RU22.05.10CCCCC Q&A Intensivering Toezicht veehouderijen.pdf
Tekst van het document
Q&A Intensivering Toezicht veehouderijen
Waarom was intensivering van het toezicht bij veehouderijen nodig? Door een kleine groep bedrijven die de regels slecht naleeft, kleeft aan de hele sector een slecht imago. Door het intensiveren van het toezicht worden deze bedrijven opgespoord en aangepakt. Dat geeft voor de hele sector een gelijker speelveld en is daarmee eerlijker voor de veehouderijen die de regels in acht nemen. Dit intensieve toezichtstraject bevordert bovendien de naleving van de regelgeving. Zie ook de motie ‘slim en effectief handhaven’ https://www.brabant.nl/handlers/SISModule/downloaddocument.ashx?documentID=55426 Waarom deden niet alle gemeenten mee? Gemeenten zijn zelf het bevoegde gezag voor het toezicht op hun veehouderijen, daarom was deelname aan ITv op vrijwillige basis. Het merendeel van de gemeenten (43) heeft deelgenomen. De overige gemeenten om uiteenlopende redenen niet, bijvoorbeeld omdat ze al een ander toezichtstraject doorliepen. De provincie stimuleerde deelname wel via een bijdrage per controle die ongeveer 20% van de kosten bedraagt. Waarom is het handig om allemaal op dezelfde manier te controleren? Door op dezelfde manier te controleren is het speelveld in alle gemeenten gelijk, voor elke veehouder, ongeacht in welke gemeente ze zitten. Daarnaast zijn de data die op dezelfde manier zijn verzameld, vergelijkbaar met elkaar.
Daardoor is het ook mogelijk om gezamenlijk in te zetten op thema’s die via ITV boven komen drijven. Bovendien zijn door dezelfde manier van samenwerken verbeterpunten sneller zichtbaar. De samenwerking wordt beter en sterker. Dat blijkt ook uit de evaluatie die door deelnemende gemeenten “echt een voorbeeldproject voor goede, onderlinge samenwerking” wordt genoemd. Waarom stopt dit toezicht terwijl er nog veel bedrijven zijn die niet aan de normen voldoen? Het reguliere toezicht stopt niet, het intensieve toezicht wel. Continueren van intensief toezicht is qua capaciteit en financiën ook niet haalbaar, omdat toezicht op andere sectoren dan in de knel zou komen. Het is overigens ook niet nuttig om continu de hele sector te controleren. Het is wel van belang om te bepalen hoe vaak veehouderijen dan wel bezocht moeten worden. We onderzoekenwelke frequentie nodig is om de verzamelde data up-todate te houden. Er moet een goede basis blijven voor de benchmark en om risicogericht te kunnen toezien en handhaven. Meer dan de helft van de veehouderijen voldoet niet aan de normen, is dat niet veel? De aard van de overtredingen is heel divers. In de meeste gevallen gaat het om lichte overtredingen zoals administratieve fouten (kalveren die nog niet in het systeem gezet zijn, dieselmotor te laat gekeurd, geen energiebesparingsonderzoek opgesteld etc).
Slechts in 5% van de gevallen was de overtreding zo groot dat er handhavend opgetreden moest worden. In alle andere gevallen is het gebleven bij een waarschuwing, en het herstellen van de afwijking. Dit beeld van het naleefgedrag is vergelijkbaar met het beeld dat we op basis van het reguliere toezicht hebben bij de midden- en kleinbedrijven in andere sectoren.
Is er een verklaring voor dit naleefgedrag? Hiervoor is geen eenduidige verklaring. We zien in de praktijk wel twee mogelijke oorzaken. Door de op een volgende veranderingen in landelijke en provinciale regels en uitspraken van rechters is bij veehouders een afwachtende houding ontstaan. Het aantal emissiearme stalsystemen neemt toe en deze vragen meer tijd aan onderhoud, aandacht en controle, met een grotere kans op een overtreding Wat zijn voorbeelden van regels die niet worden nageleefd en wat kunnen de gevolgen zijn? Wanneer emissiearme stalsystemen niet of slechter onderhouden worden, dan is dat een risico. Het stalsysteem kan bijvoorbeeld in storing raken waardoor er meer kans is op overlast: hogere ammoniakemissie, geuroverlast bij de omgeving, verspreiding van zoönose en meer stikstofdepositie op natuurgebieden. Er wordt gesproken over voornamelijk lichte overtredingen, wat zijn dat dan? De meeste overtredingen (95%) zijn overtredingen die niet direct een risico vormen, maar wel gemeld moeten worden, denk aan: - Het niet vooraf melden of aanvragen van wijzigingen in de bedrijfsvoering; - Het niet tijdig laten keuren of onderhouden van installaties en voorzieningen zoals het kalibreren van een PH-meter, het ontbreken van een onderhoudscontract of het bijhouden van een logboek.
Wat wordt dan geschaard onder zware overtredingen? In 5% van de overtredingen ging met name om overtredingen die wel degelijk een risico vormen. Denk daarbij aan het niet functioneren of niet geïnstalleerd hebben van een stalsysteem. Wat gaan de omgevingsdiensten doen om dit naleefgedrag te verbeteren? We zullen afspraken maken over de te stellen prioriteiten op basis van risico’s voor mens en milieu. Dus bij grotere risico’s vaker controleren, waardoor het naleefgedrag vergroot wordt. Waarom hebben stoppers niet altijd een Wnb-vergunning? Bij regulier toezicht krijgen bedrijven met een emissiearm stalsysteem voorrang. Stoppende veehouderijen vallen minder vaak in deze categorie en kwamen hierdoor minder vaak in het controleprogramma voor de Wnb terecht. Daar heeft ITv verandering in gebracht. Kunnen we nog wel serieus inspecteren op luchtwassers nu de werkzaamheid ervan zo ter discussie staat? Ter bescherming van omwonenden en natuurgebieden is het van groot belang dat luchtwassers doen wat ze moeten doen: geur, fijnstof en ammoniak verwijderen uit de lucht die de stal verlaat. Hiervoor moeten de provincie, gemeenten en omgevingsdiensten zicht hebben op een goede werking van de luchtwassers. De omgevingsdiensten houden toezicht op een juiste werking van luchtwassers.
Uit de ITv-rapportage blijkt dat bij een kwart van de bedrijven met een luchtwasser een afwijking wordt geconstateerd maar dat dit slechts in sommige gevallen leidt (5%) tot een ernstige overtreding. We zijn in gesprek met het ministerie over de problematiek met luchtwassers en denken mee in oplossingen.
Wat is de belangrijkste conclusie die uit het onderzoek getrokken kan worden? We hebben een actueel databestand van nagenoeg de gehele veehouderijsector in Brabant opgeleverd. Het beeld dat we hebben gekregen van het naleefgedrag is vergelijkbaar met het beeld dat we op basis van het reguliere toezicht hebben bij de midden- en kleinbedrijven in andere sectoren. We maken hierbij de kanttekening dat het vergelijken van deze sectoren alleen globaal kan. Elke overtreding is in zijn aard en impact uniek, het is daarmee lastig om de impact van overtredingen in deze sector te vergelijken met die van andere type bedrijven qua effect op de leefomgeving. Daarnaast is het zo dat een lichte overtreding bij herhaaldelijk niet naleven als een ernstige overtreding wordt aangemerkt, omdat gedrag op basis van de LHS ook meegenomen wordt in het bepalen van de zwaarte van de overtreding. Een ernstige overtreding staat daarom niet altijd gelijk aan een grote impact. De gegevens bieden een goede basis voor het verder uitbreiden van risicogericht controleren, namelijk gericht op die overtredingen die het grootste risico opleveren. Dat kan nu op basis van de data die we in de afgelopen drie jaar hebben verzameld bij de 7.000 bedrijfsbezoeken die de omgevingsdiensten tot nu toe hebben afgelegd.
Wat gebeurt er met de data die in die drie jaar ITv zijn verzameld? De data worden verzameld en zijn via een dashboard voor alle deelnemende gemeenten, de provincie en de omgevingsdiensten te raadplegen. De data geven een duidelijk overzicht van het type overtredingen, trends en regio specifieke kenmerken. Daarnaast heeft ITv veel informatie opgeleverd die zinvol kan zijn voor toekomstige beleidsveranderingen, bijvoorbeeld over lege stallen en de aanwezigheid van asbest. Wat wordt het vervolg op ITv? De goede samenwerking en de zinvolle data die het intensieve toezichtstraject heeft opgeleverd maakt dat provincie, gemeenten en omgevingsdiensten er graag een vervolg aan willen geven. Concrete acties zijn: De data uit het ITV-project wordt opgeschoond zodat deze kan worden gebruikt voor het risicogericht toezicht in de sector. Het project heeft digitale hulpmiddelen opgeleverd zoals digitale checklists en een app die zowel voor de vervolgcontroles van de intensieve veehouderij als voor andere sectoren gebruikt kunnen worden. Er is een Brabantbrede uniforme werkwijze ontwikkeld bij deze sector die als voorbeeld kan dienen bij andere sectoren; Gebleken is dat juiste data nodig is om goed te kunnen analyseren en vervolgacties te kunnen plannen. Daarom is het belangrijk om de data-kwaliteit te verbeteren.
Waarom kregen veehouderijen wel zo’n intensief toezichtstraject en de industrie niet? De aanleiding voor het ITv traject veehouderijen was dat er een maatschappelijk beeld bestond dat veehouderijen de regels niet naleven. Daar hebben we nu een goed onderbouwd verhaal onder liggen, want we vinden het belangrijk dat er voor iedere ondernemer een gelijk speelveld is en dat kan alleen als iedereen dezelfde regels naleeft. We zijn aan het onderzoeken of we voor de industrie eenzelfde traject willen starten.