CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadvoorstel Verordening Rekenkamer gemeente Asten 2024

Raadscommissie Samenleving en Bestuur 17 oktober 2024, gemeente AstenBij agendapunt: Verordening rekenkamer gemeente Asten 2024 (adviserend)1.661 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVOORSTEL ZAAKNUMMER: 2024110021 Onderwerp: Verordening Rekenkamer gemeente Asten 2024

Bijlage(n): 5

Vergadering van: 5 november 2024

p.h.: AvE

de raad van de gemeente Asten Samenvatting Per 1 januari 2023 is de Wet versterking decentrale rekenkamers (WvdR) in werking getreden. De wet voorziet in de verplichting voor alle decentrale overheidsorganen (waaronder gemeenten) om vanaf 1 januari 2024 te beschikken over een onafhankelijke rekenkamer. Op verzoek van het presidium is het adviesbureau Necker gevraagd om een advies te schrijven voor de gemeenteraad waarin de wensen, behoeften en mogelijkheden van een rekenkamer zijn verwerkt. Met dit raadsvoorstel wordt een rekenkamer ingericht conform de adviezen van het adviesbureau Necker. Beslispunten De raad besluit: 1. vast te stellen de Verordening Rekenkamer gemeente Asten 2024; 2. het budget voor de rekenkamer na een jaar te evalueren; 3. aan te wijzen als leden van de klankbordgroep voor de rekenkamer de leden (Remco Wever) en (Marianne van de Ven-Meulendijks). Aanleiding Met de inwerkingtreding van de Wet dualisering gemeentebestuur in 2002 zijn de rollen, taken en posities van de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders (hierna: het college) gescheiden. Bestuurlijke taken en bevoegdheden (de uitvoerende taken) kwamen hoofdzakelijk bij het college te liggen en de gemeenteraad zou zich bezig gaan houden met de kaderstelling en het vaststellen van de begroting.

Met de dualisering kwam daar een belangrijke taak voor de gemeenteraad bij: het controleren van het bestuur. Om de gemeenteraad bij deze controlerende taak te ondersteunen introduceerde de wetgever een verplicht instrument: de gemeentelijke rekenkamer. Gemeenten hebben destijds van de wetgever substantieel veel ruimte gekregen om de organisatie van de rekenkamerfunctie naar eigen inzicht invulling te geven. Zo ontstonden verschillende typen organisaties van rekenkamers: 1) het directeursmodel oftewel de eenhoofdige rekenkamer, waarin de rekenkamer bestaat uit één lid. 2) Het collegemodel oftewel de meerhoofdige rekenkamer of het voorzittersmodel. Dit type rekenkamer houdt in dat ten minste twee leden zitting hebben in de rekenkamer. 3) De gemeenschappelijke rekenkamer. De wet voorzag in de mogelijkheid dat gemeenten samen een rekenkamer konden instellen. 4) Een rekenkamercommissie. Indien gemeenten ervoor kozen om geen rekenkamer of geen gemeenschappelijke rekenkamer in te stellen, kon de gemeente in een

eigen verordening zelf de vormgeving van de rekenkamerfunctie bepalen1. Dat heeft geleid tot het ontstaan van de rekenkamercommissie. In de commissie konden externe leden worden benoemd, maar de commissie kon bijvoorbeeld ook bestaan uit alleen raadsleden. Deze rekenkamercommissie had dezelfde bevoegdheden als de ‘gewone’ rekenkamer, indien de gemeente dit in haar eigen verordening bepaalde. Wet versterking decentrale rekenkamers Per 1 januari 2023 is de Wet versterking decentrale Rekenkamers (hierna: WvdR) in werking getreden. De noodzaak tot een wetswijziging is door de wetgever als volgt verwoord: “Sinds 2006 kan de raad een rekenkamer instellen. Ook kan de raad met een of meer andere raden een gemeenschappelijke rekenkamer instellen. Indien er geen rekenkamer of gemeenschappelijke rekenkamer wordt ingesteld dient de raad per verordening regels te stellen aan de uitoefening van de rekenkamerfunctie. De vormgeving van de rekenkamerfunctie is aan gemeenten overgelaten. De kern van dit wetsvoorstel is dat de wettelijke mogelijkheid vervalt om te kiezen voor een naar eigen inzicht in te richten rekenkamerfunctie. De raad kan voortaan kiezen om een eigen onafhankelijke rekenkamer in te stellen of met een of meer raden een gemeenschappelijke rekenkamer.

In circa vijftig gemeenten waarin na de inwerkingtreding van dit onderdeel van de Wet dualisering gemeentebestuur in 2006 is gekozen voor de inrichting van enigerlei vorm van rekenkamerfunctie wordt nauwelijks of zelfs in het geheel geen invulling gegeven aan serieus rekenkameronderzoek. Deze gemeenten geven hierdoor onvoldoende of zelfs geheel geen uitvoering aan de wettelijke plicht om met behulp van een rekenkamerfunctie te voorzien in onderzoek naar de doeltreffendheid, de doelmatigheid en de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur. Omdat de rekenkamerfunctie vormvrij is, bevat de huidige regeling geen waarborgen dat alle gemeenten op een adequate wijze werk maken van rekenkameronderzoek. De wettelijke eisen waarmee de regeling voor de lokale rekenkamer en de gemeenschappelijke rekenkamer zijn omgeven, bieden daartoe wél de noodzakelijke waarborgen”.2

Met de WvdR wordt dus beoogd om te verzekeren dat het instituut rekenkamer in elk overheidsorgaan (hierna: de gemeente) een belangrijk en onmisbaar onderdeel wordt van het gemeentebestuur en toegevoegde waarde biedt voor de democratische controle en verantwoording.3 Het voorgaande houdt in dat gemeenten worden verplicht om een onafhankelijke rekenkamer in te stellen. De WvdR is per 1 januari 2023 in werking getreden en gemeenten hebben een overgangstermijn van een jaar gekregen. Dat betekent dat iedere gemeente op 1 januari 2024 een onafhankelijke rekenkamer heeft ingesteld. Doelstelling en argumenten Met de nieuwe verordening neemt de gemeente Asten een eerste stap naar een toekomstbestendige en onafhankelijke rekenkamer. Dat is ook geen overbodige luxe nu steeds meer taken vanuit de Rijksoverheid worden gedecentraliseerd naar gemeenten, zoals bijvoorbeeld binnen het sociaal domein en ruimtelijke ordening (de Omgevingswet). Een rekenkamer is in deze dynamiek, die bestuurlijk steeds complexer wordt, een steunpunt voor de gemeenteraad voor het uitoefenen van de controlerende functie. De rekenkamer kan de gemeente ook behulpzaam zijn bij de kaderstelling. De vele uitdagingen waar de maatschappij mee kampt (woningtekorten, economische groei, vergrijzing, zorg etc.) vraagt van de gemeenteraad een heldere en bestendige doorkijk

1 Art. 81oa Gemeentewet (oud) 2 Kamerstukken II 2019/20, 35298, nr. 3, p. 1. 3 Kamerstukken II 2019/20, 35298, nr. 3, p. 2.

naar de toekomst. De rekenkamer kan hierbij de gemeenteraad ondersteunen met aanbevelingen hoe hij op lokaal niveau met deze uitdagingen om kan gaan. Het is van groot belang dat een actieve gemeenteraad in Asten gebruik maakt van een actieve rekenkamer. Een goed samenspel leidt tot een gemeenteraad die de rol van de rekenkamer op waarde kan schatten, en een rekenkamer die de gemeenteraad handzame adviezen kan bieden. Om dit samenspel te bereiken wordt over en weer betrokkenheid, heldere verwachtingen en goede communicatie (onder andere via de klankbordgroep) vereist. Risico’s Indien de gemeenteraad geen rekenkamer instelt wordt in strijd met de wet gehandeld. De gemeenteraad is verplicht om een rekenkamer in te stellen. Alternatieven Met het huidige voorstel (één voorzitter en een lid) kiest de gemeenteraad formeel voor een voorzittersmodel mét een extra lid. Een alternatief is een voorzittersmodel (of collegemodel) met ten minste drie leden. Een voordeel van dit alternatief is de stabiliteit binnen de samenstelling; een ongelijk aantal leden. Een nadeel van dit alternatief is dat de overheadkosten (de presentievergoedingen) hoger zijn, wat gevolgen heeft voor het benodigde budget. Een tweede alternatief is het directeursmodel (één lid).

De gemeenteraad besteedt bij dit model een onderzoek of de hele organisatie van de rekenkamer uit aan één persoon, dan wel aan een onderzoeksbureau. Een voordeel van dit alternatief is dat er –vermoedelijk– minder overheadkosten zijn. Een nadeel van dit alternatief is dat er geen interne tegenspraak is en dat de onderzoeksagenda wordt bepaald door één persoon. In de adviesnota is ook onderzocht of een gemeenschappelijke rekenkamer tot de mogelijkheden behoort voor de gemeente Asten. Uit de adviesnota van Necker blijkt dat uit een regionale verkenning naar voren is gekomen dat een regionale (gemeenschappelijke) rekenkamer niet mogelijk is. Het huidige voorstel (één voorzitter en een lid) is gebaseerd op het advies van Necker waaruit de wens van de raad blijkt: een lokaal gericht onderzoek(sprogramma), waarbij de raad input kan blijven leveren, zonder daarbij de onafhankelijkheid van de rekenkamer aan te willen tasten. Daarbij zijn zaken als de mogelijkheid tot interne tegenspraak en een reëel budget ook meegewogen. De voorgestelde samenstelling dekt de wensen en behoeften van de gemeenteraad, maar biedt ook voldoende waarborgen en sluit aan bij het karakter van de gemeente Asten. Planning en uitvoering Eerst wordt aan u de nieuwe verordening ter vaststelling voorgelegd. Na vaststelling zullen kandidaten voor de rekenkamer moeten worden geworven.

Daarvoor is het opstellen – en plaatsen – van een profiel en een vacaturetekst noodzakelijk. Naar aanleiding van de reacties op de vacature zal de klankbordgroep namens de raad sollicitatiegesprekken voeren met de kandidaten, en uiteindelijk zal de raad twee kandidaten benoemen. Voor de benoemingen zal een apart raadsvoorstel worden opgesteld. Toekomstagenda Asten 2030 / Vitale democratie Uit de toekomstagenda 2030 blijkt dat de raad toewerkt naar een cultuur waarin de wettelijke functies zijn gewaarborgd, maar waar meer wordt ingezet op loslaten, vertrouwen geven, verbinden en visie vormen. Juridische context Artikel 81a van de Gemeenwet schrijft voor dat de gemeenteraad een rekenkamer instelt. Het betreft een wettelijke verplichting.

Financiële toelichting Met ingang van 2024 heeft de gemeenteraad een structureel budget van 22.100,00 vastgesteld voor de rekenkamer. De rekenkamer bepaalt zelfstandig de uitgaven binnen het budget. Uit het budget van € 22.100 kan de vergoeding van de voorzitter en een lid worden vergoed (jaarlijks ca. € 6.225); daarmee resteert een onderzoeksbudget van ca. € 15.875. Necker geeft aan dat met € 15.000 1 volwaardig onderzoek per jaar kan worden opgeleverd. In de verordening worden de kosten voor de ambtelijke ondersteuning ook ten laste van dit budget gebracht. Na een jaar kan worden geëvalueerd of dit budget toereikend is. Communicatie Officiële publicatie van de geactualiseerde verordening volgt na besluitvorming. Bijlage(n)/ter inzage

1. 2. 3. 4.

Naam Raadsbesluit Adviesnota Necker Verordening rekenkamer gemeente Asten 2024 Presentatie Necker

Document nummer 2024086743 2024107353 2024107954 2024107562

5.

Wensen & Bedenkingen college

2024110044

RAADSBESLUIT Dagtekening:

Onderwerp: Verordening Rekenkamer gemeente Asten 2024

5 november 2024

De raad van de gemeente Asten; gezien het initiatiefvoorstel van het presidium van 30 september 2024; gehoord het advies van de commissie Samenleving en Bestuur van 17 oktober 2024; gehoord de wensen en bedenkingen van het college van B&W; besluit: 1. vast te stellen de Verordening Rekenkamer gemeente Asten 2024; 2. het budget voor de rekenkamer na een jaar te evalueren; 3. aan te wijzen als leden van de klankbordgroep voor de rekenkamer de leden R. Wever en M.J.M. van de Ven-Meulendijks. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Asten van 5 november 2024. De raad voornoemd, griffier, mr. M.B.W. van Erp-Sonnemans

voorzitter, A.A.H.C.M. van Extel-van Katwijk

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=df42eff0-1004-4ec2-be22-c9d6f9cde82a