RU21.06.05E Gewijzigde zienswijzennota bestemmingsplan 'Asten Verzamelplan 2019-1'.rtf
Tekst van het document
1. Zienswijzennota 1 Zienswijze Beekstraat 30 ► Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – hondenoefenterrein’ zijn alleen lichtmasten toegestaan mits lichtverstoring op de omliggende bossen wordt voorkomen. Niet duidelijk is wat onder lichtverstoring wordt verstaan en waar dan aan voldaan moet worden om lichtverstoring te voorkomen. Bovendien is geen vergunning vereist op grond van de planregels. Hiermee is onvoldoende geborgd dat geen verstoring zal plaatsvinden op het direct aan de ontwikkeling aansluitende NNB. Diesdonk 41 ► Het betreft hier een niet-agrarische ontwikkeling in gemengd landelijk gebied. Op grond van artikel 7.10 Vr is dit mogelijk als onder andere aan de voorwaarde is voldaan dat het bouwperceel ten hoogste 5.000 m2 is. In de ruimtelijke onderbouwing is aangegeven dat het een perceel van 5.000 m2 betreft. Op basis van gegevens van provincie betreft het een bouwvlak van ca. 5.250 m2 waardoor het niet in lijn is met de aangehaalde bepaling. Heikamperweg ong (nabij 17) ► Het betreft hier de ontwikkeling van een ruimte-voor-ruimte woning. Op grond van artikel 7.8 Vr kan een bestemmingsplan dat is gelegen in het gemengd landelijk gebied voorzien in een ruimte-voor-ruimtekavel als aan een aantal voorwaarden is voldaan. Onder andere moet dan sprake zijn van een aanzienlijke milieu- en ruimtelijke kwaliteitswinst.
Daarnaast moet een goede landschappelijke inpassing verzekerd zijn.
► De bewijsstukken van de aankoop van een titel bij de Ontwikkelingsmaatschappij Pagina 1 van 13
Standpunt gemeente ► Voor het plaatsen van een lichtmast is op grond van het Besluit omgevingsrecht (Bor) een vergunning nodig. Hierbij dient voldaan te worden aan de regels uit het bestemmingsplan. Voor de locatie Beekstraat 30 geldt voor lichtmasten een maximale hoogte van 9 meter, onder de voorwaarde dat lichtverstoring op de omliggende bossen wordt voorkomen. Ter verduidelijking van deze regel wordt opgenomen dat ecologische waarden van deze bossen niet onevenredig mogen worden aangetast. ► Het bestemmingsvlak wordt verkleind tot een omvang van 5.000 m².
►Voor de ontwikkeling van een Ruimte voor Ruimte woning, wordt één door de Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte voor Ruimte geaccordeerde bouwtitel aangekocht. De milieurechten van de hiervoor gesloopte stallen zijn uit de markt gehaald, wat milieu- en kwaliteitswinst oplevert. Ten behoeve van de landschappelijke inpassing is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld en deze is als voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels van het bestemmingsplan en als bijlage bij de regels opgenomen. ► Een titel is bij de Ontwikkelingsmaatschappij aangekocht en Zaaknummer: BP18-0583
worden nog gemist. Reeweg 3 ► Het plan voorziet onder andere in de ontwikkeling van ‘smart tiny houses’ voor de huisvesting van ruiters, grooms en stagiairs. Op grond van artikel 7.12 lid 2 Vr kan een bestemmingsplan de bouw van recreatiewoningen op een verblijfsrecreatief terrein mogelijk maken, mits is geborgd dat deze woningen bedrijfsmatig worden beheerd. In de planregels, artikel 9.4.2 is bepaald dat de tiny houses bedrijfsmatig beheerd dienen te worden door de manege. In de begripsbepalingen bij het plan ontbreekt echter nog wat onder bedrijfsmatig beheer wordt verstaan en daarmee is onvoldoende geborgd dat sprake dient te zijn van bedrijfsmatig beheer. Planregels algemeen ► Artikel 4.2.1 sub b is onduidelijk. Hier zijn agrarische bedrijfsgebouwen in de vorm van kassen uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘glastuinbouw’. Op grond van artikel 4.1.1. sub a is een glastuinbouwbedrijf echter niet toegestaan.
is als bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing gevoegd. ► De term ‘bedrijfsmatig beheer’ is overgenomen uit de Verordening ruimte. In de Verordening ruimte is evenmin een definitie voor dit begrip opgenomen. Met de regel wordt beoogd dat recreatieverblijven ook daadwerkelijk recreatief gebruikt worden. Een bedrijf, stichting of andere rechtspersoon dient hier op toe te zien. In het geval van de Reeweg 3 is dit de ter plaatse gevestigde manege. Als de tiny houses permanent bewoond worden zal de gemeente de manege hierop aanschrijven. De gemeente vindt het niet nodig de term ‘bedrijfsmatig beheer’ nader te omschrijven in de regels.
► Artikel 4.2.1 sub b is verwijderd, omdat er in dit plan geen ontwikkelingen op het gebied van glastuinbouw aanwezig zijn.
► Artikel 4.6.4 van de planregels mist nog het vereiste (o.g.v. art. 6.10 lid 1 sub e Vr) dat de ontwikkeling niet mag leiden tot twee of meer zelfstandige bedrijven.
► In dit verzamelplan is alleen de locatie Tureluurweg gelegen in de groenblauwe mantel. Dit betreft echter een recreatiebedrijf met dergelijke bestemming. Wellicht wordt artikel 7.10 lid 1 sub e bedoeld. Het gaat in artikel 4.6.4 om de wijziging van de gehele bestemming en niet om het wijzigen van een deel van de bestemming als neventak. We zien dan ook geen noodzaak om deze opmerking toe te voegen in de planregels.
► Artikel 4.6.5 sub a van de planregels verwijst naar artikel 4.6.2 a tot en met e. Dit lijkt een omissie te zijn, verwezen zou moeten worden naar artikel 4.6.3 a tot en met e.
► Dit is in overeenstemming gebracht met verwijzing naar het juiste artikel.
► In artikel 6.6.1 van de planregels wordt de borging van artikel 6.10 lid 1 Vr/artikel 7.10 lid 1 Vr gemist.
► Op grond van artikel 6.6.1 kan voor een bestaand niet-agrarisch bedrijf een ander niet-agrarische bedrijfsvorm worden toegestaan. Hierbij dient sprake te zijn van
Pagina 2 van 13
Zaaknummer: BP18-0583
een ruimtelijke en milieukundige verbetering. Hiermee is voldoende geborgd dat een dergelijk bestemmingswijziging tegemoet komt aan de bepalingen uit lid 1, 2 en 3 van artikel 6.10 resp. 7.10 Vr. De gemeente merkt verder op dat een wijzigingsplan op grond van artikel 6.6.1 getoetst zal moeten worden aan de op dat moment geldende verordening van de provincie. ► Artikel 9.1.1 sub 1 mist nog het vereiste dat verkoop vloeroppervlakte van de detailhandelsvoorziening maximaal 200 m2 mag zijn (artikel 6.10 lid 1 sub g Vr/artikel 7.10 lid 1 sub g Vr).
► Maximum van 200 m2 is opgenomen in de planregels.
► De artikelen 10.6.1 en 10.6.2 van de planregels mist nog de borging van artikel 6.10/artikel 7.10 lid 1 sub a, b, e Vr.
► Beide locaties met de bestemming Wonen-1 (Beemdstraat 6 en 8 en Heikamperweg ong.) liggen buiten de Groenblauwe mantel. Artikel 6.10 Vr is dus niet van toepassing op artikel 10.6.1 en 10.6.2. Gebruikmaking van de wijzigingsbevoegdheden is enkel mogelijk mits de beoogde ontwikkeling past in de omgeving. Hiermee is tevens geborgd dat voldaan dient te worden aan genoemde bepalingen uit de Verordening ruimte. Bovendien zal een wijzigingsplan op grond van artikel 10.6.1 of 10.6.2 getoetst worden aan de dan geldende provinciale verordening.
► Artikel 19.1 verwijst naar attentiegebied EHS. Op grond van de nu geldende Vr betreft dit ‘Attentiegebied NNB’.
► Dit is correct en aangepast in de planregels en op de verbeelding.
► In artikel 20.7 van de planregels wordt de borging dat het gebruik van een bouwwerk voor mantelzorg beëindigd dient te zijn op het moment dat de mantelzorgrelatie waarop de omgevingsvergunning is gebaseerd is beëindigd nog gemist. Daarnaast wordt nog gemist dat de mantelzorgbehoefte aangetoond dient te zijn.
► Als verplichting is toegevoegd dat de vergunninghouder of een andere betrokkene de gemeente binnen een redelijke termijn moet informeren als het gebruik is beëindigd waarvoor vergunning is verleend. Bepaald is dat de omgevingsvergunning dan ook moet worden ingetrokken. Tevens is de voorwaarde toegevoegd dat een verzoek schriftelijk moet worden ingediend en uit de aanvraag de behoefte aan mantelzorg moet blijken.
► In artikel 4.6.2 van de planregels wordt verwezen naar artikel 3.7.1 van het bestemmingsplan buitengebied. Deze
► Dit artikel is in dit verzamelplan niet relevant en is uit de regels verwijderd.
Pagina 3 van 13
Zaaknummer: BP18-0583
bepaling is onduidelijk. Dit artikel hoort bij de bestemming ‘agrarisch – agrarisch bedrijf’. Onduidelijk is wat precies wordt beoogd. Dit geldt ook voor de artikelen 5.7.2 en 7.7.1 waar in artikel naar verwezen wordt. Daarnaast wordt in de wijzigingsbevoegdheid de beperkingen/vereisten die op basis van de Vr gelden voor een agrarische bestemming dan wel een glastuinbouw gemist. ► Met betrekking tot artikel 4.6.6 van de planregels is niet duidelijk wat met deze bepaling wordt beoogd. Wordt hiermee beoogd te regelen dat tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten mogelijk is voor het ter plaatse aanwezige agrarische bedrijf? In dat geval wordt niet gevolgd dat de bestemming wordt gewijzigd naar ‘recreatie’. Of wordt de omschakeling beoogd van een agrarisch bedrijf naar een recreatief bedrijf dat voorziet in de huisvesting van arbeidsmigranten (die op andere locaties werkzaam zijn). In dat geval gelden de regels van de Vr voor recreatiebedrijven in het buitengebied en moet in ieder geval het bedrijfsmatige beheer van de recreatiewoningen geborgd zijn.
-
► Hiermee wordt inderdaad de omschakeling beoogd van een agrarisch bedrijf naar een (recreatief) bedrijf dat voorziet in de huisvesting van arbeidsmigranten. De voorwaarde voor het bedrijfsmatig beheer van woningen t.b.v. huisvesting arbeidsmigranten is toegevoegd in de planregels.
Gevolgen voor het bestemmingsplan De regels voor lichtmasten ter plaatse van Beekstraat 30 worden aangepast c.q. verduidelijkt. Het bestemmingsvlak voor Diesdonk 41 wordt verkleind tot 5.000 m². Voor de locatie Heikamperweg ong. is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld en deze is als voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels van het bestemmingsplan en als bijlage bij de regels opgenomen. De ruimte-voor-ruimte titel is als bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing gevoegd.
2 Zienswijze Voordeldonk/Peelkesakker ► Door de komst van de nieuwe woning worden voetgangers en de inrit van mijn woning belemmerd. Mogelijk alternatief kan zijn om de inrit van beide kavels mogelijk te maken via het pad van Voordeldonk/Eusel.
Pagina 4 van 13
Standpunt gemeente ► Bij het ontwerp van de nieuwe woning zal rekening worden gehouden met een goede ontsluiting naar het perceel. Er ligt een brede groenstrook aan de Peelkesakker, waarlangs de toegang moet worden gecreëerd. Een deel van deze groenstrook zal waarschijnlijk moeten verdwijnen om een goede ontsluiting te kunnen maken. Hierover zijn reeds afspraken met de ontwikkelaar gemaakt in Zaaknummer: BP18-0583
de anterieure overeenkomst. Voor de voetgangers zal de situatie door de komst van de nieuwe woning niet wijzigen. ► Doorgang van bouwverkeer is ongewenst en niet mogelijk.
► Voor het bouwverkeer kan een passende oplossing worden gevonden door deze of via de Voordeldonk richting het kavel te laten gaan of via de Eusel. Gevolgen voor het bestemmingsplan
--
3 Zienswijze Voordeldonk/Peelkesakker ► Er is een hoogteverschil tussen de bestaande woning en de nieuw te bouwen woning. De bestaande woning ligt 60 cm lager. Hierdoor wordt door de komst van de nieuwe woning de privacy behoorlijk aangetast.
Standpunt gemeente ► Het verzamelplan hanteert voor de nieuwe woning dezelfde planregels als die reeds gelden voor de bestaande woningen aan de Peelkesakker. Doordat er een hoogteverschil is, kan dat betekenen dat de woning door het hoogteverschil hoger wordt dan de naastgelegen bestaande woning. Bij het ontwerp van de nieuwe woning kan rekening worden gehouden met dit privacy-aspect.
Gevolgen voor het bestemmingsplan --
4 Zienswijze Reclamant heeft een zienswijze ingediend op het ontwerp van het bestemmingsplan “Asten Verzamelplan 2019-1”. Reclamant verzoekt om de locatie Beekstraat 20 te Asten in het verzamelplan op te nemen, teneinde de illegale bedrijfsactiviteiten op het perceel te legaliseren. De zienswijze is voorzien van een ruimtelijke onderbouwing.
Pagina 5 van 13
Standpunt gemeente De gemeente Asten stelt twee keer per jaar een verzamelplan op. In een verzamelplan worden de initiatieven van meerdere particuliere initiatiefnemer gebundeld. Voorliggend verzamelplan is in september 2018 in procedure gebracht. Op het moment van indienen van de zienswijze bevond de bestemmingsplanprocedure zich reeds in een vergevorderd stadium. Normaalgesproken voegen we in dit stadium geen nieuwe locaties meer aan een verzamelplan toe. De Raad van State heeft echter geoordeeld dat het indienen van een zienswijze “een passende en gebruikelijke manier is om een initiatief kenbaar te maken.” Gelet op deze uitspraak hebben wij het initiatief van reclamant hieronder nader beoordeeld.
Zaaknummer: BP18-0583
Reclamant stelt dat de bestemming van zijn perceel gewijzigd moet worden van ‘Wonen’ in ‘Bedrijf – Agrarisch verwant’. Reclamant acht dit de enige juiste bestemming.
De bestemming ‘Bedrijf – Agrarisch verwant’ strekt ertoe het uitoefenen van een ‘agrarisch verwant bedrijf’ dan wel een ‘agrarisch-technisch hulpbedrijf’ toe te staan. Er is sprake van een ‘agrarisch verwant bedrijf’, wanneer er (1) diensten worden geleverd aan particulieren of nietagrarische bedrijven en er (2) in de bedrijfsvoering gebruik wordt gemaakt van land-, bos- of natuurbouwkundige methoden. Voorbeelden van agrarisch verwante bedrijven zijn: dierenklinieken, hondenpensions, groencomposteringsbedrijven en hoveniersbedrijven. De bedrijfsactiviteiten aan de Beekstraat 20 bestaan uit het vullen, wegen en opslaan van big bags met zand en grind en het laden en lossen van vrachtwagens. Reclamant maakt geen gebruik van land-, bos- en natuurbouwkundige methoden, zoals het houden van dieren en het telen van gewassen. De zand- en grindhandel van reclamant kan derhalve niet als ‘agrarisch verwant bedrijf’ worden gezien. Er is sprake van een ‘agrarisch-technisch hulpbedrijf’ wanneer de bedrijfsvoering in zijn geheel of in overwegende mate is gericht op (1) het leveren van goederen en diensten aan agrarische bedrijven óf (2) het bewerken, vervoeren of verhandelen van agrarische producten. Het zand en grind dat reclamant levert wordt toegepast in verschillende sectoren, zoals de weg- en waterbouw, woningbouw en land- en tuinbouw.
De producten van reclamant zijn met andere woorden niet (specifiek) bedoeld voor gebruik in de agrarische sector. Bovendien blijkt uit de aangeleverde stukken dat er vooral aan niet-agrarische bedrijven wordt geleverd. Dat deze niet-agrarische bedrijven een deel van het zand en grind in de land- en tuinbouw toepassen, doet niet ter zake. Een agrarisch-technisch hulpbedrijf dient een directe link met de agrarische sector te hebben. Hier is geen sprake van.
Pagina 6 van 13
Zaaknummer: BP18-0583
Subconclusie: Het bedrijf van reclamant is geen ‘agrarisch verwant bedrijf’ of ‘agrarischtechnisch hulpbedrijf’, maar een ‘nietagrarisch bedrijf’. De bedrijfsactiviteiten op het perceel Beekstraat 20 kunnen niet worden gelegaliseerd door de bestemming van het perceel te wijzigen in ‘Bedrijf – Agrarisch verwant’. Naar aanleiding van de conclusie dat het bedrijf van reclamant een ‘niet-agrarisch bedrijf’ betreft, hebben we de mogelijkheden onderzocht om de bestemming van Beekstraat 20 te wijzigen van ‘Wonen’ naar ‘Bedrijf’. De vestiging van niet-agrarische bedrijven in het buitengebied is alleen onder strikte voorwaarden mogelijk. We verlenen alleen medewerking aan de vestiging van nietagrarisch bedrijven in de bebouwingsconcentraties en het urgentiegebied ten zuiden Heusden. De argumenten hiervoor zijn als volgt: 1. In het urgentiegebied ten zuiden van Heusden is sprake van een overschrijding ten aanzien van geur- en fijnstof. We hebben er daarom bewust voor gekozen om in het urgentiegebied ruimere omschakelingsmogelijkheden te bieden voor (voormalige) agrarische bedrijfslocaties. Bedoeling is om omschakeling in dit gebied te stimuleren en de transitie buitengebied in dit gebied te versnellen. 2. In de bebouwingsconcentraties is van oudsher al sprake van een bepaalde mate van functiemenging tussen agrarische en niet-agrarische functies.
Vandaar dat herbestemming van (voormalige) agrarische bedrijfslocaties voor (kleinschalige) niet-agrarische bedrijven in de bebouwingsconcentraties (onder voorwaarden) tot de mogelijkheden behoort. 3. Niet-agrarische bedrijven horen in beginsel thuis op de speciaal daarvoor ingerichte bedrijventerreinen. Vanuit het oogpunt van functiescheiding, veiligheid en verkeer (ontsluiting) is Pagina 7 van 13
Zaaknummer: BP18-0583
het wenselijk niet-agrarische bedrijven zoveel mogelijk te concentreren op de bedrijventerreinen. Het perceel aan de Beekstraat 20 is niet gelegen in een bebouwingsconcentratie of in het urgentiegebied ten zuiden van Heusden. Wij achten het vanuit ruimtelijk oogpunt derhalve niet wenselijk om medewerking te verlenen aan de vestiging van een niet-agrarisch bedrijf op deze locatie. Reclamant stelt dat wij – in een reactie op een eerdere zienswijze – hebben gesuggereerd dat de bedrijfsactiviteiten aan de Beekstraat 20 gelegaliseerd kunnen worden met behulp van een wijzigingsbevoegdheid (artikel 18.6.2 van het bestemmingsplan buitengebied).
In het verleden is niet gesuggereerd dat de bedrijfsactiviteiten op het perceel gelegaliseerd konden worden door middel van een wijzigingsbevoegdheid. De door reclamant bedoelde bevoegdheid is destijds enkel als voorbeeld genoemd. Daarbij is duidelijk aangegeven dat het toepassen van een wijzigingsbevoegdheid enkel onder voorwaarden mogelijk is en dat er voorafgaand aan een bestemmingsplanwijziging altijd een gedegen belangenafweging moet plaatsvinden. Geenszins stond vast dat de door reclamant bedoelde wijzigingsbevoegdheid gebruikt kon worden om de gewenste activiteiten te legaliseren. Er is derhalve geen sprake van een toezegging.
Reclamant onderstreept in zijn zienswijze de urgentie van de zaak, gelet op het besluit van het college van burgemeester en wethouders om handhavend op te treden. Reclamant verzoekt om de bedrijfsactiviteiten op zijn perceel zo spoedig mogelijk te legaliseren.
Reclamant heeft een nieuwe locatie voor zijn bedrijf gevonden op het bedrijventerrein van Nederweert. De in strijd met het bestemmingsplan geconstateerde bedrijfsactiviteiten zouden door reclamant op 1 april 2021 zijn beëindigd. Dit is ook afgesproken tijdens de rechtbankprocedure ter zitting van 8 december 2020 en vastgelegd in ons gewijzigd handhavingsbesluit van december 2020. Reclamant heeft bovendien concrete plannen om zijn perceel van een nieuwe, toekomstbestendige invulling te voorzien. Hiertoe heeft reclamant begin dit jaar reeds een principeverzoek ingediend. Het verzoek zag op: (1) het vestigen van een bed & breakfast met tien slaapplaatsen in de voormalige kippenschuur, (b) het aanleggen van acht camperplaatsen, (c)
Pagina 8 van 13
Zaaknummer: BP18-0583
het oprichten van acht paardenboxen en (d) het bouwen van vier recreatiewoningen. Het college van burgemeester en wethouders heeft in haar vergadering van 16 februari 2021 besloten om onder voorwaarden medewerking aan het verzoek te verlenen, met uitzondering van de te realiseren recreatiewoningen. Met het oog op bovenstaande ontwikkelingen is het belang van reclamant om de bestemming van Beekstraat 20 te wijzigen, teneinde de exploitatie van een zand- en grindhandel mogelijk te maken, komen te vervallen. Reclamant merkt op dat de bedrijfsactiviteiten op het perceel Beekstraat 20 zich beperken tot (1) het vullen, wegen en opslaan van big bags met gekalibreerd zand en grind en (2) het laden en lossen van vrachtwagens. Beekstraat 20 is hier volgens reclamant erg geschikt voor vanwege de ligging op voldoende afstand van de woningen van derden en de relatief goede ontsluiting.
Conform de VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering is de zand- en grindhandel van reclamant een categorie 3.2-bedrijf. De grootste aan te houden richtafstand betreft die voor geluid en is 100 meter. Binnen 100 meter zijn drie burgerwoningen gelegen. In de zienswijze en bijgevoegde ruimtelijke onderbouwing stelt reclamant dat vaststaat dat zijn bedrijfsactiviteiten niet tot overlast leiden. De onderbouwing hiervan is echter te summier en geeft ons onvoldoende aanleiding om aan te nemen dat er geen overlast zal plaatsvinden.
Reclamant stelt dat vestiging van zijn bedrijf op een bedrijventerrein niet wenselijk is vanwege overlast.
Niet-agrarische bedrijven – zoals een zand- en grindhandel – horen in beginsel thuis op het bedrijventerrein. Het concentreren van bedrijvigheid op het bedrijventerrein is juist bedoeld om overlast te voorkomen. Wij zijn het dan ook niet eens met de stelling van reclamant dat vestiging van zijn bedrijf op een bedrijventerrein minder wenselijk is dan het voorzetten van de bedrijfsactiviteiten op het perceel Beekstraat 20.
Reclamant stelt dat zijn initiatief past binnen het streven van de overheid om tot een “gemengde plattelandseconomie” te komen.
Beekstraat 20 betreft een voormalige agrarisch bedrijfslocatie. Op het perceel is nog circa 300 m2 aan voormalige agrarische bedrijfsbebouwing aanwezig. Het beleid van de gemeente Asten in zijn algemeenheid en het bestemmingsplan ‘Buitengebied Asten 2016’ in het bijzonder biedt verschillende mogelijkheden om (onder voorwaarden) de bestemming van voormalige agrarische bedrijfslocaties te
Pagina 9 van 13
Zaaknummer: BP18-0583
wijzigen om tot een nieuwe (toekomstbestendige) invulling te komen. Dit geldt ook voor de locatie Beekstraat 20 te Asten. In het geval van Beekstraat 20 dienen de herbestemmingsmogelijkheden echter niet te worden gezocht in de vestiging van een niet-agrarisch bedrijf. Op het perceel Beekstraat 20 is nog 300 m2 aan voormalige agrarische bedrijfsbebouwing aanwezig in de vorm van een (legaal) opgerichte kippenschuur. Reclamant stelt dat de kippenschuur ten onrechte onder het overgangsrecht is gebracht en verzoekt de kippenschuur positief te bestemmen.
Met de inwerkingtreding van het bestemmingsplan ‘Asten Buitengebied 2008’ is de voormalige kippenschuur (gedeeltelijk) onder het overgangsrecht gebracht. De voormalige kippenschuur heeft een omvang van circa 300 m2. Op grond van artikel 18.2.3 van het bestemmingsplan ‘Asten Buitengebied 2016’ geldt voor woonbestemmingen een oppervlakte van maximaal 125 m2 aan vrijstaande bijgebouwen. In de huidige situatie is dus 125 m2 van de voormalige kippenschuur reeds positief bestemd. Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is het in het buitengebied niet wenselijk om bij reguliere burgerwoningen meer vierkante meters aan vrijstaande bijgebouwen toe te staan. Dit ook om ondermijningsactiviteiten te voorkomen. Het positief bestemmen van de gehele kippenschuur behoort alleen tot de mogelijkheden, wanneer hier een passende herbestemming voor wordt gevonden. Die is tot nu toe nog niet aangedragen door reclamant. Zoals eerder aangegeven heeft reclamant concrete plannen om een recreatieve invulling aan het perceel Beekstraat 20 te geven. Onderdeel van deze plannen is het transformeren van de voormalige kippenschuur tot bed & breakfast met tien slaapplaatsen. Om de recreatieve plannen van reclamant mogelijk te maken, dient het geldende bestemmingsplan te worden herzien.
Wij achten het voorstelbaar om het deel van de kippenschuur dat nu nog onder het overgangsrecht valt, te zijner tijd positief te bestemmen. Om de
Pagina 10 van 13
Zaaknummer: BP18-0583
bestemmingsplanherziening in gang te zetten dient reclamant een definitief verzoek, inclusief ontvankelijke ruimtelijke onderbouwing in te dienen. Wij zullen het verzoek dan op zijn eigen merites beoordelen. Voor onderhavig herstelbesluit is dit echter niet relevant.
-
-
Gevolgen voor het bestemmingsplan Het initiatief van reclamant past niet binnen het beleid voor de vestiging van nietagrarische bedrijven in het buitengebied. Er zijn in voorliggend geval geen zwaarwegende redenen om van het beleid voor niet-agrarische bedrijven in het buitengebied af te wijken. We hebben daarom besloten om de locatie Beekstraat 20 te Asten niet in voorliggend verzamelplan op te nemen. De recreatieve plannen van reclamant voorzien in een passende herbestemming van de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing op het perceel (kippenschuur). Het eventueel positief bestemmen van de kippenschuur kan te zijner tijd worden meegenomen in de benodigde bestemmingsplanherziening. Dit staat echter los van onderhavige procedure en hiervoor zullen nog de nodige (onderzoeks)stappen moeten worden doorlopen. Op voorhand is niets te zeggen over de kans van slagen hiervan.
5 Zienswijze Dijkstraat 72 ► Gezien de uitspraak van de Raad van State van 28 november 2018 verzoekt reclamant op gronden van Kovemie B.V. aan de Dijkstraat 72/ Busselseweg 18 en langs de Aa een bouwverbod c.q. voorzieningenverbod op te nemen teneinde het bouwperceel te verkleinen. Zodoende kunnen Gedeputeerde Staten van NoordBrabant een nieuw besluit nemen op de aanvraag van Kovemi voor o.a. mestbewerking met een capaciteit van 80.000 ton/jaar.
Standpunt gemeente ► De gemeente komt tegemoet aan de zienswijze. Hierbij overwegen wij dat eerder ook de benodigde verklaring van geen bedenkingen door de raad is verleend. Tegen een algeheel bouwverbod en voorzieningenverbod op de eigen gronden van Kovemi B.V. ziet de gemeente bovendien geen (ruimtelijke) bezwaren.
Gevolgen voor het bestemmingsplan De gronden van Kovemi B.V. met de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ worden op de verbeelding voorzien van de gebiedsaanduiding ‘overige zone – bouwverbod’. In de regels wordt opgenomen dat ter plaatse van deze aanduiding bouwwerken en voorzieningen zijn uitgesloten.
6 Zienswijze Diesdonk 41 ► Reclamant wijst erop dat het plan voor Diesdonk 41 reeds was opgenomen in het bestemmingsplan ‘Asten verzamelplan 2018-1’. De ontwikkeling is uit dit
Pagina 11 van 13
Standpunt gemeente ► De gemeenteraad heeft bij besluit van 3 juli 2018 besloten de locatie Diesdonk 41 uit het bestemmingsplan ‘Asten verzamelplan 2018-1’ te schrappen. Hiermee werd tegemoet gekomen aan de Zaaknummer: BP18-0583
bestemmingsplan gehaald in afwachting van een definitief besluit op de lopende vergunningsaanvraag voor Diesdonk 45. Reclamant is niet blij dat het plan nu opnieuw is opgenomen in het bestemmingsplan, terwijl er nog geen beschikking is genomen voor Diesdonk 45.
► Reclamant kan zich niet vinden met het plan voor Diesdonk 41 omdat deze enkel rekening houdt met de geursituatie op basis van de nog lopende aanvraag voor Diesdonk 45. Dit is een verkeerde uitgangssituatie. Indien de gemeente deze omgevingsvergunning niet verleend wordt de veehouderij aan Diesdonk 45 beperkt in zijn ontwikkelingsmogelijkheden.
Pagina 12 van 13
zienswijze van reclamant van destijds. Reden hiervoor was dat op 3 juli 2018 onduidelijkheid bestond over de werking van zogenaamde combiluchtwassers. Omdat de veehouderij aan Diesdonk 45 over dergelijke luchtwassers beschikt en deze ook onderdeel uitmaken van zijn aanvraag omgevingsvergunning, kon niet met zekerheid gesteld worden of de belangen van de veehouderij geschaad zouden worden als gevolg van het plan voor Diesdonk 41, noch of ter plaatse van Diesdonk 41 sprake zou zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Op 19 juli 2018 heeft het ministerie de Regeling ammoniak en veehouderij en de Regeling geurhinder en veehouderij gewijzigd en de geuremissiefactoren van combiwassers bijgesteld. Hiermee is het toetsingskader voor de geursituatie rond veehouderijen met dergelijke luchtwassers opnieuw duidelijk. De aanvraag omgevingsvergunning voor Diesdonk 45 is hierop aangepast en de aanvraag is verder in behandeling genomen. Het bestemmingsplan voor Diesdonk 41 houdt rekening met deze lopende aanvraag. ► Ter bescherming van de belangen van de veehouderij van Diesdonk 45 bepaalt het bestemmingsplan dat ter plaatse van de op de verbeelding opgenomen geurzone geen geurgevoelige objecten zijn toegestaan op het perceel Diesdonk 41.
Deze geurzone is gebaseerd op de geurcontour die hoort bij de geurbelasting van 10,1 ou/m³ conform de lopende aanvraag omgevingsvergunning voor Diesdonk 45. In de huidige (vigerende) situatie geldt ook dat de geurbelasting op de de woning Diesdonk 41 maatgevend is voor de oprichting van nieuwe geurgevoelige objecten op het perceel. Conform de huidige vergunning bedraagt deze geurbelasting 13,2 ou/m³. De bijbehorende geurcontour valt volledig binnen de geurcontour van 10,1 ou/m³ die hoort bij de lopende aanvraag. Aanpassing van de op de verbeelding opgenomen geurzone is dus niet nodig, omdat deze zowel rekening houdt met de vigerende rechten als de lopende aanvraag van Zaaknummer: BP18-0583
Diesdonk 45. ► Reclamant stelt dat mogelijk nieuw weten regelgeving direct invloed heeft op de ontwikkelingsmogelijkheden van de veehouderij op Diesdonk 45 en de afhandeling van zijn lopende aanvraag. Reclamant verzoekt daarom het plan voor Diesdonk 41 aan te houden tot het moment dat Diesdonk 45 over een definitieve omgevingsvergunning beschikt.
► Tot het moment dat cliënt van reclamant over een onherroepelijk vergunning beschikt bestaat voor hem het risico dat nieuwe regelgeving van hogere overheden hem noodzaakt tot aanpassing van de lopende aanvraag. Voor de gemeente is dit echter geen reden om ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving af te wachten tot het moment dat Diesdonk 45 over een definitieve omgevingsvergunning beschikt. Dit is niet redelijk tegenover de initiatiefnemer van Diesdonk 41. De gemeente is van mening dat het bestemmingsplan voldoende rekening houdt met zowel de belangen van Diesdonk 41 als van Diesdonk 45.
Gevolgen voor het bestemmingsplan --
Pagina 13 van 13
Zaaknummer: BP18-0583