeuw of ouder. Aan het Koningsplein 12-16, nabij de huidige katholieke kerk, zijn resten aangetroffen uit de 9e eeuw tot en met de Volle Middeleeuwen De kans is aanwezig dat dergelijke oude resten ook in het plangebied aanwezig zijn. Oudere vindplaatsen uit de periode Bronstijd – Romeinse tijd lijken zich te concentreren op de hogere koppen van de dekzandrug van Asten. 1. 2. 3.
Datering: Neolithicum – Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw). Met name 9e tot 13e eeuw. Complextype: vindplaatsen vanaf het Neolithicum bestaan uit nederzettingssporen en/of sporen van begravingen. Omvang: nederzettingsterreinen of grafvelden/begravingen variëren in grootte van enkele honderden tot duizenden vierkante meters en kunnen zich soms over meerdere hectaren uitstrekken.
KSP Archeologie
22
4.
5.
6. 7.
8.
Diepteligging: het potentiële archeologische niveau ligt onder het plaggendek in de top van de oorspronkelijke (podzol)bodem (vanaf ca. 50 cm -mv). De (diepere) grondsporen reiken tot in het dekzand (C-horizont). Gaafheid en conservering: het archeologische sporenniveau in de top van de C-horizont zal naar verwachting goed zijn beschermd door het plaggendek dat vanaf de Late Middeleeuwen is opgebracht. Wel zal (een deel van) het vondstniveau in de onderzijde van het plaggendek zijn opgenomen. Locatie: hele plangebied. Uiterlijke kenmerken: De nederzettingen worden gekenmerkt door permanente woningen die vaak diep in de grond gefundeerd waren. Waterputten werden gegraven voor de watervoorziening terwijl in en nabij de nederzetting afvalkuilen werden gegraven om afval te begraven. Naast nederzettingsresten kunnen ook begravingen voorkomen. Restanten hiervan kunnen bestaan uit kringgreppels, fragmenten aardewerk (urnen), crematieresten, inhumaties e.d. De sporen kunnen diep in de bodem reiken. Vondstmateriaal van de nederzetting kan door landbewerking in het bovenliggende plaggendek terecht zijn gekomen. Mogelijke verstoringen: In 1913 is de toenmalige bebouwing geheel uitgebrand. Daarna is de bebouwing herbouwd. In 1900 is het toenmalige perceel gesplitst en is de toentertijd aanwezige brouwerij gesloopt.
Door deze werkzaamheden kunnen oudere sporen aan de zuidzijde verloren zijn gegaan. Off-site resten in het noordwesten van het plangebied kunnen verloren zijn gegaan bij de bouw die hier in de 2e helft van de 20e eeuw heeft plaatsgevonden. Een deel van deze bebouwing is recent gesloopt wat wederom tot een verstoring geleid kan hebben.
Vanaf de Late Middeleeuwen verandert het bewoningspatroon. Bewoning concentreert zich in dorpen, steden en bewoningsclusters. Rondom deze dorpen ligt het landbouwareaal dat instaat voor de voedselvoorziening van de inwoners. In deze periode is de landschappelijke ligging van het gebied niet meer doorslaggevend voor de locatiekeuze. Uit historisch kaartmateriaal blijkt dat de zuidoostelijke helft van het plangebied vanaf de 19e eeuw bebouwd is en op basis van archiefonderzoek van de historische kring De Vonder (Asten-Someren) is het plangebied al sinds 1645 bewoond. Oudere bewoning is niet uitgesloten. Voor de periode Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot in de Nieuwe tijd geldt daarom een hoge verwachting. 1. 2. 3. 4. 5.
6.
7.
Datering: De huisplaats dateert vermoedelijk uit de Nieuwe tijd (17e – 20e eeuw), maar een Vroeg-Nieuwetijdse tot Middeleeuwse bewoningsfase is niet uitgesloten. Complextype: Nederzetting (huisplaats) en Industrie (Brouwerij, Drukkerij). Omvang: de huisplaats heeft op basis van historisch kaartmateriaal een oppervlakte van ca. 700 -1100 m2, waarvan ca. 500 m² in het zuidoosten van het plangebied ligt. Diepteligging: het leesbare sporenniveau wordt onder de bovengrond verwacht (vanaf ca. 30 cm -mv) tot diep in de bodem. Gaafheid en conservering: omdat de archeologische resten voor de huisplaats naar verwachting uit bouwmateriaal bestaan (baksteen) en relatief jong zijn, kan de gaafheid en conservering goed zijn mits de funderingen niet zijn verwijderd. Locatie: De vindplaats bevind zich in de zuidoostelijke helft van het plangebied en liep vroeger verder door naar het noordoosten. Dat deel van de vindplaats (huis en merendeel van de brouwerij) kan deels verloren zijn gegaan bij sloop van Prins Bernhardstraat 5-7 en de aanleg van de weg die ten oosten van het plangebied ligt. Uiterlijke kenmerken: ter plaatse van de huisplaats kunnen muurresten (baksteen), afvalkuilen, paalkuilen en mogelijk ophogingslagen aanwezig zijn. Daarnaast kan vondstmateriaal aanwezig zijn in de vorm van fragmenten aardewerk, fragmenten metaal, gebruiksvoorwerpen e.d.
De gebruiksvoorwerpen kunnen samenhangen met activiteiten van brouwen, boekdrukken en de productie van horloges. Op het terrein kunnen diverse resten aanwezig zijn van handel van diverse waren uit de 17e eeuw tot heden.
KSP Archeologie
23
8.
3.7
Mogelijke verstoringen: In 1913 is de toenmalige bebouwing geheel uitgebrand. Daarna is de bebouwing herbouwd. In 1900 is het toenmalige perceel gesplitst en is de toentertijd aanwezige brouwerij gesloopt. Door deze werkzaamheden kunnen oudere sporen aan de zuidzijde verloren zijn gegaan. Off-site resten in het noordwesten van het plangebied kunnen verloren zijn gegaan bij de bouw die hier in de 2e helft van de 20e eeuw heeft plaatsgevonden. Een deel van deze bebouwing is recent gesloopt wat wederom tot een verstoring geleid kan hebben. Advies na het bureauonderzoek
Gezien de hoge archeologische verwachting door de ligging in het centrum van Asten en de bekende bewoningsgeschiedenis vanaf de 17e eeuw is de kans zeer groot dat archeologische resten in het plangebied aanwezig zijn. Behoud in situ van deze resten is waarschijnlijk niet mogelijk, aangezien de hoger en uitgebreidere nieuwbouw een nieuwe en zwaardere fundering nodig zal hebben. De kans is aanwezig dat de archeologische resten verloren zijn gegaan door sloopwerkzaamheden, verbouwingen en branden in de 20e en 21e eeuw. Normaliter wordt na een bureauonderzoek een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Het plangebied is grotendeels bebouwd waardoor booronderzoek relatief duur is. Bovendien is de kans groot dat het booronderzoek geen uitsluitsel zal bieden of de waargenomen antropogene lagen verstoringen of archeologische sporen zijn. Uit het booronderzoek van Montferland Milieu uit 2021 blijkt bovendien dat in het historische deel een vloerverwarming aanwezig is, waardoor betonboringen hier niet mogelijk zijn. Dat zou betekenen dat in het met zekerheid historische bebouwde deel met het huidige gebruik geen informatie verzameld kan worden en er hoe dan ook pas tijdens een gravend onderzoek meer uitsluitsel kan komen over de aarden intactheid van de bodemopbouw.
De huidige bovengrondse bebouwing is na 1913 herbouwd waardoor deze geen of weinig informatie zal geven over de eventuele nog aanwezige oudere ondergrondse resten. Bovengrondse sloop, mits zorgvuldig uitgevoerd, kan daardoor plaatsvinden zonder dat hierbij archeologische resten verloren gaan. Er wordt een proefsleuvenonderzoek aanbevolen aansluitend aan de bovengrondse sloop. Indien behoudenswaardige archeologisch resten aanwezig zijn, dan zouden deze door behoud in- of ex situ behouden moeten blijven. Of Behoud in situ door het aanpassen van het palenplan en/of fundering mogelijk is zal pas blijken als bekend is vanaf welke diepte en waar behoudenswaardige archeologische resten aanwezig zijn. Een opgraving (behoud ex situ) van de resten zal anders nodig zijn. Afhankelijk van de planning zou deze opgraving gecombineerd kunnen worden met de civieltechnische werkzaamheden voor het verder uitgraven van de bouwputten. Aangezien de kans groot is dan een vindplaats aanwezig is, heeft een reguliere opgraving voorafgaand aan de bouw de voorkeur.
KSP Archeologie
24
Hoofdstuk 4 Archeologische verwachting 4.1 Regionale archeologische en cultuurlandschappelijke context Het plangebied ligt in de historische kern van Asten en is minimaal sinds 1645 bewoond geweest. Elders zijn in het centrum ook bewoningsfases vanaf de 9e eeuw bekend. In de hogere delen van het landschap rondom de historische kern komt oudere bewoning voor vanaf de steentijd. 4.2 Aard en ouderdom van de vindplaats(en) Op basis van de landschappelijke ligging kunnen binnen het plangebied vindplaatsen aanwezig zijn vanaf het Laat-Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Het kan hierbij gaan om resten van vuursteenvindplaatsen, nederzettingen, agrarisch gebruik, grafmonumenten en overblijfselen (funderingen) van gebouwen. Het meest aannemelijk is een bewoningsfase vanaf de 17 e eeuw, maar oudere fases zijn niet uitgesloten. 4.3 Begrenzing en oppervlakte van de vindplaats(en) Vindplaatsen uit de prehistorie en de middeleeuwen kunnen in het hele plangebied voorkomen en variëren in oppervlaktes van enkele tientallen vierkantenmeters (vuursteenvindplaatsen) tot duizenden vierkantenmeters (nederzettingsterreinen) en zich soms uitstrekken over meerdere hectaren. De vindplaats vanaf de 17e eeuw wordt verwacht in het zuidoosten van het plangebied, direct aan de straat. In het noorden van de zuidoostelijke helft worden werkplaatsen verwacht o.a. een brouwerij uit de 18e en 19e eeuw.
4.4 Structuren en sporen De verwachte resten kunnen onder meer bestaan uit vuursteenstrooiingen, nederzettingssporen (paalgaten, kuilen, boerderijplattegronden, waterputten e.d.), akkerlagen, verkavelingsgreppels, begravingen. Specifiek voor de Nieuwe tijd kunnen muurresten, uitbraaksleuven, beer- en of waterputten en afvalkuilen worden aangetroffen. 4.5 Anorganische artefacten Op archeologische vindplaatsen kunnen naast aardewerk en natuursteen allerlei gebruiksvoorwerpen van ander materiaal worden aangetroffen, zoals metaal, glas, keramisch bouwmateriaal, leem etc. 4.6 Organische artefacten Op archeologische vindplaatsen kunnen allerlei objecten van organisch materiaal worden aangetroffen zoals bot, hout en leer. In het zandgebied is in het algemeen sprake van een lage grondwaterstand (grondwatertrap VI - VIII). Boven het grondwaterniveau wordt organisch materiaal zelden aangetroffen omdat de conserveringsomstandigheden slecht zijn door de zuurstofrijke (en zure) bodemomgeving. In deze gebieden zijn ze enkel bewaard gebleven in verkoolde toestand. In diep ingegraven grondsporen met humeuze vullingen zoals greppels, afvalkuilen, beeren/of waterputten zijn de conserveringsomstandigheden beter en kan mogelijk organisch materiaal worden aangetroffen.
4.7 Archeozoölogische en botanische resten Op archeologische vindplaatsen kunnen resten van zaden, pollen, botmateriaal, uitwerpselen en dergelijke worden aangetroffen. Ook dit zijn organische resten die boven de grondwaterstand niet of nauwelijks bewaard blijven. Gezien de landschappelijke ligging in een dekzandgebied met een lage grondwaterstand is de kans dan ook klein dat dergelijke resten aanwezig zijn. In deze omstandigheden zijn ze vaak bewaard gebleven in verkoolde toestand. In diep ingegraven grondsporen met humeuze vullingen zoals greppels, afvalkuilen, beer- en/of waterputten zijn de conserveringsomstandigheden beter en kan mogelijk nog wel organisch materiaal worden aangetroffen.
KSP Archeologie
25
4.8 Motivatie Het plangebied ligt binnen een lager gelegen deel van de dekzandrug van Asten en in de omgeving is geen bron van open water bekend. Het plangebied heeft daarom een lage verwachting voor vuursteenvindplaatsen. Nabij het plangebied is een vuursteenvindplaats bekend, maar deze ligt binnen een hoger deel, nabij de noordelijke rand van de dekzandrug. Prehistorische nederzettingen uit de IJzertijd en Romeinse tijd zijn tevens ten noorden van het plangebied bekend, waardoor het lager gelegen plangebied een middelhoge verwachting heeft voor dergelijke vindplaatsen. Sporen hiervan zijn bij de proefsleuvenonderzoek en opgravingen direct rondom het plangebied nog niet waargenomen. Bekend is dat het plangebied bewoond is geweest vanaf 1645, waardoor het plangebied een hoge verwachting heeft voor huisplaatsen vanaf die periode. Oudere resten, zoals de houtbouw uit de 9e tot 13e eeuw aan het Koningsplein 12 – 16 zijn niet uitgesloten. 4.9 Archeologische stratigrafie en diepte van vondstlagen Archeologische sporen, muurwerk en vondsten uit de periode Late Middeleeuwen tot Nieuwe tijd kunnen vanaf het maaiveld voorkomen. Door het ontbreken van funderingstekeningen van de bestaande panden is het onduidelijk vanaf welke diepte oudere archeologische resten kunnen voorkomen. Uit archeologische onderzoeken uit de omgeving blijkt dat de waterputten zeer diep kunnen doorlopen.
4.10 Gaafheid en conservering In 1913 is de toenmalige bebouwing geheel uitgebrand. Daarna is de bebouwing herbouwd. In 1900 is het toenmalige perceel gesplitst en is de brouwerij gesloopt. Door deze werkzaamheden kunnen oudere sporen aan de zuidzijde verloren zijn gegaan. Off-site resten in het noordwesten van het plangebied kunnen verloren zijn gegaan bij de bouw die hier in de 2e helft van de 20e eeuw heeft plaatsgevonden. Een deel van deze bebouwing is recent gesloopt wat wederom tot een verstoring geleid kan hebben. Uit onderzoeken uit de omgeving blijkt dat de 18e tot 20e eeuwse bebouwing veelal voor een verstoring van het archeologisch niveau heeft gezorgd van mogelijke oudere bewoning. Diepere middeleeuwse tot Nieuwetijdse delen van waterputten zijn dan bewaard gebleven. De eventuele houten wanden zijn door de lage grondwaterstanden aangetast.
KSP Archeologie
26
Hoofdstuk 5 Doelstelling en vraagstelling 5.1 Doelstelling Er wordt een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd direct aansluitend aan de bovengrondse sloop. Indien behoudenswaardige archeologisch resten aanwezig zijn, dan zouden deze door behoud in- of ex situ behouden moeten blijven. Of Behoud in situ door het aanpassen van het palenplan en/of fundering mogelijk is zal pas blijken als bekend is vanaf welke diepte en waar behoudenswaardige archeologische resten aanwezig zijn. Een opgraving (behoud ex situ) van de resten zal anders nodig zijn. Afhankelijk van de planning zou deze opgraving gecombineerd kunnen worden met de civieltechnische werkzaamheden voor het verder uitgraven van de bouwputten. Aangezien de kans groot is dan een vindplaats aanwezig is, heeft een reguliere opgraving voorafgaand aan de bouw de voorkeur. Het doel van het proefsleuvenonderzoek is het aanvullen en toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting, zoals geformuleerd in het vooronderzoek. Het gaat om gebieds- of vindplaatsgericht onderzoek. Het IVO gebeurt door middel van waarnemingen in het veld, waarbij (extra) informatie wordt verkregen over bekende en/of verwachte archeologische waarden binnen een onderzoeksgebied. Deze informatie bestaat uit de aan- of afwezigheid, de aard, de omvang, de datering, de gaafheid, de conservering en de inhoudelijke kwaliteit van de archeologische waarden.