RU21.09.05B Nota inspraak Omgevingsvisie Asten.docx
Tekst van het document
landbouw, het langer vasthouden van water, het tegengaan van verdroging, bodemherstel, het versterken van het economisch vestigingsklimaat en de beleefbaarheid en behoud van de leefbaarheid zijn belangrijke opgaven in het zoekgebied voor de RES. De energietransitie kan niet los worden gezien van deze andere opgaven en zal gekoppeld worden aan een of meer van deze andere opgaven.
Inspreker ziet kansen voor houtige regionale reststromen als alternatieve warmtebron en vraagt aandacht voor aansluiting van andere warmtebronnen op het bestaande warmtenet van DECAS. Inspreker wil tevens mogelijkheden voor biovergassing, waterstof en windmolens. En ook vergisting van dierlijk mest kan bijdragen aan de energietransitie.
Het warmtenet van DECAS wordt nu gevoed met warmte uit houtige biomassa uit de regio. Dit wordt gezien als een tussenstap naar nog duurzamere warmtebronnen. De mogelijkheden voor het toevoegen van andere warmtebronnen wordt onderzocht. Deze opgave zal in de omgevingsvisie als concrete doelstelling worden toegevoegd voor het gebied Agrarisch Anders.
In de omgevingsvisie staan doelstellingen beschreven t.a.v. het terugdringen van emissies, stikstofuitstoot en gewasbeschermingsmiddelen, die reeds in landelijk om wetgeving staan beschreven. Inspreker verzoekt deze passages te schrappen, omdat het de indruk wekt dat de gemeente strengere regels stelt. Ook is het vreemd dat de enkel rond de Groote Peel het verlagen van stikstofuitstoot wordt benoemd, omdat dit een groter probleem is dat op nationale schaal geregeld is.
De in de omgevingsvisie opgenomen verwijzingen naar andere wet- en regelgeving zijn bedoeld om de visie van de gemeente in een bredere context te plaatsen. Immers geeft niet enkel de gemeentelijke omgevingsvisie de kaders voor toekomstige ontwikkelingen, maar dient ook rekening gehouden te worden met de wetten en regels van hogere overheden. Dit geldt in het bijzonder voor de agrarische sector. Het terugdringen van de stikstofuitstoot ligt vast in landelijke wetgeving. De uitvoering ervan ligt primair bij de provincie, die met een gebiedsgerichte aanpak samen met andere partijen o.a. het stikstofprobleem rond de Pelen probeert op te lossen.
Inspreker merkt op dat niet in alle deelgebieden wordt ingegaan op de ontwikkeling van agrarische bedrijven. Dit wekt de indruk dat in deze gebieden geen toekomst is voor agrarische bedrijven.
In elk genoemd deelgebied bevinden zich landbouwbedrijven die zich kunnen ontwikkelen en toekomst hebben. In elk deelgebied ligt het accent op landbouw ietwat anders, zijn de veranderingen of de rol van de landbouw groter of juist kleiner. Om die reden zijn er verschillen in de beschrijving van de landbouw in de verschillende deelgebieden.
Inspreker mist voor een aantal aspecten een uitnodigend kader voor een duurzame agrarische ontwikkeling en vraagt hiervoor van de gemeente het volgende: - meer mogelijkheden voor permanente
De gemeente staat open en uitnodigend tegenover innovatieve stalsystemen, duurzame oplossingen voor VAB’s, een gezamenlijke inzet op het gebied van waterbeheer en het beperken van
teeltondersteunende voorzieningen; - een actieve ondersteuning bij de realisatie van mestbewerkingslocaties en innovatieve stalsystemen; - een andere kijk op bouwblokgrootte (minder vanuit omvang en meer vanuit ruimtelijke kwaliteit); - een duurzame oplossing vab’s, waarbij geen belemmeringen voor agrarisch bedrijven ontstaan; - een gezamenlijke inzet op het gebied van waterbeheer; - het bieden van mogelijkheden om wildschade te beperken (bijv. hogere afrastering).
wildschade. De gemeente heeft een Ondersteuningsloket Buitengebied waarin agrariërs terecht kunnen voor hulp. Met betrekking tot de realisatie van mestbewerkingslocaties wil de gemeente graag eerst de provinciale discussie afwachten en deze eventueel betrekken bij een herijking van de glastuinbouwvisie. De gemeente staat ook open voor een andere kijk op de omvang van bestemmingsvlakken, gerelateerd aan ruimtelijke kwaliteit, maar realiseert zich ook dat de provincie op dit punt in belangrijke mate bepalend is.
Inspreker is verheugd dat de gemeente zich in het gebied Agrarisch Anders positief uitspreekt over de innovatiekracht van de agrarische sector, maar mist hierin de erkenning voor reeds genomen stappen.
De gemeente heeft waardering voor de innovatiekracht van agrarische bedrijven in het gebied Agrarisch Anders en de stappen die op dit vlak reeds zijn genomen.
Inspreker vindt het vreemd dat het streven naar minder geur, fijn stof, stikstof, ammoniak, ziektekiemen, uitspoeling van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen in het gebied Agrarisch Anders gekoppeld wordt aan meer natuur. Te meer omdat in dit gebied het primaat ligt bij de glastuinbouw en intensieve veehouderij.
Het accent binnen Agrarisch Anders ligt inderdaad op de (innovatieve) ontwikkeling van de agrarische sector. De ontwikkeling van natuur is hier van ondergeschikt belang. Genoemde passage zal daarom worden aangepast.
Inspreker vindt het positief dat de gemeente kansen ziet voor meervoudig ruimtegebruik, bijvoorbeeld door teelt in de open grond te combineren met zonneenergie, maar gezien de schaarse ontwikkelingsmogelijkheden voor glastuinbouw niet in de glastuinbouwgebieden.
De glastuinbouwgebieden zijn primair bestemd voor de ontwikkeling van glastuinbouw. Niettemin ziet de gemeente mogelijkheden om binnen deze gebieden energieopwekking te combineren met andere functies, bijvoorbeeld door drijvende zonnepanelen op waterberging of teelt onder zonnepanelen.
In Boeren Buurten ziet de visie ruimte voor ‘landelijk wonen’. Inspreker verzoekt deze woningen en andere geurgevoelige functies niet toe te staan in de buurt van veehouderijen in het gebied en hierbij dezelfde geurnormen te hanteren als voor de veehouderijen.
Nieuwe woningen en andere geurgevoelige functies in Boeren Buurten, alsmede andere delen van het buitengebied, kunnen enkel worden toegestaan als deze de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen in de nabijheid niet extra belemmeren. Deze ontwikkelingsmogelijkheden worden mede bepaald door de geurnormen uit de geurverordening. Daarnaast dient ter plaatse van nieuwe woningen sprake te zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Hierbij wordt een
geurhinderpercentage van 12% als ondergrens gehanteerd.
In Groen Genieten vraagt inspreker aandacht voor de agrarische bedrijven die hier gevestigd zijn, ook in relatie tot nieuwe geurgevoelige functies die hier mogelijk worden gemaakt. Daarnaast zou het gebied verkleind moeten worden, zodat bestaande bedrijven aan o.a. de Broekstraat, Gezandebaan, Diesdonkerweg en Sengersbroekweg buiten het gebied komen te liggen.
De ligging in ‘Groen Genieten’ betekent niet dat bestaande agrarische bedrijven zich hier niet meer kunnen ontwikkelen. Net als in andere delen van het buitengebied worden andere (nietagrarische) functies alleen toegestaan als zij de agrarische bedrijven niet in hun bedrijfsvoering belemmeren. Tegelijkertijd dienen nieuwe agrarische ontwikkelingen ook rekening te houden met de nietagrarische functies in de omgeving.
Inspreker vindt het positief dat de gemeente een belangrijke rol ziet voor de melkveehouderij in Peel Pionieren, in relatie tot de regionale opgaven, en vraagt de gemeente deze bedrijven te ondersteunen met hun toekomstplannen door kritisch te zijn op beperkende regelgeving en bedrijven te helpen hun grondpositie te verbeteren.
De gemeente vindt de rol van de melkveehouderij in Peel Pionieren erg belangrijk voor behoud van de leefbaarheid van het gebied en de andere doelen in dit gebied. De melkveehouderij is daarvoor de meest passende sector. Waar mogelijk zal de gemeente deze bedrijven dan ook ondersteunen bij hun toekomstplannen, o.a. in het proces van de Gebiedsgerichte Aanpak.
In Peel en Beekdalen streeft de visie naar behoud van landbouw met extensieve bedrijfsvoering, die is afgestemd op de omgevingskwaliteiten en de ontwikkeling van kringlooplandbouw. Inspreker stelt dat dit niet kan zonder duidelijk toekomstperspectief en verdienmodel. Ondernemers zouden hierin zelf meer vrijheid moeten krijgen.
De gemeente deelt de mening dat er zonder duidelijk toekomstperspectief en verdienmodel geen kans is om ‘goed door te boeren’. In de Gebiedsgerichte aanpak De gemeente wil graag bijdragen in het zoeken naar nieuwe verdienmodellen, o.a. via experimenten in de Gebiedsgerichte Aanpak rond de Groote Peel.
Gevolgen voor Omgevingsvisie Asten
Het begrip “grondgebonden” wordt geschrapt. In Agrarisch Anders wordt het onderzoeken van alternatieve warmtebronnen voor het aanwezige warmtenet als concrete doelstelling toegevoegd voor de opgave Klimaatbestendig en energieneutraal Asten. De passage over meer natuur in Agrarisch Anders wordt aangepast. De Glastuinbouwvisie Asten wordt toegevoegd onder “Welk gemeentelijk beleid is opgenomen in de omgevingsvisie?”.