CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

RU21.11.06B Programma Wartmetransitie 1.0.docx

Raadscommissie Ruimte 23 november 2021, gemeente AstenBij agendapunt: Programma warmtetransitie 1.0 vaststellen (opiniërend)20.955 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Er werd onder andere gezegd dat we moeten stimuleren dat inwoners natuurlijke momenten, zoals verhuizingen en verbouwingen, aangrijpen om de woning aardgasvrij(-klaar) te maken en dat alle huiseigenaren de voor hun woning economisch rendabele isolatiestappen moeten zetten. Op deze manier krijgt innovatie de tijd én wordt er CO₂ reductie gerealiseerd. Uit de enquête (figuur 17) blijkt dat er in Asten sprake is van een vrij laag kennisniveau als het gaat over de warmtetransitie. 66% van de inwoners heeft van de warmtetransitie gehoord, maar zich er nog niet in verdiept en 8% weet er vrijwel niks over.

4. Bent u op de hoogte dat in 2050 alle huizen en andere gebouwen zonder aardgas verwarmd moeten worden? 8%

26%

66% Ja, en ik weet wat dit voor mij betekent Ja deels, ik heb erover gehoord maar ik heb me er nog niet in verdiept Nee, ik weet vrijwel niets hierover Figuur 17: enquêtevraag 4

38

Zie bijlage 1 voor een beschrijving en overzicht van het participatietraject.

Inwoners geven aan dat ze niet voorop willen lopen (figuur 18). 5% van de respondenten wil zo snel mogelijk van het aardgas af. De voorkeur van de meerderheid (58%) gaat uit naar starten met besparen en wachten op innovatie. Veel respondenten geven in een toelichting aan dat innovatie op het gebied van ander gas, zoals waterstof, het alternatief is voor aardgas. 15 procent van de respondenten wil tot 2050 buurt voor buurt aan de slag met het aardgasvrij maken van de gemeente.

6. Hoe belangrijk vindt u het om tempo te maken met het aardgasvrij maken van de gemeente Asten? 5%

5% 15%

17%

58% We moeten zo snel mogelijk van het aardgas af We moeten nu beginnen en buurt voor buurt doorwerken tot 2050 We moeten pas later met de nieuwe technieken van het aardgas af, dus moeten we nu allen starten met energie besparen Anders Weet niet Figuur 18: enquêtevraag 6

Energiebesparende maatregelen Uit de enquête (figuur 19) blijkt dat er nog winst te behalen is door eenvoudig aan te brengen voorzieningen zoals radiatorfolie en tochtstrips toe te passen. Veel inwoners hebben dit nog niet gedaan. Ook zijn isolatiemaatregelen met een beperkte terugverdientijd zoals bijvoorbeeld spouwmuurisolatie nog niet door iedereen toegepast. Opvallend is dat bijna een kwart van de inwoners van plan is om het dak te isoleren. Dit is een grote investering als het dak wordt vervangen.

Figuur 19: enquêtevraag 739

Zorgen en behoeften Als we willen dat inwoners daadwerkelijk aan de slag gaan, zijn er een aantal obstakels en zorgen die we de komende jaren weg moeten nemen. Uit de enquête (figuur 20) blijkt bijvoorbeeld dat inwoners zich zorgen maken over de kosten en het daarom belangrijk vinden dat ze een betaalbaar aanbod krijgen. Ook blijkt dat inwoners niet gedwongen willen worden en zelf het alternatief voor aardgas willen bepalen. Een aanzienlijk deel van de inwoners heeft twijfels over de techniek, zoals geluid en andere installatieproblemen en vindt het belangrijk dat de oplossing duurzaam is. Inwoners hebben ook een informatiebehoefte. Slechts 8% geeft aan niet geïnformeerd te willen worden.

39 Sommige maatregelen kunnen inmiddels alweer verouderd zijn. Het is daardoor nog steeds de moeite waard om bij

een verbouwing te kijken opnieuw te kijken naar de beste besparingsmaatregelingen.

10. Wat vind u het belanrijkt bij het aardgasvrij maken van uw woning? (= Antwoord in top 3) 0%

(n=643) 100%

Dat ik een betaalbaar aanbod krijg Dat ik niet wordt gedwongen Dat ik zelf het alternatief voor aargasvrij... Dat de oplossing duurzaam is Dar ik goed wordt geïnformeerd Dar ik niet alles zelf hoef uit te zoeken Dat ik weinig overlast heb van de... Ander punt Dat ik de mogelijkheid heb om samen... Geen voorkeur Weet niet Figuur 20: enquêtevraag 10

Bereidheid om te investeren 2/3 van de inwoners wil eigen geld investeren in energiebesparende maatregelen. Bijna de helft van de inwoners geeft aan een terugverdientijd tussen de 3 en 7 jaar acceptabel te vinden (figuur 21). Slechts 9% geeft aan geld te willen lenen voor energiebesparende maatregelingen.

13.1 Welke terugverdientijd vindt u acceptabel als u met eigen geld investeert? 3%

3% 4%

9% 7%

26%

48% De terugverdientijd is voor mij niet belangrijk 1 t/m 3 jaaar Tussen de 3 en 7 jaar Tussen de 7 en 15 jaar Tussen de 15 en 20 jaar Andere terugverdientijd Weet niet Figuur 21: enquêtevraag 13.1

Koplopers in Asten 26% van de inwoners is op de hoogte van de warmtetransitie en weet wat dit voor hen betekent en 29% van de respondenten vindt het belangrijk dat de gemeente aardgasvrij wordt. Ook blijkt dat 20% van de respondenten tempo wil maken. Iets minder dan de helft van de woningeigenaren met een woning die na 2005 is gebouwd vindt dat we pas later met nieuwe technieken van het aardgas moeten gaan. Uit de enquête blijkt verder dat ongeveer 2/3 van de inwoners al maatregelen heeft genomen en het gedrag heeft aangepast. 9% van de inwoners zegt dat de duur van de terugverdientijd van investeringen niet uitmaakt. 29% van de inwoners is bereid investeringen te doen met een terugverdientijd tussen de 7 en 20 jaar. Bijna de helft van de inwoners ziet een aanpak met buurtinwoners zitten (figuur 22). Ook is de bereidheid om daarin het voortouw te nemen groot.

11. Welk van de onderstaande antwoorden is voor u het meest van toepassing? (n=643) 0%

Ik heb alleen interesse in individuele voorzieningen/ maatregelen Ik ben bereid om mee te doen met gezamelijke voorzieningen/... Ik ben bereid om mee te doen met gezamelijke voorzieningen/... Ik neem al deel an initiatieven voor gezamelijke voorzieningen/ maatregelen Anders Weet niet

Figuur 22: enquêtevraag 11

10%

20%

30%

40%

5. Onze aanpak naar aardgasvrij

In het Klimaatakkoord staat de opdracht om in de Transitievisie Warmte (bij ons: programma warmtetransitie) aan te geven in welke buurt(-en) voor 2030 wordt gestart om deze van het aardgas te halen. Voor de overige gebieden dient in de visie een globaal tijdspad te worden opgenomen. Uit de technische analyses en rekening houdend met de inbreng van inwoners, lokale deskundigen en stakeholders is er in de gemeente Asten geen sprake van een voor de hand liggend startgebied. We vinden het dan ook te vroeg om een gebied aan te wijzen dat binnen 10 jaar van het aardgas moet gaan. We willen onze opties openhouden als niet duidelijk is welke oplossing de laagste maatschappelijke kosten heeft. De verwachting is dat dit in de komende jaren steeds duidelijker zal worden door ervaringen, innovatie en kostenontwikkeling.

5.1. Toekomstige warmtevoorziening

Hoewel we geen wijken gaan aanwijzen die binnen 10 jaar van het aardgas moeten gaan, willen we inwoners wel meer informatie geven over de toekomstige warmtevoorziening in hun buurt. In het programma warmtetransitie 0.5 hebben we hierover informatie opgenomen die we richting versie 1.0 verder concreet wilden maken. Het nadere onderzoek dat we hebben uitgevoerd heeft echter geen verdere afbakening opgeleverd van wijken waar mogelijk een warmtenet de beste oplossing is. In figuur 23 (zie pagina hieronder) is zichtbaar dat uit het nadere onderzoek volgt dat voor de hele kern van Asten onduidelijk is wat de beste warmteoplossing is. Nadere uitleg van het onderzoek is opgenomen in bijlage 6. Als wordt geïnvesteerd in isolatie voor onze gebouwen zal een individuele (of kleincollectieve) warmtevoorziening eerder de beste oplossing zijn. Investeringen in isolatie verhogen ook het wooncomfort en waarborgen de toekomstwaarde van gebouwen. Dit draagt bij aan het welzijn en welvaart van onze inwoners.

Figuur 23: visie warmtevoorziening

5.2. Inzetten op besparing en voorlopers

De wijkaanpak gebaseerd op een warmtenet als collectieve oplossing vinden we op dit moment niet passend rekening houdend met de beschikbare informatie en opvattingen van inwoners. Wel is het mogelijk en noodzakelijk om op de komende jaren al belangrijke concrete stappen te zetten in de warmtetransitie. Dit doen we door vol in te zetten op besparing: Stap A. Woningen worden daarmee geschikt(er) om op een later moment van het aardgas te gaan. Verder wil en kan een deel van de inwoners fungeren als voorloper. Zij hebben een woning, die al geschikt is of die ze geschikt gaan maken om over te stappen naar een all electric oplossing met eventueel opslag van warmte. Als deze woningeigenaren daadwerkelijk de laatste stap zetten voor 2030 levert dit een flinke besparing van het gebruik van aardgas op. Voor het benutten van deze kansen zetten we in met stap B: het stimuleren van voorlopers. Ook volgen we de ontwikkelingen in het land nauwlettend en geven we ruimte aan kansen door samen te werken met de gemeente Someren en de glastuinbouw. Stap A: besparing De eerste stap naar reductie van CO₂ is, in lijn met de Trias energetica, het verlagen van de energiebehoefte door isolatie en gedragsverandering (figuur 24). Op korte termijn kan ook in Asten op dit vlak nog veel winst worden geboekt.

Mede daarom is in de Regionale Structuur Warmte afgesproken dat gemeenten (nog meer) inzetten op het stimuleren van besparing. Waarschijnlijk kan in Asten voor 2030 de grootste beperking van het aardgasgebruik in de gebouwde omgeving worden gerealiseerd als tijd en middelen worden ingezet voor het (beter) isoleren en het winddicht maken van woningen. Met het inzetten op bewustwording van energieverspilling en de mogelijkheden om dit nog meer te beperken zullen veel inwoners stappen zetten, die binnen hun mogelijkheden liggen. Dit betreft zowel het verbeteren van de woning als het aanpassen van gedrag. Uitgaande van rendabele labelstappen kan een besparing van zo’n 20% worden gerealiseerd. Dit is de uitkomst van de technische analyse die gebaseerd is op een modelberekening. In de praktijk blijkt dat modelberekeningen de besparing overschatten. Dat heeft twee redenen: van nog niet aangepaste woningen wordt het huidige energieverbruik overschat en het energieverbruik na het nemen van isolatiemaatregelen wordt juist onderschat. Er is namelijk geen sprake van constant inwonersgedrag. Dit komt omdat mensen zich anders gedragen in een slecht geïsoleerd huis. Ze weten dat er veel warmte (en daarmee geld) weglekt. Ze letten goed op welke ruimtes ze verwarmen en zetten de thermostaat niet zo hoog. Ze leveren in op comfort omdat ze dat het geld niet waard vinden.

Wanneer een huis geïsoleerd is, kost de verwarming ervan minder geld en vinden mensen de extra kosten van het extra comfort vaak geen probleem. Dit is echter geen reden om niet vol in te zetten op besparing door isolatie en het dichten van kieren. We weten dat energieprijzen zullen stijgen en dat dit invloed heeft op afwegingen die mensen maken en de wenselijkheid om te besparen. Dit maakt juist ook het inzetten op bewustwording over de besparingsmogelijkheden door gedragsverandering belangrijk. Slecht geïsoleerde woningen met een laag gasverbruik staan bijvoorbeeld in de St. Jozefstraat/Wolfsberg en Bloemenbuurt. Goed geïsoleerde woningen met een hoog gasverbruik staan bijvoorbeeld in de Vlinderbuurt.

Figuur 24: Trias energetica40

Voor energiebesparende maatregelen met een (relatief) korte terugverdientijd bestaat bij inwoners draagvlak. Ze zijn hiermee bekend en er is geen sprake van (financiële) onzekerheden. Gezien het aardgasverbruik is hierin in Asten meer geïnvesteerd dan in vergelijkbare gemeenten41. Het bevorderen van concrete stappen, samenwerking en bewustwording kan makkelijker worden gerealiseerd als daar wordt gestart waar geen sprake is van onzekerheid en onbekendheid. De gemeente kan stimuleren en faciliteren, de uitvoering zal voor het grootste deel door de eigenaren moeten gebeuren. Bij de programmatische aanpak van energiebesparende maatregelen kan extra worden ingezet op bepaalde buurten c.q. wijken en ook doelgroepen. Verminderen van het aardgasverbruik heeft verder als bijkomend voordeel dat de verwachte stijging van de energierekening wordt voorkomen of beperkt. Energiearmoede ten gevolge van de warmtetransitie is een reëel risico42. Door het beperken van de energiekosten kan bovendien op termijn weer financiële ruimte worden gecreëerd voor andere investeringen in de woning, die voortvloeien uit de warmtetransitie. Stap B: stimuleren van voorlopers Er is nog veel onduidelijk en toch wil en kan een deel van de inwoners de stap zetten om nu al van het aardgas te gaan. Deze stap levert niet alleen reductie van CO₂ op.

Voorlopers hebben ook een niet te onderschatten voorbeeldfunctie en zorgen daarmee voor acceptatie en navolging. De toekomstige beschikbaarheid van groen gas of mogelijk waterstof als alternatief voor aardgas is onzeker. Of een warmtenet een reële oplossing is voor de gebieden waarin sprake is van een hogere warmtebehoefte in verband met de woningdichtheid is de vraag. Uit de visie warmtevoorziening (figuur 23) blijkt in ieder geval dat een individuele (all electric) oplossing de stap is die nu gezet kan worden. Bij de programmatische aanpak hebben we dan ook extra aandacht voor de voorlopers door het bieden van actuele informatie en mogelijkheden om met elkaar in contact te komen en van elkaar te leren. Op deze manier verwachten we de groep voorlopers te vergroten en een olievlek te creëren.

40

Staat voor een van de basisprincipes van duurzaamheid toegepast op het aspect “energie”: eerst verspilling en

verliezen terugdringen of helemaal voorkomen. Wat je nog nodig hebt aan energie kun je met kleinere en meer renderende apparatuur opwekken. Dat doe je met hernieuwbare bronnen. Wat er overblijft en je wint of verkrijgt uit fossiele

bronnen

produceer

je

zo

efficiënt

mogelijk,

zodat

de

CO₂-uitstoot

minimaal

blijft.

https://duurzaammaasgouw.nl/duurzaamheid/trias-energetica/ 41 https://www.binnenlandsbestuur.nl/ruimte-en-milieu/nieuws/gasverbruik-sterk-regionaal-bepaald.15156146.lynkx 42 https://www.scp.nl/publicaties/publicaties/2020/05/25/op-weg-naar-aardgasvrij-wonen

5.3. Kansbuurten

Naast het gemeentebreed stimuleren van besparing en het steunen van voorlopers zien we in een aantal buurten kansen om met een gerichte aanpak te versnellen met het aardgasvrij worden. Op basis van de mogelijke warmteoplossingen en genoemde stappen is een kansen-verkenningskaart gemaakt, die weergegeven is in figuur 25. De kaart geeft inzicht in de kansen waarvan de haalbaarheid op korte termijn inzichtelijk kan worden gemaakt en een globale fasering van de overige buurten. Zo kunnen inwoners en bedrijven hun investeringen afstemmen op de ontwikkelingen die we in de verschillende buurten voorzien. We benadrukken dat de planning in dit hoofdstuk een globale planning is. We willen graag ruimte houden om in te spelen op nieuwe kansen, inwonersinitiatieven of initiatieven van bedrijven. Verkenningsbuurt (2020-2030/2035) Dit zijn buurten waar het mogelijk lijkt om alle woningen de komende 10 tot 15 jaar van het gas te halen, omdat cv-installaties vervangen moeten worden en woningen gelet op het bouwjaar al geschikt zouden moeten zijn voor een lage temperatuur all electric oplossing. In deze buurten starten we in 2022 met het informeren van eigenaren over geschikte aardgasvrije warmteoplossingen. Hiermee wordt voorkomen dat natuurlijke momenten om woningen duurzaam aan te passen onbenut blijven.

We benadrukken dat we in deze buurten starten met een buurtgerichte aanpak, maar dat nog niet besloten is wanneer de buurt van het aardgas gaat. Het zijn buurten waar een individuele of klein-collectieve oplossing past en inwoners op een passend moment de keuze maken om over te stappen. Aan de Waardjesweg liggen een beperkt aantal woningen die wellicht kunnen worden aangesloten op het aangrenzende warmtenet voor de kassen. Dit net heeft een hoge temperatuur en daarom hoeven woningen niet extra geïsoleerd te worden. Met dit mogelijke project kan lokaal ervaring worden opgedaan met het aansluiten van woningen op een (groter) warmtenet. Natuurlijk tempo (2020-2050) Voor deze buurten liggen individuele warmteoplossingen per gebouw voor de hand. De woningen in dit (buiten)gebied liggen ver uit elkaar, zijn heel divers en vaak gekoppeld aan een (agrarisch) bedrijf. De gemeente realiseert zich dat inwoners en ondernemers hiervoor hun eigen tempo kiezen, vandaar een natuurlijk tempo. Logische momenten zijn bijvoorbeeld bij een verbouwing, verhuizing of transitie van een bedrijf inclusief bebouwing in het kader van het verduurzamen van de landbouw. Ook hier kunnen voorlopers een voortrekkersrol vervullen.

Middellange termijn (2025-2040) In deze gebieden zijn er naast de logische individuele warmteoplossing ook (mogelijk) collectieve kansen of ontwikkelingen waar de gemeente, samen met belanghebbenden, tijdig op wil inspelen. Dit zijn in gemeente Asten de gebieden waar een warmtenet een mogelijkheid is. In deze gebieden staan ook gebouwen waarvoor het logisch is om individueel op korte termijn de overstap te maken. Het maken van die keuze door inwoners, die willen voorlopen stimuleren we. Lange termijn (2040-2050) of natuurlijk tempo De gebieden met oudere bebouwing van Ommel zijn op lange termijn gezet. Hier zal vanwege deze oudere bebouwing waarschijnlijk met groen gas verwarmd moeten worden. Omdat nog onduidelijk is waar groen gas mag worden ingezet in het bestaande aardgasnet, en omdat de Peelgemeenten nog uit moeten zoeken welke rol ze kunnen innemen in het leveren van groen gas, is dit gebied op lange termijn gezet.

Figuur 25: kansen-verkenningskaart. Op de kaart wordt een globaal beeld gegeven van het tempo waarmee de verschillende gebieden in gemeente Asten van het aardgas af kunnen stappen. Dit op basis van beschikbare kansen in de verschillende gebieden. De keuze ligt met dit overzicht van kansen nog niet vast.

6. Uitvoeringsstrategie en vervolgstappen

De komende jaren moeten concrete stappen worden gezet om uiteindelijk in 2050 alle gebouwen volledig aardgasvrij te hebben. De activiteiten die de gemeente al organiseert en nog wil opzetten worden in dit hoofdstuk uiteengezet. Ook wordt uiteengezet hoe we de komende jaren te werk gaan.

6.1. Informeren, stimuleren, ondersteunen en mogelijk maken

De gemeentelijke activiteiten zijn gericht op informeren, stimuleren, ondersteunen en mogelijk maken, zodat inwoners weloverwogen (samen) aan de slag kunnen. Dit kan stapsgewijs. Bewustwording en het geven van handelingsperspectief zijn belangrijk om tot actie te kunnen overgaan. De gemeente is in deze transitie, die bijna alle gebouwen betreft, namelijk veelal niet de partij die verantwoordelijk is voor het aanpassen van gebouwen. Uiteindelijk zullen gemeenten op basis van de hun toebedeelde regiefunctie wel moeten kunnen beschikken over instrumenten om te zorgen dat definitieve keuzes worden geeffectueerd door alle eigenaren. In de fase waarin we de opties openhouden is deze rol echter nog niet aan de orde. Vooralsnog bepaalt de eigenaar van een gebouw welke investeringen worden gedaan. Kortom we richten ons vanuit onze regierol op stappen die inwoners en andere eigenaren de komende vijf jaar willen zetten. Verder pellen we samen met stakeholders, inwoners, onze lokale experts de opties voor een duurzame warmtevoorziening verder af. Daarnaast werken we samen met de gemeente Someren en DECAS om kansen te kunnen benutten. Programmaonderdeel

Periode

Toelichting

1. Aanpak besparing

2021 en verder

Ondersteuning en activeren van inwoners om woningen te verbeteren en deze daarmee voor te bereiden op een aardgasvrije woning met een individuele of collectieve aanpak. Uitvoering deels samen met de deelnemende gemeenten van het energieloket Energiehuis Slim Wonen. Inzetten op aanpassen van gedrag, bewustwording vergroten en besparingen realiseren. O.a. door uitgifte van materialen op basis van Regeling Reductie Energiegebruik Woningen (RREW).

2. Ondersteuning voorlopers

2021 en verder

3. Ondersteuning kansbuurten

2022 en verder

Ondersteuning en activeren van inwoners die een stap extra willen zetten en hun woningen (gedeeltelijk) aardgasvrij willen maken met een individuele of collectieve aanpak. Onderzoeken of een buurtgerichte aanpak aansluit bij de behoefte van de inwoners van de Appelbuurt, Loverbosch en de Hemelberg. Een buurtuitvoeringsplan kan de basis vormen voor extra middelen van de rijksoverheid. Onderzoek of het aansluiten van woningen aan de Waardjesweg op het nabijgelegen warmtenet haalbaar is.

4. Kansen voor inzet van ondiepe geothermie en/of open warmtenet.

20222025

5. Kansen voor inzet van biogas

20222025

6. Doorontwikkeling en monitoren programma warmtetransitie en uitvoeringsprogramma

20222025

Samen met de gemeente Someren en DECAS inventariseren we de komende jaren of ondiepe geothermie en/of een open warmtenet een mogelijkheid kan zijn in onze gemeente. Omdat er in onze gemeente potentie is voor het produceren van biogas willen we de haalbaarheid van deze bron samen met Someren en binnen De Peel apart onderzoeken. Nieuwe inzichten en ontwikkelingen houden we bij en nemen we mee door het programma warmtetransitie te actualiseren. Actualisatie is verplicht na 5 jaar. Op zowel visie- als uitvoeringsniveau kan worden ingespeeld op opgedane ervaringen, nieuwe technologieën, ontwikkelingen in de prijsstelling van de verschillende warmteoplossingen en beleid van derden, waaronder faciliterende maatregelen zoals subsidies.

Waarom kiezen we voor dit programma? De oplossingsrichting naar een toekomst zonder aardgas is voor een groot deel van de gemeente Asten niet duidelijk. De verwachting is dat dit in de komende jaren steeds duidelijker zal worden door innovaties, ervaringen, keuzes met betrekking tot het energiesysteem en een beter beeld van de kosten. Het is mede daarom geen doel om zo snel mogelijk de aardgasleidingen te verwijderen, want deze kunnen mogelijk in de toekomst nog een rol spelen. Met dit programma richten we ons op alle inwoners en niet alleen (een) bepaalde wijk(en) in de verwachting dat zo meer inwoners stappen zullen zetten die leiden tot de reductie van CO₂ voor 2030. Voor het eerste programma warmtetransitie kunnen gemeenten als vuistregel hanteren dat deze betrekking zou moeten hebben op een vijfde van de gebouwenvoorraad in de gemeente. Wij zetten in op het zodanig benutten van de energiebesparingspotentie in Asten dat in 2030 in vergelijking met 2019 een vijfde minder gas wordt gebruikt ten behoeve van de gebouwde omgeving.

6.2. Besparing

Er is nog veel onduidelijk en toch willen en moeten ook in Asten net als elders voor 2030 een flinke stap worden gezet. Hoewel wordt aangenomen dat richting 2050 de opgave om woningen van het aardgas te halen steeds sneller zal worden uitgevoerd, is het van belang om zo snel mogelijk de uitstoot van CO₂ te reduceren. Met het verbeteren van de woningen moet nu worden gestart om op tijd klaar te zijn en de overstap later daadwerkelijk te kunnen maken. Besparen op energiegebruik betekent ook beperken van de energierekening. Isolatie en kierdichting maakt de woning comfortabeler en toekomstbestendiger. Dit verhoogt de toekomstwaarde van woningen. In het nationale Klimaatakkoord is aangegeven dat ongeveer 20% van de woningvoorraad in 2030 van het aardgas zou moeten zijn gehaald of hierop voorbereid zou moeten zijn. Veel inwoners hebben al geïnvesteerd in het verbeteren van hun woning of zijn dit op korte termijn van plan. We moeten zorgen

dat voornemens daadwerkelijk worden omgezet in uitvoering. Inwoners die plannen hebben ondersteunen we via ons energieloket Energiehuis Slim Wonen. Eenvoudige middelen en gedragsverandering om de woning energiezuiniger te maken c.q. minder energie te gebruiken worden onvoldoende benut. Dit brengen we onder de aandacht en maken we mogelijk met de middelen uit een subsidie, die we voor dit doel hebben ontvangen (RREW). Een deel van de inwoners heeft geen plannen om isolatiemaatregelen met een korte terugverdientijd toe te passen. We proberen uit hoe we ook deze inwoners kunnen helpen en overtuigen om toch deze minder ingrijpende isolatiemaatregelen te nemen. Voor een buurtgerichte aanpak bestaat belangstelling bij 15 procent van de inwoners. Er zijn ook inwoners die zich in willen zetten om actief zo’n aanpak van de grond te krijgen. We brengen in kaart welke buurten geschikt zijn om te starten met deze aanpak en gaan daarna aan de slag. De route op basis waarvan utiliteitsgebouwen energiezuiniger moeten worden is en wordt in wetgeving vastgelegd. Vanaf 2023 moeten kantoorgebouwen minimaal energielabel C hebben. De gemeente gaat erop toezien dat de verplichtingen worden nageleefd.

6.3. Voorlopers en kansbuurten

Niet alleen recente nieuwbouw is gasloos gerealiseerd. Ook inwoners van bestaande woningen hebben zelf de keuze gemaakt om gasloos te wonen. Meer inwoners overwegen om ook voor 2030 de laatste stap te zetten en al (gedeeltelijk) te stoppen met het gebruik van aardgas. Als inwoners met een (geschikt te maken) woning bereid zijn om voor 2030 (gedeeltelijk) van het gas te gaan, levert dit een aanzienlijke bijdrage aan het terugdringen van het gebruik van aardgas en dus de reductie van CO₂. Zeker zo belangrijk is de rol die deze Astense voorlopers bij onze warmtetransitie kunnen vervullen. Zij laten zien dat het kan: goed voorbeeld doet goed volgen. In kansbuurten maken we gebruik van de gunstige uitgangspositie om te stimuleren (gedeeltelijk) van het aardgas te gaan. Van deze buurtgerichte aanpak kunnen we leren. Inwoners die concrete plannen hebben ondersteunen we via ons energieloket. Daarnaast sturen we met informatievoorziening op het omzetten van bereidwilligheid in concrete plannen. Collectieve initiatieven (burgerparticipatie) worden ondersteund. Mogelijke kansen die specifieke aandacht krijgen zijn de volgende investeringsmomenten: • voorzieningen t.b.v.

koude-behoefte • aanbrengen water-water warmtepomp PVT bij vervangen dak(en) • renovatie (na aankoop) • vervangen cv-installatie • collectieve natuurlijke momenten van straten en buurten: werkzaamheden in het openbaar gebied; meeliften met nieuwbouw en renovatie van nabijgelegen gebouwen Voor de programmaonderdelen besparing en voorlopers wordt een uitvoeringsplan opgesteld dat jaarlijks zal worden bijgesteld. Welke acties wenselijk zijn en kunnen worden uitgevoerd is afhankelijk van de financiële middelen die de gemeente ontvangt voor dit doel en de activiteiten en instrumenten, die anderen inzetten. De

gemeentelijke inzet wordt in ieder geval afgestemd op de instrumenten van de rijksoverheid en de (sub) regionale aanpak. Het uitvoeringsplan wordt opgesteld op basis van consultatie (figuur 26). We leggen ideeën voor aan lokale partijen en organiseren een workshop waaraan ook inwoners kunnen deelnemen. Dit moet uitmonden in een klankbordgroep ‘besparing’. Uitvoeringsacties zijn gebaseerd op samenwerking als dit voor de hand ligt. Het activeren van inwoners en lokale partijen heeft de voorkeur.

Figuur 26: Participatieladder

6.4. Samenwerking: ondiepe geothermie, biogas en open warmtenet

Ondiepe geothermie In bijlage 7 is toegelicht dat ondiepe geothermie een potentiële warmtebron is binnen onze gemeente en ook binnen gemeente Someren. Deze bron kan worden ingezet voor zowel kassen als wijken. De potentie en de risico’s moeten echter nog verder worden onderzocht. Aangezien een geothermie bron alleen rendabel is als voldoende warmte kan worden afgezet is het logisch om ten aanzien van deze optie samen op te trekken met de gemeente Someren en DECAS. Biogas Door het vergisten van mest is biogas een andere interessante bron. Verder onderzoek is nodig om te analyseren of deze bron toekomstbestendig is in verband met veranderende regelgeving. Biogas kan in groen gas opgewaardeerd worden, maar gemeenten bepalen niet wie groen gas mag benutten. Groen gas is namelijk beperkt beschikbaar voor de gebouwde omgeving. Biogas kan echter ook rechtstreeks als brandstof worden gebruikt. Inzet in WKK’s (Warmtekrachtkoppeling) voor de tuinbouw zou betekenen dat warmte en elektriciteit wordt geproduceerd en de CO₂ benut wordt voor de groei van gewassen. Warmtenet Het warmtenet tussen Asten en Someren zou gebruikt kunnen worden als hoofdleiding (backbone) van een warmtenet voor kassen, wijken en andere bedrijven dat gevoed wordt door meerdere bronnen. Het voordeel van zo’n warmtenet is dat het niet afhankelijk is van één bron.

Ook kunnen piek- en backup voorzieningen efficiënter vorm worden gegeven. Een backbone moet wel voldoende capaciteit hebben om de op het warmtenet aan te sluiten gebieden van warmte te kunnen voorzien. Om zo’n voorziening te realiseren is samenwerking met de gemeente Someren en DECAS noodzakelijk.

6.5. Monitoren

De Klimaatmonitor presenteert in opdracht van het ministerie van EZK trends in de energietransitie. Gemeenten en provincies monitoren hun voortgang met deze gegevens. Uit harde gegevens over verleende subsidies (zie ISDSE-viewer43), gasverbruik, gebruik van websites o.a. ons energiehuis, deelname aan informatiebijeenkomsten en acties etc. kan worden afgeleid of we op de goede weg zijn. Een deel van deze informatie levert alleen een goed beeld op als het informatie over een langere tijdspanne betreft. De effectiviteit van een specifieke uitvoeringsactie kan slecht worden gemeten op basis van deze bronnen. Toch moeten we inschatten of uitvoeringsacties voldoende effectief zijn. Gaan inwoners aan de slag, doen ze dit samen en helpen ze elkaar? Vraagt (toename van) energiearmoede om een separate aanpak? Wanneer is ondersteuning door de gemeente nodig? Vult de gemeente haar regierol goed in? De komende jaren doen we ervaring op met gemeentebrede, buurt- en doelgroepgerichte acties en hun effectiviteit. Het uitvoeringsprogramma leert ons welke aanpakken werken, hoe programmaonderdelen elkaar versterken en wat de uitvoering belemmert. De resultaten van het uitvoeringsprogramma vormen de basis voor het volgende programma, dat over 5 jaar moet worden vastgesteld.

43

SDE-viewer: In de viewer worden zowel de projecten getoond die zijn gerealiseerd en projecten die nog in

behandeling zijn. Deze viewer biedt u inzage in aantallen apparaten per provincie. Ook is aangegeven of het om particulieren of zakelijke subsidieaanvragers gaat en om welke techniek. https://ez.maps.arcgis.com/apps/MapSeries/index.html?appid=1de1caf227bb434cb275abed6167a790

Bijlage 1: Verantwoording participatie

Hieronder wordt beschreven hoe stakeholders en inwoners betrokken zijn. Stakeholders Sinds 2020 zijn we bezig geweest met het spreken van stakeholders. We hebben ze meermaals geïnformeerd en zij ons. Ook hebben we ze meerdere keren gevraagd om commentaar te geven op onze stukken. Maart (2020) hebben we stakeholders uitgelegd wat de warmtetransitie is en verteld waarvoor het programma warmtetransitie dient. Ook hebben we gevraagd naar kansen en bedreigingen en de wijze waarop stakeholders in het proces betrokken willen worden. Met name de zorgen over hoge kosten, de risico’s van het zijn van een koploper en de complexiteit/techniek van alternatieven voor aardgas kwamen in deze gesprekken naar voren. Ook werd in bijna ieder gesprek door stakeholders benadrukt dat de transitie voor iedereen betaalbaar, betrouwbaar en veilig moet zijn. Voordat we het programma voor wensen en bedenkingen naar de commissie Ruimte brachten hebben we steeds de conceptversie naar de stakeholders gemaild en de gelegenheid geboden om te reageren. Een aantal keer leidde dit tot een verdiepingsgesprek en opmerkingen en vragen via e-mail. De feedback was onder andere gericht op de potentie van mogelijke warmtebronnen, de capaciteit van het elektriciteitsnetwerk, beperkte ruimte in de ondergrond vanwege andere opgaven, energielabels, kierdichting en de warmteprofiel- en warmtedichtheidskaarten.

Eind april 2021 hebben we een digitale stakeholderbijeenkomst44 georganiseerd. Tijdens de bijeenkomst hebben we samen met onze adviseur de stakeholders bijgepraat, gevraagd om feedback en zijn we in discussie gegaan aan de hand van stellingen. Tijdens de bijeenkomst is onder andere gediscussieerd over de haalbaarheid van een warmtenet, isolatie, energiebesparing, de betrouwbaarheid en haalbaarheid van scenario’s en de mogelijkheden voor verschillende doelgroepen zoals jongeren en senioren, starters en doorstromers. In de zomer van 2021 hebben we stakeholders opnieuw de gelegenheid gegeven om mee te denken door de conceptversie toe te sturen en de optie te bieden om over de conceptversie in gesprek te gaan. Tot slot hebben we het programma van 14 september 2021 tot en met 25 oktober 2021 ter inzage gelegd. Inwoners Naast stakeholders met specifieke kennis proberen we ook inwoners uit de gemeente met kennis van de warmte- en energiesector de rol van stakeholder te geven. Een aantal deskundige inwoners hebben we daarom meermaals geïnformeerd en gevraagd om feedback. In april (2021) hebben we met een aantal deskundige inwoners45 een overleg gehad over warmtedichtheid- en warmteprofiel kaarten, onderzoeken, mogelijke scenario’s, de toekomstige capaciteit van het elektriciteitsnet en innovatie. Er werd ons geadviseerd terughoudend/kritisch te kijken naar warmtenetten en geothermie.

Ook werden zorgen over de capaciteit van het elektriciteitsnetwerk uitgesproken. En er werd hoopvol over de beschikbaarheid van waterstof gesproken voor de periode na 2030.

44 Bij de stakeholderbijeenkomst waren onder andere Bergopwaarts, WoCom, en Seniorenvereniging Asten & Ommel

aanwezig. 45 Het betreffen (op dit moment) drie inwoners die actief zijn in de warmte- en energiesector.

Begin juli hebben we opnieuw onze ideeën en een aantal scenario’s besproken met een aantal deskundige inwoners. In dat gesprek werd positief gesproken over isolatie, gedragsverandering en innovatie. Ook werden er zorgen uitgesproken over de capaciteit van het elektriciteitsnet, de complexiteit van een warmtenet in een dorp en de betaalbaarheid van de warmtetransitie. In mei hebben we alle huishoudens (7127) met een brief uitgenodigd om een enquête in te vullen en deel te nemen aan een digitale informatieavond. De enquête is ruim 650 keer ingevuld46 en bij de digitale inwonersavond waren 64 inwoners aanwezig. De inwonersavond is opgenomen en online gedeeld. Ook hebben we gereageerd op alle vragen en opmerkingen die tijdens en na afloop van de inwonersavond zijn gesteld. Uit de enquête kwam onder andere naar voren dat inwoners verschillend denken over de noodzaak om aardgasvrij te worden47, dat inwoners eerst willen inzetten op besparing en pas later – met betere technieken (innovatie) – aardgasvrij willen worden. 2/3 van de inwoners geeft aan zich zorgen te maken over de kosten voor het aardgasvrij maken van een woning. Ook gaven inwoners aan dat ze onafhankelijke ondersteuning/advies belangrijk vinden. Tot slot hebben we door het programma zes weken ter inzage te leggen inwoners en stakeholders de mogelijkheid gegeven om te reageren op het programma.

Om inwoners hier extra op te attenderen communiceerden we dit in het Peelbelang, op sociale media en de website van de gemeente. Energiecoöperatie Halverwege 2021 gaf een inwoner aan een energiecoöperatie op te willen richten. Wij ondersteunen dit initiatief waar mogelijk. We hebben de initiatiefnemer onder andere in de gelegenheid gesteld om zijn idee in het Peelbelang en tijdens de digitale inwonersavond onder de aandacht te brengen. Waar mogelijk blijven we dit initiatief ondersteunen. Participatieoverzicht Datum Maart - april 2020 Augustus 2020 Februari 2021 April 2021 April 2021 Mei Juni Juli 2021 14 september 25 oktober

46

Voor

de

enquêteresultaten

Wie Stakeholders Stakeholders Stakeholders Stakeholders Deskundigen Inwoners Inwoners Deskundigen Inwoners & stakeholders

verwijzen

we

u

naar

Wat Telefoongesprek Toesturen TVW 0.1 Toesturen TVW 0.5 Digitale bijeenkomst Bijeenkomst Enquête Digitale informatieavond Bijeenkomst Ten inzage

https://www.asten.nl/toekomstagenda-asten-

2030/klimaatbestendig-en-energieneutraal-asten 47 36% van de inwoners vindt het onbelangrijk, 36% is neutraal of weet het niet en 29% vindt het belangrijk.

Bijlage 2: Criteria aardgasvrije technieken

Wanneer we op het punt zijn gekomen dat er gebiedsgerichte keuzes moeten worden gemaakt over de te gebruiken warmtetechniek, komen op buurtniveau ook uitgangspunten naar voren die meegenomen moeten worden. Dit zogenaamde afwegingskader is hieronder weergegeven. Bij de keuze van een aardgasvrije warmtevoorziening wegen allerlei aspecten mee, zoals kosten, duurzaamheid en betrouwbaarheid. Het economische aspect is vaak een dominant kader. Wanneer echter meerdere warmteoplossingen betaalbaar kunnen worden aangeboden, gaan andere zaken uit het afwegingskader mee wegen. De verschillende weegfactoren zijn hieronder verder toegelicht.

Figuur 1: Afwegingskader voor het kiezen van een aardgasvrije techniek in een buurt

Duurzaamheid, milieu Benodigde hoeveelheid primaire energie Primaire energie wordt gedefinieerd als de energie die nodig is aan de bron om de uiteindelijke warmtevraag te dekken. Er wordt dus rekening gehouden met de energie die verloren gaat tijdens transport, opslag en conversiestappen in de keten, en een positieve bijdrage vanuit omgevingswarmte. Een warmteoplossing met een lage primaire energievraag en goede efficiëntie legt minder beslag op de (veelal schaarse) energie-/warmtebronnen. Voor de berekening wordt aangesloten bij de definities uit de BENG-norm48. CO₂-uitstoot De totale uitstoot van CO₂-equivalenten in het uiteindelijke warmteconcept. We bekijken alleen de CO₂-uitstoot van verwarming, koeling, warm tapwater en ventilatie. Voor de berekening wordt aangesloten bij de aannames en definities uit Startanalyse Leidraad Transitievisie Warmte van het PBL. Omgevingsimpact, ruimtebeslag Hoeveel ruimte neemt de oplossing in beslag? Is er negatieve impact op het landschap, of op de ruimtelijke kwaliteit in de buurt of bij naburige percelen? Kwaliteit lucht, water en bodem Heeft de gekozen oplossing een positieve of negatieve impact op de luchtkwaliteit, bodem- of waterkwaliteit? Hieronder vallen: • Luchtkwaliteit: de uitstoot van onder andere fijn stof, roet en stikstofoxiden.

48 De BENG-norm is opgesteld voor nieuwbouw. Dit afwegingskader gebruiken we uiteraard ook voor de bestaande

bouw. Voor de consistentie passen we dezelfde definities toe.

• •

Bodemkwaliteit: risico op ontstaan van bodemverontreinigingen bij toepassing bodemenergie, of juist versnelde afbraak verontreinigde stoffen bij toepassing bodemenergie49. Waterkwaliteit: invloed (positief of negatief) op de waterkwaliteit en de biodiversiteit in het water en eventuele risico’s op de kwaliteit van de (toekomstige) drinkwatervoorziening.

Duurzaamheid in de keten Leidt de oplossing tot negatieve milieu-impact elders, bijvoorbeeld ontbossing, of uitputting van schaarse grondstoffen? Sociaal Draagvlak Is er draagvlak/acceptatie onder de inwoners en lokale ondernemers in de buurtwijk voor de gekozen oplossing? Inpasbaarheid & wenselijkheid in de woning Hoe goed is de oplossing inpasbaar in de woning en op het perceel? Neemt de oplossing veel ruimte in de woning in beslag? Is er een ingrijpende verbouwing nodig? Gezondheid, welzijn, leefbaarheid Heeft de gekozen oplossing een positieve of negatieve impact op de directe leefomgeving? Is er een effect op gezondheid of leefbaarheid? Hieronder vallen: • Geluids- of trillinghinder: geeft de gekozen techniek geluids- of trillinghinder binnen de woning of op de omgeving? • Binnenklimaat: leidt de oplossing tot (on)gezondere lucht binnenshuis? • Comfort: verandert het comfort van de woning? (negatief dan wel positief) Economisch Nationale kosten De totale kosten van alle maatregelen die nodig zijn om een warmteoplossing uit te voeren, ongeacht wie die kosten betaalt, inclusief de baten van energiebesparing, maar exclusief belastingen, heffingen en subsidies. Voor de berekening wordt aangesloten bij de Startanalyse Leidraad Transitievisie Warmte van het PBL. Kosten voor de eindgebruiker Alle kosten die een eindgebruiker betaalt voor de omschakeling op aardgasvrij verwarmen.

Dat zijn zowel de energielasten als kosten voor (het gebruik van) installaties en isolatie. Alle subsidies en belastingen zijn hierin verwerkt. Eindgebruikers zijn huurders en eigenaar-gebruikers van gebouwen (inwoners en ondernemers). Kwaliteit business case Een gezonde robuuste business case voor alle partijen zorgt dat investeringen beschikbaar komen en vermindert het risico dat projecten niet van de grond komen of stil komen te liggen. Onzekerheid in prijsstelling Grote financiële risico’s worden zoveel mogelijk vermeden. Voor inwoners moet duidelijk zijn wat hun lasten zullen worden. Kan gegarandeerd worden dat zij niet voor verrassingen komen te staan bijvoorbeeld door onzekerheid ten aanzien van 49 Zie bijvoorbeeld:

https://www.bodemplus.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bodemconvenant/thema/kennis/uitvragen/uitvraag2016/wko-plus-duurzame/

de energiekosten op (middel)lange termijn of een (elektriciteits-)verbruik dat veel hoger blijkt dan voorspeld?50 Juridisch kader Moet er juridisch nog veel geregeld worden om deze oplossing mogelijk te maken? Is de wet- en regelgeving al passend? Technologisch Beschikbaarheid bronnen Is de bron in voldoende mate aanwezig? Is de bron nu en in de toekomst rendabel te exploiteren? Het optimaal benutten van de lokaal beschikbare (warmte)bronnen heeft de voorkeur boven het importeren van energie van buiten de gemeente. Onzekerheid in performance Is het een bewezen techniek? Als het een nieuwe techniek is, wat kan er gezegd worden over de performance? Veiligheid Zijn er risico’s voor de (externe) veiligheid verbonden met de techniek? In hoeverre kunnen deze risico’s worden beheerst? Robuustheid, continuïteit Leveringszekerheid van de warmtevoorziening is cruciaal. Brengt de gekozen techniek een groter risico op uitval of storingen met zich mee, dan we van het huidige energiesysteem gewend zijn? Als er iets uitvalt, is er dan een vervanging (back-up)? Meekoppelkansen Hoe goed sluit de oplossing aan bij andere ontwikkelingen in de buurt? Zijn er qua timing koppelkansen, bijvoorbeeld met groot onderhoud, vervanging van riolering of asfalt, aanleg van glasvezel of werkzaamheden in verband met klimaatadaptatie? Maar ook: hoe goed past de oplossing bij de gebiedsontwikkeling.

50https://www.nrc.nl/nieuws/2020/11/25/na-2025-is-stroom-niet-meer-zo-vanzelfsprekend-zegt-de-operationeel-

directeur-van-tennet-a4021435#:~:text=Interview,Na%202025%20is%20stroom%20niet%20meer%20zo%20vanzelfsprekend%2C%20zegt%20de,de%20operationel e%20man%20van%20Tennet

Bijlage 3: Huidig gasgebruik in gemeente Asten

Figuur 1: Gasgebruik per PC6-gebied (Bron: Common Data Factory, december '20)

De postcodegebieden in blauw staan voor een gasgebruik onder het landelijk gemiddelde van 1535 m3/jaar (dit is gemiddeld per aansluiting in het gebied), de gebieden in het rood staan voor bovengemiddeld hoog aardgasverbruik. Alleen de kleinverbruik-aansluitingen zijn hierin meegenomen. Opvallend is dat voor een aantal bedrijfspanden het verbruik ver boven gemiddeld ligt, dit is te verklaren aan de hand van de grote oppervlakte van deze panden (kantoren e.d.). In het centrum van Asten is duidelijk de lintbebouwing met oudere woningen te zien, waar het hogere gasgebruik te wijten is aan slecht geïsoleerde woningen. Een andere uitschieter is het oostelijk deel van de Loverbosch, waar relatief nieuwe woningen staan (bouwjaar ca. 2005). Dit zijn grote, veelal vrijstaande woningen. Een mogelijke verklaring voor het hoge gasgebruik is dat inwoners in een goed geïsoleerde woning vaker de complete woning verwarmen. Daardoor hebben woningen met een goed energielabel vaak toch een relatief hoge warmtevraag51. Naast deze kleingebruik-aansluitingen, is een groot deel van het aardgasgebruik van gemeente Asten toe te wijzen aan de glastuinbouw. Hier wordt veel gebruik gemaakt van warmtekrachtkoppeling (WKK), een techniek waarbij zowel warmte als elektriciteit wordt opgewekt vanuit aardgas. De CO₂ die hierbij vrijkomt, kan door de tuinders in de glastuinbouw gebruikt worden.

Wanneer voor de glastuinbouw gezocht wordt voor een aardgasvrije verwarmingstechniek, moet ook gekeken worden hoe de benodigde CO₂ voorzien wordt.

51

Bron: Majcen, D., 2013, Theoretical vs. actual energy consumption of labelled dwellings in the Netherlands:

Discrepancies and policy implications

Bijlage 4: Bouwjaren & energielabels panden Asten

Figuur 1: Bouwjaren van alle panden in gemeente Asten, met de dorpskernen uitgelicht.

Figuur 2: Energielabels panden gemeente Asten. Energielabels zijn een combinatie van definitieve (afgemelde) en voorlopige energielabels. De afbeelding is op basis van gegevens van januari 2020. https://www.nationaleenergieatlas.nl/kaarten?config=418d0f56-0f0c-4fd4-9001-2ead4e1e22d6&gmx=134714.7361530482&gm-y=457284.8321962839&gm-z=11&gmb=1542632922900,true,1;1554473340520,true,0.8

Figuur 3: Roze gearceerd is woningbouwbezit.

Bijlage 5: Overige warmtebronnen Opkomende techniek

Waterstof Waterstof is geen energiebron, maar een energiedrager. Om waterstof te maken wordt tot nog toe meestal elektriciteit gebruikt uit fossiele gasen kolencentrales (grijze waterstof). Het is ook mogelijk om groene energie te gebruiken (groene waterstof). Groene waterstof is vooralsnog duur en schaars, en zal dat voorlopig waarschijnlijk blijven. Waterstof is bij uitstek geschikt om hoge temperaturen te maken. Het is dan ook het meest logisch om waterstof in te zetten waar hoge temperaturen noodzakelijk zijn. In de meeste toekomstvisies worden vooral de industrie, zwaar transport en de vliegtuigsector genoemd als de sectoren waar waterstof het meeste bijdraagt aan verduurzaming. Ook wordt een rol van waterstof voorzien in het balanceren van het elektriciteitsnet. Waterstof wordt opgeslagen om stroom te produceren als er tijdelijk minder zonne- en windenergie wordt opgewekt. Er moet dus kritisch gekeken worden waar waterstof het meest logisch is om in te zetten. Een voordeel van de inzet van waterstof is evenwel dat – met beperkte aanpassingen – het bestaande gasnet gebruikt kan blijven worden. Een overstap naar waterstof heeft daarom het voordeel dat het minder grote ingrepen in de openbare ruimte vraagt. Ook zijn de vereiste ingrepen in de woning beperkt, omdat waterstof warmte kan leveren op hoge temperatuur.

Omdat waterstof duur (veel duurder dan aardgas) is, zal voldoende isolatie van de woning evenwel wenselijk blijven. De cv-ketel dient aangepast te worden, ook moet per woning worden nagegaan of de leidingen in de woning veilig zijn voor toepassen van waterstof. In Nederland wordt tot aan 2030 zeer beperkt ingezet op kleinschalige pilots. Ook omdat er (goedkopere) alternatieven voorhanden zijn. Maar voor lastig te verwarmen gebouwen zoals monumenten is een hybride oplossing met waterstof in de toekomst wellicht een optie. Zonnewarmte Warmte uit zonnecollectoren kan in zowel grootschalige als kleinschalige oplossingen ingezet worden. Er bestaan gecombineerde panelen die zowel elektriciteit als warmte leveren, die worden PVT-panelen genoemd (photovoltaïsch-thermisch). Bij toepassing op daken worden de zonthermische panelen gecombineerd met een warmtepomp in de woning. Bij een veldopstelling wordt de warmte via een warmtenet verspreid. Het maximaal potentieel voor zonnewarmte is ongeveer 10 TJ per hectare in een veldopstelling en ongeveer 2 GJ per vierkante meter in een dak opstelling.52 Het maximaal potentieel voor zonnewarmte in Asten is ongeveer 300 TJ/jaar, waarvan 58 TJ/jaar uit veldopstelling en 246 TJ/jaar van de beschikbare daken.

Bij deze berekening is aangenomen dat alle daken die daarvoor geschikt zijn, gebruikt worden voor zonnewarmte, en dus niet voor zonne-elektriciteit. Biomassa (houtachtig) Biomassa is de verzamelnaam voor diverse soorten organische materiaal, zoals voedselresten, snoeihout, meststromen en productiebossen. Er zijn vele vormen van biomassa, maar de inzet van biomassa voor het verwarmen van woningen zal naar verwachting gering blijven. Dit heeft te maken met de beperkte beschikbaarheid van duurzaam beschikbare biomassa én de andere toepassingsmogelijkheden die biomassa heeft. Biomassa kan meegestookt worden in grote energiecentrales en op kleinere schaal ingezet

52 Bron: Berenschot position paper: Kansen voor zonnewarmte in het hart van de energietransitie, 2018

worden met pelletkachels. De potentie voor de productie van warmte uit resthout op het grondgebied van Asten is geschat op 9 TJ per jaar53. Momenteel wordt biomassa al kleinschalig ingezet in Heusden. Daarnaast is het mogelijk biomassa te importeren. Er is discussie over duurzaamheidsaspecten van biomassa. Droge biomassa wordt meestal gezien als een transitiebrandstof: op het moment wordt het veel ingezet in biomassacentrales of als bijstook. In 2050 zal vaste biomassa naar verwachting aftrek vinden in andere sectoren en onderdeel zijn van de biobased economy. Inzet van biomassa voor de verwarming van woningen is dan waarschijnlijk niet meer aan de orde.

53 Bron: Warmteatlas

Bijlage 6: Warmtetool studie naar warmtenet potentie Asten

In dit hoofdstuk beschrijven we de resultaten van de Warmtetool studie uitgevoerd door DWTM naar de potentie voor warmtenetten in Asten. Ook wordt de werking van de Warmtetool nader toegelicht. Deze analyse is geen haalbaarheidsstudie voor een warmtenet, maar een scenariostudie die richting kan geven aan de gemeente in de zoektocht naar een geschikte aardgasvrije oplossing. Er zijn verschillende gebieden in Asten nader onderzocht en geanalyseerd om te bepalen welke buurten eventueel geschikt zijn voor een warmtenet oplossing. Deze gebieden worden gedefinieerd als gebied scenario’s en zijn opgebouwd uit de verschillende clusters weergegeven in Figuur . Per cluster is er gekozen voor of een warmtenet oplossing of een individuele all-electric oplossing. De verschillende gebiedsscenario’s zijn hieronder weergegeven in de tabel. In het gebiedsscenario is benoemd welk deel van Asten van een warmtenetoplossing wordt voorzien (de overige clusters worden in dit gebiedsscenario van een individuele warmtepomp voorzien). Tabel 1: Gebiedsscenario's warmtetool analyse

Gebiedsscenario 1. Centrum 2. Centrum + linten + noordoost

Opmerking

3. Centrum + linten oost en noord 4. Alles op warmtenet 5. Niets op warmtenet 6. Centrum + Noordoost

(Volledig all electric) 6A: 70°C & Scenario 6B: 50°C graden)

7. Centrum + alle linten

Figuur 1: Clusters gedefinieerd welke zijn onderzocht in de Warmtetool studie, daarbij ook de visie met de toekomstige warmtevoorziening aangegeven zoals opgenomen in het programma warmtetransitie.

Uitgangspunten Warmtetool studie Voor de analyse van de verschillende gebiedsscenario’s met elk hun eigen warmteoplossing, zijn uiteraard verschillende uitganspunten en kengetallen gebruikt voor de doorrekening in de rekenmodule. Hier zijn de belangrijkste uitgangspunten dit is ook ter gepresenteerd. Technisch Woningen worden geïsoleerd zodat: • De woningen met individuele warmteoplossingen op maximaal 50 °C verwarmd worden Elke woning wordt geïsoleerd naar (Label B) • De woningen met een warmtenet aansluiting op maximaal 70 °C verwarmd worden. Elke woning wordt geïsoleerd naar (Label D) Een Woningequivalent (hierna WEQ) is 30 GJ Warmtebronnen Er zijn 2 type warmtebronnen doorgerekend: • RWZI Als tweede bron is er gekozen voor de RWZI (Rioolwaterzuiveringsinstallatie) ten Zuiden van Asten met temperaturen van: • Aanvoer 16°C • Retour 8°C •

Geothermie Als eerste bron is er gekozen voor Geothermie met een temperatuur: • Aanvoer 60°C • Retour 40°C

Voor beide bronnen geldt dat de warmte bij de bron wordt opgevoerd tot 70°C met een warmtepompinstallatie, t.b.v. levering aan woningen. Beide bronnen zijn het hele jaar inzetbaar. Warmtenet specifiek • Een centrale piek-&back up ketel op aardgas voor de warmtenetconcepten voorziet in de piekvraag (wat neerkomt op 20% van de warmteproductie op jaarbasis). • 80% participatiegraad bij warmtenetten • Vollooptijd warmtenetten: 5 jaar • Looptijd berekening 30 jaar. Restwaarde van investeringen na 30 jaar worden meegenomen als positieve kasstroom Gevoeligheidsanalyse • Scenario 6 Centrum + Noordoost wordt zowel op 50°C als 70°C afgifte temperatuur doorgerekend, deze scenario’s zijn gedefinieerd als scenario 6A & 6B. (Woningen met onvoldoende isolatie maken bij 50°C afgifte temperatuur extra kosten voor isolatiemaatregelen) • De warmtenet oplossing met een geothermie als bron is ook onderzocht i.c.m. een aansluiting op een eventueel kassennet. Er zijn ontwikkelingen in de vorm van het DECAS initiatief voor z’n warmtenet op geothermie voor de kassen. De invloed van warmte uitkoppeling vanuit een kassennet op de businesscase voor een warmtenet oplossing in Asten is ook onderzocht.

De resultaten per clusters Centrum In het centrum van Asten bevinden zich relatief veel oude woningen met een energielabel E of lager. Deze woningen hebben een hoge temperatuur afgifte nodig (+-70°C, hoge temperatuur warmteprofiel, zie figuur 2). Om deze panden geschikt te maken voor een individuele oplossing (lucht-water warmtepomp), is een grote investering nodig in zowel isolatie als warmte afgiftesysteem. Een warmtenet oplossing voor alleen het centrum zorgt ook voor een ongunstige warmtenet businesscase. Echter wanneer het een warmtenet oplossing voor het centrum i.c.m. de linten of het gebied Noord-Oost als cluster wordt gecombineerd wordt de businesscase voor een warmtenet een stuk gunstiger uitpakken. De BAK (Bijdrage aansluitkosten) voor een warmtenet zou in dit geval +-€ 9000 bedragen met geothermie als bron & +-€ 7000 met de RWZI als bron, daarmee is op dit moment een warmtenetoplossing nog niet erg lucratief. Kansen & beperkingen voor warmtenet in Centrum

Kansen

Beperkingen

Relatief veel oude woningen met veel warmtevraag.

Weinig ruimte in de ondergrond voor warmtenet, in stad/dorp centra al veel ondergrondse leidingen/infra aanwezig. Bestaande gasnet zou ook kunnen worden gebruikt voor alternatief gas zoals Groen Gas.

Noordoost In het Noordoost cluster bevindt zich een mix van nieuwbouwwoningen tot oude woningen en daarmee ook verschillende warmteprofielen in deze buurt (zie Figuur , bijlage). Voor de nieuwbouwwoningen zou een in een individuele oplossing (lucht-water warmtepomp), interessant kunnen zijn omdat hier minder isolatie maatregelen nodig zijn of al LTafgiftesysteem als vloerverwarming aanwezig is. Een warmtenet oplossing voor alleen het Noordoost gebied zorgt net als in het centrum voor een ongunstige warmtenet businesscase. Echter wanneer het centrum en het Noordoost cluster met elkaar gecombineerd worden pakt dit gunstiger uit voor de businesscase. In het cluster Noordoost bevindt zich relatief veel woningcorporatiebezit (Zie Figuur 2, bijlage).

Kansen & beperkingen voor warmtenet in cluster Noordoost

Kansen

Beperkingen

In het woningcorporatiebezit zal je meer slagkracht hebben op het gebied van warmtenet participatie. Waarschijnlijk voldoende ruimte aanwezig in de ondergrond voor een warmtenet oplossing.

Woningcorporatiebezit krijgt een goede isolatieschil (en daarmee een lagere warmtevraag).

Lintbebouwing (Linten Zuid/Oost/Noord)

In de Linten bevinden zich net als in het centrum van Asten relatief veel oude woningen met een energielabel E of lager. Deze woningen hebben een hoge temperatuur afgifte nodig (+-70°C, hoge temperatuur warmteprofiel, zie Figuur ). Om deze panden geschikt te maken voor een individuele oplossing (lucht-water warmtepomp), is een grote investering nodig in zowel isolatie als warmte afgiftesysteem. In de afbeelding hier rechts met de ingetekende visie warmtevoorziening, zie je dat voor de Linten naast een warmtenet oplossing ook groen gas kansrijk wordt geacht. Dit heeft mede te maken met het HT-warmteprofiel in deze woningen en de beperkte ruimte in de ondergrond voor een warmtenet. Een warmtenet oplossing voor alleen de Linten zorgt net als in het centrum voor een ongunstige warmtenet businesscase. Echter wanneer het centrum en de Linten met elkaar gecombineerd worden pakt dit gunstiger uit voor de businesscase, hierbij voorzien we een soort gelijke BAK als eerder vermeld. Kansen & beperkingen voor warmtenet in de Linten

Kansen

Beperkingen

Relatief veel oude woningen met veel warmtevraag.

Weinig ruimte in de ondergrond voor warmtenet, in stad/dorp centra al veel ondergrondse leidingen/infra aanwezig. Bestaande gasnet zou ook kunnen worden gebruikt voor alternatief gas zoals Groen Gas.

Overige clusters (West & Oost) In de overige clusters bevindt zich wederom een mix van nieuwbouwwoningen tot oude woningen en daarmee ook verschillende warmteprofielen in deze clusters. Echter bestaat de overgrote meerderheid van de woningen uit het Middentemperatuur warmteprofiel (met een afgiftetemperatuur tussen de 70°C -50°C). Hiermee is zowel een individuele oplossing (lucht-water warmtepomp), als een warmtenet oplossing niet uitgesloten, maar is er echter ook geen sterke voorkeur voor één van beide warmteoplossingen.

Warmteprofielen & Woningcorporatiebezit

Figuur 2: Warmteprofielen gemeente Asten (Warmteprofiel geeft aan afgiftetemperatuur de woning nodig heeft om comfortabel verwarmd te worden)

welke

Figuur 2: Het woningcoorporatiebezit in de gemeente Asten

Uitgangspunten warmtetool studie Financieel Inflatie 2%, boven op de inflatie komt: • Extra index gasprijs 2% • Extra index elektra 1% Standaard Bijdrage aansluitkosten (ACM 2020):€ 3728 Vastrecht kosten per aansluiting per jaar ex. BTW: €400 Discontovoeten: • Maatschappelijk rendement: 3% • Discontovoet warmtenet exploitant: 6% (= rendementseis) De bijdrage aansluitkosten voor gebouweigenaren worden bepaald met de rendementseis van de warmtenet exploitant Technisch Locatie uitkoppeling warmtenet: Uitkoppeling van de bron vindt plaats ten Zuid/Westen van Asten op een logische plek a.d.h.v. de ligging van het bestaande warmtenet. Subsidie: Voor Geothermie als bron is uitgegaan van een maximale SDE++ subsidie bijdrage. Uitgangspunt Warmtetarief kassen: Warmtetarief grootverbruik (kassen) staat op 7,5 €/GJ. (Ook invloed van 9 € /GJ meegenomen).

Bijlage 7: Kansen geothermie en biomassa Kansen geothermie In september 2020 werd de WARM54 studie van EBN gepubliceerd rondom de potentie van aardwarmte (ondiepe geothermie tot 1500-2000m diepte). In deze studie werd duidelijk welke gebieden van de regio kansrijk zijn voor aardwarmte. Op onderstaande kaart wordt getoond waar die gebieden liggen (donkergroene gebieden hebben een hoge potentie, witte gebieden zijn nog niet goed onderzocht). Asten lijkt een geschikt gebied voor ondiepe geothermie. Om de productie van een geothermie bron rendabel te maken is er genoeg afzet nodig. Daarom zou een ondiepe geothermie kansrijk kunnen zijn als die gedeeld wordt met de buurtgemeente Someren. Op de kaart van WARM hieronder is dit gebied omcirkeld. Op zo’n diepte kan warmte rond 60-70C gehaald worden, wat genoeg is voor de verwarming van woningen.

Figuur 1: Potentie geothermie in Regio Metropool Eindhoven.

Voor diepe geothermie (temperatuur hoger dan 80C en meer geschikt voor industrie) zal het landelijke SCAN onderzoek van EBN in 2021 extra inzicht aanbieden. Om de potentie van ondiepe geothermie nauwkeuriger te bepalen (inclusief risicoanalyse van nabijheid van breuklijn) en om een geschikte locatie te definiëren is er aanvullende analyse noodzakelijk. Zo’n studie zou gezamenlijk met gemeente Someren en DECAS opgepakt kunnen worden. Geothermie kan dan ingezet worden voor de gebouwde omgeving en voor kassen. Kansen biogas Er is een grote potentie aan bronnen om groen gas van te maken. Dit kan door realisatie van een biovergister waar mest wordt vergist. Vanwege de grote potentie zijn de groen gas onderzoeksgebieden iets groter gemaakt dan alleen de straten met oudere woningen. Voor de inzet van groen gas is de bestaande aardgas 54 Waarde van Aardwarmte en Regionale Mogelijkheden

infrastructuur nodig. Het is voor een netbeheerder waarschijnlijk het beste hanteerbaar om voor een hele dorpskern de gasleidingen in gebruik te houden voor groen gas in plaats van enkele straten wel en enkele niet. Vanwege de beperkte landelijke beschikbaarheid van groen gas en omdat niet alle huizen in de gebieden een rood warmteprofiel hebben, zijn de gebieden waarvoor groen gas interessant is, gearceerd gemaakt en gecombineerd met inzet van een individuele oplossing. In de buurtaanpak moet gekeken worden of in deze buurten wordt ingezet op vergaande isolatie en warmtepompen, of dat er wellicht aan groen gas (biogas dat opgewaardeerd is) gedacht moet worden. Uit het onderzoek van RHDHV voor de RES blijkt biogas vanuit de Peel gemeenten een goede optie voor het warmtenet tussen Asten en Someren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=6fd2089a-5dd1-43f5-81f4-2071588bf4c2