CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

RU22.11.04E Ruimtelijke onderbouwing - 1. Ommelse Bos 3 incl. bijlagen Deel 1.pdf

Raadscommissie Ruimte 22 november 2022, gemeente AstenBij agendapunt: Ontwerpbestemmingsplan 'Asten Verzamelplan 2022-2' (opiniërend)16.237 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Omgevingsvergunning - Ruimtelijke onderbouwing -

Ommelse Bos 3 Gemeente Asten

OMGEVINGSVERGUNNING - Ruimtelijke onderbouwing -

Ommelse Bos 3 Gemeente Asten

IDN-nummer:

NL.IMRO.0743.1234-0001

Status:

concept

Datum:

8 april 2022

Locatie Nijmegen St. Stevenskerkhof 2 6511 VZ Nijmegen

Locatie Vught Parklaan 21 5261 LR Vught

024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding

5

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding en doel Ligging plangebied Geldend bestemmingsplan Leeswijzer

5 5 6 7

Hoofdstuk 2 Planvoornemen

9

2.1 2.2

Huidige situatie Planvoornemen

9 12

Hoofdstuk 3 Beleidskader

15

3.1 3.2 3.3 3.4

15 18 22 23

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten

31

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10

31 32 33 34 36 42 43 45 46 49

Geluid Bodem Luchtkwaliteit Bedrijven en milieuzonering Geur Natuur Externe veiligheid Archeologie en cultuurhistorie Waterhuishouding Verkeer en parkeren

Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid

51

5.1 5.2

51 51

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Ruimtelijke onderbouwing

omgevingsvergunning Ommelse Bos 3

3

4

omgevingsvergunning Ommelse Bos 3

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

Het voornemen bestaat om op een deel van het perceel Ommelse Bos 3 te Ommel (gemeente Asten), kadastraal bekend als gemeente Asten, sectie M, nummer 503 een nieuwe woning te realiseren. De ontwikkeling past qua gebruik niet binnen het geldende bestemmingsplan. De nieuwe woning is namelijk voorzien op gronden met de bestemming 'Agrarisch met waarden'. Op grond van de bestemmingsregels is gebruik van gronden met deze bestemming voor woondoeleinden niet toegestaan. Omdat de locatie Ommelse Bos 3 onderdeel uitmaakt van een door de raad aangewezen bebouwingsconcentratie zijn er op de locatie beleidsmatig mogelijkheden voor de ontwikkeling van woningen en niet-agrarische activiteiten. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken dient de bestemming te worden gewijzigd. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Asten heeft bij besluit van 7 september 2021 in principe medewerking aan deze ontwikkeling verleend. Daarbij is aangegeven dat deze als nieuwe ontwikkeling deel kan uitmaken van het volgende Verzamelplan, dat begin 2022 in procedure zal worden gebracht. In een verzamelplan worden de plannen van meerdere (particuliere) initiatiefnemers gebundeld en worden ambtelijke wijzigingen (omissies) hersteld.

Ten behoeve van de toelichting van dit bestemmingsplan dient voor deze individuele ontwikkeling een ruimtelijke onderbouwing te worden opgesteld, waaruit blijkt dat het planvoornemen niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Deze ruimtelijke onderbouwing 'Ommelse Bos 3' voorziet in bedoelde onderbouwing.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied ligt ten noorden van de kern Ommel aan de overzijde van de N279, en bevindt zich aan de weg Ommelse Bos die van de kern Ommel loopt tot Vlierden. Het plangebied zelf omvat een deel van het perceel Ommelse Bos 3 (kadastraal bekend als gemeente Asten, sectie M, nummer 503). Op dit adres is, direct ten noorden van het plangebied, momenteel een bouwbedrijf met bijbehorende bedrijfswoning gelegen. Verder bevinden zich ten noorden van het plangebied een producent van voorgegaarde producten voor de retail- en foodservicemarkten (Plukon Ommel) en een garagebedrijf. Ten westen en oosten van het plangebied bevinden zich agrarische gronden en een veehouderij.

omgevingsvergunning Ommelse Bos 3

5

Ligging plangebied ten opzichte van Kern Ommel

1.3

Geldend bestemmingsplan

Op het besluitgebied is het bestemmingsplan 'Buitengebied Asten 2016' van toepassing. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de raad op 18 april 2017 en is inmiddels onherroepelijk. Naast bovengenoemd bestemmingsplan gelden ter plaatse van het plangebied ook nog de volgende bestemmingsplannen: Asten Verzamelplan 2019-1 (vastgesteld 25-06-2019) Asten Verzamelplan 2019-2 (vastgesteld 13-02-2020) Asten Parapluplan Wonen 2019 (vastgesteld 13-02-2020) Asten Verzamelplan 2019-1 (herstelbesluit) (vastgesteld 06-07-2021) Binnen dit bestemmingsplan geldt op grond van de geldende bestemmingsplannen ter plaatse van het plangebied de enkelbestemming 'Agrarisch met Waarden' in combinatie met de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 2'. Daarnaast gelden in het plangebied de volgende gebiedsaanduidingen: overige zone - bebouwingconcentratie; overige zone - cultuurhistorisch waardevolle akkers en kampontginningen; overige zone - recreatief ontwikkelingsgebied; overige zone - regels GRP (Asten Verzamelplan 2019-2) vrijwaringszone - radar; wetgevingszone - beperkingen veehouderij. Voorzover relevant zal worden beschreven welke gevolgen deze aanduidingen met bijbehorende regels hebben voor het planvoornemen.

6

omgevingsvergunning Ommelse Bos 3

1.4

Leeswijzer

In dit eerste hoofdstuk zijn de aanleiding en het doel van deze ruimtelijke onderbouwing, de situering het besluitgebied en de geldende bestemmingsplannen omschreven. Hoofdstuk 2 bevat een ruimtelijke beschrijving van de bestaande situatie op het plangebied, het planvoornemen en de toekomstige situatie. In Hoofdstuk 3 staat het planologische beleidskader, waarin aandacht uitgaat naar het ruimtelijke ordeningsbeleid op rijksniveau, provinciaal niveau en gemeentelijk niveau. In Hoofdstuk 4 worden de omgevingsaspecten beschreven met o.a. aandacht voor geluid, luchtkwaliteit, bodem, externe veiligheid en milieuzonering. In Hoofdstuk 5 wordt ten slotte ingegaan op zowel de economische als de maatschappelijke haalbaarheid van het planvoornemen.

omgevingsvergunning Ommelse Bos 3

7

8

omgevingsvergunning Ommelse Bos 3

Hoofdstuk 2 2.1

Planvoornemen

Huidige situatie

2.1.1 Beschrijvingomgeving plangebied Het plangebied is gelegen in het buitengebied ten noorden van de kern Ommel. De omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door lintbebouwing langs de weg Ommelse Bos, waarlangs zich zowel woningen als diverse agrarische en niet-agrarische bedrijven bevinden. Momenteel bevinden zich op het perceel Ommelse Bos 3 een bouwbedrijf en bijbehorende bedrijfswoning met daaromheen verharding in de vorm van klinkers. Dit perceel is op twee plekken ontsloten op de weg Ommelse Bos (zowel op de hoofdweg als op de ten noorden van het plangebied gelegen ontsluitingsweg van Plukon met dezelfde naam). Het achterste gedeelte van het perceel, dat in gebruik is voor opslag, is onverhard. Het plangebied bevindt zich direct ten zuiden van de bedrijfswoning. Dit deel van het perceel is momenteel in gebruik als dierenweitje. Direct ten zuiden van het plangebied zijn op het perceel agrarische gronden gelegen.

Obliekfoto perceel Ommelse Bos 3 (blauw kader), waarvan een deel het toekomstig woonperceel vormt (rood kader)

omgevingsvergunning Ommelse Bos 3

9

Ontsluiting Bouwbedrijf en bedrijfswoning Ommelse Bos 3

Tegenover plangebied gelegen agrarische gronden met veehouderij (rechts)

De weg Ommelse Bos richting zuiden (richting Kern Ommel)

10

omgevingsvergunning Ommelse Bos 3

2.1.2 Beschrijvingplangebied Het plangebied maakt momenteel onderdeel uit van het perceel Ommelse Bos 3. De gronden worden in de huidige situatie gebruikt voor het hobbymatig houden van dieren.

Huidige situatie plangebied, gezien vanaf de openbare weg Ommelse Bos.

Een deel van deze weide zal als nieuw woonperceel in gebruik worden genomen. Daarbij zal ten minste de helft van de gronden behouden blijven als weiland. De gemeente acht dit wenselijk omdat ter plaatse van de beoogde locatie van het nieuwe woonperceel op grond van de Structuurvisie Bebouwingsconcentraties sprake is van een 'wenselijk zicht', waar kleine doorkijkjes naar het landschap dienen te worden behouden dan wel gecreëerd. Het bestemmingsvlak van de nieuwe woning kan in dat licht een frontbreedte hebben van 20 meter, waarbij de voorste bouwgrens van het bouwvlak niet te ver naar achteren wordt gesitueerd (zie onderstaande afbeelding uit de principemedewerking).

omgevingsvergunning Ommelse Bos 3

11

Indicatieve weergave plangebied als woonbestemming met bouwvlak

2.2

Planvoornemen

2.2.1 Inrichting woonperceel Het nieuwe woonperceel wordt gerealiseerd direct ten zuiden van de bestaande bedrijfswoning. De voorgevellijn van de nieuwe woning wordt afgestemd op die van de bedrijfswoning.

Situatieschets bestaande (links) en toekomstige situatie (rechts). Bebouwing ten behoeve van bedrijf rood

12

omgevingsvergunning Ommelse Bos 3

aangeduid, bebouwing ten behoeve van wonen groen aangeduid 2.2.2 Bouwplan Bij het ontwerp van het bouwplan is uitgegaan van de maatvoering voor woningen uit het geldend bestemmingsplan (maximale maten: goothoogte 4,5 meter, bouwhoogte 10 meter). Op de verbeelding wordt een bouwvlak opgenomen waarbinnen deze standaardmaten als maxima zijn toegestaan. De oppervlakte van de woning bedraagt (buitenwerks gemeten) 200 m2.

omgevingsvergunning Ommelse Bos 3

13

14

omgevingsvergunning Ommelse Bos 3

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Rijksbeleid

3.1.1 Nationale omgevingsvisie De nationale omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. Deze visie is door het rijk opgesteld in het kader van de nieuwe omgevingswet, die per 1 juli 2022 in werking treedt. In de NOVI is een langetermijnvisie neergelegd over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Het Rijk wil daarbij sturen en richting geven op enkele nationale belangen. Hiervoor worden de volgende vier prioriteiten onderscheiden: 1. 2. 3. 4.

Ruimte voor klimaatadaptatie. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstigbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Om invulling te kunnen geven aan deze vier prioriteiten hanteert het rijk de volgende drie afwegingsprincipes: 1. 2. 3.

Combinaties van functies gaat voor enkelvoudige functies. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Afwentelen wordt voorkomen.

Met de NOVI wordt gebouwd aan sterke, aantrekkelijke en gezonde fysieke leefomgeving, waarbij onder meer nadruk ligt op het verbeteren van de kwaliteit van overgangsgebieden tussen stad en land door gebruik te maken van de kansen die in deze gebieden liggen voor verbetering van landschappelijke kwaliteiten en functiemenging. Gevolgen voor planontwikkeling Het planvoornemen voorziet in de toevoeging van één nieuwbouwwoning binnen de bebouwingsconcentratie aan de weg Ommelse Bos. Met deze ontwikkeling wordt het plangebied aangesloten op de omliggende bebouwingsconcentratie en het landelijke gebied. Daarbij zal ten minste de helft van de gronden behouden blijven als weiland. Hiermee wordt rekening gehouden met de aanwezige landschappelijke waarden in de vorm van een 'wenselijk zicht', waar kleine doorkijkjes naar het landschap dienen te worden behouden dan wel gecreëerd. Ten slotte voorziet het planvoornemen in een bijdrage aan de woningbouwopgave waarvoor Nederland staat gezien het grote tekort aan woningen. Op basis van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat met het planvoornemen een bijdrage wordt geleverd aan de landelijke ambities voor het landelijk gebied en een aantrekkelijke leefomgeving. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Barro voorziet in de juridische borging van het nationale ruimtelijke beleid.

Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Navolgende onderwerpen met nationaal belang zijn opgenomen in het Barro en de eerste aanvulling (Stb. 2012, nr. 388): 1. 2. 3. 4.

project Mainportontwikkeling Rotterdam; kustfundament en de daarbuiten gelegen primaire waterkeringen; grote rivieren en rijksvaarwegen en de veiligheid daarom heen; toekomstige rivierverruiming van de Maastakken;

omgevingsvergunning Ommelse Bos 3

15

5. Waddenzee en Waddengebied, en IJsselmeergebied; 6. verstedelijking in het IJsselmeer; 7. defensie; 8. erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; 9. hoofdwegen en landelijke spoorwegen; 10. Elektriciteitsvoorziening; 11. ecologische hoofdstructuur. Naast het Barro is ook de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) in werking getreden. In het Barro is bepaald dat bij ministeriële regeling verschillende militaire terreinen, gebieden, objecten en zones worden aangewezen, waar gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening mee moeten houden. In de Rarro wordt daar uitvoering aan gegeven. Gevolgen voor planontwikkeling Het plangebied valt binnen een gebied dat door de Rarro is aangeduid als een beperkingengebied rondom een radarstation, als bedoeld in artikel 2.6.9 Barro. Voor die gronden mogen geen bestemmingen worden opgenomen die het oprichten van dusdanig hoge bouwwerken mogelijk maken, dat deze onaanvaardbare gevolgen hebben voor de werking van de radar. De maximaal toegestane bouwhoogte van bouwwerken ten opzichte van NAP is opgenomen in bijlage 8 van de Rarro. Ter plaatse van het plangebied bedraagt de maximale bouwhoogte binnen het radarverstoringsgebied 90 meter ten opzichte van NAP.

Ligging plangebied binnen radarverstoringsgebied maximale hoogte 90 meter t.o.v. NAP (Rarro, kaart 6: radarstations) Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) is de gemiddelde hoogte van het plangebied ten aanzien van NAP 24,6 meter. Dit houdt in dat, rekening houdend met de werking van de radar, in theorie een

16

omgevingsvergunning Ommelse Bos 3

bouwhoogte van ongeveer 65 meter zou kunnen worden toegestaan. Ter bescherming van de werking van de radar is in het geldend plan tevens een gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - radar' opgenomen. Ter plaatse van deze aanduiding mag, in afwijking van hetgeen binnen de diverse bestemmingen is toegestaan, de bouwhoogte van bouwwerken de hoogte van 65 m + NAP niet overschrijden. De toegestane maximum goot- en bouwhoogte bedraagt binnen de geldende woonbestemming respectievelijk 7 meter en 10 meter. Omdat de maximale goot- en bouwhoogte binnen het plangebied ruim onder het maximaal toelaatbare liggen, vormen de regels ten aanzien van het radarverstoringsgebied geen belemmering voor het planvoornemen. Voor het overige is onderhavig plangebied niet gelegen in een gebied waarin het Rijk een nationaal belang heeft aangewezen. Gevolgen voor planontwikkeling De Barro en het Rarro hebben geen consequenties voor onderhavige ontwikkeling en vormt derhalve geen belemmering voor het planvoornemen. 3.1.3 Ladder duurzame verstedelijking Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is per 1 oktober 2012 op onderdelen gewijzigd. In artikel 3.1.6 van het Bro is de 'motivering duurzame verstedelijking' (voormalige ladder) opgenomen. Dit stelt eisen aan de onderbouwing in bestemmingsplannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken.

De motivering duurzame verstedelijking richt zich op substantiële veranderingen en bouwplannen, die qua aard en omvang zodanig zijn, dat voor mogelijke leegstand elders gevreesd zou kunnen worden. Het doel is om overbodige bouwplannen (kantoren, woningen) te voorkomen en hergebruik te stimuleren. Per 1 juli 2017 zijn een aantal wijzigingen op de eerdere ladder van kracht geworden. Op basis van deze gewijzigde tekst geldt in het geval dat het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dat de toelichting een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient de toelichting, aanvullend op de beschrijving van de behoefte tevens een motivering te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Daarbij kunnen de beschikbaarheid en geschiktheid van de ontwikkelingsmogelijkheden in bestaand stedelijk gebied een rol spelen. Gevolgen voor planontwikkeling Onderhavige ontwikkeling betreft het planologisch-juridisch mogelijk maken van één woning.

Conform jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State kan worden gesteld dat met de oprichting van minder dan 12 woning geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling, waarmee geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Derhalve kan een nadere toets aan de motivering duurzame verstedelijking achterwege blijven.

omgevingsvergunning Ommelse Bos 3

17

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie 'de kwaliteit van Brabant' Op 14 december 2018 hebben de Provinciale Staten de Omgevingsvisie 'De kwaliteit van Brabant' vastgesteld. Deze omgevingsvisie vervangt na het inwerking treden van de Omgevingswet de provinciale structuurvisie. Met de omgevingsvisie formuleert de provincie haar ambitie over hoe zij de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit wil laten zien. Daarbij stelt zij tussendoelen voor 2030, maar legt nu nog niet vast hoe zij die doelen wil bereiken. De provincie wil daarmee ruimte bieden voor inbreng vanuit partijen en disciplines. Om hiermee aan de slag te gaan is volgens de provincie een verdere uitwerking van de ambities nodig in de vorm van programma's. Met de visie geeft de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van Brabant. Daarbij ligt de focus op vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn: werken aan energietransitie; een klimaatproof Brabant; de slimme netwerkstad, en een concurrerende duurzame economie. Deze vier hoofdopgaven staan ten dienste van de basis opgave: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Om te komen tot de slimme netwerkstad richt de provincie zich op duurzame verstedelijking. Zij wil daarin richting geven door middel van het bevorderen van regionale afspraken, het sturen op zorgvuldig ruimtegebruik en het periodiek opstellen van prognoses.

Verder wil zij een actieve rol spelen om beweging te stimuleren (o.a. door samen te werken bij gebiedsopgaven en bij het opstellen van uitvoeringsprogramma's) en gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken.

Gevolgen planvoornemen Het planvoornemen betreft de realisatie van een nieuwbouwwoning binnen de bestaande bebouwingsconcentratie aan de weg Ommelse Bos. Omdat er sprake is van de toevoeging van één woning is wordt deze ontwikkeling niet aangemerkt als een stedelijk ontwikkeling. Door de voorziene invulling van het perceel wordt aangesloten bij de reeds bestaande stedelijke structuur en infrastructuur, waarmee sprake is van duurzame verstedelijking. De nieuwe woning zal tenslotte voldoen aan de BENG-eisen, waardoor de woonbehoefte duurzaam wordt ingevuld. Daarbij zal ook aandacht worden besteed aan de best beschikbare technieken in het kader van energieverbruik. Het planvoornemen is gezien het bovenstaande in lijn met de omgevingsvisie. 3.2.2 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant De Omgevingsvisie, zoals beschreven in voorgaande paragraaf, vormt het beleidskader voor het provinciaal ruimtelijk beleid. Het juridische kader voor dit beleid is vastgelegd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV). De verordening vormt derhalve een belangrijk uitvoeringsinstrument voor de provincie om haar doelen te realiseren. Provinciale Staten van de provincie Noord-Brabant hebben op 25 oktober 2019 de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld.

In deze Interim Omgevingsverordening zijn de bestaande verordeningen samengevoegd en vervangt de Provinciale milieuverordening, Verordening Natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening Ruimte, Verordening Water en Verordening Wegen. De Interim Omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen

18

omgevingsvergunning Ommelse Bos 3

zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie. In principe zijn de huidige regels gehandhaafd met het huidige beschermingsniveau. De Interim Omgevingsverordening is de juridische vertaling van de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening en de Omgevingsvisie en bevat derhalve onderwerpen die in de visies naar voren komen. De verordening bevat algemene regels waaraan gemeenten zich dienen te houden bij het opstellen van bestemmingsplannen en het verlenen van omgevingsvergunningen waarbij afgeweken wordt van bestemmingsplannen. Ook wordt geregeld op welke wijze het Regionaal Ruimtelijk Overleg, waarin afspraken worden gemaakt over verstedelijking (wonen, werken en voorzieningen), wordt georganiseerd. Naast deze bindende regels voor gemeenten kent de verordening ook een aantal direct bindende regels voor burgers. Deze regels hebben betrekking op de ontwikkeling van intensieve veehouderijen in de zogenaamde extensiverings-, verwevings- en landbouwontwikkelingsgebieden. Door middel van deze regels wordt voorkomen dat ongewenste ontwikkelingen plaatsvinden op het moment dat een bestemmingsplan van de gemeente nog niet is aangepast aan de Interim Omgevingsverordening. Gevolgen voor planontwikkeling Het plangebied is, voorzover relevant, gelegen in het landelijk gebied (zie onderstaande afbeelding).

Uitsnede verbeelding IOV, kaart 6 Instructieregels gemeenten: basiskaart Landelijk Gebied.

Duurzame verstedelijking Hoofdregel van het beleid is dat stedelijke ontwikkeling binnen het bestaand stedelijk gebied plaatsvindt. Alleen als daarvoor geen mogelijkheden bestaan, kan een stedelijke ontwikkeling buiten het bestaande stedelijke gebied in beginsel plaatsvinden binnen daarvoor in de verordening aangeduide zoekgebieden. Binnen deze gebieden liggen mogelijkheden voor verdere verstedelijking. Het plangebied maakt woningbouw mogelijk buiten het bestaand stedelijk gebied en zoekgebieden voor verstedelijking. De voorgenomen ontwikkeling betreft echter slechts de toevoeging van één woning aan het plangebied, waarmee geen sprake is van een (aanzet tot) stedelijke ontwikkeling.

omgevingsvergunning Ommelse Bos 3

19

Ontwikkeling voldoet aan aantoonbare vraag en regionale afspraken Met het planvoornemen wordt voorzien in de aangetoonde vraag naar uitbreidingsmogelijkheden voor woningbouw (paragraaf 3.3.2 en 3.4.4 t/m 3.4.6). In de bevolkings- en woningbehoefteprognose is per gemeente een indicatie (met bandbreedte) gegeven van de planningsruimte voor woningbouw in de komende jaren. Overeenkomstig de IOV is deze 'programma-indicatie' richtinggevend voor de (sub)regionale woningbouwplanning en -programmering en de hierover te maken regionale afspraken. Het planvoornemen en het woningbouwprogramma voor dit plangebied maakt onderdeel uit van de regionale woningbouwafspraken. Dit wordt nog nader toegelicht in paragraaf 3.3.2.

Omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en naaste omgeving Het planvoornemen voldoet ten slotte aan de eis dat de stedenbouwkundige inrichting rekening houdt met de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en naaste omgeving. De woningbouwontwikkeling op het perceel Ommelse Bos 3 vindt bovendien plaats binnen een bebouwingsconcentratie, waarmee woningbouw op deze locatie voorstelbaar is. Conform het gemeentelijk beleid ten aanzien van bebouwingsconcentraties wordt de wenselijke 'doorkijk' behouden/creëren door ten minste de helft van het perceel te handhaven als weide. De bestaande groenstructuren worden hierbij behouden en doorgetrokken. Hiermee is een aansluiting op het naastgelegen gebied gewaarborgd. Conclusie Het planvoornemen voldoet aan de regels van de IOV. Het planvoornemen is dientengevolge niet in strijd met de provinciale regels.

3.2.3 Ontwerp Omgevingsverordening Noord-Brabant Op 1 juli 2022 treedt de Omgevingswet in werking. Deze wet vervangt 26 wetten en verschillende regelsystemen op nationaal niveau. Vanwege de Omgevingswet moet ook de provincie haar regelsysteem aanpassen. Straks heeft de provincie nog maar één verordening waarin alle regels zijn opgenomen over de fysieke leefomgeving. In voorbereiding op de inwerkingtreding van de Omgevingswet hebben Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant op 23 maart 2021 het ontwerp van de Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. Het ontwerp van de Omgevingsverordening is vastgesteld om te voldoen aan de Omgevingswet. De huidige regels in de Interim omgevingsverordening zijn gehanteerd als uitgangspunt. De belangrijkste wijzigingen zijn: Er is aansluiting gezocht bij de opbouw van de rijksregels. Diverse nadere regelingen zijn in de Omgevingsverordening verwerkt. Vanwege het vervallen van de Wet bodembescherming zijn nieuwe regels opgenomen om verontreiniging van het grondwater te voorkomen. Het voorstel is om daarvoor ook voorbeschermingsregels vast te stellen; De aanwijzing van voor verzuring gevoelige kwetsbare gebieden (Wav-kaarten) is vervallen; De rechtstreeks werkende regels voor de ontwikkeling van veehouderij en mestbewerking vervallen.

Het voorstel is om die te vervangen door voorbeschermingsregels; Er is een attentiezone geluid opgenomen langs provinciale wegen waarbinnen aandacht wordt gevraagd voor het oprichten van geluidgevoelige bebouwing. Daarnaast zijn er als gevolg van nieuwe inzichten of beleid ook enkele inhoudelijke wijzigingen aangebracht

20

omgevingsvergunning Ommelse Bos 3

ten opzichte van de IOV Er zijn regels opgenomen voor een maximale boordiepte voor bodemenergiesystemen; E zijn regels opgenomen voor grondverzet, inclusief de toepassing voor PFAS-houdende grond in grondwaterbeschermingszones; De regels voor het kappen van houtopstanden zijn aangepast aan de Brabantse Bossenstrategie; Omgevingskwaliteit heeft een centrale plek gekregen bij de instructieregels voor het omgevingsplan aan gemeenten. Hierbij is een bouw-sloop regeling vormgegeven en is een ruime maatwerkregeling opgenomen ter versterking van omgevingskwaliteit. De mogelijkheden voor collectieve woonvormen in het buitengebied zijn verruimd; Er zijn wijzigingen doorgevoerd in de gebieden op de kaart die aangeven waar welke regels gelden. Naast actualisaties zijn er ook gebieden vervallen of samengevoegd. Gevolgen planvoornemen Voorzover relevant is het plangebied gelegen binnen het werkingsgebied 'Landelijk gebied'. Hoofdregel van het beleid blijft evenals bij de IOV (paragraaf 3.2.2) dat stedelijke ontwikkeling binnen het bestaand stedelijk gebied plaatsvindt. Onderhavig bestemmingsplan maakt woningbouw mogelijk buiten het bestaand stedelijk gebied. De voorgenomen ontwikkeling betreft echter slechts de toevoeging van één woning tussen bestaande bebouwing aan het bebouwingslint aan de weg Ommelse Bos, waarmee wordt aangesloten bij de bestaande bebouwingsconcentratie.

Hiermee is geen sprake van een (aanzet tot) stedelijke ontwikkeling. Conform het gemeentelijk beleid ten aanzien van bebouwingsconcentraties wordt het wenselijk zicht in naar het achtergelegen gebied behouden door ten minste de helft van de gronden te handhaven als weide. Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat het planvoornemen passend is binnen de voorwaarden die gesteld worden in de Ontwerp Omgevingsverordening. 3.2.4 Bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant Om aan de toekomstige woningbehoefte te kunnen voldoen en huidige tekorten in te lopen moeten er in Brabant nog veel huizen worden gebouwd. Tot 2050 moeten nog 220.000 huizen aan de bestaande woningvoorraad worden toegevoegd. De nadruk ligt daarbij op de eerstkomende 10 jaar, waarin er zo’n 12.000 woningen per jaar moeten bijkomen. Vergeleken met de vorige prognose (uit 2017) ligt de groei van de Brabantse bevolking duidelijk hoger. De Brabantse bevolking groeit tot 2050 nog met bijna 280.000 mensen, tot ruim 2,84 miljoen inwoners. Tegen het midden van de jaren ’30 krijgen de landelijke gebieden te maken met een geringe bevolkingskrimp. In het stedelijk gebied blijft de bevolking doorgroeien, al neemt de groei ook hier af. Rond 2040 bereikt de vergrijzing van de Brabantse bevolking haar hoogtepunt. Dan is bijna 27% 65 jaar of ouder, tegen 20% in 2020.

De hoogste leeftijdsgroepen, 75 jaar en ouder, groeien het sterkst en landelijke gebieden vergrijzen meer dan stedelijke gebieden. De komende tijd wordt verwacht dat er vanuit andere delen van Nederland meer mensen naar Brabant komen dan dat er vertrekken: gemiddeld (per saldo) zo’n 2.750 personen per jaar. Dit is in lijn met de laatste jaren. Het buitenlandse migratiesaldo – het verschil tussen het aantal immigranten en emigranten – is de laatste jaren sterk toegenomen, tot ongeveer 15.000 in 2019. Ook de komende jaren worden – na een terugval door de ‘corona-effecten’– positieve buitenlandse migratiesaldi verwacht, waarbij het gemiddeld jaarlijkse saldo terugloopt van zo’n 10.000 personen tussen 2020 en 2030 tot ruim 7.000 in de jaren daarna. In de bevolkings- en woningbehoefteprognose is per gemeente ook een indicatie (met bandbreedte) gegeven van de planningsruimte voor woningbouw in de komende jaren. Overeenkomstig de Interim Omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant is deze ‘programma-indicatie’ richtinggevend voor de

omgevingsvergunning Ommelse Bos 3

21

(sub)regionale woningbouwplanning en -programmering en de hierover te maken regionale afspraken. Gemeentelijke bestemmingsplannen die voorzien in de nieuwbouw van woningen of anderszins leiden tot een (netto) toename van de woningvoorraad, dienen te passen binnen dit regionale afsprakenkader. Gelet op de bevolkingsontwikkeling wordt voor de gemeente Asten in de bevolkings- en woningbehoefteprognoses uitgegaan van een groei van de woningvoorraad met 545 woningen in de periode 2022-2031. In de bevolkings- en woningbehoefteprognoses van 2017 werd nog een groei van de woningvoorraad met 430 woningen voorzien in diezelfde periode. De nieuwe prognoses geven dus meer ruimte om extra bouwplannen te gaan realiseren in de gemeente Asten. De bouw van één woning in onderhavig planvoornemen past binnen de voorziene toename van de woningvoorraad in de gemeente Asten. De woningbouwmonitor 2022-2031 is recent (maart 2021) in de gemeenteraad bijgesteld. De gemeente voorziet een groei met 506 woningen in de periode 2022-2031. Met de planontwikkeling wordt met name voorzien in de behoefte aan grondgebonden woningen in een groene setting. 3.2.5 Brabantse agenda wonen Het kaderstellend provinciaal beleid op het gebied van de woningbouw is verder vastgelegd in de 'Brabantse Agenda Wonen'. In deze agenda heeft de provincie ‘actielijnen’ en ‘richtinggevende principes’ vastgelegd.

De actielijnen gaan uit van: accent op duurzame verstedelijking; meer nadruk op de bestaande woningvoorraad; inzetten op een vraaggericht, flexibel planaanbod met ruimte voor nieuwe woonvormen; versterken van de regionale samenwerking en vernieuwen van regionale woningbouwafspraken. Het planvoornemen is gebaseerd op een actuele kwalitatieve behoefte en dus vraaggericht. De beperkte afstand tot de voorzieningen in de kern Ommel en de directe nabijheid van landelijk gebied spreekt de bewoners van de andere deelgebieden aan. De vraag hiernaar is dus aangetoond. Het plan draagt bovendien bij aan de differentiatie van de woningvoorraad in de gemeente Asten en met name in Ommel.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1 Ruimtelijk afwegingskader De Peel Door de Peelgemeenten en waterschap Aa en Maas is in 2021 het ruimtelijk afwegingskader De Peel opgesteld. Het ruimtelijk afwegingskader is een instrument voor het (onderling) afwegen, combineren en inpassen van ruimtelijke ontwikkelingen. Basis voor het afwegingskader zijn de vier (deel) landschappen van de Peelregio en de afweging op basis van de waarden van het landschap. Het plangebied van voorliggende ruimtelijke ontwikkeling is gelegen in het landschapstype 'oude zandontginningen landschap'. De dragers van dit landschap zijn essen, kampen, oude erven en weidegronden langs beken. De kleinschalige grillige verkaveling (behalve op de essen) wordt deels omzoomd door houtwallen. Zowel beken als wegen kronkelen door dit lanschap. (Agrarisch) Bouwland is hogerop gelegen terwijl de weilanden juist bij de beken liggen. Daarnaast is er een afwisseling van coulissen (houtwal, bosjes en lanen) en open ruimten (o.a. essen) aanwezig. Ten slotte wordt het landschap gekenmerkt door een microrelief van essen en kampen. Ontwikkelingen in dit gebied gebied vragen om een zorgvuldige inpassing. Om vorm te geven aan deze inpassing dienen deze bij de stads- en dorpsranden plaats te vinden, of binnen bestaande bebouwingsconcentraties. Daarbij dient rekening gehouden te worden met de (versterking van de) fysieke kenmerken bij de inpassing van de opgave.

Gevolgen voor planontwikkeling

22

omgevingsvergunning Ommelse Bos 3

Bij onderhavige ontwikkeling wordt met bovenstaande uitgangspunten rekening gehouden door aan te sluiten bij de bestaande structuren (bebouwingsconcentratie) en landschappelijke kwaliteiten (behoud wenselijk zicht/doorkijk). Conform het gemeentelijk beleid ten aanzien van bebouwingsconcentraties wordt het wenselijk zicht in naar het achtergelegen gebied behouden door ten minste de helft van de gronden te handhaven als weide. De voorgenomen ontwikkeling betreft slechts de toevoeging van één woning tussen bestaande bebouwing aan het bebouwingslint aan de weg Ommelse Bos, waarmee wordt aangesloten bij de bestaande bebouwingsconcentratie. Hiermee is geen sprake van een (aanzet tot) stedelijke ontwikkeling. Het beoogde woonperceel wordt gerealiseerd tussen de bestaande bebouwing in een bebouwingsconcentratie. Hiervoor is voldoende ruimte aanwezig. 3.3.2 Regionale Agenda Wonen In de 'Regionale Agenda Wonen RRO Zuidoost-Brabant/Metropoolregio Eindhoven 2016' zijn de uitgangspunten voor de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwopgave in regionaal verband vastgelegd. Kwantitatief is per gemeente aangegeven welke woningbouwopgave er voor de komende tienjaarsperiode is afgesproken. Voor de gemeente Asten is afgesproken dat 915 woningen netto zijn toe te voegen aan de woningvoorraad in de periode 2016 t/m 2025.

Kwalitatief zijn meerdere opgaven benoemd: ladder duurzame verstedelijking en binnenstedelijk bouwen, onder andere door herbestemming van leegstaand vastgoed in het bestaand stedelijk gebied; huisvesting doelgroepen, met name arbeidsmigranten en vergunninghouders; kwaliteit van het programma afstemmen op de bestaande voorraad. Gevolgen voor planontwikkeling De planontwikkeling is onderdeel van het netto toe te voegen aantal woningen in de gemeente Asten. Daarbij is in aanmerking genomen dat recent de laatste mogelijkheden om 'binnenstedelijk te bouwen' binnen de kern Ommel al zijn ontwikkeld. Van herbestembaar leegstaand vastgoed is in Ommel geen sprake.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Toekomstagenda 2030 Als kompas voor de ontwikkeling van de gemeente heeft de gemeente Asten de Toekomstagenda 2030 opgesteld. Hierin staan de opgaven die de komende jaren centraal staan: de transformatie van het buitengebied, het vitaal houden van de kernen, de ontwikkeling van het centrum van Asten en het klimaatbestendig en energieneutraal worden in 2030. Voor de voorgenomen ontwikkeling is de opgave 'het vitaal houden van de kernen' van belang. Daarover is het volgende opgenomen in de Toekomstagenda 2030. "Anno 2017 behoren de inwoners van Asten tot de gelukkigste van de regio en het land. Hun geluksbeleving is vooral gebaseerd op gezondheid, deelname aan economisch en maatschappelijk verkeer, woonomgeving en omgevingskwaliteit. Behoud van deze vitaliteit is niet vanzelfsprekend. Het wegtrekken van jongeren, het kleiner worden van huishoudens, de vergrijzing en technologische ontwikkelingen vragen om een alerte reactie van gemeenschappen en gemeente. Passende en betaalbare woonvormen, adequate voorzieningen, saamhorigheid en een evenwichtige bevolkingssamenstelling zorgen voor vitaliteit." Het resultaat is dat de kernen Asten, Heusden en Ommel vanuit de eigen identiteit en kracht koersen. Maatschappelijk initiatief is het vertrekpunt voor ontwikkeling van de kernen.

Ruimte voor eigen initiatief betekent dat dorpen, gebieden en gemeenschappen zich ieder op een eigen wijze ontwikkelen. Dit kan tot gevolg hebben dat de ene kern meer voor elkaar krijgt dan de andere. De gemeente Asten zet in op behoud van

omgevingsvergunning Ommelse Bos 3

23

voortgezet onderwijs in Asten. Dit is cruciaal in de ontwikkeling van jongeren en het vormen van netwerken, die wellicht stimuleren dat jongeren zich binden aan Asten of overwegen om er later terug te keren. Voor Ommel specifiek is het resultaat meer dan 1000 inwoners voor Ommel. Het is het Initiatief van inwoners om de leefbaarheid in Ommel structureel en voortvarend aan te pakken door middel van substantiële nieuwbouw en aantrekken van nieuwe inwoners. Het voorgenomen plan draagt bij aan dit initiatief. De nieuwbouw van een woning in een bebouwingsconcetratie in het landelijk gebied draagt bij aan de doorstroom in de kern, waar meerdere nieuwbouwprojecten voor meer specifieke doelgroepen worden gerealiseerd. Daarmee past de voorgenomen ontwikkeling binnen de doelstelling van de Toekomstagenda 2030 en levert deze een belangrijke bijdrage aan het op peil houden van de leefbaarheid in het dorp. 3.4.2 Omgevingsvisie Asten In het kader van de komst van de nieuwe omgevingswet heeft de gemeente Asten een omgevingsvisie vastgesteld. In de omgevingsvisie zijn de ambities van de gemeente Asten voor de fysieke leefomgeving zoals neergelegd in de Toekomstagenda 2030 nader uitgewerkt. Het plangebied maakt onderdeel uit van de dynamische dorpen.

Dynamische dorpen Asten, Heusden en Ommel zijn, mede dankzij het groen in en rond de kernen, fijne dorpen om in te wonen. Gelegen binnen de Metropoolregio Eindhoven hebben ze een dorpse sfeer in uitstraling en gevoel. De dorpen hebben elk een eigen identiteit met een levendig verenigingsleven. Asten, Heusden en Ommel ontwikkelen zich vanuit de eigen identiteit en kracht. Maatschappelijk initiatief is het vertrekpunt voor ontwikkeling van de dorpen, als gemeente worden de randvoorwaarden geborgd en initiatieven gefaciliteerd die bijdragen aan de gewenste ontwikkeling. In het deelgebied Dynamische Dorpen wil de gemeente Asten concreet de volgende doelstellingen realiseren: Vitale kernen Het behouden en daar waar mogelijk versterken van het voorzieningenniveau en de leefbaarheid in de kernen. Ontwikkelen van een gezonde en activerende leefomgeving, met veilige en aantrekkelijke plaatsen om te bewegen en elkaar te ontmoeten. We gaan uit van de situatie zoals vastgelegd in de Brabantse Omgevingsscan. Realiseren van voldoende, betaalbare en passende woningen en woonomgevingen voor alle doelgroepen. We zorgen voor adequate en kwalitatieve huisvestingsmogelijkheden voor onze bedrijven op bestaande en nieuwe bedrijventerreinen.

Leidend daarbij zijn de principes het juiste bedrijf op de juiste plek, efficiënt en beter ruimtegebruik en een verantwoorde uitgifte van nieuwe bedrijventerreinen. Onze bedrijventerreinen zijn van hoge kwaliteit en hebben een modern, dynamisch en duurzaam imago. Behoud van de werkgelegenheid en versterken van toekomstbestendige sectoren die ondervertegenwoordigd zijn, zoals dienstverlening, onderzoek en advies. We gaan uit van de economische structuur, zoals vastgelegd door het CBS. Behouden en beter zichtbaar maken van cultuurhistorisch waardevolle panden en structuren. We gaan uit van de situatie zoals vastgelegd in de cultuurhistorische waardenkaart. Hiermee versterken we onze identiteit en zorgen we ervoor dat onze kernen nog aantrekkelijker worden voor onze eigen inwoners én bezoekers. Ontwikkelen van slimme mobiliteitsoplossingen – ook wel Smart Mobility genoemd - zoals elektrisch deelvervoer, ten behoeve van een betere ontsluiting van onze kernen en bereikbaarheid van voorzieningen in de regio. Verbreding van de A67 blijft belangrijk voor onze verbinding met de Metropoolregio Eindhoven. Behouden en verbeteren van een groene leefomgeving waarin hittestress beperkt wordt, het water

24

omgevingsvergunning Ommelse Bos 3

voldoende ruimte krijgt en de biodiversiteit hoog is. Natuurinclusief bouwen wordt de norm. De ambities van deze omgevingsvisie bouwen voort op het gemeentelijk beleid van de afgelopen jaren. Ondernemers werken samen met inwoners, de gemeente en andere partijen aan de ontwikkeling van onze kernen Asten, Heusden en Ommel. Voorbeelden van initiatieven die bijdragen aan de gewenste ontwikkeling: Gezonde leefomgeving: fietsstraten (voorrang voor fietsers), actieve wandelroutes, parkjes, natuurinclusief wonen ontmoetingsplaatsen. van grijs naar groen (minder verstening in tuinen), wadi’s . Nieuwe woonvormen: gezamenlijk duurzaam wonen, zelfvoorzienende woningen en tiny houses. Verduurzaming bedrijventerreinen: duurzame energieopwekking, vergroening, vergroten waterbergend vermogen. Aansprekende evenementen: het organiseren van evenementen draagt bij aan het aantrekkelijk en druk bezocht houden van het centrum. Coöperatieve vormen van samen-leven: zorg en welzijn, duurzaamheid, beheer openbare ruimte. De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan het realiseren van de doelstellingen zoals opgenomen in de Omgevingsvisie. Het planvoornemen voorziet in de bouw van één woning in de bestaande bebouwingsconcentratie ten noorden van de kern Ommel. Met de planontwikkeling wordt met name voorzien in de behoefte aan grondgebonden woningen in een groene setting.

De beperkte afstand tot de voorzieningen in de kern Ommel en de directe nabijheid van landelijk gebied spreekt de bewoners van de andere deelgebieden aan. De nieuwbouw van een woning in een bebouwingsconcetratie in het landelijk gebied voorziet daarmee in een aantoonbare vraag en draagt bij aan de doorstroom binnen de gemeente Asten, waar meerdere nieuwbouwprojecten voor meer specifieke doelgroepen worden gerealiseerd (Kluisstraat Ommel, Heusden Oost). Daarmee past de voorgenomen ontwikkeling binnen de doelstelling van de Omgevingsvisie en levert deze een belangrijke bijdrage aan het op peil houden van de leefbaarheid in het dorp. 3.4.3 Structuurvisie bebouwingsconcentraties De Structuurvisie Bebouwingsconcentraties vormt het toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen binnen bebouwingsconcentraties in het landelijk gebied, die niet binnen de gebruiksmogelijkheden van het bestemmingsplan passen. In de visie bebouwingsconcentraties is per bebouwingsconcentratie of landschapstype uitgewerkt wat de gewenste ontwikkelingen zijn. Op de bijbehorende kaart is deze indeling in landschapstypes en bebouwingsconcentraties opgenomen.

omgevingsvergunning Ommelse Bos 3

25

Verbeelding Structuurvisie Bebouwingsconcentraties . Plangebied rood omcirkeld. In de bebouwingsconcentraties worden mogelijkheden geboden voor de nieuwbouw van burgerwoningen Behoudens de expliciet benoemde waardevolle open ruimtes of doorzichten kan binnen de begrenzing van de bebouwingsconcentraties op alle percelen worden gebouwd, mits dit stedenbouwkundig verantwoord is. Aan de ontwikkeling zijn een aantal randvoorwaarden verbonden, welke in hoofdstuk 6 van de structuuvisie verder worden uitgewerkt.

Mogelijkheden wonen Ten aanzien van het vergroten van woningen en bijgebouwen kunnen eveneens ruimere mogelijkheden verkregen worden. De structuurvisie is van toepassing op uitbreiding van een woning met een gewenste inhoud boven 900m3 en voor bijgebouwen met een oppervlakte boven 200m2, (onder deze maten biedt het bestemmingsplan buitengebied reeds ontwikkelingsmogelijkheden, onder andere middels de opgenomen sloop-bonus regeling).

Ruimtelijke kwaliteitsverbetering Landschappelijke inpassing bebouwing: nieuwe ontwikkelingen die het straatbeeld aantasten dienen ingepast te worden. Het doel is om de beeldkwaliteit te handhaven of te verbeteren. Dit kan onder andere middels het toevoegen van groen. Maar ook het aanpassen van de architectuur kan worden omschreven als het landschappelijk inpassen van bebouwing. Zichtrelatie met landschap: zoals aangegeven in de visie bebouwingsconcentraties is de relatie met het omliggende landschap belangrijk. Door zichtassen te waarborgen en eventueel te accentueren met groen, kan deze relatie behouden en versterkt worden.

26

omgevingsvergunning Ommelse Bos 3

Gevolgen voor planontwikkeling Ter plaatse van het plangebied is op grond van de structuurvisie sprake van een 'wenselijk zicht', waar kleine doorkijkjes naar het landschap dienen te worden behouden dan wel gecreëerd (op bovenstaande afbeelding weergegeven met blauwe pijl). Om dit wenselijk zicht te behouden, zal conform de wens van de gemeente ten minste de helft van de gronden behouden blijven als weiland. Het bestemmingsvlak van de nieuwe woning kan in dat licht een frontbreedte hebben van 20 meter, waarbij de voorste bouwgrens van het bouwvlak niet te ver naar achteren wordt gesitueerd. Op grond van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling binnen de doelstelling van de Structuurvisie bebouwingsconcentraties past. 3.4.4 Woonvisie gemeente Asten 2015-2024 Op 8 november 2016 heeft de gemeenteraad de Woonvisie gemeente Asten 2015-2024 vastgesteld. In de woonvisie zijn de uitgangspunten voor het volshuisvestingsbeleid geformuleerd. Belangrijke uitgangspunten voor het volkshuisvestingsbeleid zijn: Algemeen Asten richt zich op het realiseren van een woningvoorraad die past bij de woonbehoeften van de Astense bevolking, zowel kwantitatief (voldoende woningen) als kwalitatief (juiste woningen). Dit uitgangspunt geldt niet alleen voor de gemeente Asten als geheel maar ook voor de drie afzonderlijke kernen.

Nieuwe toe te voegen woningen moeten aansluiten bij de geconstateerde en verwachte tekorten in de bestaande woningvoorraad. 30% van de toegestane plancapaciteit wordt gereserveerd als flexibele ruimte. Toevoeging van woningen vindt primair plaats binnen bestaand stedelijk gebied (wettelijke verplichting), met voorrang voor: locaties nabij voorzieningen, herstructureringslocaties, ook wordt eerst leegstaand of leegkomend vastgoed benut. Kwantitatieve taakstelling De kwantitatieve taakstelling voor de komende 10 jaren bedraagt 910 woningen (= toevoeging aan bestaande woningvoorraad). Dit aantal is ook vastgelegd in de regionale agenda wonen Verdeling van deze taakstelling over de 3 kernen vindt plaats naar rato van de inwoneraantallen: Asten / Heusden / Ommel - 75% / 19% /6 %. Toename van de woningvoorraad wordt gerealiseerd door nieuwbouw, kavelsplitsing en transformatie van de bestaande voorraad. Transformatie binnen de bestaande voorraad is mogelijk door onder meer woningsplitsing, maar ook door het realiseren van woningen in gebouwen met een andere bestemming, zoals kantoor, winkel. Kwalitatieve taakstelling Voor het nieuwbouwprogramma gelden de volgende kaders naar doelgroep, prijs en type woning: 1. aandeel starters / gezinnen / senioren - 20% / 30% / 50%. 2. aandeel huur / koop = 40 % / 60%. 3. aandeel sociaal / vrij = 45 % / 55%. 4.

aandeel gestapeld / niet gestapeld = 30% / 70% Daarnaast is de doestelling voldoende woningen te bouwen voor starters, gezinnen en senioren.

Gevolgen voor planontwikkeling

omgevingsvergunning Ommelse Bos 3

27

Het planvoornemen voorziet in de bouw van één woning in de bestaande bebouwingskern ten noorden van de kern Ommel. De nieuwbouw van een woning in een bebouwingsconcentratie in het landelijk gebied draagt bij aan het behalen van de kwantitatieve doelstellingen van de Woonvisie en de doorstroom in de kern Ommel (en andere kernen binnen de gemeente Asten). Hiermee wordt in de eerste plaats bijgedragen aan het tegengaan van de toenemende druk op de Astense woningmarkt en de daarmee gepaard gaande woningbouwopgave. Het planvoornemen voorziet daarnaast in de aantoonbare behoefte aan grondgebonden woningen in een groene setting. De beperkte afstand tot de voorzieningen in de kern Ommel en de directe nabijheid van landelijk gebied spreekt de bewoners van de andere deelgebieden aan. De nieuwbouw van een woning in een bebouwingsconcetratie in het landelijk gebied voorziet daarmee in deze aantoonbare vraag en draagt bij aan de doorstroom binnen de gemeente Asten, waar meerdere nieuwbouwprojecten voor meer specifieke doelgroepen worden gerealiseerd (Kluisstraat Ommel, Heusden Oost). Daarmee past de voorgenomen ontwikkeling binnen de doelstelling van de Woonvisie en levert deze een belangrijke bijdrage aan het op peil houden van de leefbaarheid in het dorp.

3.4.5 Versnellingsagendawoningbouw Asten Met de Versnellingsagenda woningbouw Asten beoogt de gemeente de toenemende druk op de woningmarkt tegen te gaan door het bouwtempo hoog te houden. De gemeente doet dit door nadrukkelijk de regie te pakken en versneld een tweetal woningbouwplannen in ontwikkeling te nemen. Binnen deze plannen zal extra aanbod gecreëerd worden voor de meest urgente doelgroepen, met een gezonde mix van huur en koop, in verschillende prijssegmenten en met aandacht voor betaalbaarheid en financierbaarheid. Ook binnen de bestaande (potentiële) planvoorraad en bij nieuwe woningbouwplannen zal extra gestuurd worden op het bouwen van woningen voor de meest urgente doelgroepen. Daarnaast dient minimaal 25% van de nieuw te bouwen woningen te bestaan uit sociale huurwoningen. De uitgangspunten en acties uit de versnellingsagenda woningbouw zijn verwerkt in de woningbouwmonitor 2022-2031. De woningbouwmonitor wordt gebruikt om te sturen op het planaanbod, de te bouwen woning typologieën en de realisatie van nieuwe woningen. Net zoals in Asten is er ook in de kern Ommel vanaf 2022 weinig harde plancapaciteit beschikbaar. Ook voor Ommel is het dus wenselijk om op korte termijn nieuwe woningbouwplannen in ontwikkeling te nemen. Voorgenomen ontwikkeling sluit hierbij aan.

3.4.6 Woningbouwmonitor gemeente Asten 2022 t/m 2031 Het gemeentelijk woningbouwprogramma is vastgelegd in de 'Woningbouwmonitor gemeente Asten 2022 t/m 2031'. In de woningbouwmonitor is het totaal aantal te realiseren woningen in Ommel over de periode 2022 t/m 2031 vastgelegd.

28

omgevingsvergunning Ommelse Bos 3

Kwantitatieve toets geplande woningbouw in de kernen van de gemeente Asten (harde plancapaciteit)

In de woningbouwmonitor heeft de gemeente Asten bewust beperkte ruimte beschikbaar gehouden voor de toevoeging van nieuwe plannen. De harde en potentiële plancapaciteit van de gemeente Asten als geheel zijn samen circa 500 woningen, terwijl er de komende 10 jaar 545 woningen gebouwd kunnen worden. Er is dus nog ruimte voor circa 45 woningen. Meer vrije ruimte is niet nodig, omdat de tijdshorizon elk jaar vooruit schuift en de gerealiseerde woningen van de harde plancapaciteit af gaan. Hierdoor is de verwachting dat er ook in de toekomst voldoende capaciteit over blijft om woningen te kunnen blijven bouwen. Met de voorziene woningbouw wordt voorzien in de behoefte aan woningcategorieën binnen de kleine kern Ommel. Deze bestaat voor zowel de uitbreidingslocatie als de locaties binnen bebouwd gebied nagenoeg geheel uit grondgebonden koopwoningen. Met de voorziene bouw van één woning in de bestaande bebouwingskern ten noorden van de kern Ommel wordt voorzien in de kwantitatieve behoefte aan woningbouw in nabijheid van de kern Ommel. Het planvoornemen voorziet in de aantoonbare behoefte aan grondgebonden woningen in een groene setting. De beperkte afstand tot de voorzieningen in de kern Ommel en de directe nabijheid van landelijk gebied spreekt de bewoners van de andere deelgebieden aan.

De nieuwbouw van een woning in een bebouwingsconcetratie in het landelijk gebied voorziet daarmee in deze aantoonbare vraag en draagt bij aan de doorstroom binnen de gemeente Asten, waar meerdere nieuwbouwprojecten voor meer specifieke doelgroepen worden gerealiseerd (Kluisstraat Ommel, Heusden Oost). Daarmee past de voorgenomen ontwikkeling binnen de kwantitatieve woningbouwopgave van de gemeente Asten en draagt deze bij aan het bereiken van de kwalitatieve opgaven. 3.4.7 Handreiking omgevingsdialoog De gemeente Asten vindt het wenselijk dat omwonenden en bedrijven in de nabijheid van een ruimtelijke ontwikkeling op een vroeg stadium bij de planvorming worden betrokken. Daarom heeft de gemeente een stappenplan ontwikkeld voor het organiseren en voeren van een omgevingsdialoog, die plaats dient te vinden voordat een aanvraag wordt ingediend. Daarin worden de volgende stappen uitgewerkt: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Definieer de omgeving en belanghebbenden; Nodig de omgeving uit; Voer het omgevingsgesprek; Maak een verslag; Verstuur het verslag naar de omgeving; Voeg het verslag toe bij de stukken voor de indiening van de aanvraag.

omgevingsvergunning Ommelse Bos 3

29

In een tabel worden de instrumenten uitgewerkt voor omgevingsgesprekken ten behoeve van initiatieven met een geringe, middelgrote en grote (ruimtelijke) impact. Het onderhavige initiatief betreft volgens de handreiking een initiatief met een middelgrote ruimtelijke impact. Voor dergelijke initiatieven wordt in de handreiking voorgeschreven dat omwonenden en omliggende bedrijven worden geïnformeerd door middel van een informatiebrief met enquete, een inloopbijeenkomst of presentatie. Bij het bepalen van de omgeving is er vrijheid in de afweging welke belanghebbenden, bedrijven of omwonenden worden uitgenodigd. Dit is afhankelijk van de ruimtelijke impact van de voorgenomen ontwikkeling. Het omgevingsgesprek is conform de voorgeschreven werkwijze uit de handreiking gevoerd. De initiatiefnemer heeft de directe omwonenden en omliggende bedrijven aan de Ommelse Bos, Kloosterstraat, Oostappensedijk en de Deurnse Weg over de voorgenomen ontwikkeling geïnformeerd door middel van een informatiebrief waarop het initiatief duidelijk is omschreven. Daarbij is een reactieformulier overhandigd, waarop tevens contactgegevens zijn opgenomen voor het stellen van eventuele vragen. Op de formulieren zijn de reacties van de omgeving kort samengevat, waarna deze zijn ondertekend zijn teruggestuurd. De formulieren en reacties zijn met de gemeente gedeeld.

De reacties op het omgevingsgesprek zijn overwegend positief. Er zijn geen bezwaren naar voren gekomen.

Overzichtskaart omwonenden (rode cirkels) en bedrijven (blauwe cirkels) die zijn betrokken bij de omgevingsdialoog. Plangebied germakeerd met een rode speld.

30

omgevingsvergunning Ommelse Bos 3

Hoofdstuk 4 4.1

Omgevingsaspecten

Geluid

4.1.1 Algemeen Ten aanzien van geluid zijn de regels uit de Wet geluidhinder (Wgh) van toepassing. De Wgh voorziet rond (gezoneerde) industrieterreinen, langs wegen en langs spoorwegen in zones en bevat tevens geluidsnormen en richtlijnen met betrekking tot de toelaatbare geluidsniveaus van de voorgenoemde geluidsbronnen. Indien een bestemmingsplan een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron, of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt, dient volgens de Wgh een akoestisch onderzoek plaats te vinden bij het voorbereiden van de vaststelling van het bestemmingsplan. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeursgrenswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. Akoestisch onderzoek Met onderhavig planvoornemen wordt een nieuwe woonfunctie geprojecteerd binnen de akoestische invloedsfeer van het bouwbedrijf aan de Ommelse Bos 3, en binnen de wettelijke geluidzone (wegverkeerslawaai) van de Ommelse Bos, de Deurneseweg en de N279. Er moet worden voldaan aan wettelijke grenswaarden en het woon- en leefklimaat van de nieuwe woonfunctie moet zijn gewaarborgd.

Om dit aan te tonen is ten behoeve van dit planvoornemen een akoestisch onderzoek wegverkeers- en industrielawaai uitgevoerd (NIPA Milieutechniek, rapport N210248.003/LHO, 4 april 2022). De rapportage is bijgevoegd als Bijlage 2. In het navolgende zijn beknopt de resultaten van het onderzoek weergegeven. 4.1.2

Beoordeling

4.1.2.1 Wegverkeerslawaai Het onderhavige plan omvat de realisatie van een grondgebonden woning. Woningen zijn binnen de Wet geluidhinder (Wgh) aangemerkt als geluidgevoelige functies. Indien deze zijn gelegen binnen een wettelijke geluidszone van wegen, dient akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden. Het plangebied ligt binnen de wettelijke geluidszone van de Ommelse Bos, de Deurneseweg en de N279. Voor de geluidsbelasting aan de buitengevels van woningen binnen de wettelijke geluidszone van een weg gelden bepaalde voorkeursgrenswaarden en uiterste grenswaarden. In bepaalde gevallen is vaststelling van een hogere waarde mogelijk. Hogere grenswaarden kunnen alleen worden verleend nadat is onderbouwd dat maatregelen om de geluidsbelasting aan de gevel van geluidsgevoelige bestemmingen onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. De hogere grenswaarde mag de uiterste grenswaarde niet te boven gaan. De uiterste grenswaarde voor wegen is op grond van de Wgh afhankelijk van de ligging van de woningen (binnen- of buitenstedelijk). Het plangebied is ten slotte niet gelegen binnen een zone voor industrielawaai en/of spoorweglawaai. Deze aspecten vormen derhalve geen belemmering voor het planvoornemen.

omgevingsvergunning Ommelse Bos 3

31

4.1.2.2 Industrielawaai Naast het aspect wegverkeerlawaai is op grond van de Wet milieubeheer en het Activiteitenbesluit het aspect industrielawaai nader onderzocht gezien de ligging ten opzichte van het naastgelegen bouwbedrijf. Dit aspect is tevens onderzocht in het kader van bedrijven en milieuzonering en een goed woon- en leefklimaat voor de nieuwe woning, (zie paragraaf 4.4). Dit aspect is ook meegenomen in bovengenoemd akoestisch onderzoek, waarbij industrielawaai is onderzocht aan de hand van de representatieve bedrijfssituatie. Uit de berekening volgt dat in de maatgevende planologische situatie zonder aanvullende maatregelen wordt voldaan aan de toetsingswaarde voor de optredende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus voor industrielawaai. In de tuinen van de toekomstige woonfuncties is het geluidsniveau aanvaardbaar. 4.1.2.3 Conclusie Samengevat blijkt uit bovengenoemd onderzoek dat de nieuwe woning geen beperkingen voor de geluidruimte oplevert voor de nabij gelegen bedrijfsfuncties en dat het woon- en leefklimaat van de nieuwe woning is gewaarborgd. Er is sprake van een goede ruimtelijke ordening.

4.2

Bodem

4.2.1 Algemeen Op basis van artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening zijn gemeenten verplicht om in de toelichting bij een bestemmingsplan een paragraaf over de bodemkwaliteit op te nemen. In deze paragraaf dient gemotiveerd te worden of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van de bodem. Uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening is dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming en de daarin toegestane gebruiksvormen. Zo mag een eventuele aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico opleveren voor de gebruikers van de bodem en mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door grondverzet. Bij overige ruimtelijke besluiten is ook een inzicht in de bodemkwaliteit nodig op basis van artikel 3.2 Algemene wet bestuursrecht. In dit kader is door Archimil een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (rapport C210240.008/PHE , 13 januari 2022). Het onderzoek is als Bijlage 3 toegevoegd. 4.2.2 Beoordeling Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek vloeit voort, dat er geen restricties gesteld hoeven worden aan aan- of verkoop van of aan de toekomstige bouwactiviteiten op de onderzochte locatie. Een geconstateerde zeer lichte verhoging met PCB's in de bovengrond vormt geen aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek conform de Circulaire Bodemsanering.

De aanwezigheid van bovengenoemde componenten vormt, gezien de concentraties, vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen bezwaar. Gelet op de aangetroffen concentratie aan barium in het grondwater is het uitvoeren van een nader onderzoek naar de herkomst volgens de Circulaire Interventiewaarden Bodemsanering niet noodzakelijk. Aangezien direct contact met het grondwater niet te verwachten is blijft het risico uit oogpunt van volksgezondheid en milieuhygiëne beperkt. Conclusie De resultaten van het verkennend bodemonderzoek geven voldoende inzicht in de bodemkwaliteit van de planocatie. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt geconcludeerd dat er geen beperkingen zijn voor het voorgenomen gebruik als woningbouwlocatie. Indien, bijvoorbeeld bij bouwactiviteiten, grond vrijkomt die op een andere locatie zal worden hergebruikt dan dient bepaald te worden wat de kwaliteit is in het kader van het besluit bodemkwaliteit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=d0ea796d-5c10-436c-a70d-ea92b2ed05a9