RU21.02.03A 3 Bijlage 1 Meer informatie mbt aanwijzen locaties voor mestverwerking buitengebied.pdf
Tekst van het document
Provincie Noord-Brabant T.a.v. Provinciale Staten & Gedeputeerde Staten Cc. Gemeenteraden en colleges van burgemeester & wethouders te Gemert-Bakel, Boekel, Uden, Laarbeek, Helmond, Asten en Someren. Betreft: aanwijzen locaties voor grootschalige mestverwerking in het buitengebied Gemert, 21 november 2020
Geachte Statenleden, Geacht College, Op 4 november 2019 heeft het bestuur van Mens, Dier & Peel (hierna: MDP) een uitgebreide zienswijze ingediend op de NRD-notitie, waarin we onze bedenkingen uiteen hebben gezet ten aanzien van het realiseren van nog meer mestverwerking in Noord-Brabant. De reactie daarop vonden wij verontrustend mager en slecht onderbouwd. Inmiddels heeft MDP begrepen dat de provincie onverminderd doorgaat met het zoeken van wat genoemd wordt ‘geschikte’ locaties voor grootschalige mestbewerking. De wijze waarop dit gebeurt, zonder transparantie en zonder inspraak van omwonende burgers, verontrust ons zeer. Uit de NRDnotitie (Notitie Reikwijdte en Detailniveau Milieueffectrapportage) bleek al dat het zwaartepunt opnieuw in Oost-Brabant komt te liggen, met name in gemeenten in de Peelregio en het Land van Cuijk. MDP onderstreept nogmaals dat mestverwerkers het mestprobleem niet gaan oplossen. Het is en blijft een ‘end of pipe’ benadering die voorbijgaat aan het aanpakken van de bron: de omvang van de veestapel en veedichtheid is nergens zo extreem als juist in Brabant. Dát dient hoognodig aangepakt te worden. Om meerdere redenen: •
•
•
Grootschalige import van grondstoffen uit andere werelddelen is niet duurzaam, want dit gaat ten koste van grootschalige vernietiging van biodiversiteit en milieuvervuiling elders maar ook hier in Brabant. Aan beide zijden van de aarde worden monoculturen verbouwd, waarbij grote hoeveelheden kunstmest en bestrijdingsmiddelen worden gebruikt. Na export van vlees, zuivel en eieren blijft het enorme mestoverschot achter in Nederland. Nederland kampt met een structureel stikstofoverschot; ook elders in Europa is bijna overal een structureel stikstofoverschot. Het is daarom een illusie om te denken dat mestverwaarding überhaupt gaat slagen zonder structurele subsidies. In het European Nitrogen Assessment (ENA) dat in opdracht van de Europese Commissie is uitgevoerd, wordt de totale schade van reactief stikstof in Europa geraamd op €70 tot €320 miljard. De
1
•
•
•
•
Gezondheidsraad heeft de schade van reactief stikstof voor milieu en volksgezondheid omgerekend per inwoner en raamt deze op €150 tot €750 per EU-inwoner. In Nederland liggen die kosten volgens de Gezondheidsraad aanzienlijk hoger, namelijk €200 tot €1.000 per inwoner per jaar! Mestverwerkers leveren geen bijdragen aan het sluiten van deze verstoorde kringlopen, omdat het afvoeren van het mestoverschot naar andere landen dan de initiële herkomstlanden geen gesloten kringloop oplevert. Het idee van ‘sluiten van kringlopen op Europese schaal’ gaat voorbij aan deze grootschalige import en desastreuse effecten elders in de wereld. Overheden praten veel over klimaatverandering, maar ze doen er in de praktijk bar weinig aan. De FAO en tal van andere organisaties hebben stapels rapporten gepubliceerd over de impact van de vee-industrie op ons klimaat. Degenen die deze problematiek blijven ontkennen, laten zien dat ze de ernst daarvan ernstig onderschatten. In de praktijk is het telkens weer business as usual. ‘De vraag naar vlees en zuivel stijgt in de wereld’, luidt het standaard antwoord. Het klimaatprobleem moet maar door anderen worden opgelost; het is te groot voor provinciale & gemeentelijke schaal. Een onzinnige gedachtegang: iedereen is onderdeel van dit proces; dus zal ook iedereen een forse bijdrage moeten leveren.
Een extreme veedichtheid is een risico voor de volksgezondheid. De WHO waarschuwt hier al decennia voor in allerlei rapporten (o.a. Livestock’s long shadow). Met name gebieden met concentratie van grote aantallen vee in combinatie met een hoge bevolkingsdichtheid (zoals in Brabant) lopen volgens de WHO een serieus risico. In recente jaren waren er al uitbraken van allerlei dierziekten, zoals MKZ, blauwtong, vogel- en varkenspest (die snel kunnen muteren). Ook waren er uitbraken van zoönosen, zoals coxiella burnetii (Q-koorts) en recent SARS-CoV-2 (COVID-19) onder nertsen, waarbij is aangetoond dat zeker twee mensen rechtstreeks zijn besmet door nertsen. Een ander voorbeeld dat serieus te denken geeft, is de besmetting van een 9jarig meisje in Bakel met varkensgriep H1N1 in 2016.
2
• •
•
•
•
De Wet geurhinder en veehouderij rammelt aan alle kanten en biedt geen enkele bescherming voor omwonenden rond mestfabrieken (overigens worden allerlei andere stankbronnen niet in deze wet meegeteld). Mestverwerking wordt op grote schaal en structureel gesubsidieerd. De Nederlandse overheid heeft in totaal € 4,3 miljard gereserveerd voor mestvergisters in het kader van de SDE+. Daarbovenop komen nog allerlei belastingaftrekregelingen en EU-regeling. Dit is een schending van het ook door Nederland onderschreven principe ‘de vervuiler betaalt’. Zonder structurele subsidies valt mestverwerking direct om. Degenen die menen dat het om een zgn. opstartsubsidie gaat, kennen de feiten niet. Uit onderzoek van de wereldvoedselorganisatie FAO (Global Livestock Environmental Assessment Model; GLEAM) blijkt dat van de totale emissie aan broeikasgassen binnen de wereldwijde agrosector minder dan 10% afkomstig is van mest. Het grootste deel is afkomstig van fermentatie in de pens (44%) en het verbouwen van landbouwgewassen (41%). Ook om deze reden is het niet effectief om zoveel gemeenschapsgeld in systemen te stoppen. Het kernprobleem is de omvang van de veestapel. De toegevoegde waarde van de agrosector aan het Bruto Binnenlands Product (BBP) wordt schromelijk overschat. Volgens het CBS bedroeg de bijdrage in 2019 van de gehele sector Landbouw, bosbouw en visserij 1,65% van het BBP.
De externe kosten en subsidies zijn hierin niet verrekend; deze worden afgewenteld op milieu en belastingbetaler. Voor nog meer argumenten verwijzen wij naar onze zienswijze op de provinciale NRD-notitie (stuur even een verzoek naar info@mensdierenpeel.nl).
Signalen vanuit het provinciebestuur en gemeenten wijzen erop dat valide argumenten om paal en perk te stellen aan verdere opschaling van mestverwerkers in de wind worden geslagen. Sterker nog: we vernemen dat er inmiddels vergevorderde plannen zijn om per decreet locaties voor mestverwerking aan te wijzen, waar omwonenden niets meer tegen in te brengen hebben. In plaats van een route uitwerken naar afbouwen van de veestapel, wordt nog steeds ingezet op het consolideren van de bestaande veedichtheid met daaraan gekoppeld zwaar gesubsidieerde mestverwerking die bovendien ook nog eens door de strot van inwoners van de Peelregio worden geduwd. Deze werkwijze getuigt van eenzijdige afweging van belangen van álle inwoners van Brabant. Het getuigt ook van gebrek aan transparantie. De gemiddelde burger leest geen provinciale notities. De gemiddelde burger is niet bij machte om een zienswijze in te dienen, waarvan de uitkomst bovendien al op voorhand vaststaat. Inspraak en maatschappelijke ‘dialoog’ met burgers is onderdeel van een standaard procedure en wordt in de praktijk niet serieus genomen. Als u uw taak als volksvertegenwoordiger daadwerkelijk serieus neemt, dan zou u minimaal de democratische moed moeten hebben om uw plannen transparant voor te leggen aan de burgers van Brabant.
Bijvoorbeeld in de vorm van een onafhankelijke (online) volksraadpleging, waarbij alle ins & outs van mestverwerking & veestapel aandacht krijgen inclusief alternatieven plus het concreet noemen van de beoogde locaties voor mestverwerking. Uit een rapport van de Commissie Biesheuvel over geurhinder en veehouderij blijkt dat de spanningen in het buitengebied oplopen door aanhoudende stankoverlast. Met de komst van nog meer mestfabrieken zal dit tot nog meer spanningen gaan leiden. Sinds de reconstructiewet heeft het vertrouwen van veel burgers in de overheid al flinke deuken opgelopen. De met veel subsidies opgetuigde LOG’s zijn enkele jaren later alweer geschrapt, waarna overal grote uitbreidingen van veebedrijven weer mogelijk waren. Vervolgens kwam het rapport ‘Al het vlees duurzaam in 2020’, waar niets van terecht is gekomen. Daarna kwamen de mestdialogen met als uitkomst om grootschalige mestverwerking te concentreren op grote bedrijventerreinen en industrieterreinen. Als 3
provincie en gemeenten in Brabant nu weer locaties gaan aanwijzen voor grootschalige mestverwerking in het buitengebied (of wat daar van over is) zonder noemenswaardige inspraak van burgers, ligt het laatste restje vertrouwen in de overheid definitief op de mestvaalt. Resumerend concludeert Mens, Dier & Peel dat de nu voorgestane werkwijze getuigt van gebrek aan visie. Een visie waar álle huidige en toekomstige burgers van Brabant, als bewoners van onze enige planeet aarde, daadwerkelijk behoefte aan hebben. Uw voorgestane beleid voor nog meer mestverwerking in Brabant getuigt van stilstand en biedt geen uitzicht op een transitie naar een daadwerkelijk duurzame sector. Het is een doodlopende weg. Daar zijn niet alleen burgers in Brabant, maar zeker ook de boeren niet mee geholpen.
Met vriendelijke groeten,
Dhr. J. van Hoof, voorzitter
Mevr. J. Stoks, secretaris
Een kopie van deze brief is gezonden naar de gemeenteraden en colleges van burgemeester & wethouders te Gemert-Bakel, Boekel, Uden, Laarbeek, Helmond, Asten en Someren.
4