CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

RU22.10.05C 2 Ruimtelijke onderbouwing 't Hoekske 9.pdf

Raadscommissie Ruimte 18 oktober 2022, gemeente AstenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Asten Verzamelplan 2022-1' (adviserend)24.976 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

0,01 0,01 7 0,01 7 0,01 0,01 0,8 0,01 0,01 24 0,01 6

300 130 900 10 400 20 1000 80 40 10 630 500 5 400

OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C40

µg/l

50

600

Projectcode: B2754

200 0,06 0,7 1,3 0,01 1,7 3,6 2,1 24

625 6 100 75 0,3 75 300 75 800

30 150 300 1000 70 150

Bijlage 5 Analysecertificaten

De parameters die in dit document worden vermeld, zijn geaccrediteerd volgens EN ISO/IEC 17025:2017. Alleen niet-geaccrediteerde parameters/resultaten zijn gemarkeerd met het symbool " *) ".

DOC-13-16573236-NL-P1

AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl

BODEMINZICHT V.O.F. Dhr. M. Gloudemans JEKSCHOTSTRAAT 12 5465 PG VEGHEL Datum Relatienr Opdrachtnr.

13.07.2021 35006376 1061280

ANALYSERAPPORT Opdracht 1061280 Bodem / Eluaat Opdrachtgever

35006376 BODEMINZICHT V.O.F. B2754 t Hoekske 9 te Asten-Heusden

Uw referentie

07.07.21

Opdrachtacceptatie Monsternemer

Opdrachtgever

Geachte heer, mevrouw, Hierbij zenden wij u de resultaten van het door u aangevraagde laboratoriumonderzoek. De analyses zijn, tenzij anders vermeld, uitgevoerd overeenkomstig onze erkenning voor de werkzaamheid "Analyse voor milieuhygiënisch bodemonderzoek" van het Besluit Bodemkwaliteit. Dit rapport mag alleen in zijn geheel worden gereproduceerd. Eventuele bijlagen zijn onderdeel van het rapport. Indien u nog vragen heeft of aanvullende informatie wenst, verzoeken wij u om contact op te nemen met Klantenservice. Wij vertrouwen U met de toegezonden informatie van dienst te zijn. Met vriendelijke groet,

AL-West B.V. Dhr. Jan Godlieb, Tel. +31/570788113 Klantenservice

Blad 1 van 4 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01

Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer

De parameters die in dit document worden vermeld, zijn geaccrediteerd volgens EN ISO/IEC 17025:2017. Alleen niet-geaccrediteerde parameters/resultaten zijn gemarkeerd met het symbool " *) ".

DOC-13-16573236-NL-P2

AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl

Opdracht 1061280 Bodem / Eluaat Monsternr. Monstername

Monster beschrijving

581458

05.07.2021

BG1 1 (0-50) 2 (0-50) 3 (0-45) 4 (0-50) 5 (0-50) 6 (0-50) 7 (0-50) 8 (0-50)

581467

05.07.2021

OG1 2 (50-100) 2 (100-150) 4 (80-130) 4 (130-160)

Eenheid

581458

581467

BG1 1 (0-50) 2 (0-50) 3 (0-45) 4 (0-50) 5 (0-50) 6 (0-50) 7 (0-50) 8 (0-50)

OG1 2 (50-100) 2 (100-150) 4 (80-130) 4 (130160)

Algemene monstervoorbehandeling

-++

-++

%

-87,0

-89,0

S IJzer (Fe2O3) Fracties (sedigraaf)

% Ds

-<5,0

-<5,0

S Fractie < 2 µm Klassiek Chemische Analyses

% Ds

-1,6

-<1,0

% Ds S Organische stof Voorbehandeling metalen analyse

3,9 --

S

Voorbehandeling conform AS3000

S Droge stof

x)

<0,2 --

-++

-++

mg/kg Ds

-22

-<20

S Cadmium (Cd)

mg/kg Ds

-<0,20

S Kobalt (Co)

mg/kg Ds

S Koper (Cu)

mg/kg Ds

S Kwik (Hg)

mg/kg Ds

S Lood (Pb)

mg/kg Ds

S Molybdeen (Mo)

mg/kg Ds

S Nikkel (AS3000)

mg/kg Ds

S Zink (Zn) PAK (AS3000)

mg/kg Ds

-0,33 -<3,0 -19 -<0,05 -23 -<1,5 -<4,0 -40

S Anthraceen

mg/kg Ds

-<0,050

-<0,050

S Benzo(a)anthraceen

mg/kg Ds

-<0,050

S Benzo-(a)-Pyreen

mg/kg Ds

S Benzo(ghi)peryleen

mg/kg Ds

S Benzo(k)fluorantheen

mg/kg Ds

S Chryseen

mg/kg Ds

S Fenanthreen

mg/kg Ds

S Fluorantheen

mg/kg Ds

S Indeno-(1,2,3-c,d)pyreen

mg/kg Ds

S Naftaleen

mg/kg Ds

S Koningswater ontsluiting Metalen (AS3000) S Barium (Ba)

S Som PAK (VROM) (Factor 0,7) Minerale olie (AS3000/AS3200)

mg/kg Ds

-0,22 -0,21 -0,11 -0,10 -0,20 -0,066 -0,26 -0,13 -<0,050 1,4 --

S Koolwaterstoffractie C10-C40

mg/kg Ds

-<35

mg/kg Ds

-<3

Koolwaterstoffractie C10-C12

x)

-<3,0 -<5,0 -<0,05 -<10 -<1,5 -<4,0 -<20

-<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 #)

0,35 --

#)

-<35 *)

-<3

*)

Blad 2 van 4 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01

Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer

De parameters die in dit document worden vermeld, zijn geaccrediteerd volgens EN ISO/IEC 17025:2017. Alleen niet-geaccrediteerde parameters/resultaten zijn gemarkeerd met het symbool " *) ".

DOC-13-16573236-NL-P3

AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl

Opdracht 1061280 Bodem / Eluaat

Eenheid

581458

581467

BG1 1 (0-50) 2 (0-50) 3 (0-45) 4 (0-50) 5 (0-50) 6 (0-50) 7 (0-50) 8 (0-50)

OG1 2 (50-100) 2 (100-150) 4 (80-130) 4 (130160)

Minerale olie (AS3000/AS3200) Koolwaterstoffractie C12-C16

mg/kg Ds

-<3

*)

-<3

*)

-<4

*)

Koolwaterstoffractie C16-C20

mg/kg Ds

-<4

*)

Koolwaterstoffractie C20-C24

mg/kg Ds

-<5

*)

-<5

*)

-<5

*)

Koolwaterstoffractie C24-C28

mg/kg Ds

-<5

*)

Koolwaterstoffractie C28-C32

mg/kg Ds

*)

-<5

*)

*)

-<5

*)

*)

-<5

*)

Koolwaterstoffractie C32-C36

mg/kg Ds

Koolwaterstoffractie C36-C40

mg/kg Ds

--7 -<5 -<5

mg/kg Ds

-<0,0010

-<0,0010

S PCB 52

mg/kg Ds

-<0,0010

S PCB 101

mg/kg Ds

S PCB 118

mg/kg Ds

S PCB 138

mg/kg Ds

S PCB 153

mg/kg Ds

S PCB 180

mg/kg Ds

-<0,0010 -<0,0010 -<0,0010 -<0,0010 -<0,0010 -<0,0010 0,0049 --

Polychloorbifenylen (AS3000) S PCB 28

S

Som PCB (7 Ballschmiter) (Factor 0,7) mg/kg Ds

-<0,0010 -<0,0010 -<0,0010 -<0,0010 -<0,0010 #)

0,0049 --

#)

x) Gehaltes beneden de rapportagegrens zijn niet mee inbegrepen. #) Bij deze som zijn resultaten "<rapportagegrens" vermenigvuldigd met 0,7. S) Erkend volgens AS SIKB 3000 Verklaring:"<" of n.a. betekent dat het gehalte van de component lager is dan de rapportagegrens. De parameter-specifieke analytische meetonzekerheid en informatie over de berekeningsmethode zijn op aanvraag beschikbaar, indien de gerapporteerde resultaten boven de parameterspecifieke rapportagegrens liggen.

Opmerking monster(s) 581458 : BG1 1 (0-50) 2 (0-50) 3 (0-45) 4 (0-50) 5 (0-50) 6 (0-50) 7 (0-50) 8 (0-50) 581467 : OG1 2 (50-100) 2 (100-150) 4 (80-130) 4 (130-160) Het analyseresultaat van PCB 138 is mogelijk overschat vanwege co-elutie met PCB 163 Opmerking monster(s) 581458 : BG1 1 (0-50) 2 (0-50) 3 (0-45) 4 (0-50) 5 (0-50) 6 (0-50) 7 (0-50) 8 (0-50) 581467 : OG1 2 (50-100) 2 (100-150) 4 (80-130) 4 (130-160) Het organische stof gehalte wordt gecorrigeerd voor het lutum gehalte, als geen lutum bepaald is wordt gecorrigeerd als ware het lutum gehalte 5,4% Begin van de analyses: 07.07.2021 Einde van de analyses: 13.07.2021 De resultaten hebben uitsluitend betrekking op de geanalyseerde monsters. In gevallen waarin het testlaboratorium niet verantwoordelijk was voor de bemonstering, gelden de gerapporteerde resultaten voor de monsters zoals zij zijn ontvangen. .

Blad 3 van 4 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01

Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer

De parameters die in dit document worden vermeld, zijn geaccrediteerd volgens EN ISO/IEC 17025:2017. Alleen niet-geaccrediteerde parameters/resultaten zijn gemarkeerd met het symbool " *) ".

DOC-13-16573236-NL-P4

AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl

Opdracht 1061280 Bodem / Eluaat

AL-West B.V. Dhr. Jan Godlieb, Tel. +31/570788113 Klantenservice Toegepaste methoden conform Protocollen AS 3000 :

Organische stof Voorbehandeling conform AS3000 Barium (Ba) Cadmium (Cd) Kobalt (Co) Koper (Cu) Kwik (Hg) Lood (Pb) Molybdeen (Mo) Nikkel (AS3000) Zink (Zn) Koolwaterstoffractie C10-C40 Anthraceen Benzo(a)anthraceen Benzo-(a)-Pyreen Benzo(ghi)peryleen Benzo(k)fluorantheen Chryseen Fenanthreen Fluorantheen Indeno-(1,2,3-c,d)pyreen Naftaleen Som PAK (VROM) (Factor 0,7) PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180 Som PCB (7 Ballschmiter) (Factor 0,7)

conformNEN-EN12880; AS3000, AS3200; NEN-EN15934 : eigen methode

*) :

Koolwaterstoffractie C10-C12 Koolwaterstoffractie C20-C24 Koolwaterstoffractie C32-C36

Gelijkwaardig aan NEN 5739 :

Droge stof

Koolwaterstoffractie C12-C16 Koolwaterstoffractie C24-C28 Koolwaterstoffractie C36-C40

Koolwaterstoffractie C16-C20 Koolwaterstoffractie C28-C32

IJzer (Fe2O3)

Protocollen AS 3000 / Protocollen AS 3200 :

Koningswater ontsluiting

Fractie < 2 µm

Blad 4 van 4 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01

Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer

AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl [@ANALYNR_START=581458]

DOC-13-16573360-NL-P1

CHROMATOGRAM for Order No. 1061280, Analysis No. 581458, created at 12.07.2021 08:55:16 Monster beschrijving: BG1 1 (0-50) 2 (0-50) 3 (0-45) 4 (0-50) 5 (0-50) 6 (0-50) 7 (0-50) 8 (0-50)

Blad 1 van 2 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01

Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer

AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl [@ANALYNR_START=581467]

DOC-13-16573360-NL-P2

CHROMATOGRAM for Order No. 1061280, Analysis No. 581467, created at 12.07.2021 08:55:16 Monster beschrijving: OG1 2 (50-100) 2 (100-150) 4 (80-130) 4 (130-160)

Blad 2 van 2 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01

Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer

De parameters die in dit document worden vermeld, zijn geaccrediteerd volgens EN ISO/IEC 17025:2017. Alleen niet-geaccrediteerde parameters/resultaten zijn gemarkeerd met het symbool " *) ".

DOC-13-16615676-NL-P1

AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl

BODEMINZICHT V.O.F. Dhr. M. Gloudemans JEKSCHOTSTRAAT 12 5465 PG VEGHEL Datum Relatienr Opdrachtnr.

19.07.2021 35006376 1064303

ANALYSERAPPORT Opdracht 1064303 Water Opdrachtgever

35006376 BODEMINZICHT V.O.F. B2754 t Hoekske 9 te Asten-Heusden

Uw referentie

14.07.21

Opdrachtacceptatie Monsternemer

Opdrachtgever

Geachte heer, mevrouw, Hierbij zenden wij u de resultaten van het door u aangevraagde laboratoriumonderzoek. De analyses zijn, tenzij anders vermeld, uitgevoerd overeenkomstig onze erkenning voor de werkzaamheid "Analyse voor milieuhygiënisch bodemonderzoek" van het Besluit Bodemkwaliteit. Dit rapport mag alleen in zijn geheel worden gereproduceerd. Eventuele bijlagen zijn onderdeel van het rapport. Indien u nog vragen heeft of aanvullende informatie wenst, verzoeken wij u om contact op te nemen met Klantenservice. Wij vertrouwen U met de toegezonden informatie van dienst te zijn. Met vriendelijke groet,

AL-West B.V. Dhr. Jan Godlieb, Tel. 31/570788113 Klantenservice

Blad 1 van 4 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01

Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer

De parameters die in dit document worden vermeld, zijn geaccrediteerd volgens EN ISO/IEC 17025:2017. Alleen niet-geaccrediteerde parameters/resultaten zijn gemarkeerd met het symbool " *) ".

DOC-13-16615676-NL-P2

AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl

Opdracht 1064303 Water Monsternr. Monster beschrijving

Monstername

598184

14.07.2021

2-1-1 2 (200-300)

Eenheid

Monsternamepunt

598184 2-1-1 2 (200-300)

Metalen (AS3000) S Barium (Ba)

µg/l

-65

S Cadmium (Cd)

µg/l

-0,51

S Kobalt (Co)

µg/l

-<2,0

S Koper (Cu)

µg/l

-86

S Kwik (Hg)

µg/l

-<0,05

S Lood (Pb)

µg/l

-<2,0

S Molybdeen (Mo)

µg/l

-<2,0

S Nikkel (Ni)

µg/l

-9,6

S Zink (Zn) Aromaten (AS3000)

µg/l

-71

S Benzeen

µg/l

-<0,20

S Tolueen

µg/l

-<0,20

S Ethylbenzeen

µg/l

-<0,20

S m,p-Xyleen

µg/l

-<0,20

S ortho-Xyleen

µg/l

-<0,10

S Som Xylenen (Factor 0,7)

µg/l

0,21 --

S Naftaleen

µg/l

-<0,020

S Styreen

µg/l

-<0,20

#)

Chloorhoudende koolwaterstoffen (AS3000)

S Dichloormethaan

µg/l

-<0,20

S Trichloormethaan (Chloroform)

µg/l

-<0,20

S Tetrachloormethaan (Tetra)

µg/l

-<0,10

S 1,1-Dichloorethaan

µg/l

-<0,20

S 1,2-Dichloorethaan

µg/l

-<0,20

S 1,1,1-Trichloorethaan

µg/l

-<0,10

S 1,1,2-Trichloorethaan

µg/l

-<0,10

S Vinylchloride

µg/l

-<0,20

S 1,1-Dichlooretheen

µg/l

-<0,10

S Cis-1,2-Dichlooretheen

µg/l

-<0,10

S trans-1,2-Dichlooretheen

µg/l

-<0,10

µg/l

0,14 --

#)

µg/l

0,21 --

#)

S Trichlooretheen (Tri)

µg/l

-<0,20

S Tetrachlooretheen (Per)

µg/l

-<0,10

S S

Som cis/trans-1,2-Dichlooretheen (Factor 0,7) Som Dichlooretheen (Factor 0,7)

Blad 2 van 4 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01

Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer

De parameters die in dit document worden vermeld, zijn geaccrediteerd volgens EN ISO/IEC 17025:2017. Alleen niet-geaccrediteerde parameters/resultaten zijn gemarkeerd met het symbool " *) ".

DOC-13-16615676-NL-P3

AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl

Opdracht 1064303 Water

Eenheid

598184 2-1-1 2 (200-300)

Chloorhoudende koolwaterstoffen (AS3000)

S 1,1-Dichloorpropaan

µg/l

-<0,20

S 1,2-Dichloorpropaan

µg/l

-<0,20

S 1,3-Dichloorpropaan

µg/l

-<0,20

µg/l S Broomhoudende koolwaterstoffen

0,42 --

S Tribroommethaan (bromoform) Minerale olie (AS3000)

µg/l

-<0,20

S Koolwaterstoffractie C10-C40

µg/l

-<50

Koolwaterstoffractie C10-C12

µg/l

-<10

*)

Koolwaterstoffractie C12-C16

µg/l

-<10

*)

Koolwaterstoffractie C16-C20

µg/l

-<5,0

*)

Koolwaterstoffractie C20-C24

µg/l

-<5,0

*)

Koolwaterstoffractie C24-C28

µg/l

-<5,0

*)

Koolwaterstoffractie C28-C32

µg/l

-<5,0

*)

Koolwaterstoffractie C32-C36

µg/l

-<5,0

*)

Koolwaterstoffractie C36-C40

µg/l

-<5,0

*)

Som Dichloorpropanen (Factor 0,7)

#)

#) Bij deze som zijn resultaten "<rapportagegrens" vermenigvuldigd met 0,7. S) Erkend volgens AS SIKB 3000 Verklaring:"<" of n.a. betekent dat het gehalte van de component lager is dan de rapportagegrens. De parameter-specifieke analytische meetonzekerheid en informatie over de berekeningsmethode zijn op aanvraag beschikbaar, indien de gerapporteerde resultaten boven de parameterspecifieke rapportagegrens liggen.

Begin van de analyses: 15.07.2021 Einde van de analyses: 19.07.2021 De resultaten hebben uitsluitend betrekking op de geanalyseerde monsters. In gevallen waarin het testlaboratorium niet verantwoordelijk was voor de bemonstering, gelden de gerapporteerde resultaten voor de monsters zoals zij zijn ontvangen. .

AL-West B.V. Dhr. Jan Godlieb, Tel. 31/570788113 Klantenservice

Blad 3 van 4 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01

Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer

De parameters die in dit document worden vermeld, zijn geaccrediteerd volgens EN ISO/IEC 17025:2017. Alleen niet-geaccrediteerde parameters/resultaten zijn gemarkeerd met het symbool " *) ".

DOC-13-16615676-NL-P4

AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl

Opdracht 1064303 Water

Toegepaste methoden eigen methode

*) :

Protocollen AS 3100 :

Koolwaterstoffractie C10-C12 Koolwaterstoffractie C20-C24 Koolwaterstoffractie C32-C36

Koolwaterstoffractie C12-C16 Koolwaterstoffractie C24-C28 Koolwaterstoffractie C36-C40

Koolwaterstoffractie C16-C20 Koolwaterstoffractie C28-C32

Barium (Ba) Cadmium (Cd) Kobalt (Co) Koper (Cu) Kwik (Hg) Lood (Pb) Molybdeen (Mo) Nikkel (Ni) Zink (Zn) Dichloormethaan Tribroommethaan (bromoform) Benzeen Trichloormethaan (Chloroform) Tetrachloormethaan (Tetra) Tolueen Ethylbenzeen 1,1-Dichloorethaan m,p-Xyleen ortho-Xyleen 1,2-Dichloorethaan Som Xylenen (Factor 0,7) Naftaleen Styreen 1,1,1-Trichloorethaan 1,1,2-Trichloorethaan Vinylchloride 1,1-Dichlooretheen Cis-1,2-Dichlooretheen trans-1,2-Dichlooretheen Som cis/trans-1,2-Dichlooretheen (Factor 0,7) Som Dichlooretheen (Factor 0,7) Trichlooretheen (Tri) Tetrachlooretheen (Per) 1,1-Dichloorpropaan 1,2-Dichloorpropaan 1,3-Dichloorpropaan Som Dichloorpropanen (Factor 0,7) Koolwaterstoffractie C10-C40

Blad 4 van 4 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01

Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer

AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl [@ANALYNR_START=598184]

DOC-13-16615717-NL-P1

CHROMATOGRAM for Order No. 1064303, Analysis No. 598184, created at 19.07.2021 10:11:33 Monster beschrijving: 2-1-1 2 (200-300)

Blad 1 van 1 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01

Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer

Bijlage 6 Veldwerkrapportage

Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase (booronderzoek) ’t Hoekske 9 Heusden Gemeente Asten

KSP Archeologie

Colofon Versie Status KSP Rapport Auteur ISSN Foto’s en afbeeldingen Beheer en plaats documentatie Autorisatie Datum autorisatie

: : : : : : :

1.0 Niet beoordeeld door bevoegde overheid 21104 E.A. Schorn (senior KNA Prospector) 2542-7490 KSP Archeologie KSP Archeologie te Duiven

: :

S.M. Koeman (senior KNA Prospector) 26 juli 2021

www.ksparcheologie.nl | info@ksparcheologie.nl

Disclaimer Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder bronvermelding. KSP Archeologie aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit onderhavig onderzoek of de gegeven adviezen. KSP Archeologie beschikt over het Procescertificaat Archeologie dat is verleend op basis van de beoordelingsrichtlijn SIKB 4000 voor protocol 4002 ‘bureauonderzoek’. Wanneer de certificatie-eisen strijdig zijn met de eisen van de bevoegde overheid, dan gaat KSP Archeologie uit van de eisen van de bevoegde overheid omdat die sanctioneerbaar zijn.

KSP Archeologie

2

Inhoudsopgave Samenvatting 1 Inleiding 1.1 Onderzoekskader 1.2 Afbakening plan- en onderzoeksgebied 1.3 Overheidsbeleid 1.4 Toekomstige situatie 1.5 Onderzoeksdoel en vraagstellingen 2 Bureauonderzoek 2.1 Huidige situatie 2.2 Beschrijving van aardwetenschappelijke gegevens 2.3 Historische situatie en mogelijke verstoringen 2.4 Beschrijving van archeologische gegevens 2.5 Beschrijving van de ondergrondse bouwhistorische waarden 2.6 Gespecificeerde archeologische verwachting 2.7 Conclusie en advies 3 Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase 3.1 Werkwijze 3.2 Veldsituatie 3.3 Beschrijving en interpretatie van de boorgegevens 3.4 Archeologische indicatoren 3.5 Toetsing van de archeologische verwachting 4 Conclusie en advies 4.1 Conclusie 4.2 Beantwoording van de onderzoeksvragen 4.3 Selectieadvies Literatuur Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6

5 6 6 6 6 7 7 8 8 8 10 14 18 18 20 22 22 22 23 24 24 25 25 25 26 27

Geomorfologische kaart Bodemkaart Archeologische gegevens Boorpuntenkaart Boorbeschrijving Overzicht geologische en archeologische tijdvakken

Lijst van afbeeldingen Figuur 1: Het plangebied op de topografische kaart schaal 1:10.000 (bron: Kadaster). 4 Figuur 2: Het plangebied op het Actueel Hoogtebestand van Nederland (bron: www.ahn.nl). 10 Figuur 3: Het plangebied op de cultuurhistorische kaart van de gemeente Asten. 12 Figuur 4: Het plangebied op de kadastrale minuut uit het begin van de 19e eeuw (bron: beeldbank.cultureelerfgoed.nl). 13 Figuur 5: Het plangebied op de kaart uit 1895, Bonneblad (bron: www.topotijdreis.nl). 13 Figuur 6: Het plangebied op de topografische kaart uit 1958 (bron: www.topotijdreis.nl). 14 Figuur 7: Het plangebied op de archeologische waarden- en verwachtingenkaart van de gemeente Asten (Hessing e.a. 2011). 18 Figuur 8: Het plangebied gezien vanaf het westen en gefotografeerd tegen het oosten (bron: KSP Archeologie). 22 Figuur 9: Bodemprofielputje ter hoogte van boring 6 (bron: KSP Archeologie). 23

Lijst van tabellen Tabel 1: Overzicht van de onderzoeksmeldingen binnen een straal van ca. 250 m rondom het plangebied (bron: archis.cultureelerfgoed.nl). 15 Tabel 2: Specifieke archeologische verwachting per periode voor het plangebied. 19

KSP Archeologie

3

Administratieve gegevens KSP Projectnummer Opdrachtgever Uitvoerder/projectleider Bevoegde overheid Deskundige namens bevoegde overheid Onderzoeksmelding Provincie Gemeente Toponiem Centrum-coördinaat Kadastrale gegevens Periode uitvoering onderzoek

: : : : : : : : : : : :

21104 Dhr. R. Wijnen (via Crijns Rentmeesters) KSP Archeologie, E.A. Schorn (senior KNA Prospector) Gemeente Asten dhr. F.P. Kortlang (ArchAeO Advies) E: fokko.kortlang@archaeo.nl | M: 06-22505236 5099383100 Noord-Brabant Asten ’t Hoekske 9 Heusden x: 180.857 / y: 377.011 Sectie P, nummer 606 (deels) Juli 2021

Figuur 1: Het plangebied op de topografische kaart schaal 1:10.000 (bron: Kadaster).

KSP Archeologie

4

Samenvatting KSP Archeologie heeft een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, verkennende fase (IVO-(O)verig); booronderzoek) uitgevoerd voor de locatie aan de ’t Hoekske 9 in Heusden (gemeente Asten). Het onderzoek is uitgevoerd voor de aanvraag van een bestemmingsplanwijziging voor de nieuwbouwplannen van een twee-onder-één kap woning. Het doel van het archeologische bureauonderzoek was het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Op basis van de landschappelijke ligging binnen een zone met dekzandwelvingen en de archeologische onderzoeksmeldingen uit de omgeving is aan het plangebied een middelhoge verwachting toegekend voor zowel vuursteenvindplaatsen uit het LaatPaleolithicum tot en met het Neolithicum als voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw). Aan het plangebied is een lage verwachting toegekend voor bebouwingresten en bijbehorende sporen uit de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot en met de Nieuwe Tijd. Vervolgens is deze verwachting getoetst door middel van een inventariserend veldonderzoek, verkennende fase. Uit het booronderzoek is gebleken dat de oorspronkelijke podzolbodem is verdwenen en dat er geen sprake is van een enkeerdgrond en dat het plangebied zeer waarschijnlijk tot een diepte van ca.

1,0 m in de C-horizont is afgegraven voor zandwinning. Op basis hiervan is de middelhoge verwachting voor zowel vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum als voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw) naar laag bijgesteld. De resultaten van het booronderzoek geven geen aanleiding om de lage verwachting voor resten uit de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot en met de Nieuwe tijd bij te stellen. Op grond van de aangetroffen bodemverstoringen in het plangebied en daarmee lage archeologische verwachting adviseert KSP Archeologie geen archeologisch vervolgonderzoek.

KSP Archeologie

5

1

Inleiding

1.1

Onderzoekskader

In opdracht van dhr. R. Wijnen (via Crijns rentmeesters) heeft KSP Archeologie een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, verkennende fase (IVO-(O)verig); booronderzoek) uitgevoerd voor de locatie aan de ’t Hoekske 9 in Heusden (gemeente Asten). Het onderzoek is uitgevoerd voor de aanvraag van een bestemmingsplanwijziging voor de nieuwbouwplannen van een twee-onder-één kap woning. Het onderzoek is uitgevoerd conform de beoordelingsrichtlijn SIKB 4000 (versie 4.1) met bijbehorende protocollen (KNA 4.1) 4002 (bureauonderzoek bij landbodems) en 4003 (inventariserend veldonderzoek, overig) (www.sikb.nl) en de gemeentelijke eisen. Voor de in dit rapport gebruikte geologische en archeologische tijdsaanduidingen wordt verwezen naar Bijlage 6. Geologische formaties, laagpakketten en lagen worden beschreven conform https://www.dinoloket.nl/stratigrafische-nomenclator. 1.2

Afbakening plan- en onderzoeksgebied

Het plangebied is gelijk aan het onderzoeksgebied waarvoor het archeologische onderzoek is uitgevoerd. Het plangebied is ca. 1.272 m2 groot en ligt aan ’t Hoekske 9 in Heusden (Figuur 1). Het terrein wordt in het noorden begrensd door de straat ’t Hoekske, in het oosten door het erf met bebouwing van ’t Hoekske 9, en in het zuidwesten door landbouwgrond. 1.3

Overheidsbeleid

In 1992 heeft Nederland het Europese ‘Verdrag van Malta’ ondertekend. In het verdrag is de omgang met het Europees archeologische erfgoed geregeld. Belangrijk daarin is dat voorafgaand aan de uitvoering van plannen onderzoek moet worden gedaan naar de aanwezigheid van archeologische waarden en daar in de ontwikkeling van plannen zoveel mogelijk rekening mee te houden. Het wettelijk kader voor de archeologische monumentenzorg is vastgelegd in de Erfgoedwet. Daarnaast hebben de verschillende overheden (het rijk, de provincie en de gemeentes) archeologiebeleid vastgelegd. Gemeenten houden bij de vaststelling van een bestemmingsplan of het verlenen van een vergunning altijd rekening met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden (Wet ruimtelijke ordening). Volgens het bestemmingsplan ‘Heusden 2011’ van de gemeente Asten geldt voor het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’. Dit betekent dat bij bodemingrepen groter dan 250 m2 en dieper dan 0,4 m archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Aangezien deze ondergrenzen bij de realisatie van de nieuwbouwplannen worden overschreden (zie paragraaf 1.4), is archeologisch onderzoek noodzakelijk.

In het kader van de bestemmingsplanwijziging en de gemeentelijke eisen is voor het plangebied gekozen voor een standaard archeologisch vooronderzoek dat bestaat uit een bureauonderzoek gecombineerd met een verkennend booronderzoek.

KSP Archeologie

6

1.4

Toekomstige situatie

Binnen het plangebied zal een twee-onder-één kap woning worden gebouwd. De exacte aard en omvang van de toekomstige bodemverstoring is nog niet bekend, maar deze zal meer dan 250 m2 bedragen en de bouwput voor de fundering zal waarschijnlijk tot ca. 80 cm beneden maaiveld worden uitgegraven. Voor zover bekend is binnen het plangebied geen bodem- en/of grondwatersanering nodig in het kader van de milieuhygiëne. Het waterpeil c.q. bodempeil binnen het plangebied zal niet veranderen door de geplande bodemingrepen.

1.5

Onderzoeksdoel en vraagstellingen

Bureauonderzoek Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde, archeologische verwachting, met behulp van informatie van bestaande bronnen over bekende of verwachte archeologische waarden binnen het omschreven onderzoeksgebied. Het resultaat is een standaardrapport bureauonderzoek met een gespecificeerde archeologische verwachting en een advies. Op basis hiervan wordt vastgesteld of vervolgonderzoek nodig is en zo ja, welke strategie hierbij het beste gevolgd kan worden.

Inventariserend Veldonderzoek Het doel van het inventariserend veldonderzoek (IVO) (landbodems) is het aanvullen en toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting, zoals geformuleerd in het bureauonderzoek. Het gaat om gebiedsgericht onderzoek door middel van waarnemingen in het veld, waarbij (extra) informatie wordt verkregen over bekende en of verwachte archeologische waarden in het onderzoeksgebied. Het resultaat van het IVO is een standaardrapport IVO-O met een waardering en een inhoudelijk (selectie)advies (buiten normen van tijd en geld). Aan de hand hiervan kan een beleidsbeslissing (meestal een selectiebesluit) worden genomen. Indien er onvoldoende gegevens voor waardering en selectieadvies zijn, kunnen deze niet opgesteld worden. Er kan dan worden geadviseerd tot vervolgonderzoek of om af te zien van verder onderzoek. Om te komen tot het resultaat moeten de veldactiviteiten uitgevoerd worden tot het niveau waarop de beleidsbeslissing gefundeerd genomen kan worden, d.w.z. dat de archeologische waarden van het terrein/vindplaats in voldoende mate zijn vastgesteld. Het inventariserend veldonderzoek kent drie fasen: een verkennende, een karterende en een waarderende fase. Voor goed uitgevoerd archeologisch onderzoek is het niet altijd nodig om al deze fasen te doorlopen dat hangt af van de situatie. Dit onderzoek betreft een verkennend onderzoek.

De verkennende fase heeft als doel om inzicht te krijgen in de vormeenheden van het landschap (bodemopbouw) die van invloed zijn op de locatiekeuze in het verleden. Hiermee worden kansarme zones uitgesloten en kansrijke zones geselecteerd voor mogelijk vervolgonderzoek. Om de bovenstaande doelstelling te realiseren, zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteld:  Wat is de opbouw van de ondergrond en is het bodemprofiel intact?  Wat is de specifieke archeologische verwachting van het plangebied op basis van het bureauonderzoek en wordt deze door het veldonderzoek bevestigd?  In hoeverre wordt het (potentiële) archeologische niveau bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied?

KSP Archeologie

7

2

Bureauonderzoek

2.1

Huidige situatie

Om de huidige situatie en mogelijke verstoringen van de bodem in kaart te brengen zijn de volgende bronnen geraadpleegd:  Huidige topografische kaart (Figuur 1);  Luchtfoto uit 2019 (via PDOK);  Grondwatertrappen op de Bodemkaart schaal 1:50.000 versie 2006 (via geoplaza.vu.nl);  Rijksmonumenten (via archis.cultureelerfgoed.nl): geen monumenten aanwezig;  Gemeentelijke monumenten (via https://www.asten.nl/fileadmin/Asten/PDFformulieren_producten/Bouwen/Gemeentelijke_monumentenlijst_Asten.pdf): geen gemeentelijke monument;  Informatie van de opdrachtgever over het plangebied;  Informatie over ondergrondse tanks (www.bodemloket.nl);  Informatie over kabels en leidingen (KLIC-melding);  Informatie over de huidige bebouwing: Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) (bagviewer kadaster.nl). Het plangebied is momenteel in gebruik als landbouwgrond waarop een klein schuurtje staat, dat volgens het kadaster uit 1975 stamt. De aanwezige bebouwing is door de gemeente (verwijzing gemeentelijke monumentenlijst) of het rijk (archis.cultureelerfgoed.nl) niet aangemerkt als historisch waardevol. Binnen het plangebied zijn voor zover bekend geen kelders of andere ondergrondse werken aanwezig (bijvoorbeeld funderingen of drainage). Bij het Bodemloket is geen informatie voor deze locatie beschikbaar, waardoor niet bekend is of er ondergrondse tanks aanwezig zijn (www.bodemloket.nl).

Binnen het plangebied zijn geen kabels en leidingen aanwezig (KLIC-melding). Aan de kaarteenheden op de bodemkaart (Bijlage 2) waren tot 2006 gemiddelde grondwaterstanden gekoppeld door middel van zogenaamde grondwatertrappen (I t/m VII). Het plangebied wordt naar verwachting gekenmerkt door een diepe grondwaterstand (grondwatertrap VII). Dit betekent dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand dieper dan 80 cm en de gemiddeld laagste grondwaterstand dieper dan 160 cm beneden maaiveld wordt aangetroffen. 2.2

Beschrijving van aardwetenschappelijke gegevens

Om het landschap ter plaatse en rondom het plangebied in kaart te brengen, zijn de volgende bronnen geraadpleegd:  Geologische overzichtskaart van Nederland schaal 1:600.000 (https://www.grondwatertools.nl/ geologische-overzichtskaart);  Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000 versie 2019 (BRO 2020, Maas e.a. 2017);  Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000 versie 2018 (BRO 2019);  Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN) (www.ahn.nl, AHN3 grid 0,5 x 0,5 m); Het plangebied ligt in het zuidelijk zandgebied van Nederland. Het is een relatief vlak gebied, dat nooit door het landijs bedekt is geweest (Berendsen 2008). De ondergrond wordt doorsneden door een aantal zuidoost-noordwest georiënteerde breuken, die de Roerdalslenk en het Peel Blok begrenzen. De Peelrandbreuk, die de zuidwestrand van het stijgingsgebied het Peel Blok begrenst, ligt ten noordoosten van het plangebied (ter hoogte van Liessel en Neerkant). Het plangebied ligt dus in het dalingsgebied de Roerdalslenk. Het zandpakket waarmee de slenk is opgevuld, is vaak meer dan 15 m dik. De oudere afzettingen zijn als gevolg van tektonische bodemdaling tot grote diepte weggezakt (Berendsen 2008).

KSP Archeologie

8

Het huidige landschap is met name tijdens de laatste ijstijd, het Weichselien (ca. 115.000 – 11.755 jaar geleden), ontstaan. Volgens de geologische overzichtskaart bestaat de natuurlijke ondergrond van het plangebied dan ook uit fluvioperiglaciale afzettingen (leem en zand) met een eolisch zanddek (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden op Formatie van Boxtel, ongedifferentieerd). In het Weichselien heeft het landijs zich sterk uitgebreid, maar heeft Nederland niet bereikt. Het klimaat is steeds kouder en droger geworden bij een dalende zeespiegel (Stouthamer e.a. 2015). Tijdens het Pleniglaciaal (ca. 75.000 – 15.700 jaar geleden) is de bodem permanent bevroren geweest. Hierdoor is het sneeuwsmelt- en regenwater gedwongen over het oppervlak af te stromen waarbij zogenaamde fluvioperiglaciale afzettingen zijn afgezet en dalen uitgesleten. Het meest nabije dal uit deze periode (huidige daal van de beek de Aa) ligt op ca. 850 m ten zuiden van het plangebied (niet afgebeeld op de geomorfologische kaart). De fluvioperiglaciale afzettingen worden in de diepere ondergrond van het plangebied verwacht en bestaan uit fijn en grof zand, soms met grind, leemlagen en plantenresten, en worden tot de Formatie van Boxtel gerekend. In de koudste en droogste perioden van het Weichselien, met name in het Laat-Pleniglaciaal (ca. 26.000 –15.700 jaar geleden) en Laat-Glaciaal (ca.

15.700 – 11.755 jaar geleden), is de vegetatie vrijwel verdwenen, waardoor op grote schaal verstuiving is opgetreden (Stouthamer e.a. 2015). Hierbij is dekzand over de fluvioperiglaciale afzettingen afgezet. Dit (soms lemige) zand is kalkloos, fijnkorrelig (150 – 210 μm), goed afgerond, goed gesorteerd en arm aan grind en wordt tot het Laagpakket van Wierden van de Formatie van Boxtel gerekend (Stouthamer e.a. 2015). Het reliëf van de dekzanden wordt gekenmerkt door vlaktes, depressies en dekzandkopjes, afgewisseld met langgerekte ruggen. Vooral de evenwijdig aan elkaar gelegen dekzandruggen in de Roerdalslenk hinderde de afwatering van de beken, waardoor op veel plaatsen meertjes ontstonden, waarin het eerste veen zich al in het Laat-Glaciaal vormde. De meertjes hebben zich in het Holoceen ontwikkeld tot zogenaamde vennen, waarin zich veen heeft kunnen vormen dat zich in de loop van de tijd over de omgeving uitbreidde (Berendsen 2008). Op de geomorfologische kaart is het plangebied niet gekarteerd vanwege de ligging binnen de bebouwde kom van Heusden, maar op grond van de aangrenzende kaarteenheden ligt het plangebied binnen een zone met dekzandwelvingen (Bijlage 1, code L51) en ten noordwesten en zuidwesten van het plangebied ligt een dekzandrug (code B53).

Op het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN, Figuur 2) is de dekzandwelving, waarbinnen het plangebied ligt, te herkennen aan een lichtgroene kleur (25,88 m +NAP). Het gebied direct ten zuiden van het plangebied is hoger gelegen (oranje kleur, 27,09 m +NAP) en betreft waarschijnlijk een dekzandrug. Dit geldt ook voord de hoger gelegen gebieden ten noorden en ten zuidoosten van het plangebied. Op grond van het AHN kan worden geconcludeerd dat de geomorfologische kaart een te vereenvoudigd beeld geeft van het landschap. In het Holoceen (de laatste ca. 11.750 jaar) is het klimaat warmer en vochtiger geworden. Door de toenemende vegetatie is het dekzand vastgelegd en is het landschap door geologische processen weinig veranderd. De beken hebben zich ingesneden, waarbij beekdalen zijn ontstaan. Het dichtstbijzijnde beekdal is het beekdal van de Aa dat op ca. 850 m ten westen van het plangebied ligt.

KSP Archeologie

9

Figuur 2: Het plangebied op het Actueel Hoogtebestand van Nederland (bron: www.ahn.nl).

Op basis van de bodemkaart worden in het plangebied hoge zwarte enkeerdgronden verwacht (Bijlage 2, code zEZ21). De hoge enkeerdgronden zijn geen natuurlijk gevormde bodems, maar bestaan uit een pakket humeus opgebrachte grond (cultuurdek) van meer dan 50 cm dik. De humeuze bovengrond betreft op de hogere zandgronden vaak een plaggendek, ook wel esdek genoemd. Plaggendekken zijn ontstaan, doordat in Zuid-Nederland vanaf ca. de 14e en 15e eeuw op grote schaal het systeem van potstalbemesting is toegepast (Spek 2004). Plaggen worden met mest van het vee vermengd en op de akkers uitgespreid om de bodem vruchtbaarder te maken. In de loop van de tijd is een plaggendek op de oorspronkelijke (podzol)bodem ontstaan. In de meeste gevallen is de oorspronkelijke bodem echter verdwenen door de bodembewerking die heeft plaatsgevonden als gevolg van de landbouw. Op de hogere zandgronden is vaak een podzolgrond ontwikkeld. De podzolgronden bestaan uit een humeuze, donkere bovengrond (Ap-horizont), die ca. 25 cm dik is, waaronder een E-horizont (uitspoelingshorizont) aanwezig is (De Bakker & Schelling 1989). Hieronder ligt de bruingekleurde Bhorizont (inspoelingshorizont), die geleidelijk overgaat in de C-horizont. Afhankelijk van de vroegere bodembewerking is de oorspronkelijke A-, E- en/of B-horizont in meer of mindere mate intact.

2.3

Historische situatie en mogelijke verstoringen

Om de historische situatie en mogelijke verstoringen van de bodem in kaart te brengen zijn de volgende bronnen geraadpleegd:  Oude kadasterkaarten: kadastrale minuut en oorspronkelijk aanwijzende tafels 1811 – 1832 voor toenmalige eigenaar/gebruiker (beeldbank.cultureelerfgoed.nl);

KSP Archeologie

10

                

Historische kaarten uit de afgelopen 200 jaar (www.topotijdreis.nl); Historisch-landschappelijk informatiesysteem, Histland (Dirkx & Nieuwenhuizen 2013), geraadpleegd via archis.cultureelerfgoed.nl; Cultuurhistorische regiobeschrijving Noord-Brabant (CultGIS/Haartsen 2009); Cultuurhistorische kaart van de gemeente Asten; Archeologische en overige cultuurhistorische rapporten van onderzoek binnen het onderzoeksgebied: is niet van toepassing; Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (www.ikme.nl): geen verwachting op specifieke resten uit WOII; V.1 & V.2 inslagen in Nederland (vergeltungswaffen.nl): geen inslagen bekend die voor een bodemverstoring gezorgd kunnen hebben; Uitgevoerd onderzoek niet gesprongen explosieven (https://www.explosievenopsporing.nl/veobommenkaart/): Er is geen vooronderzoek bekend; Topografische kaart van Nederland (Figuur 1); Informatie over de huidige bebouwing: Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) (bagviewer kadaster.nl); Bouw-/constructietekeningen van te slopen of te wijzingen historische bouwwerk: is niet van toepassing; Gegevens van milieukundig bodemonderzoek (www.bodemloket.nl): bij het Bodemloket is geen informatie voor deze locatie beschikbaar over bodemonderzoek en/of sanering; Luchtfoto uit 2019 (PDOK); Geomorfologische kaart van Nederland: hierop zijn geen bodemverstoringen t.p.v.

het plangebied aangegeven; Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000: hierop zijn geen bodemverstoringen t.p.v. het plangebied aangegeven; Vergraven gronden project Alterra (Brouwer & Van der Werff 2012): hierop zijn geen bodemverstoringen t.p.v. het plangebied aangegeven; Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN) (www.ahn.nl): hierop zijn wel afgravingen zichtbaar, te herkennen aan rechthoekige uitsparingen binnen de dekzandruggen. In hoeverre dit ook voor het plangebied het geval is kan niet met zekerheid worden bepaald; In het kader van dit onderzoek zijn geen archieven geraadpleegd omdat een gerichte vraagstelling ontbreekt.

Hieronder volgt een beschrijving van het historische gebruik (bebouwing, grondgebruik, historische wegen etc.) van het plangebied en de directe omgeving. Daarnaast is gekeken of er sprake is van (mogelijke) bodemverstoringen en/of bodemvervuilingen (aard, omvang, diepteligging en locatie) binnen het plangebied. Heusden ligt in de Brabantse Peel. De kern van dit gebied werd vroeger gevormd door het uitgestrekte, grote veenmoeras de Peel. Rondom de Peel ligt een ring van dorpen, waaronder Asten en Heusden, die al in de Middeleeuwen zijn ontstaan. Het waren agrarische dorpen, met grote akkercomplexen en weinig weilanden. Daar omheen lagen uitgestrekte heidevelden (Haartsen 2009). De boeren gebruikten de randen van de Peel om hun vee te weiden, om strooisel te winnen voor de potstallen en om, op bescheiden schaal, turf te steken. In de loop van de afgelopen 1000 jaar werd er vanuit deze dorpen steeds verder geknabbeld aan de randen van het veen. Dit proces raakte in een stroomversnelling door de systematische, grootschalige veenwinning vanaf de tweede helft van de 19e eeuw. De vervening werd in de hand gewerkt doordat de aanleg van kanalen en spoorwegen een efficiënte afvoer van de turf mogelijk maakten. Het resultaat was dat het veen in bijna een eeuw vrijwel geheel werd afgegraven. De vrijkomende grond werd geschikt gemaakt voor de landbouw.

Kleine restanten van het veengebied werden niet vergraven en zijn thans in beheer als natuurgebied. Volgens Histland ligt het plangebied binnen de bebouwde kom van Heusden, waarvan de mate van verandering in de loop van de tijd niet is vastgesteld. Het plangebied zelf ligt net binnen het zuidwestelijke deel van de bebouwde kom van de historische kern van Heusden. Volgens de cultuurhistorische kaart van de gemeente Asten ligt het

KSP Archeologie

11

plangebied binnen de historisch dorpskern van Heusden en is de straat ‘t Hoekske, waaraan het plangebied ligt, een historisch-geografisch lijnelement van redelijk hoge waarde.

Figuur 3: Het plangebied op de cultuurhistorische kaart van de gemeente Asten.

Voor de historische ontwikkeling is historisch kaartmateriaal geraadpleegd. Op het minuutplan uit het begin van de 19e eeuw (Figuur 4) is het plangebied onbebouwd en in gebruik als akkerland. Direct ten noorden van de straat ’t Hoekske is al wel bebouwing aanwezig. Op de kaart uit ca. 1895 (Figuur 5) is het landschaps gebruik goed te herkennen en is vrijwel het gehel gebied rondom het plangebied in gebruik als akkerland (witte kleur). De percelen die in gebruik zijn als weiland, zijn met een lichtgroene kleur weergegeven, zoals het perceel direct ten oosten en ten noordoosten van het plangebied, die mogelijk zijn afgegraven ten behoeve van de zandwinning. Voor vooral het perceel ten noordoosten van het plangebied lijkt dit aannemelijk gezien de rechthoekige uitsparing in de hoger gelegen dekznadrug (Figuur 2). Op de kaart uit 1958 (Figuur 6) zijn in vergelijking met de kaart uit 1895 meer steilranden te zien die duiden op het afgraven van delen van de aanwezige zandruggen. Waarschijnlijk is het gebruik als weiland voor de percelen langs de straten ’t Hoekske en de Antoniusstraatrechthoekige voor een groot deel te verklaren door de zandwinning die daar mogelijk heeft plaatsgevonden. Het plangebied is op het topografische kaartmateriaal tot op heden onbebouwd gebleven, maar in de zuidoosthoek is een schuurtje (Bijlage 4) aanwezig dat volgens het kadaster uit 1975 stamt.

De huidige situatie wordt

KSP Archeologie

12

weergegeven door Figuur 1, waar te zien is dat een deel van de bebouwing van ’t Hoekske 9 grenst aan de oostzijde van het plangebied.

Figuur 4: Het plangebied op de kadastrale minuut uit het begin van de 19e eeuw (bron: beeldbank.cultureelerfgoed.nl).

Figuur 5: Het plangebied op de kaart uit 1895, Bonneblad (bron: www.topotijdreis.nl).

KSP Archeologie

13

Figuur 6: Het plangebied op de topografische kaart uit 1958 (bron: www.topotijdreis.nl).

Binnen het plangebied zijn voor zover bekend geen bodemverontreinigingen, saneringen of ondergrondse olietanks, benzinepompinstallaties en dergelijke bekend waardoor archeologische resten mogelijk verloren zijn gegaan (www.bodemloket.nl). De bodem kan zijn aangetast door het eeuwenlange gebruik als akkerland. Gemiddeld reikt de bodembewerking ten behoeve van de landbouw tot 30 – 50 cm beneden maaiveld. Op basis van de historische ontwikkeling worden geen diepe bodemverstoringen verwacht.

2.4

Beschrijving van archeologische gegevens

Om een beeld te krijgen van de archeologische gegevens, zijn de volgende bronnen geraadpleegd:  Archeologische Monumenten Kaart (AMK) (via archis.cultureelerfgoed.nl);  Beschermde archeologische Rijksmonumenten (via archis.cultureelerfgoed.nl);  Archeologische onderzoeken en vondstlocaties uit het Archeologische Informatiesysteem (Archis) (archis.cultureelerfgoed.nl);  Digitaal Archief (DANS) Rapporten en onderzoeksgegevens van archeologisch onderzoek (https://easy.dans.knaw.nl/);  Historische kaarten (zie paragraaf 2.3);  Gemeentelijke archeologische waarden- en verwachtingenkaart (Hessing e.a. 2011).  De heemkundekring De Vonder (Asten-Someren) is op 19-07-2021 via email benaderd voor aanvullende archeologische informatie. Er is nog geen reactie ontvangen. Binnen het plangebied zijn geen archeologische monumenten (AMK-terreinen), onderzoeksmeldingen en vondstmeldingen aanwezig. In een straal van 500 m rondom het plangebied zijn geen AMK-terreinen,

KSP Archeologie

14

en geen vondstmeldingen bekend, maar zijn wel meerdere onderzoeksmeldingen gemeld (Tabel 1, Bijlage 3). Gezien het grote aantal meldingen zijn voor het plangebied de onderzoeksmeldingen bekeken binnen een straal van 250 m bekeken met vrijwel dezelfde landschappelijke context. De meldingen liggen allemaal binnen de bebouwde kom van Heusden in de gemeente Asten (Tabel 1. Onderzoeksmelding

Locatie en ligging

Type onderzoek

Aard vondstlocatie/resultaten

Datering

2071691100

‘t Hoekske

Bureau- en booronderzoek 2005 door Synthegra

Zie tekst

n.v.t.

2151735100

Antoniusstraat

Bureau- en booronderzoek 2007 door BAAC

Zie tekst

MESONEO ROM

2164185100

‘t Hoekske

Bureau- en booronderzoek 2007 door BAAC

Zie tekst

NT

2165919100

‘t Hoekske

Bureau- en booronderzoek 2007 door BAAC

Zie onderzoeksmelding 2164185100

NT

2202319100

Antoniusstraat

Begeleiding 2008 door Synthegra

Zie tekst

NT

2289930100

’t Hoekske 10

Bureau- en booronderzoek 2010 door ADC

Zie tekst

n.v.t.

4565017100

Antoniusstraat 6

Bureau- en booronderzoek 2017 door Buro voor Archeologie

Zie tekst

n.v.t.

Proefsleuven 20`18 door Zie tekst VUhbs Tabel 1: Overzicht van de onderzoeksmeldingen binnen een straal van ca. 250 m rondom het plangebied (bron: archis.cultureelerfgoed.nl). 4598082100

Antoniusstraat 6

Onderzoeksmelding 2071691100 (’t Hoekske, Hensen 2006) De sedimenten bestonden uit zeer fijn zand met een zwak siltig karakter. Er kon in geen enkel profiel een enkeerdgrond vastgesteld worden. De A-horizont had een dikte tussen de 25 en 40 centimeter – mv. In de boringen 2 en 5 was de bouwvoor wel dikker dan 50 centimeter maar deze boringen zijn door verstoring niet voldoende representatief om van enkeerdgronden op het plangebied te spreken. Tussen de A-horizont en de C-horizont, bevond zich in de boringen 1, 2, 5, 6, 7, 11 en 12 een gemengde laag, waarvan enkele met puin (boringen 1, 2 en 11). In de boringen 4, 8 en 9 lag de C-horizont direct onder de bouwvoor. In boring 10, lag onder de A-horizont een fel oranje zandlaag, die waarschijnlijk niet als natuurlijk te interpreteren is. In boring 1 werd er bouwpuin aangetroffen dat mogelijk afkomstig is van de negentiende eeuwse huizen die aan de Antoniusstraat gestaan hebben (zie 4.5). In boring 2 werden twee slakken, een ijzeren nagel en een recent dakpanfragment aangetroffen. Ze zijn afkomstig uit de verstoorde bovenlaag. In boring 5 kwam één dikwandige grijze scherf uit een grijze gemengde laag. Uit analyse blijkt dat het eveneens om een recent dakpanfragment gaat. Advies geen vervolg.

Onderzoeksmelding 2151735100 (Antoniusstraat, Den Otter 2007) In alle boringen bestaat het sediment uit goed gesorteerd en goed afgerond, zwak siltig, fijn zand (210300 µm). Het aangetroffen sediment in de boringen bestaat uit door de wind afgezet dekzand (Formatie van Boxtel). Met uitzondering van de boringen 3, 9, 10 en 11 bestaat de bovenste 30 – 50 cm van het boorkolom uit donkerbruingrijs, humeus zand, dat met een scherpe grens overgaat in lichtgeel tot wit sediment. In de meeste boringen bevindt zich dit lichtgele zand in sterk vlekkerige vorm binnen de humeuze laag. De scherpe overgang van humusrijk naar humusarm zand en de grote lichtgele zandvlekken in de humeuze bovenlaag duiden op een sterke, relatief recente verploeging (bouwvoor). Het onderliggende lichtgele tot witte sediment betreft respectievelijk de door bodemvormende processen geringe (BC-horizont) en nog niet beïnvloede delen (C-horizont) van de bodem. Een natuurlijke Ah-horizont en duidelijke B-inspoelingshorizont zijn niet aangetroffen. Deze zijn ofwel afgegraven, ofwel geheel in de ploeglaag opgenomen en niet meer als zodanig te herkennen. In de

KSP Archeologie

15

boringen 3, 9, 10 zijn onder de bouwvoor wel restanten van een natuurlijke Ah-, AE, E- of B-horizonten onder de bouwvoor aangetroffen. In boring 11 is onder een esdek een gedeeltelijk intact podzolprofiel aangetroffen. De locatie van deze boring bevindt zich op de overgang naar een hoger liggend terrein ten zuidoosten van het plangebied. In boring 2 is onderin de bouwvoor (Ap-horizont), op ca. 30 cm beneden maaiveld, een stuk bewerkt vuursteen en één fragment (vermoedelijk) Romeins aardewerk aangetroffen (Bijlage 6). Het bewerkte vuursteen betreft een afslag met een grootte van 1-3 cm en is gedateerd in de periode Mesolithicum-Neolithicum. Het Romeinse aardewerk betreft één donkergrijs wandfragment van ca. 1 cm grootte. Op basis van de resultaten van het onderhavige onderzoek geldt voor het zuidelijk deel van het plangebied een hoge kans op het aantreffen van sporen en vondsten met betrekking tot een eventuele nederzetting uit de periode Meso- en Neolithicum en de periode Romeinse Tijd. Voor het overige deel van het plangebied geldt een lage kans op het aantreffen van intacte archeologische resten.

Onderzoeksmelding 2164185100 en 2165919100 (’t Hoekske, Kalisvaart 2007) Het archeologisch niveau werd verwacht aan de basis van het esdek en in de top van de oude bodem in het onderliggende dekzand. Uit het booronderzoek is gebleken dat de humeuze bovengrond (esdek) in bijna het gehele plangebied verstoord is tot op het C-materiaal (Bijlage 4). Hierbij zijn de archeologisch relevante lagen van het podzolprofiel in het onderliggende dekzand op boring 2 na (zie ook §2 van 5.3; nog een intacte BC-horizont) compleet verdwenen of geheel in de ploeglaag opgenomen. Dit BAAC bv IVO plangebied ’t Hoekske te Heusden, gemeente Asten 17 heeft waarschijnlijk te maken met de bouw en de aanleg van de twee aanwezige schuren, een erf en riolering in het plangebied. In de boringen 4 en 11 (westhoek van het plangebied, Bijlage 4) is het esdek minder verstoord. In beide boringen komt een AC-horizont voor, waarbij in boring 4 houtskool is aangetroffen. Hierbij is echter geen sprake van een directe archeologische indicator, vanwege het gebrek aan andere vondsten en het feit dat deze houtskool ook van natuurlijke oorsprong kan zijn. Tijdens het onderzoek zijn geen andere vondsten gedaan. Het zuidelijk deel van het plangebied wordt gekenmerkt door de fundering van een woning, die in 1944 afgebrand is. Op de eerste kadastrale kaart van 1827 staat deze woning al aangegeven.

Aangezien er relatief hard baksteen is aangetroffen is de woning waarschijnlijk gebouwd tussen 1700 en 1827 (Nieuwe Tijd). Het is echter niet uit te sluiten dat deze woning voorgangers had in de Vroege Nieuwe Tijd (1500-1700) of Late Middeleeuwen (1400-1500). Op basis van de hoge mate van verstoring in het gehele plangebied adviseert BAAC bv dat een archeologisch vervolgonderzoek niet noodzakelijk is. Onderzoeksmelding 2202319100 (Antoniusstraat, Van der Linden 2010) Paalkuilen (van mogelijk twee kleine structuren en een palenrij van één omheining / afrastering), greppels en verstoringen zijn aangetroffen, alle met een zeer scherp begrensde en gevlekte, humeuze vulling. De meeste sporen hadden hun oorsprong aan de onderkant van de bovenste en tevens de jongste antropogene laag en reikten tot in de natuurlijke ondergrond. De aangetroffen sporen hebben geen vondsten opgeleverd. Mogelijk dateren ze uit de Nieuwe Tijd.

De standaard bodemopbouw ziet er als volgt uit: een circa 10 cm dikke humeuze donkerbruingrijze bouwvoor met wortelresten, een circa 40 tot 50 cm dikke antropogene ophogingslaag bestaande uit humeus donkerbruingrijs fijn zand (de A– horizont) met daaronder een circa 20 cm dikke opgebrachte laag van humeus bruingrijs, iets gevlekt fijn zand met spitsporen (de A–horizont, een antropogene laag) die rommelig overgaat naar een 10 cm dikke menglaag bestaande uit bruingrijs gevlekt geel fijn zand met spitsporen (overgang A/C–horizont). Deze menglaag gaat rommelig over naar de C-horizont, bestaande uit geel fijn zand. Alle gedocumenteerde profielen bevatten ploegsporen. De ploegsporen verspreiden zich over de hele werkput maar in het oostelijke deel van de put reiken ze iets dieper in de ondergrond dan in het noordwestelijk deel. In het noordelijk deel is de opgebrachte antropogene laag met spitsporen dikker en de verstoring in de ondergrond minder intensief.

KSP Archeologie

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=f60eb4a4-eecb-4576-9a06-38f53aeb6980