CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

RU23.01.04C Toelichting ontwerpbestemmingsplan Asten Prins Bernardstraat 1 2022.pdf

Raadscommissie Ruimte 10 januari 2023, gemeente AstenBij agendapunt: Ontwerpbestemmingsplan Asten Prins Bernhardstraat 1 2022 (opiniërend)14.409 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TOELICHTING Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’ NL.IMRO.0743.BP02022003-OW01

13 OKTOBER 2022 ONTWERP

Gemeente Asten Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’

Gegevens opdrachtgever Organisatie

: P&R Ontwikkeling B.V.

Adres

: Maaskade 18

Postcode

: 5347KD

Plaats

: Oss

Gegevens adviesbureau Naam

: Pittiger in planologie

Adres

: Verwestraat 32

Postcode

: 5491BZ

Plaats

: Sint Oedenrode

Telefoon

: 06-19743337

Internet

: www.pittiger.com

Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 13 oktober 2022

2

Inhoudsopgave 1.

Inleiding........................................................................................................................................... 5 1.1

Aanleiding .............................................................................................................................. 5

1.2 Vigerend bestemmingsplan.......................................................................................................... 7 1.3 Leeswijzer ...................................................................................................................................... 8 2

Huidige en toekomstige situatie ..................................................................................................... 9 2.1 Huidige situatie ............................................................................................................................. 9 2.2 Toekomstige situatie ..................................................................................................................... 9 2.3 Stedenbouw ................................................................................................................................ 10 2.4 Verkeer en parkeren ................................................................................................................... 12

3

Beleidskader .................................................................................................................................. 16 3.1 Rijksbeleid ................................................................................................................................... 16 3.2 Provinciaal beleid ........................................................................................................................ 17 3.3 Gemeentelijk beleid .................................................................................................................... 19

4.

Milieuhygiënische aspecten .......................................................................................................... 23 4.1 Algemeen. ................................................................................................................................... 23 4.2 Akoestiek ..................................................................................................................................... 23 4.3 Archeologie en cultuurhistorie.................................................................................................... 25 4.4 Bedrijven en milieuzonering ....................................................................................................... 26 4.5 Bodem ......................................................................................................................................... 27 4.6 Externe Veiligheid ....................................................................................................................... 29 4.7 Natuur ......................................................................................................................................... 32 4.8 Luchtkwaliteit ..............................................................................................................................

34 4.9 Water .......................................................................................................................................... 39 4.10

5.

Milieueffectrapportage (M.e.r.)........................................................................................... 44

Toelichting, verbeelding en regels ................................................................................................ 46 5.1 Algemeen .................................................................................................................................... 47 5.2 Toelichting op de regels .............................................................................................................. 47

Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 13 oktober 2022

3

6.

Uitvoeringsaspecten ..................................................................................................................... 50 6.1 Economische haalbaarheid ......................................................................................................... 50 6.2 Overleg en maatschappelijke haalbaarheid ................................................................................ 50

7.

Bijlagen .......................................................................................................................................... 52

Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 13 oktober 2022

4

1. Inleiding 1.1 Aanleiding Op 1 april vorig jaar sloot de Blokker aan de Prins Bernhardstraat 1 in Asten zijn deuren. Sindsdien staat het winkelpand leeg. De eigenaren van het pand en bijbehorende gronden (ca. 1.500 m²) hebben na overleg met de gemeente door P&R Projectontwikkeling BV een plan laten maken voor herontwikkeling van de locatie. P&R Ontwikkeling B.V. is voornemens een appartementencomplex bestaande uit 21 woningen met commerciële plint te ontwikkelen. De gemeente Asten is positief over de ontwikkeling. De gemeente hecht namelijk veel waarde aan herontwikkeling van de locatie Prins Bernhardstraat 1, omdat dit kan bijdragen aan een aantrekkelijk en levendig centrum. Met name het verbeteren van de verbinding tussen de winkelcentra Midas en Kompas wordt hierbij als een kans gezien. Om deze verbinding functioneel te versterken is het wenselijk om winkelruimte toe te voegen aan de steeg tussen Midas en Kompas. Appartementen boven de winkels vergroten bovendien de levendigheid van dit stukje centrum. De ontwikkeling past niet in het vigerende bestemmingsplan ‘Asten Centrumgebied’ en de van toepassing zijnde parapluplannen in verband met archeologie en wonen. Onder andere omdat niet meer woningen zijn toegestaan dan bij inwerkingtreding van het vigerende bestemmingsplan feitelijk aanwezig waren.

Het gaat dan om 19 nieuwe woningen (21 nieuwe - 2 bestaande = 19 woningen meer dan in de huidige situatie). Daarnaast bestaat de nieuwe bebouwing uit meer dan twee bouwlagen en wordt de nieuwe bebouwing 12,7 meter hoog (goot- en bouwhoogte) in plaats van de rechtstreeks toegestane 12 meter bouwen 7 meter goothoogte in het bestemmingsplan. Verder is het conform het vigerende bestemmingsplan toegestaan om maximaal 80% van het perceel te bebouwen. Met het planvoornemen wordt 92,7% bebouwd, waardoor deze bebouwingsnorm wordt overschreden met 12,7%. Om het plan te kunnen realiseren is een bestemmingswijziging nodig. Onderhavig bestemmingsplan voorziet hierin. Plangebied De afbeelding hieronder geeft het plangebied (groene arcering + rode pijltje) op de luchtfoto weer.

Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 13 oktober 2022

5

De afbeeldingen hieronder geven de huidige situatie ter hoogte van het plangebied weer.

Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 13 oktober 2022

6

1.2 Vigerende bestemmingsplannen Ter plaatse van het plangebied vigeert het bestemmingsplan ‘Asten Centrumgebied’. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad van Asten d.d. 2 juli 2014. Op het plangebied is de bestemming ‘Centrum – 1’ van toepassing. Gronden met deze bestemming zijn bedoeld voor wonen, detailhandel, dienstverlening (waaronder kantoren), voorzieningen ten behoeve van waterhuishouding, een aan huis gebonden beroep of bedrijf of een ambachtelijk bedrijf en aanverwante voorzieningen. Wonen is overal binnen de bestemming toegestaan, de andere functies alleen op de begane grond. Hierbij geldt dat het aantal woningen per bouwperceel niet mag toenemen ten opzichte van de feitelijke hoeveelheid op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. Bouwen is alleen toegestaan binnen het bouwvlak, dat voor 80% mag worden bebouwd. De bouwhoogte van hoofdgebouwen mag niet meer beslaan dan 2 bouwlagen waarbij een goothoogte van 7 meter en een bouwhoogte van 12 meter geldt. Voor bijgebouwen geldt een maximale goothoogte van 4 meter en bouwhoogte van 6 meter. Verder zijn ter hoogte van het plangebied nog twee wijzigingsgebieden van toepassing in het bestemmingsplan. De regels behorende bij deze wijzigingsgebieden sluiten niet aan bij onderhavige ontwikkeling en zijn met die reden niet relevant hier nader te benoemen.

Zie de afbeelding hieronder die een uitsnede van de verbeelding van het vigerende bestemmingsplan weergeeft. De ligging van het plangebied is aangegeven met een rood pijltje.

Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 13 oktober 2022

7

De voorgenomen ontwikkeling is in strijd met het bestemmingsplan ‘Asten, Centrumgebied’, omdat: • • • •

het bestemmingsplan rechtstreeks niet meer woningen toelaat dan reeds aanwezig zijn; het bestemmingsplan rechtstreeks niet meer dan 2 bouwlagen toelaat; het bestemmingsplan rechtstreeks een maximale goothoogte kent van 7 meter en een maximale bouwhoogte van 12 meter; het toegelaten bebouwingspercentage van 80% wordt overschreden.

Ter hoogte van het plangebied zijn verder nog twee parapluplannen van kracht: ‘Asten Archeologie 2012’ en ‘Asten Parapluplan Wonen 2019’. Voor wat betreft het aspect archeologie geldt op basis van het parapluplan ‘Asten Archeologie 2012’ dat twee dubbelbestemmingen van kracht zijn ‘Waarde – Archeologie 2’ en ‘Waarde – Archeologie 3’. Dit houdt in dat zonder archeologisch onderzoek respectievelijk niet meer dan 250 m2 met een diepte van 0,4 meter beneden maaiveld en 2500 m2 met een diepte van 0,4 meter beneden maaiveld in de grond mag worden geroerd. Dit betekent dat in onderhavige situatie archeologisch onderzoek aan de orde is. Het bestemmingsplan ‘Asten Parapluplan Wonen 2019’ is verder niet relevant in relatie tot onderhavige ontwikkeling. 1.3 Leeswijzer Deze toelichting bevat 6 hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk zullen in hoofdstuk 2 de bestaande en toekomstige situatie meer gedetailleerd uiteengezet worden. In de hoofdstukken 3 en 4 komen het beleid en de randvoorwaarden die in acht moeten worden genomen aan bod. Hoofdstuk 5 bevat de uitvoeringsaspecten en hoofdstuk 6 een algehele motivatie (samenvatting) voor wat betreft de planologische aanvaardbaarheid van het initiatief.

Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 13 oktober 2022

8

2 Huidige en toekomstige situatie 2.1 Huidige situatie 2.1.1 Bouwgeschiedenis en ruimtelijke structuur Het plangebied ligt in Asten dat ruim 13.000 inwoners heeft. Meer specifiek ligt het plangebied in het kernwinkelgebied van het centrum van Asten aan de Prins Bernhardstraat. Langs het plangebied af is sprake van een doorsteek voor langzaamverkeer richting het Burgemeester Ruttenplein. Uit archeologisch onderzoek van 2010 is gebleken dat Asten al in de Romeinse tijd stenen bebouwing kende. De naam Asten verscheen echter voor het eerst in oorkonden uit 1202 en 1212. Asten ligt op een zandrug langs de Aa, welke vroeger bescherming bood tegen overstromingen en waarop wegen konden worden aangelegd. Omdat Asten de eerste plaats was aan de rand van de Peel, werden hier reparatiewerkplaatsen voor wagens, kroegen en herbergen opgericht ten behoeve van reizigers en peelwerkers. Hieruit kwam ook een aanzienlijke handelsactiviteit voort. Van groot economisch belang was de aanleg van de ZuidWillemsvaart die in 1826 werd geopend. In 1828 startte Antoon Bluijssen een een bedrijf dat tot grote bloei kwam onder zijn zoon Jan Bluijssen. De firma A. Bluijssen en zonen deed in textiel, boter en margarine waarvoor de fabrieken in het hart van Asten gebouwd werden.

Later is er door Willem Bluijssen, zoon van Jan, een winkelketen opgezet die tussen 1891 en 1899 expandeerde tot 144 winkels in Nederland, België, Engeland en Schotland. En dan was er nog het landgoed Bluijssens Broek met een grote vooraanstaande boerderij. In 1907 gaat het bedrijf ten onder: 400 werknemers werkloos, waarvan 100 in Asten. De Bluijssens verdwijnen uit Asten. In de jaren 1970 zijn de fabrieksgebouwen afgebroken, maar de villa's zijn behouden gebleven. Het belangrijkste en meest bekende bedrijf van Asten op dit moment is Klokkengieterij Eijsbouts, van waaruit tevens het initiatief tot het Nationaal Beiaardmuseum is gekomen. Dit heeft mede het toerisme naar Asten gestimuleerd. Verder zijn in Asten tal van andere industriële bedrijven gevestigd, zoals op het terrein van de voedingsmiddelenindustrie, huisdiervoeder, metaalnijverheid, machinebouw, beton, glas, kunststoffen, meubelen en kleding. Het plangebied is op dit moment bebouwd ten behoeve van detailhandel op de begane grond. Op de verdieping is sprake van twee woningen (appartementen). De bebouwing bestaat uit één-, twee- en drielaagse bebouwing en is in verouderde staat. 2.1.2 Functies rondom het plangebied Het plangebied maakt onderdeel uit van het kernwinkelgebied van Asten.

In het kernwinkelgebied van Asten zijn allerlei functies aanwezig bestaande uit detailhandel, dienstverlening (waaronder kantoren), bedrijvigheid en horeca op de begane grond en wonen op de verdiepingen. 2.2 Toekomstige situatie P&R Ontwikkeling BV heeft met de eigenaren van het pand overeenstemming bereikt om de locatie her te ontwikkelen. De herontwikkeling bestaat qua functies uit de realisatie van een

Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 13 oktober 2022

9

gebouw met een commerciële plint van 1040 m2 bedoeld voor detailhandel, dienstverlening en bedrijvigheid en wonen in appartementen op de verdiepingen. Het gaat dan om 15 dure koop- en 6 sociale huurappartementen. Met deze ontwikkeling wordt dit gedeelte van het kernwinkelgebied van Asten gerevitaliseerd. Hieronder zijn de ‘artist impressions’ van de toekomstige situatie afgebeeld.

2.3 Stedenbouw Uitgangspunten Ruimtelijk-stedebouwkundig gezien is het mogelijk de bebouwing op het perceel te

Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 13 oktober 2022

10

intensiveren. Qua hoogte kan aangesloten worden bij de appartementencomplexen van het Kompas en Midas, maar dient tegelijkertijd aansluiting gezocht te worden bij de lagere (lint)bebouwing op de belendende percelen aan de Markt en Prins Bernhardstraat. In het bijzonder dient hierbij rekening gehouden te worden met de cultuurhistorische waarde van het pand aan Markt 17-19. In de verbindingssteeg is het wenselijk om differentiatie in de nieuwbouw aan te brengen om een eentonig straatbeeld te voorkomen. Planopzet Het voorgebouw heeft op de begane grond een commerciële ruimte met een tweezijdige oriëntatie, zowel gericht op de Prins Bernardstraat als op de steeg. Op de verdiepingen bevinden zich in totaal zes grote appartementen met op de zon georiënteerde loggia’s / terrassen op de beide hoeken van het voorgebouw. Het achtergebouw heeft op de begane grond een commerciële ruimte en een stallingsgarage die ruimte bied aan 19 parkeerplaatsen en wordt ontsloten vanuit de Frits de Bruijnstraat. Op de verdiepingen van het achtergebouw bevinden zich 9 grote appartementen en 6 kleinere appartementen. Deze appartementen hebben zuidwest georiënteerde dakterrassen aan de achterzijde van het gebouw. Alle appartementen worden ontsloten middels drie trappenhuizen aan de steeg. De individuele bergruimten zijn op de begane grond ondergebracht.

Het voorgebouw is een vier-laags gebouw opgedeeld in twee geveldelen met set-backs (teruggelegen gevels/ verticale gevelsprongen) van circa 3 meter op verschillende hoogtes; In aansluiting op het buurpand spring de gevel vanaf de tweede verdieping terug en op de steeghoek vanaf de derde verdieping. De baksteen architectuur is transparant van opzet door de grote gevelopeningen waarachter op enkele plaatsen loggia’s bevinden. Ondanks de strenge gevelorde ontstaat toch een levendig gevelbeeld door de verschillende gevelhoogtes en de perceelsgewijze opbouw. Ook het achtergebouw is perceelsgewijs opgebouwd met stadspanden op een lage plint. Tevens hebben deze panden ook op de derde verdieping een set-back van circa 2 meter. Doordat de verblijfsruimten van de appartementen op de verdiepingen direct aan de steeg liggen, krijgt de steeg de kwaliteit van een aangename woonstraat. In combinatie met de aanwezigheid van de commerciële ruimten op de begane grond wordt de sociale controle op de openbaar terrein verbeterd. Het achtergebouw sluit aan beide uiteinden qua hoogte aan op de aldaar aanwezige bouwhoogten, vier-laags in de Prins Bernardstraat en drie-laag bij het Burgemeester Ruttenplein.

Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 13 oktober 2022

11

De kleurstelling van het gebouw zorgt voor een warme uitstraling. De combinatie van grijstinten van de kozijnen en dakranden én het genuanceerde warmbruine, zachtgele en grijswitte metselwerk. Zodoende ontstaat een goede inpassing in het stedelijk weefsel van het dorp Asten. Zowel de commerciële ruimten als de appartementen zullen de leefbaarheid van het dorp positief beïnvloeden. De zes kleinere appartementen sluiten aan op de grote vraag naar betaalbaar wonen. Door de vijftien grote, luxe appartementen wordt tevens ingezet op een duurder segment. Onderhavig planvoornemen biedt op deze manier mogelijkheden voor een divers publiek, waarbij goed wonen wordt gegarandeerd. Conclusie uitgangspunten vs. planopzet In het ontwerp is qua hoogten aansluiting gezocht bij de omliggende bebouwing door een terugliggende bovenste bouwlaag en terugliggende balkons/loggias aan de Prins Bernhardstraat te realiseren. Dit is geborgd via de regels en verbeelding van dit bestemmingsplan. In het ontwerp is tegemoetgekomen aan de eis voor wat betreft differentiatie in de nieuwbouw door een zekere parcellering aan het gebouw toe te voegen. 2.4 Verkeer en parkeren Onderdeel van een goede ruimtelijke ordening is het effect van een nieuw project op de verkeersstructuur. Het plangebied is ontsloten op de Prins Bernhardstraat (eenrichtingsverkeer vanaf het noordoosten).

Verder is er sprake van ontsluiting van het plangebied voor langzaamverkeer van/ naar het Burgemeester Ruttenplein. De parkeergarage kan bereikt worden via de parkeerplaats van de Lidl die er recht tegenover ligt. Zie de afbeeldingen hieronder waarop dit met een blauwe pijl is aangegeven.

Ingang parkeergarage

Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 13 oktober 2022

12

2.4.1 Verkeersaantrekkende werking Met betrekking tot de verkeersaantrekkende werking van voorliggend plan geldt het navolgende. Het gebied kan worden getypeerd als centrum, weinig stedelijk. Aan de hand van deze typering is op basis van de CROW-normen de verkeersaantrekkende werking van het planvoornemen in beeld gebracht. Dit is als volgt. Functie Commerciele ruimte, zijnde commerciele dienstverlening (kantoor met baliefunctie) Koop, appartement, duur Huur, appartement, goedkoop

Aantal stuks of m2 BVO 615 m2 BVO (= 1040 (nieuw) - 425 (oud) m2 BVO)

Norm 10,5 – 12,9 (11,7)

Totaal 72

13 (er zijn er reeds 2 aanwezig)

6,8 - 7,6 (7,2)

93,6

6

3,7 – 4,5 (5,95)

35,7 201,3 mvt/ etmaal

De verkeersaantrekkende werking in de nieuwe situatie neemt met 201,3 mvt/ etmaal toe. De wegen waarover het verkeer het plangebied bereikt zijn niet overbelast, er is voldoende ruimte voor deze toename aanwezig. De dimensionering van de wegen is eveneens toereikend voor het af te wikkelen verkeer. Het initiatief is uitvoerbaar vanuit het aspect verkeer. 2.4.2 Parkeren Het parkeren moet ingevolge de Nota parkeernormen 2016 van de gemeente Asten worden opgelost. Uitgegaan wordt van daarin benoemde functies en typologieen en de bijbehorende parkeernorm voor het centrum van Asten en het principe salderen. Functies In de bestaande situatie is sprake van 403 m2 commerciële ruimte, 300 m2 magazijn/ opslag en 2 appartementen (huur, duur). In de nieuwe situatie is sprake van 1040 m2 commerciële ruimte, 15 appartementen (koop, duur) en 6 appartementen (huur, midden/goedkoop). Bestaande situatie Type Commerciële ruimte

Hoeveelheid/opp ervlakte in bvo’s/vwo’s 425m2

Onder welke norm? Commerciële dienstverlening (kantoor met baliefunctie)

Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 13 oktober 2022

Norm per 100m2 2,5

Parkeerplaatsen

Bezoekers aandeel

10,25 (11 pp)

-

13

Magazijn en opslag

300m2

Wonen Appartement Totaal

2 stuks (huur, duur)

Bedrijf arbeidsextensief Koop etage duur

0,7

2,1 (3 pp)

-

1,4

2,8 (3 pp)

1 openbaar

17 parkeerplaatsen

Aanwezigheidspercentages: Werkdag in de middag 100% kantoorbedrijven en 60% wonen. 0,60 *3 = 2,8 (2 pp) + 14 = 16 parkeerplaatsen minimaal Nieuwe situatie Type Commerciële ruimte Wonen Appartement Wonen Appartement Totaal

Hoeveelheid/opp ervlakte in bvo’s/vwo’s 1040m2

Onder welke norm?

15 stuks koop (duur)

Commerciële dienstverlenin g (kantoor met baliefunctie) Koop etage duur

6 stuks huur etage midden/goedkoop

etage midden goedkoop

Norm per 100m2 2,5

Parkeerplaatsen

Bezoekers aandeel

26 pp

20%

1,6

24 pp

4,5 openbaar

1,1

6,6 (7 pp)

1,8 openbaar

59,1 (60) parkeerplaatsen

Aanwezigheidspercentages: Werkdag in de middag 100% kantoorbedrijven en 60% wonen. 0,60 *30,6 = 18,36 (19 pp) + 26 = 45 parkeerplaatsen minimaal Via salderen zijn in onderhavige situatie 29 (= 45 – 16) parkeerplaatsen benodigd.

Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 13 oktober 2022

14

Parkeeroplossing De parkeeroplossing wordt gevonden in een parkeergarage onder de nieuwbouw. In deze parkeergarage zijn 29 parkeerplaatsen voorzien. Voldaan wordt aan de parkeerbehoefte. Onderstaande afbeelding illustreert dit.

De parkeerplaatsen in de parkeergarage worden toegekend aan de dure appartementen en de commerciele ruimte. Het parkeren in verband met de sociale huurappartementen vindt in het openbare gebied plaats. De bewoners van die appartementen kunnen – omdat voor hen geen parkeren op eigen terrein aan de orde is - per adres maximaal twee ontheffingen aanvragen als het twee verschillende chauffeurs betreffen.

Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 13 oktober 2022

15

3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 De Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De belangrijkste speerpunten uit de NOVI zijn: - Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; - De verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsten; - De overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; - De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland.

Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; - Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; - Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen. Onderhavige ontwikkeling past binnen de kaders van de Nationale Omgevingsvisie. 3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

Als sprake is van een stedelijke ontwikkeling in het kader van het Bro moet aan de ladder voor duurzame verstedelijking worden getoetst. Deze houdt in dat bezien moet worden of behoefte is aan de ontwikkeling en dat als buiten bestaand stedelijk gebied wordt ontwikkeld, wordt gemotiveerd dat voor de ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied geen ruimte is.

Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 13 oktober 2022

16

Stedelijke ontwikkeling Onderhavig plan omvat ten opzichte van wat op dit moment in het plangebied is toegestaan het toevoegen van 19 woningen. Op basis van jurisprudentie is daarmee sprake van een stedelijke ontwikkeling. Daarom is voor onderhavige ontwikkeling een laddertoets verplicht. Behoefte De ontwikkeling past binnen het gemeentelijke woningbouwbeleid - de woonvisie 2015 2024, de woningbouwmonitor 2022-2031 en de versnellingsagenda woningbouw gemeente Asten - dat afgestemd is met de regio. Een toelichting hierop staat in paragraaf 3.3.4. Doordat het via dit bestemmingsplan te realiseren aantal woningen past binnen het gemeentelijk en regionale woningbouwbeleid, sluit de ontwikkeling aan bij de behoefte. Ligging planvoornemen De appartementen worden middels herontwikkeling in bestaand stedelijk gebied gerealiseerd op een locatie waar in de huidige situatie verouderde bebouwing aanwezig is. Voldaan wordt aan de ladder voor duurzame verstedelijking. 3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant Op 14 december 2018 hebben de Provinciale Staten de omgevingsvisie Noord Brabant vastgesteld. Deze omgevingsvisie vervangt na het inwerking treden van de Omgevingswet de provinciale structuurvisie. Met de omgevingsvisie formuleert de provincie haar ambitie over hoe zij wil dat de Brabantse leefomgeving er in 2050 uitziet.

Daarbij stelt zij tussendoelen voor 2030, maar legt nu nog niet vast hoe zij die doelen wil bereiken. De provincie wil daarmee ruimte bieden voor inbreng vanuit partijen en disciplines. Om hiermee aan de slag te gaan is volgens de provincie een verdere uitwerking van de ambities nodig in de vorm van programma's. Met de visie geeft de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van Brabant. Daarbij legt zij de focus op vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn: werken aan energietransitie, een klimaat proof Brabant, de slimme netwerkstad en een concurrerende duurzame economie. Deze vier hoofdopgave staan ten dienste van de basis opgaven: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Om te komen tot de slimme netwerkstad richt de provincie zich op duurzame verstedelijking. Zij wil daarin richting geven door middel van het bevorderen van regionale afspraken, het sturen op zorgvuldig ruimtegebruik en het periodiek opstellen van prognoses. Verder wil zij een actieve rol spelen om beweging te stimuleren (o.a. door samen te werken bij gebiedsopgaven en bij het opstellen van uitvoeringsprogramma's) en gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken. Onderhavig plan is niet in strijd met de Omgevingsvisie Noord-Brabant.

De beleidsdoelstellingen vanuit de Omgevingsvisie Noord-Brabant worden nader uitgewerkt in een provinciale ruimtelijke verordening die instructieregels voor gemeenten bevat. Na 1

Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 13 oktober 2022

17

januari 2021 zal die verordening tegelijkertijd met de Omgevingsvisie in werking treden. Tot die tijd geldt de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 en de daaruit voortgevloeide Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant waaraan gemeenten zich moeten houden. Hieronder wordt op beide instrumenten nader ingegaan. Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Het beleid zoals opgenomen in de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 is door de provincie Noord-Brabant vertaald in een provinciale planologische verordening. Een instrument waarmee provincies regels stellen waaraan gemeenten zich moeten houden bij het ontwikkelen van onder andere bestemmingsplannen. 3.2.2

De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant regelt diverse ruimtelijke onderwerpen, welke op perceelniveau per onderwerp zijn begrensd en visueel op een kaart met verschillende kaartlagen zijn weergegeven. Hierdoor is voor ieder gebied in Noord-Brabant duidelijk welke regels er wat betreft provinciaal ruimtelijk beleid gelden. Door deze regels weten gemeenten al in een vroeg stadium waaraan ze toe zijn. Ter plaatse van het plangebied gelden conform de Interim omgevingsverordening NoordBrabant de instructieregels voor gemeenten voor de ‘Landelijke kern’. Zie de uitsnede van de kaart van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant ter hoogte van het plangebied (rode pijltje) hieronder.

De ontwikkeling waar het hier om gaat betreft het herontwikkelen van een plek die bestemd is voor centrumfuncties, meer specifiek detailhandel, dienstverlening waaronder kantoren en ambachtelijke bedrijvigheid op de begane grond met wonen op de verdieping. Dit blijft zo, waarbij de bebouwing wordt vernieuwd (revitalisering kernwinkelgebied) en tegelijkertijd op de verdieping meer woningen (+19) dan in de huidige situatie zijn toegelaten worden toegestaan (invulling woningbouwbehoefte).

Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 13 oktober 2022

18

Op onderhavige ontwikkeling is artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant van toepassing. In dit artikel is geregeld dat ontwikkelingen die voorzien in de functie ‘Wonen’ binnen het stedelijk gebied moeten zijn gelegen. Onderhavige locatie is gelegen in het stedelijk gebied van Asten. Verder geldt dat het om duurzame stedelijke ontwikkeling moet gaan. Hiervan is sprake omdat de ontwikkeling zorgvuldig ruimtegebruik bevordert. Namelijk, verouderd stedelijk gebied wordt getransformeerd en tegelijkertijd beter benut ingericht. Door herontwikkeling van de bestaande situatie wordt de steeg tussen Midas en Kompas verbeterd, omdat commerciele functies worden toegevoegd in de volledige plint. Dit maakt de steeg aantrekkelijker om gebruik van te maken en zorgt voor een goede verbinding tussen Midas en Kompas. Niet alleen hierdoor, maar ook door appartementen op de verdiepingen toe te voegen wordt de levendigheid van dit stukje centrum vergroot. Ook moet de ontwikkeling passen in de regionale afspraken. Voor de motivatie daaromtrent wordt verwezen naar paragraaf 3.3.2 van deze toelichting. Hieruit blijkt dat het plan passend is in de afspraken die regionaal zijn gemaakt. Verder is paragraaf 3.1.2 Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies van toepassing.

Het gaat in onderhavige situatie dan vooral om de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit, zorgvuldig ruimtegebruik, de toepassing van de lagenbenadering, meerwaardecreatie en voor zover het het landelijk gebied betreft ook kwaliteitsverbetering van het landschap. Met dit plan wordt met uitzondering van kwaliteitsverbetering van het landschap, omdat het een binnenstedelijke herontwikkeling betreft, hieraan invulling gegeven. Sprake is van inbreiding waarbij bestaande bebouwde ruimte wordt herontwikkeld. Hierdoor ontstaat revitalisering van het kernwinkelgebied. Daarbij kunnen, door de hoogte te benutten, woningen worden toegevoegd waaraan in Asten behoefte is. Verder wordt rekening gehouden met alle van toepassing zijnde milieuaspecten, waarop in het volgende hoofdstuk nader ingegaan wordt. Op basis van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is er in verband met het voorgenomen initiatief geen sprake van strijdigheden. Voldaan wordt aan de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.

3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1

Toekomstagenda Asten 2030

De gemeente wil samen met haar inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties werken aan een vitale, leefbare en aantrekkelijke gemeente Asten. Hiervoor heeft de gemeente de Toekomstagenda Asten 2030 gemaakt, wat het het kompas vormt om koers te houden én een uitnodiging is om mee te doen.

Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 13 oktober 2022

19

Op de Toekomstagenda Asten 2030 staan allerlei agendapunten, waaraan de gemeente in ieder geval tot 2030 wil werken. Onderhavige ontwikkeling ligt in het centrum van Asten. De centrumontwikkeling is één van de agendapunten op de Toekomstagenda Asten 2030. Met de centrumontwikkeling is het de bedoeling om aan een centrum in Asten te werken dat uitnodigend is voor inwoners en bezoekers. Daarbij wil de gemeente aansluiten bij de kernkwaliteiten van de natuur en voedselproductie en staan beleven en genieten centraal. Het centrum is de plek voor ontmoeten, eten en drinken en ook werken. De sfeer wordt bepaald door kleinschalige diensten en ambachtelijk werk. Een bruisend centrum is een belangrijke troef in het binden van jongeren en jonge gezinnen. We ontwikkelen in het centrum passende woningen en voorzieningen. Om dit aantrekkelijke centrum te ontwikkelen zijn vier initiatieven geopperd om dit te bereiken, namelijk: aansprekende evenementen, toekomstbestendige mobiliteitsoplossingen, transformatie klokkengieterij en aanpak leegstand. Onderhavige ontwikkeling draagt bij aan ‘aanpak leegstand’. Door het nu nog leegstaande vastgoed her te ontwikkelen, waardoor het flexibeler inzetbaar is voor centrumfuncties dan het huidige vastgoed, wordt het mogelijk om de leegstand ter plaatse terug te dringen.

Naast het terugdringen van leegstand in het plangebied zorgt de ontwikkeling ook voor de realisatie van in het centrum passende woningen: luxe koopappartementen én sociale huurappartementen. De ontwikkeling past in de Toekomstagenda Asten 2030. 3.3.2

Omgevingsvisie Asten

Op 5 oktober 2021 is de Omgevingsvisie Asten door de gemeenteraad vastgesteld. Deze Omgevingsvisie is een uitwerking van de Toekomstagenda 2030. In de Omgevingsvisie staan de ambities die de gemeente voor de fysieke leefomgeving heeft. In de Omgevingsvisie Asten worden voor het gemeentelijke grondgebied verschillende deelgebieden, waarvoor verschillende ambities gelden, onderscheiden. Het gaat om: Peel & Beekdalen, Groen Genieten, Dynamische Dorpen, Boeren Buurten, Agrarisch Anders en Peel Pionieren. Onderhavig plan is gelegen in het deelgebied Dynamische Dorpen. Het deelgebied Dynamische Dorpen is een deelgebied dat onder andere voor het bebouwd gebied van de gemeente bedoeld is. Niet voor alle bebouwde gebieden geldt dezelfde ambitie. Voor het centrum van Asten, waarin het plangebied is gelegen, wil de gemeente koesteren dat het goed toeven blijft voor inwoners en bezoekers. Het is de bedoeling dat het centrum leeft en een aantrekkelijk aanbod van winkels en horeca heeft. De ontwikkelingsrichting voor het centrum van Asten is: o

Behouden van het voorzieningenniveau met een samenhangend aanbod van winkelvoorzieningen, horeca, welzijn en cultuur. Gelet op de ontwikkelingen in het winkelen wordt het centrum steeds meer een gemengd gebied waar, naast winkels en horeca en evenementen, ook ruimte is voor groen, wonen en dienstverlening.

Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 13 oktober 2022

20

o

Zorgen voor een aantrekkelijk en levendig centrum, waar zowel de Astenaar als de bezoeker graag komt en verblijft en waar jaarrond wat te beleven valt.

De ontwikkeling die beoogd wordt mogelijk te maken met dit bestemmingsplan bestaat uit een functie die bijdraagt aan het voorzieningenniveau van het centrum alsook aan het toevoegen van woningen. In zijn totaliteit draagt de ontwikkeling bij aan het creeren van een gemengd centrumgebied dat aantrekkelijk en levendig is. Een nu nog verouderde plek in het kernwinkelgebied die kampt met leegstand wordt straks een locatie die weer meedoet in het centrum. De ontwikkeling past in de Omgevingsvisie Asten. 3.3.3 Centrumvisie In 2007 heeft de gemeente Asten de centrumvisie vastgesteld. De centrumvisie moet het frame aangeven waarbinnen toekomstige ontwikkelingen beoordeeld en uitgevoerd kunnen worden, zodat het centrum van Asten kan uitgroeien tot een aantrekkelijk en hoogwaardig gebied. Specifiek voor onderhavige locatie is in de centrumvisie aangegeven dat deze plek zich leent voor het inpassen van nieuwbouw/ herontwikkeling. De visie daarbij is dat het gebied ingevuld blijft voor detailhandel en dat de langzaamverkeersverbinding hier gehandhaafd blijft. Onderhavige locatie geeft invulling aan hetgeen in de visie voor dit gebied is geformuleerd. Zo wordt de bestaande bebouwing gesloopt en nieuwbouw gepleegd. De nieuwbouw bestaat uit een commerciële plint (begane grond) voor detailhandel, dienstverlening en bedrijvigheid en op de verdiepingen gaat worden gewoond.

Het gaat dan om luxe appartementen en sociale huur appartementen. Door deze herontwikkeling wordt de steeg tussen Midas en Kompas verbeterd, omdat commerciele functies worden toegevoegd in de volledige plint. Dit maakt de steeg aantrekkelijker om gebruik van te maken. Niet alleen hierdoor, maar ook door appartementen op de verdiepingen toe te voegen wordt de levendigheid van dit stukje centrum vergroot. De ontwikkeling sluit aan bij de centrumvisie. 3.3.4 Woonbeleid Het woonbeleid in Asten bestaat uit de Woonvisie 2015-2024, de Woningbouwmonitor 20222031 en de Versnellingsagenda woningbouw gemeente Asten. Het beleid dat in deze documenten is opgenomen is regionaal afgestemd. Hieronder zijn twee uitsnedes (kwalitaitieve en kwantitatieve opgave) uit de Woningbouwmonitor 2022 – 2031 opgenomen.

Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 13 oktober 2022

21

Kwantitatieve opgave

Kwalitatieve opgave

Het uitgangspunt van het woonbeleid is dat in aansluiting bij de behoefte wordt gebouwd. Zowel kwantitatief als kwalitatief. Daarbij is in het beleid opgenomen dat de toevoeging van woningen primair plaatsvindt binnen bestaand stedelijk gebied, waarbij voorrang wordt gegeven aan locaties nabij voorzieningen, herstructureringslocaties en leegstaand of leegkomend vastgoed. De kwantitatieve taakstelling voor Asten is dat de komende 10 jaar 304 woningen worden toegevoegd. Ook is een kwalitatieve taakstelling opgenomen, waarbij percentages zijn benoemd voor de verschillende typen en doelgroepen. In geval van transformatie (zie programma Vitale Kernen) geldt dat de percentages niet één op één van toepassing zijn. Het gaat er in die gevallen om dat gekomen kan worden tot een haalbare ontwikkeling die passend is voor de tranformatielocatie. Specifieke aandacht is gevraagd voor starters/ jonge gezinnen en senioren. Onderhavige ontwikkeling past kwantitatief gezien binnen de taakstelling van de gemeente voor Asten. Nog niet alle 304 woningen zijn geprogrammeerd. Voor Asten zijn 133 woningen geprogrammeerd, waarvan 133 als harde plancapaciteit en 171 als potentiële plancapaciteit. Er is dus nog voldoende ruimte voor onderhavige ontwikkeling.

Verder worden met de ontwikkeling woningen gerealiseerd die passend zijn voor starters (6x sociale huur) en voor senioren (15x dure koop appartementen: bereikbaar via lift, nultreden, dichtbij voorzieningen). Verder voldoet het programma in het plangebied aan de in de versnellingsagenda gestelde eis om 25% in de categorie sociale huur (6 van 21 = 28%) te realiseren. Voldaan wordt aan het gemeentelijke woonbeleid.

Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 13 oktober 2022

22

4. Milieuhygiënische aspecten 4.1 Algemeen Bij ruimtelijke ingrepen is het van belang dat sprake is van een verantwoord woon- en leefklimaat. Om die reden moet in een bestemmingsplan (of ander ruimtelijk besluit) aannemelijk worden gemaakt dat aan de milieuwetgeving kan worden voldaan. Het milieubeleid bestaat uit diverse wet- en regelgeving, waarvan een deel ruimtelijk relevant is. Deze milieunormen hebben een indirecte (zonering) en directe (sectorale wetgeving die opgenomen wordt in het bestemmingsplan (of ruimtelijke onderbouwing), zoals de Wet geluidhinder, Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen) werking. In dit hoofdstuk wordt hier nader op ingegaan. 4.2 Akoestiek Beleidskader De Wet geluidhinder geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan dan wel ander ruimtelijk besluit, indien het plan een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. De Wet geluidhinder bevat geluidsnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidsniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai.

Indien een nieuwe geluidsbron mogelijk wordt gemaakt dient volgens de Wet geluidhinder in beeld gebracht te worden of en welke gevolgen dit heeft voor eventuele naastgelegen geluidsgevoelige objecten. Los van de Wet geluidhinder is het van belang dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Ook daarop moet bij een bestemmingsplanwijziging of ander ruimtelijk besluit ingegaan worden. Consequenties Het plangebied ligt niet binnen de onderzoekszones van de geluidsgezoneerde wegen. Er geldt dan ook geen onderzoekszone in het kader van de Wgh. Echter moet in het kader van een goede ruimtelijke ordening wel sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in een plangebied waar gevoelige functies worden gerealiseerd. Hiertoe is door Aelmans een onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting op de gevels. Dit onderzoek is als bijlage 8 aan voorliggende toelichting toegevoegd. De conclusie van het onderzoek is als volgt. “Wet geluidhinder Plangebied is niet gelegen in de zone van een zoneplichtige weg. Derhalve wordt formeel niet getoetst aan de Wet geluidhinder. Het verlenen van een eventuele hogere waarde conform artikel 110a, lid5van de Wet geluidhinder is niet aan de orde. Cumulatie

Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 13 oktober 2022

23

Goede ruimtelijke ordening In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de cumulatie bepaald inclusief alle gemodelleerde geluidbronnen. Ter bepaling van de milieukwaliteit in de omgeving is deze gecumuleerde waarde getoetst aan de ‘methode Miedema’. De maximale gecumuleerde waarde, welke voornamelijk wordt bepaald door de Prins Bernhardstraat, bedraagt 59dB, waarmee gesteld kan worden dat er sprake is van de kwalificatie ‘matig’ en daarmee dient bezien te worden of maatregelen mogelijk zijn. Daar maatregelen aan de bron en overdrachtsmaatregelen op overwegende bezwaren stuiten, dient de oplossing gezocht te worden in geluidwerende maatregelen in de gevel en/of dak. Bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen is een binnenniveau van 33 dB gewaarborgd. Tevens beschikt het bouwplan over een geluidluwe gevel/buitenruimte. Daarmee is er sprake van een aanvaardbaar woon-en leefklimaat. Karakteristieke geluidwering van de gevel Grootheid

Hoogste waarde

hoogste gecumuleerde geluidbelasting

59dB

vereist binnenniveau

33dB

Maximaal benodigde karakteristieke geluidwering(GA;k)

26dB

Aangezien de cumulatieve geluidbelasting hoger is dan 53 dB dient er een nader onderzoek te worden uitgevoerd ter bepaling van de geluidwering van de gevel. Bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen (conform dat nader onderzoek) is een binnenniveau van 33 dB en daarmee een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gewaarborgd. Dit is van toepassing op de zes beoogde appartementen gelegen aan de voorzijde van de Prins Bernhardstraat. Conform de resultaten van het akoestisch onderzoek dient een vervolgonderzoek naar de geluidwering van de gevel te worden uitgevoerd voor de zes appartementen gelegen aan de voorzijde van de Prins Bernhardstraat. Dit onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning activiteit ‘Bouwen’. Via de regels van dit bestemmingsplan is geborgd dat dit wordt uitgevoerd en aangeleverd. Rail of luchtverkeerlawaai In de nabijheid van het plangebied is geen sprake van rail- of luchtverkeer. Geluid ten gevolge van deze bronnen is dan ook niet aan de orde. Industrielawaai Voor wat betreft het aspect industrielawaai is geen sprake van belemmeringen. Op de motivering hiervoor wordt in paragraaf 4.4. Bedrijven en milieuzonering ingegaan.

Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 13 oktober 2022

24

Geluid vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.

4.3 Archeologie en cultuurhistorie 4.3.1 Archeologie Beleidskader Het verdrag van Malta regelt de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Nederland heeft dit verdrag in 1992 ondertekend en in 1998 geratificeerd. Het Verdrag van Malta (ook wel Verdrag van Valletta genoemd) was geïmplementeerd in de Monumentenwet, tot deze wet op 1 juli 2016 vervangen werd door de Erfgoedwet. De Erfgoedwet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Bovendien zijn aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Het beschermingsniveau zoals die in de oude wetten en regelingen golden blijven gehandhaafd. Een belangrijk doel is de bescherming van het archeologische materiaal in de bodem (in situ), omdat de bodem doorgaans de beste garantie biedt voor een goede conservering. Het is verplicht om in nieuwe bestemmingsplannen (of andere ruimtelijke besluiten) rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologisch waarden. Dit was in de voorgaande periode reeds een gebruikelijke praktijk. Consequenties De gemeente Asten heeft haar archeologiebeleid opgenomen in het paraplubestemmingsplan ‘Asten Archeologie 2012’. In dat bestemmingsplan zijn op basis van de verwachtingswaarden voor de gemeente dubbelbestemmingen opgenomen waarin is geregeld wanneer archeologisch onderzoek nodig is.

Ter plaatse van onderhavige locatie zijn twee dubbelbestemmingen van kracht, namelijk ‘Waarde – Archeologie 2’ en ‘Waarde – Archeologie 3’. In dergelijke gevallen geldt de meest beperkende verwachtingswaarde. Dat is hetgeen dat is geregeld via de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ en houdt in dat bij het roeren van grond met meer dan 250 meter over een diepte van 0,4 meter een archeologisch onderzoek moet worden overlegd. Door KSP Archeologie is de situatie beoordeeld: “Aangezien het plangebied gelegen is in het historisch centrum van Asten en uit het raadplegen van de kadastrale minuut uit het begin van de 19e eeuw bleek dat de zuidzijde van het plangebied al minimaal bebouwd was in die tijd en het plangebied nu nog bebouwd is, is geadviseerd om direct een Programma van Eisen te schrijven voor een gravend onderzoek.”. Naar aanleiding van deze beoordeling is dan ook een Programma van Eisen opgesteld voor een gravend onderzoek. Het Programma van Eisen (versie KSP Rapport 21136 V1.1 d.d. 30-06-2022) is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 1) en moet nog beoordeeld worden door het bevoegd gezag. Zodra het mogelijk is zal op basis van het goedgekeurde Programma van Eisen een gravend onderzoek worden uitgevoerd. Via de regels van dit bestemmingsplan is geborgd dat archeologisch onderzoek moet zijn uitgevoerd en akkoord zijn bevonden

Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 13 oktober 2022

25

alvorens bodemverstorende werkzaamheden kunnen plaatsvinden. 4.3.2 Cultuurhistorie Beleidskader Volgens de Erfgoedwet, die per 1 juli 2016 van kracht is geworden, dient bij nieuwe ontwikkelingen rekening te worden gehouden met het aanwezige cultureel erfgoed. Samen met de nieuwe Omgevingswet (of het overgangsrecht totdat deze in werking is getreden) maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Consequenties In het plangebied komen geen cultuurhistorische waarden voor. De bebouwing aansluitend aan het plangebied bevat wel cultuurhistorische waarden, verder is de wegenstructuur cultuurhistorisch waardevol. Met onderhavig plan worden geen cultuurhistorische waarden aangetast. In het ontwerp is met de naastgelegen bebouwing rekening gehouden door qua hoogten aansluiting te zoeken bij de omliggende bebouwing door een terugliggende bovenste bouwlaag en terugliggende balkons/loggias aan de Prins Bernhardstraat te realiseren. Verder blijft door het plan de wegenstructuur onaangetast. Op het gebied van cultuurhistorie zijn er geen belemmeringen voor het initiatief. 4.4 Bedrijven en milieuzonering Beleidskader Voor de milieuzonering van bedrijven in ruimtelijke plannen geldt in het algemeen geen wettelijk kader.

Wel is het in het kader van een goede ruimtelijke ordening van belang dat bij de aanwezigheid van milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) in de omgeving van milieugevoelige functies (zoals woningen): • ter plaatse van de woning(en) een goed woon- en leefmilieu wordt gegarandeerd; • rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Dit kan door voldoende afstand te houden tussen milieubelastende activiteiten en gevoelige functies. In dat kader heeft de Nederlandse Vereniging voor Gemeenten (VNG) de Handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' gepubliceerd. De richtafstanden die in deze handreiking staan vermeld dienen als leidraad voor het garanderen van een goede ruimtelijke ordening en woon- en leefklimaat. Consequenties Op basis van de karakteristiek van het plangebied zelf en de omgeving ervan kan worden gesteld dat sprake is van ‘functiegemengd gebied’ (VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering). Binnen een functiegemengd gebied is een variatie van functies zoals

Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 13 oktober 2022

26

wonen, horeca en kleine bedrijvigheid naast elkaar aanwezig. Het gaat hier om o.a. stadscentra, winkelcentra en winkelgebieden van dorpskernen. In functiegemengde gebieden zijn in en rondom het plangebied functies in categorie A direct naast elkaar zonder meer mogelijk. Voor categorie B functies geldt dat deze bouwkundig goed afgescheiden moeten zijn van meer gevoelige functies. Er zijn dan ook nog categorie C functies. Dit zijn categorie B functies met een aanzienlijke verkeersaantrekkende werking. In het plangebied zijn v.w.b. de niet gevoelige functies slechts categorie A functies toegestaan, er kunnen dus ook geen functies van een hogere categorie gevestigd worden. Deze kunnen aanpandig aan gevoelige functies plaatsvinden. De functies in het plangebied vormen daarmee geen belemmering voor de nieuwe in het plangebied toe te voegen gevoelige functies. Verder leveren deze functies ook geen belemmering op voor omliggende gevoelige functies. Rondom het plangebied zijn alleen categorie A en B functies gelegen of toegestaan. Direct aangrenzend zijn geen categorie B functies gelegen of toegestaan. Bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de ontwikkeling, er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Andersom vormt de ontwikkeling ook geen belemmering voor omliggende bedrijvigheid.

4.5 Bodem Beleidskader De bodem moet geschikt zijn voor het voorgenomen gebruik. Bij een bestemmingswijziging wordt bodemonderzoek noodzakelijk geacht, indien de bestemmingswijziging tevens een wijziging naar een ‘strengere’ bodemgebruiksvorm inhoudt. Bij een bestemmingswijziging die een gelijkblijvend of minder streng bodemgebruik oplevert, wordt de bodemkwaliteit in het kader van de bestemmingswijziging niet noodzakelijk geacht. Een en ander geldt ook bij bouwplannen waarvoor de activiteit ‘Handelen in strijd met R.O.’ aan de orde is. Consequenties Onderhavige ontwikkeling voorziet in de realisatie van een appartementencomplex bestaande uit 21 appartementen en een commerciële plint. Het gaat om het qua grondgebruik regelen van een gevoelige functie. Door Montferland Milieu Bodemonderzoek & advies is een actualiserend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 2). De conclusie en aanbevelingen van het onderzoek zijn als volgt. “In opdracht van de initiatiefnemer heeft Montferland Milieu B.V. een actualiserend bodem- en asbestonderzoek verricht aan de Prins Bernhardstraat 1-3 te Asten (gemeente Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 13 oktober 2022

27

Asten). Het bodem- en asbestonderzoek is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging. Uit het uitgevoerde bodemonderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: • In de boringen op het achter terrein is matig baksteen en zwak tot matig betongranulaat aangetroffen. • De grond op het achter terrein met het bodemvreemd materiaal (A02, A03 en A04) zijn matig tot sterk verontreinigd met PAK (0,15 - 0,30 m -mv). De ondergrond (0,30 1,00 m -mv) is licht verontreinigd. • Op basis van het onderzoek kan worden geconcludeerd dat circa 14,3 m3 grond sterk

• •

• • •

•

•

verontreinigd is met PAK en circa 4,5 m3 grond matig verontreinigd is met PAK. De vrijkomende grond dient afgevoerd te worden naar een reiniger/erkende verwerker. Het betreft geen ernstig geval van bodemverontreiniging (< 25 m3). Indien er grondwerkzaamheden gaan plaatsvinden in of nabij de verontreinigde spot dient er een plan van aanpak ingediend te worden bij het bevoegd gezag. Aan de hand van het plan van aanpak kan de verontreiniging verwijderd worden. Boringen op het tussen terrein en in het gebouw op het achter terrein zijn gestaakt i.v.m. het aantreffen van beton onder zandlaag (0,12 - 0,25 m -mv). Boringen C02 t/m C04 zijn komen te vervallen i.v.m. aanwezigheid van vloerverwarming! In de overige de grond(meng)monsters van de onderzoekslocatie is geen van de onderzochte stoffen aangetroffen in een concentratie boven de achtergrondwaarde of de detectiegrens van de desbetreffende stof. Er kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een geval van bodemverontreiniging, aangezien er sprake is van een eenmalig of periodiek (sterk) verhoogde concentratie aan Vinylchloride en 1,2 Dichloorethenen (SOM) waarvan de oorzaak niet eenduidig is aan te wijzen. Het is bekend dat in het grondwater zware metalen in sterk fluctuerende gehalten kunnen voorkomen, zowel door natuurlijke bronnen als door menselijke activiteiten veroorzaakt.

De gehalten betreffen dan (natuurlijke) achtergrondwaarden. Het verkennend asbestonderzoek zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. In de grove fractie van de bodem is geen asbest aangetroffen. In het mengmonster AASMM01 en A-ASMM02 van de fijne fractie is een gehalte van <0,4 mg/kg d.s. aangetoond. Beide mengmonsters bevinden zich onder het criterium voor nader onderzoek (50 mg/kg d.s.) en een nader onderzoek is derhalve niet noodzakelijk.”

De gemeente Asten heeft de situatie beoordeeld en heeft aangegeven dat: - op de locatie sprake is van bodemverontreiniging; - bodemsanering nodig is; - de locatie nog niet in zijn geheel geschikt bevonden is voor de beoogde functie. Uit bovenstaande blijkt dat voor het aspect ‘bodem’, nog maatregelen moeten worden getroffen alvorens het plangebied in zijn geheel voor de functie ‘Wonen’ geschikt is. Dit vormt echter geen belemmering om de aangevraagde activiteit ‘Handelen in strijd met

Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 13 oktober 2022

28

R.O.’ te vergunnen, mits zeker is gesteld dat het gebruik voor ‘Wonen’ niet eerder plaatsvindt dan wanneer de bodem daarvoor geschikt is. Om zeker te stellen dat de maatregelen plaatsvinden is hiervoor een voorwaarde in de omgevingsvergunning opgenomen. Op die manier kan pas een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen worden verleend alvorens is aangetoond en door het bevoegd gezag is beoordeeld dat de bodem geschikt is voor de voorgenomen functie. De bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

4.6 Externe Veiligheid Beleidskader Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's die mensen lopen als gevolg van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven, transportroutes (wegen, spoorwegen en waterwegen) en buisleidingen. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn de aanvaardbare risico's vastgelegd in diverse besluiten. De belangrijkste zijn: - Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); - Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb); - Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: Het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt. Risiconormering In het beoordelingskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico: Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico geeft de kans op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR.

Binnen de 10-6 contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6 contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang (10 personen of meer). Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Dit

Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 13 oktober 2022

29

houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Verantwoordingsplicht groepsrisico Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zo veel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag (veelal de gemeente). Door de verantwoordingsplicht worden gemeenten gedwongen het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moetenkomen. Ook bestaat er een adviesplicht voor de regionale brandweer. In de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico zijn de onderdelen van de verantwoording nader uitgewerkt en toegelicht. Wanneer verantwoorden? Bron Inrichtingen (Bevi) Buisleidingen (Bevb) Spoor-, rijks- en waterwegen (Bevt)

Wanneer groepsrisicoverantwoording? Altijd wanneer binnen invloedsgebied ruimtelijk besluit wordt genomen. Wanneer sprake is van toename van het groepsrisico of overschrijding van de oriëntatiewaarde. Wanneer sprake is van toename van het groepsrisico of overschrijding van de oriëntatiewaarde.

Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het ‘restrisico’ dat overblijft nadat de benodigde veiligheidsverhogende maatregelen genomen zijn. Overige wet- en regelgeving Tot slot moet in het kader van een 'goede ruimtelijke ordening' (art. 3.1 Wro) ook getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit bijvoorbeeld het Activiteitenbesluit, effectafstanden uit de 'Circulaire effectafstanden LPG-tankstations', enzovoorts. Consequenties Via de risicokaart is voor onderhavige locatie vastgesteld of er in de directe omgeving inrichtingen, buisleidingen en/ of belangrijke transportroutes aanwezig zijn die in het kader van externe veiligheid van belang zijn. Hieronder is een uitsnede van de risicokaart ter hoogte van de het plangebied weergegeven. Het plangebied is hierop aangeduid met een blauwe cirkel en een rood pijltje.

Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 13 oktober 2022

30

In de buurt van het plangebied bevinden zich enkele Bevi-inrichtingen. Het plangebied ligt echter niet in de plaatsgebonden- of groepsrisicocontour. Risicovolle inrichtingen vormen daarmee geen belemmering voor de ontwikkeling. Het plangebied ligt niet nabij een transportroute waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd of in de nabijheid van een buisleiding. Het plangebied is gelegen binnen het 4 kilometer brede invloedgebied van de snelweg A67. Omdat de planlocatie verder dan 200 meter verwijderd ligt van de snelweg is nader onderzoek van het groepsrisico niet benodigd. Conform artikel 7 van het Besluit externe veiligheid transportroutes dient er advies te worden gevraagd bij de Veiligheidsregio over de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Op 11 mei 2017 heeft de Veilgheidsregio voor ontwikkelingen op grote afstand van risicobronnen en kleine ontwikkelingen een standaardadvies opgesteld. Samengevat luidt dit advies: - Breng afsluitbare mechanische ventilatie aan in de woningen. Dit is conform artikel 3.31 van het Bouwbesluit 2012 al reeds verplicht bij nieuwe woningen. Dit hoeft dus niet als voorwaarde bij het bestemmingsplan te worden opgenomen; - Pas de beleidsregels Bereikbaarheid en Bluswatervoorziening toe. Of de bereikbaarheid en bluswatervoorziening op orde zijn moet getoetst worden bij de omgevingsvergunning bouwen; - Pas risicocommunicatie toe.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=38624842-71f6-423a-87f3-0e8bd7f8b7c3