CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

RU22.05.05E Bjilagen bij toelichting.pdf

Raadscommissie Ruimte 31 mei 2022, gemeente AstenBij agendapunt: Voorontwerpbestemmingsplan Loverbosch fase 319.944 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Loverbosch Fase 3. Stedenbouwkundig ontwerp P215765 | 08/03/22

Auteur(s): Ir. P. de Bie Ing. M.F.E.W. Rengers

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3 P215765 | 08/03/22

4

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

Inhoudsopgave 1. 1.1. 1.2. 1.3. 1.4.

Inleiding Aanleiding Natuur inclusief bouwen Plangebied Ruimtelijke context

6 6 6 7 7

2. 2.1. 2.2. 2.3. 2.4.

Ruimtelijke structuur van de omgeving Bebouwingsstructuur Landschapsstructuur Functionele structuur Waterstructuur

8 8 8 9 9

3. 3.1. 3.2. 3.2.1. 3.2.2. 3.2.3. 3.2.4. 3.2.5. 3.2.6.

Planbeschrijving Loverbosch 3 natuur inclusief Ruimtelijk concept Bestaande landschappelijke elementen handhaven en versterken Landschappelijke elementen uitbreiden  Uitbreiden waterstructuur Inrichten volgens de drie biotopen Biotopen met elkaar verbinden Woonvelden binnen een robuust landschappelijk raamwerk

10 10 12 12 12 12 14 14 14

4. 4.1. 4.1.1. 4.2. 4.3. 4.4. 4.5. 4.6.

Stedenbouwkundige uitwerking Stedenbouwkundige opzet Appartementen Openbare ruimte Velden voor nieuwe vormen van wonen Inrichting per biotoop Verkeerstructuur Parkeren

16 16 18 19 20 20 22 23

5. 5.1. 5.1.1. 5.1.2. 5.1.3.

Spelregels  Bosrijk Verblijven Voedsel (foerageren) Veiligheid, voortplanting en slapen

24 24 24 24 24

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

5.1.4. 5.1.5. 5.1.6. 5.1.7. 5.1.8. 5.2. 5.2.1. 5.2.2. 5.2.3. 5.2.4. 5.2.5. 5.2.6. 5.2.7. 5.2.8. 5.3. 5.3.1. 5.3.2. 5.3.3. 5.3.4. 5.3.5. 5.3.6. 5.3.7. 5.3.8.

Maatregelen Bedreigingen Spelregels Klimaatbestendigheid Ruimtelijke kwaliteit Kruidenrijk Verblijven Voedsel (foerageren)  Veiligheid, voortplanten en slapen  Maatregelen Bedreigingen Spelregels Klimaatbestendigheid Ruimtelijke kwaliteit  Waterrijk Verblijven Voedsel (foerageren)  Veiligheid, voortplanten en slapen Maatregelen Bedreigingen Spelregels Klimaatbestendigheid.  Ruimtelijke kwaliteit 

25 25 25 25 25 28 28 28 28 28 28 29 29 29 32 32 32 32 32 32 33 33 33

6. 6.1. 6.2. 6.3. 6.3.1. 6.3.2. 6.3.3. 6.4. 6.5. 6.6. 6.7. 6.7.1. 6.7.2. 6.7.3.

Inrichting openbare ruimte Verkeer Parkeren Water Watergangen Natuurvriendelijke oevers Wadi-landschap Natuur-inclusieve maatregelen Speelelementen Geluidwerende maatregelen Beplantingskeuzes per biotoop Bosrijk Kruidenrijk Waterrijk

36 36 44 45 45 46 47 48 51 51 52 52 53 54

5

1. Inleiding 1.1. Aanleiding De gemeente Asten heeft het planvoornemen haar dorpskern aan de oostzijde uit te breiden met de uitbreidingswijk Loverbosch fase 3. Voor ontwikkeling van Loverbosch is in het verleden een Masterplan uitgewerkt waarmee de uitgangspunten voor de ontwikkeling van Loverbosch in meerdere fases zijn vastgelegd. Inmiddels is fase 1 gerealiseerd en bevind fase 2 zich in de realisatie fase. De gemeente Asten staat voor een aanzienlijke woningbouwopgave, met name als het gaat om het realiseren van betaalbare woningen. De gemeenteraad wil actief inzetten op het versnellen van de woningbouwproductie in de gemeente. Hiertoe heeft zij op 9 maart 2021 de “Versnellingsagenda woningbouw” vastgesteld. Onderdeel van deze Versnellingsagenda is het versneld in ontwikkeling nemen van Loverbosch fase 3. Op dit moment is de gemeente begonnen met de ontwikkeling van de vervolgfase van het woongebied Loverbosch fase 3. Het volledige gebied beslaat 12 hectare en zal ruimte bieden aan circa 250 woningen. De gemeente kiest er voor om dit niet in één keer tegelijk te ontwikkelen, maar allereest op basis van een stedenbouwkundig plan een planologische procedure op te starten voor 180 woningen.

De gemeente Asten streeft ernaar om van Loverbosch fase 3 iets bijzonders te maken en heeft als thema voor de stedenbouwkundige uitwerking gekozen voor “de natuur inclusieve woonwijk” waarbij nadrukkelijk om een invulling van het plan gevraagd wordt waarbij natuur en biodiversiteit een belangrijke rol spelen.

6

1.2. Natuur inclusief bouwen Natuur inclusief wonen betekent niet alleen wonen in de natuur, maar voornamelijk wonen mét de natuur. In de stedenbouwkundige uitvraag vanuit de gemeente is aangegeven welke ‘bewonersgroepen’ in het plangebied als bewoner worden gezien. De ‘natuur’doelgroepen, in feite de medebewoners, zijn niet gedefinieerd. Om te komen tot een optimale integratie van de natuur in de wijk dienen alle toekomstige ‘bewoners’, mens, dier en plant, in het plangebied een optimale plek te krijgen. Om deze opgave vorm te geven hebben wij nadrukkelijk gekozen voor ‘natuur ontwikkelen met wonen’ als invalshoek. Om te komen tot een optimale inrichting van de wijk waarbij “de natuur” optimaal in de wijk wordt geïntegreerd zal deze natuur de leidraad vormen voor de stedenbouwkundige opzet. Daarom is gekozen om eerst een landschappelijke en ecologische structuur op te zetten alvorens de stedenbouwkundige structuur is uitgewerkt. De stedenbouwkundige structuur zal zich daardoor gaan voegen naar de groene en ecologische structuur. Een inventarisatie van de ‘natuur’ doelgroepen vormt daarbij de start van het proces als tegenhanger van het woningbouwprogramma en de versnellingsagenda woningbouw. Welke doelgroepen -planten en dieren- vormen de huidige en toekomstige mede ‘bewoners’ in het plangebied en welke eisen stellen deze

doelgroepen aan hun leefgebied. Door het optimaal inrichten van het leefgebied voor de diverse doelgroepen kan de wijk daadwerkelijk natuur inclusief worden en blijven, en kunnen mens, dier en plant met elkaar wonen en bewegen in één gebied.

Ligging plangebied

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

1.3. Plangebied Het plangebied ligt aan de oostzijde van Asten, grofweg tussen de Koestraat en de N279 en is momenteel in gebruik als Akkerbouw gronden. Aan de noordzijde van het plangebied bevindt zich het volkstuinen complex van de eerste volkstuinenvereniging Asten. Aan de zuidzijde wordt het plangebied begrensd door agrarische percelen. Het plangebied is aan de zuid- en westzijde begrensd door de Beekerloop. Aan de oostzijde, tegen de N279 en centraal op de kavel, bevind zich een kleine bosschage met houtopstanden van eik, dennen, berken e.d. Aan de westzijde wordt het plangebied begrensd door de Koestraat met een robuuste laanstructuur. Tevens is aan de westzijde een beeldbepalende waardevolle Eik welke in de uitwerking behouden dient te blijven.

1.4. Ruimtelijke context Asten is ontstaan op de flank van een dekzandrug aan de rand van het beekdal van de beek de Aa. Dergelijke plekken hadden eigenschappen welke erg gunstig waren voor bewoning en landbouw waardoor hier verschillende nederzettingen zijn ontstaan. Vanuit de nederzetting is het zandgebied ontgonnen; eerst direct rond de kern en later in een steeds wijder gebied, totdat in de 20e eeuw ook de omliggende heide en het veen ontgonnen werden. Loverbosch is gelegen aan de oostelijke zijde van de kern, op de overgang van de oudere naar de jongere zandontginningen. Op een topografische kaart van 1911 is te zien dat het gebied voornamelijk bestond uit een afwisseling van graslanden met een fijnmazige kavelbeplanting en bouwland. De verkaveling was zeer onregelmatig en lag als een soort mozaïek door het landschap. Op de historische kaarten is de Beekerloop ook duidelijk waarneembaar, ook toen al in gekanaliseerde vorm. Deze watergang had als belangrijke functie het bevloeien van de graslanden en het afvoeren van overtollig water. Het agrarische lint de Koestraat is ook goed zichtbaar op deze kaarten weliswaar in een meer grilliger verloop, toen in latere tijdsperiodes het agrarisch gebruik steeds functioneler werd ingericht is de Koestraat getransformeerd naar een rechte agrarische ader welke tot op heden aanwezig is. Plangebied

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

7

2. Ruimtelijke structuur van de omgeving 2.1. Bebouwingsstructuur De planlocatie voor de derde fase Loverbosch is momenteel onbebouwd. De huidige bebouwing van het gebied direct rond deze bouwlocatie bestaat voornamelijk uit boerderijen en vrijstaande bebouwing van, Loverbosch fases 1 & 2, langs de uitvalswegen naar de Voordeldonk, gelegen ten zuiden van het plangebied, en de Stegen, en de genoemde uitbreidingswijken. De voorgestane ontwikkeling sluit aan bij de woonfunctie van de aan de Westzijde grenzende eerste en tweede fase van Loverbosch. Momenteel wordt het gebied nog niet ontsloten door wegen anders dan de aangrenzende Koestraat. In de derde fase van Loverbosch wordt een nieuwe hoofdontsluiting gezocht aansluitend op de bestaande infrastructuur. Om de woonkwaliteit in fases 1 en 2 te waarborgen zal deze nieuwe hoofdontsluiting bij voorkeur niet via het woongebied van Loverbosch fase 1 en 2 lopen.

2.2. Landschapsstructuur Loverbosch ligt ten oosten van de bestaande bebouwde kom in het voormalige beekdal van de Beekerloop. De locatie bestaat uit gronden die in gebruik zijn als grasland en bouwland (akker). Buiten de planlocatie voor fase 3 zijn in het gebied verschillende fiets- wandel- en ruiterroutes aanwezig. Ook liggen er onverharde paden langs water, bomen en weilanden. De oorspronkelijke grillige en kleinschalige verkaveling is grotendeels verdwenen met de ruilverkavelings-periode. Wat er nog aan herinnert aan het oude landschap, is de typerende aaneenschakeling van veldjes en kleine populierenbossen die een reeks coulissen en doorzichten vormt en zo de overgang tussen het dorp en het buitengebied vormgeeft. Het landschap is zodoende altijd dichtbij. Midden door het masterplan Loverbosch, van de Stegen (noord) naar de Voordeldonk (zuid) ligt de Koestraat: een smalle landweg met aan weerszijden greppels en aan één zijde een robuuste rij eikenbomen. De bestaande populierenbosjes en paardenweitjes, vormen de rand van het dorp. Hier is de nieuwbouw van de eerste fase van Loverbosch aan toegevoegd en wordt fase 2 nu gerealiseerd. Aan de oostzijde van Loverbosch fase 1 en fase 2 wordt, ten oosten van de Koestraat nu Loverbosch fase 3 voorzien.

8

Landschappelijke elementen

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

2.3. Functionele structuur De locatie bestaat uit gronden die in gebruik zijn als grasland en bouwland (akker). Binnen de plancontour voor fase 3 zal de agrarische functie geheel komen te vervallen ten behoeven van woningbouw met een natuurlijke inrichting. De bosschage, centraal aan de oostzijde gelegen, zal worden behouden evenals de monumentale eikenboom aan de westzijde van het plangebied. De gronden gelegen aan de zuidzijde van fase 3 tot aan de Voordeeldonk zullen als agrarische gronden in gebruik blijven. Aan de noordzijde bevindt zich het volkstuinen complex van de ‘Eerste Volkstuinenvereniging Asten’. In het plangebied wordt uitsluitend woningbouw voorzien en de bijbehorende infrastructurele, groene- en ecologische structuren. Als gekeken wordt naar de functionele structuur op kernniveau is waarneembaar dat het plangebied wordt begrensd door woonfuncties aan de westzijde en bedrijfsmatige functies binnen bedrijventerrein Florapark aan de noordzijde. Meerdere (basis)voorzieningen zijn gelegen op zo’n 1,5km afstand van de planlocatie, voornamelijk in westelijke richting in- en rond het centrum van Asten. In zuid-westelijke richting vanuit het plangebied zijn enkele basisscholen gelegen welke een gunstige ligging kennen ten opzichten van het plangebied.

Het realiseren van een veilige en aantrekkelijke fiets-/wandelverbinding kan schoolgaande kinderen de mogelijkheid bieden op een veilige manier met de fiets of te voet naar school te gaan. Tevens wordt middels het zoeken van aansluitingen op fiets en wandelroutes de verbinding naar het centrum aantrekkelijker gemaakt voor de fiets en te voet.

Ligging ten opzichten van centrum

2.4. Waterstructuur Het gebied Loverbosch ligt binnen het beheergebied van Waterschap Aa en Maas. In het gebied liggen diverse watergangen waaronder A en B watergangen. De Beekerloop (een A-watergang) begrensd het gebied van oost naar west. Het beekdal van de Beekerloop is over het algemeen vrij breed en ondiep. De grondwaterstanden in het gebied zijn relatief hoog. Daardoor heeft het stelsel van watergangen in het gebied een belangrijke functie voor de afvoer van water in nattere perioden. Momenteel is het waterschap bezig delen van de Beekerloop opnieuw in te richten waarbij tegelijkertijd natuurvriendelijke oevers gerealiseerd worden. De herinrichting van de Beekerloop binnen het plangebied wordt meegenomen in het stedenbouwkundig ontwerp voor Loverbosch fase 3.

Fase 2 Fase 1

Verkeernetwerk

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

9

3. Planbeschrijving 3.1. Loverbosch 3 natuur inclusief Voor de inrichting van Loverbosch fase 3 heeft de gemeente besloten om uit te gaan van een natuur inclusief stedenbouwkundig concept. Voor de opzet van een natuur inclusieve wijk is er een soorten matrix van de basis soorten, zoals deze voorkomen in het plangebied, opgezet. Deze zijn aangedragen door Staro na het doen van onderzoek welke diersoorten gezien kunnen worden als “inwoner” van het plangebied of welke soort er zich mogelijk zou kunnen vestigen na een natuur inclusieve inrichting. Voor deze soorten is in onderstaande tabel aangeven wat het leefgebied van de betreffende soorten is. Uitgaande van de leefgebieden voor de basis soorten is een indeling op te stellen voor de gewenste voorzieningen t.a.v. habitatsfuncties, elk met een specifieke functie en inrichtingseisen. -

Voortplanting en verblijfplaats; Veiligheid; Foerageren.

Deze habitatsfuncties kunnen worden ondersteunt met diverse maatregelen en waarbij specifieke plantsoorten en inrichting een bepalende rol hebben. Naast de inrichtingseisen zijn er ook beheer maatregelen noodzakelijk om de instandhouding van de leefgebieden te waarborgen. Bovenstaande inrichtingseisen zijn door vertaald naar diverse biotopen waarin de doelsoorten zich het best kunnen ontwikkelen en handhaven. Hiervoor zijn binnen het plangebied een drietal kern biotopen ingericht. De biotopen volgen daarbij de contouren van het bestaande landschap. Voor de biotopen is, in combinatie met ecologische en landschappelijke structuren, een driedeling in het plangebied opgezet: 1: Het Bosrijke biotoop, gelegen langs de provinciale weg op de hogere gronden en aansluitend aan de al aanwezige boselementen 2: Het kruidenrijke biotoop: gelegen op het lagere deel van het plangebied en vormt daarmee een overgang naar het 3e vegetatie type 3: Het waterrijke biotoop: dit gebied is gelegen in het lagere deel van het plangebied waarbij de oude beekloop aanleiding is voor de inrichting van het gebied.

10

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

Soortenmatrix Staro

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

11

3.2. Ruimtelijk concept

3.2.3. Uitbreiden waterstructuur

Het ruimtelijk concept voor Loverbosch fase 3 is naast bovengenoemde uitgangspunten gebaseerd op het thema natuur inclusief bouwen. Hiervoor is eerst door Staro geïnventariseerd welke waarden er momenteel in het gebied aanwezig zijn waarna deze als startpunt aangemerkt zijn om als kapstok voor de ontwikkeling te dienen. Van waaruit het ontwerp voor de landschappelijk/ecologische inrichting is voortgevloeid.

De bestaande waterstructuur binnen en rondom het plangebied wordt aangesterkt en uitgebreid. De bestaande slotenstructuur aan de randen van het plangebied wordt aangesterkt middels natuurvriendelijk oeverontwerp waarbij er uitgegaan wordt van een geleidelijke overgang tussen water en land met daarbinnen diverse zoneringen elk met andere beplanting. Hiermee wordt er aangehaakt op het voornemen van het waterschap om de Beekerloop en aansluitende watergangen natuurvriendelijk in te richten. Centraal wordt het oorspronkelijke tracé van de Beekerloop als referentie teruggebracht middels het realiseren van een uitgebreid wadi-landschap welke het originele tracé volgt.

3.2.1. Bestaande landschappelijke elementen handhaven en versterken Binnen het plangebied zijn verschillende landschappelijke elementen te vinden. Gezien de ecologische waarden die de elementen met zich mee dragen is ervoor gekozen deze als hoofdelement van het ruimtelijk concept te benaderen. Daarmee worden de elementen behouden / versterkt en komen bestaande ecologische waarden niet in het geding.

3.2.2. Landschappelijke elementen uitbreiden Aan de oostelijke rand van het plangebied bevinden zich een tweetal bosschages (een centraal in het gebied en een aan de rand binnen het terrein van het volkstuinencomplex). In de loop der tijd hebben zich verschillende flora en fauna zich binnen deze bosschages gehuisvest. Middels het onderling verbinden van de bosschages door een robuuste groene zone aan te brengen ontstaan er mogelijkheden tot migreren door het plangebied wat natuurlijke successie bevorderd. Als bijkomend voordeel biedt de groene omkadering een bufferzone tussen de N279 en het (toekomstig)woongebied. De groene omkadering dient tevens als uitgangspunt voor het landschappelijke casco.

12

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

Bestaande landschappelijke elementen

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

Uitbreiden landschappelijke elementen

Terugbrengen oude tracé Beekerloop

13

3.2.4. Inrichten volgens de drie biotopen Binnen de bovengenoemde landschappelijke kaders kan de driedeling in de biotopen worden aangeduid. De begrenzing van de biotopen zijn geen harde begrenzingen. De gebieden zullen geleidelijk aan in elkaar overlopen waarbij er hotspots worden gerealiseerd waar verschillende biotopen samenkomen en een grote diversiteit aan flora en fauna te vinden zal zijn. De diversiteit tussen de drie biotopen zal zich voornamelijk uiten in de inrichting van de openbare ruimte.

3.2.5. Biotopen met elkaar verbinden Vervolgens zijn de landschappelijke elementen en de biotopen aan elkaar gekoppeld middels grote robuuste groenzones. Deze zijn ruim opgezet en zullen dienen als migratieaders binnen het plangebied. Vanwege de aard van deze zoneringen zal de aanwezigheid van verharding en parkeren binnen deze zonering beperkt worden, waarmee flora en fauna voldoende ruimte krijgt om door het gebied te foerageren. Aan de inrichting van de “migratieaders” zullen de aanbevelingen van Staro ten grondslag liggen.

3.2.6. Woonvelden binnen een robuust landschappelijk raamwerk De ruimtelijke opzet die ontstaat vanuit het landschappelijke raamwerk leidt tot een onderverdeling in de volgende woonvelden. De woonvelden worden dusdanig ingedeeld dat deze een optimale relatie genieten met het landschappelijke raamwerk waarmee een woonmilieu ontstaat dat in optimale mate van de verschillende landschappelijke elementen kan profiteren. Tevens wordt het landschappelijk wonen voor de toekomstige bewoners nog tastbaarder.

14

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

Verdelen biotopen

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

Maken migratieaders

Bouwvelden

15

4. Stedenbouwkundige uitwerking 4.1. Stedenbouwkundige opzet In de stedenbouwkundige opzet is uitgegaan van een opzet waarbij er zo veel als mogelijk gezocht wordt naar een relatie tussen de bebouwing en het ruim opgezette landschappelijk raamwerk. Vanwege het ruime landschappelijk raamwerk zijn de woonvelden intensiever verkaveld waarbij er een differentiatie gezocht is tussen verschillende bebouwingstypologieën. Er is gekozen om aaneengesloten bebouwing te beperken tot maximaal 5 woningen in een rij waarmee een speels straatbeeld ontstaat en lange doorlopende gevelvoering beperkt wordt. Tezamen zullen er verspringingen in de rooilijnen plaats vinden waarmee strakke lijnen binnen het landschappelijk raamwerk voorkomen worden. Binnen de woonvelden worden de gebieden als woonerf aangeduid waarmee de voetganger en fietser hier centraal staat en bewoners kunnen flaneren door het dwaalmilieu dat hier te vinden is, de auto is te gast. Gekoppeld aan de woonerven en het dwaalmilieu is centraal door het plangebied een fietsroute gesitueerd welke een noord-zuid verbinding vormt en een aansluiting vormt op de fietsroute naar het centrum. De fietsroute buigt af richting de Koestraat waar deze verder naar het noorden zal lopen. Aan de zuidzijde sluit de fietsroute weer aan op de hoofdontsluiting en vervolgens op de Koestraat aan de zuidzijde.

Van waaruit bewoners naar de zuidelijk gelegen scholen kunnen fietsen of wandelen.

Stedenbouwkundig ontwerp

16

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

17

4.1.1. Appartementen Binnen het plan zijn een aantal appartementen gebouwen opgenomen. Door een maximale bouwhoogte van vier lagen te hanteren (drie woonlagen en één half verdiepte parkeerlaag) blijven de volumes van de appartementen gebouwen beperkt. De maatvoering van de gebouwen is dusdanig dat deze flexibel in te delen zijn en er een breed scala aan appartementen mogelijk is. De situering maakt het mogelijk deze te koppelen aan een geluidswerende functie t.b.v. geluid van de N279. Middels het implementeren van natuur inclusieve maatregelen in de bouwmassa’s zijn deze inpasbaar in het bosrijke landschap en blijft de impact op de flora en fauna beperkt. Te denken valt aan: -

Groene daken Gevelgroen Nestgelegenheden in de gevels voor vogels en vleermuizen Bloembakken Insectenhotels

Noordelijke appartementen

Tevens is het zaak dat de uitstraling van de bouwwerken inpasbaar is binnen het bosrijke wonen door gebruik van natuurlijke materialen. Tussen de appartementen is parkeren gesitueerd welke ingepakt zijn middels een grondwal met een geluidscherm. Hiermee vormt de volledige breedte van de appartementen met bijhorende tussenruimte een geluidswerend element.

Zuidelijke appartementen

18

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

4.2. Openbare ruimte Het landschappelijke casco vormt de basis voor de openbare ruimte en de overgang tussen de woonvelden en de landschappelijke inrichting. Binnen het casco komen voorzieningen voor de mens en dier te liggen. Daarnaast vormt het casco het primaire leefgebied voor de aanwezige (en mogelijk toekomstige) flora en fauna. Binnen het plangebied worden de aanwezige structuren gebruikt voor het opzetten van de stedenbouwkundige inrichting. De ecologische verbindingen tussen de biotopen worden gevormd door een aantal migratieaders welke in diverse richtingen door het plangebied lopen. Daarbij vormt een bosrijke rand langs de provinciale weg een ecologische verbinding van noord naar zuid waarbij de bestaande boselementen aan de noordzijde en binnen het plangebied met elkaar worden verbonden. De robuuste migratieaders vormen naast de bosrand en waterranden het voornaamste, en gewenste foerageergebied binnen het plangebied. De aders kennen een oost west oriëntatie waarbij ze vanaf het bosrijke biotoop via het kruidenrijke biotoop naar het waterrijke biotoop lopen. Hierbij neemt de intensiteit van de beplantingselementen af van oost naar west en krijgt deze in toenemende mate een open karakter.

Vanzelfsprekend zal er gekozen worden voor een gebiedseigen beplanting en zal het sortiment aansluiten op het betreffende biotoop, hetgeen later in het hoofdstuk openbare ruimte nader gespecificeerd wordt. Naast de robuuste migratieaders wordt het groen ook de woonvelden ingetrokken. Middels deze “groene vingers” ontstaat er ook binnen de woonvelden een rijk landschappelijk woonmilieu. De groene vingers zullen meer ingedeeld worden als gebruiksgroen met onder andere speelelementen e.d. Hiermee zijn de migratieaders primair voor de flora en fauna, zonder dat bewoners een gebrek aan gebruiksgroen ervaren.

Landschappelijk casco

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

19

4.3. Velden voor nieuwe vormen van wonen Binnen het plan is aan de noord west zijde ruimte gereserveerd voor nieuwe vormen van wonen. Te denken valt aan tiny houses, energie neutrale woningen, zelfvoorzienend wonen e.d. Dit veld zal nader uitgewerkt worden. Bij de nadere uitwerking is het van belang dat het natuur inclusieve karakter van de wijk in acht genomen wordt en hier aansluiting op wordt gezocht.

4.4. Inrichting per biotoop Binnen het plan zijn een drietal biotopen beoogd welke geleidelijk in elkaar over lopen elk passend bij het thema natuur inclusief bouwen. De biotopen zijn aan de hand van de huidige aanwezige ruimtelijke invloeden, landschappelijke waarden en het ecologisch onderzoek van Staro vastgesteld als: Bosrijk wonen aan de oostelijke rand; Kruidenrijk wonen in het binnengebied; Waterrijk wonen aan de westelijke, noordelijke en zuidelijke rand. De biotopen worden onderling gedifferentieerd aan de hand van uitstraling en positionering van bebouwing, inrichting in de openbare ruimte, beplanting typologieën en sortiment en materialisatie in de openbare ruimte. Hierbij is het van belang dat de openbare ruimte en de erven volgens de eisen van de soortenmatrix worden ingericht waarmee er een onderlinge samenhang ontstaat tussen de nieuwe woonontwikkeling en de aanwezige flora en fauna binnen het gebied. Om te waarborgen dat de biotopen aan de minimale eis van natuur inclusief bouwen voldoen zijn er per biotoop een stel spelregels opgesteld. Aan de hand van de opgestelde spelregels kan er worden getoetst of voorgenomen bouwplannen voldoen aan de gestelde eis voor biodiversiteit. Woonvelden per thema

20

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

Figuur 1 Hier figuurtekst invoeren

Figuur 1 Hier figuurtekst invoeren

Figuur 1 Hier figuurtekst invoeren

Figuur 1 Hier figuurtekst invoeren

Figuur 1 Hier figuurtekst invoeren

Figuur 1 Hier figuurtekst invoeren

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

21

4.5. Verkeerstructuur Er is gekozen voor een verkeerstructuur waarbij een onderverdeling is gemaakt in een hoofdontsluiting, veldontsluiting en langzaam verkeergebieden in de vorm van woonerven. De hoofdontsluiting is de centrale ader welke van noord naar zuid het plangebied doorloopt. Deze krijgt aansluiting op de Koestraat. De hoofdader heeft een vrije ligging ten midden van het wadi-landschap. Reden hiervoor is de aansluiting op een eventuele fase 4 & 5 waarmee er een aanzienlijke toename in het aantal verkeersbewegingen zal plaatsvinden. Om het woonmilieu hier niet onder te laten leiden is gekozen de ader los te leggen. Tevens voorkomt de ligging met aan weerszijden een wadi dat er ongewenst langsparkeren voorkomt op de ader. Om te voorkomen dat de ader een barrière wordt binnen het plangebied voor zowel de bewoners als de dieren zullen er verschillende voorzieningen moeten worden getroffen zoals: −

Faunapassages

−

Voldoende oversteekplaatsen

−

Goede landschappelijke inpassing

Vanaf de hoofdontsluiting lopen de veldontsluitingen welke de primaire ontsluitingen van de woonvelden vormen. Deze hebben een smaller straatprofiel waarmee de impact op de openbare ruimte beperkt blijft. Naast het smallere straatprofiel zal een andere materialisatie ertoe bijdragen de differentiatie in ontsluitingen weer te geven. Aangesloten op de veldontsluitingen zijn de trottoirs gesitueerd. Deze krijgen een natuurlijke uitstraling middels een goede afstemming in materialisatie met het betreffende biotoop waar deze in ligt. Op sommige plekken is gekozen voor een extra breed trottoir welke ook toegankelijk zijn voor de auto om bijvoorbeeld boodschappen uit te laden alsmede voor hulp, bezorg- en verhuisdiensten. Deze gelden als woonerven waarbij de auto nadrukkelijk te gast is. In het straatprofiel zullen maatregelen getroffen worden welke moeten voorkomen dat men langs deze brede trottoirs kan parkeren. Zie hoofdstuk openbare ruimte.

Fietsroute Hoofdader Secundaire ader Verkeersysteem

22

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

4.6. Parkeren Het parkeren wordt voornamelijk gecentraliseerd in parkeerkoffers en op eigen terrein. Hiermee wordt parkeren in het straatbeeld beperkt en blijft het natuurlijke karakter van de wijk de boventoon houden. Middels een centrale ligging van de koffers blijven deze toegankelijkheid voor elke bewoner. Het langsparkeren wordt tot een minimum beperkt en krijgt een dusdanige inrichting dat deze geen afbreuk doet aan het natuurlijke karakter van de wijk. Tevens wordt het straatprofiel dusdanig ingericht dat “wildparkeren” ontmoedigd wordt.

Parkeerplaats Parkeren op eigen terrein

Parkeren

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

23

5. Spelregels Spelregels natuur inclusief bouwen Loverbosch fase III Bij het ontwerpen van de woonwijk Loverbosch fase III staat het “natuur inclusief” bouwen voorop. Dit betekend dat de natuur de basis vormt voor de inrichting van de wijk en dat het gebruik van de ruimte zich voegt naar de ontwerpregels van de natuur. In het plangebied worden drie biotopen geïntroduceerd, te weten:

5.1.1. Verblijven

Het bosrijke deel vormt het robuuste opgaande landschappelijke deel van het plangebied. Binnen dit deel wordt een grote soortenrijkdom voorzien van waarvandaan deze naar de overige biotopen kunnen migreren. Het bestaande bosschage is aangegrepen en aangevuld.

Binnen het biotoop zullen voornamelijk de volgende soorten voorkomen: Huismus en algemene vogelsoorten zoals: Merel, Roodborst, Mees; Diverse Amfibieën; Algemene vlindersoorten; Wantsen, spinnen en kevers en overige insecten; Vleermuizen; Zoogdieren zoals: Haas, Konijn, Marterachtige, Bunzing, muizensoorten.

5.1.2. Voedsel (foerageren)

•

Bosrijk

•

Kruidenrijk

-

•

Waterrijk.

-

Voor deze 3 biotopen zijn ontwerpregels opgesteld welke ingericht zijn voor de flora fauna middels het basisprincipe van de 3 V’s te weten: verblijfplaatsen, voedsel en veiligheid. In onderstaande spelregels is tevens toegelicht waar de verschillende diersoorten het specifieke biotoop (hoogstwaarschijnlijk) gaan gebruiken. Omdat het gebied een aaneengesloten leefgebied wordt kan er niet gezegd worden dat een specifiek gebied per definitie voor een bepaalde soort is ingericht. Er wordt gekeken hoe het gebied door de doelsoorten gebruikt wordt waarna er specifieke maatregelen worden genomen die het gebruik ondersteunen. Overigens biedt deze aanpak niet alleen een rijk en divers leefgebied voor de flora en fauna maar biedt het ook een interessant woonmilieu voor de toekomstige bewoners van Loverbosch fase 3.

24

5.1. Bosrijk

Huismus en algemene vogelsoorten zoals: Merel, Roodborst, Mees: Algemene vlindersoorten; Wantsen, spinnen, kevers en overige insecten; Vleermuizen; Zoogdieren zoals: Haas, Konijn, Marterachtige, Bunzing, muizensoorten.

5.1.3. Veiligheid, voortplanting en slapen -

Huismus en algemene vogelsoorten zoals: Merel, Roodborst, Mees; Zoogdieren zoals: Haas, Konijn, Marterachtige, Bunzing, muizensoorten.

Bosrijk

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

5.1.4. Maatregelen Voldoende bomen (besdragend) struiken en struwelen aanplanten tezamen met een mix van grassen en kruiden voor nestmateriaal. Voor de vlindersoorten is een mantelzoom vegetatie van belang. Voor de diverse zoogdieren is het van belang voldoende rustige plekken te creëren. Het niet toegankelijk maken van het bestaande bosschage voor mensen kan hieraan bijdragen. Het toepassen van een hogere plantdichtheid en gemengde brede hagen liefst met wintergroen draagt hieraan bij. Daarnaast aanplanten van inheemse grassen, kruidige planten en inheemse bomen. Struiken en struwelen in kunnen in lijnen worden aangeplant waar mogelijk. Incidenteel kunnen er op strategische plekken takkenrillen worden geplaatst en op de overgang naar bos kan er gekozen worden voor korter natuurlijk grasland. Verder is tijdens het ecologisch onderzoek geconstateerd dat deze zijde van het plangebied momenteel gebruikt wordt als migratieroute voor de das welke van noordelijke richting naar zuidelijke richting beweegt langs de N279. Middels bovengenoemde maatregelen wordt ook de migratieroute van de das verrijkt.

5.1.6. Spelregels -

-

-

5.1.5. Bedreigingen Voor voldoende natuurlijke successie is het van belang de volgende bedreigingen in acht te nemen. Wanneer er onvoldoende dekking en schuilmogelijkheden aanwezig zijn kunnen de doelsoorten zich niet voldoende schuil houden. Het te vroeg- en te intensief maaien/snoeien van de grassen, struiken en bomen is onwenselijk. Specifiek voor de insectenen vlindersoorten is het gebruik van gif en bestrijdingsmiddelen een bedreiging. Bolvormige verlichting verstoort de nachtrust van verschillende doelsoorten en is specifiek voor de Vleermuis een verstoring.

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

-

-

Binnen de Migratieaders krijgt Flora Fauna voldoende ruimte voor natuurlijke successie. De bestaande bosschages worden beschermd en zijn niet toegankelijk voor de mens om een rustig leefgebied voor doelsoorten te garanderen, De (eventuele)migratieroute voor de Das wordt afgeschermd en is niet toegankelijk voor mensen. Vleermuizen zijn nacht actieve dieren en kunnen negatieve effecten ervaren van openbare verlichting. Het gebruik van openbare verlichting dient te worden afgestemd op het leefklimaat van de vleermuizen. Straatverlichting wordt derhalve naar beneden gericht. Bolvormige verlichting welke de ruimte in schijnen zijn niet toegestaan. Het gebruik van LED verlichting is denkbaar aangezien deze gericht kan worden. Wel is het van belang te kijken naar kleur en lichtsterkte. Hier is verschillende documentatie over te vinden. Grondgebonden zoogdieren als egel, konijn, steenmarter en bunzing zijn niet uitgesloten als inwoners van deze biotoop, snoeisel e.d. vormen specifieke onderdelen van het leefgebied van de egel. Het is daarom wenselijk deze in de herfst/ winter te laten liggen in de bosrand. De vegetatie in de bosrand is aangeplant als mantel/zoom vegetatie om een rijk en divers leefgebied te realiseren voor de doelsoorten. Op strategische plekken worden nestgelegenheden vleermuizen gerealiseerd.

5.1.7. Klimaatbestendigheid -

-

toepassen van klimaat regulerende maatregelen als dakoverstekken en veranda’s voor schaduwwerking. stimuleren van het aanbrengen van dak- en gevelgroen. Stimuleren van het zo min mogelijk toepassen van verharding in de voortuinen.

5.1.8. Ruimtelijke kwaliteit -

-

-

-

Erfafscheidingen van natuurlijke materialen waarbij voorzieningen worden opgenomen voor huisvesting zoogdieren vogels en insecten. Bijvoorbeeld aanbrengen wilgentenen, houtschors korven e.d. Gebruik van natuurlijke bouwmaterialen, baksteen en hout. Panden binnen de bosrand dienen een groen dak te krijgen. Het gebruik van gemetselde erfafscheidingen en schuttingen is onwenselijk en derhalve niet toegestaan. Parkeren op plekken waar dit niet wenselijk is wordt zo veel als mogelijk ontmoedigd. Binnen het hoofdstuk Openbare ruimte zullen hier specifieke handvatten voor worden opgenomen zoals aangedragen door Sweco. Om het leefgebied van grondgebonden zoogdieren te vergroten kunnen er erfafscheidingen worden toegepast welke een opening aan de grond hebben.

25

26

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

27

5.2. Kruidenrijk

5.2.1. Verblijven

5.2.4. Maatregelen

Het kruidenrijke biotoop vormt het verbindende biotoop tussen het bosrijke en het waterrijke deel van het plangebied. Binnen dit biotoop zijn tevens de grootste delen van de migratieaders te vinden. Binnen het kruidenrijke landschap zullen voornamelijk bloem/kruidenrijke grassen, struiken en meer losstaande bomen te vinden zijn.

Binnen het biotoop zullen voornamelijk de volgende soorten voorkomen Huismus en andere vogelsoorten zoals de Merel, Roodborst, mezensoorten, Diverse amfibieën; Insectensoorten; Vlindersoorten zoals Atalanta, gehakkelde Aurelia, Dagpauwoog, Oranje tipje en Kleine vos; Wilde bijen en hommels; Wantsen, spinnen en kevers.

Aanplanten van inheemse grassen, kruiden, bloemenvelden, struiken en solitaire bomen. Bloeiende kruiden, struiken en bomen zijn van groot belang voor de insecten, vlinder en bijenstand binnen het plangebied. Voor vleermuizen en de Gierzwaluw kunnen (kunstmatige)nestgelegenheden worden geplaatst.

5.2.2. Voedsel (foerageren) -

Huismus en andere algemene vogelsoorten; Algemene vlindersoorten; Wilde bijensoorten; Diverse vleermuis soorten; Zoogdieren zoals Bunzing, Konijn, Haas, Egel.

5.2.5. Bedreigingen Voor voldoende natuurlijke successie is het van belang de volgende bedreigingen in acht te nemen. Wanneer er onvoldoende dekking en schuilmogelijkheden aanwezig zijn kunnen de doelsoorten zich niet voldoende schuil houden om predatie te voorkomen. Het te vroeg- en te intensief maaien/snoeien van de grassen, struiken en bomen is onwenselijk. Voorkomen moet worden dat er te weinig overlap is in de bloeiperiode van de nectorplanten. Specifiek voor de insecten- en vlindersoorten is het gebruik van gif en bestrijdingsmiddelen een bedreiging.

5.2.3. Veiligheid, voortplanten en slapen -

Diverse Amfibieën; Huismus en andere algemene vogelsoorten; Gierzwaluw; Diverse vleermuis soorten; Zoogdieren zoals Bunzing, Konijn, Haas, Egel.

Kruidenrijk

28

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

5.2.6. Spelregels -

-

-

-

-

-

Binnen het kruidenrijke landschap wordt een mix voorzien van bloemrijk grasland, nectar beplanting, inheemse struiken en een combinatie van (bloeiende)bomenrijen met natuurlijke berm en solitairen. Het kruidenrijke landschap biedt een foerageergebied voor diversie insecten, vlindersoorten, bijensoorten, grondgebonden zoogdieren en vogels waaronder de Huismus en algemene vogelsoorten. Het is van belang dat het gebied voldoende jaarrond voedsel te bieden heeft voor de soorten om te kunnen dienen als foerageergebied, De inrichting komt overeen met de wensen van de (bovengenoemde) doelsoorten. Takkenrillen bieden schuilmogelijkheden voor diverse insecten en worden op strategische plekken geplaatst (zie hoofdstuk Openbare ruimte). Binnen het gebied worden op strategische plekken insectenhotels geplaatst. Het gebruik van gif is onwenselijk. Het kruidenrijke landschap wordt extensief beheerd om natuurlijke successie mogelijk te maken. Om te voorkomen dat de hoofdweg een barrière vormt voor het migreren van de doelsoorten kunnen er in het verlengde van de migratieaders faunapassages onder de weg door aangebracht worden. Wanneer er kunstmatige nestgelegenheden worden aangebracht voor de Zwaluw of Vleermuis dienen deze minstens 3 meter van de grond af geplaatst te worden. Hier geldt hoe hoger op de gevel hoe beter.

Tevens mogen er geen obstakels aanwezig zijn in de buurt van de nestkasten.

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

-

-

-

De voorkeur is de nestkasten in het najaar op te hangen zodat de vogels al kunnen wennen aan de kasten. De voorkeur geniet de invliegopening op het noordoosten te oriënteren vanwege bezonning uit het zuiden en de (voornamelijk) zuidwesten wind in Nederland. Vleermuizen zijn nacht actieve dieren en kunnen negatieve effecten ervaren van openbare verlichting. Het gebruik van openbare verlichting dient te worden afgestemd op het leefklimaat van de vleermuizen. Straatverlichting wordt derhalve naar beneden gericht. Bolvormige verlichting welke de ruimte in schijnen zijn niet toegestaan. Het gebruik van LED verlichting is denkbaar aangezien deze gericht kan worden. Wel is het van belang te kijken naar kleur en lichtsterkte. Hier is verschillende documentatie over te vinden.

-

-

-

Gebruik van natuurlijke bouwmaterialen, baksteen en hout. Het gebruik van gemetselde erfafscheidingen en schuttingen is onwenselijk en derhalve niet toegestaan. Parkeren op plekken waar dit niet wenselijk is wordt zo veel als mogelijk ontmoedigd. Binnen het hoofdstuk Openbare ruimte zullen hier specifieke handvatten voor worden opgenomen zoals aangedragen door Sweco. Om het foerageergebied van grondgebonden zoogdieren te vergroten kunnen er erfafscheidingen worden toegepast welke een opening aan de grond hebben.

5.2.7. Klimaatbestendigheid -

-

toepassen van klimaat regulerende maatregelen als dakoverstekken en veranda’s voor schaduwwerking. stimuleren van het aanbrengen van dak- en gevelgroen. Stimuleren van het zo min mogelijk toepassen van verharding in de voortuinen.

5.2.8. Ruimtelijke kwaliteit -

Erfafscheidingen van natuurlijke materialen waarbij voorzieningen worden opgenomen voor huisvesting zoogdieren vogels en insecten. Bijvoorbeeld aanbrengen wilgentenen, houtschors korven e.d.

29

30

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

31

5.3. Waterrijk

5.3.1. Verblijven

5.3.4. Maatregelen

Het waterrijke biotoop vormt het westelijke deel van het plangebied. Binnen het gebied wordt een wadilandschap (tijdelijk water) afgewisseld met de Beekerloop (permanent water) wat een rijk en divers biotoop vormt. Het plangebied wordt gecomplimenteerd middels solitairen, kruidengrassen, bes-dragende struiken, oeverbeplanting en natuurvriendelijke oevers.

Binnen het waterrijke biotoop worden voornamelijk de volgende soorten voorzien: Huismus en algemene vogelsoorten; Diverse Amfibieën zoals de Alpenwatersalamander, Bruine kikker, gewone Pad, Bastaardkikker; Wilde bijen en andere insectensoorten; Vissoorten.

Het is van belang een gezonde mix te hebben van beschutte stukken water en open stukjes water. De natuurvriendelijke oevers worden uitgevoerd volgens het principe van natuurvriendelijk oeverontwerp. Dit betekend dat er een geleidelijke overgang is tussen oever en water. Deze is vervolgens verdeeld over een aantal zoneringen elk met eigen sortiment en functie. In de ‘Handreiking natuurvriendelijke oevers’ is dit principe verder uitgediept en toegelicht. Kale kort gemaaide wadi’s zijn voor de biodiversiteit minder wenselijk. Natuurvriendelijke wadi’s genieten de voorkeur. Het opgaand groen bestaat uit inheemse struiken en bomen welke aansluiting vinden op de bestaande Laanstructuren langs de Koestraat.

5.3.2. Voedsel (foerageren) -

Diverse Amfibieën; Vissoorten; Wilde bijen en andere insectensoorten; Vleermuissoorten.

5.3.3. Veiligheid, voortplanten en slapen -

Diverse Amfibieën; Vissoorten; Wilde Bijen en andere insecten.

5.3.5. Bedreigingen Voor voldoende natuurlijke successie is het van belang de volgende bedreigingen in acht te nemen. Wanneer er onvoldoende dekking en schuilmogelijkheden aanwezig zijn kunnen de doelsoorten zich niet voldoende schuil houden. Voornamelijk de amfibieën lopen binnen dit biotoop kans ten prooi te vallen. Specifiek voor de insecten is het gebruik van gif en bestrijdingsmiddelen een bedreiging. Bolvormige verlichting verstoort de nachtrust van verschillende doelsoorten en is specifiek voor de Vleermuis een verstoring.

Waterrijk

32

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

5.3.6. Spelregels -

-

-

-

-

Binnen het waterrijke landschap wordt een mix voorzien van oeverbeplanting, open water, (begroeide) wadi’s, solitairen en kleinschalige struikstructuren. Het waterrijke landschap kent een meer open karakter. De inrichting van het gebied komt overeen met de wensen van de bovengenoemde doelsoorten. Aanbrengen faunapassages onder de hoofdweg. De watergangen dienen volgens het natuurvriendelijk ontwerpprincipe te worden ingericht waarbij er een geleidelijke overgang ontstaat tussen oever en watergang. Wadi’s worden beplant. De natuurvriendelijke oevers worden onderhouden middels extensief beheerd en kennen langere periodes tussen het maaien. Wanneer er kunstmatige nestgelegenheden worden aangebracht voor de Zwaluw of Vleermuis dienen deze minstens 3 meter van de grond af geplaatst te worden. Hier geldt hoe hoger op de gevel hoe beter. Tevens mogen er geen obstakels aanwezig zijn in de buurt van de nestkasten. Vleermuizen zijn nacht actieve dieren en kunnen negatieve effecten ervaren van openbare verlichting. Het gebruik van openbare verlichting dient te worden afgestemd op het leefklimaat van de vleermuizen. Straatverlichting wordt derhalve naar beneden gericht. Bolvormige verlichting welke de ruimte in schijnen zijn niet toegestaan. Het gebruik van LED verlichting is denkbaar aangezien deze gericht kan worden. Wel is het van belang te kijken naar kleur en lichtsterkte.

Hier is verschillende documentatie over te vinden.

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

5.3.7. Klimaatbestendigheid. -

-

toepassen van klimaat regulerende maatregelen als dakoverstekken en veranda’s voor schaduwwerking. stimuleren van het aanbrengen van dak- en gevelgroen. Stimuleren van het zo min mogelijk toepassen van verharding in de voortuinen. Aanbrengen van een wadilandschap voor een geleidelijke hemelwaterinfiltratie.

5.3.8. Ruimtelijke kwaliteit -

-

-

Erfafscheidingen van natuurlijke materialen waarbij voorzieningen worden opgenomen voor huisvesting zoogdieren vogels en insecten. Bijvoorbeeld aanbrengen wilgentenen, houtschors korven e.d. Gebruik van natuurlijke bouwmaterialen, baksteen en hout. De plannen van het waterschap voor de aanpassing van de Beekerloop dienen worden verwerkt. Het gebruik van gemetselde erfafscheidingen en schuttingen is onwenselijk en derhalve niet toegestaan. Parkeren op plekken waar dit niet wenselijk is wordt zo veel als mogelijk ontmoedigd. Binnen het hoofdstuk Openbare ruimte zullen hier specifieke handvatten voor worden opgenomen zoals aangedragen door Sweco.

33

34

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

35

6. Inrichting openbare ruimte 6.1. Verkeer Het verkeersysteem binnen Loverbosch fase 3 onderverdeeld in een: - Hoofdontsluiting - Secundaire ontsluiting - Woonerven - Voetgangers- en fietsontsluiting De verschillende onsluitings-vormen vragen elk een andere inrichting waarbij afstemmingen tussen verkeersveiligheid, bruikbaarheid, duurzaamheid en het landschappelijk raamwerk nodig is. Om het verschil tussen de verschillende soorten ontsluitingen te benadrukken hebben deze elk een ander dwarsprofiel en uitstraling. De hoofdontsluiting krijgt vanzelfsprekend een breder straat-profiel (5,8m) om het aantal verkeersbewegingen te kunnen verwerken. Om te voorkomen dat de snelheid op deze weg te hoog wordt is aan weerszijde van de asfalt rijbaan een grasbetonstrook gesitueerd. Dit geeft het visuele effect dat het straatprofiel smaller is, terwijl deze functioneel breder is. Middels een lagere snelheid wordt het voor fietsers prettiger en veiliger om deze als fiets te gebruiken.

De secundaire aders hebben een smaller straatprofiel (4,8m) waarmee ze ook functioneel ondergeschikt zijn aan de hoofdontsluiting. Tevens biedt dit meer ruimte aan het landschap. De secundaire structuur ligt glooiend om de woonvelden heen waarmee deze een vriendelijkere- en speelse uitstraling krijgt passend bij een natuur inclusieve inrichting. De secundaire structuur zal bestaan uit een waterdoorlatende elementverharding welke enerzijds een vriendelijke- en warme uitstraling heeft en anderzijds gunstige eigenschappen kent voor de waterhuishouding. De langzaam verkeersaders zijn verdeeld voor de voetgangers en fietsers. Centraal door het plangebied is een fietsader gesitueerd welke een aangename fietsverbinding door het plangebied faciliteert en fietsen naar de voorzieningen binnen Asten aantrekkelijker moet maken. In de basis is de fietsader autovrij, echter kan in geval van calamiteiten of verhuizingen e.d. middels het verwijderen van paaltjes nog steeds toegang worden gecreëerd voor gemotoriseerd vervoer. De fietsader krijgt een aantrekkelijk en interessant karakter vanwege de landschappelijke aankleding. De fietsstraat zal bestaan uit een rode asfaltverharding waarbij de trottoirs zullen bestaan uit een elementenverharding. Langs de westelijke- en zuidelijke rand van het plangebied zijn enkele struinpaden opgenomen welke zullen worden uitgevoerd als halfverharding.

Landschappelijk casco

36

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

A

B

C D E

G

F

H

I

Doorsnedes openbare ruimte

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

37

Doorsnede A

Doorsnede B

38

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

Doorsnede D

Doorsnede E

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

39

Doorsnede F

Doorsnede G

40

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

Doorsnede G

Doorsnede H

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

41

Doorsnede I

42

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

6.2. Parkeren Het parkeren voor Loverbosch fase 3 wordt voornamelijk gefaciliteerd binnen parkeerkoffers centraal gelegen binnen de diverse bouwvelden. Deze worden groen aangekleed en uitgevoerd in een waterdoorlatende elementverharding waarmee het landschappelijke karakter van de wijk ook in de koffers beleefd wordt. Tevens biedt dit verkoeling in de zomer en een betere waterhuishouding. Langsparkeren wordt binnen de wijk tot een minimum beperkt zodat het “blik” in de straat geen dominante factor wordt en ondergeschikt blijft aan de natuur inclusieve uitstraling. Op plekken waar langsparkeren wordt gefaciliteerd zal gekozen worden voor een water doorlatende verharding of parkeren op verstevigde grasmatten waarmee de parkeerplek opgaat in de natuur. Middels natuurlijke elementen zoals boomstammen of stenen wordt de parkeerplaats aangeduid (zie referentiefoto). Tegelijkertijd worden op plaatsen waar langsparkeren ongewenst is maatregelen getroffen om “wildparkeren” tegen te gaan. Onderstaande profielen bieden enkele mogelijkheden welke gebruikt kunnen worden om “wildparkeren” tegen te gaan, van belang is dat dit middels natuurlijke elementen wordt opgelost. De maatregelen komen overeen met het betreffende biotoop. Bijvoorbeeld in het bosrijke biotoop zal meer gebruik gemaakt worden van bomen en boomstammen.

44

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

6.3. Water Binnen Loverbosch wordt uitgegaan van een watersysteem welke berging en afvoer in een behelst. Dit betekend dat er geen rioolafvoer wordt aangelegd waarmee het hemelwater binnen het plangebied wordt afgewikkeld. Het verschil in hoogte binnen het plangebied, waarbij het oostelijke deel aan de N-weg hoger gelegen is dan het westelijke deel langs de Koestraat maakt dat het water voornamelijk richting het westen zal afstromen. Uiteindelijk zal een groot deel van het water middels de Beekerloop worden afgevoerd. Een nadere watertoets zal laten uitwijzen wat de bergingscapaciteit moet worden binnen het plangebied. Echter is er binnen de openbare ruimte nog voldoende ruimte gereserveerd om eventueel extra buffercapaciteit te faciliteren. Het watersysteem is onder te verdelen binnen drie categorieën welke gezamenlijk het watersysteem vormen, te weten: Watergangen; Wadi’s; Natuurvriendelijke oevers; Deze zijn nader toegelicht.

6.3.1. Watergangen Watergangen

Momenteel vormen de watergangen de belending van het plangebied. Het verloop van de watergangen zal grotendeels intact en onveranderd blijven. Alleen aan de westelijke zijde, langs de Koestraat, vind een aanpassing aan de Beekerloop plaats. Deze wordt naar de ontwerpen van het waterschap iets verlegd waarmee deze in een ruimere bocht onder de Koestraat door zal lopen. Tevens zullen er enkele duikerconstructies worden aangebracht om oversteken te faciliteren voor gemotoriseerd- en langzaam verkeer. Effectief wordt het doorstroomprofiel van de waterlopen vrij smal (circa 90cm). Hiermee blijft er voldoende doorstroming aanwezig binnen de Beekerloop (en andere watergangen).

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

45

6.3.2. Natuurvriendelijke oevers In tegenstelling tot het doorstroomprofiel worden de oevers van de waterlopen juist extra breed, en flauw aangelegd. Resultante hiervan is dat er een geleidelijke overgang ontstaat tussen land en beek. Bij de civieltechnische uitwerking zal de exacte hellingshoek bepaald moeten worden. Bij natuurvriendelijke oevers varieert deze tussen de 1:2 tot 1:20. Binnen de natuurvriendelijke oevers zijn meerdere zoneringen te vinden met elk eigen beplanting typologieën variërend van droge beplanting tot waterplanten. Het type beplanting voor natuurvriendelijke oevers is sterk afhankelijk van diverse locatiefactoren waaronder bodem, troebelheid van het water en de sliblaag in de watergang. Momenteel zijn deze factoren waarmee de precieze invulling van de oevers nog onduidelijk is. De handreiking ‘natuurvriendelijke oevers, een standplaatsbenadering’ van Stowa biedt een uitgebreide benadering en methodieken waarmee de samenstelling, beheer en eisen voor de natuurvriendelijke oevers kunnen worden vastgesteld.

Natuurvriendelijke oevers

46

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

6.3.3. Wadi-landschap Centraal in het plangebied is op de overgang tussen het kruidenrijke- en waterrijke biotoop het wadi-landschap gelegen. Hier vormt een stelsel van wadi’s een referentie naar het oude tracé van de Beekerloop en biedt het tevens een water bufferende capaciteit. Het wadi-landschap wordt rijk en divers ingevuld met verschillende elementen die verwijzen naar zo wel het kruidenrijke biotoop als het waterrijke biotoop. De wadi’s worden ingericht met diverse beplantingselementen waarmee ze natuurvriendelijk worden ingericht. Naast de waterhuishouding dient het wadi-landschap tevens als bufferend element tussen de hoofdader en de aangrenzende woonvelden waarmee de hoofdader meer solitair in het plangebied komt te liggen. Middels het toepassen van taluds wordt het ongewenst langsparkeren op de hoofdader bemoeilijkt. De grootte van de wadi’s zal definitief bepaald worden aan de hand van de watertoets. Binnen de openbare ruimte is echter voldoende ruimte vrijgehouden om eventueel de wadi’s te vergroten of het wadi-landschap verder door te laten lopen. Het toepassen van speel elementen in de centraal gelegen wadi’s wordt vanwege de ligging langs de hoofdader afgeraden. Eventuele nog toe te voegen wadi’s kunnen wel worden gekoppeld aan speelse elementen zoals stapstenen en bruggetjes.

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

Wadi-landschap

47

6.4. Natuur-inclusieve maatregelen Naast de al genoemde landschappelijke maatregelen en de maatregelen in de openbare ruimte welke voor de biodiversiteit worden opgenomen zijn er enkele aanvullende maatregelen waaronder op gebouwniveau welke kunnen worden toegepast om het geheel integraal te laten samenwerken om tot een natuur inclusieve woonwijk te komen. Groene gevels en daken: In het plan zijn verschillende gevels aangeduid welke aansluiting hebben op de openbare ruimte. Deze gevels kunnen worden aangekleed met gevelgroen waarmee het landschappelijk oppervlak vergroot wordt. Het betreffen hierbij kopgevels vanwege het grotere aandeel dichte gevels waarmee grotere lappen kunnen worden vergroend. Tevens krijgen de kopgevels een vriendelijkere uitstraling. Binnen de bosrand wordt de bebouwing voorzien van groene daken om een integraal onderdeel te worden van de bosrand. Verder worden de appartementen voorzien van groene gevelelementen.

Groene gevels- en daken

48

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

Nestgelegenheden: Naast de groene gevels en daken worden er op gebouwniveau nestgelegenheden voor diverse vogel- en vleermuissoorten voorzien. Er zijn strategische gevels aangeduid welke een oriëntatie richting hebben die gunstig zijn voor het plaatsen van deze nestgelegenheden. Voor de vogels geldt dat de nestkasten liever niet op het zuiden worden georiënteerd vanwege de hitte en ze beschut moeten zijn van de wind. Hierom is er voor de vogelnestgelegenheden gekozen voor een voornamelijk noordoostelijke oriëntatie. De nesten kunnen als inmetselstenen of opbouwkasten worden uitgevoerd. De vleermuizen stellen andere eisen aan hun nestgelegenheden. De vleermuiskasten genieten de voorkoor op een zuid en zuidwest oriëntatie aangezien vleermuizen echte warmteliefhebbers zijn. Het is van belang dat de nestgelegenheden op voldoende hoogte worden geplaatst (min 3m) en een obstakelvrije toegang hebben.

Vogelnesten

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

Vleermuiskasten

49

Insectenhotels: In de openbare ruimte zijn op diverse plekken insectenhotels gesitueerd. Deze zijn voornamelijk te vinden in het kruidenrijke en waterrijke deel van het plangebied. Hier zal de meest bloemrijke beplanting komen te staan waarmee dit een ideaal leefgebied voor diverse insecten-, bijen- en vlindersoorten zal zijn. Van belang bij de plaatsing van de insectenhotels is dat er genoeg beschutting tegen regeninslag aanwezig is. Takkenrillen: Binnen het bosrijke biotoop zijn op enkele plaatsen takkenrillen voorzien. Hier kan snoeihout gestapeld worden waarmee het snoeihout een tweede functie krijgt, namelijk het bieden van ruimte voor broeden en schuilen van insecten, zoogdieren en vogels.

Insectenhotels

50

Takkenrillen

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

6.5. Potentiële speellocaties Verspreid door het plangebied zijn diverse locaties aanwezig waar speellocaties gesitueerd kunnen worden. Deze kunnen variëren van kleine speelelementen zoals stapstenen tot volwaardige speeltuinen, bij de entree van het plangebied (A). De speellocaties zullen een natuurlijke uitstraling krijgen passend bij het betreffende biotoop.

6.6. Geluidwerende maatregelen De ligging van het plangebied langs de N279 maakt dat er maatregelen moeten worden getroffen om de geluidsbelasting op het plangebied te beperken. Dit wordt gedaan door enerzijds gebruik te maken van geluidsschermen, anderzijds worden de appartementen gebruikt als geluidswerend element. In het gevelwerk zullen bouwkundige geluidsmaatregelen getroffen worden tezamen met het gebruik van groene gevels. Tussen de appartementen gebouwen in, is parkeren gesitueerd achter een grondwal met daar op een geluidscherm welke begroeid kan worden door beplanting. In de overige ruimtes worden losse schermen gezet. Om te voorkomen dat de schermen een barrière vormen voor de fauna binnen het plangebied worden ze in een los patroon geplaatst waarmee fauna tussen de schermen door kan bewegen. Ook de losse schermen worden begroeid zodat deze een integraal onderdeel worden van het leefgebied voor flora en fauna.

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

Speelaanleidingen

Geluidwering

51

6.7. Beplantingskeuzes per biotoop 6.7.1. Bosrijk In de biotoop Bosrijk zal het toegepaste sortiment voornamelijk bestaan uit heester beplantingen en opgaande bomen. De volgende soorten lenen zich voor deze inrichting: Bomen: - Iep; - Hazelaar; - Eik; - Wilg; - Tamme kastanje. Heesters: - Krent; - Kornoelje; - Wegedoorn; - Hulst; - Vlier; - Wollige sneeuwbal; - Zwarte bes; - Mispel. Kruiden en Grassen: - Beemdgrassen; - Witbol; - Pastinaak; - Venkel; - Engelwortel.

52

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

6.7.2. Kruidenrijk In de biotoop Kruidenrijk zal het toegepaste sortiment voornamelijk bestaan uit kleine heesters en kruiden- en grassen soorten aangevuld met kleine bes- en vruchtdragende bomen. De volgende soorten lenen zich voor deze inrichting. Bomen: - Krent; - Lijsterbes; - (Sier) appel; - Meidoorn; - Moerbei. Heesters: - Bottelroos; - Kornoelje; - Vlinderstuik; - Struikklimop. Kruiden en grassen: - Pennisetum soorten; - Distels; - Rode klaver en bloemrijk kruidenmengel; - Kamille; - Daslook; - Wilde peen.

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

53

6.7.3. Waterrijk In de biotoop waterrijk zal het toegepaste sortiment voornamelijk bestaan uit kleine heesters en kruiden- en grassen soorten aangevuld met kleine bes- en vruchtdragende bomen. Daarnaast zal het sortiment bestaan uit water en oevrplanten. De volgende soorten lenen zich voor deze inrichting. Bomen: - Fruitbomen (appel-peer); - Krent e.a. Heesters: - Brem; - Viltroos; - Struikklimop e.a. Kruiden en waterplanten: - Wilde bloemenmengsel; - Waterranonkel; - Kattestaart; - Snoekkruid; - Valeriaan; - Zegge soorten; - Gele lis; - Wederik; - Penningkruid; - Moeras vergeet me nietje.

54

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

Stedenbouwkundig model Loverbosch Fase lll

55

www.pouderoyentonnaer.nl

Quickscan flora en fauna Loverbosch fase 3 te Asten Rapportnummer 21-0151

www.starobv.nl

Quickscan flora en fauna

Loverbosch fase 3 te Asten

Rapportnummer:

P21-0151

Opdrachtgever:

Pouderoyen Compagnons

Uitgevoerd door:

Staro Natuur en Buitengebied Lodderdijk 38a 5421 XB Gemert tel. 0492-450161 fax. 0492-450162 www.starobv.nl

Veldonderzoek:

N. Arts-Smits

Auteur:

K. Lammers

Kwaliteitscontrole: N. Arts-Smits

Inhoud 1

Inleiding ............................................................................................................................................3 1.1 Aanleiding .................................................................................................................................3 1.2 Doel ..........................................................................................................................................3 1.3 Zorgplicht ..................................................................................................................................3 1.4 Leeswijzer .................................................................................................................................3

2

Plangebied .......................................................................................................................................5 2.1 Ligging en beschrijving plangebied ..........................................................................................5 2.2 Voorgenomen plannen .............................................................................................................7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=deef18fd-d6d2-49d8-9801-b01f6589408a