CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

RU22.02.05B Notitie raadsbesluiten invoering Omgevingswet.docx

Raadscommissie Ruimte 8 februari 2022, gemeente AstenBij agendapunt: Adviesrecht gemeenteraad, verplichte participatie en delegatie (adviserend)3.824 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notitie raadsbesluiten invoering Omgevingswet Bindend advies gemeenteraad, verplichte participatie en delegatie

Notitie raadsbesluiten invoering Omgevingswet

2

Inhoudsopgave 1.

Inleiding……………...........................................................................................................4

2. 2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5. 2.6.

Bindend advies gemeenteraad bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten ..................5 Inleiding ...............................................................................................................................5 Hoe is het nu geregeld? .......................................................................................................5 Wat verandert er?................................................................................................................6 Voorstel................................................................................................................................7 Argumenten .........................................................................................................................7 Risico’s / kanttekeningen .....................................................................................................8

3. 3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5. 3.6.

Verplichte participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten ...............................9 Inleiding ...............................................................................................................................9 Hoe is het nu geregeld? .......................................................................................................9 Wat verandert er?................................................................................................................9 Voorstel..............................................................................................................................10 Argumenten .......................................................................................................................10 Risico’s / kanttekeningen ...................................................................................................10

4. 4.1. 4.2. 4.3. 4.4. 4.5. 4.6.

Delegatiebesluit ..........................................................................................................12 Inleiding .............................................................................................................................12 Hoe is het nu geregeld? .....................................................................................................12 Wat verandert er?..............................................................................................................13 Voorstel..............................................................................................................................13 Argumenten .......................................................................................................................13 Kanttekeningen / risico’s ...................................................................................................14

5.

Bijlagen………….............................................................................................................15

3

1. Inleiding Naar verwachting treedt de Omgevingswet in werking op 1 juli 2022. Uw raad dient voor de invoering van de Omgevingswet een besluit te nemen over de volgende drie onderwerpen: 1. 2. 3.

de adviesrol van uw raad bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten; verplichte participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten; en het delegeren van de bevoegdheid om het omgevingsplan op onderdelen te wijzigen aan het college van burgemeester en wethouders.

Wij hebben uw raad hier eerder over geïnformeerd in het plan van aanpak omgevingsplan (behandeld in de commissie Ruimte van 23 februari 2021). Bovendien maken de besluiten onderdeel uit van het spoorboekje invoering Omgevingswet (behandeld in de commissie Ruimte van 11 juni 2021). Vanwege de onderlinge samenhang hebben wij de besluiten over het adviesrecht, verplichte participatie en delegatie gebundeld in één raadsvoorstel.

Notitie raadsbesluiten invoering Omgevingswet

4

2. Bindend advies gemeenteraad bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten 2.1.

Inleiding Onder de Omgevingswet blijft de rolverdeling tussen de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders grotendeels onveranderd. De gemeenteraad stelt de kaders vast – in de vorm van het Omgevingsplan – en het college van burgemeester en wethouders geeft hier uitvoering aan. Belangrijk verschil met de huidige praktijk is dat het college van burgemeester en wethouders meer ruimte krijgt om met een omgevingsvergunning van de regels af te wijken. Dit vanuit het oogpunt van het versnellen en vereenvoudigen van procedures (één van de verbeterdoelen van de Omgevingswet). Uw raad dient te bepalen in welke gevallen u bij het afwijken van het Omgevingsplan om advies gevraagd wil worden.

2.2.

Hoe is het nu geregeld? Het komt regelmatig voor dat een (bouw)plan niet rechtstreeks binnen het bestemmingsplan past. Soms is er in het bestemmingsplan een mogelijkheid opgenomen om met een omgevingsvergunning (in beperkte mate) van de regels af te wijken. Dat noemen we een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid. Zo zit er in bijna alle bestemmingsplannen een afwijkingsbevoegdheid om dichter bij zijdelingse perceelsgrens te bouwen en te starten met bedrijf aan huis. Ontbreekt het aan een geschikte binnenplanse afwijkingsbevoegdheid? Dan is het in sommige gevallen mogelijk om op grond van de kruimelgevallenregeling (artikel 4, Bijlage II Besluit omgevingsrecht) van het bestemmingsplan af te wijken. Dit noemen we een kleine buitenplanse afwijking. Het college van burgemeester en wethouders kan aanvragen voor binnenplanse en kleine buitenplanse afwijkingen zelfstandig afhandelen (reguliere procedure, acht weken). Wanneer ook de kruimelgevallenregeling geen uitkomst biedt, doorlopen we in de meeste gevallen een bestemmingsplanprocedure. Dit gebeurt in de vorm van verzamel- en postzegelplannen. Uw raad is in dat geval bevoegd gezag. De huidige wet biedt tot slot de mogelijkheid om een omgevingsvergunning te verlenen voor een grote buitenplanse afwijking (uitgebreide procedure, 26 weken).

In dat geval dient de initiatiefnemer uitvoerig te onderbouwen dat afwijken van het bestemmingsplan ruimtelijk aanvaardbaar is. Het college van burgemeester en wethouders kan omgevingsvergunningen voor grote buitenplanse afwijkingen niet zelfstandig afhandelen. Uw raad dient altijd een ‘verklaring van geen bedenkingen’ af te geven, zoals uw raad dat heeft gedaan voor de locatie Dijkstraat 52. Het instrument grote buitenplanse afwijking wordt in de gemeente Asten nauwelijks toegepast; in veel gevallen is het voor initiatiefnemers sneller en voordeliger om hun initiatief in een verzamelplan op te laten nemen.

5

Wat verandert er? Wanneer de Omgevingswet in werking treedt, beschikt iedere gemeente (van rechtswege) over een tijdelijk omgevingsplan. Het tijdelijk omgevingsplan bestaat uit (1) al onze huidige bestemmings-, verzamel- en wijzigingsplannen, (2) de rijksregels die naar de gemeente verhuizen (de bruidsschat) en (3) een aantal gemeentelijke verordeningen. We hebben tot 2029 de tijd om het tijdelijk omgevingsplanplan om te zetten naar een omgevingsplan nieuwe stijl; een omgevingsplan dat voldoet aan alle regels van de Omgevingswet. Krijgen we na invoering van de Omgevingswet te maken met een plan of project dat niet binnen het (tijdelijk) omgevingsplan past? Dan zijn er verschillende mogelijkheden om hier medewerking aan te verlenen. Allereerst is er de mogelijkheid om het omgevingsplan te wijzigen. Je stelt dan feitelijk een nieuw stukje omgevingsplan op dat het tijdelijk omgevingsplan op de desbetreffende locatie vervangt. De eerste jaren na de invoering van de Omgevingswet beschikken we over onvoldoende kennis en kunde om dit zelfstandig te doen. Dit heeft ermee te maken dat ieder stukje omgevingsplan dat je opstelt aan alle nieuwe eisen van de Omgevingswet moet voldoen. Ander nadeel is dat de manier waarop je de eerste stukjes omgevingsplan vormgeeft, van invloed is op hoe het uiteindelijke omgevingsplan eruit komt te zien.

Dit terwijl het van belang is om hier goed over na te denken en bewuste keuzes in te maken. Al met al heeft het wijzigen van het omgevingsplan de eerste jaren na inwerkingtreding van de Omgevingswet niet de voorkeur. Om die reden is eerder besloten om (tijdelijk) te stoppen met het systeem van verzamelplannen (zie plan van aanpak omgevingsplan d.d. 23 februari 2021). Evenals de huidige wet biedt de Omgevingswet de mogelijkheid om met een omgevingsvergunning van de geldende kaders af te wijken. De binnenplanse afwijkingsbevoegdheid blijft bestaan onder de naam binnenplanse omgevingsplanactiviteit. Wanneer er in het (tijdelijk) omgevingsplan geen binnenplanse flexibiliteitsbepaling is opgenomen, is er de mogelijkheid om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit te verlenen (BOPA). Zo’n omgevingsvergunning laat zich het best vergelijken met de huidige grote buitenplanse afwijking. Omdat we hebben besloten om (tijdelijk) met het systeem van verzamelplannen te stoppen, zullen we na de invoering van de Omgevingswet veel met buitenplanse omgevingsplanactiviteiten gaan werken.

Binnenplanse omgevingsplanactiviteit

College van b&w

Buitenplanse omgevingsplanactiviteit

College van b&w

Omgevingsvergunning

Initiatief

2.3.

Advies gemeenteraad in aangewezen gevallen

Gemeenteraad Wijziging omgevingsplan College van b&w indien gedelegeerd

Figuur 1: De nieuwe procedures onder de Omgevingswet.

Notitie raadsbesluiten invoering Omgevingswet

6

Het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is een bevoegdheid van het college. De Omgevingswet (artikel 16.15a, aanhef en onder b, en artikel 16.15b Omgevingswet) biedt uw raad de mogelijkheid om gevallen aan te wijzen waarin u over buitenplanse omgevingsplanactiviteiten wil adviseren. Daarbij mag uw raad de aanvraag (lees: het plan) in zijn geheel beoordelen. Het gaat om een bindend advies; bij een negatief advies kan het college van burgemeester en wethouders de omgevingsvergunning niet verlenen. Wijst uw raad geen gevallen aan waarin advies vereist is? Dan kan het college van burgemeester en wethouders alle aanvragen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten zelfstandig afhandelen.

2.4.

Voorstel Er is een lijst met gevallen opgesteld waarin het college van burgemeester en wethouders een aanvraag voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit ter advisering aan uw raad moet voorleggen (zie raadsbesluit). De lijst is allereerst gebaseerd op de huidige rolverdeling tussen uw raad en het college. Daarnaast is gekeken naar de impact van ontwikkelingen op de fysieke leefomgeving en is rekening gehouden met de politieke gevoeligheid van bepaalde onderwerpen. Het bindend adviesrecht is een nieuw instrument en de lijst met gevallen waarin uw raad advies mag uitbrengen is limitatief. De praktijk moet uitwijzen of er onderwerpen missen of dat er juist onderwerpen op de lijst staan die het college zelfstandig moet kunnen afhandelen. We zullen de balans moeten vinden tussen de rol van uw raad enerzijds en de verbeterdoelen van de Omgevingswet (versnellen en vereenvoudigen van procedures) anderzijds. Dit kan alleen door het experiment aan te gaan en bij te sturen wanneer nodig. Daarom is het voorstel om het raadsbesluit 1,5 tot 2 jaar na inwerkingtreding te evalueren.

2.5.

Argumenten 1. De rolverdeling tussen uw raad en het college blijft grotendeels ongewijzigd. De lijst met gevallen is gebaseerd op de huidige rolverdeling tussen uw raad en het college van burgemeester en wethouders. Dit past bij de ambitie uit het programmavoorstel Transitie Omgevingswet van februari 2019. Er is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de huidige praktijk en bestaande afspraken. Zo is vorig jaar de afspraak gemaakt dat aanvragen voor gebouwen hoger dan 14 meter altijd aan uw raad worden voorgelegd. Deze afspraak is een-op-een overgenomen. Daar staat tegenover dat het college van burgemeester en wethouders aan zet blijft voor aanvragen die zij nu ook al zelfstandig kan afhandelen, bijvoorbeeld omdat ze binnen de reikwijdte van de kruimelgevallenregeling vallen. 2. Uw raad blijft aan zet bij ontwikkelingen met impact op de fysieke leefomgeving. Uw raad blijft aan zet wanneer het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen met – voor Astense begrippen – een grote impact op de fysieke leefomgeving. Denk aan woningbouwprojecten vanaf vijf woningen, grootschalige opwek van duurzame energie en het vergroten van het bouwvlak van agrarische bedrijven.

7

3. Het college kan uw raad altijd om advies vragen bij politiek gevoelige aanvragen. De lijst met gevallen is limitatief. Er kunnen zich echter altijd initiatieven voordoen waar de lijst niet in voorziet. Wordt er een politiek gevoelige aanvraag ingediend die buiten de reikwijdte van het raadsbesluit valt? Dan kan het college van burgemeester altijd besluiten om uw raad toch om advies te vragen (artikel 2.8). 4. De lijst draagt bij aan het versnellen en vereenvoudigen van procedures. Een belangrijk verbeterdoel van de Omgevingswet is het versnellen en vereenvoudigen van procedures. Daarom is ervoor gekozen het college van burgemeester en wethouders in een aantal specifieke gevallen meer ruimte te bieden om aanvragen zelfstandig af te handelen. Het gaat daarbij om kleinschalige woningbouwinitiatieven (maximaal vijf woningen), kleinschalige ruimte-voor-ruimte ontwikkelingen (maximaal twee woningen) en infrastructurele projecten met een beperkte impact, zoals het aanleggen en herinrichten van fietspaden en erftoegangswegen.

2.6.

Risico’s / kanttekeningen 1. De lijst met gevallen is limitatief. De lijst met gevallen is limitatief. Staat een onderwerp niet op de lijst? Dan wordt een aanvraag niet aan uw raad voorgelegd. We krijgen vrijwel zeker te maken met aanvragen waarover uw raad wil adviseren, maar waarop het adviesrecht niet van toepassing is. De praktijk moet uitwijzen of het eventueel nodig is om onderwerpen aan de lijst toe te voegen. Eventuele wijzigingen kunnen worden meegenomen bij de evaluatie. 2. De werkdruk van uw raad neemt mogelijk toe. Het adviesrecht is een nieuw instrument. In lijn met eerdere besluitvorming is ervoor gekozen geen grote wijzigingen aan te brengen in de rolverdeling tussen raad en college. Dit heeft geresulteerd in een relatief uitgebreide lijst met gevallen. Het hanteren van een uitgebreide lijst met gevallen leidt mogelijk tot een hogere werkdruk voor uw raad. Onder de Omgevingswet doorloopt vrijwel ieder (bouw)plan namelijk zijn eigen procedure. Wanneer er in een korte periode veel aanvragen worden ingediend, betekent dit een volle raadsagenda. 3. Bij adviesrecht besluit binnen acht weken niet haalbaar. Onder de Omgevingswet doorlopen alle aanvragen omgevingsvergunning in beginsel de reguliere procedure van acht weken. De reguliere procedure is dus ook van toepassing op aanvragen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten.

In de praktijk zal het lang niet altijd haalbaar zijn om een aanvraag binnen acht weken af te handelen. Zeker niet wanneer een aanvraag ter advisering aan uw raad moet worden voorgelegd. De Omgevingswet biedt in bepaalde gevallen de mogelijkheid om de uitgebreide procedure van toepassing te verklaren. Bijvoorbeeld wanneer een (bouw)plan aanzienlijke gevolgen heeft voor de fysieke leefomgeving (artikel 16.65 lid 4 Omgevingswet). Op dit moment onderzoeken we of het mogelijk is de uitgebreide procedure standaard van toepassing te verklaren op aanvragen die ter advisering aan uw raad moeten worden voorgelegd. Notitie raadsbesluiten invoering Omgevingswet

8

3. Verplichte participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten 3.1.

Inleiding Participatie is een belangrijke pijler van de Omgevingswet. De Omgevingswet omschrijft participatie als “het in een vroegtijdig stadium betrekken van belanghebbenden bij de besluitvorming over een project of activiteit”. Doel is het op tijd op tafel krijgen van belangen, meningen en creativiteit. Op deze manier zorgt participatie voor meer draagvlak en betere besluiten. Dit kan tijdwinst opleveren. In de gemeente Asten hebben we het doorgaans niet over participatie, maar over de omgevingsdialoog.

3.2.

Hoe is het nu geregeld? Participatie is voor de gemeente Asten niet nieuw. In lijn met het programma Vitale Democratie Asten betrekken we onze inwoners actief bij het opstellen van nieuw beleid. Een goed voorbeeld hiervan is het participatietraject dat we – in aanvulling op de formele inspraakprocedure – hebben doorlopen bij het opstellen van de omgevingsvisie. Ook bij concrete initiatieven speelt participatie een belangrijke rol. Bij herzieningen van het bestemmingsplan en grote buitenplanse afwijkingen vragen we initiatiefnemers altijd om een omgevingsdialoog te voeren. Dit gebeurt – afhankelijk van de aard en omvang – ook steeds vaker bij kleine buitenplanse afwijkingen (de zogenaamde kruimelgevallen). In het buitengebied is het voeren van een omgevingsplan ook verplicht voor minder omvangrijke plannen, waarvoor in het bestemmingsplan een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid is opgenomen. In de bestemmingsplannen voor de bebouwde kom kennen we deze verplichting niet.

3.3.

Wat verandert er? Bij het vaststellen/wijzigen van het omgevingsplan dienen we aan te geven hoe we inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en andere overheden bij de voorbereiding hebben betrokken (artikel 10.2 Omgevingsbesluit). Wijzigen we het omgevingsplan op verzoek? Dan zullen wij deze verplichting doorleggen naar de initiatiefnemer. Dit houdt in dat we initiatiefnemers – net als bij bestemmingsplanherzieningen – zullen vragen om een omgevingsdialoog te voeren en hier een verslag van aan te leveren. De eerste jaren na de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal het wijzigen van het omgevingsplan niet vaak voorkomen (zie paragraaf 2.3). In plaats daarvan zullen we vooral met omgevingsvergunningen gaan werken. Artikel 7.4 van de Omgevingsregeling bepaalt dat een initiatiefnemer bij een aanvraag omgevingsvergunning aan dient te geven of en zo ja met welke resultaten, burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de aanvraag zijn betrokken. De wet verplicht initiatiefnemers niet om ook daadwerkelijk te participeren (lees: een omgevingsdialoog te voeren). Geeft een initiatiefnemer aan dat hij zijn omgeving niet heeft betrokken? Dan is dat geen reden om de aanvraag te weigeren.

9

Artikel 16.55 lid 7 Omgevingswet geeft uw raad de mogelijkheid om gevallen aan wijzen waarin participatie verplicht is bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Dit is niet mogelijk voor binnenplanse omgevingsplanactiviteiten. Achterliggende gedachte is dat er bij het opstellen van het omgevingsplan, waar de binnenplanse afwijkingsbevoegdheden onderdeel van uitmaken, al participatie heeft plaatsgevonden.

3.4.

Voorstel Er zijn grofweg drie mogelijkheden om invulling te geven aan verplichte participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Uw raad kan ervoor kiezen om participatie altijd verplicht te stellen, specifieke gevallen aan te wijzen waarin participatie verplicht is of om af te zien van een participatieverplichting. Het voorstel is om geen specifieke gevallen aan te wijzen, maar participatie zijn algemeenheid te verplichten. Dit houdt in dat iedere initiatiefnemer die een aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit indient, een omgevingsdialoog moet voeren. Heeft een initiatiefnemer niet of onvoldoende aan participatie gedaan? Dan kan het college van burgemeester en wethouders de aanvraag buiten behandeling laten.

3.5.

Argumenten 1. Er heeft nog nooit participatie plaatsgevonden. Bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit wijk je af van de in het omgevingsplan vastgelegde kaders. Er heeft bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit dus nog nooit participatie over het desbetreffende onderwerp of plan plaatsgevonden. 2. We onderstrepen het belang van de omgevingsdialoog. De gemeente Asten hecht veel waarde aan de omgevingsdialoog. We vinden het belangrijk dat initiatiefnemers hun omgeving in een vroegtijdig stadium bij hun plannen betrekken. Het altijd verplicht stellen van participatie onderstreept dit belang. Daarnaast sluiten we hiermee aan op de doelstellingen uit het programma Vitale democratie Asten. 3. Er is ruimte voor maatwerk. In de zomer van 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders de handreiking omgevingsdialoog vastgesteld. De handreiking omgevingsdialoog helpt initiatiefnemers om op een goede manier invulling te geven aan participatie. In de handreiking zijn handvatten opgenomen om het participatietraject af te stemmen op de aard en omvang van het desbetreffende (bouw)plan. Maatwerk is dus mogelijk en onze inwoners worden niet onnodig op kosten gejaagd.

3.6.

Risico’s / kanttekeningen 1. Het is niet zeker of een algemeen besluit juridisch houdbaar is. Artikel 16.55 lid 7 Omgevingswet bepaalt dat de gemeenteraad “gevallen van activiteiten [kan] aanwijzen waarin participatie van en overleg met derden verplicht is […]”. Het voorstel is om participatie verplicht te stellen voor alle aanvragen omgevingsvergunning Notitie raadsbesluiten invoering Omgevingswet

10

voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Belangrijke juridisch vraag is of “een aanvraag voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit” als een “geval van een activiteit” kan worden gezien en of het dus mogelijk is om participatie in zijn algemeenheid te verplichten. Hierdoor lopen we het risico dat we in de toekomst alsnog concrete gevallen moeten aanwijzen. 2. Bezwaar en beroep blijft mogelijk. We moeten ons ervan bewust zijn dat participatie de formele inspraakprocedures niet vervangt. Het is en blijft mogelijk om bezwaar te maken en in beroep gaan tegen een plan.

11

4. Delegatiebesluit 4.1.

Inleiding Het vaststellen van het omgevingsplan is een bevoegdheid van de gemeenteraad. Artikel 2.8 Omgevingswet biedt de mogelijkheid om deze bevoegdheid in bepaalde gevallen te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders. Het delegatiebesluit vormt een apart besluit dat geen onderdeel uitmaakt van het omgevingsplan.

4.2.

Hoe is het nu geregeld? Het vaststellen van een bestemmingsplan is – net als het vaststellen van het omgevingsplan – een bevoegdheid van uw raad. Op grond van artikel 3.6, eerste lid Wet ruimtelijke ordening kan uw raad uitwerkingsplichten en wijzigingsbevoegdheden in een bestemmingsplan opnemen. De gemeente Asten kent geen bestemmingsplannen met uitwerkingsplichten. Wel zijn er in vrijwel ieder bestemmingsplan een of meerdere wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Heeft uw raad een wijzigingsbevoegdheid in een bestemmingsplan opgenomen? Dan heeft het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid om het bestemmingsplan, onder voorwaarden en binnen bepaalde kaders, te wijzigen. Voorbeelden van wijzigingsbevoegdheden zijn: 1. De bevoegdheid om de bestemming ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ te wijzigen in ‘Wonen’, teneinde omschakeling van een agrarisch bedrijf naar burgerwoning mogelijk te maken. 2. De bevoegdheid om de bestemming ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ te wijzingen in ‘Recreatie’, teneinde omschakeling van een agrarisch bedrijf naar dag- of verblijfsrecreatie mogelijk te maken. 3. De bevoegdheid om de bestemming ‘Wonen’ te wijzigen in twee woonbestemmingen, teneinde het splitsen van cultuurhistorisch waardevolle panden mogelijk te maken.

Doet een initiatiefnemer een beroep op een wijzigingsbevoegdheid en is het college bereid om medewerking te verlenen? Dan wordt het bestemmingsplan voor de desbetreffende locatie gewijzigd door middel van een wijzigingsplan. De (leges)kosten voor een wijzigingsplan zijn fors lager dan voor een volledige bestemmingsplanherziening. Doordat het vaststellen van een wijzigingsplan een collegebevoegdheid is, is bovendien de doorlooptijd korter. De kruimelgevallenregeling biedt steeds ruimere mogelijkheden om (bouw)plannen mogelijk te maken. Hierdoor maken we nog maar weinig gebruik van de wijzigingsbevoegdheden die in onze komplannen zijn opgenomen. De wijzigingsbevoegdheden uit het bestemmingsplan ‘Buitengebied Asten 2016’ passen we nog wel veelvuldig toe. Dit komt allereerst doordat er voor vrijwel iedere (gewenste) ontwikkeling een wijzigingsbevoegdheid bestaat. Bovendien biedt de kruimelgevallenregeling in het buitengebied veel minder vaak uitkomst dan in de bebouwde kom.

Notitie raadsbesluiten invoering Omgevingswet

12

4.3.

Wat verandert er? De Omgevingswet kent het instrument wijzigingsbevoegdheid niet. Dit betekent dat we na de inwerkingtreding van de Omgevingswet geen wijzigingsplannen meer in procedure kunnen brengen. De wijzigingsbevoegdheden die in het tijdelijk deel van het omgevingsplan zitten, worden omgezet naar binnenplanse afwijkingsbevoegdheden (zie artikel 22.32 bruidsschat). Helaas is het zo geregeld dat de wijzigingsbevoegdheden alleen nog te gebruiken zijn, wanneer een aanvraag samenhangt met bouwactiviteiten. Wijzigingsbevoegdheden waarmee alleen het gebruik van een gebouw of perceel wordt gewijzigd, worden dus onbruikbaar. Op grond van artikel 2.8 Omgevingswet heeft uw raad de mogelijkheid om een zogenaamd delegatiebesluit te nemen. Hiermee krijgt het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid om het omgevingsplan (op onderdelen) te wijzigen. Het delegatiebesluit is een losstaand besluit en maakt dus geen onderdeel uit van het omgevingsplan, zoals wijzigingsbevoegdheden onderdeel uitmaken van het bestemmingsplan. Het delegatiebesluit staat bovendien niet (rechtstreeks) open voor beroep. Pas wanneer het omgevingsplan op grond van het delegatiebesluit wordt gewijzigd, is het mogelijk om tegen het delegatiebesluit te ageren.

4.4.

Voorstel Het voorstel is om het wijzigen van het omgevingsplan in een beperkt aantal gevallen te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders. Allereerst gaat het om het doorvoeren van drie soorten technische wijzigen, te weten: (1) het in het omgevingsplan opnemen van verleende omgevingsvergunningen, (2) het verwerken van instructieregels van het Rijk of de provincie en (3) het vertalen van beleid dat door uw raad of het college is vastgesteld. Daarnaast is het voorstel om een algemeen delegatiebesluit te nemen ten aanzien van de wijzigingsbevoegdheden. Hiermee zorgen we ervoor dat het college de wijzigingsbevoegdheden uit onze voormalige bestemmingsplannen (die overgaan naar het tijdelijk omgevingsplan) kan blijven toepassen.

4.5.

Argumenten 1. De raad kan zich focussen op visievorming en haar kaderstellende rol. De Omgevingswet verplicht gemeenten om omgevingsvergunningen binnen vijf jaar na het verlenen ervan op te nemen in het omgevingsplan. Het gaat om een puur administratieve handeling. De belangenafweging heeft immers al plaatsgevonden en er hoeft geen inhoudelijk besluit meer te worden genomen. Hetzelfde geldt voor het in het omgevingsplan verankeren van vastgesteld beleid en het verwerken van regels die van hogerhand worden opgelegd (de zogenaamde instructieregels). Het ligt daarom voor de hand om dergelijke technische wijzigingen te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders, zodat uw raad zich kan focussen op visievorming, de besluitvorming over (grootschalige) ruimtelijke ontwikkelingen en het stellen van kaders.

13

2. De wijzigingsbevoegdheden blijven toepasbaar. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet verliezen de wijzigingsbevoegdheden uit onze bestemmingsplannen (grotendeels) hun werking. In onze bestemmingsplannen in zijn algemeenheid en het bestemmingsplan buitengebied in het bijzonder is er bewust voor gekozen het college van burgemeester en wethouders in bepaalde gevallen de bevoegdheid te geven om het bestemmingsplan te wijzigen. Dit helpt ons onder andere om slagvaardig om te gaan met de herbestemming van voormalige agrarische bedrijfslocaties. Het is wenselijk dat de oude wijzigingsbevoegdheden toepasbaar blijven, totdat we beschikken over een omgevingsplan nieuwe stijl. Op deze manier kan het college van burgemeester en wethouders gewenste ontwikkelingen op een (relatief) laagdrempelige manier mogelijk blijven maken.

4.6.

Kanttekeningen / risico’s Het nemen van het delegatiebesluit brengt geen noemenswaardige risico’s met zich mee. Wel willen we opmerken dat het nog maar de vraag is of we in de praktijk veel gebruik zullen maken van het deel van het delegatiebesluit dat ziet op de oude wijzigingsbevoegdheden. Ook hierbij lopen we namelijk aan tegen het feit dat we in de beginjaren over te weinig kennis en kunde beschikken om zelfstandig het omgevingsplan te wijzigen.

Notitie raadsbesluiten invoering Omgevingswet

14

5. Bijlagen Achtergrondinformatie 1. 2. 3. 4.

VNG: Handreiking adviesrecht raad bij afwijking omgevingsplan VNG: Participatie binnen de Omgevingswet Plan van aanpak omgevingsplan gemeente Asten Handreiking omgevingsdialoog gemeente Asten

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=0b3029e9-ce8b-49cb-8ec4-958b62520c3a