RU22.02.05A Commissievoorstel Adviesrecht gemeenteraad.docx
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL (via commissie) BIJ ZAAKNUMMER: 2021080378 AGENDANUMMER: 05 Commissie Ruimte op 8 februari 2021 Onderwerp: Adviesrecht gemeenteraad, verplichte participatie en delegatie onder de Omgevingswet
Bijlage(n): Vergadering van: -1-
22 februari 2022
Agendanummer:
p.h.:
22.02.xx
de raad van de gemeente Asten Samenvatting Naar verwachting treedt de Omgevingswet in werking op 1 juli 2022. Uw raad dient voor de invoering van de Omgevingswet een besluit te nemen over de volgende drie onderwerpen: 1. 2. 3.
de adviesrol van uw raad bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten; verplichte participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten; en het delegeren van de bevoegdheid om het omgevingsplan op onderdelen te wijzigen aan het college van burgemeester en wethouders.
Wij hebben uw raad hier eerder over geïnformeerd in het plan van aanpak omgevingsplan (behandeld in de commissie Ruimte van 23 februari 2021). Bovendien maken de besluiten onderdeel uit van het spoorboekje invoering Omgevingswet (behandeld in de commissie Ruimte van 11 juni 2021). Vanwege de onderlinge samenhang hebben wij de besluiten over het adviesrecht, verplichte participatie en delegatie gebundeld in één raadsvoorstel. Beslispunten De raad van de gemeente Asten besluit: 1. dat een aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor advies aan de gemeenteraad moet worden voorgelegd in de gevallen zoals omschreven in bijlage één bij dit besluit; 2. dat participatie altijd verplicht is in het geval van een aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit; 3. het vaststellen van het omgevingsplan in de volgende gevallen te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders: a. het in overeenstemming brengen van het omgevingsplan met een verleende omgevingsvergunning; b. het in het omgevingsplan verwerken van door de Rijksoverheid of provincie vastgestelde instructieregels; c. het in het omgevingsplan opnemen van door de gemeenteraad of het college van burgemeester en wethouders vastgesteld beleid; en d.
gevallen waarvoor in het tijdelijk deel van het omgevingsplan een wijzigingsbevoegdheid is opgenomen, zoals bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening;
JB
4. dat dit besluit in werking treedt op de dag waarop de Omgevingswet in werking treedt. Inleiding Adviesrecht gemeenteraad Het komt regelmatig voor dat een ruimtelijke ontwikkeling niet rechtstreeks binnen het bestemmingsplan past. Wanneer het bestemmingsplan geen mogelijkheden biedt om af te wijken en het niet mogelijk is om een (bouw)plan te “kruimelen”, doorlopen we in de meeste gevallen een bestemmingsplanprocedure. Dit gebeurt zowel in de vorm van verzamel- als postzegelplannen. Met de invoering van de Omgevingswet verandert de manier waarop we omgaan met initiatieven die niet rechtstreeks binnen de kaders passen. Terwijl we nu nog regelmatig kiezen voor het herzien van het bestemmingsplan, zullen we in de nieuwe situatie terughoudend omgaan met het wijzigen van het omgevingsplan. Past een (bouw)plan niet rechtstreeks binnen het (tijdelijk) omgevingsplan? Dan is de kans groot dat we hier medewerking aan verlenen met behulp van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (zie notitie). Onder de huidige wet dient uw raad een verklaring van geen bedenkingen af te geven bij grote afwijkingen van het bestemmingsplan. De verklaring van geen bedenkingen vervalt onder de Omgevingswet. In de plaats daarvan heeft uw raad de mogelijkheid om vooraf gevallen aan te wijzen waarover uw raad bindend advies wil uitbrengen (artikel 16.15a, aanhef en onder b).
Regelt uw raad niets? Dan kan het college alle aanvragen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (afwijkingen van het omgevingsplan) zelfstandig afhandelen. Het voorstel is om aanvragen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten voor bindend advies aan uw raad voor te leggen in de gevallen zoals omschreven in bijlage één bij dit besluit. De lijst is gebaseerd op de huidige rolverdeling tussen uw raad en het college van burgemeester en wethouders. Verder is meegewogen in welke gevallen er voor Astense begrippen sprake is van een grote impact op de fysieke leefomgeving.
Binnenplanse omgevingsplanactiviteit
College van b&w
Buitenplanse omgevingsplanactiviteit
College van b&w
Initiatief
Omgevingsvergunning
Gemeenteraad Wijziging omgevingsplan College van b&w indien gedelegeerd
Figuur 1: De nieuwe procedures onder de Omgevingswet.
Advies gemeenteraad in aangewezen gevallen
Verplichte participatie Participatie is een belangrijke pijler onder de Omgevingswet. Bij iedere aanvraag omgevingsvergunning dient een initiatiefnemer aan te geven of er participatie (lees: een omgevingsdialoog) heeft plaatsgevonden en zo ja, wat de uitkomsten daarvan zijn. Het is echter niet verplicht om ook daadwerkelijk te participeren. Initiatiefnemers kunnen ook aangeven dat zijn geen omgevingsdialoog hebben gevoerd. Dit is geen reden om een aanvraag te weigeren. Artikel 16.55 lid 7 Omgevingswet biedt de mogelijkheid om participatie te verplichten bij aanvragen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (de grotere afwijkingen van het omgevingsplan). Het voorstel is om geen specifieke gevallen aan te wijzen, maar participatie te verplichten voor iedere aanvraag voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Belangrijkste argument hiervoor is dat er bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit nog nooit participatie over het desbetreffende onderwerp of plan heeft plaatsgevonden. Bovendien onderstrepen we met deze insteek het belang van het in een vroegtijdig stadium betrekken van omwonenden. Delegatiebesluit Het vaststellen van het omgevingsplan is een bevoegdheid van uw raad. Artikel 2.8 Omgevingswet biedt uw raad de mogelijkheid het vaststellen van onderdelen van het omgevingsplan te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders.
Het voorstel is om het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid te geven om kleine (technische) wijzigingen door te voeren in het omgevingsplan. Denk daarbij aan het verwerken van verleende omgevingsvergunningen en het vertalen van vastgesteld beleid. Het voorstel is verder om een algemeen delegatiebesluit te nemen ten aanzien van de wijzigingsbevoegdheden uit onze huidige bestemmingsplannen. Zonder dit besluit verliezen de wijzigingsbevoegdheden (grotendeels) hun werking. Evaluatie We willen de werking van voorliggende raadsbesluiten 1,5 jaar tot 2 jaar na inwerkingtreding evalueren. Verwachting is dat we op dat moment voldoende kennis en ervaring met de nieuwe instrumenten hebben opgedaan. Indien nodig is het natuurlijk altijd mogelijk om eerder bij te sturen. Wat willen we bereiken 1. Het waarborgen van de rol van uw raad bij afwijkingen van het omgevingsplan door vast te leggen in welke gevallen uw raad bindend advies mag uitbrengen. 2. Het waarborgen van participatie (de omgevingsdialoog) bij afwijkingen van het omgevingsplan. 3. Het versnellen van procedures door de bevoegdheid om kleine wijzigen aan het brengen in het omgevingsplan te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders. Wat gaan we daarvoor doen 1.
Het aanwijzen van gevallen waarin het college van burgemeester en wethouders een aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor advies aan uw raad voorlegt. 2. Het verplichten van participatie (de omgevingsdialoog) voor iedere aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. 3. Het delegeren van de bevoegdheid om het omgevingsplan op onderdelen te wijzigen aan het college van burgemeester en wethouders.
3/11
Mogelijke alternatieven Adviesrecht gemeenteraad: De lijst met gevallen is gebaseerd op de huidige rolverdeling tussen uw raad en het college van burgemeester en wethouders. Uw raad kan ervoor kiezen de lijst uit te breiden, omdat er in uw ogen belangrijke onderwerpen missen. Anderzijds is het mogelijk om de lijst in te perken, waardoor het college meer aanvragen zelfstandig kan afhandelen. Verplichte participatie: Het voorstel is om participatie altijd verplicht te stellen in het geval van een aanvraag voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Hiermee onderstrepen we het belang van de omgevingsdialoog. Alternatief voor het nemen van een algemeen besluit is het aanwijzen van specifieke gevallen. Vraag die we dan met elkaar moeten beantwoorden is waar de grens ligt. Delegatiebesluit: Uw raad kan ervoor kiezen om de bevoegdheid tot het vaststellen van het omgevingsplan in minder of juist meer gevallen aan het college te delegeren. Bij het inperken van het delegatiebesluit dient uw raad rekening te houden met een hogere werkdruk. Toekomstagenda Asten 2030 / Vitale democratie Samen met onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties werken we aan een vitale, leefbare en aantrekkelijke gemeente.
Om dit te kunnen blijven doen is het van belang dat we ook na de invoering van de Omgevingswet ruimtelijke plannen in procedure kunnen brengen, bijvoorbeeld op het gebied van woningbouw, de transitie van het landelijk gebied en duurzame energie. Met voorliggende besluiten zorgen we ervoor dat onze ruimtelijke dienstverlening op peil blijft en we invulling kunnen blijven geven aan de Toekomstagenda Asten 2030 en de omgevingsvisie. Het besluit over participatie (de omgevingsdialoog) sluit tot slot naadloos aan op het programma Vitale democratie Asten. Risico’s Adviesrecht gemeenteraad: Het bindend adviesrecht is een nieuw instrument. De lijst met gevallen waarin uw raad advies mag uitbrengen is limitatief. De praktijk moet uitwijzen of er onderwerpen missen of dat er juist onderwerpen op de lijst staan waarvan we vinden dat het college die zelfstandig moet kunnen afhandelen. We zullen balans moeten vinden tussen de rol van uw raad enerzijds en de verbeterdoelen van de Omgevingswet (versnellen en vereenvoudigen van procedures) anderzijds. Verplichte participatie: Het voorstel is om participatie te verplichten voor alle aanvragen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. De vraag is of het juridisch gezien mogelijk is om dit in zijn algemeenheid te besluiten (zie notitie). Het risico bestaat dat we in de toekomst alsnog concrete gevallen moeten aanwijzen.
Delegatiebesluit: Er zijn geen noemenswaardige risico’s te benoemen ten aanzien van het delegatiebesluit. Communicatie We zullen de besluiten, conform de Algemene wet bestuursrecht, publiceren in het gemeenteblad. De teksten op onze website worden aangepast aan de nieuwe procedures en er wordt een algemeen bericht geplaatst op de Omgevingswetpagina. Verder zullen wij initiatiefnemers
(en hun adviseurs) actief informeren wanneer zij met één of meerdere raadsbesluiten te maken krijgen. Wat mag het kosten Het nemen van deze besluiten heeft geen (directe) financiële gevolgen. De nieuwe procedures gaan onderdeel uitmaken van het reguliere werk van de betrokken afdelingen (ruimtelijke ontwikkeling en vergunningverlening). Bijlage(n)/ter inzage 1. Raadsbesluit (2021080378) 2. Notitie raadsbesluiten invoering Omgevingswet (2021094322).
K.vanDooren@asten.nl
5/11
RAADSBESLUIT Onderwerp: Adviesrecht gemeenteraad, verplichte participatie en delegatie onder de Omgevingswet
Dagtekening:
Agendanummer:
22 februari 2021
22.02.XX
De raad van de gemeente Asten; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 25 januari 2022 met zaaknummer 2021080378; gehoord het advies van de commissie Ruimte van 8 februari 2021; gelet op artikel 16.15a, aanhef en onder b, artikel 16.55 lid 7 en artikel 2.8 Omgevingswet; besluit: 1. dat een aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor advies aan de gemeenteraad moet worden voorgelegd in de gevallen zoals omschreven in bijlage één bij dit besluit; 2. dat participatie altijd verplicht is in het geval van een aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit; 3. het vaststellen van het omgevingsplan in de volgende gevallen te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders: a. het in overeenstemming brengen van het omgevingsplan met een verleende omgevingsvergunning; b. het in het omgevingsplan verwerken van door de Rijksoverheid of provincie vastgestelde instructieregels; c. het in het omgevingsplan opnemen van door de gemeenteraad of het college van burgemeester en wethouders vastgesteld beleid; en d. gevallen waarvoor in het tijdelijk deel van het omgevingsplan een wijzigingsbevoegdheid is opgenomen, zoals bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening; 4. dat dit besluit in werking treedt op de dag waarop de Omgevingswet in werking treedt.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Asten van 22 februari 2021. De raad voornoemd, griffier, mr. M.B.W. van Erp-Sonnemans
voorzitter, A.A.H.C.M. van Extel-van Katwijk
Bijlage 1: Adviesrecht gemeenteraad bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten Een aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit dient in de volgende gevallen ter advisering aan de gemeenteraad te worden voorgelegd: 1.
Wonen
1.1.
Bebouwde kom: - Het toevoegen van meer dan 5 woningen in de vorm van nieuw op te richten bebouwing. - Het toevoegen van meer dan 20 woningen binnen bestaande bebouwing (functiewijziging, woningsplitsing).
1.2
Buitengebied: - Het toevoegen één of meer woningen, met uitzondering van: a. gevallen die onderdeel uitmaken van delegatiebesluit; b. ruimte-voor-ruimtewoningen, mits er maximaal twee woningen worden toegevoegd en de woningen zijn gelegen binnen een bebouwingsconcentratie.
1.3
-
3.
Bedrijvigheid
2.1
Het omschakelen van een (voormalig) agrarisch bedrijf naar een niet-agrarisch bedrijf, met uitzondering van gevallen die onderdeel uitmaken van het delegatiebesluit.
2.2
Het uitbreiden van bestaande en het realiseren van nieuwe bedrijventerreinen.
4.
Detailhandel, horeca en recreatie
3.1
Het toevoegen van perifere detailhandel op de bedrijventerreinen met een bruto vloeroppervlak van meer dan 5.000 m2.
3.2
Het realiseren van nieuwe, zelfstandige horecalocaties buiten het centrum van één van de dorpskernen (bestemming ‘Centrum’, ‘Centrum – 1’ of ‘Centrum – 2’).
3.3
Het realiseren van nieuwe, grootschalige recreatiebedrijven en -terreinen, zoals het oprichten van campings, hotels, golfbanen, vakantie- en recreatieparken, met uitzondering van gevallen die onderdeel uitmaken van het delegatiebesluit.
Het huisvesten van arbeidsmigranten in recreatieve voorzieningen. De realisatie van een huisvestigingslocatie (geclusterde huisvesting) voor meer dan 100 arbeidsmigranten.
7/11
5.
Maatschappelijk
4.1
Het realiseren van grootschalige maatschappelijke voorzieningen, zoals scholen, religieuze voorzieningen, multifunctionele accommodaties (MFA’s) en gezondheidscentra.
4.2
Het realiseren van grootschalige sportvoorzieningen, zoals sportparken, sporthallen en zwembaden.
6.
Agrarisch
5.1
Het opslaan, bewerken en verwerken van mest, niet zijnde mest van het eigen bedrijf.
5.2
Het vergroten van een agrarisch bouwperceel, met uitzondering van gevallen die onderdeel uitmaken van het delegatiebesluit.
5.3
Het omschakelen naar andere agrarische bedrijfsvorm, met uitzondering van gevallen die onderdeel uitmaken van het delegatiebesluit.
7.
Infrastructuur
6.1
De bouw en aanleg van grootschalige infrastructurele (kunst)werken.
8.
Energieopwekking
7.1
Het oprichten van windturbines.
7.2
Het aanleggen van zonnevelden.
7.3
Projecten voor andere vormen van collectieve energieopwekking en -opslag, zoals buurtbatterijen, collectieve warmtevoorzieningen, biomassacentrales en waterstofinstallaties.
9.
Algemeen
8.1
Het oprichten van gebouwen hoger dan 14 meter.
8.2
Aanvragen die – naar mening van het college van burgemeester en wethouders – moeten worden aangemerkt als politiek gevoelig.
Toelichting Algemeen: Een aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit hoeft alleen in bovenstaande gevallen aan de gemeenteraad te worden voorgelegd. Is er sprake van een geval waarvoor in het tijdelijk deel van het omgevingsplan een wijzigingsbevoegdheid (artikel 3.6, eerste lid, onder a Wro) is opgenomen en dat onderdeel uitmaakt van het delegatiebesluit? Dan is er geen advies van de gemeenteraad benodigd en kan het college van burgemeester en wethouders de aanvraag zelfstandig afhandelen. Bebouwde kom: De gronden die in de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn aangewezen als ‘Stedelijk gebied’. Buitengebied: De gronden die niet tot het ‘Stedelijk gebied’ behoren. Artikel 1: Wonen - De druk op de woningmarkt blijft onverminderd hoog. Het is wenselijk om de procedures voor woningbouwontwikkelingen te versnellen. Voor woningbouwplannen met een beperkte ruimtelijke impact (maximaal vijf woningen) is daarom geen advies van de gemeenteraad nodig. - Het toevoegen van woningen binnen bestaande bebouwing (functiewijziging, woningsplitsing) komt binnen de bebouwde kom regelmatig voor. Onder het huidige recht kan het college van burgemeester en wethouders dergelijke aanvragen zelfstandig afhandelen (op grond van de kruimelgevallenregeling). We willen deze systematiek voorzetten onder de Omgevingswet.
Het college van burgemeester en wethouders kan aanvragen voor het toevoegen van woningen binnen bestaande bebouwing zelfstandig afhandelen, tot een maximum van twintig woningen. Vanwege de impact op de fysieke leefomgeving is er bij het toevoegen van meer dan twintig woningen advies van de gemeenteraad nodig. - De gemeenteraad heeft de kaders voor het toevoegen van ruimte-voorruimtewoningen vastgelegd in de structuurvisie Bebouwingsconcentraties. Het college van burgemeester en wethouders mag aanvragen die binnen deze kaders passen zelfstandig afhandelen. Daarbij geldt dat het gaat om een aanvraag voor maximaal twee ruimte-voor-ruimtewoningen. - In de beleidsregels Arbeidsmigranten gemeente Asten 2020 is vastgelegd dat aanvragen voor de huisvesting van arbeidsmigranten in recreatieve voorzieningen altijd aan de gemeenteraad worden voorgelegd. Dit geldt eveneens voor aanvragen waarbij er op één locatie meer dan honderd arbeidsmigranten worden gehuisvest. Artikel 2: Bedrijvigheid - Steeds meer agrarische bedrijven schakelen om naar een vorm van niet-agrarische bedrijvigheid. In het omgevingsplan zijn verschillende flexibiliteitsbepalingen opgenomen om hier medewerking aan te verlenen. Aanvragen die hiervan afwijken – en daarmee buiten de reikwijdte van het delegatiebesluit vallen - worden ter advisering aan de gemeenteraad voorgelegd.
- De aanleg van nieuwe of uitbreiding van bestaande bedrijventerreinen heeft een grote impact op de fysieke leefomgeving (landschap, water, verkeer, etc.). Het is niet wenselijk dat het college van burgemeester en wethouders dergelijke aanvragen zelfstandig kan afhandelen.
9/11
Artikel 3: Detailhandel, horeca en recreatie - De gemeente Asten streeft naar een compact en levendig centrum. Beleidsmatig is de vestiging van detailhandel buiten het centrum niet gewenst, met uitzondering van perifere detailhandel. Aanvragen voor het toevoegen van meer dan 5.000 m2 aan perifere detailhandel worden voor advies aan de gemeenteraad voorgelegd. Reden hiervoor is de impact op de structuur van de bedrijventerreinen en de beschikbaarheid van reguliere bedrijfskavels. - Het beleid van de gemeente Asten is er in beginsel op gericht horeca zoveel mogelijk te concentreren in het centrum. Daarom dienen alle aanvragen voor het oprichten van nieuwe, zelfstandige horecalocaties buiten de dorpscentra aan de gemeenteraad te worden voorgelegd. Ter verduidelijking: Er is geen advies van de gemeenteraad nodig in het geval van ondergeschikte horeca, routegebonden horeca bij recreatiebedrijven en de uitbreiding van bestaande horecalocaties. - Het tijdelijk omgevingsplan biedt ruime mogelijkheden voor recreatieve ontwikkelingen. Zo is het college van burgemeester en wethouders in veel gevallen bevoegd om een omgevingsvergunning te verlenen voor een bed & breakfast in een reguliere burgerwoning of agrarische bedrijfswoning. Een ander voorbeeld is de mogelijkheid om een minicamping (tot 25 standplaatsen) te beginnen als nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf.
Grootschalige recreatieve ontwikkelingen, zoals het oprichten van campings, hotels, golfbanen, vakantie- en recreatieparken, passen niet rechtstreeks binnen het omgevingsplan en vallen buiten de reikwijdte van het delegatiebesluit. In het geval van grootschalige recreatieve ontwikkelingen is, vanwege de impact op de fysieke leefomgeving (verkeersaantrekkende werking, landschap, geluid, etc.) altijd advies van de gemeenteraad nodig. Aanvragen voor het uitbreiden van bestaande recreatiebedrijven en -terreinen kan het college van burgemeester en wethouders wel zelfstandig afhandelen. Artikel 4: Maatschappelijk - Voorbeelden van grootschalige maatschappelijke voorzieningen zijn: scholen, religieuze voorzieningen, multifunctionele accommodaties (MFA’s) en gezondheidscentra. - Aanvragen voor het uitbreiden van bestaande maatschappelijke en sportvoorzieningen hoeven niet aan de gemeenteraad te worden voorgelegd. Artikel 5: Agrarisch - Op grond van het omgevingsplan is het opslaan, bewerken en verwerken van mest bij veehouderijen toegestaan. Belangrijke voorwaarde is dat het gaat om mest van het eigen bedrijf. De gemeenteraad heeft er in het omgevingsplan nadrukkelijk voor gekozen het opslaan, bewerken en verwerken van mest van derden uit te sluiten.
- In het omgevingsplan zijn de bouwpercelen van bestaande agrarische bedrijven (bestemming ‘Bedrijf – Agrarisch bedrijf’) strak begrensd. In het omgevingsplan en het delegatiebesluit is tevens vastgelegd in welke gevallen het mogelijk is om te schakelen naar andere agrarische bedrijfsvormen. Afwijken van deze kaders kan niet zonder een advies van de gemeenteraad.
Artikel 6: Infrastructuur - Voorbeelden van grootschalige infrastructurele projecten zijn: de aanleg van nieuwe stroom- en gebiedsontsluitingswegen met bijbehorende kunstwerken. Artikel 7: Energieopwekking Aanvragen voor het oprichten van windturbines en het aanleggen van zonnevelden worden, ongeacht hoogte en/of omvang, altijd aan de gemeenteraad voorgelegd. Dit heeft enerzijds te maken met de impact op de fysieke leefomgeving en anderzijds met de politieke gevoeligheid van dergelijke aanvragen. We krijgen de komende jaren te maken met steeds meer nieuwe technieken op het gebied van het collectief opslaan en opwekken van duurzame energie. Op voorhand is niet altijd duidelijk wat de gevolgen hiervan zijn voor de fysieke leefomgeving. Daarom is het wenselijk dat de gemeenteraad vinger aan de pols houdt. Opmerking: In sommige gevallen zullen projecten voor het collectief opslaan en opwekken van duurzame energie rechtstreeks binnen het omgevingsplan passen. Bijvoorbeeld omdat de te realiseren installaties kunnen worden gezien als (openbare) nutsvoorzieningen. Artikel 8: Algemeen We krijgen steeds meer aanvragen voor het overschrijden van de maximale bouwhoogte. Dit speelt met name op de bedrijventerreinen. Naar aanleiding hiervan is de afspraak gemaakt dat aanvragen voor gebouwen hoger dan 14 meter altijd aan de gemeenteraad worden voorgelegd.
Deze afspraak is een-op-een overgenomen. Is er sprake is van een politiek gevoelig onderwerp? Dan kan het college van burgemeester en wethouders er altijd voor kiezen een aanvraag ter advisering aan de gemeenteraad voor te leggen.
11/11