RU22.10.05C 4 Ruimtelijke onderbouwing Lagendijk 7.pdf
Tekst van het document
De in het externe veiligheidsbeleid gehanteerde richtwaarde voor het GR geldt hierbij als oriëntatiewaarde. 5.10.2.2 Besluit externe veiligheid buisleidingen Het externe veiligheidsbeleid bij buisleidingen waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd is sinds 1 januari 2011 vastgelegd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). In dit besluit is vastgelegd hoe gemeenten moeten omgaan met de externe veiligheid van buisleidingen bij het vaststellen van ruimtelijke besluiten.
5.10.3 Risico’s Ten aanzien van risico’s wordt onderscheid gemaakt tussen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR):
32
Ruimtelijke onderbouwing ‘Lagendijk 7 en ong. Asten’
Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die continu op die plaats aanwezig is. De wetgever schrijft voor hoe moet worden omgegaan met de PR 106/jaar contour. Binnen deze contour heeft iemand die hier continu aanwezig is de kans van 1 op één miljoen om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Groepsrisico Het groepsrisico drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen (minimaal 10) overlijdt, als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop niet meer dan 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen.
5.10.4 Beoordeling van de planlocatie Als gevolg van de beoogde ontwikkeling is geen sprake van toevoeging van bebouwing, maar slechts van het positief bestemmen van een abusievelijk wegbestemde loods. Er is dan ook geen sprake van een toename van het aantal personen binnen de planlocatie en daarmee is er ook geen toename van het plaatsgebonden risico dan wel het groepsrisico. De beoogde ontwikkeling is in het kader van externe veiligheid dan ook geen bezwaar.
33
Ruimtelijke onderbouwing ‘Lagendijk 7 en ong. Asten’
5.11
M.e.r.-beoordeling
De Nederlandse regelgeving voor de milieueffectrapportage (mer) is opgenomen in de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden beoordeeld of een mer moet worden opgesteld. Er dient in ieder geval een mer te worden opgesteld indien een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Daarnaast zijn in de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage drempelwaarden opgenomen voor ontwikkelingen. Wanneer een ontwikkeling groter is dan de genoemde drempelwaarden dient een mer te worden opgesteld. Op grond van een uitspraak van het Europese Hof d.d. 15 oktober 2009 en het daarop per 1 april 2011 aangepaste Besluit milieueffectrapportage geldt dat de omvang van het project niet het enige criterium mag zijn om te bepalen of een mer nodig is. Ook als een project onder de drempelwaarden uit lijst D zoals opgenomen in de bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage zit, kan een project immers nadelige gevolgen voor het milieu hebben. Wanneer een project beneden de drempelwaarde ligt zoals opgenomen in het Besluit mer dient een vormvrije mer-beoordeling plaats te vinden. Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit mer in werking getreden. In dit besluit is de vormvrije merbeoordeling voor activiteiten uit lijst D, ook beneden de grenswaarden, vervangen door de merbeoordelingsplicht.
Als gevolg van de beoogde ontwikkeling is geen sprake van toevoeging van bebouwing, maar slechts van het positief bestemmen van een abusievelijk wegbestemde loods. Deze activiteit is niet opgenomen op de D-lijst en geldt niet als een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit. In deze toelichting wordt de ontwikkeling getoetst aan milieu-planologische randvoorwaarden. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat het milieubelang in voldoende mate is afgewogen en dat er geen nadelige effecten zijn te verwachten.
34
Ruimtelijke onderbouwing ‘Lagendijk 7 en ong. Asten’
6.
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
Op 1 juli 2008 is samen met de Wet ruimtelijke ordening (Wro) de Grondexploitatiewet (Grexwet) in werking getreden. In deze Grexwet is bepaald dat een gemeente bij het vaststellen van een planologische maatregel dat mogelijkheden biedt voor de bouw van één of meer hoofdgebouwen, verplicht is maatregelen te hebben genomen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan. De beoogde ontwikkeling biedt geen nieuwe bouwmogelijkheden binnen de planlocatie. Er is slechts van het positief bestemmen van een abusievelijk wegbestemde loods. Een overeenkomst in het kader van het bepaalde in de Grexwet is dan ook niet aan de orde.
35
186
BEOOGDE PLANOLOGISCHE SITUATIE BIJ RUIMTELIJKE ONDERBOUWING 'LAGENDIJK 7 EN ONG. ASTEN'
2
DATUM: JUNI 2021 ! ! !
!
!
Plangebied
!
!
! !
!
!
!
!
!
!
!
Legenda !
!
!
Bestemmingen W
!
!
!
!
Wonen
WR-A2 Waarde - Archeologie 2
!
! !
!
!
7
!
!
! !
!
197
!
!
W
!
!
!
!
!
! !
!
! !
!
WR-A2
!
!
!
160 8
!
!
!
!!
!
!
! ! !
!
!
!
La
ge
nd
ijk
! 160 9 211 6
0
12,5
25
±
50 Meters 1:1.000
186
BEOOGDE PLANOLOGISCHE SITUATIE BIJ RUIMTELIJKE ONDERBOUWING 'LAGENDIJK 7 EN ONG. ASTEN'
2
DATUM: JUNI 2021
!
! ! !
!
!
!
! !
Plangebied
!
Bestemmingen
!
!
!
!
W
!
!
!
!
7
! !
!
197
!
W
!
!
!
!
! !
Wonen
WR-A2 Waarde - Archeologie 2
!
!
!
!
!
!
Legenda !
!
!
!
!
!
! !
!
!
!
!
!
WR-A2 !
!
160 8
!
!
!
!!
!
!
!
!
! !
!
!
La
ge
nd
ijk
! 211 6
160 9
0
12,5
25
±
50 Meters 1:1.000