CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

RU22.05.10CCCC Project Intensivering Toezicht veehouderijen compleet - eindrapportage.pdf

Raadscommissie Ruimte 31 mei 2022, gemeente AstenBij agendapunt: Stukken ter kennisneming aan de commissie7.214 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

INTENSIVERING TOEZICHT

2021

VEEHOUDERIJEN EINDRAPPORTAGE

De agrarische sector is volop in beweging en er is sprake van een transitie naar een nog zorgvuldiger veehouderij. Inzicht in de naleving van bestaande regels is een belangrijke basis voor de samenleving. Objectieve en actuele informatie is ook belangrijk om toekomstige beleidsbeslissingen te kunnen onderbouwen en de effecten daarvan te kunnen monitoren. Daarnaast is deze actuele informatie of data van belang om de overheidstaak om deze bedrijven effectief te controleren, goed uit te voeren. Vandaar de wens om zicht te krijgen op een sector in transitie. In 2018 is het project Intensivering Toezicht veehouderijen (ITv) gestart. De drie omgevingsdiensten in Brabant controleerden in drie jaar tijd 5994 veehouderijen op alle relevante regelgeving in het kader van de milieu- en natuurwetten. Dit is gedaan in opdracht van en samen met 43 Noord-Brabantse gemeenten en de provincie Noord-Brabant.

Zicht op een sector in transitie Het doel van het project was tweeledig: 1. Inzicht krijgen in naleefgedrag ('voldoet iedereen aan de regels') en 2. Beschikken over een actueel beeld van de veehouderij sector. Dit wilden we bereiken door in korte tijd informatie op te halen over allerlei aspecten die samenhangen met de intensieve veehouderij en de transitie waarin deze sector zich bevindt. Voorbeelden hiervan zijn: De mate van naleving van de regels (oneerlijke concurrentie door niet-naleving), problematiek van stoppende bedrijven en bedrijven die niet meer willen of kunnen investeren, leegstand (waarbij sloop of herbestemming van het voormalige bedrijf aan de orde kan zijn en inzicht in het risico op criminaliteit en ondermijnende activiteiten) en asbest. De opgehaalde informatie en het actuele beeld zijn van belang voor de input voor het opstellen van lokaal, regionaal en provinciaal beleid. Het actuele beeld laat zien dat de veehouderijen in naleefgedrag vergelijkbaar zijn met de rest van de midden- en kleinbedrijf sector. Geconstateerde overtredingen zijn al naar gelang de zwaarte en de impact van de overtreding op het milieu aangepakt.

Eindrapportage, alle deelnemers

1

2021

VOORWOORD

Geachte lezer,

VOORWOORD

Opbrengst van 3 jaar ITv

Tot slot

We hebben veel waardevolle data verzameld. Deze data is gebruikt om een totaalbeeld te vormen van de sector in transitie. Dit is te lezen in deze eindrapportage.

We kijken terug op een geslaagd project. De sector is in beeld gebracht en dat is gelukt omdat we met elkaar (provincie, gemeenten en omgevingsdiensten), erin geslaagd zijn om goed samen te werken, toezicht op een uniforme manier uit te voeren en om de verzamelde informatie snel en makkelijk toegankelijk te maken. Het project heeft zichtbaar gemaakt waar de kansen liggen voor het toezicht in de toekomst en waar goede samenwerking toe kan leiden. Nu is het zaak de komende jaren deze kansen met elkaar te verzilveren.

Het project heeft daarnaast bruikbare digitale hulpmiddelen opgeleverd voor verbetering van het toezicht en voor informatie-uitwisseling. Zo hebben we een digitale checklist en een ITvapp ontwikkeld en is er een ITv portaal gemaakt waarin digitale rapportages eenvoudig kunnen worden gedeeld. Deze instrumenten zijn bruikbaar voor het toezicht op de veehouderij, maar ook voor het toezicht in andere sectoren. Met ITv is een volgende stap gezet in risicogericht toezicht. Op basis van de uniforme data en de inzet van kwantitatieve analyse zijn we nu in staat om zicht te krijgen op patronen en trends. Dit is waardevolle input voor gemeentelijk en provinciaal beleid. Ook zetten we zo stappen in de uitvoering van het toezicht: we zetten onze capaciteit in daar waar de risico's het grootst zijn. ITv laat de meerwaarde van data en data-sturing zien. Door de toezichthouders hier bij te betrekken brengen we beleid en uitvoering dichter bij elkaar. Waardevolle lessen die we ook in andere toezichtstrajecten kunnen inzetten.

'We bedanken de projectgroep en alle deelnemers voor hun tijd en inzet. Zonder hen was het niet gelukt om hier een succes van te maken.' Namens de bestuurlijke begeleidingsgroep, Gemeente Deurne – M. Biemans Gemeente Bernheze - R. Wijdeven Gemeente Oss – J. van der Schoot Gemeente Hilvarenbeek – T. van de Loo Gemeente Oisterwijk – E. Logister

Gemeente Laarbeek – T. Meulesteen Omgevingsdienst Brabant Noord – J. Lenssen Provincie Noord-Brabant - E. Lemkes-Straver

Deze informatiegestuurde werkwijze sluit uitstekend aan bij de aanbevelingen van de Adviescommissie VTH onder leiding van Van Aartsen, de bevindingen in het rapport ‘Handhaven in het duister’ van de Algemene Rekenkamer, en de adviezen van TwynstraGudde in het rapport ‘Omgevingsdiensten in beeld’. Dankzij deze inspanningen worden snelle en grote verbeteringsslagen op het gebied van goede en betrouwbare data gezet, een terugkerend onderwerp in alle genoemde rapporten.

2

Project Intensivering Toezicht veehouderijen

Eindrapportage, alle deelnemers

3

2021

INHOUD Voorwoord

1

Inleiding

6

1.

2.

3.

Naleefgedrag

10

1.1

Ernst overtredingen en gedrag overtreder

11

1.2

Resultaten controlevragen

13

1.2.1 Alle voorschriften

13

1.2.2. Houden van dieren

14

1.2.3 Wet Natuurbescherming

15

1.2.4 Opslag diesel

16

1.2.5 Opslag propaan

17

1.2.6 Energiebesparing

18

1.2.7 Stookinstallaties

19

1.2.8 Brandveiligheid

20

1.2.9 Inrichting gestopt

20

Beleidsinformatie

22

2.1

Panden met asbestverdacht dak

23

2.2

Leegstand

24

2.3

Besluit emissiearme huisvesting (Beh)

25

2.4

Ammoniakemissie

26

2.5

Opgeslagen mest

26

2.6

Minder dieren dan vergund

27

2.7

Stoppersmaatregelen

28

2.8

Informatie Web-BVB

29

2.9

Asbesthoudend materiaal op terrein

30

2.10 Actualiteit BZV

30

2.11 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV)

31

Opbrengst 3 jaar ITv

32

3.1

Digitale hulpmiddelen

34

3.2

Risicogericht toezicht

34

3.3

Tot slot

35

Bijlage

4

Project Intensivering Toezicht veehouderijen

36

Eindrapportage, alle deelnemers

5

2021

INLEIDING

Controles ITv Bij aanvang van het project waren er 7089 bedrijven in beeld voor een controle. Na actualisatie van de gegevens, bijvoorbeeld omdat bedrijven deelnamen aan een beëindigingsregeling, en nadat enkele gemeenten niet langer deelnamen aan het project, bleven er 5994 bedrijven over. Er is vooraf geen selectie gemaakt in de te bezoeken bedrijven aan de hand van risicoprioritering of bedrijfstypen (pluimvee-, melkvee-, vleesvee- of varkenshouderij). De controles geven daardoor een representatief beeld van de hele sector. De toelichting die gegeven wordt in dit document betreft het beeld van de gehele provincie Noord-Brabant.

Werkwijze ITv

De opdrachtgevers voor het project ITv wilden een objectief en actueel beeld van deze

Voor het geïntensiveerde toezicht zijn uniforme, digitale checklijsten opgesteld voor alle inspecties en er is een ITv-app ontwikkeld. De digitale checklijsten zijn gebruikt om alle informatie over het naleefgedrag vast te leggen. In de ITv-app is de informatie vastgelegd als input van beleid. Al deze informatie wordt verzameld in een database. Vanuit deze database werd elk kwartaal voor elke gemeente een rapportage gedraaid. Deze rapportages werden vervolgens via het ITv-portaal beschikbaar gesteld aan de betreffende gemeente. In deze rapportages zijn alle ITv-controles, die tot en met 1 september 2021 zijn afgerond, opgenomen. Met de controles hebben we zicht gekregen op de veehouderij in transitie. In deze rapportage leest u over:

sector in transitie. Veehouderijen vallen grotendeels onder het bevoegd gezag van gemeenten en voor een klein deel onder bevoegd gezag van de provincie Noord-Brabant op basis van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De provincie is

■ ■

Het naleefgedrag: naleving ten aanzien van de vastgestelde voorschriften; De beleidsinformatie: een inventarisatie van de door het bestuur/de opdrachtgevers vastgestelde onderwerpen.

daarnaast bevoegd gezag voor de Natuurbeschermingswet en Verordening Stikstof voor

Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)

alle veehouderijbedrijven die hiermee te maken hebben. Toezicht en handhaving op deze

Het ITv project draait voor een groot gedeelte om het verzamelen en verwerken van gegevens. We vinden het daarom belangrijk om mee te geven dat tijdens het project steeds volgens de regels van de AVG gewerkt is. Dat betekent onder andere dat alle informatie ten behoeve van het wettelijk toezicht is verzameld en dat ook in de toekomst deze informatie alleen voor dat doel en niet voor andere doeleinden zal worden gebruikt.

wetgeving wordt gedaan door de drie Brabantse omgevingsdiensten.

Aanleiding ITv In de praktijk werd toezicht en handhaving voor provinciale en gemeentelijke taken vaak los van elkaar uitgevoerd. Ook ontbrak een volledig beeld van deze sector in transitie en de mate van regelnaleving. Terwijl het maatschappelijk beeld van de veehouderijsector was dat milieu- en natuurregels niet altijd even goed werden nageleefd. Provincie, gemeenten en omgevingsdiensten hadden daarom de behoefte een reëel beeld van het nalevingsgedrag te krijgen en het toezicht op veehouderijen effectiever te maken. Daarom is, na een korte pilot in 2017, in januari 2018 gestart met het project (ITv). In dit project werkten de provincie NoordBrabant, 43 Noord-Brabantse gemeenten en 3 Brabantse omgevingsdiensten samen om in drie jaar tijd bij alle veehouderijen in de deelnemende gemeenten een controle uit te voeren. Niet alle gemeenten namen deel, bijvoorbeeld omdat zij zelf al aan een intensiveringstraject gestart waren of omdat zij zelf al een andere aanpak hadden. Het aantal deelnemende gemeenten fluctueerde verder door gemeenten die zich alsnog aansloten en door de diverse herindelingen waardoor gemeenten op gingen in een andere gemeente.

6

Project Intensivering Toezicht veehouderijen

Eindrapportage, alle deelnemers

7

2021

INLEIDING

Resultaten ITv

Deelnemende gemeenten

De resultaten in dit document zijn gebaseerd op de uitgevoerde controles. Als op het moment van controle sprake was van een overtreding, dan is daar opvolging aan gegeven. Dit is gedaan door middel van een hercontrole of een bestuursrechtelijk, dan wel strafrechtelijk traject. Dit maakt geen deel uit van deze rapportage. Het bevoegd gezag (meestal de gemeente) is in deze gevallen in stelling gebracht om de passende opvolging te bepalen.

In onderstaande kaart is voor de gehele provincie weergegeven welke gemeenten wel en niet deelnemen aan het ITv project. De groen gekleurde gemeenten nemen deel en de grijs gekleurde gemeenten niet. De lijst van gemeenten is te zien in de bijlage. In dit rapport zijn enkele diagrammen opgenomen met percentages. Het totaal percentage kan afwijken i.v.m. afrondingsverschillen.

Deze rapportage betreft alleen de informatie van het eerste ITv- controlemoment en is daarmee dus statisch. Door de eenduidige wijze van controleren en registreren is er nu gelijke informatie beschikbaar van de veehouderijen in de provincie. Gegevens zijn ‘up-to-date’ voor alle gemeenten en via een dashboard toegankelijk. Het project heeft digitale instrumenten zoals de Veehouderij Keuzetool (VKT) opgeleverd die meer gerichte mogelijkheden voor toezicht en handhaving bieden. Daarmee is een stevige basis gelegd voor de overstap naar risicogerichte toezicht en handhaving.

Deelname Ja Nee

PROVINCIE NOORD-BRABANT 8

Project Intensivering Toezicht veehouderijen

Eindrapportage, alle deelnemers

9

2021

NALEEFGEDRAG

1 Dit hoofdstuk biedt inzicht in het naleefgedrag aan de hand van de controles zoals die zijn uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming, Verordening natuurbescherming (en sinds 2019 de Interim Omgevingsverordening) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Enkel de aspecten die betrekking hebben op het bezochte bedrijf zijn beoordeeld. Allereerst wordt een algemene duiding gegeven op de aangetroffen overtredingen (1.1). Vervolgens zijn de scores op de controleaspecten in tabellen gepresenteerd, uitgesplitst naar verschillende thema’s (1.2).

1.1 Ernst overtredingen en gedrag overtreder In totaal zijn 5994 controles afgerond. In ongeveer 48% van deze controles voldoet de veehouderij aan alle controleaspecten. Bij het andere deel van de controles zijn één of meerdere overtredingen vastgesteld. Van elk van deze overtredingen is volgens de systematiek van de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS) de zwaarte bepaald. Daarbij maakt de toezichthouder een inschatting van de mogelijke gevolgen voor het milieu en van het gedrag van de overtreder. De zwaarte van de overtreding is bepalend voor het vervolg. Dit kan zijn: ■

■

■

10

Project Intensivering Toezicht veehouderijen

Geen vervolg: alleen informeren. Bijvoorbeeld kleine wijzigingen die meegenomen worden in een volgende vergunningsprocedure of kleine overtredingen die ter plaatse worden opgelost zoals olievaten die tijdens de controle in een lekbak worden gezet. Waarschuwing: bestuurlijke waarschuwing. Dit betekent dat er een hercontrole wordt uitgevoerd na de afgesproken termijn; Sanctie: bestuurlijk en/of strafrechtelijk optreden, door voornemen last onder dwangsom, bestuurlijke strafbeschikking of proces-verbaal.

Eindrapportage, alle deelnemers

11

2021

1. NALEEFGEDRAG

Van de controles met overtreding(en) betrof 18% alleen een lichte overtreding. Hierover wordt de ondernemer wel geïnformeerd, maar er wordt geen hercontrole uitgevoerd. Van de controles met overtreding(en) heeft ongeveer 77% geleid tot een bestuurlijke waarschuwing. Hierbij krijgt de ondernemer een termijn om de overtreding op te lossen. Na afloop van die termijn wordt een hercontrole uitgevoerd. De resterende 5% van de controles met overtreding heeft geleid tot direct bestuurlijk en/of strafrechtelijk optreden, hier wordt het bevoegd gezag in stelling gebracht. In de meeste gevallen wordt daarbij een voornemen last onder dwangsom opgelegd. In een aantal gevallen wordt ook strafrechtelijk opgetreden. Voorbeelden van ernstige overtredingen (5%) waar direct een sanctie wordt opgelegd zijn: ■ Het niet hebben of niet in werking hebben van een luchtwasser ■ Het houden van significant (bijvoorbeeld 10%) meer dieren dan vergund ■ Ernstige lekkages van bijvoorbeeld dieselolie of mest op de bodem Veel overtredingen zijn administratief van aard of hebben te maken met het onderhoud van installaties en voorzieningen.

Dan gaat het bijvoorbeeld om het niet vooraf melden of aanvragen van wijzigingen in de bedrijfsvoering terwijl dat wel had gemoeten of het niet tijdig laten keuren of onderhouden van installaties en voorzieningen zoals het kalibreren van de pH-meter, het keuren van de dieselolietank of het bijhouden van een logboek. Dit beeld van het naleefgedrag is vergelijkbaar met het beeld dat we hebben bij het midden- en kleinbedrijf. We maken hierbij de kanttekening dat het vergelijken van deze sectoren alleen globaal kan, omdat omvang en impact van de overtredingen heel erg van elkaar kunnen verschillen. Zo heeft een ernstige overtreding bij een veehouderij een andere aard en impact dan bijvoorbeeld een ernstige overtreding bij een constructiebedrijf of timmerbedrijf.

De tabellen hieronder geven het naleefgedrag weer op de verschillende controlevragen. Vanwege het grote aantal is het niet mogelijk alle voorschriften hier te presenteren, daarom zijn een aantal specifieke thema's uitgelicht met bijbehorende vragen.

In de hieronder gepresenteerde tabellen leest u per thema de verschillende controlevragen die gesteld zijn. Het totaal aantal keer dat op een aspect gecontroleerd is verschilt per vraag, aangezien niet alle aspecten op elk bedrijf van toepassing zijn of gecontroleerd zijn. Het totaal aantal controles is dus per controlevraag verschillend. Het percentage zoals getoond geeft de verhouding aan tussen het aantal keer dat de betreffende controlevraag met nee is beantwoord t.o.v. het aantal keer dat deze vraag gesteld is en van toepassing was.

1.2.1 In werking volgens vergunning of melding Het valt op dat bedrijven regelmatig in afwijking van de ingediende melding of vigerende vergunning werken. Het gaat hier meestal om een minimale afwijking, slechts in enkele gevallen betreft het een ernstige overtreding. JA

NEE

PERCENTAGE OVERTREDERS

Is de inrichting overeenkomstig de melding Activiteitenbesluit in werking?

1901

1842

49%

Is de inrichting overeenkomst de omgevingsvergunning in werking?

778

775

50%

VRAAG

In onderstaande grafiek zijn deze percentages weergegeven. Naleefgedrag

1.2 Resultaten controlevragen

Vervolg bij overtredingen

18% 5% 48%

52% 77%

Geen overtredingen

Wel overtredingen

Geen vervolg

12

Waarschuwing

Sanctie

Project Intensivering Toezicht veehouderijen

Eindrapportage, alle deelnemers

13

2021

1. NALEEFGEDRAG

1.2.2. Houden van dieren

1.2.3 Wet Natuurbescherming

Bij een klein deel van de bedrijven treffen we een overtreding aan van het niet juist gebruiken van het stalsysteem. Hier horen ook de traditionele stalsystemen bij waar geen specifieke technische eisen voor gelden. Wanneer er sprake is van een overtreding dan zien we dat soms het emissiearme stalsysteem niet is geïnstalleerd zoals de technische omschrijving voorschrijft. Vaker zien we dat bij een systeem met luchtwassers er afwijkingen in het onderhoud en de werking van het huisvestingsysteem zijn. De variatie in overtredingen is groot: van kleine administratieve afwijkingen tot het niet functioneren van een stalsysteem. Voorbeelden van lichtere overtredingen zijn:

Toezicht en handhaving gebeurt op basis van de geldende wet- en regelgeving. In de periode 2019 tot september 2021 zijn er diverse rechtelijke uitspraken gedaan waardoor de toepassing van deze wet- en regelgeving wijzigde. Zoals over de PAS, Logtsebaan, stalsystemen, enz. Ook de artikelen van de Wnb hebben niet allemaal meer dezelfde strekking als toen het ITv project is gestart. Hierdoor zijn de gegevens over de volledige looptijd niet geheel met elkaar of per jaar te vergelijken en zeggen zij alleen iets over naleving van de regels op het moment van controle.

■ ■ ■

Het niet invullen van de maandelijkse registratie van het aantal dieren; Het niet tijdig kalibreren van de pH-sensoren; Het ontbreken van een onderhoudscontract.

Deze lichtere overtredingen komen vaker voor omdat het onderhoud niet goed in de bedrijfsvoering is ingebed of omdat ervoor gekozen wordt het stalsysteem niet door een externe partij te laten onderhouden. Enkel wanneer de overtreding het functioneren van het huisvestingsysteem beïnvloedt, is er sprake van hinder.

VRAAG

JA

NEE

PERCENTAGE OVERTREDERS

Wordt het huisvestingssysteem gebruikt en onderhouden overeenkomstige de voorwaarden voor de goede werking?

2211

257

10%

Is het emissiearm huisvestingssysteem uitgevoerd overeenkomstig de bij dat huisvestingssysteem behorende technische beschrijving?

1088

223

17%

Is bij een geconstateerde afwijking van de parameters direct actie genomen?

285

166

37%

Worden eenmaal per zes maanden de EC-elektrode en de pH-elektrode gekalibreerd?

499

143

22%

Wordt het afvalwater afkomstig van het wassen en spoelen van melkwininstallaties zo veel mogelijk hergebruikt in de inrichting (voorspoelwater jongvee, hoofd-en naspoelwater voor reiniging melkput)?

14

240

128

35%

Project Intensivering Toezicht veehouderijen

VRAAG

JA

NEE

PERCENTAGE OVERTREDERS

Wordt artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming nageleefd? Toelichting: Dit betreft de overschrijding van de van de stikstofuitstoot. Voor 20 januari 2021 werd dit op stalniveau gecontroleerd en na deze datum op bedrijfsniveau.

1190

351

23%

Wordt artikel 2.66 van de Interim omgevings-verordening Noord-Brabant nageleefd? Toelichting: Dit betreft oudere stallen (20 jaar rundvee en 15 jaar overige dieren) die al hadden moeten voldoen aan de emissienormen uit de IOV maar ten tijde van de controle nog niet voldeden.

568

104

15%

Wordt artikel 2.69 van de Interim omgevings-verordening Noord-Brabant nageleefd? Toelichting: Dit betreft nieuw gebouwde stallen of nieuw geplaatste stalsystemen die niet voldoen aan emissienormen uit de IOV.

1061

86

7%

Wordt artikel 2.9 van de Wet natuurbescherming in relatie tot artikel 2.7 van de Regeling natuur-bescherming nageleefd? Toelichting: Dit betreft een kleine overschrijding van de stikstofuitstoot die met een PAS-melding kon worden gelegaliseerd. Vanaf 29 mei 2019 is de PAS ongeldig verklaard en is hier niet meer op gecontroleerd.

375

33

8%

Wordt artikel 9.5 van de Interim omgevings-verordening Noord-Brabant nageleefd? Toelichting: Dit betreft bedrijven die niet voldoen aan de emissienormen uit de milieuvergunning. De emissienormen uit de IOV zijn op deze bedrijven niet van toepassing.

622

20

3%

Wordt artikel 9.4 van de Verordening natuurbescherming nageleefd? Toelichting: Dit betreft bedrijven die aan lagere emissienormen moeten voldoen i.v.m. voorwaarden uit het verleden, maar hier ten tijde van de controle niet aan voldoen.

504

16

3%

Eindrapportage, alle deelnemers

15

2021

1. NALEEFGEDRAG

1.2.4 Opslag diesel

1.2.5 Opslag propaan

Bij veel bedrijven is nog sprake van opslag van diesel in oude tanks (vaak ouder dan twintig jaar) die aan vervanging toe zijn. De veelal jaarlijkse of tweejaarlijkse keuringen van deze tanks, zoals de water-, sludge- en lekdetectie, worden nog weleens vergeten. Ook komt het voor dat er geen installatiecertificaat (meer) beschikbaar is omdat de tank 20 jaar terug is geplaatst en deze toen niet is afgegeven of in de loop der jaren verloren is geraakt. Deze overtredingen zijn veelal administratief van aard, bijvoorbeeld te late keuringen of het logboek onvoldoende bijhouden. Al kan achterstallig onderhoud wel lekkages tot gevolg hebben. Het voornaamste risicopunt bij de opslag van diesel is bodemverontreiniging door lekkage i.v.m. achterstallig onderhoud. Ook kan gebrekkig milieumanagement, zoals het niet opruimen van morsingen of geen absorptiemateriaal bij de tank, leiden tot bodemverontreiniging.

Er valt een duidelijk verschil op te merken in het naleefpercentage bij de opslag van propaan in vergelijking met dat van de opslag van diesel. Dit gegeven kan verklaard worden door het feit dat de opslag van diesel in eigen beheer is van de ondernemer, terwijl de opslag van propaan onder de verantwoordelijkheid valt van bedrijven als Shell en Primagaz. De keuringen worden hierdoor vaker uitgevoerd en de tanks na een periode van 6 jaar (tijd van herkeuring) vervangen. De naleving van de opslag van propaan is daarom als goed aan te merken. De kans op een incident is bij de opslag van propaan significant kleiner dan bij de opslag van diesel. Dit komt vanwege het betere beheer van de propaanopslag ten opzichte van diesel.

VRAAG

Is na uitvoering van installatie- of reparatiewerkzaamheden door de installateur een door een certificerende instelling geregistreerd installatiecertificaat afgegeven? Wordt jaarlijks op de aanwezigheid van water en bezinksel in een stalen bovengrondse opslagtank gecontroleerd?

JA

NEE

PERCENTAGE OVERTREDERS

1217

445

27%

554

412

43%

Is van de controle op het lekdetectiesysteem van de dubbelwandige bovengrondse tank een aantekening in de administratie of het installatieboek gemaakt?

575

289

33%

Is de herkeuring uitgevoerd door een BRL-K903 gecertificeerd installateur?

334

170

34%

Zijn de tank, leidingen en appendages in goede staat van onderhoud?

1513

102

6%

16

Project Intensivering Toezicht veehouderijen

JA

NEE

PERCENTAGE OVERTREDERS

Zijn de bevindingen van keuringen en herkeuringen in het installatieboek opgenomen?

757

100

12%

Worden leidingen, appendages en toebehoren van een propaaninstallatie geïnspecteerd en onderhouden conform de NPR 2578?

557

90

14%

Zijn de opslagtanks gekeurd conform NEN-EN 12817 en NPR 2578?

796

74

9%

Is er binnen de inrichting een actueel noodplan aanwezig?

448

39

8%

Zijn de bovengrondse opslagtanks maximaal 13 kubieke meter?

832

26

3%

VRAAG

Eindrapportage, alle deelnemers

17

2021

1. NALEEFGEDRAG

1.2.6 Energiebesparing

1.2.7 Stookinstallaties

De naleefcijfers op het gebied van energiebesparing zijn goed te noemen. Dit heeft te maken met het feit dat veel ondernemers zo weinig verbruiken dat zij de wettelijke grens om te moeten gaan besparen niet halen (het verbruik is ‘te laag’). Dit komt doordat de branche voorloopt op de wettelijke besparingsmaatregelen; veel van de besparingsmogelijkheden zijn al getroffen. Er worden hier dan ook geen risico’s gezien. De tabel geeft bij het energiebesparingsonderzoek aan dat het percentage overtreders het hoogste is. Dit valt te verklaren: het betreft grootverbruikers met een verbruik van 200 duizend kilowattuur of 75 duizend kubieke meter aardgas of meer. Zij dienen een besparingsonderzoek te kunnen overleggen, maar kunnen dat vaak niet omdat deze niet is uitgevoerd. Dit betekent overigens niet dat er geen energiebesparingsmaatregelen zijn getroffen; dat is vaak wel het geval, maar men heeft het benodigde besparingsonderzoek niet laten opstellen.

Er zijn weinig overtredingen op het gebied van stookinstallaties. Dat komt doordat de wettelijke keuringsgrens vaak niet wordt gehaald. Alleen cascade-opstellingen bij pluimveehouders of noodstroomaggregaten moeten vaak gekeurd worden. Het hoge overtredingspercentage in deze gevallen is te wijten aan het feit dat bijvoorbeeld noodstroomaggregaten pas sinds kort aan wettelijke keuringseisen moeten voldoen. Dit is vaak nog niet bekend bij de ondernemer en daarmee nog niet ingebed in de bedrijfsvoering. Ook de certificerende en keurende sector loopt hier nog achter; begin 2018 was er maar één geaccrediteerd bedrijf dat deze keuringen mocht uitvoeren. Dit dreef het aantal overtreders op omdat dit keurende bedrijf de vraag simpelweg niet aan kon. Er is intussen een kentering te zien: het aantal geaccrediteerde bureaus neemt toe.

VRAAG

JA

NEE

PERCENTAGE OVERTREDERS

Zijn alle erkende energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar uitgevoerd (Energieverbruik > 50.000 kilowatt uur aan elektriciteit en > 25.000 m3 aardgasequivalenten aan brandstoffen)?

288

49

15%

Is een energiebesparingsonderzoek opgesteld?

14

27

66%

GD8 Geïnstalleerd vermogen buitenverlichting beperken. Voldoet?

27

14

34%

GD1 Geïnstalleerd vermogen verlichting in dierverblijven beperken. Voldoet?

57

10

15%

9.12 Geïnstalleerd vermogen verlichting in dierverblijf en verwerkingshal beperken. Voldoet?

65

9

12%

9.16 Warmte van condensors koelinstallatie nuttig gebruiken. Voldoet?

49

9

16%

FC1 Restwarmte afkomstig van de condensors van de koelinstallatie nuttig gebruiken. Voldoet?

34

9

21%

18

Project Intensivering Toezicht veehouderijen

VRAAG

JA

NEE

PERCENTAGE OVERTREDERS

Vindt ten minste eenmaal per 4 jaar een keuring plaats bij een dieselmotor (vermogen tussen 20 kW en 100 kW)?

57

114

67%

Vindt ten minste eenmaal per 4 jaar een scope 7 keuring plaats bij de toevoerleiding van brandstof?

32

55

63%

Vindt ten minste eenmaal per 4 jaar een keuring plaats bij een (CV-)ketelinstallatie (vermogen tussen 20 kW en 100 kW)?

17

51

75%

Is de dieselmotor (vermogen tussen 20 kW en 100 kW) afgemeld in het afmeldsysteem van de stichting SCIOS?

24

45

65%

Ligt het ondertekende verslag van de keuring en het onderhoud bij de dieselmotor (vermogen tussen 20 kW en 100 kW) ter inzage?

25

44

64%

Eindrapportage, alle deelnemers

19

2021

1. NALEEFGEDRAG

■

1.2.8 Brandveiligheid In het kader van brandveiligheid beoordeelt de toezichthouder een beperkt aantal aspecten, zoals blusmiddelen en vluchtroutes. Bouwkundige aspecten van brandveiligheid en brandveiligheid van technische installaties controleren de omgevingsdiensten niet. De veiligheidsregio’s hebben hier wel een rol in, maar maken geen deel uit van dit project. Verzekeraars stellen als voorwaarde voor een brandverzekering dat een agrariër elke vijf jaar de elektrische installatie door een erkend bedrijf laat controleren. VRAAG

JA

NEE

PERCENTAGE OVERTREDERS

■

■

VRAAG

Worden de draagbare blusmiddelen 1 keer per 2 jaar gecontroleerd conform NEN 2559: 2001?

2701

Zijn de draagbare blusmiddelen in voldoende mate aanwezig?

3027

Is een blusmiddel duidelijk zichtbaar opgehangen of gemarkeerd met een pictogram conform NEN 3011: 2004?

1516

Vindt de controle en onderhoud van de brandhaspels op adequate wijze plaats?

28

Kunnen de vluchtdeuren zonder sleutel of los voorwerp geopend worden?

68

401 124

48

6 0

JA

NEE

Beschikt de gestopte inrichting over een Wnb-vergunning?

37

326

Is de koelinstallatie door een erkend installateur ontdaan van het koelmiddel?

19

5

Is de mestsilo voorzien van een afdekking?

14

4

Is de mestsilo/zak nog gekeurd?

8

13

Is de mestsilo/zak nog in gebruik?

11

46

Is de stalinrichting onklaar gemaakt?

149

72

Is een eindsituatiebodemonderzoek uitgevoerd?

5

83

Is er nog een bovengrondse (dieselolie)tank aanwezig?

58

318

Is er nog een propaantank aanwezig?

39

334

Is er nog sprake van een onderliggende vergunning, VVGB dan wel OBM of meldingen conform het Activiteitenbesluit?

286

96

Moet deze bovengrondse (dieselolie)tank gesaneerd worden?

19

38

Moet er een signaal naar de gemeente ivm mogelijke sloopmelding en soortenbescherming (huismussen, gierzwaluwen, uilen, marterachtigen)?

44

139

Wordt deze bovengrondse (dieselolie)tank nog gebruikt?

46

17

Wordt deze propaantank gebruikt voor de verwarming van de eigen woning?

38

5

Zijn alle bedrijfsafvalstoffen afgevoerd?

296

82

Zijn de mestkelders (zuig)leeg gemaakt?

4

4

Zijn er nog dieren aanwezig waarvoor eisen gesteld zijn uit het Beh waarop de kennisgeving van toepassing is?

9

213

13% 4%

3%

18% 0%

1.2.9 Inrichting gestopt Het komt voor dat een toezichthouder bij een ondernemer komt die al volledig is gestopt met zijn bedrijf. In dit geval hanteren wij een afwijkende checklist die specifiek is ingericht op gestopte bedrijven, deze is een stuk korter dan de reguliere checklist. Met gestopt wordt bedoeld dat er ook géén bedrijvigheid meer aanwezig is. Dit geldt niet in geval er overgeschakeld is naar een ander bedrijfstype. De vragen op de checklist wijzen niet meteen op een overtreding. Het is bijvoorbeeld niet verboden een propaantank te houden, zolang men deze voor de verwarming van het eigen woonhuis gebruikt. Het is echter wel van belang dit te weten als bevoegd gezag in verband met risicobepaling op locatie. Met name als men oude, niet langer in gebruik zijnde stallen en/of (werktuig)loodsen gaat slopen, zien de omgevingsdiensten risico’s voor, de daar voorkomende, beschermde diersoorten. Op dit onderdeel wordt ook gecontroleerd. Natuurlijk is het toezichtsmoment een momentopname. Het is seizoensafhankelijk om voor bepaalde soorten te kunnen constateren of zij al dan niet aanwezig zijn. In de winter zie je bijvoorbeeld geen gierzwaluwen rondvliegen op een boerderij. De constatering van een toezichthouder dat er beschermde diersoorten kunnen zitten, kan een aanleiding vormen om daar bij een latere sloopmelding aandacht voor te hebben.

Bij gestopte bedrijven is vaak sprake van de aanwezigheid van een onderliggende vergunning of melding in het kader van het Activiteitenbesluit. Enkele redenen hiervoor kunnen zijn (niet uitputtend!):

20

■

Dat de depositierechten nog overdraagbaar zijn, waarmee de ondernemer zijn rechten wilt behouden; Er legeskosten verbonden zijn aan de intrekking van vergunningen, die de ondernemer liever niet wil maken; Er geen belang bij de ondernemer is om werk te maken van de intrekking. Hij/zij is gestopt met de inrichting, zij voelen zich niet verantwoordelijk voor de intrekking; Er (volgens jurisprudentie) 3 opeenvolgende jaren een constatering nodig is dat er geen vee meer wordt gehouden alvorens men de vergunning ambtshalve in kan trekken. Bij het stoppen van een bedrijf gebeurt het nog weleens dat deze vervolgens niet langer terugkomt op het toezichtsprogramma, terwijl de vergunning nog niet is ingetrokken.

Project Intensivering Toezicht veehouderijen

Eindrapportage, alle deelnemers

21

2021

BELEIDSINFORMATIE

2 Hieronder wordt een overzicht gegeven van de inventarisatie op de vooraf benoemde beleidsonderwerpen. Dit geeft inzicht in de stand van zaken in de agrarische sector en de uitdagingen voor de komende jaren, zoals het verwijderen van asbest, (het herbestemmen van) leegstand en het aanpassen van stallen aan de provinciale verordening. De cijfers zijn per onderwerp gepresenteerd in verschillende staafdiagrammen.

2.1 Panden met asbestverdacht dak Hieronder staat het aantal agrarische panden met een asbestverdacht dak weergegeven. Het betreft een visuele beoordeling vanaf de grond. Het aantal moet als indicatief worden beschouwd. Naar aanleiding van de inventarisatie heeft een aantal gemeenten ook gerichte asbestcontroles uitgevoerd.

Asbestverdacht dak

70%

15000

Staat van het dak Goed

Aantal panden

10000

30%

N.V.T.

5000

Niet ingevuld Slecht

0 JA

22

Project Intensivering Toezicht veehouderijen

Eindrapportage, alle deelnemers

NEE

23

2021

2.3 Besluit emissiearme huisvesting (Beh)

Hieronder ziet u de percentages van stallen die niet meer in gebruik zijn als dierenverblijf. In sommige gevallen staat de stal volledig leeg (hokinrichting en dergelijke verwijderd) en in andere gevallen heeft de stal een andere bestemming gekregen. Als de stal leeg staat wordt hij bijna in alle gevallen op korte termijn gesloopt. Als de stal een andere bestemming heeft gekregen wordt hij hoofdzakelijk in gebruik genomen als werkplaats, als rijhal, als schuur voor privématerialen of als stalling van werktuigen of caravans. Deze constateringen worden doorgegeven aan de gemeente. Er zijn geen bestemmingen aangetroffen waarvoor de politie is ingeschakeld. Er zijn wel adressen bezocht waar de politie uit voorzorg al bij aanwezig was (in het kader van bijvoorbeeld actiedagen). De gegevens voor gehele of gedeeltelijke leegstand komen vanuit toezicht terecht bij de collega’s van vergunningverlening die, afhankelijk van de situatie, een intrekkingsprocedure starten. Daarnaast kan er ook een koppeling worden gemaakt met gewenste RO-ontwikkelingen en bestuurlijke ambities.

De overtredingen met betrekking tot het Besluit emissiearme huisvesting constateren wij veelal bij bedrijven die een juist systeem vergund hebben, maar nog niet hebben gerealiseerd. Hiermee voldoen ze op papier wel, maar in de praktijk niet. Hiervoor zijn een moeilijke financiële situatie of onzekerheid over de toekomst, zoals voorzetting van het bedrijf, veel voorkomende redenen. De bedrijven nemen vaker een afwachtende houding aan en wachten een controle af. Per 1 januari 2020 is de stoppersregeling ten einde. Dit betekent dat de bedrijven die gebruik maakten van de stoppersregeling geen uitzondering meer vormen en een keuze hebben moeten maken met voortzetting van hun bedrijf. Hier leest u meer over onder het kopje stoppers.

20000

90% Soort pand

15000

Ander gebouw

10000

Niet ingevuld

5000

Naleving Beh 3000

Aantal inrichtingen

Invulling pand

Aantal panden

2. BELEIDSINFORMATIE

2.2 Leegstand

70%

2000

25%

1000

6% 0 JA

NEE

Pand is gesloopt

10%

Stal

0 IN GEBRUIK

STAAT LEEG

24

Project Intensivering Toezicht veehouderijen

Eindrapportage, alle deelnemers

25

2021

NIET VAN TOEPASSING

Overschrijding Ammoniakemissie

98%

4000

90% 4000

3000

Aantal inrichtingen

Er zijn heel weinig overschrijdingen van het vergunde of gemelde ammoniakplafond geconstateerd. Het aantal bedrijven met meer landbouwhuisdieren dan vergund is nihil. De agrarische sector heeft de afgelopen jaren een verandering doorgemaakt. Hierbij zijn veel bedrijven uitgebreid, gewijzigd of hebben beperkingen van de fosfaatrechten ervoor gezorgd dat een volledige bezetting niet haalbaar is. Bij het aanvragen van een vergunning wordt vaak de toekomstige doorgroeimogelijkheden al meegenomen. Een deel van de (vergunde) uitbreiding wordt pas op een later moment gerealiseerd.

2000

1000

10%

0 JA

NEE

3000

2.6 Minder dieren dan vergund Aantal inrichtingen

2000

1000

0

2% JA

NEE

2.5 Opgeslagen mest Onderstaande grafiek geeft weer bij hoeveel veehouderijen mest van buiten de inrichting wordt opgeslagen. Hier gaat het dus om mest afkomstig van derden. Hierbij moet opgemerkt worden dat controle hierop lastig is. Aan de mest valt niet te zien of dit van eigen vee afkomstig is of van buiten de inrichting. Enkel een grondige controle van de administratie zou kunnen aantonen waar de mest vandaan komt. De omgevingsdiensten voeren deze controle niet uit, dit is de bevoegdheid van de NVWA. Bij de controle hierop maken we gebruik van de informatie die de ondernemer verstrekt.

Bij ongeveer de helft van de bedrijven zijn er minder dieren aangetroffen op het bedrijf dan vergund. Hierbij moet rekening worden gehouden met het feit dat het vergunde aantal dieren altijd het maximaal aantal te houden dieren is volgens de vergunning en dat er (een uitzondering daargelaten) altijd minder dieren zijn. Vaak houden ondernemers extra ruimte in de vergunning voor autonome groei en flexibele speelruimte. Dit doen zij voor het geval er in de toekomst uitbreiding op de planning staat. In de rapportages van de bedrijven staat vermeld hoeveel dieren er minder worden gehouden en of de vergunning (gedeeltelijk) kan worden ingetrokken in die gevallen waar significant minder dieren worden gehouden.

Minder dieren 2500

52% 48%

2000

1500

Aantal inrichtingen

2. BELEIDSINFORMATIE

Mest aanwezig van buiten de inrichting

2.4 Ammoniakemissie

1000

Minder of geen dieren Geen dieren gehouden

500

Minder dieren gehouden Nee

0 JA

26

Project Intensivering Toezicht veehouderijen

Eindrapportage, alle deelnemers

NEE

27

2021

2.8 Informatie Web-BVB

Sinds 1 januari 2020 konden bedrijven die gebruik maakten van de stoppersregeling niet langer meer onder de uitzonderingspositie van deze regeling vallen. Dit komt omdat de regeling ten einde was. Er zijn meerdere stoppersregelingen, de regeling die hier bedoeld wordt zijn de stoppers die vallen onder het besluit emissiearme huisvesting (Beh). De ondernemers die mee hebben gedaan aan deze stoppersregeling hebben een keuze kunnen maken over de toekomst van het bedrijf. Dit kon zijn:

Web-BVB staat voor webapplicatie Bestand Veehouderijbedrijven. Web-BVB is door de provincie Noord- Brabant opgezet om alle veehouderijen in de provincie te monitoren qua veebezetting en om de actuele en historische vergunningen weer te geven. Deze webapplicatie is door iedereen te raadplegen. Onderstaande grafiek geeft weer in hoeveel gevallen de informatie uit Web-BVB overeenkomt met de vergunde of gemelde situatie van de veehouderijen. Het is aan het bevoegde gezag om mutaties van de vergunde of gemelde situatie bij veehouders binnen eigen gebied door te voeren. Vaak hebben zij de omgevingsdiensten hiertoe gemandateerd. Naar aanleiding van de deze inventarisatie heeft de provincie Noord-Brabant in 2020 het initiatief genomen om het beheer van de data onder te brengen bij de omgevingsdiensten. Dit hebben zij gedaan om hiermee het databeheer centraal te organiseren. Ook is de aanwezige data gecontroleerd om hiermee juistheid, actualiteit en volledigheid te vergroten. Door een gezamenlijke inzet van provincie en omgevingsdiensten is een verbeterslag gemaakt.

■ ■

Stoppen met de intensieve veehouderijtak; Direct voldoen aan de maximale emissiewaarden van het Beh; Bedrijf aanpassen naar een uitzonderingsgrond van het Beh zoals biologisch houden van dieren (in praktijk zagen we dat dit niet altijd voldeed aan de IOV dus mocht er niet altijd het gewenste aantal dieren worden gehouden).

In 2020 controleerden de omgevingsdiensten alle bedrijven die een kennisgeving in het kader van het Beh hadden ingediend. Steeds meer agrarische bedrijven stoppen of verminderen het aantal dieren. Vaak komt dit door de slechte financiële perspectieven, de toenemende complexiteit van de regelgeving of het ontbreken van opvolging. We zien, met name in de varkenshouderij, dat kleinere veehouderijen worden opgekocht door grotere bedrijven of bedrijven met meerdere vestingen.

Stoppersmaatregelen nageleefd

86,7%

4000

3000

Informatie overeenkomstig 4000

86%

3000

Aantal inrichtingen

■

2000

1000

14%

0 JA

Aantal inrichtingen

2. BELEIDSINFORMATIE

2.7 Stoppersmaatregelen

NEE

2000

1000

5,9% 0 JA

0,0% JA MAAR NIET NAGELEEFD

28

7,4% NEE

NIET VAN TOEPASSING

Project Intensivering Toezicht veehouderijen

Eindrapportage, alle deelnemers

29

2021

2.11 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV)

Hieronder staat het aantal veehouderijen weergegeven waarbij buiten de stal verdacht asbesthoudende materiaal is aangetroffen. Hierbij gaat het dan vaak om dakplaten of Eternitplaten voor hokafscheidingen.

In 2019 is de Verordening natuurbescherming Noord-Brabant overgegaan in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Doordat de IOV is gewijzigd in 2019 en 2020 zijn er meer gevarieerde data per diercategorie. Daarnaast zijn er mogelijkheden om gemiddeld over alle stallen te mogen voldoen of vrijgesteld te worden van emissie-eisen zoals bij natuur inclusieve landbouw. Hierdoor zal er meer variatie komen in de data waaraan stalsystemen moeten voldoen. Het grootste deel diende te voldoen in 2022 maar deze datum is verlengd naar 2024. Door de wijzigingen van de IOV zijn de data gedurende het ITv project 2 maal verschoven en zijn de cijfers niet meer correct. Daardoor is in het bestek van ITv niet goed te beoordelen in hoeverre bedrijven op dit punt al voldoen aan de IOV. Overigens geldt die verplichting ook pas met ingang van 1 januari 2024. Wel is er in andere gremia een beeld gecreëerd rond deze materie. De Taskforce Transitie Veehouderij, waarin deskundigen van de drie Brabantse omgevingsdiensten en PNB vertegenwoordigd waren, heeft een prognose opgesteld voor de aard, omvang en spreiding van de verwachte extra vergunningaanvragen tot 2024, en deze prognose tweemaal herijkt naar aanleiding van relevante ontwikkelingen.

Asbesthoudend materiaal aangetroffen

96%

4000

Aantal inrichtingen

3000

2000

1000

0

4% JA

NEE

2.10 Actualiteit BZV Onderstaande grafiek geeft weer bij hoeveel veehouderijen een vergunning is verleend in het kader van de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (BZV). Er zijn nog maar weinig vergunningen waar de BZV- onderdeel van is, aangezien dit instrument nog relatief nieuw is. In de gevallen dat een BZV is verleend leeft men deze over het algemeen goed na.

Vergunning verleend

98%

4000

3000

Aantal inrichtingen

2. BELEIDSINFORMATIE

2.9 Asbesthoudend materiaal op terrein

2000

1000

0

2% JA

NEE

30

Project Intensivering Toezicht veehouderijen

Eindrapportage, alle deelnemers

31

2021

OPBRENGST 3 JAAR ITV

3 Het ITv project is een groot succes gebleken. Er is veel waardevolle data verzameld. Deze data is gebruikt om een totaalbeeld te vormen van de sector in transitie. Zoals te zien in de hoofdstukken 1 en 2 van deze eindrapportage. Deze rapportage toont het totaalbeeld. Daarnaast is er voor elke deelnemer een afzonderlijke rapportage beschikbaar met meer en gedetailleerdere informatie. In die rapportage is bijvoorbeeld te zien hoe de deelnemer op verschillende onderdelen ‘scoort’ ten opzichte van het gemiddelde van alle deelnemers. En dan is er ook nog de ruwe data. Via het ITv portaal ontvangt elke deelnemer zijn eigen ruwe data. Deze data worden ook gebruikt om de informatievoorziening naar de toezichthouders te verbeteren. Zo heeft het Brabants Omgevingsdatalab (BOD) een veehouderij keuzettool ontwikkeld voor toezichthouders waarin gebruik is gemaakt van de data opgehaald tijdens het ITv project. Ook zijn ten behoeve van het project nieuwe digitale hulpmiddelen ontwikkeld. Daarmee is niet alleen het projectdoel behaald maar is ook inzichtelijk gemaakt welke kansen er liggen voor toezicht in de toekomst. Een toekomst waarin de informatie verzameld tijdens dit project wordt gebruikt om het toezicht op veehouderijen risicogericht en dus effectiever uit te voeren.

32

Eindrapportage, alle deelnemers

33

2021

3. OPBRENGST 3 JAAR ITV

3.1 Digitale hulpmiddelen

3.3 Tot slot

Het project heeft bruikbare digitale hulpmiddelen opgeleverd voor het toezicht en voor informatieuitwisseling. Zo is er een digitale checklist en een ITv-app ontwikkeld en is er een ITv portaal gemaakt waarin digitale rapportages eenvoudig kunnen worden gedeeld. Deze instrumenten zijn bruikbaar voor het toezicht op de veehouderij, maar ook voor het toezicht in andere sectoren. Tegelijkertijd hebben we gezien dat het gebruik van meerdere hulpmiddelen zorgt voor een grotere kans op fouten en onvolledige en onzorgvuldige data invoer. Om goede en betrouwbare data vast te leggen is het dan ook vitaal dat de medewerkers de juiste hulpmiddelen hebben. Naast de huidige diversiteit aan hulpmiddelen en systemen wordt binnen afzienbare tijd de Omgevingswet ingevoerd. Dit zal leiden tot de implementatie van een nieuw systeem binnen de ODBN en grote wijzigingen in de bestaande systemen van de OMWB en de ODZOB. Daarom zal de huidige manier van dataverzameling tijdens het ITv project worden geëvalueerd om te komen tot een herzien ontwerp voor dataverzameling dat kan worden gebruikt bij de start van risicogericht toezicht.

We kijken terug op een geslaagd project. De sector is in beeld gebracht en dat is gelukt omdat we met elkaar, provincie, gemeenten en omgevingsdiensten, erin geslaagd zijn om goed samen te werken, toezicht op een uniforme manier uit te voeren en om de verzamelde informatie snel en makkelijk toegankelijk te maken. Het project heeft zichtbaar gemaakt waar de kansen liggen voor het toezicht in de toekomst en waar goede samenwerking toe kan leiden. Nu is het zaak de komende jaren deze kansen ook weer samen te verzilveren.

3.2. Risicogericht toezicht Met het project is een stevige basis gelegd voor de overstap naar risicogericht toezicht. Er is 3,5 jaar gestructureerd data vastgelegd over de gecontroleerde veehouderijen. Deze data vormt het vertrekpunt van een nieuwe wijze van risicogericht prioriteren. Deze data wordt onderworpen aan datanalyse om deze vervolgens toe te passen in de (voorbereiding van) het reguliere toezicht. Door middel van een geavanceerde kwantitatieve analyse zullen risico indicatoren worden geïdentificeerd die worden opgenomen in een risicomodel. Door de verzamelde data te gebruiken om risico indicatoren te identificeren wordt een belangrijke stap gezet naar informatie gestuurd werken (IGW). Data wordt verrijkt tot kennis en inzicht en deze worden gebruikt om ervoor te zorgen dat de inspanning daar wordt geleverd waar het milieurisico het hoogste is. Er is sprake van risicogericht toezicht. Deze informatie gestuurde werkwijze sluit uitstekend aan bij de aanbevelingen van de Adviescommissie VTH onder leiding van Van Aartsen, de bevindingen in het rapport ‘Handhaven in het duister’ van de Algemene Rekenkamer, en de adviezen van TwynstraGudde in het rapport ‘Omgevingsdiensten in beeld’. Dankzij deze inspanningen worden snelle en grote verbeterslagen op het gebied van goede en betrouwbare data gezet, een terugkerend onderwerp in alle genoemde rapporten.

De Brabantse omgevingsdiensten gaan zich er hierbij voor inspannen te komen tot één gezamenlijk risicomodel.

34

Project Intensivering Toezicht veehouderijen

Eindrapportage, alle deelnemers

35

2021

BIJLAGE

Bijlage In deze bijlage is een tabelweergave van alle gemeenten te vinden, waarbij is aangegeven of ze wel of niet deelnemen aan het ITv-project. DEELNEMENDE GEMEENTEN

NIET DEELNEMENDE GEMEENTEN

’s-Hertogenbosch

Alphen-Chaam

Asten

Altena

Bergen op Zoom

Baarle-Nassau

Bernheze

Bergeijk

Best

Boekel

Bladel

Boxmeer

Boxtel

Drimmelen

Breda

Geertruidenberg

Cranendonck

Gilze en Rijen

Cuijk

Grave

Deurne

Halderberge

Dongen

Loon op Zand

Eersel

Oirschot

Eindhoven

Roosendaal

Etten-Leur

Someren

Geldrop-Mierlo

Vught

Gemert-Bakel

Waalwijk

Goirle

Woensdrecht

Haaren

Zundert

Heeze-Leende Helmond Heusden Hilvarenbeek Laarbeek Landerd Meierijstad

36

Project Intensivering Toezicht veehouderijen

Eindrapportage, alle deelnemers

37

2021

BIJLAGE

DEELNEMENDE GEMEENTEN

NIET DEELNEMENDE GEMEENTEN

Mill en Sint Hubert Moerdijk Nuenen, Gerwen en Nederwetten Oisterwijk Oosterhout Oss Reusel-De Mierden Rucphen Sint-Michielsgestel Sint Anthonis Son en Breugel Steenbergen Tilburg Uden Valkenswaard Veldhoven Waalre

Deelname Ja Nee

38

Project Intensivering Toezicht veehouderijen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=84e64a3b-2821-4b9e-ad38-ece548b0d154