CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

RU21.02.05B Rapport Blg G v1.pdf

Raadscommissie Ruimte 23 februari 2021, gemeente AstenBij agendapunt: Omgevingsvergunning Gevlochtsebaan 6 (vvgb) (adviserend)9.051 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ruimtelijke onderbouwing AGRI-PV Gevlochtsebaan, Heusden Gemeente Asten

samen onze omgeving creëren VCA* Systeemcertificaat EC-VCA-10362 heeft betrekking op het uitvoeren van veldwerk bodem, landmeten en direct toezicht op werken.

AGEL adviseurs 2020 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook zonder voorgaande toestemming van AGEL adviseurs, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.

Projectdossier Titel

:

Ruimtelijke onderbouwing AGRI-PV

:

Gevlochtsebaan te Heusden

Opdrachtgever

:

Agri-PV Heusden b.v

Projectnummer

:

20200483

Versie / status

:

D01

Datum

:

26-11-2020

Opgesteld door

:

Ing. E. Kroes

Gecontroleerd door

:

T.E van Dalen

Akkoord projectcoördinator

:

T.E van Dalen

Paraaf: . . . . . .

AGEL adviseurs Hoevestein 20b

4903 SC Oosterhout 0162 - 456481 info@ageladviseurs.nl www.ageladviseurs.nl

VCA* Systeemcertificaat EC-VCA-10362 heeft betrekking op het uitvoeren van veldwerk bodem, landmeten en direct toezicht op werken. AGEL adviseurs 2020 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook zonder voorgaande toestemming van AGEL adviseurs, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.

A G E L adviseurs

ruimte infra bouw milieu

Inhoudsopgave 1

2

3

4

5

INLEIDING ................................................................................................................... 1 1.1

Aanleiding .................................................................................................................. 1

1.2

Ligging plangebied ...................................................................................................... 1

1.3

Planologisch kader ...................................................................................................... 2

1.4

Leeswijzer .................................................................................................................. 3

PLANBESCHRIJVING .................................................................................................... 4 2.1

Bestaande situatie ...................................................................................................... 4

2.2

Toekomstige situatie ................................................................................................... 6

BELEID ......................................................................................................................... 9 3.1

Rijksbeleid .................................................................................................................. 9

3.2

Provinciaal beleid ...................................................................................................... 11

3.3

Regionale Energie Strategie ....................................................................................... 14

3.4

Gemeentelijk beleid .................................................................................................. 15

OMGEVINGSASPECTEN .............................................................................................. 17 4.1

Bedrijfshinder ........................................................................................................... 17

4.2

Geluid ...................................................................................................................... 18

4.3

Luchtkwaliteit ........................................................................................................... 18

4.4

Mobiliteit .................................................................................................................. 19

4.5

Externe veiligheid ..................................................................................................... 20

4.6

Natuur ..................................................................................................................... 21

4.7

Stikstof .................................................................................................................... 21

4.8

Water ...................................................................................................................... 22

4.9

Archeologie en cultuurhistorie.................................................................................... 23

4.10

Bodem .................................................................................................................. 24

4.11

Overige aspecten ................................................................................................... 24

4.12

MER procedure ...................................................................................................... 24

UITVOERBAARHEID ................................................................................................... 26 5.1

Economische uitvoerbaarheid .................................................................................... 26

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid .............................................................................. 26

Bijlagen BIJLAGE 1, AGEL Adviseurs, Waterplan Agri-PV Gevlochtsebaan, Heusden, D01, d.d. 24 september 2020

1

Inleiding

1.1

Aanleiding Agri-PV Heusden B.V. is voornemens om op de locatie Gevlochtsestraat in Heusden (gemeente Asten), in het glastuinbouwgebied van Asten-Heusden, een teeltondersteunende voorziening met zonnepanelen als gewasbescherming te realiseren. Bijzonder aan dit voornemen is dat in plaats van traditionele schaduwdoeken zonnepanelen geplaatst worden ter bescherming van de gewassen. Hoewel op basis van lopende veldtesten nog een keuze dient te worden gemaakt over de uiteindelijk te kweken gewassen, doet de initiatiefnemer al wel een vergunningsaanvraag voor het project. Een omgevingsvergunning is namelijk een voorwaarde om in aanmerking te komen voor het gebruik van de landelijke SDE++. Deze subsidie is essentieel voor de financiering van het initiatief. Net als veel andere gemeenten heeft ook gemeente Asten de ambitie om in 2050 energieneutraal te zijn. Naast deze energieambitie heeft Asten ook een innovatieve agrarische sector die tevens een verduurzamingsopgave heeft. Technologische ontwikkeling en innovatie zijn daarbij als één van de belangrijke middelen benoemd om die verduurzaming te bereiken. Indien het project vergund wordt zal Asten één van de eerste gemeenten in Nederland zijn waar op commerciële schaal een combinatie van teeltondersteunende voorziening en zonne-energie wordt gerealiseerd.

Op basis van het vigerende bestemmingsplan is de beoogde ontwikkeling niet mogelijk vanwege het dubbele ruimtegebruik met betrekking tot de opwekking van energie in combinatie met teeltactiviteiten. Om de ontwikkeling planologisch mogelijk te maken dient te worden aangetoond dat het plan niet in strijd is met ‘een goede ruimtelijke ordening’. Daarnaast moet aan de geldende (milieu)regelgeving worden voldaan. In de deze ruimtelijke onderbouwing is een verantwoording opgesteld, waaruit blijkt dat door middel van een Wabo-planafwijkingsprocedure (artikel 2.12 lid 1 onder a sub 3 Wabo) afwijken van het vigerend bestemmingsplan acceptabel is.

1.2

Ligging plangebied De locatie ligt ten oosten van het dorp Heusden in het agrarisch buitengebied van de gemeente Asten. De locatie wordt begrensd aan de noordzijde door de Gevlochtsebaan en de oostzijde door de Kemphaanweg. De zuid- en westzijde worden begrensd door agrarische percelen.

20200483 | Gevlochtsebaan Heusden Ruimtelijke onderbouwing

|1

Figuur 1.1 Luchtfoto plangebied

Het plangebied betreft een deel van het perceel kadastraal bekend als gemeente Asten sectie P, nummer 360. Het totale kadastrale perceel heeft een totale oppervlakte van 104.900 m2, het projectgebied betreft een deel daarvan met een oppervlakte van circa 96.400 m2. 1.3

Planologisch kader Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Buitengebied Asten 2016’ dat op 07 augustus 2019 is vastgesteld. Onderstaande afbeelding toont een uitsnede van de verbeelding.

20200483 | Gevlochtsebaan Heusden Ruimtelijke onderbouwing

|2

Figuur 1.2: Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan, aanduiding plangebied met rode omlijning; bron: www.ruimtelijkeplannen.nl).

Het plangebied heeft in dit bestemmingsplan de bestemming ‘Agrarisch – Glastuinbouwgebied 1’. Daarnaast bevat het perceel de gebiedsaanduidingen ‘overige zone – concentratiegebied glastuinbouw’ en ‘overige zone – urgentiegebied’. De gronden zijn bestemd voor agrarische bedrijfsdoeleinden uitsluitend ten behoeve van glastuinbouwbedrijven alsmede teelt in de open grond en/of agrarisch grondgebruik. De gronden zijn tevens bedoelt voor de daarbij behorende groenvoorziening, nutsvoorzieningen, tuinen, erven en verharding, parkeervoorziening en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder regenwaterpiekopvang en infiltratievoorzieningen Deze bestemmingen staan het oprichten van teeltondersteunende voorzieningen met zonnepanelen als gewasbescherming en het gebruik van de gronden voor een dergelijke voorziening toe. De beoogde ontwikkelingen passen niet binnen het vigerende planologische kader voor wat betreft het dubbele ruimtegebruik met betrekking tot de opwekking van energie in combinatie met teeltactiviteiten, waardoor een ruimtelijke procedure dient te worden doorlopen. 1.4

Leeswijzer In hoofdstuk 2 van deze ruimtelijke onderbouwing is de huidige situatie beschreven en is ingegaan op de inpasbaarheid van het initiatief. De relevante beleidskaders zijn beschreven in hoofdstuk 3. In het vierde hoofdstuk is ingegaan op diverse omgevingsaspecten en in hoofdstuk 5 is aandacht besteed aan de uitvoerbaarheid. 20200483 | Gevlochtsebaan Heusden Ruimtelijke onderbouwing

|3

2

Planbeschrijving Dit hoofdstuk gaat in op de beoogde ontwikkeling binnen het plangebied. Eerst is de huidige situatie beschreven, daarna wordt ingegaan op de toekomstige situatie.

2.1

Bestaande situatie Het plangebied ligt in het agrarische buitengebied van de dorpskern Heusden. Op een afstand van circa 650 meter ligt de N279. Deze weg vormt een verbinding tussen de steden Helmond en Roermond. In de kern van Heusden zijn een aantal kleinschalige (maatschappelijke) voorzieningen, zoals een buurt supermarkt of een kerk, gelegen. Daarnaast is een recreatief knooppunt aanwezig, waar verschillende sportvoorzieningen zijn geclusterd. Opvallend zijn de agrarische functies rondom de kern van Heusden zijn gesitueerd. De agrarische activiteiten die voorkomen rondom het plangebied zijn divers; (intensieve) veehouderijen worden afgewisseld met akker- en tuinbouwbedrijven. Het plangebied ligt in een concentratiegebied van glastuinbouw, waarbij gebruikt wordt gemaakt van kassen en andere bouwwerken ten behoeve van de teelt van gewassen. Het plangebied is gelegen aan de Gevlochtsebaan, deze weg is een ontsluitingsweg voor de aanliggende woningen en bedrijven. De weg ontsluit uiteindelijk op zowel de Meijelseweg en op de Heesakkerweg. Deze wegen zijn de hoofdontsluitingswegen van het dorp Heusden. Het snelheidsregime op de Gevlochtsebaan bedraagt 60 kilometer per uur. Ten noordoosten van het plangebied ligt de Voordeldonksche Broekloop. Dit is een A-watergang van het waterschap Aa en Maas.

Figuur 2.1:Luchtfoto plangebied en omgeving 20200483 | Gevlochtsebaan Heusden Ruimtelijke onderbouwing

|4

Figuur 2.2: Structuurkaart omgeving Heusden

In ruimtelijk opzicht vormt het plangebied onderdeel van het landelijk gebied van de kern Heusden. Het plangebied ligt redelijk afgelegen. De bebouwing rondom het gebied zijn voornamelijk grootschalige kassen, bedrijfsgebouwen en stallen ten behoeve van de agrarische functies. Daarnaast komen verschillende agrarische bedrijfswoningen voor in het gebied. Op een aantal omliggende percelen is de agrarische functie beëindigd waarna er een woonfunctie voor is teruggekomen. In functionele zin vormt het plangebied een concentratie van agrarische activiteiten. Ten noordwesten en ten zuidwesten van het plangebied zijn deze agrarische activiteiten voornamelijk in de vorm glastuinbouw, terwijl ten noordoosten en ten zuidoosten het meer (intensieve) veehouderijen en landbouw betreft. Het plangebied is op dit moment in gebruik als onbebouwd gecultiveerd glasland. Aan de oostzijde, grenzend aan de Kemphaanweg, is de ontsluiting van het plangebied. Een deel van het perceel is in gebruik als woonfunctie. Het perceel heeft een groene omzoming met diverse bomen en struiken.

20200483 | Gevlochtsebaan Heusden Ruimtelijke onderbouwing

|5

Figuur 2.3: Kaart bestaande situatie plangebied

2.2

Toekomstige situatie In de nieuwe situatie word het plangebied ingericht met twee velden teeltondersteunende voorzieningen aangebracht. De oppervlaktes van deze velden zijn respectievelijk circa 34.440 m2 en circa 38.610 m2. De gewasbescherming met zonnepanelen komen onder een hoek van ongeveer 10 graden op het zuidwesten. In totaal is er ongeveer 20.900 strekkende meter teelopstelling waarvoor gewasbescherming nodig is. Dit komt overeen met ca 20.900 zonnepanelen van 1m breed. Met het oog op efficiënt en waar mogelijk dubbel grondgebruik, een duurzame voedselvoorziening en de noodzaak voor duurzame energie zijn er in Nederland, Europa en daarbuiten een groot aantal initiatieven om gewassenteelt te combineren met zonnepanelen. Universiteiten, onderzoeksinstellingen, overheden, Landbouworganisaties zoals LTO en het bedrijfsleven zijn op steeds grotere schaal aan het ontdekken hoe deze twee functies geïntegreerd kunnen worden. Hoewel er voldoende gewassen zijn die prima kunnen groeien en bloeien onder een “dak” is de combinatie met zonnepanelen nog relatief nieuw. De toepassing wordt nog maar zeer beperkt gecombineerd vanwege de bedrijfseconomische uitdaging. Zowel de teelt van het gewas als de energieproductie dient rendabel te zijn.

De firma’s Greenmeteor en ENGIE hebben gezamenlijk een teeltondersteunende constructie ontwikkeld die geschikt is voor het toepassen van zonnepanelen. Als partners werken Greenmeteor en ENGIE aan de verdere doorontwikkeling van de techniek en het opzetten van samenwerkingsverbanden met telers. De teeltondersteunende constructies bestaat uit een metalen frame van verzinkt staal en wordt opgebouwd middel van een repeterend raster van palen en dwarsliggers. Onderstaande afbeelding geeft een impressie hiervan. De constructie wordt zo geplaatst dat er rijen worden gecreëerd aan weerszijde van, en haaks op, een middenpad over het gehele perceel. Op deze wijze zijn de rijen geoptimaliseerd voor de gewassenteelt en bijbehorende werkzaamheden. Logistiek vindt plaats vanuit het middenpad.

20200483 | Gevlochtsebaan Heusden Ruimtelijke onderbouwing

|6

Figuur 2.4: Impressie teeltondersteunende voorziening met zonnepanelen

Om de opgewekte energie in te kunnen voeden aan het elektriciteitsnet worden binnen het plangebied een drietal trafostations en een inkoopstation gerealiseerd. Rondom deze bouwwerken wordt ruimte vrijgehouden zodat de toegang voor onderhoud en/of bij calamiteiten is geborgd. Omvormers voor het omzetten van de energie krijgen een plaats nabij de transformatoren onder de stellages. Kabels en leidingen komen deels in de grond en worden verder voorzien in kabelgoten onder en in de stellages. Om de gewassen te kunnen voorzien van (giet)water is ook voorzien in de aanleg van een waterbassin. Hierin wordt regenwater afkomstig van de zonnepanelen verzameld en gebufferd. Initiële opvang van het regenwater gebeurt via het montageprofiel waar ook de zonnepanelen in gemonteerd worden. Via leidingen wordt het water naar het waterbassin gebracht. Ten behoeve van de verdere omgang met hemelwater afkomstig van de constructies is ervoor gekozen om aan de zuidwestzijde van het perceel het maaiveld ter verlagen. Daardoor wordt een infiltratievoorziening gecreëerd, waarmee hemelwater op natuurlijke wijze in de bodem kan zakken. De bestaande groene zoom langs de buitenrand van het perceel blijft behouden en wordt gebruikt als afscherming voor onbevoegden.

Het reeds bestaande hekwerk aan de buitenzijde van de groenstructuur wordt gebruik en daar waar nog geen afrastering aanwezig is wordt deze uitgebreid op dezelfde manier als de bestaande afrastering. Voor de ontsluiting van het plangebied wordt gebruik gemaakt van de bestaande inrit aan de Kemphaanweg. De bestaande inrit is in de huidige situatie circa 10 meter breed en wordt voorzien van een toegangspoort van 8 meter breed. De hoogte van de erfafscheiding is circa 1 meter hoog. In het noordoosten van het plangebied wordt een parkeervoorziening van circa 1.875 m2 voor leveranciers en medewerkers gerealiseerd.

20200483 | Gevlochtsebaan Heusden Ruimtelijke onderbouwing

|7

figuur 2.5: Indeling toekomstige situatie

20200483 | Gevlochtsebaan Heusden Ruimtelijke onderbouwing

|8

3

Beleid Dit hoofdstuk gaat in op het beleid dat de verschillende overheden voor ruimtelijke ontwikkelingen hebben opgesteld. Ten eerste het rijksbeleid, vervolgens het provinciale beleid en tot slot het gemeentelijke beleid. De relevante beleidsstukken zijn beschreven, waarna is toegelicht in hoeverre onderdelen hiervan betrekking op voorliggende ontwikkeling.

3.1

Rijksbeleid EU-richtlijn Hernieuwbare energie

Toetsingskader

Vanuit Europa verplicht de RES-directive (EU-richtlijn Hernieuwbare energie) lidstaten om met duurzame energie aan de slag te gaan, dus ook met zonnestroom en zonnewarmte. Belangrijke aspecten uit deze richtlijn op het gebied van zonne-energie zijn:   

In nationale actieplannen moeten lidstaten aangeven op welke wijze zij de toepassing van Duurzame Energie stimuleren. Voorbeeldfunctie publieke gebouwen door verplicht aandeel duurzame energie. Sinds eind 2012 moet elke lidstaat een certificeringsregeling en opleidingsstructuur voor installateurs hebben.

De Nederlandse overheid voert voor de energiesector een topsectorbeleid. Een dergelijk beleid wordt gevoerd voor sectoren waarin Nederland internationaal uitblinkt of die cruciaal zijn voor de Nederlandse maatschappij. Deze topsectoren leveren belangrijke bijdrage aan maatschappelijke vraagstukken, zijn kennisintensief en export georiënteerd. De Topsector Energie is de drijvende kracht achter innovaties die nodig zijn voor de transitie naar een betaalbaar, betrouwbaar en duurzaam energiesysteem. De transitiepaden uit de Energieagenda bepalen de prioriteiten van de Topsector Energie. De belangrijkste doelstelling van deze agenda is: Groene groei! Dit wordt als volgt vertaald:  

Groen: energietransitie in Nederland faciliteren; Groei: Nederlandse energiesector economisch versterken.

Voor het bereiken van deze doelstelling is innovatie essentieel , daarom is voor elk thema in de Topsector Energie een Topconsortium voor Kennis en Innovatie (TKI) opgericht, waaronder het TKI Solar Energy. Het TKI Solar Energy is een Stichting zonder winstoogmerk om innovatie te bevorderen in de NL zonne-energiesector middels publiek-private samenwerking.

Beoordeling en conclusie

Het initiatief draagt bij aan de energietransitie, waarbij meer gebruik wordt gemaakt van hernieuwbare energie. Daarnaast is het initiatief gericht op innovatie die een belangrijke basis vormt voor een groene groei. Geconcludeerd kan worden dat het initiatief aansluit bij de Europese Richtlijnen voor hernieuwbare energie.

20200483 | Gevlochtsebaan Heusden Ruimtelijke onderbouwing

|9

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)

Toetsingskader

Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte in werking getreden. In de structuurvisie schetst het kabinet hoe Nederland er in 2040 uit moet zien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Op basis van landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten heeft het Rijk in het verleden een selectie gemaakt van twintig ‘Nationale landschappen’. Deze landschappen weerspiegelen samen de diversiteit en ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Het Rijk laat het beleid ten aanzien van landschap op land over aan provincies en wil provincies meer ruimte geven bij de afweging tussen verstedelijking en landschap, om zo meer ruimte te laten voor regionaal maatwerk. Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen, heeft het Rijk een ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Overige regels vinden hun doorwerking in de provinciale regelgeving (paragraaf 3.2)

Beoordeling en conclusie

Voor het plangebied zijn geen Rijksbelangen of –opgaven vastgelegd. Het initiatief is in lijn met de structuurvisie, aangezien er geen strijd is met de nationale belangen. Hieronder wordt nog ingegaan op de Ladder voor duurzame verstedelijking. Besluit ruimtelijke ordening (Ladder voor duurzame verstedelijking)

Toetsingskader

De ladder voor duurzame verstedelijking is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Hierin is vastgelegd dat een ruimtelijk besluit dat een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling. De ladder hoeft alleen te worden doorlopen als sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Onder stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, gezien het bepaalde in artikel 1.1.1 Besluit ruimtelijke ordening: een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Onder het begrip ‘andere stedelijke voorzieningen’ vallen onder meer accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoor sport, leisure en accommodaties voor recreatie. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving.

Beoordeling en conclusie

De ladder voor duurzame verstedelijking is alleen van toepassing op nieuwe stedelijke ontwikkelingen. De Raad van State heeft meerdere malen geoordeeld dat diverse voorzieningen op het gebied van energieopwekking en –distributie niet als stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt (ABRvS 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1724, ABRvS 23 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:178). Dit betekent dat de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is. Energieakkoord voor duurzame groei

Toetsingskader

Op 06 september 2013 is het Energieakkoord voor duurzame groei vastgesteld. In het energieakkoord is de basis gelegd voor een breed gedragen, robuust en toekomstbestendig energieen klimaatbeleid. Het energieakkoord biedt een langetermijnperspectief met afspraken op de korte 20200483 | Gevlochtsebaan Heusden Ruimtelijke onderbouwing

| 10

en middellange termijn en formuleert een aantal doelstellingen. Eén van die doelstellingen is dat het aandeel duurzaam opgewekte energie in het totale energieverbruik dient te stijgen.

Beoordeling en conclusie

Het initiatief draagt bij aan het verduurzamen van de energievoorzieningen, waarbij wordt ingezet op het gebruik van lokale schone zonne-energie. De ontwikkeling sluit aan bij de gestelde doelen van het Energieakkoord. Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++)

Toetsingskader

Zonne-energie speelt een grote rol om te zorgen dat Nederland in 2050 een duurzaam energiesysteem heeft. Samen met windenergie is het de belangrijkste vorm van energie die Nederland wil inzetten om een duurzaam energiesysteem te krijgen. Om tijdig voldoende duurzame energie op te wijken, zijn zowel zonnepanelen op daken als op de grond (zonneparken) nodig.

Beoordeling en conclusie

Via subsidies en belastingvoordelen stimuleert de Rijksoverheid de productie van zonne-energie. Er zijn regelingen voor grote projecten van bedrijven en voor particulieren die zonnepanelen op hun eigen dak willen leggen. Het initiatief komt in aanmerking voor de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie en klimaattransitie (SDE++). De subsidie is bedoeld voor bedrijven en (non)-profitinstellingen in sectoren als industrie, mobiliteit, elektriciteit, landbouw en de gebouwde omgeving. De SDE++ is een verbreding van de voormalige Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie (SDE+). De nieuwe regeling stimuleert naast duurzame energieproductie ook CO2-reductie. 3.2

Provinciaal beleid Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’, Visie op de Brabantse leefomgeving

Toetsingskader

De nieuwe Omgevingswet bundelt de wetten en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur, cultureel erfgoed en water. En regelt zo het beheer en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. De provincie wil alvast gaan werken volgens de uitgangspunten van de nieuwe Omgevingswet. De Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving van de provincie voor de komende jaren. Dat gaat om ambities op gebied van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. De omgevingsvisie onderscheidt vier hoofdopgaven die nauw met elkaar samenhangen:  Werken aan de Brabantse energietransitie  Werken aan een klimaatproof Brabant  Werken aan de slimme netwerkstad  Werken aan een concurrerende, duurzame economie

20200483 | Gevlochtsebaan Heusden Ruimtelijke onderbouwing

| 11

De Omgevingsvisie bevat geen sectorale beleidsdoelen. De concrete doelen, voor bijvoorbeeld natuur, water, veiligheid, milieu, mobiliteit en ruimtelijke kwaliteit, staan nu nog in de bestaande plannen van de provincie (PMWP, Structuurvisie RO, PVVP).

Beoordeling en conclusie

In de visie zijn door de provincie de doelen nog niet precies vastgelegd. Immers, diep, rond en breed kijken (zie hoofdstuk 4 in deze omgevingsvisie) is centraal uitgangspunt bij het samenspel voor de uitwerking van de visie. Dat betekent dat de provincie volop ruimte biedt voor inbreng vanuit partijen en disciplines. De omgevingsvisie agendeert en nodigt uit om hier samen mee aan de slag te gaan. Daarvoor is een verdere uitwerking van de ambitie nodig in programma’s. Die uitwerking is een opgave die op de visie volgt en die in opeenvolgende bestuursperiodes de opdracht en de ruimte geeft om dat met eigen accenten in te vullen. Steeds anticiperend op veranderende omstandigheden en beweging in Brabant. De uitwerking van de ambitie in programma’s heeft echter nog niet plaatsgevonden. Het is derhalve nog niet mogelijk initiatieven te toetsen aan de omgevingsvisie. Totdat de programma’s zijn uitgewerkt, worden de initiatieven voorlopig nog getoetst aan de ‘Structuurvisie 2010 – partiele herziening 2014’. Wat wel duidelijk is, is dat dit initiatief een bijdrage levert aan een concurrerende, duurzame economie. Structuurvisie 2010 – partiële herziening 2014

Toetsingskader

Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 7 februari 2014 de partiële herziening 2014 van de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010 (SVRO) vastgesteld. De SVRO is opgebouwd uit twee onderdelen. In onderdeel A wordt de kern van de visie verwoord op ruimtelijke ontwikkelingen van Noord-Brabant. Het landschap en de wijze waarop dit moet worden versterkt, staan in dit onderdeel voorop. Deel B van de structuurvisie beschrijft de wijze waarop de provincie de visie uitwerkt in vier robuuste ruimtelijke structuren: de groenblauwe structuur, het landelijk gebied, de stedelijke structuur en de infrastructuur.

Beoordeling en conclusie

Op de structurenkaart van de SVRO is het plangebied aangeduid als ‘Accentgebied agrarische ontwikkeling’. Deze gebieden worden gekenmerkt door mogelijkheden om de positie van de aanwezige sectoren te versterken. De provincie richt zich daarbij op behoud en versterking van de economische positie van de aanwezige agrarische sector. De ontwikkelingen in deze gebieden zijn gericht op verdere verduurzaming en meerwaardecreatie. Daarnaast ziet de provincie in deze gebieden tevens ontwikkelingsmogelijkheden voor activiteiten die gelieerd zijn aan de in het gebied voorkomende agrarische sector, mits daarmee een bijdrage wordt geleverd aan de duurzaamheidsdoelen. Het gaat daarbij onder andere om mogelijkheden voor samenwerking op het gebied van energie, mestverwerking, opslag en transport, bewerking van producten en het centraliseren van kennis(ontwikkeling). Het initiatief is gericht op de agrarische sector en draagt daarmee bij aan het versterken van de positie van deze sector. De ontwikkeling is gericht op verdere verduurzaming, waarbij grootschalig groene energie wordt opgewerkt. Het gaat hierbij om een innovatief initiatief waar het opdoen en ontwikkelen van kennis centraal staat. Door de combinatie van landbouw en zonne-energie is sprake van meerwaardecreatie. De ontwikkeling past binnen de doelstellingen van de structuurvisie.

20200483 | Gevlochtsebaan Heusden Ruimtelijke onderbouwing

| 12

Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant

Toetsingskader

Op 25 oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening voor de provincie Noord-Brabant vastgesteld. Dit is een eerste stap om te komen tot een definitieve omgevingsverordening. In deze Interim omgevingsverordening zijn bestaande regels uit een aantal verschillende verordeningen samengevoegd. In de Interim omgevingsverordening staan zowel regels voor burgers en bedrijven –de rechtstreeks werkende regels voor activiteiten – als voor bestuursorganen van de overheid – de instructieregels.

Beoordeling

Hierna wordt ingegaan op deze regels en in hoeverre die van toepassing zijn op het bestemmingsplangebied. Vervolgens wordt beoordeeld in hoeverre voorliggend plan hierop aansluit. Het plangebied is op de kaart ‘Rechtstreeks werkende regel: landbouw’ voorzien van de zone Landelijk gebied met de nadere aanduiding ‘Stalderingsgebied’. De kaart Instructieregels gemeenten: basiskaart Landelijk gebied' geeft naast de zone Landelijk gebied' tevens de aanduiding 'Gemengd landelijk gebied'. Landelijk gebied In het landelijk gebied stimuleert de provincie het mengen van functies voor een sterke plattelandseconomie. Hierbij is vooral de ontwikkeling van landbouw van belang, naast andere vormen van bedrijvigheid, natuur, landschap, recreatie en wonen. Algemene regels voor zorgvuldig ruimtegebruik Doel van zorgvuldig ruimtegebruik is om bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten. Het optimaal benutten van de bestaande bebouwde omgeving draagt bij aan het behoud van de openheid en kwaliteit van het buitengebied en aan hergebruik van leegkomende of bebouwingslocaties in zowel stedelijk als landelijk gebied.

Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: • de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, • bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); • gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. Kwaliteitsverbetering van het landschap Een besluit waarmee een ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. De toelichting bij het besluit bevat een motivering: • •

van de wijze waarop de bedoelde verbetering financieel, juridisch en feitelijk is geborgd; dat de verbetering past binnen de hoofdlijnen van het te voeren ruimtelijk beleid voor dat gebied.

20200483 | Gevlochtsebaan Heusden Ruimtelijke onderbouwing

| 13

Toepassing planontwikkeling Deze ontwikkeling draagt bij aan de ontwikkeling van de landbouw, en daarmee aan een versterking van de plattelandseconomie. De ontwikkeling gaat onder andere uit van een gevestigd, lokaal agrarisch bedrijf. Er is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik omdat de ontwikkeling plaatsvindt op een locatie die nu al is aangewezen voor de vestiging van een (glas)tuinbouwbedrijf. Er is geen sprake van een nieuw ruimtebeslag. Voor wat betreft de kwaliteitsverbetering van het landschap wordt verwezen naar de paragraaf hierna, waarin toetsing plaatsvindt aan het gemeentelijke structuurvisie kwaliteitsverbetering van het landschap. Opgemerkt wordt nog dat artikel 3.41 van de Interim omgevingsverordening, dat specifiek ingaat op zonneparken in landelijk gebied, op deze ontwikkeling niet van toepassing is. Dit artikel ziet immers op de zelfstandige opstelling van zonnepanelen. In dit geval is hiervan geen sprake omdat teeltondersteunende voorzieningen worden opgericht voor de teelt van gewassen, waarop zonnepanelen worden gemonteerd als gewasbescherming.

Conclusie

Het plan is in overeenstemming met de regels die in de Interim omgevingsverordening zijn gesteld. Energieagenda 2030 Brabant De provincie Noord-Brabant heeft de ambitie om in 2050 voor 100% duurzame energie te gebruiken, grotendeels afkomstig uit Brabant. Daarnaast wil de provincie de CO2 uitstoot met 90% verminderen ten opzichte van 1990. Het uitgangspunt is een groener en duurzamer Brabant. De provincie ziet dat de Brabantse energietransitie kansen kan bieden voor een ieder. Om flexibel te kunnen inspelen op veranderende omstandigheden is de Energieagenda 2019-2030 opgesteld. Hierin zijn drie strategische uitgezet namelijk:   

Mobiliseren van de samenleving; Selectief en slim stimuleren van koplopers; Slim en integraal combineren.

Deze strategische lijnen helpen om de transitie opgang te brengen. Dit initiatief, waarbij sprake is van een integrale combinatie van agrarische activiteiten en het opwekken van zonne-energie is geheel in lijn met de Brabantse Energieagenda; . 3.3

Regionale Energie Strategie Het Klimaatakkoord van 2019 bevat de Nederlandse uitwerking van de internationale klimaatafspraken van Parijs (2015). Één van de afspraken in dit Klimaatakkoord is dat 30 energieregio’s in Nederland onderzoeken waar en hoe het best duurzame elektriciteit op land (wind en zon) opgewekt kan worden. In een Regionale Energiestrategie (RES) beschrijft elke energieregio zijn eigen keuzes.

20200483 | Gevlochtsebaan Heusden Ruimtelijke onderbouwing

| 14

De Metropoolregio Eindhoven heeft een concept-RES opgesteld. Hierin staat dat de Metropoolregio Eindhoven vooral zoveel mogelijk energie wil besparen. Maar in de strategie staat ook hoeveel duurzame energie kan worden opgewerkt en hoe de regio dat wil doen. De Metropoolregio Eindhoven wil in 2030 twee terawattuur aan duurzame energie bijdragen aan het nationale Klimaatakkoord. Dit zijn ongeveer 5.000 voetbalvelden vol met zonnepanelen. Om ruimte hiervoor te vinden wordt een integrale en toekomstgerichte aanpak gevolgd waarbij op voorhand geen opties worden uitgesloten. In de ruimtelijke analyse die deel uitmaakt van het concept-RES wordt voor energieproductie aangegeven dat getracht kan worden synergie te creëren met andere functies zoals de landbouw. Dit initiatief is daarvan een passend voorbeeld. 3.4

Gemeentelijk beleid Structuurvisie Asten Op 14 december 2010 is de Structuurvisie Asten vastgesteld. In dit document is het beleid van de gemeente Asten voor haar hele grondgebied vastgelegd. Het gebied waarin de locatie gelegen is, is droge grootschalige-ontginningen. Tussen de kernen en de Groote Peel liggen de grootschalige ontginningen. Deze gebieden kenmerken zich door hun openheid en regelmatige rechte verkavelingspatronen. De grootschalige ontginningen kunnen worden onderscheiden in droge en natte ontginningen. In de gemeente Asten is in de natte ontginningen in tegenstelling tot in de droge ontginningen veelal laanbeplanting aanwezig. Hierdoor is er in de natte ontginningen sprake van een coulissenlandschap. In de droge ontginningen kenmerkt de landschappelijke structuur zich door openheid en eilanden van erfbeplanting. De visie is dat in de grootschalige ontginningen de landbouw de voornaamste functie blijft. Er moet vooral gericht worden op duurzame vormen van landbouw. De ruimtelijke kwaliteit van de droge ontginningen kan worden versterkt door het herstel van houtwallen. Deze ontwikkeling past in de visie van de gemeente voor de droge ontginningen. Er wordt een duurzame vorm van landbouw mogelijk gemaakt, namelijk door de toepassing van teeltondersteunende voorzieningen, in combinatie met zonnepanelen.

De inrichting van het plangebied handhaaft en versterkt de aanwezige houtwal als groene zoom. Toekomstagenda Asten 2030 Op 27 juni 2017 heeft de gemeenteraad van Asten de Toekomstagenda Asten 2030 vastgesteld. De gemeenteraad heeft samen met inwoners, maatschappelijk middenveld en collegeleden een interactief proces van 7 stappen doorlopen om te komen tot het visiedocument 'Toekomstagenda Asten 2030'. De vier centrale opgaven die zijn geformuleerd zijn: 1. 2. 3. 4.

Transformatie buitengebied; Vitale kernen; Centrumontwikkeling; Klimaatbestendig en energieneutraal Asten.

Deze vier centrale maatschappelijke opgaven en een beeld van hoe die opgaven bestuurlijk en organisatorisch kunnen worden opgepakt staan omschreven in de Toekomstagenda. 20200483 | Gevlochtsebaan Heusden Ruimtelijke onderbouwing

| 15

Relevant voor dit initiatief is de eerste opgave. De agrarische sector is belangrijk voor Asten. De gemeente staat voor de opgave de sector te verduurzamen, meer in balans te brengen met natuur en landschap en de gezondheid van inwoners. Bij de ontwikkeling van het buitengebied wordt, naast de landbouw, ook gedacht aan andere economische sectoren, zoals recreatie en toerisme, zorg en energieproductie. Deze ontwikkeling past bij de transformatie van het buitengebied doordat er sprake is van energieproductie en doordat een bijdrage wordt geleverd een energieneutraal Asten. Structuurvisie kwaliteitsverbetering van het landschap De Structuurvisie kwaliteitsverbetering van het landschap is door de gemeente Asten opgesteld als uitwerking van de provinciale regeling inzake de verbetering van de kwaliteit van het landschap. De visie is van toepassing op alle ruimtelijke ontwikkelingen buiten het bestaand stedelijk gebied, zoals vastgelegd in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Iedere ruimtelijke ontwikkeling binnen de werkingssfeer van deze structuurvisie moet een bijdrage leveren aan de verbetering van de kwaliteit. In de structuurvisie is vastgelegd op welke wijze dit plaats moet vinden. Met het plan is sprake van een ruimtelijke ontwikkeling buiten de begrenzing van het bestaand stedelijk gebied.

Dit betekent dat bepaald moet worden wat, van de structuurvisie de bijdrage moet zijn aan kwaliteitsverbetering. De gemeente Asten onderscheidt 4 soorten tegenprestatie, te weten: 1. 2. 3. 4.

Geen impact, geen tegensprestatie Kleine, beperkte impact, goede landschappelijke inpassing, Grote impact, goede landschappelijke inpassing en bijdrage kwaliteitsfonds Niet-agrarisch bedrijf, goede landschappelijk inpassing en sloop van bebouwing op andere locatie.

Op de locatie worden in plaats van kassen en andere voorzieningen voor een glastuinbouwbedrijf, teeltondersteunende voorzieningen gecombineerd met zonnepanelen mogelijk gemaakt. De impact voor de omgeving zal afnemen ten opzichte van de huidige planologisch mogelijke situatie. Immers, teeltondersteunende voorzieningen met zonnepanelen zijn minder hoog en minder prominent aanwezig dan kassen en andere voorzieningen zoals loodsen of opslagtanks die nu planologisch op de locatie mogelijk zijn. Een tegenprestatie in de vorm van verbetering van het landschap is dan ook niet benodigd. Rioleringsplan 2018 – 2020 Het beleid van de gemeente Asten dat aansluit op het landelijke-, provinciale- en waterschapsbeleid is weergegeven in het Gemeentelijk Riolerings-Plan (GRP) 2018 - 2020. Via dit GRP geeft de gemeente invulling aan de zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater. In het waterplan dat als bijlage 1 bij deze ruimtelijke onderbouwing is gevoegd, wordt aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met dit GRP.

20200483 | Gevlochtsebaan Heusden Ruimtelijke onderbouwing

| 16

4

Omgevingsaspecten Op grond van het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het bij planologische procedures verplicht inzicht te bieden in relevante planologische en milieuhygiënische aspecten. Door rekening te houden met deze aspecten kan een goed leefklimaat worden ontwikkeld. In dit hoofdstuk worden de verschillende milieu- en omgevingsaspecten die van belang zijn voor het plangebied nader toegelicht.

4.1

Bedrijfshinder

Toetsingskader

Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de verschillende functies en wonen noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een milieuzonering die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen hinderlijke functies (in de vorm van gevaar, geluid, geur, stof) en gevoelige functies. Beoordeeld moet worden in hoeverre de ontwikkeling zich verhoudt tot de omliggende functies en activiteiten. Omdat de ontwikkeling zelf geen gevoelige functie betreft, is een toetsing van het woonen leefklimaat ter plaatse niet aan de orde.

Richtafstanden In de handreiking ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (versie 2009) zijn de richtafstanden opgenomen. In deze handreiking is een bedrijvenlijst opgenomen die informatie geeft over de milieukenmerken van verschillende typen bedrijven. In de lijst is op basis van een verschillende milieuaspecten (in de vorm van geur, stof, geluid en gevaar) een indicatie gegeven van de afstand tussen milieuhinderlijke functies en hindergevoelige objecten (zoals woningen) waarmee gemeenten bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening kunnen houden. Van deze richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken. De richtafstanden zijn afhankelijk van het omgevingstype waarbinnen de milieugevoelige bestemming is gelegen. De VNG publicatie gaat uit van het omgevingstype rustige woonwijk/rustig buitengebied of van een gemengd gebied. Een rustige woonwijk/rustig buitengebied kan aangemerkt worden als een gebied zonder functiemenging en een minimale invloed van wegverkeer. Bij een gemengd gebied is sprake van een functiemenging tussen wonen en milieubelastende activiteiten, van wonen langs drukke gebiedsontsluitingswegen of bij lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid. De richtafstanden genoemd in de VNG-handreiking zijn gebaseerd op het omgevingstype rustige woonwijk/rustig buitengebied.

Voor het omgevingstype gemengd gebied kunnen deze richtafstanden met één (afstands)stap worden verlaagd. De richtafstand tussen een milieugevoelige functie en de milieubelastende activiteit wordt bepaald vanaf de gevel van de gevoelige functie die volgens het bestemmingsplan of via vergunningsvrij bouwen mogelijk is, tot de grens van de inrichting. Van deze richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken.

Beoordeling De omgeving van het plangebied wordt aangemerkt als een rustig buitengebied. Er is geen sprake van een milieugevoelige functie. De eventuele aanwezigheid van milieubelastende functies in de nabijheid van het plangebied vormt dus geen belemmering voor dit initiatief. 20200483 | Gevlochtsebaan Heusden Ruimtelijke onderbouwing

| 17

Als de ontwikkeling voor wat betreft energieproductie gelijk wordt gesteld aan een elektriciteitsdistributiebedrijf met transformatorvermogen van maximaal 10 MVA geldt een grootste richtafstand van 30 meter tot een gevoelige functie voor het aspect geluid. De afstand van de geplande trafostations tot het bouwvlak van de woning op de Gevlochtsebaan 6 bedraagt circa 40 meter. Het inkoop station ligt op een afstand van circa 65 meter van het bouwvlak. Er wordt dus voldaan aan de gestelde richtafstand zodat dit geen belemmering vormt voor de ontwikkeling. 4.2

Geluid

Toetsingskader

Bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling met geluidsgevoelige functies(waaronder woningen), nieuwe wegen en de reconstructie van bestaande wegen dient te worden aangetoond dat voldaan wordt aan de Wet geluidhinder (Wgh).

Beoordeling en conclusie

Het initiatief maakt geen nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen mogelijk, waardoor een toetsing op basis van de Wet geluidhinder niet van toepassing is. Het initiatief omvat een drietal trafostations en een inkoopstation. De installaties hebben geen geluidsproductie van enige omvang, waardoor er sprake zou kunnen zijn van een belemmering voor de omgeving. In paragraaf 4.1 is tevens het aspect geluid van de trafostations behandeld. 4.3

Luchtkwaliteit Het omgevingsaspect luchtkwaliteit is op te delen in twee sporen namelijk: het Besluit NIBM de Wet Milieubeheer en het nationaal samenwerkingsprogramma luchtkwaliteit. Wet Milieubeheer

Toetsingskader

Luchtkwaliteit is geregeld in de Wet milieubeheer. Een specifiek onderdeel van deze wet is de algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate bijdragen' (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM). Hierin is bepaald wanneer de mate van de bijdrage aan de luchtverontreiniging verwaarloosbaar klein is. In zo'n geval hoeft een project niet langer meer getoetst te worden, ongeacht of in de huidige situatie al sprake is van een overschrijding van grenswaarden. Een project kan als NIBM worden beschouwd als aannemelijk is, dat het project niet leidt tot een toename van de concentraties van NO2 of PM10 van meer dan 3% van de grenswaarde. De NIBMregeling van 3% is gekoppeld aan de vaststelling van het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) omdat in dit programma hiervoor maatregelen tegenover staan die het tijdig behalen van de grenswaarden waarborgen.

Beoordeling en conclusie

Om het beoordelen van plannen voor overheden eenvoudiger te maken is in de Regeling NIBM het percentage van 3% uitgewerkt in concrete getallen. De regeling geeft concrete getallen voor plannen die gaan over, bijvoorbeeld de bouw van woningen en/of kantoren. De grens voor 20200483 | Gevlochtsebaan Heusden Ruimtelijke onderbouwing

| 18

woningbouwplannen ligt bij 3% op 1.500 woningen. Als er twee ontsluitingswegen zijn, mag een grens van 3.000 woningen worden gehanteerd. De toename van het aantal verkeersbewegingen als gevolg van dit initiatief is nagenoeg nihil. Uitsluitend voor onderhoudswerkzaamheden en periodieke inspecties zijn verkeersbewegingen te verwachten. Dit aantal ligt beduidend lager dan het aantal verkeersbewegingen bij 1.500 woningen. De bijdrage van dit initiatief aan de luchtkwaliteit blijft dus ruim onder het 3% criterium blijft of is kleiner dan 1,2 μg/m³. Het plan draagt dus niet of nauwelijks bij aan de luchtverontreiniging en is in dat opzicht niet in betekenende mate. Daarom is een onderzoek naar de luchtkwaliteit en/of toetsing aan de grenswaarden niet nodig. Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL)

Toetsingskader

Uit oogpunt van goede ruimtelijke ordening dient ook beoordeeld te worden of het aanvaardbaar is om het project op deze locatie te realiseren. Hierbij kan de blootstelling aan de ter plaatse bestaande luchtverontreiniging een rol spelen, ook als het project zelf 'niet in betekende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Er is sprake van een significante blootstellingsduur onder andere bij een woning, school of sportterrein.

Beoordeling en conclusie Gelet op de aard van dit initiatief dat een teeltondersteunende voorziening met zonnepanelen als gewasbescherming inhoudt, is er geen sprake van een significante blootstellingsduur aan ter plaatse bestaande luchtverontreiniging. Daarnaast draagt het initiatief bij aan besparen van de CO2-uitstoot door het grootschalig produceren en exploiteren van duurzame energie. Het aspect luchtkwaliteit levert geen belemmeringen op voor dit initiatief. 4.4

Mobiliteit Het aspect mobiliteit valt uiteen in twee delen namelijk: verkeer en parkeren. Verkeer

Toetsingskader

Wat betreft verkeer gaat het over de ontsluiting van het plangebied en de verkeersaantrekkende werking van de beoogde functiewijziging.

Beoordeling en conclusie

De ontsluiting van de locatie op de Kemphaanweg. Dit is een typische landbouwweg met een lage verkeersintensiteit. Het verkeer is voornamelijk woon-werk verkeer en landbouwvoertuigen. De Kemphaanweg is een verbindingsweg van de in het noorden gelegen Gevlochtsebaan en de ten zuiden gelegen Meijelseweg. De omliggende straten hebben een summier straatprofiel en functioneren als rustige landelijke gebiedsontsluitingswegen. De Meijelseweg fungeert als ontsluitingsweg voor de kern Heusden en staat in verbinding met provinciale weg N279. De toename van verkeer als gevolg van het initiatief blijft beperkt. De exploitatie van een teeltondersteunende voorziening met zonnepanelen als gewasbescherming heeft nauwelijks een 20200483 | Gevlochtsebaan Heusden Ruimtelijke onderbouwing

| 19

verkeersaantrekkende werking ten opzichte van de huidige planologische situatie; in de huidige situatie is agrarisch gebruik van het perceel immers ook al mogelijk. Aangenomen wordt dat het verkeer dat hiermee samenhangt gelijk is aan het verkeer als gevolg van agrarische activiteiten met behulp van teeltondersteunende voorzieningen. De extra verkeersbewegingen die plaatsvinden betreffen enkel verkeersbewegingen voor onderhoud en periodieke inspecties aan de installaties. Dit beperkt zich tot circa 10 verkeersbewegingen per maand. Geconcludeerd kan worden dat het initiatief niet leidt tot een aantal extra verkeersbewegingen dat de capaciteit van de omliggende infrastructuur overschrijdt. De locatie is afdoende ontsloten. Parkeren

Toetsingskader

Bij parkeren gaat het om de parkeercapaciteit van het plangebied en of deze voldoet aan de nota Parkeernormen Asten van de gemeente Asten. Voor het toepassen van de parkeernormen wordt uitgegaan van de meest actuele landelijke parkeerkencijfers (Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie) die zijn opgesteld door het Kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte CROW. De parkeerkencijfers kennen een minimum en maximum normering. De CROW-indeling is voor een deel toepasbaar voor de gemeente Asten.

Beoordeling en conclusie

In de indelingstekening van de toekomstige situatie is een ruimte van circa 1.875 m2 gereserveerd ten behoeve van een parkeervoorziening. Het plangebied biedt daardoor meer dan voldoende ruimte om aan de gestelde parkeernorm te voldoen op eigenterrein. Er kan worden geconcludeerd dat het aspect parkeren geen belemmeringen oplevert voor de haalbaarheid van het initiatief. 4.5

Externe veiligheid

Toetsingskader

Externe veiligheid richt zich op het beheersen van activiteiten die een risico voor de omgeving kunnen opleveren. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) vormen op dit moment het wettelijk kader voor het omgaan met deze risico’s. Door het stellen van eisen aan afstanden tussen de activiteiten met gevaarlijke stoffen en (beperkt) kwetsbare objecten (woningen, kantoren, scholen, enz.) worden de eventuele gevolgen van deze risico’s zoveel mogelijk beperkt. Bij de (her)inrichting van een gebied bepaalt de externe veiligheidssituatie mede de ruimtelijke (on)mogelijkheden. Wat betreft risicobronnen kan onderscheid worden gemaakt in drie categorieën namelijk: inrichtingen (onder andere LPG-tankstations), vervoer van gevaarlijke stoffen (via wegen, spoorwegen, waterwegen) en leiding (onder andere aardgas, vloeibare brandstof en elektriciteit). Om voldoende ruimte te scheppen tussen de risicobron en de personen of objecten die risico lopen (kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten) dienen afstanden in acht genomen te worden.

Beoordeling en conclusie

Het initiatief maakt geen nieuwe risicovolle inrichting mogelijk en betreft ook geen (beperkt) kwetsbaar object, waardoor een verder toetsing niet aan de orde is. Geconcludeerd kan worden dat het aspect externe veiligheid geen belemmeringen vormt voor het initiatief. 20200483 | Gevlochtsebaan Heusden Ruimtelijke onderbouwing

| 20

4.6

Natuur

Toetsingskader

Bij elke ruimtelijke ontwikkeling dient te worden aangetoond dat geen negatieve effecten optreden voor ter plaatse aanwezige flora en fauna of dat er negatieve effecten optreden voor de beschermde natuurgebieden (Natuurnetwerk Brabant of Natura 2000-gebieden) door bijvoorbeeld geluid, trilling of lichthinder. De natuurwet- en regelgeving kent twee sporen namelijk: soortgericht en gebiedsgericht. De bescherming van deze twee sporen is geregeld in de Wet natuurbescherming. Ruimtelijke plannen dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Er mogen geen ontwikkelingen plaatsvinden die op onoverkomelijke bezwaren stuiten door effecten op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangede consequenties vanuit de natuurwetgeving.

Beoordeling en conclusie Gebiedsbescherming Het plangebied heeft geen status in het kader van de Wet natuurbescherming. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is gelegen op circa 2 kilometer en het betreft het gebied ‘Groote Peel’ Gezien deze grote afstand in relatie tot de beperkte omvang van dit initiatief kan ervan uitgegaan worden dat dit geen directe invloed heeft op het Natura 2000-gebied. Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing van het Natuur Netwerk Nederland (NNN). Gezien de beperkte omvang van dit initiatief kan ervan ut worden gegaan dat dit geen gevolgen heeft voor het NNB. Dit komt doordat de wezenlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast of veranderd. Derhalve kan worden geconcludeerd dat het onderdeel gebiedsbescherming geen belemmering vormt voor de ontwikkeling. Soortenbescherming In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen. Dit betekent dat voorafgaande aan de ingreep alle maatregelen dienen te worden getroffen om nadelige gevolgen op flora en fauna voor zover mogelijk te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken. Deze zorgplicht geldt altijd en voor alle soorten, ook als er sprake is van een ontheffing of vrijstelling is verleend. Het plangebied heeft in de bestaande situatie een agrarische functie en is overwegend in gebruik als grasland ten behoeve van een paardenweide.

Als gevolg van het initiatief hoeven geen bouwwerken te worden gesloopt die schuilplaatsen voor beschermde soorten bieden. Verder behoudt het plangebied de bestaande agrarische functie. Op basis van bovenstaande informatie kan worden geconcludeerd dat het aspect flora en fauna geen belemmeringen vormt voor het initiatief. 4.7

Stikstof

Toetsingskader

De Wet natuurbescherming (Wnb, per 1 januari 2017) regelt de bescherming van natuurgebieden die uniek zijn voor Nederland en Europa, de bescherming van planten en dieren en van bossen en andere houtopstanden. Voor de Wet natuurbescherming heeft de Europese regelgeving als uitgangspunt gediend. De gebiedsbescherming in de Wnb richt zich uitsluitend op Natura 2000gebieden. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden, waarin belangrijke flora en fauna voorkomen. 20200483 | Gevlochtsebaan Heusden Ruimtelijke onderbouwing

| 21

In Nederland zijn ruim 160 Natura 2000-gebieden aangewezen. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen (voor soorten en vegetatie typen) opgesteld. Handelingen of activiteiten binnen of buiten beschermde natuurgebieden die schadelijk kunnen zijn voor de doelstelling van het gebied zijn verboden, tenzij door het bevoegd gezag hier vergunning voor is verleend. Hieronder vallen ook (bouw)activiteiten die mogelijkerwijs leiden tot een toename stikstofdepositie in een beschermd natuurgebied.

Beoordeling & conclusie

Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied waarbinnen stikstofgevoelige habitattypen aanwezig zijn is de ‘Groote Peel’, dat op circa 2 kilometer van het plangebied is gelegen. De aard en omvang van de ontwikkeling zij beperkt qua bouwactiviteiten omdat het alleen de plaatsing van teeltondersteunende voorzieningen met zonnepanelen betreft. Dit zijn bouwwerken van lichte constructie die zonder de inzet van veel machines opgericht worden. Bovendien zijn deze gericht op de opwekking van duurzame energie. De Aerius berekening die deel uitmaakt van de stukken van de vergunningsaanvraag toont aan dat er geen sprake is van een stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jr als gevolg van dit initiatief. Dit alles leidt tot de conclusie dat het aspect stikstof geen belemmering oplevert voor de haalbaarheid van dit initiatief. 4.8

Water

Toetsingskader

De waterschappen in Nederland richten zich op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde duurzame watersystemen. Nagestreefd wordt het vergroten van de belevingswaarde van stedelijk water, natuurvriendelijke inrichtingen en de duurzaamheid van watersystemen. De waterbeheerders werken daarom samen met gemeenten, die de regie hebben over de ruimtelijke ordening en het beheer van de openbare ruimte, om deze doelstellingen uit te voeren. Het waterschap Aa en Maas is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente op basis van de volgende wettelijke kerntaken: het zuiveringsbeheer, watersysteembeheer, beheer van dijken en beheer van vaarwegen. Het watersysteembeheer -waaronder grondwater- heeft daarbij twee doelen: zowel de zorg voor gezond water als de zorg voor voldoende water van voldoende kwaliteit. Het beleid en de daarmee samenhangende doelen van het waterschap zijn opgenomen in het waterbeheerplan 2016-2021, wat tot stand is gekomen in samenspraak met de waterpartners. Zo zijn bijvoorbeeld relevante waterthema's gekoppeld aan de belangrijkste ruimtelijke ontwikkelingen in de regio. Daarnaast heeft het waterschap waar nodig nog toegespitst beleid en beleidsregels op de verschillende thema's/speerpunten uit het waterbeheersplan en heeft het waterschap een eigen verordening; De Keur en de Legger.

De Keur bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De legger geeft aan waar de waterstaatswerken plus bijbehorende beschermingszones liggen, aan welke afmetingen en vorm die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd. In sommige gevallen vallen de werkzaamheden onder een Algemene regel. Dan kan er onder voorwaarden sprake zijn van vrijstelling van de vergunningsplicht. De Keur en de Algemene regels zijn te raadplegen via de site van waterschap Aa en Maas. 20200483 | Gevlochtsebaan Heusden Ruimtelijke onderbouwing

| 22

Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van waterneutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de 'natuurlijke' waterhuishoudkundige situatie. Vanwege dit principe wordt bij uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uitgegaan van de voorkeursvolgorde infiltreren, bergen, afvoeren. De technische eisen en uitgangspunten voor het ontwerp van watersystemen zijn opgenomen in de 'beleidsregel Afvoer hemelwater door toename en afkoppelen van verhard oppervlak en de hydrologische uitgangspunten bij de keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen'.

Beoordeling en conclusie

AGEL adviseurs heeft een waterplan opgesteld om nader te onderbouwen hoe binnen de projectlocatie met hemelwater wordt omgegaan, gelet op de toename van het verhard oppervlak in relatie tot de Keur en het gemeentelijk rioleringsplan. Dit waterplan is opgenomen als bijlage 1 bij deze ruimtelijke onderbouwing. De conclusie van het waterplan is dat in het project wordt voldaan aan de uitgangspunten van hydrologisch neutraal ontwikkelen en aan de uitgangspunten van zowel gemeente als waterschap. Geconcludeerd kan worden dat het aspect water geen belemmeringen vormt voor het initiatief. 4.9

Archeologie en cultuurhistorie

Toetsingskader

In het kader van ruimtelijke ontwikkelingen dient rekening gehouden te worden met de aanwezige archeologische en cultuurhistorische waarden. De gemeente Asten is hierbij bevoegd gezag. Het is verplicht om archeologische randvoorwaarden mee te nemen in planologische afwijkingen. Om inzicht te krijgen welke archeologische verwachtingswaarde voor een locatie geldt, heeft de gemeente in 2010 een Nota Archeologiebeleid gemeente Asten op laten stellen. Bij de bijbehorende kaart wordt een onderscheid gemaakt in zeven categorie die zijn in gedeeld aan de hand van de verwachtingswaarde. De gemeente Asten beschikt tevens over een eigen monumentenlijst die een overzicht van bovengrondse cultuurhistorisch erfgoed in de gemeente geeft. De lijst omvat een inventarisatie van historisch-geografische en historische-(steden)bouwkundige objecten en structuren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=6037e1f6-a5c3-4a4a-b80a-657cc169a779