RU21.06.03B 1 Inspraakreactie zienswijze op Omgevingsvisie Asten - ZLTO Asten.pdf
Tekst van het document
Aan: burgemeester en wethouders gemeente Asten postbus 290 5720 AG Asten Betreft: inspraakreactie omgevingsvisie gemeente Asten Asten, 14 april 2021 Geachte heer, mevrouw, Met belangstelling hebben wij kennis genomen van de ontwerp omgevingsvisie zoals deze nu ter inzage ligt. Deze visie is immers van invloed op de bestaans- en ontwikkelingsmogelijkheden van de agrarische bedrijven in onze gemeente. Voorafgaand aan dit proces hebben wij op verschillende momenten onze input aangeleverd. Wij betreuren het dat hier op een aantal vlakken niet meer mee is gebeurd. We staan samen voor een duurzaam toekomstperspectief voor agrarische ondernemers in gemeente Asten, en de omgevingsvisie is hierin een belangrijk richtinggevend instrument. In het eerste deel van deze reactie maken wij een aantal algemene opmerkingen, in het tweede deel gaan we in op de verschillende deelgebieden.
Algemene opmerkingen Ontwikkelruimte voor de glastuinbouw Wij vragen de gemeente om ontwikkelruimte te bieden aan de glastuinbouw, in lijn met het concept van de Brabantse omgevingsverordening. De provincie Brabant geeft in haar concept omgevingsverordening een verruiming in de ontwikkelingsmogelijkheden zowel voor de glastuinbouwconcentratiegebieden (vestigingsgebieden- en doorgroeigebieden) als de solitaire glastuinbouwbedrijven en grondgebonden teeltbedrijven met kassen. We zien de glastuinbouwconcentratiegebieden als gebieden met een bovenregionale functie. Op dit moment zijn de ontwikkelingsmogelijkheden voor glastuinbouwbedrijven in glastuinbouwconcentratiegebieden schaars. We vragen de gemeente daarom hier verantwoord mee om te gaan en niet mee te werken aan andere type nieuwe functies dan glastuinbouwbedrijven en de bijbehorende energievoorziening. We vinden teeltondersteunende voorzieningen onder zonnepanelen daarom geen passende ontwikkeling in een glastuinbouwconcentratiegebied. Daarnaast lezen wij ten aanzien van het gebied Peel en beekdalen het volgende: ‘’In overleg met de agrariërs terugdringen van overtollige bebouwing, met name de glastuinbouw Waardjesweg in het beekdal van de Aa’’. Het is voor ons onduidelijk wat de gemeente bedoelt met ‘overtollige bebouwing’? Er staan op dit moment geen gebouwen leeg aan de Waardjesweg, in alle kassen wordt geteeld.
Op deze plek zijn toekomstgerichte glastuinbouwbedrijven gevestigd, die graag verder willen ondernemen. De recente investering in de bio-verbrandingsketel t.b.v. warmtevoorziening is hier een bewijs van. De glastuinbouw aan de Waardjesweg vormt het hart van het glastuinbouwwarmtenet Asten en Someren. Als de glastuinbouwbedrijven in het beekdal moeten verdwijnen wordt de aansluiting tussen de beide glastuinbouw gebieden beduidend minder, terwijl deze verbinding erg belangrijk is. De samenwerking rond het warmtenet kan in de toekomst worden uitgebreid voor bijvoorbeeld aanleg van een CO2-net of uitwerking van andere duurzame initiatieven. Het verdwijnen van de tuinbouw in het beekdal aan de Waardjesweg belemmert verduurzaming. Investeringen in duurzaamheid worden immers steeds minder interessant naarmate de afstanden tussen bedrijven of gebieden groter worden en naarmate er minder bedrijven zijn om mee te investeren. In de toekomst moeten de bestaande bedrijven aangepast of nieuw gebouwd worden om aan de nieuwe duurzaamheidseisen te voldoen. Ondernemers vrezen dat met dit voornemen van de gemeente deze noodzakelijke stap onmogelijk wordt gemaakt. Dit betekend een enorme kapitaal
vernietiging voor de gevestigde ondernemers. We vragen de gemeente dringend om de beperking voor doorontwikkeling van deze glastuinbouwbedrijven en de uitspraak over verwijderen overtollige bebouwing niet door te voeren in de definitieve omgevingsvisie. De glastuinbouw is een belangrijke sector in de Peel. We vragen de gemeente om samen met ZLTO/Glastuinbouw Nederland een verkenning uit te voeren naar uitbreiding van het glastuinbouwconcentratiegebied in de regio om invulling te geven aan de ontwikkelbehoefte van de glastuinbouw. Daarnaast vragen we de gemeente de bedrijven die door willen ontwikkelen op solitaire glastuinbouwbedrijven en grondgebonden teeltbedrijven te zien als volwaardige bedrijven en hen ook mogelijkheden te bieden door te ontwikkelen. Ook solitaire bedrijven kunnen een sleutel zijn in de lokale energietransitie. Grondgebonden melkrundveehouderij De gemeente spreekt over grondgebonden landbouw en grondgebonden melkrundveehouderij. We lezen dit onder andere terug in het gebied Peel Pionieren en Peel en beekdalen. Wij verzoeken de gemeente om de term grondgebonden weg te halen. Voor de term grondgebondenheid zijn veel definities voorhanden. Het wekt de indruk dat de gemeente bedrijven wil uitsluiten die niet aan deze definities voldoen. In verband met deze onduidelijkheid, vragen wij de gemeente om te kiezen voor een andere beschrijving.
Wij gaan ervan uit dat de gemeente in deze gebieden ruimte wil bieden voor melkveehouders, die door het beheren en bewerken van grond in de omgeving, een rol vervullen in het leefbaar houden van het buitengebied. In de praktijk heeft elk melkveebedrijf een relatie met grond, omdat koeien hoofdzakelijk ruwvoer (gras en mais) eten, dat ergens in de omgeving groeit, op eigen grond of op gehuurde grond, of door aankoop van ruwvoer. Energietransitie De gemeente geeft aan dat de situatie zoals vastgelegd in de RES en de nationale energieatlas het vertrekpunt vormt voor het opwekken van hernieuwbare energie. Wij vragen aandacht voor de landbouwstructuur en behoud van goede landbouwgronden bij de doorvertaling van de RES naar lokaal niveau en andere claims in het buitengebied die ruimte vragen. Concreet betekent dit dat goede landbouwgrond en de landbouwstructuur opgenomen moeten worden in het lokaal afwegingskader dat gebruikt wordt bij de beoordeling van initiatieven. Lokale energiebeschikbaarheid wordt steeds bepalender voor bedrijven door verhoging van de energiebelasting. Voor sommige bedrijven wordt het steeds interessanter om zelf de stroomproductie te gaan regelen. Lokale duurzame energieproductie kan bepalend gaan worden voor de vestiging van bedrijven. Daarnaast gaat de lokale warmtevraag toenemen doordat we van het gas af gaan.
Dit kan op diverse manieren ingevuld worden waarbij lokale warmteproductie uit houtige regionale reststromen een interessante en milieuverantwoorde route is. Daarnaast wordt het benutten van lokale, regionale restwarmte steeds belangrijker en biedt dit kansen waarbij maatwerk de sleutel is. In het gebied willen we ook mogelijkheden hebben voor biovergassing, waterstof en windmolens. Duurzame Energie Coöperatie Asten Someren (DECAS) wil rond de bestaande bioverbrandingsketels ook andere mogelijkheden om andere warmtebronnen aan te kunnen sluiten op het warmtenet. In het kader van het klimaatbeleid (methaanmaatregelen), mestbewerking en de vraag naar groene stroom en/of groen gas wordt vergisting van dierlijke mest interessant. Vooral voor melkrundveehouderijbedrijven kan een monovergister op bedrijfsniveau interessant worden en meerdere doelen dienen (kringlooplandbouw, klimaat, energie, hergebruik mineralen). De gemeentelijke omgevingsvisie en landelijke wetgeving Wij constateren dat de gemeente op een aantal plaatsen in de visie punten aanhaalt die reeds via landelijke wetgeving geborgd zijn. Wij verzoeken de gemeente deze aspecten er uit te halen. Ook in
andere gebieden moeten ondernemers namelijk aan dezelfde eisen voldoen. Het gaat hierbij onder andere om het terugdringen van emissies, het verlagen van de stikstofuitstoot en het verminderen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. De gemeente spreekt in een aantal deelgebieden, waaronder Peel Pionieren over het reduceren van het gebruik van bestrijdingsmiddelen. In de eerste plaats vragen wij de gemeente om deze term te vervangen door gewasbeschermingsmiddelen. Daarnaast zijn hier landelijke richtlijnen voor waar elke ondernemer in elk gebied in Nederland zich aan moet houden. Wij vinden het daarom vreemd om dat op te nemen in de omgevingsvisie, omdat het impliceert dat ondernemers aan strengere regels moeten voldoen. De ambitie van de land- en tuinbouw is om de emissie van gewasbeschermingsmiddelen op een zo laag mogelijk niveau te krijgen. Voor de ondernemers betekent dat onder andere de uitgangssituatie voor gezonde planten maximaliseren door bijvoorbeeld te werken aan het verbeteren van de bodemstructuur en inzetten op natuurlijke predatoren. De gemeente kan hier een rol in spelen door de functionele agrobiodiversiteit te bevorderen op gemeentelijke gronden. Daarnaast benoemt de gemeente specifiek voor de zone rond de Groote Peel het verlagen van de stikstofuitstoot als doelstelling.
Wij willen er op wijzen dat, zelfs wanneer alle veehouders rond dit gebied hun bedrijf beëindigen, de stikstofuitstoot nog te hoog is om de Natura 2000 doelstellingen te halen als je kijkt naar de depositiewaarden. Om die reden worden er landelijk generieke maatregelen gesteld. Om op die manier de stikstofuitstoot op nationaal niveau te verminderen. In Brabant gelden hiervoor al (strengere) eisen, stallen moeten in 2024 aangepast zijn. Wij vinden het daarom vreemd dat de gemeente deze doelstelling opneemt, enkel voor de zone rond het Natura 2000 gebied. Wij vragen de gemeente dit hier weg te halen en aan te sluiten bij de landelijke wetgeving die voor iedereen geldt. Dat betekent dat intensieve bedrijven hier ook de ruimte hebben om binnen hun emissieplafond te ontwikkelen. Agrarische paragraaf De gemeente omschrijft in de omgevingsvisie per deelgebied de ontwikkelingsrichting die de gemeente op hoofdlijnen beoogd met het betreffende gebied. In een aantal deelgebieden wordt specifiek ingegaan op de ruimte voor ontwikkeling van agrarische bedrijven, maar in een aantal gebieden ook niet. Dit wekt de indruk dat dit in andere gebieden niet mogelijk is. Agrarische bedrijven zijn echter overal binnen de gemeente te vinden. Daarbij zien we gelukkig ook een groot aantal jongeren die op termijn het bedrijf wil voortzetten.
Agrarische bedrijven leveren een grote bijdrage aan de leefbaarheid van het buitengebied en de uitdagingen waar we de komende jaren voor staan. De agrarische sector heeft veel te bieden, maar heeft van de gemeente ook een uitnodigend kader nodig, om deze rol te kunnen blijven vervullen. Wij missen in de omgevingsvisie in dat kader een aantal aspecten. Wij vragen aan de gemeente om de volgende zaken mogelijk te maken t.b.v. een duurzame ontwikkeling van agrarische bedrijven binnen gemeente Asten: -
-
Het bieden van mogelijkheden voor permanente teeltondersteunende voorzieningen tegen een bestaand bouwvlak in lijn met het concept van de Brabantse omgevingsverordening. Wij voorzien een toenemende behoefte aan het gebruik van teeltondersteunende voorzieningen om gewassen te beschermen tegen weeromstandigheden maar ook tegen ziekten en plagen. Daarbij dragen ze bij aan de verbetering van de arbeidsomstandigheden van personeel. Een actieve ondersteuning bij de realisatie (vergunningsverlening, bestemmingsplannen) van mestbewerkingslocaties, op boerenerven, op goede plaatsen in het buitengebied en industrieterreinen. We voorzien een toenemende vraag vanuit akker- en tuinbouwbedrijven naar circulaire en groene meststoffen (o.a. op basis van dierlijke mest). Vanuit de dierlijke sectoren zal meer gestuurd worden op afzet van mest via mestbewerkers. De productie van groene meststoffen en be- en verwerking van dierlijke mest zal grotendeels door lokale,
-
-
-
-
-
(coöperatieve) organisaties plaatsvinden. Ook het Rijk stuurt er op aan meer mest verwerkt moet worden. De steun die ondernemers ontvangen van de gemeente op het moment dat zij met innovatieve stalsystemen aan de slag willen gaan. Denk aan een soepele vergunningverlening, en het toepassen van maatwerk. Een andere kijk op bouwblokgrootte. Bouwblokken zijn op dit moment strak begrensd. Het komt de kwaliteit van het gebied ten goede als er met een andere bril naar de bouwblokgrootte gekeken kan worden, waarbij de ruimtelijke kwaliteit leidend is in plaats van de oppervlakte. Een duurzame oplossing voor vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen in het gebied. Zodat deze geen beperking vormen voor omliggende bedrijven en verpaupering van locaties in het buitengebied wordt voorkomen. Dit betekent enerzijds ruimte bieden voor herbestemming, maar ook locaties durven te slopen en verplaatsen naar de kernrandzone als dit de kwaliteit van het buitengebied ten goede komt. In een aantal deelgebieden komt dit nu terug. Een gezamenlijke inzet om in het gebied meer water vast te kunnen houden, maar ook om bij piekbuien overtollig water snel af te kunnen voeren om overlast te voorkomen. Aansluitend op de klimaatstresstest en klimaatdialoog. Het bieden van mogelijkheden aan ondernemers om wildschade te beperken.
Denk daarbij aan het bieden van ruimte voor hoge en brede afrasteringen en/of het plaatsen van tijdelijke afrasteringen. Denk aan afscherming tegen wolven waarbij de omheining een minimale hoogte van 1,20m moet hebben.
Deelgebieden In de volgende alinea’s geven we onze reactie op de verschillende deelgebieden: Deelgebied Agrarisch anders In de toelichting bij het gebied ‘Agrarisch anders’ gaat de gemeente in op de innovatiekracht van de agrarische sector. Er wordt ruimte geboden voor ontwikkeling. Wij zijn blij om terug te lezen dat de gemeente zich positief uitspreekt over de rol en meerwaarde van innovatieve en krachtige agrarische bedrijven en erkent dat er ontwikkelruimte nodig is om ook te kunnen verduurzamen. De gemeente geeft aan dat er ‘ruimte geboden wordt voor een duurzame en verantwoorde agrarische sector, zodat er in 2030 sprake is van minder geur, fijnstof, stikstof, ammoniak, ziektekiemen, uitspoeling van nutriënten en bestrijdingsmiddelen en meer natuur.’ We vinden het vreemd dat de gemeente een aantal uitdagingen op bedrijfsniveau, direct koppelt aan ‘meer natuur’. Zeker in een gebied waar de primaat ligt bij intensieve veehouderij en glastuinbouw. Daarnaast missen wij door de gekozen formulering de erkenning voor de stappen die de afgelopen jaren al gezet zijn om emissies te beperken. Veehouders zullen ook de komende jaren investeren, de landelijke en provinciale eisen zijn immers hoog. De sector zet in op de ontwikkeling van nieuwe systemen die integraal beter zijn: minder emissies uitstoten, dierenwelzijn bevorderen en brandveiligheid verbeteren.
Omdat bedrijven efficiënt produceren is de klimaatimpact relatief klein. Ook maken ze veel gebruik van reststromen van humane voedselproductie. Bij de duurzaamheidsagenda gaat het niet alleen om maatschappelijke doelen maar ook om een beter inkomen voor de boer. Veel van onze veehouders werken daar aan. Er wordt steeds meer geproduceerd in duurzame ketens van o.a. de dierenbescherming. Een groot deel van onze leden produceert in een markt waar bovenwettelijke eisen gesteld zijn. Dit geldt uiteraard niet alleen voor ondernemers die gevestigd zijn in deelgebied ‘agrarisch anders’. Alle ondernemers in Asten zijn dagelijks bezig met innovatie en het verbeteren van de bedrijfsvoering, en hebben behoefte aan ruimte om dit te kunnen doen.
We vinden het positief dat de gemeente kansen ziet voor meervoudig ruimtegebruik, bijvoorbeeld door teelt in de open grond te combineren met zonne-energie. Bij meervoudig ruimtegebruik met duurzame energie, moet de landbouwfunctie de hoofdfunctie zijn. We vragen de gemeente om dit niet te doen in de glastuinbouwgebieden omdat de ontwikkelingsmogelijkheid voor de glastuinbouw in het huidige beleid schaars is. Deelgebied Boeren buurten In het deelgebied boeren buurten stimuleert de gemeente het ‘landelijk wonen’. In deze gebieden zijn ook een aantal sterke veehouderijbedrijven gevestigd. Het is belangrijk dat goede intensieve veehouderijlocaties beschermd blijven tegen andere soorten bestemmingen in de buurt. Wij vragen de gemeente dan ook om geen nieuwe gevoelige functies dicht in de buurt van intensieve veehouderijen toe te staan. Daarnaast vragen wij om voor zowel het ontwikkelen van woningen of andere geurgevoelige objecten als voor agrarische ontwikkelingen dezelfde geurnormen te hanteren. Deelgebied Groen genieten In het gebied groen genieten missen wij de aandacht voor de agrarische bedrijven die in deze deelgebieden gevestigd zijn en de meerwaarde die zij leveren aan de landschappelijke recreatieve kwaliteiten. Wij lezen niet terug dat zij ruimte krijgen om te ondernemen. Ook hier wil de gemeente landelijk wonen stimuleren.
Wij vragen ook hier aandacht voor het beschermen van de agrarische bedrijven en hun ontwikkelruimte tegen geurgevoelige functies in de omgeving. Daarnaast constateren wij dat de gebieden uitgebreid zijn. We zien een aantal agrarische bedrijven in deze gebieden aan bijvoorbeeld de Broekstraat, Gezandebaan, Diesdonkerweg en Sengerbroek. Deze gebieden hebben vooral een agrarisch karakter. We zouden graag zien dat de begrenzing wordt aangepast zodat deze agrarische gebieden buiten dit deelgebied vallen. Deelgebied Peel pionieren In de eerste plaats vinden wij het positief om te lezen dat de gemeente een belangrijke rol ziet voor de melkveehouderij in dit deelgebied, in relatie tot de kwaliteiten en uitdagingen van deze regio. Hierbij worden de volgende termen genoemd: grondgebonden, extensief, natuurinclusief en kringlooplandbouw. Wij constateren dat er veel maatschappelijke wensen en ideeën zijn als het gaat om de ontwikkelrichting van bedrijven in de zone rondom kwetsbare gebieden. Alleen bedrijven die economisch gezond zijn, kunnen langjarig een bijdrage leveren aan het gebied. Hiervoor is ook ruimte nodig om te kunnen ontwikkelen. Ondernemers moeten in staat zijn om een boterham te verdienen met de producten die op het bedrijf worden voortgebracht, zonder afhankelijk te zijn van subsidies.
De gemeente kan hier aan bijdragen door naast de aspecten die in de eerste paragraaf van deze inspraakreactie genoemd zijn, met een kritische blik te kijken naar de ruimtelijke kaders die bedrijfsontwikkeling in deze gebieden blokkeren. Bijvoorbeeld: beperkingen die voortkomen uit de aanduiding ‘beperkingen veehouderij’. Daarnaast kan de gemeente een rol spelen in het faciliteren van structuurversterking voor agrarische bedrijven en het inzetten van gemeentelijke grondeigendommen om ondernemers te helpen extensiveren. Hier hoort ook bij dat er terughoudend wordt omgegaan met andere functies die veel ruimte vragen. In dit gebied zullen ondernemers stoppen, maar ondernemers die overblijven hebben juist meer behoefte aan grond. Deelgebied Peel en beekdalen Voor dit deelgebied streeft men naar behoud van landbouw met extensieve bedrijfsvoering die is afgestemd op de omgevingskwaliteiten en de ontwikkeling van kringlooplandbouw. Zo staat er in de omgevingsvisie: ‘In de beekdalen stemt de aanwezige landbouw de bedrijfsvoering af op de groenblauwe kwaliteiten’. Wij vragen de gemeente om dit aan te passen. Een ondernemer heeft een toekomstperspectief en verdienmodel nodig om voort te kunnen bestaan en langjarig een bijdrage te leveren aan een gebied. Ondernemers bepalen zelf voor welke strategie zij kiezen, van belang is dat
zij hier een verdienmodel onder kunnen leggen. Een extensieve bedrijfsvoering in een gebied met een hoge gronddruk zonder extra opbrengsten, is geen realistische ontwikkeling. Daarbij is het ook de vraag wat de gemeente verstaat onder een extensieve bedrijfsvoering. Wel zouden agrarische bedrijven een rol kunnen spelen in het extensief beheer van natuurgronden in de beekdalen. Het is dan wel van belang dat de pachtprijs van deze grond ook in verhouding staat tot de beperkingen die er op liggen.
Wij vragen de gemeente deze punten mee te nemen in de omgevingsvisie. We nodigen de gemeente graag uit voor een gesprek zodat we onze reactie toe kunnen lichten. Daarnaast willen we graag met de gemeente van gedachte wisselen over de inhoud van de omgevingsvisie in relatie tot het toekomstperspectief van de agrarische bedrijven. Met vriendelijke groeten,
Frank Rooijakkers Voorzitter ZLTO Asten