CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

RU21.03.07AA Ontwerp Plojectplan Waterwet Herinrichting Beekerloop (totaal incl. bijlagen).pdf

Raadscommissie Ruimte 30 maart 2021, gemeente AstenBij agendapunt: Stukken ter kennisneming aan de commissie31.484 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

RAPPORT Herinrichting Beekerloop Ontwerp Projectplan Waterwet Klant:

Waterschap Aa en Maas

Referentie: BG4619_T&P_RP_2101081625 Status:

Definitief/3.0

Datum:

11 januari 2021

Projectgerelateerd

HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.

Larixplein 1 5616 VB EINDHOVEN Transport & Planning Trade register number: 56515154 +31 88 348 42 50 T info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W

Titel document: Herinrichting Beekerloop Ondertitel: O-PPWW Beekerloop Referentie: BG4619_T&P_RP_2101081625 Status: 3.0/Definitief Datum: 11 januari 2021 Projectnaam: Herinrichting Beekerloop Projectnummer: BG4619 Auteur(s): Suzanne Duursma & Jasper van de Ven

Gecontroleerd door: Jasper van de Ven Datum: 11 januari 2021 Goedgekeurd door: Jochem van Oorsouw Datum: 11 januari 2021

Classificatie Projectgerelateerd

Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever.Let op: dit document bevat persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V. en dient voor publicatie of anderszins openbaar maken te worden geanonimiseerd. 11 januari 2021

O-PPWW BEEKERLOOP

BG4619_T&P_RP_2101081625

i

Projectgerelateerd

Inhoud DEEL I – ONTWERP VOOR DROGE VOETEN EN NATUUR

1

1

Aanleiding en doel

1

2

Beschrijving plangebied

2

2.1

Ligging en begrenzing plangebied

2

2.2

Beschrijving huidige situatie en knelpunten

2

2.2.1 2.2.2

Hydrologie Ecologie

3 4

3

Beschrijving van de inrichtingsmaatregelen

7

4

Beschikbare gronden

15

5

Effecten van het plan

17

5.1

Stedelijk effect

17

5.2

Landelijk effect

19

6

Wijze waarop het werk wordt uitgevoerd

21

7

Beperken van de nadelige gevolgen

22

7.1

Beperken van de nadelige gevolgen van het plan

22

7.2

Beperken nadelige gevolgen van de uitvoering

22

7.2.1 7.2.2

Hinder Effecten in het gebied

22 23

7.3

Financieel nadelige gevolgen

23

8

Legger, beheer en onderhoud

24

8.1

Legger

24

8.2

Beheer en onderhoud

24

8.3

Monitoring

25

9

Samenwerking

26

DEEL II – VERANTWOORDING

27

10

Verantwoording op basis van wet- en regelgeving

27

10.1

Waterwet

27

10.2

Voormalige verordening water (opgenomen in Interim omgevingsverordening)

27

10.3

Wet natuurbescherming

27

10.4

Monumentenwet

28

11 januari 2021

O-PPWW BEEKERLOOP

BG4619_T&P_RP_2101081625

ii

Projectgerelateerd

10.5

Wet algemene bepalingen Omgevingsrecht

28

10.6

Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten (WION)

28

10.7

Wet bodembescherming

28

11

Verantwoording op basis van beleid

31

11.1

Nationaal beleid

31

11.1.1 11.1.2 11.1.3

Nationaal bestuursakkoord Water Kaderrichtlijn water Nationaal waterplan (2016-2021)

31 31 32

11.2

Provinciaal en subregionaal beleid

32

11.2.1 11.2.2 11.2.3

Provinciaal milieu- en waterplan 2016-2021 Structuurvisie en ruimtelijke verordening provincie Noord-Brabant Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

32 33 33

11.3

Waterschapsbeleid

34

11.3.1 11.3.2

Waterbeheerplan 2016-2021 Waterschap Aa en Maas Keur en algemene regels

34 34

11.4

Gemeentelijk beleid

34

11.4.1

Gemeentelijk Rioleringsplan Asten 2021-2025

34

12

Verantwoording van de keuzen in het project

37

13

Benodigde vergunningen en meldingen

40

DEEL III – RECHTSBESCHERMING

42

DEEL IV – Bijlagen – Separaat bijgevoegd A1

Ontwerptekeningen Beekerloop

A2

Grondposities

A3

Hydraulische analyse Beekerloop

A4

Boomeffect analyse

A5

Bodemonderzoek

A6

Notitie NGE’s

A7

Quickscan Flora en Fauna

11 januari 2021

O-PPWW BEEKERLOOP

BG4619_T&P_RP_2101081625

iii

Projectgerelateerd

DEEL I – ONTWERP VOOR DROGE VOETEN EN NATUUR 1

Aanleiding en doel

Het weer dat de regio Asten, Deurne en Someren in mei/juni 2016 teisterde was zéér extreem. In enkele uren tijd viel plaatselijk 70mm water, dat is meer regen dan normaal in een hele maand. In onder andere de Sterrenwijk, de Appelwijk en bedrijventerrein Nobis is veel wateroverlast geweest door hoge waterstanden in de Beekerloop en het vele wateraanbod vanuit de riolering. Met het project Beekerloop willen samenwerkingspartners Waterschap Aa en Maas en de gemeente Asten de gezamenlijke ambitie, het verminderen van wateroverlast bij hevige buien in Asten, realiseren. Daarnaast voldoet de beek niet aan de gestelde eisen uit de Kaderrichtlijn Water (KRW). Binnen dit project wordt ook het behalen van de doelstellingen uit de KRW nagestreefd. Hieronder valt het herinrichten van de waterloop de Beekerloop. Dit is een project waarbij aandacht wordt gegeven aan de volgende doelen: 1. Beekerloop klimaatbestendig inrichten; 2. Aanleggen NVO (Natuurvriendelijke Oevers); 3. Stuwen vispasseerbaar maken; 4. Toekomstbestendig slootonderhoud. Leeswijzer Het projectplan Waterwet voor de herinrichting van de Beekerloop bestaat uit vier delen. In deel I wordt beschreven wat waterschap Aa en Maas gaat doen en hoe het werk wordt uitgevoerd. Deel II geeft een toelichting op waarom dit werk wordt uitgevoerd. Dit deel is, met andere woorden, de onderbouwing van het plan.

Deel III geeft informatie over de rechtsbescherming en de procedures, en deel IV bevat rapporten en onderzoeken die voor het plan van belang zijn.

Figuur 1-1 Impressie wateroverlast Sterrenwijk 2016

11 januari 2021

O-PPWW BEEKERLOOP

BG4619_T&P_RP_2101081625

1

Projectgerelateerd

2

Beschrijving plangebied

2.1

Ligging en begrenzing plangebied

De Beekerloop is gelegen aan de noord- en oostzijde van Asten. Deze relatief kleine waterloop stroomt tussen de Voordeldonkse Broekloop en de Aa en zal van oorsprong zijn gevoed door grondwater en kwel vanuit de Peelgebieden. Uit de geomorfologische kaart kunnen beekdalkenmerken worden ontdekt bij de monding van de Beekerloop in de Aa. Dit duidt op een laagte en daarmee een duidelijk natuurlijk afvoerpatroon van een beekmonding. De Beekerloop is in ieder geval niet geheel gegraven en vertoont in de huidige vorm kenmerken van een bovenloop, zij het sterk genormaliseerd.

Getroffen gebied

Beekerloop

Figuur 2-1 Ligging projectgebied inclusief indicatie getroffen gebied van wateroverlast in mei/juni 2016

2.2

Beschrijving huidige situatie en knelpunten

In mei en juni 2016 heeft veel wateroverlast plaats gevonden in en rond de kern van Asten. De reden voor de wateroverlast was een langdurige intensieve bui. De bui zette grote delen van het centrum en het noorden van Asten onder water. Dit leidde tot langdurige wateroverlast in het landelijk gebied en stedelijk gebied (Sterrenwijk). In voorliggend projectplan Waterwet worden de maatregelen beschreven die genomen moeten worden, om de overlast bij een dergelijke bui in de toekomst te verminderen. Een belangrijk aspect bij de wateroverlast die plaats vond was de hoge waterstand in de Beekerloop. De waterstand zorgde ervoor dat de riool overstorten het water niet meer konden lozen waardoor water langdurig in woningen stond en dat het landelijke gebied inundeerde.

11 januari 2021

O-PPWW BEEKERLOOP

BG4619_T&P_RP_2101081625

2

Projectgerelateerd

Figuur 2-2 Water-op-straat kaart die is opgesteld om de wateroverlast in 2016 te benaderen. In het geel is de Beekerloop gearceerd, waar door uitwisseling tussen riolering en oppervlaktewater hoge waterstanden hebben plaatsgevonden. De Beekerloop stroomt in het figuur van rechts naar links.

2.2.1

Hydrologie

De Beekerloop (leggernummer 2790075 t/m 2790590) start bij de Voordeldonkse Broekloop en loopt aan de noord-oostkant van Asten om de kern heen en mond uiteindelijk in de Aa uit. Kenmerkend voor de huidige situatie van de Beekerloop zoals beschreven in Tabel 2-1, is dat de Beekerloop een behoorlijk verhang heeft, waardoor in de huidige situatie in de Beekerloop 7 stuwen (279A t/m 279H) en één afsluiter (279I) aanwezig zijn. Daarbij dient gezegd dat afsluiter 279I enkel wordt afgesloten bij een hoge waterstand bij de Koestraat. Dit betekent dat de afsluiter het grootste deel van het jaar open staat. Tabel 2-1 Kenmerken huidige situatie Beekerloop

Kenmerken huidige situatie Beekerloop Lengte Beekerloop tussen Voordeldonkse 7,2 km Broekloop en Aa Stroomsnelheid

<0,10 m/s

Waterdiepte

0,3 tot 1,75 m (beneden- resp. bovenstrooms van stuwen)

Verhang

(5,80 m op 7,2 km) 0,81 m/km

Afvoer in de Aa, orde grootte seizoensgemiddelden

Zomer: 140 l/s Voorjaar: 360 l/s Najaar: 230 l/s Winter: 450 l/s

11 januari 2021

O-PPWW BEEKERLOOP

BG4619_T&P_RP_2101081625

3

Projectgerelateerd

Uit hydrologische modelscenario’s is gebleken dat in de huidige situatie vijf knelpunten te benoemen zijn in de Beekerloop: • Beperkte profielbreedte van de Beekerloop bovenstrooms stuw 279E tot en met het industrieterrein; • Beperkt regelbereik van stuw 279E; • Knijpend effect van de huidige duikers; • Tekort aan bergingsruimte in de Beekerloop in de bebouwde kom van Asten en benedenstrooms daarvan.; • Intensiteit van het onderhoudsregime (gladheid watergang heeft grote invloed op doorstroming).

2.2.2

Ecologie

Beschrijving huidige situatie De Beekerloop stroomt tussen de Aa en de Voordeldonkse Broekloop en zal van oorsprong zijn gevoed door grondwater en kwel vanuit de Peelgebieden. Momenteel ontvangt de Beekerloop ook inlaatwater vanuit het Peelkanalen systeem. De Beekerloop mondt uit in de Aa. De monding van de Beekerloop ligt in een laagte, passend bij een natuurlijk afvoerpatroon van een beekmonding. De Beekerloop is in ieder geval niet geheel gegraven en vertoont in de huidige vorm kenmerken van een bovenloop, zij het sterk genormaliseerd. De beek kan getypeerd worden als R4 langzaam stromende bovenloop op zand. In 2020 zijn de KRW-doelen geactualiseerd, dit heeft niet geleid tot een ander beektype voor de Beekerloop, het doel blijft R4a. De doelen voor macrofauna en vis zijn wel omlaag bijgesteld. Het waterlichaam vertoont zowel kenmerken van een beek als van een sloot. De volgende ingrepen liggen ten grondslag aan het sterk veranderde karakter van het waterlichaam: • Drainage; • Kanalisatie, normalisatie, stabilisatie geul en oeverversterking. De Beekerloop bestaat binnen de bebouwde kom uit een vrij diepe waterloop met zeer steile oevers met wat oevervegetatie als lisdodde maar vooral ruige vegetaties met akkerdistel, brandnetel maar ook boerenwormkruid.

De oevers en de loop worden intensief beheerd; de oevers worden strak gemaaid en de loop ten minste jaarlijks geschoond, waardoor er niet veel watervegetatie in de loop voorkomt. Op sommige plekken staat wat sterrenkroos in het water. De loop bij de toekomstige nieuwbouwwijk Loverbosch is recent geheel opnieuw gedimensioneerd waardoor de loop hier op het moment van het veldbezoek geen enkele natuurwaarde meer heeft. Buiten de bebouwde kom loopt de Beekerloop door voornamelijk agrarisch gebied met zeer intensief beheerde en bemeste akkers (voornamelijk mais) en graslanden. Soms ligt de loop zeer diep ten opzichte van maaiveld. De meeste graslanden langs de Beekerloop zijn recent opnieuw ingezaaid en herbergen dus vrijwel geen kruiden. De oevers van de Beekerloop hebben voornamelijk ruige vegetaties met brandnetel, lisdodde en akkerdistel; een gevolg van het aangrenzende landgebruik en het daarop afgestemde beheer. Als gevolg van de bemeste akkers en graslanden naast de loop is het water waarschijnlijk erg voedselrijk wat ook te zien was tijdens het veldbezoek aan het troebele water. Knelpunten De primair agrarische functie van de Beekerloop en actuele landbouwpraktijk staan vooralsnog op gespannen voet met de doelen onder de Kaderrichtlijn Water; doelen die dan ook (nog) niet gehaald worden (waterschap Aa en Maas 2019).

Eén van de doelen onder de Kaderrichtlijn Water, vismigratie, wordt belemmerd door een zevental stuwen in de Beekerloop (Kroes et al. 2018) die een verval kennen van 70 tot 100 centimeter.

11 januari 2021

O-PPWW BEEKERLOOP

BG4619_T&P_RP_2101081625

4

Projectgerelateerd

Ander knelpunt voor een gezonde visfauna is de chemische waterkwaliteit, die gezien het huidig gebruik als “zeer voedselrijk” moet worden beschreven. Dit heeft uiteraard ook gevolgen voor andere relevante parameters als waterflora, macrofauna en dergelijke. Beiden resulteren voor zover bekend dan ook in een bijzonder arme visgemeenschap, die in ieder geval niet passend is bij een Langzaamstromende midden/benedenloop op zand (R4). Biologische doelen KRW Aangezien de Beekerloop sterk genormaliseerd is, is hier een goed ecologisch potentieel (GEP) voor bepaald. Het GEP wordt afgeleid op basis van de milieukwaliteitseisen voor de goede ecologische toestand (GET) van het meest vergelijkende natuurlijke watertype. Op basis van de ecologische parameters fytoplankton, overige waterflora, macrofauna en vis wordt de situatie van een waterlichaam bepaald, zie Tabel 2-2 Tabel 2-2 Overzicht van waarden voor een goed ecologisch potentieel (GEP) en ecologische kwaliteitsratio (EKR)

Goed Ecologisch Potentieel Huidige situatie Verwachte EKR GEP Beekerloop (GEP) (EKR) (doel) GEP Fytoplankton

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

GEP Overige waterflora

0.50

0.50

0.50

GEP Macrofauna

0.45

0.30

0.45

GEP vis

0.20

0.08

0.08

Voor de Beekerloop is bepaald waar de knelpunten zitten op basis van een aantal sleutelfactoren. De stuurvariabelen van de sleutelfactoren die nu niet op orde zijn en de streefwaarden voor de Beekerloop, worden weergegeven in Tabel 2-3. Zoals is weergeven worden de streefwaarden niet overal gehaald, maar de situatie na inrichting benadert de streefwaarde wel meer. Het niet halen van alle streefwaarden wordt o.a. veroorzaakt doordat onvoldoende ruimte beschikbaar is voor volledige beekontwikkeling en vanwege de afvoer van het gemengd rioolstelsel op de Beekerloop. Tabel 2-3 Overzicht van sleutelfactoren en stuurvariabelen voor een goed ecologisch potentieel

Ecologische Sleutelfactor

Stuurvariabele

Huidige situatie

KRW streefwaarden

Debietfluctuatie (-)

13,14

11,17

Stromingsvariatie

Geen

Matig

Vispasseerbaarheid

Geen voorzieningen

Barrières met voorzieningen

Ammonium jgm (mg N/I)

1,374

0,304

Ammonium max (mg N/I)

17,2

0,608

Profielvorm

Genormaliseerd

Accolade/flauwe oever

Sinuositeit (-)

1,02

1,02

Hout (%)

0

1

Grind (%)

0

0

Zand (%)

0

30

Afvoerdynamiek

Connectiviteit

Belasting

Natte doorsnede

11 januari 2021

O-PPWW BEEKERLOOP

BG4619_T&P_RP_2101081625

5

Projectgerelateerd

Ecologische Sleutelfactor

Stuurvariabele

Huidige situatie

KRW streefwaarden

Grof detritus (%)

0

5

Slib (%)

90

5

Beschaduwing

Beschaduwing (%)

7,71

30

Waterplanten

Gemaaid profiel (%)

92,45

66,31

Stagnatie (#dagen)

108,81

81,61

Verstuwing (%)

70,21

52,66

Stagnatie

11 januari 2021

O-PPWW BEEKERLOOP

BG4619_T&P_RP_2101081625

6

Projectgerelateerd

3

Beschrijving van de inrichtingsmaatregelen

De inrichtingsmaatregelen worden in dit hoofdstuk per onderdeel beschreven. In onderstaande tabel zijn de maatregelen die voorkomen in dit Projectplan Waterwet opgesomd en aangegeven welke maatregel bijdraagt aan welk doel. 1. Beekerloop klimaatbestendig inrichten; 2. Aanleggen NVO (Natuurvriendelijke Oevers); 3. Stuwen vispasseerbaar maken; 4. Toekomstbestendig Slootonderhoud. Het aanleggen van wandelpaden, kappen en planten van bomen zijn volgend aan de maatregelen die noodzakelijk zijn om aan de doelen te kunnen voldoen, maar worden integraal ingepast in dit projectplan. In bijlage A1 zijn al de te treffen maatregelen op ontwerptekeningen weergegeven.

Waterstaats- Overige werk werken

Nr. Maatregel

1. Klimaatbestendigheid

A.

Verbreden en optimaliseren profiel Beekerloop

X

B.

Realiseren obstakelvrije zone

X

C. Vergroten duikers

X

X

D.

Verwijderen duikers

X

X

E.

Nieuwe duikers

X

X

F.

Vervangen vaste stuwen door automatische stuwen

X

X

G

Aanbrengen vispassages bij stuwen

X

H.

Aanbrengen vistrap

X

I.

Aanleggen wandelpaden

X

J.

Kappen bomen

X

K.

Planten bomen

X

X

3. Vis4. Toekomst2. NVO passeer- bestendig baarheid onderhoud X

X

X

X

X

X

X X

X

Tabel 3-1 inrichtingsmaatregelen gekoppeld aan de doelen

11 januari 2021

O-PPWW BEEKERLOOP

BG4619_T&P_RP_2101081625

7

Projectgerelateerd

A. Verbreden en optimaliseren profiel Beekerloop De capaciteit van het huidige profiel van de Beekerloop is t.b.v. zomerse piekbuien beperkt. Wanneer de Beekerloop vol staat, kan de riolering in Asten haar water niet meer kwijt in de Beekerloop en komt er water op straat te staan. Op diverse plekken wordt de Beekerloop verbreed en geoptimaliseerd en een deel van de Beekerloop met een natuurvriendelijke oever ingericht, zie ontwerptekeningen uit bijlage A1. Op de volgende plaatsen wordt het profiel verbreed: • Ten oosten van de Koestraat (profiel 1) • Zuidkant van Loverbosch II (profiel 2) • Westkant van de Floralaan (profiel 4 en 5) • Nobisweg t.h.v. Linieijzer (profiel 7) • Noordkant van de Aa-weg (profiel 14) Daarnaast wordt de Beekerloop ter plaatse van profiel 3 (ten oosten van de Floralaan) in westelijke richting opgeschoven. Het doorstroomprofiel blijft hier ongewijzigd. Het verbreden (door het aanbrengen van een winterbed) is nodig voor de hydrologie, maar leidt bij hogere waterstanden tot een lagere stroomsnelheid. De huidige stroomsnelheid is al laag, daarom is deze maatregel contraproductief voor de KRW. In normale situaties blijft hetzelfde doorstroomprofiel op de meeste locaties gelijk en zal de stroomsnelheid t.o.v. de huidige situatie niet wijzigen.

B. Realiseren obstakelvrije zone Voor het uitvoeren van beheer is het van belang dat de beek en haar zijwatergangen bereikbaar zijn. Enkel daar waar binnen dit projectplan het profiel van de Beekerloop wordt gewijzigd, wordt het beheer en onderhoud toekomstbestendig ingericht. Daar waar het profiel niet wijzigt en onvoldoende ruimte beschikbaar is langs de Beekerloop, wordt buiten dit project om, in overleg met de perceeleigenaren bekeken hoe hiermee om te gaan om tot een oplossing te komen, zie bijlage A1.5.

C. Vergroten duikers Om de doorstroming in de Beekerloop te bevorderen worden er 16 duikers vervangen door duikers met een grotere diameter. In de huidige situatie zorgen de duikers er mede voor dat een knijpend effect ontstaat. Daarbij worden er duikers vervangen in de Beekerloop, maar ook in de watergangen die voor de afvoer zorgen uit Asten, zoals A-watergang 2790270 en de watergang langs de Ommelseweg. De te vervangen duikers zijn opgenomen in de ontwerptekeningen uit bijlage A1.

11 januari 2021

O-PPWW BEEKERLOOP

BG4619_T&P_RP_2101081625

8

Projectgerelateerd

Tabel 3-2 Te vervangen duikers in en aan de Beekerloop Duiker

Type en materiaal

Afmeting BOB huidig (mm) (m+NAP)

2790028 Rond, beton

700

Lengte (m)

Afmeting Type en Nieuw (mm) materiaal

BOB Lengte (m+NAP) (m)

22.6622.52

13,43

1000

Rond, beton

22,50

14,40

2790030

Rechthoekig, beton

1000 x 1250 22,00

8,27

2500x1250

Rechthoekig, beton

21,75

10,50

2790045

Rechthoekig, beton

800 x 1200

21,7421,76

34,80

2500x1250

Rechthoekig, beton

21,75

41,00

2790045 Rond, beton A

300

23,00

38

800

Rond, beton

22,25

38,40

2790046 Rond, beton

300

21,8621,89

11,56

1000

Rond, beton

21,75

12,00

2790047 Rond, beton

300

21,8721,63

17,61

1000

Rond, beton

21,75

17,80

2790048 Rond, beton

300

21,8321,75

30,51

1000

Rond, beton

21,75

31,20

2790049 Rond, beton

300

21,7221,26

11,88

1000

Rond, beton

21,75

12,00

2790050 Rond, beton

1000

21,3321,32

26,65

2500x1250

Rechthoekig, beton

21,30

27,00

2790052 Rond, beton

1000

21,2421,27

14,32

2500x1250

Rechthoekig beton

21,28

15,00

2790053 Rond, beton

1000

21,2721,26

26,59

2500x1250

Rechthoekig beton

21,25

27,00

2790058 Rond, beton

1000

21,1221,06

25,64

2500x1250

Rechthoekig, beton

21,05

26,40

2790058 Rond, beton A

400

22,80

27,00

800

Rond, beton

21.0621.08

27,00

2790058 Rond, PVC B

250

22,50

18,00

800

Rond, beton

21,50

18,00

2790059

Rechthoekig, beton

1500x1000

21,12

11,61

2500x1250

Rechthoekig, beton

21,12

12,00

2790070

Rechthoekig, beton

1200x1450

20,7720,76

11,62

2500x1250

Rechthoekig, beton

20,76

12,00

2790079

Rechthoekig, beton

1200x1450

18,8018,87

10,49

2500x1250

Rechthoekig, beton

18,80

12,00

Opmerking

Reeds geplaatst.

D. Verwijderen duiker De functie van duiker 2790051 langs de Nobisweg komt te vervallen en wordt daarom verwijderd uit de Beekerloop.

E. Nieuwe duikers Behalve het vervangen en verwijderen zijn er ook 8 stuks nieuwe duikers nodig, zie bijlage A1. Bij de Koestraat worden 3 duikers aangebracht om de wandelroute vanuit het park bij de Vlas langs de Beekerloop richting Loverbosch II goed te kunnen ontsluiten. In de Beekerloop bij Loverbosch II worden drie nieuwe duikers aangebracht, twee t.b.v. ontsluiting van de nieuwe wijk Loverbosch II en één onder de Koestraat. 11 januari 2021

O-PPWW BEEKERLOOP

BG4619_T&P_RP_2101081625

9

Projectgerelateerd

In de B-watergang 01763 die aansluit aan de Beekerloop bij Loverbosch II komt ook een nieuwe duiker. Tabel 3-3 Overzicht van aan te brengen duikers Duiker

Type en materiaal

Afmeting Nieuw (mm)

BOB (m+NAP)

Lengte (m) Opmerking

2790027A

Rond, beton

600

22,50

7,20

2790028A

Rond, beton

600

22,50

7,20

2790028BB

Rond, beton

500

22,95

7,20

Reeds geplaatst

2790028B

Rond, beton

500

22,50

7,20

Reeds geplaatst

2790028C

Rond, beton

1000

22,40

18,16

Reeds geplaatst

2790029

Rond, beton

1250

22,00

19,20

Reeds geplaatst

2790029A

Rond, beton

500

22,00

7,20

Reeds geplaatst

2790031

Rond, beton

500

21,75

12,00

Reeds geplaatst

F. Vervangen vaste stuwen door automatische stuwen In de Beekerloop liggen in de huidige situatie 7 stuwen, 279A t/m 279H. Eén van de doelen van dit project is de Beekerloop vispasseerbaar te maken. Het ideaalbeeld voor bevorderen van vismigratie is een open verbinding (watergang) zonder kunstwerken. Echter, om het peilverschil op te vangen en toch vismigratie mogelijk te maken, worden ter vervanging van de huidige stuwen A t/m E, 5 nieuwe automatische stuwen geplaatst in combinatie met De Wit vispassages (zie maatregel G). Stuw G is in de nieuwe situatie gelegen net bovenstrooms van een vistrap. Deze hoeft dus niet gecombineerd te worden met een vispassage, maar zal wel in ‘platte’ stand worden gezet, zodat vissen in een normale situatie wel kunnen passeren. In natte (waterdosering) en droge (waterconservering) situaties kan deze stuw worden opgezet om bovenstrooms water langer vast te houden. In bijlage A1 zijn te de te vervangen stuwen weergegeven. Het automatiseren van de stuwen draagt bij aan de klimaatbestendigheid van het watersysteem. Door de automatische bediening kan direct op veranderende (weers)omstandigheden worden geanticipeerd.

Gezien het geringe debiet in het meest bovenstroomse deel van de Beekerloop en de onwaarschijnlijkheid dat vismigratie daar zal plaatsvinden is er geen ecologische meerwaarde om de meest bovenstrooms gelegen bestaande stuw 279H vispasseerbaar te maken.

11 januari 2021

O-PPWW BEEKERLOOP

BG4619_T&P_RP_2101081625

10

Projectgerelateerd

Tabel 3-4 Te vervangen stuwen A t/m G in de Beekerloop Stuwnr.

Stuwbereik huidig

279A

19.00-19.96m + Kantelstuw

Stalen damwand Ja

Ja, zie 19,00-19,96 0,96 maatregel G

20

3

279B

19.55-20.6m +

Kantelstuw

Stalen damwand Ja

Ja, zie 19,55-20,6 1,05 maatregel G

21

4

279C

20.08-21.19m + Kantelstuw

Stalen damwand Ja

Ja, zie 20,08-21,19 1,11 maatregel G

23

4

279D

20.81-21.92m + Kantelstuw

Stalen damwand Ja

Ja, zie 20,81-21,92 1,11 maatregel G

23

4

279E

21.56-22.69

Stalen damwand Ja

Ja, zie 21,56-22,69 1,13 maatregel G

23

4

279G

22.50-23.39m + Platte stuw

Type stuw

Kantelstuw

Montage op

Geauto- VispasseerHoogteverschil Aantal Stuwbereik matiseerd baar overbruggen kamers

Nee

Rustkamers

Ja, in ‘platte’ stand

G. Aanbrengen vispassages bij stuwen A t/m E Zoals bij maatregel F wordt beschreven, worden bij de 5 nieuwe automatische stuwen ook vispassages aangebracht. Hier worden de Wit-vispassages voor ingezet, zie Figuur 3-1.

Figuur 3-1 De Wit-vispassage

Het principe van een De Wit-vispassage is afgeleid van de vertical slot-vispassage. De constructie bestaat uit een compacte bak met daarin tussenschotten die de bak verdelen in een aantal kamers. In ieder tussenschot is een onderwateropening aangebracht. Deze openingen en schotten verspringen ten opzichte van elkaar. Deze vispassage heeft ten opzichte van de vertical slot als belangrijkste voordeel dat de gemiddelde stroomsnelheden in alle doorzwemvensters dezelfde waarde hebben. Dit is zelfs het geval als het totale verval over de vispassage groter of kleiner wordt dan het ontwerpverval. Er wordt immers geen gebruik gemaakt van overlaten.

H. Aanbrengen vistrap Aan de zuidkant van de nieuwe ontwikkeling Loverbosch II wordt een vistrap gerealiseerd. Bij deze vistrap zijn de tredes een combinatie van een V-vormige bekkentrap en een vertical slot-vispassage. Voordeel is dat deze een natuurlijk ogende vorm heeft en kan worden toegepast in het tracé van de Beekerloop. Er hoeft dus geen nevengeul te worden gerealiseerd. Door de doorgang in de damwand telkens per opeenvolgende damwand te laten verspringen per zijde, wordt de stromingssterkte teruggedrongen ten opzichte van een recht doorgaande stroming. Dit principe sluit aan bij een de Wit vispassage zoals bij maatregel G wordt beschreven.

11 januari 2021

O-PPWW BEEKERLOOP

BG4619_T&P_RP_2101081625

11

Projectgerelateerd

Om het hoogteverschil tussen 22.50 en 23.39 +NAP te overbruggen, wordt de vistrap over een lengte van 150 meter uitgevoerd in 10 treden, waarbij een hoogteverschil per trap van 0,08m, zie Tabel 3-5.

Figuur 3-2 Doorsnede principeprofiel vistrede en referentiefoto van vistrap in Voorste Stroom

11 januari 2021

O-PPWW BEEKERLOOP

BG4619_T&P_RP_2101081625

12

Projectgerelateerd

Tabel 3-5 Uitgangspunten en berekening van het aantal vistredes en bijbehorende bodemhoogte van de tredes

Laagste stand in m + NAP

Hoogste stand in m +Nap

Verschil in m

22,50

23,39

0,89

Bodemhoogte 21,90

22,70

0,80

Stuwbereik stuw 279G

Vistrede bodemhoogte 1

22,62

2

22,54

3

22,46

4

22,38

5

22,3

Uitgangspunt voor hoogte per vistrap

0,08m

6

22,22

Uitgangspunt voor lengte per vistrap

15 m

7

22,14

Benodigd aantal treden

10 stuks

8

22,06

9

21,98

10

21,9

I. Aanleggen wandelpaden Op diverse plaatsen krijgt de Beekerloop een natuurvriendelijk en/of breder beekprofiel. Om dit ook zichtbaar en beleefbaar te maken voor de bewoners, is het ontwerp van wandelpaden voorzien, zie Bijlage A1. Op de locatie van bij de Koestraat zorgt het wandelpad voor een verbinding tussen het park bij de Vlas via de Beekerloop naar de Koestraat. Bij de Beekerloop bij de Floralaan aan de oostkant, is aan een zijde een twee-fasenprofiel toegepast, zie Figuur 3-3. Daarbij is er een laarzenpad op het lagere plateau gesitueerd. Zo wordt de gelegenheid geboden om nog dichter bij het water te kunnen wandelen.

Figuur 3-3 Eenzijdig twee-fasenprofiel aan de oostzijde van de Floralaan

Bij de herinrichting van de Beekerloop aan de westkant van de Floralaan gaat het huidige pad deels verloren aan de verbreding van het profiel. Het nieuwe wandelpad is volgend aan het beekprofiel en de bestaande bomen. In bijlage A1 zijn de wandelpaden weergegeven.

11 januari 2021

O-PPWW BEEKERLOOP

BG4619_T&P_RP_2101081625

13

Projectgerelateerd

J. Kappen bomen Langs de Floralaan aan de westkant kan meer ruimte gecreëerd worden voor waterberging, maar in de huidige situatie is dit een groenstrook met bomen. Aan de hand van de boomeffect analyse (bijlage A4), is het verbrede profiel voor de Beekerloop ingepast. Op deze manier kunnen de meeste goede en grote bomen blijven staan en een aantal bomen die minder goed van kwaliteit zijn, worden gekapt danwel verplant, zie rode kruisjes in figuur 3-4.

Figuur 3-4 Te kappen bomen langs de Floralaan

K. Planten bomen Tussen de Linnen en de Beekerloop worden 24 bomen aangeplant en aan de oostkant van de Koestraat nog eens 8 bomen. Deze zorgen voor beschaduwing van de beek. Beekbegeleidende beplanting met schaduwwerking op de waterloop vermindert de ontwikkeling van watervegetatie en vermindert de opwarming. Ervaring uit monitoringsonderzoek met continue temperatuursensoren laat zien dat beschaduwde beken in de zomer lagere temperaturen behouden (<25º C). Beschaduwing is een efficiënte manier om de uitbundige groei van algemene soorten water- en oeverplanten te voorkomen. Naast extra beschaduwing draagt beekbegeleidende beplanting (door inval van (dood) hout en in de herfst door bladval) flink bij aan de variatie in stroming en substraat op de bodem. Bomen die direct op de oever staan, hebben de meeste meerwaarde vanwege de overhangende takken (die net boven/in het water hangen) en de doorwortelde oevers (variatie en schuilgelegenheid vissen). Deze factoren hebben een positief effect op de soortensamenstelling van beekfauna en zijn essentieel voor een goede KRW-score (biologische waterkwaliteit).

11 januari 2021

O-PPWW BEEKERLOOP

BG4619_T&P_RP_2101081625

14

Projectgerelateerd

4

Beschikbare gronden

De gronden waarop de maatregelen plaatsvinden zijn in eigendom van waterschap Aa en Maas en gemeente Asten. Het waterschap is met de gemeente Helmond in gesprek om de mogelijkheden voor een natuurvriendelijke oever te verkennen daar waar zij gronden in eigendom hebben. Op het moment van dit schrijven zijn daar (nog) geen concrete afspraken over gemaakt. Het meest bovenstroomse deel waar de Beekerloop op grond van de provincie Noord-Brabant loopt, worden geen maatregelen getroffen. Figuur 4-1 en Figuur 4-2 laat de eigendomssituatie zien.

Figuur 4-1 Kadastrale eigendomssituatie bovenstroomse deel

11 januari 2021

O-PPWW BEEKERLOOP

BG4619_T&P_RP_2101081625

15

Projectgerelateerd

Figuur 4-2 Kadastrale eigendomssituatie benedenstroomse deel

11 januari 2021

O-PPWW BEEKERLOOP

BG4619_T&P_RP_2101081625

16

Projectgerelateerd

5

Effecten van het plan

Om de effectiviteit van alle maatregelen te bepalen is er gebruik gemaakt van twee hydraulische modellen, een voor het stedelijke gebied en een voor het landelijke gebied, zie Figuur 5-1. Voor zowel het stedelijk als landelijk gebied is het effect van de maatregelen bepaald. Hierbij is een situatie gelijk aan die in mei/juni 2016 doorgerekend. Het effect van de maatregelen in het stedelijke gebied is bepaald met een gekoppeld hydraulisch model, hierin zijn het stedelijk watersysteem en het oppervlaktewatersysteem aan elkaar gekoppeld. Het effect van de maatregelen op het landelijk gebied is doorgerekend met een afzonderlijk model, hierin is enkel het oppervlaktewatersysteem meegenomen. Zowel het stedelijk als landelijk gebied zijn getoetst aan de NBW-normen en voldoen na realisatie van de maatregelen. Meer informatie over de modelopzet, gebruikte randvoorwaarden en aannames kunt u vinden in Bijlage A3. Voor het overlappende gedeelte dient er naar de resultaten in het landelijke model gekeken te worden, hierin zijn namelijk benedenstroomse wijzigingen wel meegenomen, waar deze in het stedelijke model ontbreken.

Figuur 5-1 Overzicht landelijk en stedelijk model

5.1

Stedelijk effect

In het stedelijk gebied neemt op alle locaties rondom de Beekerloop zowel de piekwaterstand als de piekduur af. Gemiddeld neemt de piekwaterstand met zo’n 20-30 centimeter af en de waterstanden zakken na de piek veel sneller weg. De duur van de piek wordt t.o.v. de referentiesituatie gemiddeld met meer dan 6 uur (+-60%) verkort. Door de lagere waterstanden in de Beekerloop kan de riolering meer en sneller water kwijt en dit komt terug in de afname van het ‘water op straat beeld’, zie Figuur 5-2 en Figuur 5-3. De piekwaterstand op straat neemt op meeste locaties met meer dan 10 centimeter af. Daarnaast zakt het water veel sneller weg, waardoor de duur van water op straat veel korter is.

11 januari 2021

O-PPWW BEEKERLOOP

BG4619_T&P_RP_2101081625

17

Projectgerelateerd

De afname verschilt per locatie, vooral rond de Plutostraat en het industriegebied Bonksel is er een afname te zien in zowel de waterdiepte op straat en de tijdsduur. Rond de Meteoorstraat is de afname van water op straat gering en is vooral de duur van water op straat korter. Kortom, door de maatregelen vindt er geen of minder peilstijging in Beekerloop plaats bij extreme/hevige neerslag. Hierdoor staat er minder water op straat. Op de locaties waar wel water op straat staat, is de waterstand minder hoog en van kortere duur. De maatregelen hebben dus een positief effectief in het vergroten van de afvoercapaciteit van de Beekerloop en daardoor een positief effect op het water op straat. Het is ook duidelijk dat het aanpassen van de Beekerloop niet alle wateroverlast die ontstaat bij een bui als die van 2016 volledig gaat verhelpen, maar de maatregelen zorgen er wel voor dat de situatie overal verbetert. Op geen enkele locatie zal de situatie verslechteren. Een uitgebreidere effectbeschrijving is opgenomen in bijlage A3.

Figuur 5-2 Verschilkaart inundatiediepte huidige en beoogde situatie (deze afbeelding geeft het verschil in inundatiediepte tussen de huidige en de beoogde situatie weer; bv. de blauwe vlakken geven een afname van de waterdiepte met 0,5 m weer)

11 januari 2021

O-PPWW BEEKERLOOP

BG4619_T&P_RP_2101081625

18

Projectgerelateerd

Figuur 5-3 Verschilkaart overstromingsomvang huidige en beoogde situatie (blauwe en oranje vlakken samen geven de overstromingsomvang in de huidige situatie weer. Enkel de blauwe vlakken laten de overstromingsomvang na realisatie van de maatregelen zien)

5.2

Landelijk effect

Door het vergroten van de afvoercapaciteit van de Beekerloop in het stedelijke gebied zal de afvoergolf benedenstrooms groter zijn. Om afwenteling te voorkomen zijn benedenstrooms in het landelijk gebied tot aan waterbergingsgebied ook maatregelen getroffen, zoals het automatiseren van alle stuwen en het vergroten van duikers. Hierdoor wordt ook in landelijk gebied de afvoercapaciteit vergroot en kan de afvoergolf veilig door dit gebied heen. De waterstanden in het landelijk gebied nemen door deze maatregelen dan ook af, gedurende de gehele piek is er een afname te zien. De piekwaterstand neemt gemiddeld af met 0 tot 50 cm, afhankelijk van de locatie. Inundaties langs de Beekerloop in het landelijk gebied nemen hierdoor ook af. De gemiddelde inundatiediepte is 10 cm lager dan in de referentie situatie, zie Figuur 5-4. Een uitgebreidere effectbeschrijving is opgenomen in bijlage A3.

11 januari 2021

O-PPWW BEEKERLOOP

BG4619_T&P_RP_2101081625

19

Projectgerelateerd

Figuur 5-4 Verschilkaart inundatiediepte huidige en beoogde situatie (deze afbeelding geeft het verschil in inundatiediepte tussen de huidige en de beoogde situatie in landelijk gebied weer; bv. de gele vlakken geven een afname van de waterdiepte met 0,01 tot 0,1 m weer)

11 januari 2021

O-PPWW BEEKERLOOP

BG4619_T&P_RP_2101081625

20

Projectgerelateerd

6

Wijze waarop het werk wordt uitgevoerd

Technische uitvoering De werkzaamheden binnen dit project bestaan grotendeels uit grondverzet; het graven, dempen en profileren van watergangen en het verwijderen en aanbrengen van kunstwerken. Gedurende de uitvoering dient de werkwijze zo goed als mogelijk te worden afgestemd op het terrein en de weersomstandigheden. Doel hiervan is schade aan de bodem (door spoorvorming en bodemverdichting) en bomen te voorkomen. Waar nodig worden rijplaten en boombeschermende maatregelen toegepast om schade te voorkomen, ook wat betreft de aan- en afvoerroutes. Daarnaast wordt voorafgaand van en tijdens de uitvoering met de omgeving gecommuniceerd (o.a. over voortgang en bereikbaarheid).

Planning, werkvolgorde en bouwlogistiek Voordat met de uitvoering gestart kan worden, is nadere informatie nodig met betrekking tot detailplanning, werkvolgorde, fasering en dergelijke. De nadere uitwerking van deze details vindt in de bestekfase plaats op basis van dit Projectplan Waterwet en de vergunningen. Met een bestek of werkomschrijving wordt de resultaatverplichting voor de uitvoerende partij vastgelegd. Naast een detailbeschrijving van de maatregelen, wordt hierin ook sturing gegeven aan de wijze waarop de uitvoering dient te verlopen. Hierbij moet gedacht worden aan uitvoeringsperioden, aan- en afvoerroutes, wegafsluitingen, omleidingsroutes, werktijden, stopmomenten en andere activiteiten rondom het plangebied.

Uitvoeringsvoorwaarden De voorwaarden die het bevoegd gezag en/of eigenaren koppelen aan de vergunning, ontheffingen of toestemming worden door waterschap Aa en Maas opgenomen in het bestek en zullen bij de uitvoering worden nageleefd. Betreding van percelen van derden en het eventueel vergoeden van aangebrachte schade aan deze terreinen of daarop groeiende gewassen wordt hierin meegenomen.

Duurzaamheid Tijdens de uitvoering wordt geprobeerd de uitstoot van stikstof te beperken door de inzet van duurzaam materieel en efficiënte werkmethoden. Tijdens de aanbestedingsprocedure is duurzaamheid een belangrijk thema. Hierbij moet worden gedacht aan duurzaam grondverzet, gebruik van duurzame materialen en mogelijk het gebruik van zonne-energie voor automatische stuwen. In de volgende fase waarin de maatregelen worden gedetailleerd richting een uitvoeringscontract, zal een nadere uitwerking plaatsvinden van onder meer de keuze voor duurzame materialen en materieel.

11 januari 2021

O-PPWW BEEKERLOOP

BG4619_T&P_RP_2101081625

21

Projectgerelateerd

7

Beperken van de nadelige gevolgen

7.1

Beperken van de nadelige gevolgen van het plan

De aanleiding van dit Projectplan Waterwet is juist wateroverlast en schade die in de huidige situatie kan voorkomen, in de toekomst te voorkomen. Maatregelen zoals het vervangen en vergroten van de duikers en het maken van ruimte voor het water door het verbreden van de watergang, dragen hieraan bij. Na uitvoering zal er worden gemonitord of de maatregelen afdoende zijn om schade en overlast te verminderen.

7.2

Beperken nadelige gevolgen van de uitvoering

In deze paragraaf worden de maatregelen beschreven ter voorkoming, ongedaan maken of beperken van mogelijke tijdelijke nadelige gevolgen van de uitvoering. Waterschap Aa en Maas en gemeente Asten streven ernaar de nadelige gevolgen door de uitvoering van het werk tot een minimum te beperken. In eerste plaats ziet het toestemmingsstelsel met uitvoeringsvoorwaarden in vergunningen en ontheffingen daarop toe. Desondanks is het onontkoombaar dat er gedurende de uitvoeringsperiode sprake zal zijn van hinder. De volgende soorten hinder kunnen optreden tijdens de uitvoering: • Geluidsoverlast; • Verkeershinder en een beperkte bereikbaarheid; • Stofhinder; • Schade aan de ondergrond; • Wateroverlast en/of watertekort. Verder kunnen in het gebied effecten optreden op: • Flora en fauna; • Archeologie.

7.2.1

Hinder

Geluidsoverlast Voor de geluidproductie gelden er bindende voorschriften tijdens de uitvoering. Echter, deze voorschriften behoeden mens en dier maar ten dele voor geluidhinder. Het waterschap ziet er daarom bij de contractvorming op toe dat de aannemers bij de routing van het noodzakelijke grondtransport, rekening houden met de locatie van woningen, vogelrustgebieden en recreatiezones in het gebied. Verkeersoverlast en beperking bereikbaarheid De uitvoering van dit werk zal een tijdelijke toename van het aantal lokale verkeersbewegingen tot gevolg hebben. Door het dwingend voorschrijven van transportroutes zal het waterschap verkeershinder beperken. Speciale aandacht daarbij verdient het aspect verkeersveiligheid voor het langzaam verkeer. Stofhinder Bij grondverzetprojecten is er in droge periodes een aanzienlijke kans op stofhinder. Grond die van de banden op rijplaten terecht komt, droogt op en kan vervolgens gaan stuiven. Dit hinderaspect is eenvoudig beheersbaar door transportroutes voldoende (nat en) schoon te houden. Het waterschap ziet er daarom bij de contractvorming op toe dat de aannemer de nodige maatregelen zal treffen.

11 januari 2021

O-PPWW BEEKERLOOP

BG4619_T&P_RP_2101081625

22

Projectgerelateerd

Schade aan ondergrond De bereikbaarheid van de grondwerkzaamheden geeft een risico op verdichten van de ondergrond. Het voorkomen van economische en ecologische schade aan gronden door het juist kiezen van transportroutes, werkzones en het treffen van de juiste voorzorgmaatregelen (bijv. rijplaten), is voor het waterschap een aandachtspunt bij de gunning van de uitvoering. Wateroverlast en watertekorten Het waterschap stelt als uitvoeringsvoorwaarde aan het werk dat de lokale waterhuishouding te allen tijde goed blijft functioneren.

7.2.2

Effecten in het gebied

Flora en Fauna Wanneer buiten het broedseizoen wordt gewerkt, zijn negatieve effecten op beschermde soorten op voorhand uitgesloten. Dit betekent dat de voorgenomen activiteit buiten de periode van 15 maart tot augustus uitgevoerd zal moeten worden. Of dat de werkzaamheden voor het broedseizoen gestart dienen te worden waardoor broedvogels een andere broedplek zoeken en er geen verstoring optreedt. Alleen dan is een overtreding van de verbodsbepalingen in het kader de Wnb te voorkomen en is aanvraag van een ontheffing in het kader van de Wnb niet noodzakelijk. Bij het uitvoeren van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de geldende Gedragscode flora en fauna. De voorgenomen activiteit zal door de herinrichting van de beek met natuurvriendelijke oevers en vispassages in de eindsituatie een verbetering van het biotoop voor vissen en amfibieën te weegbrengen. Ter voorkoming van mogelijk onbedoeld doden van algemeen voorkomende amfibieën en vissen wordt geadviseerd: • de werkzaamheden voor het dempen van de huidige beek gefaseerd, in één richting en buiten de voortplantingsperiode van de amfibieën uit te voeren (half maart tot half september). Zo wordt zo goed mogelijk rekening gehouden met eventueel aanwezige amfibieën en vissen, die zo de kans krijgen om de omliggende niet verstoorde tracédelen te bereiken.

7.3

Financieel nadelige gevolgen

Als gevolg van dit Projectplan Waterwet is geen financiële schade voorzien die de uitvoering van het project in de weg staat. Indien een belanghebbende ten gevolge van dit besluit toch schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven en ten aanzien waarvan de vergoeding niet of niet voldoende anderszins is verzekerd, kan op grond van artikel 7.14 van de Waterwet een verzoek om nadeelcompensatie worden ingediend. Voor de wijze van indiening van een dergelijk verzoek en voor de procedure wordt verwezen naar de Verordening nadeelcompensatie Aa en Maas. Op de website van waterschap Aa en Maas is informatie over nadeelcompensatie te vinden. Weblinks ten aanzien van nadeelcompensatie: • Verordening nadeelcompensatie waterschap Aa en Maas • Schadevergoedingsregeling voor baggeren en herprofileren • Schadeclaim indienen

11 januari 2021

O-PPWW BEEKERLOOP

BG4619_T&P_RP_2101081625

23

Projectgerelateerd

8

Legger, beheer en onderhoud

In deze paragraaf zijn wijzigingen in de legger en het beheer- en onderhoud beschreven. Daarnaast is beschreven hoe hydrologische situatie na uitvoering van de maatregelen dient te worden gemonitord

8.1

Legger

Naar aanleiding van dit Projectplan Waterwet worden enkele waterstaatwerken gewijzigd of nieuw aangebracht. Waterschap Aa en Maas meet na uitvoering de gerealiseerde of gewijzigde waterstaatswerken in. Vervolgens worden gegevens als ligging, vorm, afmeting, functionele eisen en voorwaarden voor onderhoud digitaal in de legger vastgelegd conform het legger besluit. Dit heeft alleen betrekking op wijzigingen in A- en B-watergangen. De te wijzigen waterstaatswerken voor dit Projectplan Waterwet zijn weergegeven in Tabel 8-1. Tabel 8-1 Overzicht te wijzigen waterstaatswerken

Nr.

Type wijziging

Maatregel PPWW

Aard van de wijziging

Gevolgen in legger

Verwijderen, aanleggen, wijzigen waterstaatskundig object 1.

Watergangen (ligging en dwarsprofielen)

2.

Waterbergingsgebied (gestuurd, natuurlijk, Afgraven, verlagen maaiveld meestromend, met ligging en dwarsprofiel)

3.

4.

A

Nieuwe ligging en dwarsprofielen opnemen

A

Ligging opnemen

Vervangen stuwen door de Witvispassages

F/G

Ligging en afmetingen nieuwe peilregulerende kunstwerken opnemen

Aanbrengen vistrap

H

Ligging en afmetingen opnemen

Aanbrengen duikers

E

Ligging en afmeting opnemen.

Overige kunstwerken (duiker) Vervangen duikers

C

Ligging en afmeting nieuwe duikers opnemen, oude verwijderen.

Verwijderen duikers

D

Ligging en afmeting verwijderen.

B.

Aanpassen in legger

Verbreden en optimaliseren profiel Beekerloop

Peilregulerend kunstwerk

Overige wijzigingen (niet zijnde waterstaatswerk) 5.

8.2

Profiel van vrije ruimte (strook van 5meter)

Profiel van vrije volgt de nieuwe situatie van de Beekerloop, zie bijlage A1.5

Beheer en onderhoud

Het onderhoud wordt aangepast aan de maatregelen en de nieuwe situatie. Dit wordt opgenomen in een nog op te stellen Beheer- en Onderhoudsrichtlijn (BOR). Hierin wordt aangegeven hoe hier invulling aan wordt gegeven. Bij het beheer van de watergangen wordt onderscheid gemaakt in: • A-watergangen; Onderhoud aan A-watergangen is de verantwoordelijkheid van waterschap Aa en Maas. • B-watergangen: Onderhoud aan de B-watergangen is de verantwoordelijkheid voor de aanliggende grondeigenaren. • C- Watergangen; Bij C- watergangen is het onderhoud de verantwoordelijkheid voor de aanliggende grondeigenaren.

11 januari 2021

O-PPWW BEEKERLOOP

BG4619_T&P_RP_2101081625

24

Projectgerelateerd

Enkel daar waar binnen dit projectplan het profiel van de Beekerloop wordt gewijzigd, wordt het beheer en onderhoud toekomstbestendig ingericht. In bijlage A1 zijn op tekening ‘BG4619-TE-DO-0203 Onderhoudspaden’ de huidige en toekomstige onderhoudspaden weergegeven.

8.3

Monitoring

In de huidige situatie zijn de stuwen statisch in de Beekerloop, dat wil zeggen dat ze op een streefpeilzijn ingesteld en handmatig bediend worden. In de nieuwe situatie worden de huidige stuwen 279A t/m 279E geautomatiseerd. Het voordeel hiervan is dat het dynamisch gestuurd kan worden, zodat bij metingen van hoge waterpeilen in de beek bij extreem natte situaties, de stuwen daar automatisch op reageren. Het watersysteem is op deze manier beter te beheersen en te reguleren.

11 januari 2021

O-PPWW BEEKERLOOP

BG4619_T&P_RP_2101081625

25

Projectgerelateerd

9

Samenwerking

Het project “Herinrichting Beekerloop” wordt uitgevoerd door waterschap Aa en Maas. Het ontwerp is in samenwerking met de gemeente Asten tot stand gekomen. Deze partijen staan achter de herinrichting van het plangebied zoals beschreven in dit Projectplan Waterwet en hebben gezamenlijk afspraken gemaakt voor ontwerp, uitvoering en beheer van het gebied. De Beekerloop stroomt niet uitsluitend op grond van het Waterschap, maar voor een groot deel ook op grond van de gemeente Asten, Rijkswaterstaat en de provincie en ontwikkelaars. De meeste afstemming heeft plaats tussen waterschap Aa en Maas en de gemeente Asten. Rijkswaterstaat, provincie en ontwikkelaars zijn tijdens dit proces meegenomen en op de hoogte gehouden.

11 januari 2021

O-PPWW BEEKERLOOP

BG4619_T&P_RP_2101081625

26

Projectgerelateerd

DEEL II – VERANTWOORDING 10

Verantwoording op basis van wet- en regelgeving

Het Projectplan Waterwet “Herinrichting Beekerloop” dient te voldoen aan de vigerende wet- en regelgeving en dient te passen binnen de beleidskaders op alle niveaus. In voorliggend Deel II is het Projectplan Waterwet dan ook getoetst aan de relevante wet- en regelgeving. Daarbij is steeds de relatie van het Projectplan Waterwet met de relevante wet- en regelgeving aangegeven. Naast de wet- en regelgeving dient het Projectplan Waterwet te passen binnen het vastgestelde waterbeleid op nationaal, regionaal en lokaal niveau.

10.1

Waterwet

Als een waterschap een waterstaatswerk wil aanleggen of wijzigen, dient op grond artikel 5.4 Waterwet een projectplan te worden vastgesteld, met daarin een beschrijving van het werk en de wijze waarop dat zal worden uitgevoerd en een beschrijving van de voorzieningen om nadelige gevolgen van de uitvoering van het werk ongedaan te maken of te beperken. Het werk dient bij te dragen aan de doelstellingen van de Waterwet waaronder voorkoming en waar nodig beperking van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, in samenhang met bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen en vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen (artikel 2.1). In dit geval wordt voor alle werkzaamheden in het beheersgebied van waterschap Aa en Maas voor het project de Beekerloop een Projectplan Waterwet opgesteld.

10.2

Voormalige verordening water (opgenomen in Interim omgevingsverordening)

In de Interim omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant zijn regels opgenomen voor het waterbeheer. Dit wordt uitgevoerd door de waterschappen. Het waterschap is belast met het beheer van het watersysteem, gelet op de taakomschrijving in artikel 2 van het reglement van het betreffende waterschap op grond van de Waterschapswet. Zo zijn er normen gesteld voor de regionale waterkeringen en voor wateroverlast. De waterschappen moeten ervoor zorgen dat de keringen en de capaciteit van het watersysteem hieraan voldoen. Ook zijn in de verordening voorschriften opgenomen voor de grondwateronttrekkingen waarvoor de provincie het bevoegd gezag is. Om te borgen dat keringen en (aangepaste) waterlopen aan de normen blijven voldoen worden de debieten van de waterlopen niet verhoogd terwijl de dimensionering in elk geval gelijk blijft of plaatselijk wordt vergroot, zie daarvoor ook de hydrologische onderbouwing. Daarmee voldoet het plan aan de normen die voortvloeien uit de Interim omgevingsverordening.

10.3

Wet natuurbescherming

De nieuwe Wet natuurbescherming heeft vanaf 1 januari 2017 drie wetten vervangen: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. Doel van de Wet natuurbescherming is drieledig: 1) bescherming van de biodiversiteit in Nederland, 2) decentralisatie van verantwoordelijkheden en 3) vereenvoudiging van regels. De bescherming van de natuur is in Nederland onderverdeeld in gebiedsbescherming en soortbescherming. Soort- en gebiedsbescherming worden geborgd via de Wet natuurbescherming. Waar de Flora- en faunawet uitgaat van drie beschermingsniveaus, verdeelt de Wet natuurbescherming beschermde soorten in twee groepen: 1. Strikt beschermde soorten waaronder soorten uit de Vogel- en Habitatrichtlijn; 2. Andere soorten, bijvoorbeeld uit de Rode Lijst.

11 januari 2021

O-PPWW BEEKERLOOP

BG4619_T&P_RP_2101081625

27

Projectgerelateerd

10.4

Monumentenwet

Op grond van de huidige Monumentenwet zijn gemeenten verantwoordelijk voor de omgang met archeologische waarden binnen het eigen gemeentelijk grondgebied. Voor het Projectplan Waterwet “Herinrichting Beekerloop” dient de betrokken gemeente Asten vast te stellen of voldoende rekening is gehouden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische resten. Conform de gestelde regelgeving in de Monumentenwet stelt het waterschap een Programma van Eisen op voor de geplande graafwerkzaamheden, met als doel zoveel mogelijk archeologische waarden in situ te behouden.

10.5

Wet algemene bepalingen Omgevingsrecht

Sinds 1 oktober 2010 is de wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) ingevoerd. Alle vergunningen en meldingen die worden ingediend ten bate van dit project zijn weergegeven in de paragraaf benodigde vergunningen en meldingen. In de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht 2010 (Wabo) zijn wetten en regels op het gebied van de fysieke leefomgeving vastgelegd. Onderdeel van deze wet is de omgevingsvergunning, dit is één geïntegreerde vergunning voor bouwen, wonen, monumenten, ruimte, natuur en milieu (voorheen geregeld met onder andere de bouwvergunning, milieuvergunning, gebruiksvergunning, aanlegvergunning en de kapvergunning). In artikel 5.10 van de Waterwet is bepaald dat voor de uitvoering van het Projectplan Waterwet geen omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wabo vereist is.

10.6

Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten (WION)

De Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten (WION), ook bekend als de Grondroerdersregeling, is op 1 juli 2008 in werking getreden. Hierin zijn afspraken vastgelegd om graafschade aan kabels en leidingen te voorkomen. Als voorbereiding hierop heeft Royal HaskoningDHV een oriëntatiemelding (Oriënterende KLIC-melding, zie tekening “BG4619-TE-DO-4301-Kabels en leidingen” van bijlage A1) uitgevoerd. De conclusie is dat er in het plangebied kabels en leidingen voorkomen die invloed kunnen hebben op de uitvoering. De aannemer zal voorafgaand aan de start van de grondwerkzaamheden een graafmelding doen. Ter plaatse van het verplaatsen en vergroten van de duikers op kruisingen, is het zeer waarschijnlijk dat de benodigde duikers leidingtracés kruisen. Hiervoor is nadere afstemming met de leidingbeheerders noodzakelijk.

10.7

Wet bodembescherming

De Wet bodembescherming (Wbb) bevat de voorwaarden die verbonden worden aan het verrichten van handelingen in of op de bodem. De wet heeft alleen betrekking op landbodems. Primair komt bescherming en sanering in de wet aan bod. Met betrekking tot bodembescherming bestaat de wet uit een regeling waarin de (zorg)plicht voor veroorzakers is opgenomen. Op ieder die op of in de bodem handelingen als bedoeld in de artikelen 6 t/m 11 Wbb verricht, rust de verplichting om te zorgen dat door die handelingen de bodem niet wordt verontreinigd. Als er toch een verontreiniging optreedt moet men maatregelen nemen om de verontreiniging zoveel mogelijk ongedaan te maken.

11 januari 2021

O-PPWW BEEKERLOOP

BG4619_T&P_RP_2101081625

28

Projectgerelateerd

Deze zorgplichtbepaling verplicht bij (dreigende) bodemverontreiniging, dus ook van het grondwater, tot het nemen van alle maatregelen die redelijkerwijs kunnen worden gevergd. De zorgplicht geldt alleen voor zogenaamde 'nieuwe' bodemverontreinigingen. Dit zijn bodemverontreinigingen die op of na 1 januari 1987 zijn ontstaan. De zorgplicht is van toepassing op degene die op of in de bodem handelingen verricht als bedoeld in de artikelen 6 tot en met 11 Wbb. Andere handelingen vallen niet onder de zorgplicht van artikel 13 Wbb. De handelingen die er wel onder vallen zijn: • Het laten van stoffen op of in de bodem; • Het beïnvloeden van de bodemstructuur of de -kwaliteit; • Het uitvoeren van werken; • Het transporteren van stoffen die de bodem kunnen verontreinigen; • Handelingen die het bovenstaande als nevengevolg hebben; • Handelingen die leiden tot erosie, verdichting of verzilting; Bevoegd gezag voor de toepassing van de zorgplicht is het bevoegd gezag Wbb. Dit zijn Gedeputeerde Staten en daartoe aangewezen bevoegd gezag gemeenten, in dit geval de gemeente Asten (art. 88 Wbb). Voor handhaving van de zorgplicht daarentegen zijn B&W, Gedeputeerde Staten en de Minister van Infrastructuur en Milieu bevoegd (art. 95 Wbb).

De opgave van de Beekerloop bestaat uit het nemen van nader uit te werken maatregelen waarvoor mogelijk grondverzet in land- en waterbodem noodzakelijk zal zijn. Om een eerste inzicht te verkrijgen of de kwaliteit van de (water)bodem ter plaatse een belemmering kan vormen bij een eventuele herinrichting van de Beekerloop in de kern van Asten, is milieuhygiënisch vooronderzoek uitgevoerd, zie bijlage A5. Aan de hand van het vooronderzoek worden de volgende aanbevelingen gedaan: • Indien in het kader van het project Beekerloop, ter plaatse van deel 2 van het projectgebied bij het nemen van maatregelen, grondverzet zal plaatsvinden dient (ver)nieuw(d) land- en waterbodemonderzoek uitgevoerd moeten worden, conform de geldende richtlijnen. De aard en omvang van het uit te voeren onderzoek zal afgestemd moeten worden op de voorziene werkzaamheden ter plaatse (onder andere de diepte van het grondverzet). Wanneer er maatregelen in de oevers worden genomen dient er rekening gehouden de worden met de aanwezigheid van puin en de asbestverdachtheid van het puin. • PFAS in de bodem Op 8 juli 2019 is het “Tijdelijke Handelingskader PFAS” (Per- en PolyFluorAlkylStoffen) geïntroduceerd met gevolg dat er momenteel veel te doen is over PFAS in de bodem. PFAS is een groep stoffen behorend tot de categorie “Zeer Zorgwekkende Stoffen”.

Deze blijken in de bodem aanwezig te kunnen zijn, doordat met name industrie de stoffen uitstoot naar de lucht en/of loost op het water. Voor PFAS zijn nog geen wettelijk vastgestelde bodemnormen, zoals dat bijvoorbeeld wel het geval is voor andere stoffen als zware metalen of minerale olie. Om tijdelijke normen voor PFAS vast te leggen heeft de minister het Tijdelijke Handelingskader PFAS opgesteld. De tijdelijke normen van PFAS hebben betrekking op hergebruik van grond en baggerspecie. Als vrijkomende grond of baggerspecie toegepast of afgevoerd dient te worden, kan de aanwezigheid van PFAS tot een beperking van de hergebruiksmogelijkheden of tot stagnatie leiden. Van diverse acceptanten van grond en baggerspecie hebben wij bericht ontvangen dat zij per direct geen verontreinigde grond en baggerspecie meer accepteren, waarin PFAS aanwezig kan zijn. Dit houdt in dat de PFAS concentraties in de grond en/of baggerspecie inzichtelijk dienen te zijn bij eventuele afvoer van grond en/of baggerspecie. Indien PFAS aanwezig is, heeft dit materiaal wellicht geen afzetmogelijkheden.

11 januari 2021

O-PPWW BEEKERLOOP

BG4619_T&P_RP_2101081625

29

Projectgerelateerd

Op dit moment en naar verwachting ook in de toekomst zijn er namelijk maar weinig en beperkte hergebruiksmogelijkheden voor PFAS-houdende grond en baggerspecie. Onderzoek naar PFAS heeft binnen het projectgebied nog niet plaatsgevonden. Op basis van de voorgenomen werkzaamheden dient te worden bepaald of onderzoek naar de aanwezigheid van PFAS noodzakelijk is.

11 januari 2021

O-PPWW BEEKERLOOP

BG4619_T&P_RP_2101081625

30

Projectgerelateerd

11

Verantwoording op basis van beleid

11.1

Nationaal beleid

11.1.1 Nationaal bestuursakkoord Water Op 2 juli 2003 is het Nationaal Bestuursakkoord Water (NWB) getekend. De inmiddels bekende slogan ‘Nederland leeft met water’ dateert uit deze periode. Het akkoord is in 2008 geactualiseerd en de afspraken zijn herbevestigd. In 2018 zijn er aanvullende afspraken gemaakt. Het akkoord is een overeenkomst tussen het Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten om waterproblematiek in heel Nederland aan te pakken. Het doel van dit akkoord is om de waterhuishouding in Nederland op orde te hebben en te houden anticiperend op klimaatverandering. In het akkoord zijn basisnormen afgesproken over de frequentie waarbij terreinen, afhankelijk van het grondgebruik, mogen overstromen (zie Tabel 11-1). Normklasse gerelateerd aan

Basisnormen

grondgebruikstype

[1/jr]

Natuur

Geen

Grasland

1/10

Akkerbouw

1/25

Hoogwaardige land- en tuinbouw

1/50

Glastuinbouw

1/50

Bebouwd gebied

1/100

Tabel 11-1 Basisnormen Nationaal Bestuursakkoord Water

Binnen het beheergebied van waterschap Aa en Maas gelden in de beekdalen geen beschermingsnormen voor grasland, akkerbouw en hoogwaardige land- en tuinbouw. Eén van de belangrijkste afspraken in het bestuursakkoord is dat wateroverlast binnen de bebouwde kom moet worden beperkt tot een gebeurtenis die met een kans van eens in de 100 jaar voorkomt. Deze bescherming geldt voor de aanwezige bebouwing en wegen, maar niet voor de binnen de bebouwde kom gelegen sportvelden en parken. Maatregelen uit dit Projectplan Waterwet dragen bij aan de doelstelling uit het Nationaal Bestuursakkoord water door onder andere het verbeteren van de waterkwaliteit (beschaduwing en hout in de beek) en zowel het tegengaan van wateroverlast en verdroging in het gebied. Met de maatregelen is ook geanticipeerd op klimaatverandering en autonome ontwikkelingen in het projectgebied.

11.1.2 Kaderrichtlijn water In de Kaderrichtlijn Water geeft de Europese Unie regels voor de bescherming van het oppervlaktewater en het grondwater. De lidstaten van de Europese Unie zijn verplicht deze regels op te nemen in hun wetgeving. In het kader van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) zijn stroomgebiedsbeheerplannen opgesteld. Hierin zijn beschrijvingen, doelen en maatregelen voor de watersystemen opgenomen. De doelen voor het oppervlaktewater hebben hierbij zowel een chemische en een ecologische component.

11 januari 2021

O-PPWW BEEKERLOOP

BG4619_T&P_RP_2101081625

31

Projectgerelateerd

De Beekerloop maakt onderdeel uit van het KRW-stroomgebiedsbeheerplan Maas. Maatregelen uit dit Projectplan Waterwet dragen bij aan de gewenste situatie uit de KRW voor de Beekerloop. De herinrichting van de Beekerloop draagt in zijn geheel bij aan de gestelde doelen, o.a. het verbeteren van de stroomsnelheid en waterkwaliteit.

11.1.3 Nationaal waterplan (2016-2021) Onder andere de volgende ambities zijn beschreven in het Nationaal Waterplan (p.7, p.15, en p.12): “Dit nieuwe Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Het kabinet speelt proactief in op de verwachte klimaatveranderingen op lange termijn, om overstromingen te voorkomen. Binnen de planperiode gaan realistische maatregelen in uitvoering die een antwoord bieden op de opgaven voor de korte termijn en voldoende mogelijkheden openlaten om op langere termijn verdere stappen te zetten.” (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, 2015) “Het kabinet hanteert vooruitstrevend waterveiligheidsbeleid. Uitgangspunt is dat iedereen in Nederland hetzelfde basisbeschermingsniveau krijgt. Plaatsen waar veel slachtoffers kunnen vallen of grote economische schade kan ontstaan, krijgen extra bescherming. Deze locaties zijn bepaald met kostenbatenanalyses en analyses van het groepsrisico. Ook plaatsen waar vitale infrastructuur staat, krijgen extra bescherming. De normen krijgen een andere vorm (een overstromingskans) en een nieuwe hoogte.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=c0eb770d-9d97-49e1-bf55-bbc82e925ea6