CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Verordening verblijfsbelasting gemeente Asten 2026

Gemeenteraad 9 december 2025, gemeente AstenBij agendapunt: Verordening verblijfsbelasting gemeente Asten 2026 (hamerstuk)1.566 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVOORSTEL

ZAAKNUMMER: 07432024175038 Onderwerp: Verordening verblijfsbelasting gemeente Asten 2026

Bijlage(n): 1

Vergadering van: p.h.: 9 december 2025

LM

de raad van de gemeente Asten Samenvatting In de huidige Verordening verblijfsbelasting 2025 is een algemeen tarief van € 2,34 per persoon per overnachting opgenomen (artikel 6, eerste lid), en een verlaagd tarief van € 1,82 (artikel 6, tweede lid) voor overnachtingen op kampeerterreinen, in groepsaccommodaties, kampeerboerderijen en logiesverblijven. Onder logiesverblijf wordt huisvesting van arbeidsmigranten verstaan. In de Begroting 2025 is uitgegaan van een geraamde opbrengst van € 507.390. Begroting 2026 In de Begroting 2026 is een indexatie van 3,1% en een beleidsmatige tariefsverhoging van 10% opgenomen. Dit resulteert in nieuwe tarieven van € 2,05 (laag) en € 2,65 (algemeen), met een verwachte opbrengst verblijfsbelasting van € 569.615 in 2026. Deze opbrengst is gebaseerd op gegevens van BSOB, waaruit blijkt dat jaarlijks circa 247.000 overnachtingen tegen het verlaagde tarief en 25.000 overnachtingen tegen het algemene tarief worden belast. Zorgen vanuit de sector Ondernemers hebben zorgen geuit over de verhoging van de tarieven, mede vanwege de landelijke btw-verhoging op logiesverblijf van 9% naar 21% per 1 januari 2026. Ondernemers pleiten al langer voor verlaging van de verblijfsbelasting. Om deze zorgen deels weg te nemen en tegelijkertijd de financiële doelstelling uit de Begroting 2026 te realiseren, is gezocht naar een alternatieve tariefstelling.

Daarbij is aansluiting gezocht bij het voorbeeld van de gemeente Someren, die sinds 2024 werkt met een gedifferentieerd tariefstelsel. Tariefstelling 2026 Voor de tariefstelling in 2026 zijn meerdere scenario’s onderzocht, waarbij is gekeken naar de financiële doelstellingen uit de Begroting 2026 en de verwachte opbrengst verblijfsbelasting in 2026, de impact op ondernemers en de uitvoerbaarheid van het heffingssysteem. Voorgesteld wordt om de tariefstructuur aan te passen en vanaf 1 januari 2026 het verlaagde tarief uitsluitend toe te passen op overnachtingen in mobiele kampeeronderkomens op (mini)campings, kampeerterreinen, kampeerboerderijen en groepsaccommodaties. Onder mobiele kampeeronderkomens wordt verstaan: tenten, vouwwagens, kampeerauto’s, toercaravans of andere voertuigen die geheel of gedeeltelijk bestemd zijn voor recreatief nachtverblijf.

1/4

Verder wordt voorgesteld om vanaf 1 januari 2026 het algemene tarief toe te passen bij overnachtingen in logiesverblijven (huisvesting arbeidsmigranten) en luxere vakantieonderkomens waarvoor een omgevingsvergunning vereist is (zoals chalets en vakantiehuisjes). Door deze aanpassing verschuiven ongeveer 60.000 overnachtingen van het verlaagde tarief naar het algemene tarief. Hierdoor ontstaat een nieuwe verdeling van circa 187.000 overnachtingen tegen het lage tarief en 85.000 tegen het algemene tarief. Deze herverdeling maakt het mogelijk om een gematigde tariefsverhoging door te voeren met afgeronde bedragen. Voorgesteld wordt om het verlaagde tarief te verhogen van € 1,82 naar € 1,90 en het algemene tarief van € 2,34 naar € 2,50. Beslispunten De raad besluit: 1. vast te stellen de Verordening verblijfsbelasting gemeente Asten 2026. Aanleiding De Verordening verblijfsbelasting gemeente Asten 2026 (hierna; Verordening) betreft de belasting voor niet ingezetenen die verblijf houden in de gemeente en vindt zijn grondslag in artikel 224 van de Gemeentewet. De Belastingsamenwerking Oost-Brabant (hierna: BSOB) voert de heffing en invordering voor deze belasting uit. Bij de vaststelling van deze Verordening door de gemeenteraad wordt de vigerende Verordening verblijfsbelasting gemeente Asten 2025 ingetrokken.

Doelstelling Verblijfsbelasting is een gemeentelijke belasting die wordt geheven voor het aanbieden van overnachtingen aan personen die niet als ingezetene staan ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) van de gemeente. Het doel van deze belasting is om de extra kosten voor voorzieningen en infrastructuur die mede door toeristen en tijdelijke gasten worden gebruikt, te verhalen op deze doelgroep. De heffing wordt geheven per persoon per overnachting aan de verblijfsaanbieder. Deze mag conform wet- en regelgeving deze belasting verhalen bij de persoon die gebruikmaakt van het verblijf. Argumenten 1.1 Het voorstel wijkt minimaal af van de begrote opbrengst verblijfsbelasting in de Begroting 2026 De Begroting 2026 gaat uit van een opbrengst van € 569.615 op basis van een volledige tariefsverhoging (indexatie + beleidsmatige verhoging). Het voorgestelde scenario met afgeronde tarieven (€ 1,90 en € 2,50) resulteert in een opbrengst van € 567.800. Dit betekent een verschil van slechts € 1.815, oftewel minder dan 0,5% van de begrote opbrengst. Dit minimale verschil maakt het voorstel financieel verantwoord, terwijl het tegelijkertijd tegemoetkomt aan de zorgen van ondernemers over kostenstijgingen.

Het behoud van bijna dezelfde opbrengst waarborgt dat de gemeente haar budgettaire doelstellingen kan realiseren zonder een disproportionele lastenverzwaring voor de sector, mede in het licht van de aanstaande btw-verhoging op logiesverblijf van 9% naar 21% per 1 januari 2026. 1.2 Het voorstel houdt rekening met afgeronde tarieven van € 1,90 en € 2,50 wat praktischer is en beter uitlegbaar is voor ondernemers en BSOB

Afgeronde tarieven zorgen voor eenvoud in communicatie, facturatie en uitvoering. Voor ondernemers betekent dit dat zij de verblijfsbelasting gemakkelijk kunnen doorberekenen aan gasten zonder complexe berekeningen of afrondingsverschillen. Dit draagt bij aan transparantie richting klanten en voorkomt discussie over kleine afwijkingen. Voor BSOB vereenvoudigt het de administratieve verwerking, omdat afgeronde bedragen minder foutgevoelig zijn en beter aansluiten bij geautomatiseerde systemen. 1.3 De voorgestelde tariefstelling sluit beter aan bij het voorzieningenniveau van verschillende typen accommodaties. Deze wijziging is onderbouwd vanuit het voorzieningenniveau en de aard van het verblijf. Mobiele kampeeronderkomens op (mini)campings en kampeerterreinen bieden een beperkter voorzieningenniveau dan hotels, B&B’s en luxere vakantieonderkomens, wat een lager tarief rechtvaardigt. Kampeerboerderijen en groepsaccommodaties blijven onder het verlaagde tarief vallen vanwege hun eenvoudigere voorzieningen, zoals gemeenschappelijke slaapzalen en sanitaire ruimtes. Logiesverblijven voor arbeidsmigranten worden doorgaans gebruikt voor langere periodes, vaak weken of maanden. Dit verschilt wezenlijk van recreatieve overnachtingen, die tijdelijk en toeristisch van aard zijn.

Door logiesverblijven onder het algemene tarief te brengen, ontstaat een eerlijker systeem waarin langdurige huisvesting niet langer profiteert van een tarief dat bedoeld is voor eenvoudige, recreatieve kampeeraccommodaties. Risico’s 1.1 Tariefdifferentiatie in de verblijfsbelasting kan een fiscaal-juridisch risico zijn Artikel 219 van de Gemeentewet stelt dat het bedrag van een gemeentelijke belasting niet afhankelijk mag worden gesteld van het inkomen, de winst of het vermogen. Het is mogelijk dat een belastingplichtige van mening is dat het onderscheid in de tariefstelling tussen accommodaties die meer comfort, service en faciliteiten bieden dan anderen (en daar een hogere prijs voor vragen) strijdig is met artikel 219 van de Gemeentewet. In dat geval is het aan de aanbieder om bezwaar te maken en in beroep te gaan tegen de opgelegde aanslag toeristenbelasting. De inschatting is dat dit risico zeer beperkt is. De gemeente heeft namelijk een ruime beleidsvrijheid om belasting te heffen en tariefdifferentiatie toe te passen. Dit is ook in de jurisprudentie bevestigt.1 Voorwaarde is wel dat als er onderscheid wordt gemaakt, dit gebaseerd is op een objectieve en redelijke rechtvaardiging. Dit voorstel voldoet naar onze mening aan deze voorwaarde, omdat onderscheid wordt gemaakt in het soort verblijf/het type accommodatie.

Dit betreft geen onderscheid naar inkomen, winst of vermogen.

Alternatieven 1.1 Niet vaststellen van de Verordening Wanneer de Verordening niet wordt vastgesteld, wordt teruggevallen op de vigerende Verordening verblijfsbelasting gemeente Asten 2025. 1.2 Behoud verlaagd tarief en een hogere stijging van het algemene tarief Het verlaagde tarief blijft gehandhaafd op € 1,82 en het algemene tarief stijgt van € 2,34 naar € 2,70. Door de herverdeling van 187.000 overnachtingen tegen het lage tarief en 85.000 overnachtingen 1 Hof ‘s-Hertogenbosch 26 oktober 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:4670.

3/4

tegen het algemene tarief resulteert dit alternatief in een totaalopbrengst van € 569.840,- (+ € 225,ten opzichte van de begrote opbrengst verblijfsbelasting in de Begroting 2026). Dit alternatief levert slechts een minimaal financieel voordeel op maar gaat gepaard met een forse stijging van het algemene tarief naar € 2,70. Dit zorgt voor een onevenwichtige lastenverdeling, omdat het verlaagde tarief ongewijzigd blijft op € 1,82. Hierdoor worden ondernemers in het hogere segment disproportioneel belast, waardoor dit alternatief niet bijdraagt aan een transparant en eerlijk tariefsysteem. 1.3 Volledige tariefsverhoging conform Begroting 2026 met een indexatie van 3,1% en beleidsmatige verhoging van 10% De tarieven wijzigen van € 1,82 naar € 2,05 (verlaagd tarief) en € 2,34 naar € 2,65 (algemeen tarief). Door de herverdeling van 187.000 overnachtingen tegen het lage tarief en 85.000 overnachtingen tegen het algemene tarief resulteert dit alternatief in een totaalopbrengst van € 608.600,- (+ € 38.985,- ten opzichte van de begrote opbrengst verblijfsbelasting in de Begroting 2026). Dit alternatief levert weliswaar extra inkomsten op, maar van de onderzochte alternatieven vergroot dit de financiële druk op ondernemers het meest en mist het praktische voordelen zoals afgeronde tarieven.

Wij achten dit alternatief niet in lijn met het streven naar een evenwichtige oplossing tussen gemeentelijke inkomsten en sectorbelangen. Planning en uitvoering De commissie Samenleving & Bestuur behandelt de Verordening op 27 november 2025. De gemeenteraad behandelt de Verordening op 9 december 2025. Na vaststelling wordt deze volgens de wettelijk voorgeschreven wijze bekendgemaakt. Hierdoor treedt de Verordening in werking en wordt de Verordening verblijfsbelasting gemeente Asten 2025 ingetrokken. Toekomstagenda Asten 2030 / Vitale democratie N.v.t. Juridische context De Verordening is opgesteld in overleg met de afdeling Juridische Zaken en de Belastingsamenwerking Oost-Brabant (BSOB). Beiden hebben positief gereageerd op de voorgestelde wijzigingen. Financiële toelichting De Verordening is afgestemd op de financiële uitgangspunten in de Kadernota en Begroting 2026. Communicatie De Verordening wordt gepubliceerd in het digitale Gemeenteblad. De Verordening is vervolgens te raadplegen via de website www.overheid.nl. Bijlage(n)/ter inzage

1.

Naam Raadsbesluit Verordening verblijfsbelasting gemeente Asten 2026

Document nummer 2024175084

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=f226f0ee-56fa-4c06-b65f-36e65bf6a2c3