CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

RU21.11.03A 1 Ingediende stukken mbt Bp Asten verzamelplan 2019-1 (herstelbesluit).pdf

Raadscommissie Ruimte 23 november 2021, gemeente AstenBij agendapunt: Ingekomen stukken, gericht aan de raad: Voor kennisgeving aannemen7.295 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

I

Raad

vanState

Atdcliiig bcstiiiirsrechrspraak

Pagina 1 van 1

GEME ENTE ASTEN ir.gekori'en

2 / SEP 2021 Raad van de gemeente Asten

nr.:

■'•‘.fd.:

Postbus 290 5720 AG ASTEN

Datum

Ons nummer

24 september 2021

2021 0551 5/1/R2

U\v kenmerk

Inlichtingen

Onderwerp

N. Hadji 070-4264875

Asten Bp. Asten verzamelplan 2019-1 (herstelbesluit)

Procedure

Beroep

Geachte heer/mevrouw,

Hierbij zend ik u ingediende stukken die betrekking hebben op bovenvermelde procedure. De naam en het nummer van deze zaak zijn u eerder meegedeeld. U vindt ze bovenaan dit bericht onder "Onderwerp" en "Ons nummer". Ik verzoek u naar aanleiding van de stukken een verweerschrift in te dienen. U hebt daartoe de gelegenheid tot en met 22 oktober 2021. Verder verzoek ik u om, indien u een besluit als bedoeld in artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht heeft genomen of indien u een dergelijk besluit nog gaat nemen, de Afdeling daarvan mededeling te doen. Privacy Wees er alert op welke privacygevoelige informatie u wenst te delen, want de Afdeling stuurt de van u ontvangen stukken door naar de andere partijen. Voor meer informatie gaat u naar www.raadvanstate.nl/privacyverklaring.

Aangezien dit bericht geautomatiseerd is aangemaakt, is dit niet ondertekend. Hoogachtend, de griffier

3-72(.7.n,1B5!

Postbus 20019 - 2500 EA Den Haag -T 070 426 44 26 - F 070 365 1.3 80 - www.raadvanstate.nl Bij correspondentie de datum en het nummer van deze brief vermelden

GEMEENTE ASTEN ingskomen

Speelheuvelpiein 10 5711 AR Someren Postbus 30 5710 AA Someren T +31 (0)493 894 752 F +31 (0)493 894 753 E info@sumrin.nl I www.sumrin.nl

2 7 SEP 2021 z\fd.:

nr.:

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Postbus 20019 2500 EA 'S-GRAVENHAGE

HAAD VAN STATE ingekomen 2 0 AUG. 2021

AANTEKENEN

ZAAKNR. XO2- H MN:

behandeld d'd^

Datum Ons kenmerk

L,

Someren, 19 augustus 2021 A.B. Veenstra & Zn Zand en Grind B.V. / gemeente Asten bestemmingsplan

Uw kenmerk

Betreft

beroep ontwerpbestemmlngsplan Asten Verzamelplan 2019-1 herstelbesluit

Behandelaar

Rietje Obers * r.obers@sumrin.nl

Edelachtbare heer, mevrouw,

Appellanten, de heer en mevrouw A.B. Veenstra en I.M.E. Veenstra-van Gog, wonend aan de Beekstraat 20 .in Asten, wensen hierdoor beroep in te stellen tegen het herstelbesluit bestemmingsplan Asten Verzamelplan 2019-1 van 6 juli 2021, waarmee volgens burgemeester en wethouders van Asten, tegemoet zou zijn gekomen aan de uitspraak van Uw Afdeling van 7 april 2021 (201907069/1/R2). Dat in het herstelbesluit wordt tegemoet gekomen aan hetgeen uw Afdeling heeft bepaald, wordt door appellanten betwist. Vandaar dat zij opnieuw in beroep komen. Tegen het herstelbesluit van 6 juli 2021, kan met ingang van 10 juli tot en met 21 augustus 2021 beroep worden ingesteld bij uw Afdeling. Appellanten doen dat hierbij tijdig, zodat zij ontvangen kunnen worden in hun beroep. Verzocht wordt de stukken uit het dossier dat heeft geleid tot de uitspraak van 7 april 2021 {201907069/1/R2) bij de stukken te voegen in de onderhavige procedure. Met name zijn ook de stukken (SHE 19/2553 WABOA V35) uit de Rechtbankprocedure relevant waar het gaat om de vraag of de bedrijfsactiviteiten van appellanten vallen onder de noemer agrarisch verwant. In die gronden wordt immers nader ingegaan op de redenen waarom omzetting cq. positief bestemmen van het perceel van appellanten in agrarisch verwant aan de orde is en prima past in een goede ruimtelijke ordening.

Verweerder blijft dit echter ten onrechte op onjuiste gronden weigeren.

In uw uitspraak van 7 april 2021 over dezelfde kwestie, ging het dus om het initiële plan van de gemeente Asten om nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen van verschillende initiatiefnemers op een aantal locaties in de gemeente Asten mogelijk te maken en een aantal ambtshalve aanpassingen te doen. Waar het appellanten om ging, was dat hun initiatief daarin zou worden meegenomen. Dit werd door verweerder geweigerd. Uw afdeling kwam tot de conclusie dat die weigering niet in stand kon blijven.

■

Op de diensten

i

•5

d

gemeni

BTW nr E, L8621.54.947.B.01 epafsing. U vindt deze op de achterzijde van deze brief.

1

Sumrin Waar gaat het om Het gaat allemaal om het feit dat appellanten o.a. aan de Beekstraat 20 in Asten een grondverzetbedrijf exploiteren in gekalibreerd zand. Op het perceel rust op grond van het bestemmingsplan "Buitengebied Asten 2016" (hierna: het plan) een woonbestemming en de bestemming "agrarisch met waarden. Vanaf de aankoop van het perceel zijn door appellanten, met medeweten van verweerder bedrijfsactiviteiten ontplooid aan de Beekstraat in de vorm van het wegen van zand en overslag.

Leeswijzer

De kwestie die nu opnieuw voorligt aan Uw Afdeling, heeft al een lange voorgeschiedenis die hierna onder 1 aan de orde komt. Naar aanleiding van de uitspraak van Uw Afdeling van 7 april 2021 moest verweerder haar werk opnieuw doen, en is een herstelbesluit genomen. Dit besluit is echter nog immer gemankeerd in de optiek van appellanten. Overigens kwamen appellanten bij toeval op het spoor van het herstelbesluit. Hierover is met hen op geen enkele

wijze gecommuniceerd. Wat verweerder nu aanvoert in het herstelbesluit en de nota van zienswijzen wordt onder 2 geduid en daarop wordt alvast kort gereageerd. Onder 3 worden op die overwegingen beroepsgronden geformuleerd. Immers kunnen appellanten zich met de vier aspecten uit de overwegingen van verweerder niet verenigen. Dit leidt tot de onder 4 geformuleerde conclusie dat het besluit opnieuw, niet in stand kan blijven.

1.

Voorgeschiedenis

1.1.

Vanaf de aankoop wordt de Beekstraat 20 bedrijfsmatig gebruikt en verweerder was daarvan altijd al op de hoogte.

Veenstra handelt met succes in zand en grind dat wordt gebruikt voor waterinstallaties. Bijvoorbeeld gaat het om beregeningsinstallaties. Het kalibreren van het zand vindt niet plaats aan de Beekstraat 20. Dat gebeurt elders. De Beekstraat wordt gebruikt voor het vullen en wegen. Dat is grondverzet en valt onder de noemer agrarisch verwant. Daarom is een aanvraag omgevingsvergunning gedaan en is gevraagd de bestemming agrarisch verwant, mee te willen nemen in een veegplan. Als verweerder hierin zou meegaan zouden de bedrijfsactiviteiten, maar ook het gebruik van de voormalige kippenstal namelijk volledig gelegaliseerd zijn en zouden de in het verleden gepresenteerde opties, door de gemeente worden nagekomen. In het verleden is ook de voormalig kippenstal tussen wal en schip geraakt. De kippenstuur is vergund en staat er, maar er mag niets mee worden gedaan in de optiek van verweerder en dat kan niet zoals ook door uw Afdeling is aangegeven. Kort en goed zijn appellanten en verweerder inmiddels al weer een paar jaar aan het procederen over het gebruik van het perceel en de bijgebouwen aan de Beekstraat. Op het beroep tegen het handhavingsbesluit is

nog immer niet beslist door de Rechtbank. Ook niet op het beroep inzake de weigering omgevingsvergunning te verlenen voor omzetting in agrarisch -verwant. Deze procedure bij uw Afdeling handelt dus over het feit dat opnieuw wordt geweigerd de zaken planologisch goed op

te lossen.

2 • www.sumrin.nl •

Sumrin 1.2.

Veenstra is altijd uitgegaan van planologische medewerking verweerder en had daar ook redenen voor.

Veenstra meende er met recht vanuit te mogen gaan dat verweerder mee zou werken aan omzetting van zijn perceel in agrarisch verwant omdat bij de omzetting in 2008, van agrarisch naar wonen VAG, de bedrijfsactiviteiten van Veenstra al met zoveel woorden aan de orde zijn geweest. Zoals blijkt uit de reactie op de zienswijze van Veenstra in het kader van die bestemmingsplanwijziging, is door verweerder toen ook zelf aan'gestuurd op omzetting naar agrarisch verwant. Een citaat uit de reactie op de zienswijze van Veenstra uit 2008. 'Het perceel Beekstraat 20 heeft in het vigerende bestemmingsplan de bestemming agrarische bedrijven. Omdat er geen sprake meer is van een agrarisch bedrijf en de locatie niet duurzaam geschikt wordt geacht voor agrarische ontwikkelingen zal er voor het perceel een woonbestemming met de aanduiding VAB (voormalige agrarische bedrijfslocatie) worden opgenomen. Ter plekke worden grondverzet activiteiten uitgevoerd. Om een bestemmingswijziging naar niet agrarische bedrijven te realiseren dient aan diverse criteria te worden voldaan en dient vooral een belangenafweging plaats te hebben gevonden of met voorgenomen bestemmingswijziging bestaande functies en belangen onevenredig aangetast worden.

In de juridische regeling zal een wijzigingsbevoegdheid worden opgenomen om de bestemming van VAB-locaties onder voorwaarden te kunnen wijzigen in bijvoorbeeld bedrijf-agrarisch verwant.

Op de plankaart zdl dG woonbGstGmrninQ wordsn voorziGn vdn ggd VAB sdndmclinQ. In dG regels wordt een wnzigingsbGvoGqdheid opganornGn, waarmGG de woonfVABjz. bestemming omgezet kan worden in een niet-agrarisch bedrijft.

Op grond van artikel 15.6.2. van het in het bovenstaand citaat bedoelde bestemmingsplan Buitengebied Asten 2008, konden Burgemeester en wethouders de bestemming van de gronden die op de kaart waren aangeduid als 'VAB' wijzigen in de bestemming agrarisch verwant (Artikel 7) 'teneinde een agrarisch verwant bedrijf dan wel een agrarisch technisch hulpbedrijf

toe te staan, mits werd voldaan aan de volgende voorwaarden. a. b. c.

Het hergebruik dient te passen in de omgeving. In opzet en ontwikkelingsperspectief dient het om een kleinschalige activiteit te gaan, met in beginsel slechts enkele werknemers. Als belangrijke voorwaarde voor hergebruik geldt dat het hergebruik plaatsvindt binnen het bestaande bouwvolume, uitbreiding van bebouwing is niet toegestaan'.

Buiten het feit dat grondverzet ook volgens verweerder zelf paste onder de noemer agrarisch verwant, heeft concurrent Kleuskens in Asten (die dezelfde bedrijfsactiviteiten heeft) precies dezelfde bestemming (bedrijf agrarisch-verwant). 1.3.

Handhavingsbesluit en aanvraag omgevingsvergunning: door Rechtbank in beroep nog niet op beslist.

Door verweerder wordt in het kader van het onderhavige herstelbesluit geheel ten onrechte opgemerkt dat de hele kwestie van omzetting in agrarisch verwant inmiddels achterhaald zou zijn. Immers zouden appellanten hun bedrijfsactiviteiten inmiddels hebben verplaatst. Inderdaad is inmiddels een bedrijfspand opgericht in Weert door appellanten vanwege de weigering om te willen legaliseren en het handhavingstraject dat is ingezet door de gemeente Asten. Dat maakt echter niet dat daarmee deze kwestie is achterhaald. Appellanten zijn immers

nog steeds van mening dat de weigering om tot omzetting in agrarisch verwant over te gaan jegens hen onrechtmatig is. Appellanten zijn niet voor niets al jaren aan het procederen.

3 • www.sumrin.nl •

Sumrin Zij kochten het perceel aan de Beekstraat 20 met het oog op hun bedrijfsactiviteiten en met name de mogelijkheid van grondverzet. Zij voerden daarover met regelmaat overleg met verweerder en aan het einde van het liedje hebben zij zich in Asten met hun bedrijfsactiviteiten

niet welkom geweten.

1.4.

Verzoek aan de raad om bedrijfsactiviteiten positief te bestemmen geweigerd.

In hun brief van 2 april 2019, met de aanhef "Zienswijze bestemmingsplan Asten Verzamelplan 2019-1", hebben appellanten de raad bericht dat het college een handhavingsbesluit heeft genomen, terwijl zij het initiatief hebben voorgelegd ter legalisatie van de situatie. In de brief is gesteld dat appellanten graag gebruik willen maken van de door de raad geboden gelegenheid voor het indienen van zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan, met het

verzoek het initiatief mee te nemen in het nieuwe plan. De raad is verzocht de woonbestemming van het perceel om te zetten naar de bestemming "Bedrijf - Agrarisch verwant" met een aanpassing van het bouwvlak, zodat het bedrijfsmatige gebruik van het perceel planologisch wordt toegestaan. Subsidiair is verzocht de aanwezige bebouwing positief te bestemmen. Daarnaast is verzocht de kippenschuur, die met een vergunning is gebouwd, positief te bestemmen. Bij het verzoek van 2 april 2019 werd een ruimtelijke onderbouwing

overgelegd. 1.5.

Uitspraak van Uw Afdeling.

Uw Afdeling nu, heeft overwogen op 7 april 2021, dat niet is gebleken van ruimtelijke motieven die op voorhand, zonder nader onderzoek, in de weg staan aan het verlenen van medewerking door de raad aan de gewenste ontwikkeling waarover de Raad bij schrijven van 2 april is geïnformeerd. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat de Afdeling uit de vermelding in de

brief van het college van 7 december 2017 -dat een wijziging in een bedrijfsbestemming extra wordt gestimuleerd in een bebouwingsconcentratie of urgentiegebied-, niet afleidt dat zo'n wijziging buiten die gebieden op voorhand ruimtelijk niet aanvaardbaar is. In paragraaf 2.2.3 van de toelichting bij het bestemmingsplan Buitengebied Asten 2016 is immers vermeld: "Tevens is verspreid in het buitengebied toevoeging van burgerwoningen op grond van de regeiing voor hergebruik van vrijkomende agrarische bedrijfslocaties toegestaan. Het gebruik van dergelijke gronden en opstallen is alleen ten dienste van de woonbestemming toegestaan. Het college is bevoegd de bestemming van deze gronden te wijzigen in een bestemming voor niet-agrarisch bedrijfsmatig gebruik indien er sprake is van een voormalige agrarische bedrijfslocatie waar nog voormalige agrarische bedrijfsbebouwing aanwezig is." Nog immer wordt in het herstelbesluit niet aangegeven waarom een goede ruimtelijke ordening hier aan het gevraagde initiatief in de weg zou staan. Appellanten zijn van mening dat er ook geen goede redenen zijn om dat te weigeren.

1.6.

Uw Afdeling kan verweerder niet goed volgen in de weigering.

Uw Afdeling overweegt in haar uitspraak van 7 april 2021 in de onderhavige zaak, dat het standpunt van de raad niet goed te volgen is. De beslissingen van het college kunnen naar het oordeel van uw Afdeling niet het standpunt van de raad dragen dat het op voorhand duidelijk

was dat het initiatief ruimtelijk niet aanvaardbaar is. De raad kon niet met een verwijzing naar die beslissingen volstaan, maar had In dit geval zelf moeten onderzoeken of het initiatief strekt tot een goede ruimtelijke ordening. Dit geldt te meer nu In de zienswijze is gewezen op de dringende noodzaak van dit onderzoek omdat zijn bedrijf op het spel staat sinds het college tot handhaving is overgegaan. Het lag op de weg van de raad om te onderzoeken of legalisatie

4

• www.sumrin.nl •

«

Sumrln langs de voorgestelde weg mogelijk was. Niet is gebleken dat de raad de belangen van appellanten heeft onderkend en heeft meegewogen bij het besluit van 25 juni 2019. Het besluit is volgens uw Afdeling niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid en het besluit is

onvoldoende gemotiveerd.

Appellanten zijn van mening dat in het herstelbesluit de belangen van appellanten nog immer niet worden meegewogen en ook dat niet afdoende wordt aangegeven, om welke redenen er niet meegewerkt zou kunnen worden en waarom een goede ruimtelijke ordening hieraan dus in de weg zou staan. Het devies is veel meer: we willen het niet, want we willen het niet. Dat is niet een afdoende onderbouwing echter. Zeker gezien het feit dat échte redenen om te weigeren ontbreken zoals blijkt uit de eerdere zienswijzenota waarin ook door de gemeente zelf

van die omzettingsmogelijkheid werd uitgegaan.

1.7.

Ten onrechte niet ingegaan op de kippenschuur.

In de eerdere nota van zienswijzen is volgens Uw Afdeling ten onrechte niet ingegaan op het verzoek in de zienswijze over de kippenschuur. De raad kon volgens Uw Afdeling, gelet op dat verzoek, niet volstaan met de eerst ter zitting ingenomen stelling dat de kippenschuur onder de woonbestemming is gebracht en dus voor die bestemming mag worden gebruikt. Het besluit van 25 juni 2019 is ook op dit punt onzorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd. Nog immer wordt in het herstelbesluit niet zorgvuldig omgegaan met de nog niet bestemde kippenschuur. Die mag niet meerdere keren onder overgangsrecht worden gebracht en de bestemming mag ook niet afhankelijk worden gesteld van een initiatief dat onder druk van handhaving door appellanten is ontwikkeld en waar slechts nog maar een principebesluit over ligt. Appellanten zijn altijd heel helder geweest over het feit dat het hen primair ging om legalisering van de bestaande situatie en niet een nieuw initiatief. Daar wordt door verweerder

nu opnieuw wel heel gemakkelijk aan voorbij gegaan.

1.8.

Gelijkheidsbeginsel dient in nieuw besluit te worden betrokken.

De beroepsgrond dat de raad in strijd met het gelijkheidsbeginsel handelt, omdat hij aan het perceel van een ander grondverzetbedrijf in Asten wél de bestemming "Bedrijf-Agrarisch verwant" heeft toegekend, moest ingevolge uw Afdelingsuitspraak ook meegenomen worden bij

de vaststelling van het nieuwe besluit. In het herstelbesluit wordt ook hier niet op in gegaan terwijl grondverzet bij concureent Kleuskens in 2019 nog de bestemming agrarisch- verwant van verweerder heeft gekregen. Appellanten kunnen zich dus ook op dit punt met het herstelbesluit niet verenigen

2.

Herstelbesluit 6 juli 2021; opnieuw een weigering.

2.1.

Toelichting herstelbesluit algemeen.

Aangegeven is door verweerder dat voorliggend bestemmingsplan anders dan appellanten stellen, wél zou voorzien in het door Uw Afdeling aan hen opgedragen herstelbesluit. De gemeenteraad heeft in dat herstelbesluit (opnieuw) besloten om het perceel Beekstraat 20 niet

in het verzamelplan op te nemen en dus geen medewerking te verlenen. Belangrijkste reden hiervoor is dat het initiatief van appellant niet past binnen het beleid voor niet-agrarische bedrijvigheid in het buitengebied. De volledige motivering van het besluit is

opgenomen in de zienswijzennota behorende bij het herstelbesluit.

5

• www.sumrin.nl •

Sumrjn Echter kan niet worden gesteld dat het in het beleid niet past gezien ook de overwegingen daarover in de Afdelingsuitspraak van 7 april 2021 in deze zaak. Grondverzet past juist

prima aan de Beekstraat zoals ook blijkt uit de zienswijzenota uit 2008.

2.2.

Motivering herhaalde weigering verweerder in zienswijzenotitie.

In de zienswijzenotitie wordt ten aanzien van de herhaalde weigering om het namens appellanten ingediende initiatief positief te bestemmen, overwogen door verweerder dat (hierna onder 2.2.1) op verzoek van Uw Afdeling een nadere beoordeling zou hebben plaatsgevonden. Daarnaast wordt overwogen door verweerder dat de bedrijfsactiviteiten van appellanten niet onder de definitie zouden vallen van bedrijf -agrarisch verwant (hierna onder 2.2.2). Verder wordt overwogen (hierna onder 2.2.3.) dat omzetting van wonen naar bedrijf hier niet aan de orde zou zijn. Tenslotte wordt aangegeven door verweerder (hierna onder 2.2.4) dat er geen noodzaak zou zijn om omtrent de kippenschuur een regeling te treffen. Dat

komt wat verweerder betreft wel later. Anders dan verweerder stelt, passen de bedrijfsactiviteiten van appellanten wel degelijk onder de noemer agrarisch verwant. Ook de grootste concurrent in Asten heeft die bestemming immers bijvoorbeeld. Daarnaast is er wel degelijk een noodzaak om een regeling te treffen voor de kippenschuur en had verweerder dat ook al veel eerder moeten doen ingevolge

jurisprudentie van Uw Raad.

2.2.1. Op verzoek van Uw Afdeling heeft een nadere beoordeling plaatsgevonden. Waar het gaat om de herbeoordeling wordt door verweerder het volgende overwogen in de zienswijzenotitie:

'De gemeente Asten ste/t twee keer per jaar een verzamelplan op. In een verzamelplan worden de initiatieven van meerdere particuiiere initiatiefnemer gebundeid. Voorliggend verzameipian is in september 2018 in procedure gebracht. Op het moment van indienen van de zienswijze bevond de bestemmingsplanprocedure zich reeds in een vergevorderd stadium. Normaalgesproken voegen we in dit stadium geen nieuwe locaties meer aan een verzamelplan toe. De Raad van State heeft echter geoordeeld dat het indienen van een zienswijze "een passende en gebruikelijke manier is om een initiatief kenbaar te maken." Gelet op deze uitspraak hebben wij het initiatief van reclamant hieronder nader beoordeeld'.

Appellanten kunnen zich met de conclusie dat een nadere beoordeling heeft plaatsgevonden als bedoeld door Uw Afdeling, niet verenigen. Appellanten zijn dus opnieuw op geen enkele manier betrokken geweest bij de heroverweging. Zelfs zijn appellanten niet in kennis gesteld van het herstelbesluit. Er is hoegenaamd niets aan hen bekend gemaakt. Er is bij toeval geconstateerd dat er een herstelbesluit genomen was via ruimtelijke plannen.nl. Ook wordt door verweerder aan het principeverzoek dat appellanten hebben gedaan onder druk van het handhavingsbesluit een draai gegeven die ruimtelijk gezien geen enkele basis heeft. Duidelijk is immers dat appellanten primair hun bestaande bedrijfsactiviteiten wilden en willen legaliseren (en daarom ook in zoveel procedures zijn beland) en dat zij niet primair een ander initiatief zouden willen Starten. Het andere initiatief waar verweerder aan refereert is ook uitdrukkelijk besproken met verweerder als zijnde plan B. Dus voor de situatie dat legalisering van de bestaande bedrijfsactiviteiten niet mogelijk zou zijn volgens Uw Afdeling. Het feit verder, dat onder druk van handhaving, in het kader van de begunstigingstermijn een toezegging is gedaan ter

6 • www.sumrin.nl •

Sumrjn voorkoming van dwangsommen, zegt ook nog niet dat daarmee de door appeilanten gewenste

bestemming -die van agrarisch verwant- van de baan zou zijn.

2.2.2.

Agrarisch verwant en agrarisch-technisch hulpbedrijf.

Door verweerder wordt het volgende gesteld waar het gaat om de bedrijfsactiviteiten van appellanten. Volgens verweerder zouden die niet onder de definitie vallen van bedrijf agrarisch verwant:

'De bestemming 'Bedrijf - Agrarisch verwant' strekt ertoe het uitoefenen van een 'agrarisch verwant bedrijf' dan wei een 'agrarisch-technisch huipbedrijf' toe te staan. Er is sprake van een 'agrarisch verwant bedrijf', wanneer er (1) diensten worden geleverd aan particulieren of niet agrarische bedrijven en er (2) in de bedrijfsvoering gebruik wordt gemaakt van land-, bos- of natuurbouwkundige methoden. Voorbeelden van agrarisch verwante bedrijven zijn: dierenklinieken, hondenpensions, groencomposteringsbedrijven en hoveniersbedrijven. De bedrijfsactiviteiten aan de Beekstraat 20 bestaan uit het vullen, wegen en opslaan van big bags met zand en grind en het laden en lossen van vrachtwagens. Reclamant maakt geen gebruik van land-, bos- en natuurbouwkundige methoden, zoals het houden van dieren en het telen van gewassen. De zand- en grindhandel van reclamant kan derhalve niet als 'agrarisch verwant bedrijf' worden gezien. Er is sprake van een 'agrarisch-technisch hulpbedrijf' wanneer de bedrijfsvoering in zijn geheel of in overwegende mate is gericht op (1) het leveren van goederen en diensten aan agrarische bedrijven óf (2) het bewerken, vervoeren of verhandelen van agrarische producten. Het zand en grind dat reclamant levert wordt toegepast in verschillende sectoren, zoals de weg- en waterbouw, woningbouw en land- en tuinbouw.

De producten van reclamant zijn met andere woorden niet (specifiek) bedoeld voor gebruik in de agrarische sector. Bovendien blijkt uit de aangeleverde stukken dat er vooral aan niet-agrarische bedrijven wordt geleverd. Dat deze niet-agrarische bedrijven een deel van het zand en grind in de land- en tuinbouw toepassen, doet niet ter zake. Een agrarisch-technisch hulpbedrijf dient een directe link met de agrarische sector te hebben. Hier is geen sprake van. Subconclusie: Het bedrijf van reclamant is geen 'agrarisch verwant bedrijf' of 'agrarisch - technisch hulpbedrijf', maar een 'niet - agrarisch bedrijf'. De bedrijfsactiviteiten op het perceel Beekstraat 20 kunnen niet worden gelegaliseerd door de bestemming van het perceel te wijzigen in 'Bedrijf - Agrarisch verwant'.'

Appellanten kunnen zich met de conclusie dat geen sprake zou zijn van activiteiten die vallen onder de noemer agrarisch-verwant, niet verenigen. In dit verband wordt verwezen naar de gronden van beroep van 6 april 2020 die als bijlage 3 gevoegd zitten bij de brief van 23 oktober 2020 van collega Moniek Peeters. Bij de omzetting naar woonbestemming in 2008 werd in de zienswijzenotitie door verweerder zelf immers gesproken van grondverzet waarvoor in de planregels omzettingsmogelijkheden bestonden. Het gekalibreerd zand waarin appellanten handelen komt voor uit natuurbouwkundige methoden en wordt gebruikt voor beregeningsinstallaties. De droogte van de afgelopen jaren heeft gemaakt dat het merendeel van het gekalibreerde zand van appellanten in de landbouw wordt gebruikt voor beregeningsinstallaties. Dat de bedrijfsactiviteiten van appellanten vallen onder de noemer agrarisch verwant bewijst ook het feit dat de grootste concurrent van appellanten -Kleuskens in Asten- die bestemming heeft. Appellanten kunnen zich dus niet met deze overwegingen van

verweerder verenigen.

7

• www.sumrin.nl •

Sumrin Omzettingsmogelijkheid voor bedrijfsactiviteiten appelianten wzel ■2..1.3. degeiijk schrifteiijk bevestigd. Naar aanleiding van de conclusie dat het bedrijf van reclamant een 'niet -agrarisch bedrijf betreft, wordt nu ten aanzien van de mogelijkheden om de bestemming van Beekstraat 20 te wijzigen van 'Wonen' naar 'Bedrijf' in de zienswijzenota door verweerder het volgende

overwogen. 'In het verleden is niet gesuggereerd dat de bedrijfsactiviteiten op het perceel gelegaliseerd konden worden door middel van een wijzigingsbevoegdheid. De door reclamant bedoelde bevoegdheid is destijds enkel als voorbeeld genoemd. Daarbij is duidelijk aangegeven dat het toepassen van een wijzigingsbevoegdheid enkel onder voorwaarden mogelijk is en dat er voorafgaand aan een bestemmingsplanwijziging altijd een gedegen belangenafweging moet plaatsvinden. Geenszins stond vast dat de door

reclamant bedoelde wijzigingsbevoegdheid gebruikt kon worden om de gewenste activiteiten te legaliseren. Er is derhalve geen sprake van een toezegging'.

Dat wat is opgenomen in de zienswijzenota van destijds was dat de omzetting voor grondverzet aan de Beekstraat uitdrukkelijk werd geopperd. Verweerder kan dan ook volgens appellanten niet stellen dat niet gericht waar het gaat om het grondverzet bij appellanten aan de Beekstraat, door verweerder niet een oplossing is benoemd. Appellanten kunnen zich dus niet met de overwegingen van verweerder verenigen.

2.2.4. Plan A is niet zomaar van de baan voor appellanten door een gedwongen plan B. Ten aanzien van de planwijziging wfordt door verweerder gesteld dat het door appellanten gevraagde ook helemaal niet meer nodig is omdat -onder druk van handhaving- een andere

oplossing in Weert is gevonden. Verweerder stelt hierover het volgende: 'Reclamant heeft een nieuwe locatie voor zijn bedrijf gevonden op het bedrijventerrein

van Nederweert. De in strijd met het bestemmingsplan geconstateerde bedrijfsactiviteiten zouden door reclamant op 1 april 2021 zijn beëindigd. Dit is ook afgesproken tijdens de rechtbankprocedure ter zitting van 8 december 2020 en vastgelegd in ons gewijzigd handhavingsbesluit van december 2020. Reclamant heeft bovendien concrete plannen om zijn perceel van een nieuwe, toekomstbestendige invulling te voorzien. Hiertoe heeft reclamant begin dit jaar reeds een principeverzoek ingediend. Het verzoek zag op: (1) het vestigen van een bed & breakfast met tien slaapplaatsen in de voormalige kippenschuur, (b) het aanleggen van acht camperplaatsen, (c). d Reclamant merkt op dat de bedrijfsactiviteiten op het perceel Beekstraat 20 zich beperken tot (1) het vullen, wegen en opslaan van big bags met gekalibreerd zand en grind en (2) het laden en lossen van vrachtwagens. Beekstraat 20 is hier volgens reclamant erg geschikt voor vanwege de ligging op voldoende afstand van de woningen van derden en de relatief goede ontsluiting, u Reclamant stelt dat vestiging van zijn bedrijf op een bedrijventerrein niet wenselijk is vanwege overlast. D Reclamant stelt dat zijn initiatief past binnen het streven van de overheid om tot een "gemengde plattelandseconomie" te komen. Het oprichten van acht paardenboxen en

(d) het bouwen van vier recreatiewoningen. Het college van burgemeester en wethouders heeft in haar vergadering van 16 februari 2021 besloten om onder voorwaarden medewerking aan het verzoek te verlenen, met uitzondering van de te realiseren recreatiewoningen. Met het oog op bovenstaande ontwikkelingen is het

8 • www.sumrin.nl •

Sumrln belang van reclamant om de bestemming van Beekstraat 20 te wijzigen, teneinde de exploitatie van een zand- en grindhandel mogelijk te maken, komen te vervallen'.

Appellanten kunnen zich met deze overwegingen niet verenigen. Dat appellanten onder druk van handhaving en de weigering hen aan de Beekstraat of op een andere locatie in Asten een plek te gunnen, hun heil ergens anders hebben moeten zoeken en zich voor de bebouwing een plan B hebben moeten vormen, staat niet in de weg aan het feit dat zij primair de bestemming

agrarisch verwant wensten en wensen voor het perceel aan de Beekstraat. Appellanten betwisten deze overwegingen van verweerder dan ook. Hun wens om het perceel

om te zetten in agrarisch verwant is nog immer actueel. 2.2.5. Ten aanzien van de afstandseisen VNG-publicatie hanteert verweerder een onjuiste maatstaf.

Door verweerder wordt in de nota van zienswijzen het voigende aangegeven; 'Conform de VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering is de zand- en grindhandel van reclamant een categorie 3.2-bedrijf. De grootste aan te houden richtafstand betreft die voor geluid en is 100 meter. Binnen 100 meter zijn drie burgerwoningen gelegen. In de zienswijze en bijgevoegde ruimtelijke onderbouwing stelt reclamant dat vaststaat dat zijn bedrijfsactiviteiten niet tot overlast leiden. De onderbouwing hiervan is echter te summier en geeft ons onvoldoende aanleiding om aan te nemen dat er geen overlast zal plaatsvinden. Niet-agrarische bedrijven - zoals een zand- en grindhandel - horen in beginsel thuis op het bedrijventerrein. Het concentreren van bedrijvigheid op het bedrijventerrein is juist bedoeld om overlast te voorkomen. Wij zijn het dan ook niet eens met de stelling van reclamant dat vestiging van zijn bedrijf op een bedrijventerrein minder wenselijk is dan het voorzetten van de bedrijfsactiviteiten op

het perceel Beekstraat 20'.

Appellanten kunnen zich ook niet met deze overwegingen verenigen. Anders dan door verweerder wordt gesteld valt de opslag van zand en grind tot 200 m2 bruto vloeroppervlak niet onder milieucategorie 3.2. maar gaat het om milieucategorie 2. De richtafstand die daarbij hoort varieert tussen 30 en 100 meter. Hetgeen hierover wordt overwogen door verweerder in de zienswijzenota klopt dan ook niet. Daarbij komt dat het zo is dat alleen de bestemming wordt gewijzigd. Er komt niets bij cq. er wordt niets toegevoegd. Volgens verweerder zelf was vestiging van appellanten op een bedrijventerrein vanwege de aard van de activiteiten (en stof met name) niet gewenst. Aan de stelling dat appellanten geen overlast veroorzaken hebben zij niets toe te voegen. De redenering van verweerder klopt niet en kan niet dienen ter onderbouwing van een weigering. 2.2.6. Kippenschuur wordt opnieuw niet ruimtelijk ingeregeld.

Waar het gaat om de bestemming van de voormalig kippenschuur wordt in de zienswijzenota het volgende overwogen:

'Met de inwerkingtreding van het bestemmingsplan 'Asten Buitengebied 2008' is de voormalige kippenschuur (gedeeltelijk) onder het overgangsrecht gebracht. De voormalige kippenschuur heeft een omvang van circa 300 m2 . Op grond van artikel 18.2.3 van het bestemmingsplan 'Asten Buitengebied 2016' geldt voor woonbestemmingen een oppervlakte van maximaal 125 m2 aan vrijstaande bijgebouwen. In de huidige situatie is dus 125 m2 van de voormalige kippenschuur

9 • www.sumrin.nl •

Sumrln reeds positief bestemd. Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is het in het buitengebied niet wenselijk om bij reguliere burgerwoningen meer vierkante meters aan vrijstaande bijgebouwen toe te staan. Dit ook om ondermijningsactiviteiten te voorkomen. Het positief bestemmen van de gehele kippenschuur behoort alleen tot de mogelijkheden, wanneer hier een passende herbestemming voor wordt gevonden. Die is tot nu toe nog niet aangedragen door reclamant. Zoals eerder aangegeven heeft reclamant concrete plannen om een recreatieve invulling aan het perceel Beekstraat 20 te geven. Onderdeel van deze plannen is het transformeren van de voormalige kippenschuur tot bed & breakfast met tien slaapplaatsen. Om de recreatieve plannen van reclamant mogelijk te maken, dient het geldende bestemmingsplan te worden herzien. Wij achten het voorstelbaar om het deel van de kippenschuur dat nu nog onder het overgangsrecht valt, te zijner tijd positief te bestemmen. Om de Pagina 7 van 13 Zaaknummer: BP18-0583 bestemmingsplanherziening in gang te zetten dient reclamant een definitief verzoek, inclusief ontvankelijke ruimtelijke onderbouwing in te dienen. Wij zullen het verzoek dan op zijn eigen merites beoordelen. Voor onderhavig herstelbesluit is dit echter niet relevant'.

Appellanten betwisten deze overwegingen. De kippenschuur is integraal vergund en kan niet zomaar worden wegbestemd. Verweerder laat het ruimtelijk inregelen van de kippenschuur afhangen van mogelijk toekomstige gebeurtenissen (plan B dat is ontwikkeld onder druk van de handhavingsprocedure) hetgeen onrechtmatig is in de optiek van appellanten.

3.

Beroepsgronden appellanten.

3.1.

Geen adequate en zorgvuldige heroverweging.

De ruimtelijke ordening heeft als doel om zo gunstig mogelijke voorwaarden te creëren voor het gebruik en de ontwikkeling van een gebied. Hierbij is een goede belangenafweging van de verschillende met de bestemming gemoeide belangen noodzakelijk. Dit gebeurt opnieuw niet nu. De Raad heeft ten aanzien van het perceel van appellanten nog steeds niet deugdelijk gemotiveerd waarom met gebruik t.b.v. grondverzet geen sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Dit is in strijd met artikel 3.46 en 3.47 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Op grond van het in artikel 3.2. Awb opgenomen zorgvuldigheidsbeginsel dient een bestuursorgaan bij de voorbereiding van een besluit alle nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen te vergaren. De voor belanghebbenden nadelige gevolgen mogen immers op grond van artikel 3:4 lid 2 Awb niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doel. De raad heeft in het onderliggende bestemmingsplan onvoldoende blijk gegeven van een deugdelijke belangenafweging, hetgeen wil zeggen dat de belangen van appellant onvoldoende zijn onderkend en meegewogen in de besluitvorming.

Appellanten zijn van mening dat het bestemmingsplan “Buitengebied Asten' op een aantal onderdelen in strijd is met het vereiste van een goede ruimtelijke ordening en dat correctie daarop dient te worden aangebracht in het herstel verzamelplan 2019-1. Deze correctie bestaat hierin dat het perceel Beekstraat 20 dient te worden bestemd als bedrijf -agrarisch verwant. Die bestemming is in overeenstemming met het beoogde vanaf de aankoop van het

perceel in 2008 en is net zolang al bij verweerder bekend.

3.2.

Verweerder ging zelf ook uit van een omzettingsmogelijkheid.

Door verweerder zélf is anders dan door verweerder wordt aangegeven, eerder wel degelijk zelf de suggestie gedaan om tot omzetting van VAB in een agrarisch verwant te komen zoals blijkt

10 • wvvw.sumrin.nl •

Sumrin uit de zienswijzenota van 2008. Aangegeven wordt immers dat ter plekke aan grondverzet wordt gedaan.

! s. Beekstraat 20

' De he^r/m^vrouw

ante

J

rzien^ljxe_ _ besvaar (ogen de ! Oo recl2,m»nt nia.-ïk» in hel bestemmingsplan ' voorponomen wii:rtging ilrale percelen aan do v-oor een van de twee kades

’ __ _______ rto vaderende bestemmingsplan de bestemming

■aorarisoho bedrijven . Omdat er geen sprake meer is van een agrarisch bedrijf en de locatie

20 AS,en a. -Caman.en zUn van ■ Seei dei hun acvilelten passen In hel huidige ’ menrnö öodoeld vaar parceelnumm perceolnummor i beBl^mrr„r,o3plBn bedoalU / 1003 Da reclamanlan verzoeken do wijzigina 1003 niet door te voeren. ' voor p&rc^af numrrt&r

niet duurzaam geschikt wordt geacht voor agrarische ontwikkeling zal er voor het perceel een woonbestemming met de aanduiding VAB

I

(voormalig agrarische bedrijfslocatie) worden

ppgenomen.

De reclamanten hebben voor perceel nummer Ter plekke worden grondverzet activiteiten

1002 peen bezwaar om deze te wijzigen in een

/voonbestemming.

uitgevoerd. Om een bestemmingswijziging naar

y

niet-agrarischo bedrijvigheid te realiseren dient

\

aan diverse criteria te worden voldaan en dient vooraf een belangenafweging plaats te hebben

1 1

gevonden of met voorgenomen

’

bestemmingswijziging bestaande functies en

belangen onevenredig aangetast worden In de juridische regeling zal een

wijzigingsbevoegdheid worden opgenomen om de bestemming van VAB-locaties, onder

voorwaarden, te kunnen wijzigen in bijvoorbeeld

Bedrijf-agrarisch verwant'.

—r—-

Gevolgen voor het bestemmingsplan zal de woonbestemming wurt In de regels wordt een wijzigingsbevoegdheid

3.3.

Woonbestemming dient te worden gewijzigd in agrarisch verwant bedrijf.

De bestemming van het perceel van appellanten (Beekstraat 20) is in 2008 omgezet van agrarisch naar wonen VAB. Op het perceel is de bestaande agrarische bebouwing nog aanwezig. Op het perceel ligt sinds 18-4-2017 de bestemming 'wonen'. Verder de dubbelbestemming waarde, archeologie 3, recreatief ontwikkelingsgebied, vrijstellingszone

radar, wetgevingszone beperkingen veehouderij. exteff* verwijzing

Toon meer •

Gerelateerde plannen (4)

PleWnfo erikeit'CStemming: wonen

♦ 4. +

♦ ♦ ♦ 4. ♦ ♦♦ A ♦

1 444444444444* ♦ ♦444444* + *4 + 44444 + *******

dubbelbesternming:

♦

waarde - arct>eoiof>e 3

♦ ♦ ♦ ♦

♦ ♦

Enu

gebiedsaanduiding: ♦ ♦ ♦

*

♦ ♦

♦ *

♦

*

• ♦

♦

♦

♦ ♦ ♦ ♦

overige zone • recreatief

£7^

*<14^** 4 « * 4 ,4,«'4 44444

♦

gebiedsaanduiding:

*

♦

r

u ...

w iiwaï tngszone

iada<

geb<eds«anduiding;

*.'*i>^* *

wetgevkigzone txpeödnger veehouderij

4 4 4 4 4- 4^^^^^^4. 4 4-444.

11

• www.sumrin.nl •

Op basis van artikel 18.1.1. zijn de voor wonen aangewezen gronden bestemd voor woondoeleinden met de daarbij behorende tuinen, erven en verhardingen, parkeervoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen. De bestemming wonen dient nu eindelijk te worden omgezet in de bestemming agrarisch verwant bedrijf omdat de activiteiten die erop plaatsvinden er niet bij passen hetgeen ook bekend was bij verweerder. Bij de omzetting in 2008, van agrarisch naar wonen VAB, zijn de bedrijfsactiviteiten van appellanten (grondverzet) al aan de orde gesteld in een zienswijze van de zijde van appellanten. Zoals blijkt uit de reactie op de zienswijze is toen ook al omzetting naar agrarisch verwant bedrijf gesuggereerd. Waarom dit vervolgens niet is meegenomen in de daarop volgende bestemmingsplanwijzigingen is niet duidelijk. Het bestemmingsplan Buitengebied Asten 2008 kende immers al de mogelijkheid om de aanduiding VAB te wijzigen in bedrijf agrarisch verwant (artikel 7) zoals blijkt uit de volgende uitsnede van artikel 15.6.2 van het

bestemmingsplan 2008. SS e 2. Buru«»>T,oo.l«ir en welhoiiiler» Kunnen de be.lemmino ven Qe greinden die op de Knar, hnarl ïiin ïiir, aiiiigeduid ...•nu«.üoicl al. VAB" '^AS' wi,zioen wi)Z.o.i-> >n ‘r. de da

S sinnn. md. word, voldaan aan de volaa.ide_v„^.«,a-n ?rrópX?XT,'ontwXRL;.nQ;?pXX.oc.u"f cl.aTu l^a^on. aan Rl^.A.oha»ae

t>.

<

c

;;;

vno

i,.nn.n He,

bebuuwing is. niel loeeesl.’ian

't

3.4.

*p

***'

-vi'»

1-

ï'-'O'ft

Wijziging past in Structuurvisie.

De omzetting naar agrarisch verwant past in de visie van de overheid. Doordat de oppervlakte van het bouwvlak gelijk blijft is de impact waar het gaat om de grootte van de ontwikkeling nul. Er is geen sprake van verlies van open gebied, bos of natuur en de effecten op de omgeving zijn eveneens neutraal. Verder zijn er geen relevante beleidsuitgangspunten die in de weg staan aan de bestemming. Er zal daarnaast een robuuste landschappelijke inpassing worden gerealiseerd van minimaal 10% van het plangebied waarin cliënten. Een en ander staat beschreven in de ruimtelijke onderbouwing zoals die als bijlage is bijgevoegd bij de zienswijze. De volgende bestemmingsplanreparatie is voorgesteld. Toekomstige situatie Huidige situatie Aararisch verwant foriisl en enkel aararisch Woonbestemmino (aeell en enkel aararisch

12 • www.sumrin.nl •

Sumrjn Kort en goed komt het initiatiefvoorstel neer op een passende omzetting van de bestemming wonen in agrarisch verwant inclusief de op het perceel aanwezige bebouwing. Dit in combinatie met een verandering van het bouwvlak conform bovenstaande tekening. Het bouwvlak verandert daardoor wat van vorm maar wordt niet groter. Uit de ruimtelijke onderbouwing blijkt dat e.e.a. in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De activiteiten van appellanten passen prima in het buitengebied. Er zijn geen reële bezwaren die aan de

gevraagde omzetting in de weg staan.

3.5.

Ten aanzien van de kippenschuur is niet inregelen onrechtmatig.

Op grond van artikel 9.1.1. van de bestemmingsplanregels zijn de voor bedrijf- agrarisch verwant aangewezen gronden bestemd voor agrarisch verwante bedrijven, groenvoorzieningen, tuinen, erven, verhardingen en parkeervoorzieningen. Op grond van 9.2.3 mag de inhoud van de bedrijfswoning maximaal 750 m3 bedragen. Qua vrijstaande bijgebouwen mag er maximaal 80 m2 staan. De oppervlakte van bij de bedrijfsbewoning behorende overkappingen mag 20 m2 zijn. De bebouwing overschrijdt niet het bestemmingsvlak of het bouwvlak. Ingevolge artikel 9.3 kan voor het overige eventueel nog met een omgevingsvergunning worden afgeweken van de maximale oppervlakte aan bedrijfsbebouwing met maximaal 25 %. De omzetting naar agrarisch verwant is dan ook voor de aanwezige bebouwing een oplossing. Eerder is door verweerder al ten onrechte verzuimd voor de aanwezige bebouwing een passende regeling te

treffen. De kippenschuur op het perceel is in 2017 onder het overgangsrecht gebracht door verweerder hetgeen zich slecht verhoudt tot een goede ruimtelijke ordening. De kippenschuur is immers onbetwist vergund. Het standpunt van verweerder in de handhavingszaak komt echter hierop neer dat appellanten wel een vergunde kippenschuur hebben maar dat zij deze kippenschuur op geen enkele manier mogen gebruiken. Zoals uw Afdeling bepaald heeft in ECLI:NL:RVS:2019:2704 ro 94 e.v. heeft de Gemeenteraad van Asten (in een ander geval); ’’in redelijkheid niet kunnen volstaan met een planologische regeling waarbij de voormalige agrarische bedrijfsgebouwen op de gronden van Van Heugten onder het overgangsrecht zijn komen te vallen. De Afdeling hecht eraan op te merken dat het voorgaande meebrengt dat het op de weg van de raad ligt om een passende regeling voor de legaal bestaande gebouwen in het plan te treffen, daarbij ook rekening houdend met de in dit plan aan de gronden

toegekende recreatieve bestemming.' In het herstelbesluit wordt hier door verweerder opnieuw aan voorbij gegaan. Dit ondanks de overwegingen daarover in de uitspraak van 6 april 2021 en hetgeen blijkt uit de hierboven genoemde jurisprudentie. 3.6.

Ten aanzien van de bestemming agrarisch verwant van de concurrent.

In 2017 nog, kreeg concurrent Kleuskens, gevestigd aan de Kleine Heitrak 36a, in een veegplan bestemming agrarisch verwant. Appellanten hebben 1 concurrent in Asten en dat is deze firma Kleuskens aan de Kleine Heitrak 36 in Asten. Zoals ook is aangegeven in de ruimtelijk onderbouwing bij de omgevingsaanvraag is Kleuskens een grondverzetbedrijf en vond verweerder de bestemming agrarisch verwant toen ook voor dit bedrijf gepast. Appellanten zien niet in waarom zij anders zouden moeten worden behandeld dan hun grootste concurrent die in een veegplan de gewenste bestemming heeft verkregen.

13 • www.sumrin.nl •

Sumrln Ten onrecht wordt aan deze ongelijke behandeling in het herstelbesluit -welke ongelijke behandeling in de ter beschikking staande procedurestukken uitvoering is besproken- voorbij gegaan.

4. Conclusie.

Het herstelbesluit is geen antwoord op de uitspraak van Uw Afdeling d.d. 7 april in deze zaak. Gelet hierop zijn appellanten van mening dat de beslissing van de gemeenteraad van Asten in strijd is met de toepasselijke wet- en regelgeving alsmede met uw vaste rechtspraak. Op deze gronden verzoekt appellant uw Afdeling opnieuw om de beslissing van de raad te vernietigen en zelf recht te doen, en de gemeente Asten te veroordelen in de kosten van deze procedure.

Met vriendelijke groet, ) Sumrin Advocaten

■J

Rietje Obers Advocaat

14 • www.sumrin.nl •

Raad vanState

RASTER SCHUTBLAD

Een in te scannen document begint altijd met een Raster voorloopvel, gevolgd door het document. Wanneer het type document uit meerdere documenten bestaat (bij­ voorbeeld bijlagen) kunnen er één of meerdere schutbladen toegevoegd w/orden zodat de documenten separaat opgeslagen worden en te benaderen zijn. Een schutblad moet altijd in combinatie met een Raster voorloopblad gebruikt worden.

—i--;-------------

K;''.

Sumrin

B

Ip

’i'n

?

;s5*

hr'I

h' I

r ’

IB^

Hbj

M-;

Bijlage 1

i ■!;

-'•! 5*. fejta '•■'

■

s ■

■

■t'j

fe

• www.sumrin.nl •

'

■’^'-

GriTicenK

sten

GEMEENTEBLAD

Nr. 201851 8 juli 2021

Officiële uitgave van de gemeente Asten

Vaststelling bestemmingsplan Asten Verzamelplan 2019-1 (herstelbesluit) Burgemeester en wethouders van Asten maken bekend dat de gemeenteraad bij besluit van 6 juli 2021 het bestemmingsplan 'Asten Verzamelplan 2019-T (herstelbesluit) heeft vastgesteld.

Het plan voorziet voor in een aangepaste toelichting en zienswijzennota. Hiermee wordt tegemoet ge­ komen aan de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 7 april 2021 (201907069/1/R2).

U kunt de stukken inzien op de website vvww.ruimtelijkeplannen.nl. Het identificatienummer is NL.IMR0.0743.BP02019001-VS02. Op de gemeentelijke website vwvw.asten.nl kunt u nadere informatie vinden.

Tevens ligt het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan met bijbehorende stukken met ingang van 9 juli 2021 gedurende 6 weken vooreen ieder ter inzage in het gemeentehuis. U kunt hiervoor terecht bij het Klant Contact Centrum, via telefoonnummer (0493) 671 212. U hoeft geen afspraak te maken om de stukken in te zien. Een afspraak maken is wel nodig als u vragen wilt stellen over de stukken die ter inzage liggen. Tegen het besluit van de gemeenteraad inzake vaststelling van het bestemmingsplan kan met ingang van 10 juli 2021 gedurende 6 weken een beroepschrift worden ingediend bij de Afdeling Bestuursrecht­ spraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA 's-Gravenhage. Beroep kan worden ingesteld door belanghebbenden die tijdig een zienswijze bij de gemeenteraad hebben ingediend, danwel door belanghebbenden aan wie niet verweten kan worden dat zij niet tijdig een zienswijze ingediend hebben.

Het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan treedt in werking daags na afloop van de beroeps­ termijn. Indien binnen de beroepstermijn naast het beroepschrift tevens een verzoek is ingediend om voorlopige voorziening bij de Voorzitter van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, treedt het besluit van de gemeenteraad niet in werking voordat op een dergelijk verzoek is beslist.

Bij verschillen tussen de digitale en de papieren versie van het bestemmingsplan is de digitale versie doorslaggevend.

Gemeenteblad 2021 nr. 201851

8 juli 2021

Raad

vanState

RASTER SCHUTBLAD

Een in te scannen document begint altijd met een Raster voorloopvel, gevolgd door het document. Wanneer het type document uit meerdere documenten bestaat (bij­ voorbeeld bijlagen) kunnen er één of meerdere schutbladen toegevoegd worden zodat de documenten separaat opgeslagen worden en te benaderen zijn. Een schutblad moet altijd in combinatie met een Raster voorloopblad gebruikt worden.

I

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=99caf297-61a5-4dd7-8e9d-3d35377183c9