RU22.11.04B Toelichting 'Asten Verzamelplan 2022-2'.pdf
Tekst van het document
Zoals aangegeven wordt, is er sprake van een plaatsgebonden- en een groepsrisiconorm die bepalen wat de maximale kans op dodelijke slachtoffers mag zijn in geval van een incident. Deze normen hebben het karakter van grenswaarden (zijnde het maximaal toelaatbaar risico) en richtwaarden in het milieubeleid. De normen gelden bij het verlenen van milieuvergunningen en het vaststellen van ruimtelijke plannen. Voor ontwikkelingen die plaatsvinden binnen het invloedsgebied van de risicovolle activiteit geldt een verantwoordingsplicht ten aanzien van het groepsrisico. Deze verantwoordingsplicht geldt ongeacht of normen worden overschreden. Uitgangspunt voor het beleid is dat burgers voor de veiligheid in hun woonomgeving mogen rekenen op een minimum beschermingsniveau (plaatsgebonden risico): er mogen zich dus geen kwetsbare bestemmingen bevinden binnen de zone van het maximaal toelaatbaar risico. De kans op een groot ongeluk met veel slachtoffers (groepsrisico) moet expliciet worden afgewogen en verantwoord. In 2008 heeft de gemeente Asten een Beleidsvisie Externe Veiligheid opgesteld. Het gemeentelijke beleid is gericht op het beperken van de risico’s, die de burgers lopen als gevolg van risicovolle activiteiten, met als doel een veiliger woon- en werkklimaat. De wettelijke normen zijn daarbij de minimale basis.
Door middel van strategische uitgangspunten, uitgewerkt in een gebiedsgerichte benadering, wordt gestreefd naar een hoger ambitieniveau. 3.2.9 Luchtkwaliteit Toetsingskader In het kader van een planologische procedure moet worden aangetoond dat voldaan wordt aan wettelijke normen voor wat betreft luchtkwaliteit. Hierbij moet het effect op de luchtkwaliteit in de omgeving als gevolg van een nieuwe ontwikkeling als ook de toetsing aan de Wet luchtkwaliteit in beeld worden gebracht. Toelichting Asten Verzamelplan 2022-2
25
De Wet luchtkwaliteit maakt onderdeel uit van de Wet milieubeheer en bevat grenswaarden voor luchtkwaliteit. De luchtkwaliteit eisen vormen geen belemmering voor een ruimtelijke ontwikkeling als: -
Er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde;
-
Een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt;
-
Een project ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de luchtverontreiniging;
-
Een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit)
In het Besluit NIBM (AMvB ‘Niet in betekenende mate’) en de Regeling NIBM (ministeriële regeling) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd, die betrekking hebben op het begrip NIBM. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, infrastructuur, kantoor- en woningbouwlocaties en activiteiten of handelingen) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Dit geldt ook indien aannemelijk gemaakt kan worden dat een project NIBM bijdraagt. De wettelijk ondergrens voor onderzoek bedraagt de bouw van 1500 woningen . Als een project ervoor zorgt dat de concentratie fijn stof of CO2 met meer dan 3% van de grenswaarde verhoogd, draagt het project in betekenende mate bij aan luchtvervuiling en dient er een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd te worden. Deze regel komt voort uit de toelichting van het zogenaamde Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Daarbinnen werken het rijk, de provincies en gemeenten samen om de Europese eisen voor Luchtkwaliteit te realiseren. 3.2.10 Landschapswaarden Binnen de bebouwde kom: In 1999 is een Groenstructuurplan opgesteld met de volgende doelstellingen: -
Het benoemen van de bestaande en te ontwikkelen hoofdgroenstructuur;
-
Het benoemen van de bestaande en de te ontwikkelen ecologische structuur;
-
Het signaleren van knelpunten en ontwikkelingsrichtingen voor de komende 10 jaren;
-
Het aangeven van een toetsingskader voor andere ruimtelijke ontwikkelingen.
Tot de hoofdgroenstructuur van de gemeente Asten worden die groenvoorzieningen gerekend die in visueel-ruimtelijk of functionele zin van toegevoegde waarde zijn voor alle inwoners en voor passanten en toeristen. Buiten de bebouwde kom: In 2007 is het Landschapsontwikkelingsplan De Peel vastgesteld. In dit plan zijn de landschapstypes beschreven die in De Peel (waaronder Asten) voorkomen. Deze landschapstypes vormen het uitgangspunt voor de visie op het landschap. De gemeente Asten is gelegen in het hoogveenlandschap van de Brabantse Peel. De historie van de ontginningen heeft het landschap gevormd. Deze landschappelijke structuur is in de gemeente Asten goed te herkennen. Op de droge zandruggen in het noorden van de gemeente ontstonden de dorpen, Asten, Ommel en Heusden. Rond de Toelichting Asten Verzamelplan 2022-2
26
dorpen vindt men de oude agrarische landschappen als de essen en kampen en de kleinschalige zandontginningen. In een later stadium werden grotere delen van het veen in de zuidelijke helft van Asten ontgonnen. Deze latere ontginningen kenmerken zich door hun aanzienlijk grotere schaal dan de ontginningen rond de kernen. Het zuidelijk gedeelte van het veenlandschap is niet ontgonnen, dit is het natuurgebied de Groote Peel. Het landschap valt op basis van de historie van de ontginningen in te delen in: -
essen & kampen;
-
kleinschalige zandontginningen; en
-
grootschalige ontginningen. Bestaande uit droge en natte grootschalige ontginningen.
De meer natuurlijke landschappen zijn de: -
beekdalen; en
-
bos en mozaïekgebieden.
Voor een nadere beschrijving van de visie op het landschap wordt verwezen naar het LOP. 3.2.11 Verkeer en infrastructuur Het in december 2016 door de gemeenteraad van Asten vastgestelde Gemeentelijk Verkeer- en vervoersplan (GVVP) vormt het verkeerskader voor nieuwe ontwikkelingen. Het betreft een plan waarin zowel de beleidsdoelstellingen worden geformuleerd, actuele ontwikkelingen worden beschreven, knelpunten en probleemsituaties in beeld worden gebracht en uiteindelijk een diversiteit aan concrete plannen wordt gepresenteerd voor de periode tot circa 2025. Het GVVP geeft kortom inzicht in knelpunten en probleemsituaties in de bestaande verkeersstructuur en vormt het kader voor nieuwe ontwikkelingen op verkeers- en vervoersniveau. Het Astense GVVP kent een flexibele, modulaire opbouw en bestaat uit een verkeersvisie, een uitwerking van de onderdelen van het beleid en een maatregelenpakket. De visie in het GVVP zet in op duurzame mobiliteit, behoudt van het groene karakter van de gemeente en een duidelijke wegenstructuur. Waar mogelijk en gewenst wordt samen gewerkt met andere overheden en belangengroeperingen om aldus een breed gedragen verkeers- en vervoersbeleid te voeren. Als onderdeel van het GVVP, heeft de gemeenteraad van Asten de Nota Parkeernormen 2016 vastgesteld op 13 december 2016.
Om te voorkomen dat er, als gevolg van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de toekomst een onacceptabele parkeerdruk ontstaat, is in de nota een sturingsmechanisme ten aanzien van parkeren opgenomen voor het toetsen van ruimtelijke ontwikkelingen. 3.2.12 Besluit m.e.r. Het uitvoeren van een milieueffectrapportage (m.e.r.) is een procedure die wettelijk verplicht is bij plannen of projecten die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu. Hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer regelt, in combinatie met het Besluit milieueffectrapportage, het toepassen van de m.e.r.-procedure en het opstellen van een MER. In onderdeel C en D van de bijlage van het Besluit m.e.r. staan de plannen en activiteiten aangegeven waarvoor de m.e.r.-procedure (onderdeel c) respectievelijk de
Toelichting Asten Verzamelplan 2022-2
27
m.e.r.-beoordeling (onderdeel d) uit hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer moet worden toegepast. 3.2.13 Ladder duurzame verstedelijking Nationaal belang 13, zoals geformuleerd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte van de rijksoverheid, vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de Ladder duurzame verstedelijking worden onderbouwd. Deze verplichte toetsing is vastgelegd in het Barro. Het Barro verwijst naar het Bro. Geformuleerd is dat deze toetsing een procesvereiste is bij alle nieuwe ruimtelijke besluiten en plannen ten aanzien van bijvoorbeeld kantoorlocaties en woningbouwlocaties. Gemotiveerd dient te worden hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt ten aanzien van het ruimtegebruik. De toetsing aan de Ladder duurzame verstedelijking werkt volgens drie stappen: -
beoordeling door betrokken overheden of beoogde ontwikkeling voorziet in een regionale en gemeentelijke behoefte voor bedrijventerreinen, kantoren, woningbouwlocaties, detailhandel en andere stedelijke voorzieningen;
-
indien er een vraag is aangetoond, beoordeling door betrokken overheden of deze binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd door locaties voor herstructurering of transformatie te benutten;
-
indien herstructurering of transformatie binnen bestaand stedelijk gebied onvoldoende mogelijkheden biedt, beoordelen betrokken overheden of de ontwikkeling zo kan worden gerealiseerd dat deze passend multimodaal ontsloten is of als zodanig wordt ontwikkeld.
Toelichting Asten Verzamelplan 2022-2
28
HOOFDSTUK 3 3.1
RUIMTELIJKE ONTWIKKELINGEN
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt per ruimtelijke ontwikkeling inzicht gegeven in de ontwikkeling en de planologische verantwoording daarvan. Daarbij worden allereerst de ligging, begrenzing en status van de ontwikkeling beschreven. Vervolgens wordt de ontstaansgeschiedenis van de ontwikkelingslocatie geschetst alsmede de ruimtelijke en functionele structuur daarvan. Daarna wordt per ontwikkelingslocatie een korte samenvatting gegeven van de door de initiatiefnemer aangeleverde ruimtelijke onderbouwing. De ruimtelijke onderbouwingen inclusief de rapportages van de uitgevoerde onderzoeken zijn als bijlagen bij het bestemmingsplan opgenomen.
3.3
Planologische verantwoording
3.3.1 Ommelse Bos 3 Naast het perceel Ommelse Bos 3 in Ommel wordt een woonbestemming opgenomen om het bouwen van een ruimte-voor-ruimte woning mogelijk te maken. Het huidige gebruik van het perceel is agrarisch van aard. De woning wordt toegevoegd in de bebouwingsconcentratie Ommel-Noord. Door de voorgevel van de woning gelijk te leggen aan de voorgevel van het buurperceel Ommelse Bos 3 gaat de woning op in de stedenbouwkundige structuur van de straat. Hoewel het perceel op het moment onbebouwd is, is er op deze locatie volgens de ‘Structuurvisie Bebouwingsconcentraties’ géén sprake van een belangrijk doorzicht dat beschermd moet worden. Daarnaast blijft de bebouwing binnen de bebouwingsgrenzen die in de structuurvisie genoemd staan. 3.3.2 Beekstraat 20 Dit plan voor de Beekstraat 20 in Asten betreft het toevoegen van een nevenfunctie bij de woonfunctie. De nevenfunctie richt zich op de paardensport en maakt de realisatie van 8 paardenboxen mogelijk. Daarvoor wordt een deel van de huidige bebouwing op het perceel gesloopt en een nieuw gebouw gerealiseerd van gelijkwaardige omvang. Naast de mogelijkheid om 8 paardenboxen te realiseren, worden nog 8 camperplaatsen en 10 slaapplaatsen op basis van de bed & breakfastregels toegevoegd. Daarmee kunnen liefhebbers van de paardensport van ver komen om in deze omgeving te kunnen paardrijden.
3.3.3 Gezandebaan 46a Dit project betreft het verplaatsen van de opslag- en werktuigloods op het golfterrein aan de Gezandebaan 46a in Heusden. De huidige situering is aan de Sengersbroekweg, naast Sengersbroekweg 1. De nieuwe loods zal aan de zuidzijde van het golfterrein worden gerealiseerd, meer richting de Gezandebaan. Momenteel is hier een halfverharde werf gelegen waar bouwmaterialen worden opgeslagen. In de beoogde situatie wordt het bouwvlak ten opzichte van het bestaande bouwvlak verkleind met 110m². Het bouwvlak wordt voor een groot deel verhard en er komt een loods op van vergelijkbare grootte als in de huidige situatie. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling wordt een klein Toelichting Asten Verzamelplan 2022-2
29
oppervlak aan wilgenopslag verwijderd. De omliggende bomen blijven gehandhaafd en de werktuigenloods wordt landschappelijk ingepast met gebiedseigen beplanting. 3.3.4 Vaalbaan 1 Het plan aan de Vaalbaan 1 betreft het slopen en herbouwen van een aantal stallen en het uitbreiden van de pluimveestal van het rund- en pluimveebedrijf dat is gevestigd op deze locatie. Door nieuwe eisen van de rijksoverheid met betrekking tot het houden van pluimvee is het noodzakelijk om de stallen aan te passen. Daarnaast zijn enkele rundveestallen dermate verouderd dat die niet meer benut kunnen worden voor de bedrijfsvoering. In het kader van bedrijfsovername is het noodzakelijk om deze opstallen te vervangen en weer gereed te maken voor de bedrijfsvoering. Daarmee kan het bedrijf aan de regelgeving voldoen en is het toekomstbestendig. Door de grenzen van het bestemmingsvlak te verleggen is het mogelijk om de staluitbreiding en -herbouw te realiseren. De oppervlakte van de bebouwingsmogelijkheden neemt dan ook niet toe ten opzichte van de huidige situatie, het is enkel een verandering van de vorm. De nieuwe positionering van de gebouwen is stedenbouwkundig en landsschappelijk getoetst en beoordeeld als passend binnen de stedenbouwkundige structuren en het landschap. 3.3.5 Tureluurweg 7 Op het perceel aan de Tureluurweg 7 in Asten is een landschapscamping gevestigd.
Op het moment zijn hier 60 kampeerplaatsen, 5 trekkershutten en een bed & breakfast met 10 eenpersoonsbedden toegestaan. Daarnaast staat het bestemmingsplan inpandige statische opslag tot 1200m² toe. Door de groei van het bedrijf is het noodzakelijk dat de mogelijkheden op het perceel worden uitgebreid. Het plan omvat onder andere het toevoegen van 40 kampeerplaatsen die enkel in gebruik mogen worden genomen in het hoogseizoen, als zijnde overloopkampeerplaatsen. Daarnaast worden de bestaande 5 trekkershutten vervangen door 10 kleinschalige recreatiehuisjes die door de eigenaar van de camping worden geëxploiteerd. Met de toename aan gasten, zal ook de oppervlakte aan ondersteunde bebouwing, zoals het sanitair gebouw, dienen te worden vergroot om het bedrijf toekomstbestendig te maken. Derhalve worden die mogelijkheden vergroot met 50m². Als laatste wordt in dit plan de mogelijkheid voor routegebonden horeca opgenomen. Dit betekent dat enkel gebruikers van de recreatieve route op deze locatie terecht kunnen voor een hapje of een drankje. Dit versterkt het toeristisch fiets- en wandelnetwerk in de gemeente en daarmee in de regio. Al deze extra mogelijkheden vinden plaats op het eigen erf, binnen de bestaande bestemming.
Hoewel er sprake is van een toename van activiteiten, zorgt de landschappelijke inpassing en de ruime opzet van het erf dat er nog steeds sprake is van een landschapscamping. 3.3.6 Kennisstraat 2 Op het perceel tussen de Kennisstraat 4 en Jan van Havenstraat 27 in Ommel is in het vigerende bestemmingsplan de mogelijkheid opgenomen om middels een wijzigingsplan een woning te realiseren. Eén van de voorwaarden waaraan moet worden voldaan is dat de te realiseren woning niet binnen een hindercontour van een bedrijf in de omgeving is gelegen. De locatie van de nieuwe woning kan hier niet aan voldoen. Echter, er kan wel gemotiveerd worden afgeweken van deze richtafstand. Om die reden is het project opgenomen in dit verzamelbestemmingsplan. Stedenbouwkundig gezien past het Toelichting Asten Verzamelplan 2022-2
30
toevoegen van een woning op deze locatie binnen de bebouwingsconcentratie Ommeloost. 3.3.7 Deurneseweg 24 De locatie Deurneseweg 24 in Ommel is momenteel bestemd voor het vestigen van een agrarisch bedrijf. Echter, op deze locatie is geen sprake meer van agrarische bedrijvigheid. De voormalige agrarische opstallen op het perceel zijn dan ook reeds gesloopt. De eigenaren van het perceel hebben het voornemen om de voormalige bedrijfswoning te slopen en te herbouwen en twee ruimte-voor-ruimte-woningen te realiseren. De locatie is gelegen in de bebouwingsconcentratie Ommel-noord. Stedenbouwkundig en landschappelijk is beoordeeld dat het passend is om de twee extra woningen op deze wijze, achter de bestaande woning, te realiseren. Daarnaast worden er op deze wijze geen belangrijke zichtlijnen doorbroken en blijft de bebouwing binnen de genoemde grenzen uit de Structuurvisie Bebouwingsconcentraties. 3.3.8 Schoolomgeving Basisschool Voordeldonk Basisschool Voordeldonk aan de Bergweg 60 in Asten wordt grondig verbouwd. Dat geeft aanleiding om de omgeving aan te passen en daarmee de kwaliteit en verkeersveiligheid van het gebied te verhogen. Meerdere sessies met bewoners uit de omgeving en ouders van schoolgaande kinderen hebben plaatsgevonden om samen te zoeken naar een goed ontwerp.
Naast aanpassingen in en langs de bestaande wegen wordt een vrij liggend fietspad en een parkeerplaats aangelegd. Om het parkeren mogelijk te maken wordt het agrarische perceel naast de basisschool omgevormd. De parkeerplaatsen worden ontsloten aan de Bergweg middels een éénrichtingsweg die als een lus langs de school en de parkeerplaatsen op gaat. In de groene tussenruimte is plek gemaakt voor waterberging door wadi’s in het gebied aan te leggen. De overige groene ruimte wordt ingericht als natuur- of bosgebied om aan te sluiten bij de aangrenzende bospercelen. 3.3.9 Reparaties De volgende bestemmingsplanreparaties worden toegevoegd in dit bestemmingsplan: -
Ommelsveld 25, door de verplaatsing van de dierenartsenpraktijk binnen het bedrijventerrein doet de aanduiding ‘specifieke vorm van maatschappelijk – dierenartsenpraktijk’ geen recht meer aan de feitelijke situatie. Het is niet wenselijk om op het bedrijventerrein een dierenartsenpraktijk toe te voegen.
-
Pannenhoef 9, de paardenbak aan de achterzijde van het perceel is niet gelegen binnen het bestemmingsvlak ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’. Door de bestemming van vorm te veranderen valt de paardenbak binnen de juiste bestemming.
-
Ommelse Bos 10 – 15, de bestemming ‘Verkeer’, ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ en ‘Bedrijf’ zijn in het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Asten 2016’ niet goed overgenomen van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Asten 2008’. De bestemmingsgrenzen worden dusdanig aangepast dat recht doet aan het vorige bestemmingsplan en de feitelijke situatie.
-
Kloosterstraat 35, het bestratingsbedrijf dat is gevestigd op deze locatie is niet goed opgenomen in het vigerende bestemmingsplan. In dit plan is deze functie toegevoegd in de tabel in de regels voor bedrijven in het buitengebied, bestemd als ‘Bedrijf – 2’. Daarnaast is de aanduiding ‘opslag’ in de hoek van het perceel komen te vervallen.
Toelichting Asten Verzamelplan 2022-2
31
-
Kleine Heitrak 17, het hoveniersbedrijf dat is gevestigd op deze locatie is niet goed opgenomen in het vigerende bestemmingsplan. In dit plan is deze functie toegevoegd in de tabel in de regels voor bedrijven met een agrarisch karakter, bestemd als ‘Bedrijf – agrarisch verwant’.
-
Kleine Heitrak 36a, de bestemming ‘Bedrijf – agrarisch verwant’ binnen het vigerende bestemmingsplan is niet passend voor het loonwerkers- en grondverzetbedrijf dat gevestigd is op deze locatie. Om die reden wordt de bestemming omgezet naar ‘Bedrijf – 2’, dat bedoeld is voor niet-agrarische bedrijven die gevestigd zijn in het buitengebied.
-
Buizerdweg 1a, de minicamping is niet opgenomen in de horecabestemming, maar valt in de agrarische bestemming in het vigerende bestemmingsplan. In dit plan wordt de minicamping in de verbeelding opgenomen onder de horecabestemming, is een bouwvlak gelegd ter plaatse van het café en is de definitie voor kamphuis toegevoegd om te zorgen dat de situatie goed verankerd is in het bestemmingsplan.
-
Voorste Heusden 43, de fietsenwinkel die reeds sinds lange tijd op deze plek gevestigd is, is als zodanig opgenomen in dit bestemmingsplan. Daardoor is het planologisch-juridisch kader gelijk aan de feitelijke situatie.
-
Sengersbroekweg 7, in het vigerende plan is de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – pluimveehouderij overig’ op deze locatie gelegen. Op deze locatie worden echter geen kippen gehouden, enkel varkens. De aanduiding wordt vervangen voor de aanduiding ‘intensieve veeteelt’ onder dezelfde bestemmingsregels als die gelden in het vigerende plan.
-
Oostappensedijk 65, de melkrundveehouderij op deze locatie mist een corresponderende aanduiding. Door de aanduiding toe te voegen wordt recht gedaan aan de feitelijke situatie en de milieuvergunningen die voor dit adres reeds verkregen zijn.
3.3.10 Beplantingsplannen Op enkele percelen in het buitengebied zijn beplantingsplannen van kracht. Dit gaat om percelen waar de afgelopen decennia een ontwikkeling heeft plaatsgevonden, meestal functieverandering. Deze beplantingsplannen moeten worden uitgevoerd en vervolgens in stand worden gehouden om gebruik te kunnen maken van de (verruimde/veranderde) bestemmingsplanmogelijkheden. Dat is geregeld middels een voorwaardelijke verplichting. Echter, door praktische overwegingen, nieuwe ontwikkelingen of andere situaties is het niet altijd mogelijk de beplantingsplannen als zodanig uit te voeren. Voor die percelen zijn nieuwe landschapsplannen aangeleverd die wederom aangeplant en in stand dienen te worden gehouden. Alle aangepaste beplantingsplannen zijn getoetst en goedgekeurd. Het gaat om de adressen: -
Kruisbaan 1
-
Meijelseweg 45
-
Meijelseweg 53
-
Pijlstaartweg 5
-
Reeweg 3
-
Sperwerstraat 10
-
Waardjesweg 88
-
Zeilhoekweg 2
Toelichting Asten Verzamelplan 2022-2
32
HOOFDSTUK 4 4.1
JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING
Inleiding
Voor het bestemmingsplan is gebruik gemaakt van de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Ook is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Tot slot maken de bijlagen onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan. Op de verbeelding worden de bestemmingen weergegeven met daarbij andere bepalingen als gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken etc.. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond.
De verbeelding is opgesteld conform de laatste eisen en afspraken met betrekking tot InformatieModel Ruimtelijke Ordening (IMRO) en Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) 2012. Voor de planregels is de gestandaardiseerde opbouw uit de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 gebruikt. In de planregels is een standaard hoofdstukindeling aangehouden die begint met 'Inleidende regels' (begrippen en wijze van meten), vervolgens met de 'Bestemmingsregels', de 'Algemene regels' (de regels die voor alle bestemmingen gelden) en de 'Overgangs- en slotregels'. In het tweede hoofdstuk, de Bestemmingsregels, staan de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. Ook de regels van een bestemming kennen een standaardopbouw en worden als volgt benoemd: -
Bestemmingsomschrijving;
-
Bouwregels;
-
Nadere eisen;
-
Afwijken van de bouwregels;
-
Specifieke gebruiksregels;
-
Afwijken van de gebruiksregels;
-
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden.
Toelichting Asten Verzamelplan 2022-2
33
4.2
Vertaling ruimtelijke ontwikkelingen in bestemmingsplan
In het onderstaande worden de regels van de opgenomen bestemmingen nader toegelicht. Wijze van bestemmen Voorliggend bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen: -
Agrarisch
-
Agrarisch – Agrarisch bedrijf
-
Bedrijf - 1
-
Bedrijf – 2
-
Bedrijf – Agrarisch verwant
-
Bedrijf – Verkooppunt Motorbrandstoffen zonder lpg
-
Horeca
-
Recreatie
-
Sport – Golfaccommodatie
-
Wonen
-
Leiding – Water
-
Waarde – Archeologie 2
-
Waarde – Archeologie 3
Toelichting Asten Verzamelplan 2022-2
34
HOOFDSTUK 5 5.1
UITVOERINGSPARAGRAAF / PROCEDURE
Economische uitvoerbaarheid
Toetsingskader De Wet ruimtelijke ordening maakt het vaststellen van een exploitatieplan verplicht voor een aantal bouwactiviteiten wanneer de bouw planologisch wordt gemaakt in een bestemmingsplan, een wijziging van een bestemmingsplan, een projectbesluit of een projectafwijkingsbesluit. De bouwplannen waarbij een exploitatieplan verplicht is staan in artikel 6.1.2. van het Besluit ruimtelijke ordening. Dit betreft onder meer plannen voor de bouw van een of meer woningen en de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen. Bovendien is een exploitatieplan nodig als locatie-eisen (aan openbare ruimte of woningcategorieën) gesteld moeten worden en/of het bepalen van een tijdvak of fasering noodzakelijk is. Geen exploitatieplan is nodig indien het verhaal van de kosten van grondexploitatie anderszins verzekerd is en er geen fasering of tijdvak behoeft te worden vastgelegd en geen locatie-eisen (aan openbare weg of woningcategorieën) hoeven te worden vastgesteld. Door als gemeente alle gronden en opstallen in eigendom te hebben, zelf de grondexploitatie te voeren en de bouwgrond uiteindelijk bouwrijp tegen een marktconforme prijs te leveren wordt ook voldaan aan de eis van verplicht kostenverhaal. De kosten van grondexploitatie worden in dat geval verhaald via de gronduitgifteprijs.
Beoordeling en conclusie De gemeente heeft inmiddels met de betreffende initiatiefnemers anterieure overeenkomsten gesloten. In deze overeenkomsten is vastgelegd dat de ontwikkelingskosten geheel door de initiatiefnemers worden gedragen. De ontwikkelingen hebben voor de gemeente geen negatieve financiële gevolgen. Het kostenverhaal van de exploitatie is daarmee anderszins verzekerd, waardoor de vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
In het bestemmingsplanproces staan diverse mogelijkheden tot communicatie. De voor dit bestemmingsplan relevante communicatie wordt in dit hoofdstuk belicht. Inspraakprocedure Het voorontwerpbestemmingsplan heeft van 12 november 2021 tot en met 23 december 2021 ter inzage gelegen. In deze periode was het voor eenieder mogelijk een inspraakreactie op het plan in te dienen. Er is door niemand gebruik gemaakt van deze mogelijkheid. Vooroverleg juncto artikel 3.1.1 Bro
Toelichting Asten Verzamelplan 2022-2
35
Artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bepaalt dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, waar nodig, overleg plegen met andere overheden en overheidsdiensten. Te denken valt aan buurgemeenten, het waterschap en de provincie. Het voorontwerpbestemmingsplan is aangemeld bij de provincie Noord-Brabant en ter beoordeling voorgelegd aan het waterschap Aa en Maas en de Veiligheidsregio Brabant Zuidoost. Van zowel de provincie als van het waterschap hebben we een vooroverlegreactie ontvangen. De beantwoording van de vooroverlegreactie is eveneens te vinden in de notitie vooroverleg- en inspraakreacties in bijlage 5. Zienswijzen PM
BIJLAGEN 1. Ruimtelijke onderbouwing Ommelse Bos 3 Ommel 2. Ruimtelijke onderbouwing Beekstraat 20 Asten 3. Ruimtelijke onderbouwing Gezandebaan 46a Heusden 4. Ruimtelijke onderbouwing Vaalbaan 1 Heusden 5. Ruimtelijke onderbouwing Tureluurweg 7 Asten 6. Ruimtelijke onderbouwing Kennisstraat 2 Ommel 7. Ruimtelijke onderbouwing Deurneseweg 24 Ommel 8. Ruimtelijke onderbouwing Schoolomgeving Basisschool Voordeldonk Asten
Toelichting Asten Verzamelplan 2022-2
36