RU22.11.04CCCC Regels - Bijlage 3 Reparatie Beplantingsplannen Deel 4.pdf
Tekst van het document
Onderbouwing Landschappelijke inpassing – Zeilhoekweg 2, Heusden Op locatie Zeilhoekweg 2 te Heusden, gemeente Asten is een pluimveehouderij gevestigd. In 2012 is hier ten behoeve van een bedrijfsuitbreiding een beplantingsplan opgesteld. Dit beplantingsplan is momenteel niet gerealiseerd. De gemeente Asten heeft de ondernemer in de mogelijkheid gesteld enkele wijzigingen in het bovengenoemde plan door te voeren. Bijgaand is het aangepaste beplantingsplan inclusief enkele bijlage waarin de inpassing en de benodigde waterberging nader wordt toegelicht. Door middel van dit plan wordt het bedrijf landschappelijk ingepast. De onderneming ligt binnen het grootschalige ontginningslandschap die gekenmerkt worden door hun openheid en regelmatige rechte verkavelingpatronen. Binnen deze grootschalige ontginningen is de landbouw de voornaamste functie. De visie voor dit landschapstype focust zich voornamelijk op het stimuleren van de aanleg van erfbeplanting en bosjes en het herstel van het landschap t.b.v. weide- en watervogels. De inpassing aan de noordzijde van het perceel bestaat uit de realisatie van een beukenhaag op de perceelsgrens met een streefhoogte van circa 1 meter. De hoofdoprit van het erf wordt aangezet door een drietal lindes (Tilia vulgaris).
De oostzijde van het perceel wordt ingepast door middel van een bomenlaan in combinatie met een struweelhaag aan de rand van de bestaande dierenweide. Een van de uitgangspunten van het sortiment is dat de beplanting geen giftige of schadelijke vruchten en/of eigenschappen heeft. Deze inpassing onttrekt het zicht op het bedrijf vanaf de N279. De struweelhaag wordt gerealiseerd middels de aanplant van twee rijen bosplantsoen en is samengesteld uit heesters met een waardevolle vruchtdracht voor de lokale weidevogels. Aan de zuidzijde van het perceel wordt een rij knotwilgen gerealiseerd. Aan de N279 staan nog enkele knotwilgen, die typerend zijn voor het Nederlandse cultuurlandschap. Hier sluiten de wilgen binnen het perceel op aan. Bovendien bieden knotwilgen belangrijke nestel en broedplaatsen voor diverse vogelsoorten. Het beheer van deze knotwilgen is afgesteld op het behoud van de landschappelijke waarde en inpassing (zie beheersrichtlijnen). Het is niet mogelijk om over de volledige lengte van de zuidelijke perceelsgrens knotwilgen te realiseren vanwege de beperkte ruimte en de doorloop voor vee. De waterberging op het erf dient minimaal 160m³ te zijn (zie voormalige watertoets). De bestaande wadi aan de oostzijde van het perceel wordt over een lengte van circa 50 meter verbreedt tot 4 meter.
Vanwege de ligging van de wadi op een opgehoogd gedeelte van het perceel is het mogelijk om de wadi uit te diepen tot circa 70 cm. Hiermee blijft het laagste punt van de waterberging boven de GHG. De totale bergingscapaciteit komt hiermee op circa 185m³ (zie bijlage voor maatvoering wadi).
Onderbouwing landschappelijke inpassing & beheer | Zeilhoekweg 2, Heusden
Beheer en onderhoud – Zeilhoekweg 2, Heusden Vanuit het beheer is de beplanting onder te verdelen in enkele afzonderlijke categorieën met specifieke beheersrichtlijnen per element. Beheer -
Struweelhaag
Het struweel is gerealiseerd middels de aanplant van twee rijen bosplantsoen. Het struweel mag 1x per 5-6 jaar voor 50%, in de lengte te verdelen, conform de geldende regels betreffende broedseizoenen ed. worden afgezet (binnen en buitenrandbeheer). Hiermee wordt de verjonging van de houtopstanden gestimuleerd. Jaarrond is begeleidingssnoei mogelijk bij overhangende takken of gevaarlijke/hinderlijke situaties. Snoeien in het vroege voorjaar heeft de voorkeur. Overhangende takken die de bedrijfsvoering belemmeren dienen eveneens verwijderd te worden. -
Solitaire bomen
Aan de oostzijde van het erf word een laan elzen toegepast. Enkel bij jonge/kleine bomen dient de eerste jaren, iedere 1-2 jaar begeleidingssnoei te worden toegepast om de opgaande vorm van de boom te sturen, dubbele topscheuten te verwijderen en dode takken te snoeien. Tevens stimuleert het snoeien van jonge bomen de ontwikkeling van de stamdikte en de opgaande groei. Bij volwassen bomen is enkel begeleidingssnoei nodig bij overhangende takken of gevaarlijke/hinderlijke situaties. Jonge bomen zijn voorzien van een boomkorf om het aanvreten van de stam door vee te voorkomen. Het onderhoud van de knotwilgen wijkt af van de bovenstaande beheersrichtlijnen. Volwassen exemplaren dienen om de 4-6 jaar te worden geknot. Knotten/snoeien dient met een interval van minimaal 4 jaar plaats te vinden om voldoende ‘groen’massa aan de zuidzijde van het erf te behouden. Hier dient eveneens rekening gehouden te worden met de geldende regels betreffende broedseizoenen ed. Bij jonge bomen is het plaatsen van boompalen en banden sterk aangeraden om jonge bomen recht te houden. Bovendien zorgen boompalen er voor dat wortels niet bewegen en zich beter kunnen ontwikkelen. De boombanden dienen jaarlijks te worden gecontroleerd en eventueel ruimer worden gezet om insnoeren te voorkomen. Slechte boompalen indien nodig vervangen. Na 5 groeiseizoenen kan de boompaal en band worden verwijderd.
(scheer)hagen De hagen op het erf betreffen de haagbeuk (Fagus sylvatica) en hebben een streefhoogte van circa 1 meter. De hagen dienen 1 á 2 keer per jaar te worden gesnoeid/geschoren om de vorm te behouden en verdichting in de haag te stimuleren. Deze beuk behoud zijn blad in de winterperiode. Het wordt aangeraden om vanaf (eind) augustus de hagen niet meer te snoeien om een verdichte haag in de winter te behouden.
Onderbouwing landschappelijke inpassing & beheer | Zeilhoekweg 2, Heusden