RU22.02.03B 4 Zienswijze woningbouwplan Heusden Oost Janneke's Hoeve VOF.pdf
Tekst van het document
U-GEh
•dl Bergs Advies B.V. Leveroyseweg 9a 6093 NE Heythuysen Telefoon
(0475) 49 44 07
Fax
(0475) 49 23 63 info@bergsadvies.nl
E-mail Internet
BERGS, 11 NO V MZl ADVIES nr.:
Afd.:
www.bergsadvies.nl
BIC code: RABONL2U IBAN: NL76RABO0144217414 K.v.K. Roermond nr. 12065400 BTW nr. NL817604844B01
Datum: Betreft:
ASTEN
9 november 2021 Zienswijze Ontwerpwijzigingsplan "Heusden Komgebied 2011, wijziging Heusden-Oost fase 3
Aan de gemeenteraad van de gemeente Asten Postbus 290 5720 AG Asten
Behandeld door: Kenmerk:
P. van Lier
BO-2021-005103
Geachte leden van de gemeenteraad, Hierbij ontvangt u namens Janneke’s Hoeve V.O.F., Polderweg 53 , 5725 RV in Heusden, een zienswijze tegen het "Ontwerpwijzigingsplan Kerngebied 2011, wijziging Heusden Oost fase 3". Dit ontwerpwijzigingsplan ligt vanaf 1 oktober 2021 gedurende 6 weken ter inzage. Tevens heeft deze zienswijze betrekking op de voorgenomen herbegrenzing van het gebied in het kader van de Interim omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant.
Het plan voorziet in het mogelijk maken van woningbouw op een plek waar in het vigerende bestemmingsplan de bestemming "groen" geldt. Janneke’s Hoeve V.O.F. is het niet eens met deze wijziging om de volgende inhoudelijke redenen. 1. Omgevingsdialoog Indien een initiatiefnemer in de gemeente Asten een ruimtelijke ontwikkeling wil doorvoeren, verwacht de gemeente dat diegene in gesprek gaat met de mensen en bedrijven uit de omgeving. De gemeente acht deze zogenaamde omgevingsdialoog onder andere nodig bij ruimtelijke initiatieven. De gemeente vindt het verstandig om de omgeving in een vroeg stadium bij een plan te betrekken. Naar onze mening zou deze aanpak ook moeten gelden indien de gemeente zélf de initiatiefnemer is. Janneke’s Hoeve heeft niet ervaren dat de gemeente deze omgevingsdialoog tijdig heeft uitgevoerd. Dit verschil in aanpak die de gemeente verwacht van derden in vergelijking met de eigen aanpak is volgens ons niet uit te leggen en getuigt niet van een uniforme en grondige aanpak van dit gemeentelijk initiatief.
2. Gezondheid In opdracht van de voormalige Ministeries van Volksgezondheid, Welzijn & Sport en Economische Zaken, Landbouw & Innovatie is een onderzoek verricht naar de mogelijke effecten van intensieve veehouderij op de gezondheid van omwonenden. Hieruit kwam een aantal aanknopingspunten voor mogelijke gezondheidseffecten van het wonen in de buurt van veehouderijen naar voren. Het op 7 juli 2016 verschenen onderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (RIVM Rapport 2016-0058, hierna VGO onderzoek) gaat hier dieper op in, met uitgebreid onderzoek in het oosten van NoordBrabant en het noorden van Limburg. Tot op heden bestaan er echter nog geen concrete normen of aan te houden afstanden die in acht moeten worden genomen bij ruimtelijke plannen. Een wettelijk toetsingskader voor volksgezondheidseffecten ontbreekt. Doordat met het beoogde plan woningbouw mogelijk wordt gemaakt, leidt dit tot een toename van blootstelling. De effecten van omliggende veehouderijbedrijven op de volksgezondheid ter hoogte van de nieuwe woningen moet worden betrokken bij de opstelling van het plan. Hierna worden een aantal onderwerpen met betrekking tot gezondheid in bijzonder toegelicht. Endotoxinen Op 7 juli 2016 verscheen het rapport Emissies van endotoxinen uit de Veehouderij: emissiemetingen en verspreidingsmodelering (Wageningen UR Livestock Research, juni 2016, rapport 949).
Uit het rapport blijkt dat op woningen rondom varkens- en pluimveehouderijen mogelijk een overschrijding van
Omgevingsvergunning,
Bestemmingsplanprocedure, Natuurbeschermingswet, MIA-VAMIL, Financiële advisering, Milieu effect rapportage.
Mestwetgeving, Productierechten, Grond- en pachtzaken. Taxaties, Aan- en verkoopbemiddeling.
£•
■'■
•fi
■
'X
’■
ê
iliBil ■
-
> A. - •
aiï" »?«ab ’■w;
'•,■7 A
'■A®efewa MS»®* A SSAaSAA;ïSibfcA
BERGS ADVIES
de advieswaarde van 30 ELI/m3 (vastgesteld door de Gezondheidsraad) aan de orde is. Ter ondersteuning van besluitvorming over endotoxinen in relatie tot volksgezondheid hebben een aantal partijen gezamenlijk de Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingskader 1.0 opgesteld. In het plan en bijbehorende stukken wordt niet gesproken over endotoxinen. Zowel de individuele contouren van de veehouderijen als cumulatie van endotoxinen moet bij de plannen worden betrokken. Dit is onvoldoende in beeld gebracht.
GGD normen In het onderzoek geur van veehouderijen is getoetst aan de streefwaarden uit de Gebiedsvisie Verordening geurhinder en veehouderij van de Gemeente Asten van 5 juli 2016 (10 OUE/m^ voor de woonkernen en 20 OUE/m^ voor het buitengebied). In 2015 werd geurhinder van veehouderijen nader onderzocht door het Bureau GMV (Gezondheid, Milieu en Veiligheid van de GGD ’en) en Brabant/Zeeland en IRAS, en leidde tot het rapport: “Geurhinder van veehouderij nader onderzocht: meer hinder dan Handreiking Wgv doet vermoeden?” Aanleiding van het onderzoek was twijfel over de actualiteit van de blootstellingsresponsrelatie tussen geurbelasting van veehouderijen en geurhinder. Het onderzoek geeft aan dat de niveaus van 12% en 20% bij de nieuwe onderzoeksresultaten overeen zouden komen met een cumulatieve geurbelasting van respectievelijk 4,7 OUE/m^ voor de woonkernen en 10,3 OUE/m^ in het buitengebied. Hier is bij het opstellen van de stukken geen aandacht voor geweest. Geiten Het VGO onderzoek geeft aan dat mensen die binnen 1 tot 2 kilometer van een geitenhouderij wonen een grotere kans hebben op het oplopen van een longontsteking. Momenteel lopen er diverse vervolgonderzoeken naar de effecten van het houden van geiten op de volksgezondheid.
Omdat de resultaten van vervolgonderzoek pas op termijn beschikbaar komen, is in de provinciale verordening een regeling opgenomen om de ontwikkeling van geitenhouderijen tijdelijk tegen te gaan. De gemeente Asten heeft deze regels overgenomen in haar bestemmingsplan van het buitengebied. Doordat in het beoogde ontwerp-bestemmingplan woningbouw mogelijk wordt gemaakt, leidt dit tot een toename in blootstelling aan gezondheidseffecten van geitenhouderijen. Wij zijn dan ook van mening dat hier aandacht voor had moeten zijn bij het opstellen van onderhavig bestemmingsplan.
3. Geur In het onderzoek geur uit stallen veehouderijen, behorende bij het bestemmingsplan, is ingegaan op het aspect geur uit stallen van veehouderijen. Er is gekeken naar een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse en onderzocht of de rechten van omliggende veehouderijen voldoende gerespecteerd worden.
Aanvaardbaar woon- en leefklimaat In het kader van het aanvaardbaar woon- en leefklimaat is de achtergrondbelasting op het plangebied berekend. In een deel van het plangebied blijkt de berekende achtergrondbelasting hoger dan 10 Ou. De uitkomsten van de berekening zijn echter niet herleidbaar. De invoerparameters en berekeningen zijn niet bij de stukken gevoegd. Daarnaast vragen we ons af of het aan het onderzoek ten grondslag liggende bronnenbestand (februari 2021), wel voldoende actueel is. Omgekeerde werking Bij de toets naar de omgekeerde werking, wordt geen rekening gehouden met de achtergrondbelasting. In het bij het plan behorende rapport is de voorgrondbelasting bepalend geacht voor de ontwikkelingsmogelijkheden. Er worden echter objecten opgericht waarbij de achtergrondbelasting hoger is dan 10 en het plangebied wél bepalend kan zijn voor de uitbreidingsmogelijkheden/wijzigingsmogelijkheden voor de veehouderijen. De nieuw op te richten woningen zijn dan bepalend omdat deze dichterbij komen te liggen. Het gemeentebestuur kan de overschrijding van de toetswaarde uit de geurgebiedsvisie wel als aanvaardbaar aanmerken, maar in het kader van de voor veehouderijen geldende rechtstreeks werkende regels uit de provinciale verordening, alsook de daarop gebaseerde regels in het 2
BERGS ADVIES
bestemmingsplan, worden er overbelaste gevoelige objecten opgericht voor wat betreft de geurachtergrondbelasting. Hiermee worden bestaande rechten en ontwikkeimogelijkheden van omliggende veehouderijen aangetast. De situatie is onjuist in beeld gebracht waardoor een onjuiste conclusie is getrokken.
Tot zover deze zienswijze. Rekening houdend met bovenstaande gebreken, verzoeken wij u om het bestemmingsplan niet vast te stellen.
Met yriandelijke groet,
1rigrP?S?J~tPieter)-var?Lier Bedrijfsadviseur
3
I-
S
IB^GS
-----
■«■,. x;. './*
ADVIES
302
Bergs Advies B.V. | Leveroyseweg 9a
6093 NE Heythuysen
23i.'3ï
s
1^1: ■
Si 3i®a
,
P'
a
HOSCC
I
1 » >