CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

RU22.11.04K Ruimtelijke onderbouwing - 7. Deurneseweg 24 incl. bijlagen.pdf

Raadscommissie Ruimte 22 november 2022, gemeente AstenBij agendapunt: Ontwerpbestemmingsplan 'Asten Verzamelplan 2022-2' (opiniërend)20.655 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

5.1.5

Ontwikkelingsmogelijkheden omliggende bedrijven

Herontwikkeling van de projectlocatie mag de toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende veehouderijen niet belemmeren. In de omgeving van de beoogde Ruimte voor Ruimte woningen zijn reeds enkele gevoelige objecten gelegen die op kortere afstand tot de veehouderijen aan Ommelse Bos 2 en Busserdijk 7 gelegen zijn dan de beoogde Ruimte voor Ruimte kavels. Bovendien kent de in burgerwoning om te zetten bedrijfswoning eenzelfde bescherming als ware het een bedrijfswoning. De veehouderijen in de omgeving worden door de beoogde herontwikkeling dan ook niet meer in de ontwikkelingsmogelijkheden belemmerd dan in de huidige situatie het geval is.

Crijns Rentmeesters bv

35

Ruimtelijke onderbouwing - Deurneseweg 24 Ommel - gemeente Asten

5.2

Bodem

Voorafgaand aan het volgen van een ruimtelijke procedure dient te worden nagegaan of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik. Het belangrijkste uitgangspunt hierbij is dat eventueel aanwezige bodemverontreinigingen geen onaanvaardbare risico’s opleveren voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De rapportage van dit onderzoek d.d. 20 december 2021 met rapportnummer 221-ODe24-vo-v1 is als bijlage bij onderhavige ruimtelijke onderbouwing gevoegd. Navolgend zijn de conclusies en aanbevelingen uit de rapportage weergegeven: “Gezien de analyseresultaten en de interpretatie hiervan kan de hypothese "onverdachte locatie" worden aanvaard, ondanks de verhogingen met zink en barium in het grondwater. De verontreinigingen met zware metalen in het grondwater zijn te relateren aan de regionale problematiek met betrekking tot zware metalen in de bodem. Formeel gezien is een nader onderzoek nodig voor de verspreiding van barium in het grondwater. Gezien de schaalgrootte van de regionale problematiek m.b.t. zware metalen in de bodem, alsmede het feit dat deze verhoging zowel stroomop- als -afwaarts is aangetroffen, zal dit geen nieuwe relevante informatie opleveren. Een nader onderzoek is daarom ons inziens niet noodzakelijk.

De hergebruiksmogelijkheden voor de grond, die eventueel vrijkomt bij toekomstige activiteiten, kunnen indicatief gezien als multifunctioneel toepasbaar worden beschouwd. Hergebruik dient te geschieden conform het Besluit bodemkwaliteit en het beleid van de gemeente Asten. Geconcludeerd wordt dat er geen belemmeringen zijn geconstateerd m.b.t. de realisatie van de woonbestemming op de locatie en de toekomstige realisatie van woningen op de percelen.” De beoogde ontwikkeling is in het kader van het aspect ‘bodem’ geen bezwaar.

Crijns Rentmeesters bv

36

Ruimtelijke onderbouwing - Deurneseweg 24 Ommel - gemeente Asten

5.3

Geluid

Bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling dient getoetst te worden aan de Wet geluidhinder (Wgh). Het hoofddoel van de Wgh is het beschermen van de mens tegen geluidhinder. In de Wgh is geregeld dat bepaalde wegen, spoorwegen en bedrijven(terreinen) een geluidzone hebben. Bij een ruimtelijke ontwikkeling waarbij sprake is van de ontwikkeling van een geluidgevoelig object binnen een geluidszone, dient een onderzoek te worden uitgevoerd naar de geluidsbelasting op deze gebouwen of terreinen. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. De rapportage van dit onderzoek d.d. 20 december 2021 met rapportnummer 221-ODe24wl-v1 is als bijlage bij onderhavige ruimtelijke onderbouwing gevoegd. Navolgend zijn de conclusies uit de rapportage weergegeven: “Wet Geluidhinder Toetsing van de berekende geluidbelastingen aan de voorkeursgrenswaarde en maximale ontheffingswaarde dient per geluidbron (weg) afzonderlijk te geschieden op de gevels van de

geluidgevoelige

bestemming.

De

voorkeursgrenswaarde

bedraagt

bij

nieuwe

bestemmingen met een woonfunctie 48 dB. Verder is bij aanwezige wegen en nog niet geprojecteerde geluidgevoelige woonfunctie onder bepaalde voorwaarden een ontheffing tot maximaal 63 (wegen buiten bebouwde kom) mogelijk. Geconcludeerd kan worden dat ten gevolge van de Deurneseweg de voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt overschreden op de beide woningen. Voor de westgevel en zuidgevel van woning 1 wordt tevens de maximale grenswaarde van 53 dB overschreden. Deze woning kan dus alleen gerealiseerd worden indien deze gevels als dove gevel worden uitgevoerd. Ruimtelijke ordening De hoogste cumulatieve geluidsbelasting op de gevels van de nieuwe woningen bedraagt respectievelijk 60 en 54 dB. De binnenwaarde in de verblijfsruimten wordt getoetst / gewaarborgd door de vereisten uit het Bouwbesluit, te weten 33 dB. Om deze binnenwaarde te halen, moet bij onderhavig project met deze geluidsbelasting op de gevels een minimale geluidsisolatie van respectievelijk 27 en 21 dB worden bereikt. Dit zal door de moderne bouwtechnieken worden gerealiseerd. Hierdoor is een goed woon- en leefklimaat in de woningen gegarandeerd. Verder wordt in de tuin/terras aan de zuidzijde van woning 1 een geluidsbelasting geproduceerd van 58 dB. Deze geluidsbelasting geldt niet als goed woon- en leefklimaat.

Indien het terras aan de oostzijde van woning 1 wordt gerealiseerd dan is wel sprake van een goed woon- en leefklimaat. Voor het terras/tuin bij woning 2 wordt eveneens een goed woon- en leefklimaat bewerkstelligd. Verder is bij beide woningen sprake van een geluidsluwe buitengevel.”

Crijns Rentmeesters bv

37

Ruimtelijke onderbouwing - Deurneseweg 24 Ommel - gemeente Asten

Door de initiatiefnemer wordt gemotiveerd verzocht tot het verlenen van een beschikking hogere grenswaarden tot een maximum van 53 dB. Het onderzoek ter bepaling van de geluidwering van de gevel behoort als bijlage bij de aanvraag om omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen voor de nieuwe woningen. De beoogde ontwikkeling is in het kader van het aspect ‘geluid’ geen bezwaar.

Crijns Rentmeesters bv

38

Ruimtelijke onderbouwing - Deurneseweg 24 Ommel - gemeente Asten

5.4

Luchtkwaliteit

5.4.1

Inleiding

Het beleid om tot een goede luchtkwaliteit te komen volgt twee sporen: 1. beperken van de uitstoot van schadelijke stoffen en; 2. voorkomen dat mensen langdurig worden blootgesteld aan verontreiniging. De belangrijkste regels over de luchtkwaliteit staan in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm).

5.4.2

Uitstoot schadelijke stoffen

De borging van de luchtkwaliteit vindt onder andere plaats middels een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma (NSL). Binnen het NSL werken het rijk, de provincies en gemeenten samen om de Europese eisen voor luchtkwaliteit te realiseren. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Plannen die niet in betekenende mate (NIBM) bijdragen aan de luchtkwaliteit hoeven niet afzonderlijk te worden getoetst aan de grenswaarden voor de buitenlucht. Dat staat in artikel 5.16, eerste lid, onder c, van de Wet milieubeheer. In het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn regels gesteld. In dit Besluit is aangegeven wanneer sprake is van een NIBM bijdrage. Een project is niet in betekenende mate als de bijdrage van het project maximaal 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van zwevende deeltjes (PM10) of stikstofdioxide (NO2) is. In de praktijk vertaalt dit naar een jaargemiddelde bijdrage van maximaal 1,2 µg/m3. In de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen’ zijn categorieën van gevallen aangewezen waarvoor vaststaat dat deze niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.

Voor een plan dat binnen deze categorieën valt, hoeft geen verdere berekeningen te worden uitgevoerd om aan te tonen dat sprake is van een NIBM situatie en hoeft dus geen onderzoek gedaan te worden naar de gevolgen voor de luchtkwaliteit. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekende mate’ (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging als de 3% grens niet wordt overschreden. In de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen’ wordt aangeven op welke manier snel kan worden vastgesteld of de bijdrage van een nieuwbouwproject op de luchtkwaliteit valt onder de term ‘niet in betekenende mate’. De regeling geeft een harde omschrijving van het aantal gevallen. Voor woningbouw geldt bij één ontsluitingsweg een aantal van 1.500 nieuwe woningen netto. Bij twee ontsluitingswegen geldt een aantal van 3.000 woningen netto. Binnen de projectlocatie wordt in samenhang met de sanering van een intensieve veehouderij een tweetal nieuwe woningen mogelijk gemaakt. Derhalve kan worden gesteld dat dit plan onder het begrip ‘niet in betekende mate’ valt en in het kader van de uitstoot van schadelijke stoffen geen bezwaar is.

Crijns Rentmeesters bv

39

Ruimtelijke onderbouwing - Deurneseweg 24 Ommel - gemeente Asten

5.4.3

Blootstelling aan verontreiniging

Inleiding Met wet- en regelgeving wil de overheid zorgen voor een goede luchtkwaliteit en de burgers beschermen tegen de schadelijke gevolgen van luchtverontreiniging. Fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) zijn de belangrijkste stoffen in de luchtkwaliteitsregelgeving. Om een voldoende kwaliteit van de buitenlucht in de leefomgeving te waarborgen zijn er grenswaarden en regels voor een aanvaardbare luchtkwaliteit op leefniveau. In navolgende paragrafen wordt achtereenvolgens ingegaan op fijnstof en stikstofdioxide.

Fijnstof In de Wet milieubeheer is de Europese richtlijn luchtkwaliteit geïmplementeerd. Het doel van de wet is mensen te beschermen tegen risico’s van luchtverontreiniging. De richtlijn geeft de volgende grenswaarden voor fijnstof:

-

de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM10 is 40 µg/m³. de grenswaarde daggemiddelde concentratie van PM 10 is 50 µg/m³. De concentratie fijn stof mag maximaal 35 dagen per kalenderjaar hoger zijn dan deze waarde.

-

de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM2,5 is 25 µg/m³.

Ter plaatse van de projectlocatie is sprake van jaargemiddelde concentratie PM10 van 19 µg/m³ (bron: Atlas Leefomgeving). De jaargemiddelde concentratie PM2,5 bedraagt 11 µg/m³ (bron: Atlas Leefomgeving). De grenswaarde van maximaal 35 dagen boven een daggemiddelde concentratie PM10 van 50 µg/m³ is sinds 2011 op geen enkele meetlocatie meer overschreden. Geconcludeerd kan worden dat de beoogde ontwikkeling in het kader van de blootstelling aan luchtverontreiniging als gevolg van fijnstof geen bezwaar is.

Stikstofdioxide De Europese richtlijn luchtkwaliteit geeft de volgende grenswaarde voor stikstofdioxide:

-

de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van NO2 is 40 µg/m³.

Ter plaatse van de projectlocatie is sprake van jaargemiddelde concentratie NO2 van 22 µg/m³ (bron: Atlas Leefomgeving). Geconcludeerd kan worden dat de beoogde ontwikkeling in het kader van de blootstelling aan luchtverontreiniging als gevolg van stikstofdioxide geen bezwaar is.

Crijns Rentmeesters bv

40

Ruimtelijke onderbouwing - Deurneseweg 24 Ommel - gemeente Asten

5.5

Milieuzonering/bedrijvigheid

5.5.1

Inleiding

Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzoneringen van bestaande en toekomstige bedrijven om zodoende de kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde Lijst van Bedrijfsactiviteiten uit de handreiking “Bedrijven en Milieuzonering”. De (indicatieve) lijst ‘Bedrijven en Milieuzonering’ uitgegeven door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten geeft de richtafstanden weer voor milieubelastende activiteiten. In de lijst Bedrijven en Milieuzonering worden richtafstanden gegeven voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden gelden tussen de grens van de bestemming en de uiterste grens van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunning vrij bouwen mogelijk is.

5.5.2

Niet-agrarische bedrijvigheid binnen projectlocatie

Binnen de projectlocatie zal geen sprake zijn van niet-agrarische bedrijvigheid.

5.5.3

Niet-agrarische bedrijvigheid in de omgeving

Binnen een afstand van 500 meter van de projectlocatie zijn drie niet-agrarische bedrijven aanwezig. Dit betreft een bouwbedrijf aan de Ommelse Bos 3, een autoreparatiebedrijf en garage aan de Ommelse Bos 15 en een vleesverwerkingsbedrijf annex pluimveeslachterij aan de Ommelse Bos 5. Op basis van de VNG-publicatie is voor de omliggende niet-agrarische bedrijven, gelegen binnen een straal van 500 meter rondom de projectlocatie nagegaan met welke richtafstanden rekening gehouden dient te worden. In dit overzicht is uitsluitend uitgegaan van bedrijven en milieuzonering Editie 2009, met richtafstanden voor rustige woonwijk/rustig buitengebied.

Adres

Omschrijving

SBI

Grootste richtafstand

Werkelijke

Deelconclusie

afstand Ommelse Bos 3

Bouwbedrijf

41, 42, 43

Geluid 100 meter

290 meter

Geen beperkingen

Ommelse Bos 5

Vleesverwerkingsbedrijf

101, 102

annex pluimveeslachterij Ommelse Bos 15

Autoreparatiebedrijf en garage

Geluid en geur 100

225 meter

meter 451,452,454

Geluid 30 meter

Geen beperkingen

120 meter

Geen beperkingen

In de omgeving van de projectlocatie is geen sprake van bedrijfsactiviteiten die belemmerend zijn voor de beoogde herontwikkeling.

Crijns Rentmeesters bv

41

Ruimtelijke onderbouwing - Deurneseweg 24 Ommel - gemeente Asten

5.6

Externe veiligheid

5.6.1

Inleiding

Onder externe veiligheid verstaat men het beheersen van risico’s die direct of indirect voortvloeien uit de opslag, de productie, het gebruik en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het risico is daarbij gedefinieerd als ‘de kans op overlijden’ voor personen. De aanwezige risico’s zijn zeer afhankelijk van het brontype. De relevante typen zijn: bedrijven, vervoer van gevaarlijke stoffen (per spoor, over de weg en het water) en kabels en leidingen. Deze aspecten worden in de navolgende (sub)paragrafen nader toegelicht.

5.6.2

Risico’s

Ten aanzien van risico’s wordt onderscheid gemaakt tussen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR): Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die continu op die plaats aanwezig is. De wetgever schrijft voor hoe moet worden omgegaan met de PR 10-6/jaar contour. Binnen deze contour heeft iemand die hier continu aanwezig is de kans van 1 op één miljoen om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Groepsrisico Het groepsrisico drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen (minimaal 10) overlijdt, als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop niet meer dan 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen.

5.6.3

Beleidskader

Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Op 27 oktober 2004 is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) in werking getreden. Met het besluit wordt beoogd een wettelijke grondslag te geven aan het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen. Het doel van het besluit is de risico’s waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het besluit bevat eisen voor het PR en regels voor het GR.

Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) Het externe veiligheidsbeleid bij buisleidingen waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd is sinds 1 januari 2011 vastgelegd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). In dit besluit is vastgelegd hoe gemeenten moeten omgaan met de externe veiligheid van buisleidingen bij het vaststellen van ruimtelijke besluiten.

Crijns Rentmeesters bv

42

Ruimtelijke onderbouwing - Deurneseweg 24 Ommel - gemeente Asten

Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) waarborgt een basisbeschermingsniveau door te voorkomen dat bij ruimtelijke ontwikkelingen mensen worden blootgesteld aan een hoger risico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen dan maatschappelijk aanvaardbaar wordt geacht. Het besluit van 11 november 2013 bevat eisen voor het PR en regels voor het GR.

5.6.4

Beoordeling projectlocatie

Bedrijven De projectlocatie is op de risicokaart van de provincie Noord-Brabant niet aangewezen als gelegen in een risicogebied van een bedrijf met betrekking tot de externe veiligheid.

5.6.5

Vervoer van gevaarlijke stoffen

Vervoer over het spoor Op het grondgebied van de gemeente Asten bevindt zich geen spoortracé. Dit aspect is dus niet van toepassing.

Vervoer over de weg Het transport van gevaarlijke stoffen moet primair via het hoofdwegennet plaatsvinden. Woonkernen moeten hierbij vermeden worden. De grotere doorgaande wegen in de gemeente waarover dergelijke transporten zullen plaatsvinden zijn de autosnelweg A67 en de provinciale weg N279. De A67 is op een afstand van ruim 1 kilometer ten zuiden van de projectlocatie gelegen. De N279 is op ruim 500 meter ten zuiden van de projectlocatie gelegen. Plaatsgebonden risico In het Bevt wordt voor het plaatsgebonden risico van een weg een veiligheidszone gehanteerd. Dit is een zone langs een weg waarbinnen geen nieuwe kwetsbare objecten zijn toegestaan. De veiligheidszone wordt gemeten vanaf het midden van de weg en begrensd door de maximale 10-6/jaar contour. Ten aanzien van de A67 dient ter plaatse van het projectgebied een veiligheidsafstand van 29 meter te worden aangehouden. De projectlocatie ligt buiten deze veiligheidszone. Voor de provinciale weg N279 geldt geen veiligheidsafstand. Groepsrisico In het Bevt is aangegeven dat de verantwoordingsplicht voor het groepsrisico doorlopen moet worden voor ruimtelijke ontwikkelingen wanneer deze (gedeeltelijk) binnen 200 meter van risicovolle infrastructuur liggen. De projectlocatie ligt buiten 200 meter van de A67. Ook ligt het groepsrisico van de rijksweg A67 en de provinciale weg N279 ruim beneden de oriëntatiewaarde.

Invloedsgebied Een (beperkte) verantwoordingsplicht voor de hoogte van het groepsrisico is aan de orde indien het projectgebied zich bevindt binnen het invloedsgebied van de A67. Het invloedsgebied wordt bepaald door de 1% letaliteitsafstand van de stofcategorieën die getransporteerd worden. Voor de A67 zijn dit vloeibare toxische stoffen (LT1, LT2 en LT3). De A67 kent dan ook een invloedsgebied van 4.000 meter. De projectlocatie is dan ook gelegen in het invloedsgebied van de A67.

Crijns Rentmeesters bv

43

Ruimtelijke onderbouwing - Deurneseweg 24 Ommel - gemeente Asten

Specifiek voor vloeibare toxische stoffen kan in het kader van de (beperkte) verantwoording van het groepsrisico gebruik worden gemaakt van het standaard advies van de veiligheidsregio: -

Communiceer actief met de omwonenden in het plangebied over de risico’s van de gevaarlijke stoffen. Geef daarbij aan wat omwonenden moeten doen bij een incident, namelijk vluchten van de risicobron af. Dit bevordert de zelfredzaamheid van omwonenden. Dit advies geldt ook voor bedrijfshulpverleningsorganisaties.

-

Pas de beleidsregels bereikbaarheid en bluswatervoorziening van VRBZO toe. Wanneer een beoogde oplossing aan de beleidsregels voldoet, kunt u ervan uitgaan dat een goede bereikbaarheid voor de hulpdiensten en een adequate bluswatervoorziening gerealiseerd wordt.

-

Nieuw op te richten gebouwen moeten aan het Bouwbesluit 2012 voldoen. In dit besluit is geregeld dat gebouwen uitgevoerd moeten worden met een mechanische ventilatie die uitgezet kan worden. Aanvullend op deze regelgeving adviseren wij om de aanzuigopeningen van deze ventilatie bij voorkeur hoog en afgekeerd van de risicobron te realiseren.

Vervoer over het water Op het grondgebied van de gemeente Asten bevindt zich geen waterwegverbindingen waarover gevaarlijke stoffen vervoerd worden. Dit aspect is dus niet van toepassing.

Buisleidingen Aan de westzijde van de gemeente Asten, parallel aan de gemeentegrens met Someren, bevindt zich een gasleiding. De projectlocatie is op een afstand van circa 4 kilometer van deze buisleiding gelegen. Deze aardgasleiding Z-540-01 heeft een diameter van 368 mm en een gasdruk van maximaal 40,0 bar. De aardgasleiding heeft een invloedsgebied (1% letaal) van 180 meter. De projectlocatie is buiten dit invloedsgebied gelegen.

5.6.6

Hoogspanningsleidingen

Aan de westzijde van de gemeente Asten, parallel aan de gemeentegrens met Someren, bevindt zich een hoogspanningslijn. Deze hoogspanningslijn bevindt zich op een afstand van circa 4 kilometer van de projectlocatie en vormt daarmee geen risico voor de beoogde herontwikkeling.

Crijns Rentmeesters bv

44

Ruimtelijke onderbouwing - Deurneseweg 24 Ommel - gemeente Asten

5.7

Water

5.7.1

Inleiding

Het doel van de watertoets is het waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante plannen en besluiten. Een watertoets maakt de mogelijke negatieve invloeden van het initiatief binnen de projectlocatie inzichtelijk. Tevens geeft de watertoets oplossingsrichtingen aan waarmee mogelijke optredende negatieve invloeden beperkt of ongedaan gemaakt kunnen worden. De projectlocatie valt onder het beheer van waterschap Aa en Maas. Aanvullend op het beleid van het waterschap, heeft de gemeente Asten beleid opgesteld voor de omgang met stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Navolgend wordt ingegaan op zowel het relevante gemeentelijke beleid als het relevante beleid van het waterschap.

5.7.2

Relevant beleid

Keur waterschap Aa en Maas 2021 Voor waterhuishoudkundige ingrepen binnen de projectlocatie is de ‘Keur waterschap Aa en Maas 2021’ van toepassing. De Keur is een waterschapsverordening die gebods- en verbodsbepalingen bevat met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. Op grond van de Keur is het onder andere verboden om handelingen te verrichten waardoor het onderhoud, aanvoer, afvoer en/of berging van water kan worden belemmerd, zonder een ontheffing van het waterschap. De projectlocatie is op grond van de Keur niet aangewezen als gelegen in beschermd gebied of attentiegebied.

Legger oppervlaktewater De legger oppervlaktewater is een door het waterschap vastgesteld register en geeft een overzicht van: -

Alle aanwezige waterlopen (sloten) en waterkeringen (dijken) inclusief kunstwerken (bijv. stuwen, bruggen, etc.;

-

Wie verantwoordelijk is voor het beheer en onderhoud van sloten en kunstwerken. Dat betekent dat het gaat om de beheertaken en onderhoudsplichten van het waterschap en om de onderhoudsplichten van derden waarop het waterschap toezicht uitoefent;

-

Waar de beschermingszone ligt, die noodzakelijk zijn voor het waterschap om haar beheerstaken te kunnen uitvoeren. Op deze beschermingszone zijn verbodsbepalingen, volgens de keur, van toepassing zijn. Ook is de legger een naslagwerk ten aanzien van waterstaatswerken.

Navolgende figuur betreft een uitsnede van de legger oppervlaktewater ter plaatse van de projectlocatie.

Crijns Rentmeesters bv

45

Ruimtelijke onderbouwing - Deurneseweg 24 Ommel - gemeente Asten

Figuur 29: Uitsnede legger oppervlaktewater

Binnen of grenzend aan de projectlocatie zijn geen watergangen gelegen die opgenomen zijn op de Legger.

Hydrologische uitgangspunten voor afvoeren van hemelwater De drie Brabantse waterschappen, Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hanteren sinds 1 maart 2015 dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt of er sprake is van afkoppelen. Deze uitgangspunten zijn op 26 maart 2021 geactualiseerd onder de titel ‘Hydrologische uitgangspunten voor afvoeren van hemelwater’. Bij een toename en afkoppelen van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. Het doel van dit uitgangspunt is om te voorkomen dat hemelwater als gevolg van uitbreiding of afkoppelen van het verhard oppervlak versneld op het watersysteem wordt geloosd. Voor lozingen op een oppervlaktewater eist het waterschap daarom een vervangende berging, die de extra afvoer van het nieuwe verharde oppervlak als het ware neutraliseert. Gemeenten stellen vanuit hun eigen verantwoordelijkheid voorwaarden aan de afvoer via een rioleringsstelsel. Voor hemelwater dat op verharde oppervlakten valt staan de waterschappen onderstaande voorkeursvolgorde voor, waarbij optie 1 het meest wenselijk en optie 5 het minst wenselijk is: 1.

hergebruik

2.

vasthouden / infiltreren

3.

bergen en afvoeren

4.

afvoeren naar oppervlaktewater (direct of indirect)

5.

afvoeren naar de riolering

Crijns Rentmeesters bv

46

Ruimtelijke onderbouwing - Deurneseweg 24 Ommel - gemeente Asten

De waterschappen vragen aan initiatiefnemers deze voorkeursvolgorde te doorlopen en te beargumenteren voor welke optie wordt gekozen. ‘Vasthouden’ betekent infiltratie in de bodem. Als hergebruik en (volledige) infiltratie niet mogelijk zijn, is afvoer naar een oppervlaktewater / riolering mogelijk. In dit geval kan een compenserende berging noodzakelijk zijn. Omdat niet alle plannen een door het waterschap goedgekeurd waterparagraaf hebben, ziet het waterschap de noodzaak een grens te benoemen. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen of afgekoppeld verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Dit heeft er toe geleid dat voor kleine plannen kan worden volstaan met het toepassen van een eenvoudige rekenregel voor het bepalen van de compensatie-opgave. Het gaat dan om plannen met een toename van verhard oppervlak vanaf 500 m² tot en met 10.000 m². Voor grotere plannen volstaat de rekenregel niet voor het bepalen van de compensatie-opgave, omdat de impact van dergelijke plannen op het watersysteem (veel) groter is. Voor grote plannen is daarom altijd een waterhuishoudkundig onderzoek door de initiatiefnemer noodzakelijk en dient het waterschap vroegtijdig te worden betrokken.

GRP gemeente Asten 2021-2025 De gemeenteraad van de gemeente Asten heeft op 8 december 2020 het ‘Gemeentelijk Rioleringsplan gemeente Asten 2021-2025’ (GRP) vastgesteld. Dit plan bevat zowel het riolerings- als het waterbeleid omdat dit niet los van elkaar kan worden gezien. De gemeente geeft in dit plan aandacht aan 9 speerpunten: 1.

Duurzame waterketen

2.

Klimaatbestendige waterketen

3.

Grondwaterhuishouding in balans

4.

Een klimaatbestendig watersysteem

5.

Schoon en gezond water

6.

Water als ordenend principe

7.

Beleefbaar water

8.

Verder professionaliseren waterketen

9.

Samen werken aan water

Om de strategie bij speerpunt 2 te concretiseren is een handreiking hemelwaterbeleid opgesteld. De handreiking geeft duidelijkheid over te hanteren normen ten aanzien van waterberging. In de handreiking zijn 5 categorieën opgenomen: 1.

Bestaand (ongewijzigd): Geen extra waterberging wordt vereist.

2.

Drukriool buitengebied: Hier geldt een algeheel verbod om hemelwater af te voeren op de drukriolering. Afgedwongen kan worden dat regenwater niet op de drukriolering mag worden geloosd.

3.

Nieuwbouw (uitbreiding, inbreiding en bijgebouwen > 40 m², herbouw, aanbouw van 90 m² of meer: Er dient te worden voorzien in een gescheiden afvoer / verwerking van schoon hemelwater en afvalwater. Voor nieuwbouw vereist de gemeente een waterbergingsvoorziening van 60 mm/m² verhard oppervlak. Ook bij herbouw dient eveneens een waterbergingsvoorziening van 60 mm/m² verhard oppervlak te worden aangebracht op eigen terrein met een minimum van 0,5 m³.

Crijns Rentmeesters bv

47

Ruimtelijke onderbouwing - Deurneseweg 24 Ommel - gemeente Asten

4.

Verbouw, aanbouw (tot 90 m²), vrijstaande bijgebouwen (tot 40 m²) bij bestaande gebouwen en woonunits op bouwlocaties: Flexibiliteit wordt gegeven om ruimte voor wateropvang te creëren. De gemeente stimuleert initiatieven van particulieren, bedrijven en instellingen voor duurzame omgang met water.

5.

Aanleg van bescheiden riolering: Bio rioolverzwaring of rioolvervanging legt de gemeente een separaat hemelwaterriool aan of wordt het hemelwater ter plaatse geborgen en geïnfiltreerd of geloosd op oppervlaktewater.

5.7.3

Hemelwaterafvoer na herontwikkeling

Bodemsamenstelling en geohydrologische situatie De maaiveldhoogte ter plaatse van de projectlocatie aan de Deurneseweg bedraagt circa NAP +25 m. De GHG ter plaatse van de projectlocatie aan de Deurneseweg 24 bedraagt 180-250 cm-mv.

Benodigde infiltratiecapaciteit Binnen de projectlocatie worden twee nieuwe woningen beoogd. Deze woningen hebben per woning een toename van verhard oppervlak van circa 500 m² tot gevolg, bestaande uit hoofdgebouw, bijgebouw en erfverharding rondom de woning. Voor de projectlocatie dient bij een verwachte toename van het verhard oppervlak van 500 m² per woning zorggedragen te worden voor (500 x 0,06 =) 30 m³ aan berging per woning ten behoeve van regenwater.

Hemelwaterafvoer na ontwikkeling In de nieuwe situatie zal het hemelwater dat valt op de daken van de nieuwe woningen en bijgebouwen worden afgekoppeld en worden geïnfiltreerd op eigen terrein. Dit wordt bewerkstelligd door het schone hemelwater via dakgoten en regenpijpen af te voeren naar een ondergronds infiltratie transportriool. Dit infiltratieriool dient boven de GHG te worden aangelegd. Vanuit dit transportriool zal het hemelwater worden afgevoerd naar een bergingsvoorziening. Hierbij kan gedacht worden aan een infiltratieveld, een zaksloot of een grindkoffer. Ook de bergingsvoorziening zal boven de GHG worden gerealiseerd. De locatie biedt hiervoor meer dan voldoende ruimte.

Kwaliteit van te lozen en infiltreren hemelwater Om de kwaliteit van het hemelwater te garanderen dienen onderdelen welke met regenwater in aanraking kunnen komen, te worden vervaardigd of te bestaan uit niet-uitloogbare bouwmaterialen zoals kunststoffen of gecoat staal of aluminium (in plaats van lood of asfalt etc.). Door het gebruik van niet-uitlogende materialen komen geen verhoogde concentraties verontreinigende stoffen (DuBomaatregelen) voor in het te infiltreren water. Infiltratie van afgekoppelde verhardingen zoals opritten, parkeerplaatsen en terrassen mag niet verontreinigd zijn met chemische bestrijdingsmiddelen, olie, agressieve reinigingsmiddelen of andere verontreinigende stoffen.

5.7.4

Huishoudelijk afvalwater

De beoogde Ruimte voor Ruimte woningen zullen middels een nieuwe aansluiting worden aangesloten op het bestaande rioolstelsel. Initiatiefnemer zal de aansluitkosten hiertoe betalen. Er is sprake van voldoende capaciteit voor het afvoeren van afvalwater, afkomstig van twee extra wooneenheden. Crijns Rentmeesters bv

48

Ruimtelijke onderbouwing - Deurneseweg 24 Ommel - gemeente Asten

5.8

Archeologie

5.8.1

Inleiding

De bescherming van archeologisch erfgoed in Nederland is vastgelegd in de Erfgoedwet, die op 1 juli 2016 in werking is getreden. Deze wet betreft één integrale wet die betrekking heeft op archeologie (op het land en onder water), museale objecten, musea en monumenten. Het uitgangspunt van de Erfgoedwet is een zorgvuldige omgang met cultureel erfgoed. Voor wat betreft de archeologie staat hierin het verdrag van Malta (Valetta) en de uitwerking hiervan in de voormalige Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) centraal. Met de invoering van de Wamz in 2007 hebben gemeenten veel meer bevoegdheden gekregen inzake beheer en behoud van archeologische (rijks)monumenten en overige archeologische (verwachtings)waarden, deze bevoegdheden zijn in de Erfgoedwet behouden. Om een goede uitvoering te geven aan deze bevoegdheden en de bijbehorende verantwoordelijkheden hebben de meeste gemeenten archeologiebeleid ontwikkeld.

5.8.2

Archeologiebeleid gemeente Asten

Het archeologisch beleid van de gemeente Asten is vastgelegd in het bestemmingsplan ‘Asten Archeologie 2012’. Dit is vastgelegd in het bestemmingsplan ‘Asten Archeologie 2012’. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 24 juni 2013 en omvat het gehele grondgebied van de gemeente Asten waarover het gemeentelijk archeologiebeleid geïmplementeerd moet worden. Op basis van het bestemmingsplan ‘Asten Archeologie 2012’ kent de projectlocatie de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’. Ter plaatse van gronden met deze dubbelbestemming geldt een onderzoeksplicht naar archeologische monumenten op of in de grond bij een bodemingreep van meer dan 2.500 m² en dieper dan 0,4 meter beneden maaiveld. Voor gronden met deze dubbelbestemming geldt een onderzoeksplicht bij een verstoringsdiepte van meer dan 0,4 meter én een verstoringsoppervlak van meer dan 250 m². Ten behoeve van de beoogde herontwikkeling is een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd. De onderzoeksrapportage d.d. 9 oktober 2012 met rapportnummer 3151 is als bijlage bij onderhavige ruimtelijke onderbouwing gevoegd. De conclusie en aanbeveling van het onderzoek luiden als volgt: “Conclusies In het bouwblok is een mogelijk plaggendek aangetroffen. Gezien de vondst van sintels in deze laag, zal het dek naar verwachting plaatselijk vergraven zijn.

Onder het plaggendek is een 40 cm dikke verstoorde laag aanwezig, met brokken C-horizont. De grens naar de C-horizont wordt als scherp gekenmerkt.

-

Gezien de bodemverstoring in het bouwblok, worden geen intacte archeologische resten meer verwacht. Wel kunnen nog de basis van diepe archeologische sporen aanwezig zijn.

-

De bodem in het bouwblok is geheel verstoord. Ook zal bij de bouw van de toekomstige

woningen

weinig

additionele

grond

worden

verstoord.

ADC

ArcheoProjecten adviseert derhalve om het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling.

Crijns Rentmeesters bv

49

Ruimtelijke onderbouwing - Deurneseweg 24 Ommel - gemeente Asten

Aanbeveling ADC ArcheoProjecten adviseert om het terrein vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is echter niet volledig uit te sluiten dat binnen het onderzochte gebied toch nog archeologische resten voorkomen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht archeologische vondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 53 van de Monumentenwet. Wij wijzen u erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een selectiebesluit neemt. De mogelijkheid bestaat dat dit selectiebesluit afwijkt van het door ons opgestelde advies.” Op grond van de conclusies van het archeologisch onderzoek is op 19 november 2012 een selectiebesluit genomen, waarmee de gronden binnen de projectlocatie vrijgegeven zijn wat betreft het aspect archeologie.

Crijns Rentmeesters bv

50

Ruimtelijke onderbouwing - Deurneseweg 24 Ommel - gemeente Asten

5.9

Cultuurhistorie

5.9.1

Inleiding

Als gevolg van de Wet Modernisering Monumentenzorg dient binnen een ruimtelijk plan aandacht aan cultuurhistorie te worden besteed. Cultuurhistorie dient gebiedsgericht benaderd te worden, waarbij niet te veel focus op losse elementen ligt, maar meer op samenhang en context. Het karakter van een gebied of structuur is hierbij een uitgangspunt.

5.9.2

Cultuurhistorie omgeving projectlocatie

Asten is ontstaan langs een route op de hoger gelegen zandrug tussen de vertakkingen van de rivier de Aa. De hoge rug bood veiligheid tegen overstromingen en gaf een stevige grondslag voor de fundering van de weg, welke leidde van Helmond, via Lierop en Asten naar het Peelmoeras en diende voor transport van turf, en van de boerderijen die er langs lagen. Het dorp Asten groeide uit naar een groep bebouwing rond de afslag naar Ommel en ontwikkelde zich door een gunstige ligging sneller dan de overige gehuchten in de omgeving. De voornaamste historische aanloopwegen van de kern Asten zijn de Dijkstraat, de Ostaderstraat, de Ommelseweg, de Voordeldonk en de Bergweg. De Deurneseweg vormt de verbindingsweg tussen Asten en Deurne. De oudere bebouwing in de gemeente Asten is voornamelijk aan deze wegen gelegen In de periode 1890-1909 was ten zuiden van de projectlocatie reeds een concentratie van bebouwing aanwezig. Navolgende figuur betreft een uitsnede uit de historische atlas uit de periode 1890-1909 waarop de projectlocatie met een rode cirkel is aangegeven.

Figuur 30. Historische kaart 1890 – 1899

Het zandpad ten noorden van de projectlocatie, waarop de bestaande locatie ontsloten is, was in het verleden een doorgaande weg. Onderstaande figuur geeft historische kaarten weer waarop de ligging van de weg in het verleden te zien is.

Crijns Rentmeesters bv

51

Ruimtelijke onderbouwing - Deurneseweg 24 Ommel - gemeente Asten

1936

1958

2012

Figuur 31. Historische kaarten planlocatie en omgeving

De beoogde Ruimte voor Ruimte woningen worden ontsloten op de historische, voormalig doorgaande, zandweg. In de omgeving van de planlocatie zijn 2 bouwwerken aangeduid als MIP-monumenten. Dit betreffen de bouwwerken gelegen aan de Busserdijk 3 en de Busserdijk 1. Veelal betreffen ‘MIP’-monumenten objecten die niet van een kwaliteit zijn om als nationaal Rijksmonument aan te wijzen maar wel van cultuurhistorische waarde zijn op lokaal of regionaal niveau. De beoogde ontwikkeling heeft geen invloed op de aangeduide bouwwerken in de omgeving van de projectlocatie.

Crijns Rentmeesters bv

52

Ruimtelijke onderbouwing - Deurneseweg 24 Ommel - gemeente Asten

Figuur 32. Aanduiding MIP-monumenten op cultuurhistorische waardenkaart

5.9.3

Cultuurhistorische Waardenkaart

Het ruimtelijk erfgoed binnen de provincie Noord-Brabant wordt weergegeven op de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). De projectlocatie ligt op basis van de cultuurhistorische waardenkaart in de regio ‘Peelrand’. De Peelrand bestaat uit een ring van middeleeuwse dorpen op enige afstand van het voormalige veengebied van De Peel. Deze oude dorpen worden gekenmerkt door akkercomplexen, schaarse groenlanden en voormalige heidevelden. De heidevelden zijn in de negentiende en twintigste eeuw ontgonnen en grotendeels omgezet in landbouwgrond, waardoor er een waardevol mozaïek is ontstaan van oude en jonge ontginningen. Enkele kastelen, diverse kloosters en de Peel-Raamstelling verlenen het gebied extra cultuurhistorische betekenis. Aan de projectlocatie is geen specifieke cultuurhistorische waarde toegekend. De beoogde herontwikkeling is in het kader van cultuurhistorie dan ook geen bezwaar.

Crijns Rentmeesters bv

53

Ruimtelijke onderbouwing - Deurneseweg 24 Ommel - gemeente Asten

5.10 Natuur en ecologie 5.10.1 Inleiding Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht geworden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Zowel in de voorgaande als nieuwe wetgeving zijn de nationale natuurwetgeving en internationale richtlijnen en verdragen verankerd, zoals Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, Wetland-Conventie, Conventie van Bern, Cites en Verdrag van Ramsar. De wet is opgesplitst in de bescherming van gebieden (gebiedsbescherming) en de bescherming van soorten (soortenbescherming).

5.10.2 Gebiedsbescherming Inleiding In de Wet natuurbescherming is de Europese regelgeving omtrent natuurbescherming, zoals vastgelegd in de Vogel- en Habitatrichtlijn als uitgangspunt genomen. De gebiedsbescherming van de Wnb richt zich in hoofdzaak op de bescherming van de Natura 2000-gebieden. Ten aanzien van gebiedsbescherming is in de Wet natuurbescherming opgenomen dat beoordeeld dient te worden of plannen (en projecten) significante gevolgen kunnen hebben voor de Natura 2000gebieden. Een plan kan worden vastgesteld indien op grond van objectieve gegevens kan worden uitgesloten dat een plan, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen, een verslechterend of een significant verstorend effect kan hebben voor de Natura 2000-gebieden. Er gelden dan geen verdere restricties of procedurele vereisten vanuit de Wet natuurbescherming. In de omgeving van de projectlocatie zijn een tweetal Natura 2000-gebieden gelegen, te weten de Deurnsche Peel & Mariapeel en de Groote Peel. Deze gebieden zijn beiden op een afstand van minimaal 5 kilometer van de projectlocatie gelegen. Natura 2000-gebieden kunnen schade ondervinden wegens diverse aspecten, zoals verdroging, oppervlakteverlies, verontreiniging, versnippering, verzilting, optische verstoring, verzuring en vermesting.

Potentiële externe effecten, niet zijnde stikstof Gezien de afstand van de projectlocatie tot de Natura 2000-gebieden, zal er geen sprake zijn van oppervlakteverlies, verontreiniging, optische verstoringen, geluids- en lichtverstoring of mechanische effecten op het Natura 2000-gebied ‘Strabrechtse Heide & Beuven’.

Stikstof In Nederland zijn er 118 (van de 161) Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitats, waarvan de kritische depositiewaarde (KDW) reeds wordt overschreden. De KDW geeft aan bij welke mate van stikstofdepositie wordt aangenomen dat niet langer op voorhand kan worden uitgesloten dat er een risico is dat de kwaliteit van het habitattype wordt aangepast als gevolg van de verzurende en/of vermestende invloed van de stikstofdepositie. Indien een planvoornemen geen stikstofdepositie veroorzaakt op de Natura 2000-gebieden, of per saldo geen toename ten opzichte van de

Crijns Rentmeesters bv

54

Ruimtelijke onderbouwing - Deurneseweg 24 Ommel - gemeente Asten

referentiesituatie, kan worden uitgesloten dat het plan een significant gevolg kan hebben. Met Aerius Calculator wordt de uitstoot van stikstof en de neerslag daarvan op Natura 2000-gebieden als gevolg van een ruimtelijke ontwikkeling berekend. Op 1 juli is de wet Stikstofreductie en Natuurverbetering in werking getreden. Onderdeel van deze wet is de vrijstelling voor bouw- sloop en eenmalige aanlegactiviteiten, in het kort de bouwvrijstelling. Dit betekent dat voor het aspect stikstof alleen nog de neerslag (depositie) in de gebruiksfase een rol speelt. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is met Aerius Calculator een Aerius-berekening uitgevoerd voor de gebruiksfase. Deze berekening en de resultaten daarvan zijn als bijlage bij onderhavige ruimtelijke onderbouwing gevoegd. De berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr. Het aspect stikstof vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

5.10.3 Soortenbescherming De Wet natuurbescherming heeft tot doel in het wild levende planten en dieren te beschermen met het oog op de instandhouding van soorten. De verbodsbepalingen en afwijkingsmogelijkheden in de Wet natuurbescherming zijn uitsluitend van toepassing op de soorten waarvoor dit onmiddellijk voortvloeit uit de vereisten van de Vogelrichtlijn, de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern, het Verdrag van Bonn, het Biodiversiteitsverdrag en de Benelux-overeenkomst op het gebied van de jacht en de vogelbescherming. Het gaat daarbij om alle op het Europees grondgebied in het wild levende vogels en voorts om de dieren en planten van de soorten van Europees belang die van nature op het Nederlands grondgebied voorkomen. Om de instandhouding van de wettelijke beschermde soorten te waarborgen, moeten negatieve effecten op die instandhouding voorkomen worden. Bij de totstandkoming van een nieuw bestemmingsplan waarbij functies gewijzigd worden, moet worden voorkomen dat conflicten met beschermde dier- en plantensoorten ontstaan en dient dus vooraf een beoordeling plaats te vinden. NIPA milieutechniek b.v. heeft op 31 augustus 2012 ter plaatse van de projectlocatie een quickscan flora en fauna uitgevoerd. De rapportage van dit onderzoek d.d. 10 september 2012 met rapportnummer 13189 is als bijlage bij onderhavige ruimtelijke onderbouwing gevoegd.

De conclusies van dit onderzoek luiden: “Bij de quickscan die is uitgevoerd ter plaatse van het perceel Deurneseweg 24 te Ommel, kadastraal bekend onder de gemeente Asten, sectie N, nummer 978, zijn op de locatie geen beschermde soorten waargenomen die een belemmering vormen voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging. Op basis van de quickscan worden deze op de locatie ook niet verwacht. De bomen op de zuidgrens vormen een potentiële nestplaats voor vogels. Het rooien van deze bomen dient derhalve buiten het broedseizoen plaats te vinden.

Crijns Rentmeesters bv

55

Ruimtelijke onderbouwing - Deurneseweg 24 Ommel - gemeente Asten

Op basis van de quickscan wordt een aanvullend of nader onderzoek naar de aanwezige flora en fauna, ons inziens, niet noodzakelijk geacht. Voor de geplande activiteiten is geen ontheffingsaanvraag in het kader van de Flora- en faunawet noodzakelijk.” De stallen op de locatie zijn inmiddels gesloopt en de locatie is in gebruik als dierenweide en kent daarmee een intensief gebruik. De bomen genoemd in de onderzoeksrapportage zijn reeds gerooid. Verwacht wordt dat enkele algemene voorkomende beschermde zoogdiersoorten zoals de mol, konijn, egel en een aantal algemene muissoorten voor kunnen komen binnen het projectgebied. De kans op het voorkomen van broedende vogels of rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen is alleen aanwezig in de omgeving van het projectgebied. Het is mogelijk dat (roof)vogels en vleermuizen op een andere manier gebruik maken van het projectgebied, bijvoorbeeld als foerageergebied. Het eventueel aantasten van het foerageergebied zal gezien de omvang van de ontwikkeling geen negatieve invloeden uitoefenen op het leefgebied van (roof)vogels en vleermuizen en er is voldoende alternatief foerageergebied aanwezig in de omgeving van het projectgebied. Geconcludeerd kan worden dat de betekenis van het projectgebied voor flora en fauna vanwege het intensieve gebruik en het ontbreken van rust- en verblijfsplaatsen voor vleermuizen en (roof)vogels zeer gering is.

Middels de beoogde herontwikkeling worden dan ook geen negatieve effecten verwacht op beschermde natuurgebieden en beschermde soorten en hun leefgebied.

Crijns Rentmeesters bv

56

Ruimtelijke onderbouwing - Deurneseweg 24 Ommel - gemeente Asten

5.11 Besluit milieueffectrapportage 5.11.1 Inleiding De Nederlandse regelgeving voor de milieueffectrapportage (mer) is opgenomen in de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden beoordeeld of een mer moet worden opgesteld. Er dient in ieder geval een mer te worden opgesteld indien een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Daarnaast zijn in de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage drempelwaarden opgenomen voor ontwikkelingen. Wanneer een ontwikkeling groter is dan de genoemde drempelwaarden dient een mer te worden opgesteld. Op grond van een uitspraak van het Europese Hof d.d. 15 oktober 2009 en het daarop per 1 april 2011 aangepaste Besluit milieueffectrapportage geldt dat de omvang van het project niet het enige criterium mag zijn om te bepalen of een mer nodig is. Ook als een project onder de drempelwaarden uit lijst D zoals opgenomen in de bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage zit, kan een project immers nadelige gevolgen voor het milieu hebben. Wanneer een project beneden de drempelwaarde ligt zoals opgenomen in het Besluit mer dient een vormvrije mer-beoordeling plaats te vinden. Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit mer in werking getreden.

In dit besluit is de vormvrije merbeoordeling voor activiteiten uit lijst D, ook beneden de grenswaarden, vervangen door de merbeoordelingsplicht.

5.11.2 Toets beoogde ontwikkeling Het toevoegen van woningen is opgenomen op de lijst D onder 11.2 ‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 12 juni 2019 (201807060/1/R1) blijkt dat de ontwikkeling van twee woningen niet aangemerkt wordt als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. De ontwikkeling van twee Ruimte voor Ruimte woningen is dan ook niet aan te merken als een stedelijk ontwikkelingsproject en komt dan ook niet voor op lijst D van het Besluit mer. In het kader van de beoogde ontwikkelingen is een vormvrije mer-beoordeling dan ook niet aan de orde.

Crijns Rentmeesters bv

57

Ruimtelijke onderbouwing - Deurneseweg 24 Ommel - gemeente Asten

6.

UITVOERBAARHEID

6.1

Economische uitvoerbaarheid

Op 1 juli 2008 is samen met de Wet ruimtelijke ordening (Wro) de Grondexploitatiewet (Grexwet) in werking getreden. In deze Grexwet is bepaald dat een gemeente bij het vaststellen van een planologische maatregel dat mogelijkheden biedt voor de bouw van één of meer hoofdgebouwen, verplicht is maatregelen te hebben genomen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan. Voor de ontwikkeling van dit plan is er sprake van een particulier initiatief. De gemeente Someren zal in het kader van het bepaalde in de Grexwet daarom alle door de gemeente te maken kosten verhalen op de initiatiefnemer. Dit wordt met de initiatiefnemer kortgesloten middels een anterieure overeenkomst. In deze overeenkomst zijn onder andere de verplichtingen van initiatiefnemer met betrekking tot het planschadeverhaal opgenomen. De initiatiefnemer is zich ervan bewust dat alle kosten die gemaakt worden in of ten behoeve van de procedure en de uitvoering voor rekening van de initiatiefnemer komen. Dit betreft onder meer de kosten voor de benodigde onderzoeken, de legeskosten die voldaan dienen te worden en eventuele planschade die door uitvoering van het bestemmingsplan optreedt.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1

Vooroverleg

In het kader van het wettelijk vooroverleg wordt deze ruimtelijke onderbouwing als onderdeel van het bestemmingsplan aangeboden aan de vooroverlegpartners. In het verleden is de beoogde ontwikkeling reeds in gang gezet middels een bestemmingsplanprocedure. De provincie Noord-Brabant en Waterschap Aa en Maas zijn destijds in het kader van dit bestemmingsplan betrokken in het vooroverleg. Een samenvatting van de vooroverlegreacties van deze instanties is als bijlage ‘Nota vooroverleg’ bij onderhavige ruimtelijke onderbouwing gevoegd.

6.2.2

Zienswijzen

In het kader van de bestemmingsplanprocedure wordt deze ruimtelijke onderbouwing als onderdeel van het bestemmingsplan ter inzage gelegd. Het bestemmingsplan zal conform de wettelijke vereisten kenbaar worden gemaakt. Naar aanleiding van zienswijzen op het bestemmingsplan zal een heroverweging op deze onderdelen plaatsvinden en kan besloten worden dit bestemmingsplan op een aantal punten gewijzigd vast te stellen. In het verleden is de beoogde ontwikkeling reeds in gang gezet middels een bestemmingsplanprocedure. Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van januari 2013 gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Destijds is alleen door de provincie Noord-Brabant een zienswijze ingediend. Zij merkten op dat de bewijsstukken voor Ruimte voor Ruimte ontbraken en dat de landschappelijke inpassing onvoldoende is zeker gesteld. De bouwtitels Ruimte voor Ruimte zijn inmiddels akkoord bevonden door de provincie Noord-Brabant. De landschappelijke inpassing wordt zekergesteld middels een anterieure overeenkomst tussen initiatiefnemer en de gemeente Asten.

Crijns Rentmeesters bv

58

VERKENNEND BODEMONDERZOEK Conform NEN 5740

Deurneseweg 24, Ommel

Datum

: 20 december 2021

Rapportnummer

: 221-ODe24-vo-v1

Koolweg 64 5759 PZ Helenaveen Tel: 0493-539803 E-mail: mena@m-en-a.nl NL37 INGB 0007735391 KvK: 67445322

Type onderzoek : Verkennend bodemonderzoek Project

: Deurneseweg 24, Ommel

Projectnummer : 221-ODe24-vo-v1 Opdrachtgever

: Dhr. H. Janssen

Datum rapport

: 20 december 2021

Van toepassing zijnde certificaat Van toepassing zijnde protocollen Nummer certificaat Geldig tot

: BRL SIKB 2000 : 2001, 2002, 2018 : EC-SIKB-02236 : 22 november 2023

Veldwerk uitgevoerd door erkende en ervaren veldwerkers

: W.A. van Aerle A.H.M. Janssen

Projectleider

: W.A. van Aerle

Veldwerker verklaart hierbij dat bij de uitvoering van het veldwerk geen invloed is uitgevoerd door de opdrachtgever of directie van M&A Bodem & Asbest BV. Voor akkoord:

Collegiale toets:

W.A. van Aerle

A. van der Vleuten

Koolweg 64 5759 PZ Helenaveen Tel: 0493-539803 E-mail: mena@m-en-a.nl NL37 INGB 0007735391 KvK: 67445322

Samenvatting In verband met de realisatie van de woonbestemming aan de Deurneseweg 24 te Ommel is een bodemonderzoek conform de NEN 5740, NEN 5707 en een vooronderzoek volgens de NEN 5725 uitgevoerd. Na uitvoering van het vooronderzoek kon de hypothese "onverdachte locatie" worden gesteld. Met de onderzoeksstrategie voor “onverdachte locaties” werden 18 boringen op de locatie geplaatst. Vier van de boringen zijn doorgezet tot 2 m-mv. Hiervan zijn monsters van de boven- en ondergrond genomen. Zintuiglijk werden in de grondmonsters geen bijmengingen met bodemvreemde materialen aangetroffen. Ook zijn geen afwijkingen in samenstelling, geur en / of kleur geconstateerd. Vervolgens zijn vijf mengmonsters samengesteld, te weten drie van de bovengrond en twee van de ondergrond. Een week eerder zijn op de locatie 2 peilbuizen geplaatst op de onderzoekslocatie, waaruit watermonsters werden genomen. De grondwaterspiegel werd op ongeveer 2,6 meter minus maaiveld aangetroffen. Na analyse van de grond- en grondwatermonsters bleek dat : ! de bovengrond niet verhoogd is t.o.v. de achtergrondwaarden (AW) voor de onderzoeksparamaters; ! de ondergrond niet verhoogd is t.o.v. de AW van de onderzoeksparameters; ! het grondwater licht verontreinigd is met zink en matig verontreinigd is met barium.

De verontreinigingen met zware metalen in het grondwater zijn te relateren aan de regionale problematiek met betrekking tot zware metalen in de bodem. Formeel gezien is een nader onderzoek nodig voor de verspreiding van barium in het grondwater. Gezien de schaalgrootte van de regionale problematiek m.b.t. zware metalen in de bodem, alsmede het feit dat deze verhoging zowel stroomop- als -afwaarts is aangetroffen, zal dit geen nieuwe relevante informatie opleveren. Een nader onderzoek is daarom ons inziens niet noodzakelijk.

De hergebruiksmogelijkheden voor de grond, die eventueel vrijkomt bij toekomstige activiteiten, kunnen indicatief gezien als multifunctioneel toepasbaar worden beschouwd. Hergebruik dient te geschieden conform het Besluit bodemkwaliteit en het beleid van de gemeente Asten. Geconcludeerd wordt dat er geen belemmeringen zijn geconstateerd m.b.t. de realisatie van de woonbestemming op de locatie en de topekomstige realisatie van woningen op de percelen.

Inhoudsopgave Hfdst.

Titel

Blz.

Samenvatting 1

Doelstelling verkennend onderzoek

1

2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6

Vooronderzoek Historisch gebruik Huidig gebruik Toekomstig gebruik Asbest in de bodem Bodemsamenstelling en geohydrologie Hypothese

2 3 4 4 5 5 6

3 3.1 3.2 3.3

Onderzoeksstrategie en uitvoering van het onderzoek Onderzoeksstrategie Veldwerk Laboratoriumonderzoek

7 7 9

4. 4.1 4.2 4.3

Resultaten Boorbeschrijving Zintuiglijke waarnemingen Chemische en fysische analyses

10 10 11

5. 5.1 5.2 5.3

Interpretatie en toetsing van de resultaten Algemeen Grond Grondwater

13 15 15

6.

Conclusies en aanbevelingen

16

7.

Referenties

17

Bijlagen Bijlage 1a Bijlage 1b Bijlage 2 Bijlage 3a Bijlage 3b Bijlage 3c Bijlage 4

: Situatie- en boorpunttekening : Bodemloket : Isohypsen : Analyserapport grond : Analyserapport grondwater : Toetsingsnormering grond en grondwater : Boorbeschrijving

Deurneseweg 24, Asten

M & A Bodem & Asbest BV

1. Doelstelling verkennend onderzoek Op 8 november 2021 is door de heer H. Janssen aan M & A Bodem & Asbest BV opdracht verleend tot het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 en NEN 5707, op een perceel aan de Deurneseweg 24 te Ommel. Het onderzoek is noodzakelijk vanwege de realisatie van de woonbestemming op de agrarische percelen, waarvoor een verklaring benodigd is omtrent de aanwezigheid van eventuele bodemvervuiling. In dit onderzoek zal de chemische en fysische toestand van de bodem worden beschreven. Door middel van het verkrijgen van inzicht in de kwaliteit van de bovengrond (0 tot 0.5 meter), de ondergrond (0.5 tot 2.0 meter) en het grondwater zal een uitspraak worden gedaan omtrent bovenstaande. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5740, NEN 5725, NEN 5707 en de Aangepaste Voorlopige Praktijkrichtlijnen van het Ministerie van VROM. Voorafgaand aan het onderzoek verklaart M&A dat er geen relatie bestaat tussen opdrachtgever en M&A, zodat onafhankelijkheid wordt gegarandeerd. Het procescertificaat van M&A Bodem & Asbest en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake de monsterneming en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistraties, aan een erkend laboratorium of de opdrachtgever. In deze rapportages zijn de protocollen 2001, 2002 en 2018 van toepassing.

Het veldwerk is uitgevoerd door erkende en ervaren veldwerkers (W.A. van Aerle en A.H.M. Janssen). Dit bodemonderzoek is met de grootste zorg uitgevoerd. Door de statistische keuzes volgens de NEN 5740 kan het echter voorkomen dat er toch bodemverontreiniging op het perceel aanwezig is dat niet is geconstateerd tijdens het onderzoek. Hiervoor kan M&A niet aansprakelijk worden gesteld. Verder zijn alle in deze rapportage gedane aanbevelingen en adviezen vrijblijvend van aard. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend.

1

Deurneseweg 24, Asten

M & A Bodem & Asbest BV

2. Vooronderzoek conform NEN 5725 In de NEN 5725 staat beschreven welke gegevens minimaal geïnventariseerd dienen te worden om een uitspraak te kunnen doen over het vervolgtraject. Om tot een hypothese voor het vervolgonderzoek te komen dienen te worden onderzocht : 1. Historisch gebruik 2. Huidig gebruik 3. Toekomstig gebruik 4. Bodemopbouw / geohydrologie (wenselijk, niet verplicht) Bij de inventarisatie is gebruik gemaakt van de volgende bronnen : S inventarisatielijst provinciaal programma bodemsanering; S verkennende onderzoeken gesloten stortplaatsen (VOS); S gemeentelijke bestand van huidige en vervallen milieuvergunningen; S provinciale lijst van autosloopterreinen; S bestand ondergrondse en bovengrondse opslagtanks van de gemeente; S bestand bodemonderzoeken in de gemeente; S bodemloket provincie Noord-Brabant. In de volgende paragrafen wordt een samenvatting gegeven van het vooronderzoek.

2

Deurneseweg 24, Asten

M & A Bodem & Asbest BV

2.1. Historisch gebruik De onderzoekslocatie is gelegen aan de Deurneseweg 24 te Ommel, op percelen in het buitengebied ten noordoosten van de bebouwde kom van Ommel (gemeente Asten). De locatie is kadastraal bekend onder gemeente Asten, sectie N, perceelnummers 978 en 1082 (ged.). De situatie is aangegeven op de tekening in bijlage 1a. De huidige bestemming is agrarisch en is in het verleden niet gewijzigd. De bestemming van de directe omgeving is eveneens agrarisch en wonen. Bodemonderzoeken: Van het perceel en de directe omgeving zijn geen bodemonderzoeken bekend. Bodemloket provincie: Volgens het bodemloket zijn geen bodemonderzoeken bekend, zoals hiervoor genoemd. Tanks: Van het perceel zijn geen tanks bekend. Milieuvergunningen: Van het perceel zijn milieuvergunningen bekend voor een varkenshouderij. Deze vergunningen zijn inmiddels ingetrokken en de stallen op de locatie zijn gesloopt. Overigen: Van de onderzoekslocatie zijn geen verdere gegevens bekend over sintels, zinkassen of oude watergangen. De locatie is niet vermeld op de lijst van bodemsaneringsgevallen van de provincie en staat evenmin bekend als voormalige stortlocatie. Van de locatie zijn bouwvergunningen bekend voor een woonhuis, loods en varkensstallen. Van de stallen is een asbestinventarisatie bekend, waaruit bleek dat de dakbedekking uit asbesthoudende golfplaten bestond.

Aan de daken waren geen goten bevestigd en er was geen verharding onder de druplijnen, zodat er sprake was van asbestverdachte drupzones.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=e33f6f75-a3f7-475c-bdb0-93dd666e658f