RU21.03.07BBBBB Regelgeving.docx
Tekst van het document
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en bijbehorende besluiten De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) regelt het verlenen van vergunningen voor projecten die van invloed zijn op de fysieke ruimte. Op grond van deze wet is het bijvoorbeeld niet toegestaan om zonder een omgevingsvergunning een bouwwerk te bouwen. Bij de Wabo horen de Ministeriele regeling omgevingsrecht (Mor) en het Besluit omgevingsrecht (Bor). Het Mor regelt waar een aanvraag omgevingsvergunning aan moet voldoen. Het Bor regelt onder andere zaken omtrent bevoegd gezag, verleningsen weigeringsgronden voor de omgevingsvergunning beperkte milieutoets en bijvoorbeeld bepalingen omtrent de organisatie van handhaving. In bijlage II van het Bor worden de regels gegeven omtrent het vergunningsvrij bouwen en de mogelijkheden om af te wijken van het bestemmingsplan ten behoeve van ‘kruimelgevallen’. De gemeente heeft zich geconformeerd aan deze regels en heeft hieromtrent geen eigen beleid. Vergunningsvrij bouwen Onder de Wabo wordt voor de activiteit bouwen onderscheid gemaakt in vergunningsplichtig en vergunningsvrij bouwen. Met de inwerkingtreding van het gewijzigde Bor (Bijlage II) per 1 november 2014 heeft een aanzienlijke verruiming en aanpassing van het vergunningsvrije bouwen plaatsgevonden.
De verwachting was dat er hierdoor minder vergunningsaanvragen voor de activiteit bouwen werd gedaan bij de gemeente. Echter blijkt dat er meer tijd besteed wordt aan informatieverstrekking en het bevestigen of een project inderdaad vergunningsvrij is. Wet milieubeheer De Wet milieubeheer is de belangrijkste milieuwet. Deze wet bepaalt welk wettelijk gereedschap ingezet kan worden om het milieu te beschermen. De wet benoemt hiertoe milieuplannen, milieuprogramma’s, milieukwaliteitseisen, vergunningen en diverse algemene regels. Meer specifieke regels worden uitgewerkt in afzonderlijke besluiten, zoals het Activiteitenbesluit. In paragraaf 2.2.1 wordt nader op deze laatste ingegaan. De Erfgoedwet Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Hierin is vastgelegd hoe met ons erfgoed wordt omgegaan, wie welke verantwoordelijkheden daarbij heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Overbodige regels zijn geschrapt en de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het cultureel erfgoed ligt waar mogelijk bij het erfgoedveld zelf. In de Erfgoedwet is een instandhoudingsverplichting opgenomen voor Rijksmonumenten.
De Wet veiligheidsregio's (Wvr) Wet houdende bepalingen over de brandweerzorg, de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de geneeskundige hulpverlening (Wet veiligheidsregio’s) en opvolger van (onder meer) de Wet Rampen en Zware Ongevallen hier kan een link gelegd worden tussen de VRBZO en VTH-taken De Wet aanpak woonoverlast Op 1 juli 2017 is de Wet aanpak woonoverlast in werking getreden. Met deze wet is een nieuw artikel toegevoegd aan de Gemeentewet om woonoverlast tegen te gaan. De gemeenteraad kan hiermee de burgemeester de bevoegdheid geven een gedragsaanwijzing op te leggen waarbij de overlastgever iets moet doen of nalaten. In artikel 2:79 APV zijn de bepalingen omtrent woonoverlast opgenomen. Bij ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden vanuit een woning kan de burgemeester een last onder dwangsom opleggen. Dit is een ultimum remedium. Eerst moeten andere lichtere instrumenten, zoals buurtbemiddeling, worden ingezet. De Wet kinderopvang In het kader van de Wet kinderopvang en de bijbehorende Beleidsregels kwaliteit kinderopvang hebben gemeenten de eindverantwoordelijkheid voor het toezicht op de kwaliteit van kinderopvang. De controle op deze kwaliteit wordt uitgevoerd door de GGD. De gemeente voert de taak kinderopvang uit.
Dit betekent onder meer het bijhouden van het register kinderopvang, het verwerken van de rapportages, het handhaven op zaken van de GGD en het verzorgen van de verantwoording aan het Ministerie.
De Wet verplichte ggz en de Wet zorg en dwang Op 1 januari 2020 wordt de Wet Bijzondere Opnemingen in Psychiatrische Ziekenhuizen (Wet Bopz) vervangen door de Wet verplichte ggz (Wvggz) en de Wet zorg en dwang (Wzd). Wvggz is van toepassing op mensen met een psychische stoornis. De processen waar de gemeente besluitvormend optreed zijn de Crisismaatregel (burgemeester) en Zorgmachtiging (college). Wzd is van toepassing op mensen met een verstandelijke beperking en met een psychogeriatrische stoornis. Het proces waar de gemeente besluitvormend optreed is het proces IBS (burgemeester). Het is nog onduidelijk welke capaciteit deze nieuwe wetgeving gaat vergen vanuit zorg, leefbaarheid en veiligheid. Drank- en Horecawet De Tweede Kamer heeft op 1 december 2020 ingestemd met het wetsvoorstel ‘wijzigingen Drank- en Horecawet’ van staatssecretaris Blokhuis. Niet alleen de naam van de huidige Drank- en Horecawet verandert, ook de regels in de wet zullen behoorlijk worden aangescherpt. De scherpere regels zijn het gevolg van het Nationaal Preventieakkoord dat Blokhuis in 2018 afsloot met meer dan 70 maatschappelijke organisaties. In dat akkoord is afgesproken om problematisch drankgebruik terug te dringen. In de nieuwe Drank- en Horecawet wordt geregeld dat ook de wederverstrekker strafbaar is.
Het gaat dan om iemand ouder dan 18 jaar (niet de barmedewerker) die alcohol doorgeeft aan een minderjarige. KHN pleit hier al jaren voor en we zijn zeer tevreden dat ons punt wordt doorgevoerd. Daarnaast wordt het mogelijk dat vmbo-leerlingen van 14en 15 jaar oud in het kader van hun opleiding alcohol kunnen verstrekken in een horecabedrijf. Tot nu toe mag dat pas vanaf 16 jaar, maar dat blijkt in de praktijk voor sommige leerlingen niet werkbaar. In de nieuwe wet wordt het inrichtingenbesluit DHW vrijwel geheel geschrapt. Voor horecabedrijven waar alcohol wordt verkocht, betekent dit dat in principe ‘alleen’ de regels van het Bouwbesluit 2012 zullen gelden. Hierdoor worden bijvoorbeeld de eisen voor toiletten minder streng (niet meer de eis van het voorportaal) en komen de speciale hoogte-eisen te vervallen. KHN is tevreden met deze aanpassingen. Dit betekent dat ook de ventilatie-eis uit het Bouwbesluit gaat gelden voor horecalokaliteiten. Ook hebben gemeenten meer handvatten krijgen om een alcohol-overlastgebied aan te kunnen wijzen. Hiermee kunnen gemeenten in een bepaald gebied extra regels instellen met betrekking tot alcoholverkoop. Ook kunnen gemeenten ervoor zorgen dat ook op vervoersmiddelen die bedrijfsmatig alcohol verstrekken (zoals bierfietsen) iemand aanwezig moet zijn die in het bezit is van een diploma sociale hygiëne.
Nu de Tweede kamer met het wetsvoorstel en bovengenoemde amendementen heeft ingestemd, moet de wet nog worden goedgekeurd door de Eerste Kamer. Blokhuis verwacht dat de nieuwe Alcoholwet vanaf 1 juli 2021 inwerking treedt. Bomenbeleid Asten 30 juni 2020 heeft het college de nota bomenbeleid module bomenrenovatieplan 2020 vastgesteld. Dit is een aanvulling op het bestaande bomenbeleid en ziet op de vervanging van bestaande laanbeplanting.