CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

RU21.06.07D Ruimtelijke onderbouwing Diesdonkerweg 49 Ommel, incl. bijlagen.pdf

Raadscommissie Ruimte 22 juni 2021, gemeente AstenBij agendapunt: Voorontwerp bestemmingsplan 'Asten Verzamelplan 2021-2' (opiniërend)11.065 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

‘Buitengebied

Asten

2016’

overgenomen.

Aan

de

planlocatie

is

geen

dubbelbestemming voor archeologie opgenomen. Ter plaatse geldt dan ook geen onderzoeksplicht naar archeologische verwachtingen. Indien er tijdens toekomstige grondwerkzaamheden toch onverwacht archeologische vondsten worden aangetroffen, dient men dit zo spoedig mogelijk bij de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed en de gemeente

te melden (Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 en 5.11). Om te voorkomen dat

archeologische resten ongezien verdwijnen, wordt aan de initiatiefnemer geadviseerd om de lokale heemkundekring dan ook mee te laten kijken bij de uitvoering van de geplande bodemingrepen.

Crijns Rentmeesters

31

Ruimtelijke onderbouwing ‘Diesdonkerweg 49 Ommel’ gemeente Asten

5.5

Flora en fauna

5.5.1

Inleiding

Natura 2000 is het Europese netwerk van beschermde natuurgebieden in de Europese Unie. Dit netwerk verbindt bestaande natuurgebieden die vallen onder de Europese Vogelrichtlijn- of de Habitatrichtlijngebieden. De Vogel- en Habitatrichtlijnen zijn bedoeld ter bescherming van bedreigde levensgemeenschappen van planten en dieren en bedreigde soorten van planten en dieren en hun leefgebieden. De Vogel- en Habitatrichtlijnen zijn geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving middels de Wet natuurbescherming.

5.5.2

Gebiedsbescherming

De Wet natuurbescherming voorziet in specifieke kaders voor gebieden die op grond van internationale verplichtingen moeten worden beschermd, te weten de Natura 2000-gebieden, bedoeld in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Ten aanzien van de gebiedsbescherming is het de bedoeling dat plannen en projecten eenduidig en integraal worden getoetst op hun invloed op de te beschermen natuurwaarden in de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden. Het dichtstbijzijnde gelegen Natura 2000-gebied betreft het Vogel- en Habitatrichtlijngebied ‘Strabrechtse Heide & Beuven’. Dit gebied is op een afstand van circa 4,6 kilometer ten zuiden van de planlocatie gelegen. De beoogde herontwikkeling heeft op een dergelijke afstand geen invloed op het Vogel- en Habitatrichtlijngebied. Het dichtstbijzijnde Natuur Netwerk Brabant (NNB-gebied) is gelegen op een afstand van circa 230 meter ten oosten van de planlocatie. De provincie hanteert geen externe werking voor NNB, waardoor kan worden geconcludeerd dat geen sprake is van negatieve invloed. Daarbij wordt de vergunning voor het houden van kippen als gevolg van de beoogde herontwikkeling ingetrokken, wat enkel leidt tot een afname van stikstofdepositie op het NNB.

5.5.3

Soortenbescherming

De Wet natuurbescherming heeft tot doel in het wild levende planten en dieren te beschermen met het oog op de instandhouding van soorten. De verbodsbepalingen en afwijkingsmogelijkheden in de Wet natuurbescherming zijn uitsluitend van toepassing op de soorten waarvoor dit onmiddellijk voortvloeit uit de vereisten van de Vogelrichtlijn, de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern, het Verdrag van Bonn, het Biodiversiteitsverdrag en de Benelux-overeenkomst op het gebied van de jacht en de vogelbescherming. Het gaat daarbij om alle op het Europees grondgebied in het wild levende vogels en voorts om de dieren en planten van de soorten van Europees belang die van nature op het Nederlands grondgebied voorkomen. Om de instandhouding van de wettelijke beschermde soorten te waarborgen, moeten negatieve effecten op die instandhouding voorkomen worden. Bij de totstandkoming van een nieuw bestemmingsplan waarbij functies gewijzigd worden, moet worden voorkomen dat conflicten met beschermde dier- en plantensoorten ontstaan en dient dus vooraf een beoordeling plaats te vinden. Als gevolg van de beoogde herontwikkeling wordt een passende andere bestemming gegeven aan de voormalige agrarische bedrijfslocatie ter plaatse van de planlocatie Diesdonkerweg 49 te Ommel. Een voormalige kippenstal zal grotendeels worden gesloopt, evenals de werktuigenloods. In oudere

Crijns Rentmeesters

32

Ruimtelijke onderbouwing ‘Diesdonkerweg 49 Ommel’ gemeente Asten

kippenstallen kunnen vleermuizen zitten. Alle vleermuizensoorten zijn zwaar beschermde soorten. De kippenstallen zijn als gevolg van de hagelbui op 23 juni 2016 voorzien van nieuwe daken. De stallen zijn hiermee hermetisch afgesloten en niet (meer) toegankelijk voor vleermuizen. Niet aannemelijk wordt dan ook geacht dat sprake kan zijn van (verblijfplaatsen voor) vleermuizen. Met de beoogde herontwikkeling gaan geen landschapselementen verloren. Beoogd wordt een hoogstamfruitboomgaard aan te planten, wat enkel een positief effect kan hebben op de flora en fauna in de omgeving. Niettemin dient met de sloopwerkzaamheden altijd rekening te worden gehouden met broedende vogels, mogelijk in de bestaande beplanting in de directe nabijheid van de te slopen bebouwing. Het broedseizoen loopt globaal van half maart tot half juli. Echter voor het broedseizoen wordt geen standaardperiode gehanteerd in het kader van de Wet natuurbescherming. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Verstoring van broedgevallen dient te worden voorkomen. Werkzaamheden vinden dan ook bij voorkeur plaats buiten het broedseizoen. Vanuit de algemene zorgplicht dient tijdens de werkzaamheden continu gelet te worden op aanwezigheid van al dan niet beschermde planten en dieren. Bij aantreffen van deze planten en dieren moet worden voorkomen dat deze worden verstoord.

De beoogde herontwikkeling is derhalve in het kader van de Wet natuurbescherming geen bezwaar.

5.6

Geluid

5.6.1

Wegverkeerslawaai

De Wet geluidhinder (Wgh) biedt geluidsgevoelige bestemmingen (zoals woningen) bescherming tegen geluidhinder van wegverkeerlawaai bij de aanleg/wijziging van wegen of bij de bouw van woningen in de buurt van wegen. De reikwijdte van de Wgh is beperkt tot een geluidszone langs wegen. Binnen deze geluidszone zijn de regels van de Wgh van toepassing. De Wgh niet geldt voor 30-km wegen en voor woonerven. De systematiek van de zonering Wet geluidhinder voor wegverkeer houdt in dat langs een (toekomstige) verkeersweg een geluidszone ligt waarbinnen in een aantal situaties bescherming wordt geboden aan geluidsgevoelige bestemmingen. Deze bescherming geldt in de volgende situaties: -

via een ruimtelijk besluit de aanleg van een weg mogelijk maken;

-

via een ruimtelijk besluit een geluidsgevoelige bestemming in de zone realiseren;

-

de reconstructie/wijziging van een bestaande weg.

Middels deze herontwikkeling wordt geen nieuwe geluidsgevoelige bestemming dan wel functie binnen een geluidszone mogelijk gemaakt. Akoestisch onderzoek inzake de geluidbelasting ten gevolge van wegverkeer is dan ook niet aan de orde.

5.6.2

Industrielawaai

De voormalige agrarische bedrijfswoning wordt met de beoogde herontwikkeling omgezet naar bedrijfswoning behorende bij het niet-agrarisch bedrijf. Het beschermingsniveau wijzigt daarmee dan ook niet. Andersom kan met realisatie van een niet-agrarisch bedrijf industrielawaai worden

Crijns Rentmeesters

33

Ruimtelijke onderbouwing ‘Diesdonkerweg 49 Ommel’ gemeente Asten

geproduceerd. Met de herontwikkeling wordt verhuur van opslagruimte in opslaggebouwen mogelijk gemaakt (SBI-2008 code 52109). Binnen de gebouwen vindt geen bedrijvigheid plaats, anders dan het laden en lossen ten behoeve van materiaal en klein materieel door de huurders. Ook zal sporadisch sprake zijn van vervoersbewegingen van bedrijfsbusjes. Conform de VNG-publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ dient ten aanzien van het beoogde bedrijf op grond van het aspect ‘geluid’ een afstand van ten minste 10 meter aangehouden te worden tot gevoelige functies. Binnen een straal van 10 meter bevinden zich geen gevoelige objecten. De beoogde herontwikkeling is in het kader van het aspect ‘industrielawaai’ dan ook geen bezwaar.

5.7

Agrarische bedrijvigheid

De beoogde herontwikkeling van de planlocatie heeft geen geuruitstoot tot gevolg. De vergunning voor het houden van kippen wordt met de beoogde herontwikkeling ingetrokken. Het woon- en leefklimaat zal dan ook verbeteren. Andersom wordt met de beoogde herontwikkeling ook geen geurgevoelig object opgericht. Herontwikkeling van de planlocatie belemmert de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijbedrijven in de omgeving daarmee dan ook niet meer dan in de huidige situatie. Het aspect geur is in het kader van de beoogde herontwikkeling dan ook geen bezwaar.

5.8

Bedrijven en milieuzonering

Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzoneringen van bestaande en toekomstige bedrijven om zodoende de kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde Lijst van Bedrijfsactiviteiten uit de handreiking ‘Bedrijven en Milieuzonering’. De (indicatieve) lijst ‘Bedrijven en Milieuzonering’ uitgegeven door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten geeft de richtafstanden weer voor milieubelastende activiteiten. In de lijst ‘Bedrijven en Milieuzonering’ worden richtafstanden gegeven voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden gelden tussen de grens van de bestemming en de uiterste grens van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunning vrij bouwen mogelijk is. De richtafstanden zijn afgestemd op twee omgevingstypen: ‘rustige woonwijk’ en ‘gemengd gebied’. De richtafstanden in de VNG-publicatie kunnen in ‘gemengd gebied’, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsstap verlaagd worden. Het kan in dergelijke gebieden gaan om bestaande gebieden met functiemenging en om gebieden waar bewust functiemenging wordt nagestreefd, bijvoorbeeld om een grotere levendigheid tot stand te brengen.

Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid wordt hieronder verstaan. De planlocatie aan Diesdonkerweg 49 te Ommel kan worden getypeerd als ‘gemengd gebied’. Met de herontwikkeling wordt verhuur van opslagruimte in opslaggebouwen mogelijk gemaakt (SBI2008 code 52109). Het bedrijf valt daarmee binnen de milieucategorie 2. In een gemengd gebied dient een afstand van ten minste 10 meter aangehouden te worden tussen de bedrijfsbestemming en een gevoelig object. Binnen een straal van 10 meter bevinden zich geen gevoelige objecten. Voldaan kan hiermee worden aan de voorwaarden in het kader van Bedrijven en Milieuzonering.

Crijns Rentmeesters

34

Ruimtelijke onderbouwing ‘Diesdonkerweg 49 Ommel’ gemeente Asten

5.9

Externe veiligheid

Onder externe veiligheid verstaat men het beheersen van risico’s die direct of indirect voortvloeien uit de opslag, de productie, het gebruik en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het risico is daarbij gedefinieerd als ‘de kans op overlijden’ voor personen. De aanwezige risico’s zijn zeer afhankelijk van het brontype. De relevante typen zijn: risicovolle inrichtingen, vervoer van gevaarlijke stoffen (per spoor, over de weg en het water) en kabels en leidingen. Als gevolg van de beoogde herontwikkeling wordt geen nieuw gevoelig object gerealiseerd. Andersom wordt ook geen nieuwe risicovolle inrichting beoogd en is in de huidige situatie ook geen sprake van de ligging binnen een risicocontour van een risicovolle inrichting. Het aspect Externe veiligheid vormt dan ook voor de beoogde herontwikkeling geen bezwaar.

5.10 Luchtkwaliteit 5.10.1 Inleiding Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden. Met de Wet luchtkwaliteit en de bijbehorende bepalingen en hulpmiddelen wil de overheid zowel de verbetering van de luchtkwaliteit bewerkstelligen als ook de gewenste ontwikkelingen in ruimtelijke ordening doorgang laten vinden. De Wet luchtkwaliteit voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma. Binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma werken het Rijk, de provincies en gemeenten samen om de Europese eisen voor luchtkwaliteit te realiseren. Het Nationaal Samenwerkingsprogramma is op 1 augustus 2009 in werking getreden. De programmaaanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekende mate’ (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging als de 3% grens niet wordt overschreden. In de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen’ wordt aangeven op welke manier snel kan worden vastgesteld of de bijdrage van een nieuwbouwproject op de luchtkwaliteit valt onder de term ‘niet in betekenende mate’. De regeling geeft een harde omschrijving van het aantal gevallen. Voor woningbouw geldt bij 1 ontsluitingsweg een aantal van 1.500 nieuwe woningen netto.

Bij twee ontsluitingswegen geldt een aantal van 3.000 woningen netto. Aangezien het plan slechts de herbestemming van een agrarische bedrijfsbestemming naar een niet-agrarische bedrijfsbestemming mogelijk maakt, kan worden gesteld dat dit plan onder het begrip NIBM valt en de luchtkwaliteit niet verder hoeft te worden onderzocht.

5.10.2 Blootstelling aan verontreiniging In de Wet milieubeheer is de Europese richtlijn luchtkwaliteit geïmplementeerd. Het doel van de wet is mensen te beschermen tegen risico’s van luchtverontreiniging. De richtlijn geeft de volgende grenswaarden voor fijn stof: -

de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM10 is 40 µg/m³.

-

de grenswaarde daggemiddelde concentratie van PM10 is 50 µg/m³. De concentratie fijn stof mag maximaal 35 dagen per kalenderjaar hoger zijn dan deze waarde .

-

de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM2,5 is 25 µg/m³.

Crijns Rentmeesters

35

Ruimtelijke onderbouwing ‘Diesdonkerweg 49 Ommel’ gemeente Asten

Navolgende figuren geven de jaargemiddelde concentratie van PM10 en PM2,5 ter plaatse van de planlocatie en directe omgeving weer. De planlocatie is aangeduid met een zwarte cirkel.

Figuur 17: Fijnstof 2017 PM10 (bron: Atlas leefomgeving)

Figuur 18: Fijnstof 2017 PM2,5 (bron: Atlas leefomgeving)

Ter plaatse van de planlocatie is sprake van jaargemiddelde concentratie PM10 van 19-20 µg/m³. De jaargemiddelde concentratie PM2,5 bedraagt 11-12 µg/m³. Hiermee wordt ruim voldaan aan de normen voor fijn stof Op grond van fijn stof kan worden gesteld dat ter plaatse van de planlocatie Diesdonkerweg 49 sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Als gevolg van de beoogde herontwikkeling wordt de vergunning voor het houden van kippen ingetrokken, waarmee het woon- en leefklimaat ter plaatse van de planlocatie en de omgeving hiervan zal verbeteren.

Crijns Rentmeesters

36

Ruimtelijke onderbouwing ‘Diesdonkerweg 49 Ommel’ gemeente Asten

De beoogde herontwikkeling is in het kader van luchtkwaliteit geen bezwaar.

5.11 Verkeer en parkeren 5.11.1 Ontsluiting De planlocatie wordt op twee plekken ontsloten op de Diesdonkerweg. De woning en de stallen worden ontsloten middels de inrit rechts van de woning. Links van de woning is een tweede ontsluiting, waarvan de huurders van de bedrijfsgebouwen gebruik maken. Met de beoogde herontwikkeling zal dit niet wijzigen. Door huurders gebruik te laten maken van de tweede ontsluiting, blijft het bedrijf wat meer gescheiden van het privégedeelte. Op navolgende figuur is deze situatie weergegeven op luchtfoto.

Figuur 19: Ontsluiting planlocatie

5.11.2 Parkeren Parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden. De beoogde bedrijfsactiviteiten vergen nauwelijks parkeerruimte, daar enkel wordt geladen en gelost door de huurders van de opslagruimten. De planlocatie biedt voldoende ruimte voor de benodigde voorzieningen.

5.12 Besluit m.e.r. Op 1 april 2011 is het nieuwe Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging die daarin is aangebracht, is dat voor de vraag of een m.e.r.-beoordelingsprocedure moet worden doorlopen, een toetsing aan de drempelwaarden in de D-lijst niet toereikend is. Indien een activiteit een omvang heeft die onder de grenswaarden ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de EEG-richtlijn milieu-effectbeoordeling te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten. Wanneer dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. In het kader van de wijziging van het Besluit m.e.r. is een handreiking

Crijns Rentmeesters

37

Ruimtelijke onderbouwing ‘Diesdonkerweg 49 Ommel’ gemeente Asten

opgesteld over de vraag hoe moet worden vastgesteld of een activiteit met een omvang onder de drempelwaarde toch belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. In de handreiking is opgenomen dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst en die een omvang hebben die beneden de drempelwaarden liggen een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gebruikt. De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEGrichtlijn milieu-effectbeoordeling. De beoogde herontwikkeling van de planlocatie komt niet voor op de D-lijst van het Besluit m.e.r. en zal dan ook niet worden beoordeeld in het kader van het Besluit m.e.r. Onderdeel C van het Besluit m.e.r. wijst de activiteiten en gevallen aan waarvoor een directe m.e.r.plicht geldt. In dit onderdeel staan de activiteiten benoemd die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu. De beoogde herontwikkeling van de planlocatie komt ook niet voor op de Clijst van het Besluit m.e.r. en is derhalve ook niet m.e.r.-plichtig.

Crijns Rentmeesters

38

Ruimtelijke onderbouwing ‘Diesdonkerweg 49 Ommel’ gemeente Asten

6.

UITVOERBAARHEID

6.1

Economische uitvoerbaarheid

Op 1 juli 2008 is samen met de Wet ruimtelijke ordening (Wro) de Grondexploitatiewet (Grexwet) in werking getreden. In deze Grexwet is bepaald dat een gemeente bij het vaststellen van een planologische maatregel, die mogelijkheden biedt voor de bouw van één of meer hoofdgebouwen, verplicht is maatregelen te nemen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemers van het plan. Voor de ontwikkeling van dit plan is er sprake van een particulier initiatief. De gemeente Asten zal in het kader van het bepaalde in de Grexwet daarom alle door de gemeente te maken kosten verhalen op de initiatiefnemer. De initiatiefnemer zal derhalve met de gemeente Asten een anterieure overeenkomst sluiten. Op deze wijze is de financiële haalbaarheid van het plan gegarandeerd.

6.2

Omgevingsdialoog

Door initiatiefnemer is in april 2021 een omgevingsdialoog gevoerd met omwonenden. Uit de gevoerde dialoog zijn geen reacties naar voren gekomen welke hebben geleid tot aanvullend overleg dan wel aanpassing van de ruimtelijke onderbouwing.

Crijns Rentmeesters

39

Ruimtelijke onderbouwing ‘Diesdonkerweg 49 Ommel’ gemeente Asten

BIJLAGE 1: OMGEVINGSDIALOOG

Crijns Rentmeesters

Verslag omgevingsdialoog April 2021 Betreft Diesdonkerweg 49, het perceel kadastraal bekend als gemeente Asten, sectie M, nummer 1843 en nummer 1887. Beoogd wordt om een passende herbestemming toe te kennen aan de voormalige agrarische bedrijfslocatie Diesdonkerweg 49 te Ommel. De voormalige agrarische bedrijfslocatie zal daarmee worden herbestemd naar niet-agrarisch bedrijf in de vorm van verhuur van opslagruimten aan derden. Een gedeelte van de voormalige agrarische bedrijfsgebouwen zal daartoe worden gesloopt. Door de initiatiefnemers is, in het kader van de omgevingsdialoog, op 10 april 2021 de beoogde ontwikkeling besproken met de omwonenden. Initiatiefnemer had tevens tekeningen bij zich ter illustratie van de beoogde situatie. Reactie bewoners: Diesdonk 45 Geen bezwaar tegen voorgenomen plannen. Diesdonkerweg 24 Geen bezwaar tegen voorgenomen plannen. Diesdonkerweg 29 Geen bezwaar tegen voorgenomen plannen. Diesdonkerweg 46 Geen bezwaar tegen voorgenomen plannen.

Conclusie Uit de gevoerde dialoog zijn geen reacties naar voren gekomen welke hebben geleid tot aanvullend overleg dan wel aanpassing van de ruimtelijke onderbouwing voor de locatie Diesdonkerweg 49 te Ommel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=ab0c4157-7e80-42a2-8864-257b6caac9bb