RU21.06.10F Uitstel Omgevingswet.docx
Tekst van het document
MEMO ZAAKNUMMER: 2021036382 AAN
: Commissie Ruimte
VAN NAMENS DEZE
: College van B&W, portefeuillehouder wethouder J.P.E. Bankers : Ruimtelijke Ontwikkeling, T.L. (Liedewij) Wiersma
DATUM
: 10 juni 2021
ONDERWERP
: Uitstel Omgevingswet.
Samenvatting De Omgevingswet wordt opnieuw uitgesteld. De datum van inwerkingtreding schuift van 1 januari 2022 naar 1 juli 2022. De minister verwacht dat de wet op die datum verantwoord kan worden ingevoerd. De extra tijd is met name nodig om het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) op te leveren, in te regelen en stabiel te krijgen. Ook moet het stelsel vooraf beproefd worden. Zonder een goed werkend DSO is de Omgevingswet niet uitvoerbaar. Bekeken is wat deze nieuwe datum betekent voor onze lopende voorbereidingen op de Omgevingswet (programma Transitie Omgevingswet). In dit memo informeren wij u hierover. Het memo zou, als gevolg van de vastgestelde aanlevertermijnen, op de agenda van de commissie Ruimte van 21 september 2021 komen. De actualiteit van het uitstel van de Omgevingswet is dan al gepasseerd. Om die reden wordt het memo opgevoerd op de agenda van 22 juni 2021. Als bijlage treft u aan de kamerbrief van de minister waarin het uitstel van de Omgevingswet wordt aangekondigd. Ook de eerder door u behandelde Strategische notitie en stappenplan ruimtelijke dienstverlening Omgevingswet (2020) is opgenomen. Hierin staat de inhoudelijke achtergrond van diverse te nemen besluiten met de (verouderde) besluitvormingsplanning.
Tot slot is een geactualiseerde versie van dit “spoorboekje” opgenomen, waarin u de consequenties van het uitstel van de Omgevingswet voor de besluitvorming ziet (nieuwe planning met toelichting). Consequenties uitstel Omgevingswet voor de gemeente Asten In het algemeen geldt dat het uitstel van de Omgevingswet niet moet leiden tot het uitstellen van de voorbereiding op de wet. De minister doet nadrukkelijk deze oproep. Ook voor ons geldt dat we onze voorbereidingen waar dat kan zoveel mogelijk willen laten doorlopen en nog voor de verkiezingen diverse besluiten aan de raad willen voorleggen. In deze context hebben wij de planning onder de loep genomen. In sommige gevallen kunnen voorbereidingen volgens eerder ingestoken koers door blijven lopen of nemen we iets meer tijd in de planning. Deze trajecten lopen al volop, helpen ons nu al met het “werken in de geest van de Omgevingswet” of moeten om andere redenen niet afgeremd worden. In andere gevallen temporiseren wij de planning tot medio ’22, bijvoorbeeld omdat het gaat om zaken die echt gekoppeld zijn aan de datum van inwerkingtreding.
De belangrijkste conclusies op een rij: In het instrumentele spoor blijven wij zoveel als mogelijk doorwerken op de ingeslagen weg. De omgevingsvisie heeft het grootste deel van het proces al doorlopen en wordt voorbereid voor vaststelling. Het inkooptraject voor de start van ons omgevingsplan wordt ongewijzigd georganiseerd in 2021, gezien de grote druk op de markt voor stedenbouwkundige bureaus en de druk op Bizob voor begeleiding van de inkooptrajecten. Het participatiebeleid (handreiking omgevingsdialoog) wordt binnenkort vastgesteld, zodat dit nog dit jaar toegepast kan worden. De planning van de consolidatieplannen en de aanpassing van het systeem van verzamelplannen wordt wel afgestemd op de extra tijd die het uitstel van de Omgevingswet met zich meebrengt. Op het gebied van de werkprocessen (verkorten termijn vergunningenprocedures, optimaliseren vooroverleg, aanschaf nieuwe VTH-applicatie, aanpassen werkafspraken ketenpartners, aanpassing legesverordening en dergelijke) krijgen we meer tijd. We maken hier dankbaar gebruik van, mede door de beperkte capaciteit bij ons cluster Vergunningen. Dit capaciteitsprobleem zien we regiobreed, zo niet landelijk, terug en is een zorg die door onze regio bij de VNG (en van daaruit bij het rijk) is neergelegd. Verantwoorde voorbereiding van de Omgevingswet staat daardoor immers onder druk.
In Asten gaan we desondanks niet achterover leunen en zetten de voorbereidingen op dit terrein in een iets aangepaste planning voort. In het digitale spoor liggen wij op schema, voor zover dit binnen onze eigen invloedssfeer valt. Alle benodigde software om informatie te kunnen uitwisselen met het DSO is aangeschaft. Een deel is reeds geïmplementeerd (software voor toepasbare regels) en getest door onze medewerkers. De software voor het publiceren van ruimtelijke besluiten op het DSO wordt binnenkort geïmplementeerd en kan na de zomer getest worden. De nieuwe VTH-applicatie is aangeschaft (regionale aanbesteding in 2020). De implementatie loopt vertraging op door de complexiteit van het traject (met meer dan 20 gemeenten en meerdere ketenpartners). Hier lopen we noodgedwongen iets uit in de tijd, maar streven er naar de vertraging zo kort mogelijk te houden (de voorbereiding zeker niet uitstellen tot vlak voor inwerkingtreding van de wet). De meer algemene trajecten (zoals specialistische opleiding van medewerkers, communicatie met inwoners over nieuwe procedures of het nieuwe Omgevingsloket) worden getemporiseerd. Deze zaken moeten niet te vroeg worden uitgerold, maar pas enkele maanden voor inwerkingtreding van de wet worden georganiseerd. Regionale afstemming rond de voorbereiding op de Omgevingswet blijft onverminderd doorgaan.
Vervolg Het plannen van onze voorbereiding op de Omgevingswet vraagt om veel flexibiliteit. Er is sprake van afhankelijkheden van het rijk, van leveranciers, van planningen van andere partijen. Wij bewegen hier zo goed als mogelijk in mee. Dit leidt er toe dat onze planning geregeld moet worden bijgesteld. Mogelijk moet ook het nu meegeleverde spoorboekje (versie juni 2021) op den duur weer worden aangepast. Wij houden u daarvan op de hoogte.
2/3
Bijlagen: (indien van toepassing noem bijlage met Document-nr.) 1. Kamerbrief d.d. 27 mei 2021, met daarin de uitkomsten van het Bestuurlijk Overleg Omgevingswet en de aankondiging van de nieuwe datum van invoering Omgevingswet (Verseonnummer 2021039434). 2. Strategische notitie en stappenplan ruimtelijke dienstverlening Omgevingswet d.d. april 2020 (Verseonnummer 2020020930) inclusief de (verouderde) besluitvormingstabel (Verseonnummer 2020020935). 3. Besluitvormingstabel (spoorboekje), aangepaste versie, juni 2021 (Verseonnummer 2021040213).
3/3