Raadsvoorstel Ontwerp-Gemeenschappelijke Regeling Regionaal Bedrijventerrein Brainport-Oost
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL
ZAAKNUMMER: 07432024183515 Onderwerp: Ontwerp-Gemeenschappelijke Regeling Regionaal Bedrijventerrein Brainport-Oost
Bijlage(n): 5
Vergadering van: p.h.: 23 september 2025
LM
de raad van de gemeente Asten Samenvatting Het doel van het voorstel is de samenwerkingsvorm te realiseren voor het regionale bedrijventerrein Brainport-Oost (RBT BPO) in het gebied Lungendonk – Varenschut. Deze fase van besluitvorming over de op te richten gemeenschappelijke regeling vormt het voorzienbare vervolg op de vaststelling februari jongstleden van de uitgangspunten voor de samenwerkingsvorm door de colleges van Burgemeester en Wethouders van de gemeenten Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Helmond, Laarbeek en Someren. In de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) is vastgelegd dat de raden op twee momenten formeel worden betrokken. Als eerste is er een zienswijzeprocedure waar raden hun wensen en bedenkingen op de concept regeling kunnen geven. Als tweede is er een toestemmingsprocedure waar raden de finale toestemming wordt gevraagd. Met het voorliggende besluit van elk van de zes colleges start het formele zienswijze proces met de zes gemeenteraden. Deze periode duurt formeel 8 weken. Beoogd wordt dat de zes gemeenteraden uiterlijk in september 2025 een besluit nemen over de zienswijze. Daarna start de toestemmingsprocedure. Beslispunten De raad besluit: 1. Kennis te nemen van de Ontwerp-Gemeenschappelijke Regeling ‘Regionaal Bedrijventerrein Brainport-Oost’; 2.
Op de ontwerpregeling geen zienswijze in te dienen; Aanleiding In 2019 is een proces gestart door de vijf Peelgemeenten en de gemeente Helmond - samen met de provincie, het waterschap en de subregio Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) – om een regionaal bedrijventerrein aan de oostzijde van Brainport te realiseren. In 2023 heeft dit geresulteerd in het vestigen van een voorkeursrecht op het gebied Lungendonk – Varenschut in de gemeenten Someren en Helmond. Waarna het ‘Convenant Regionaal Bedrijventerrein Brainport-Oost’ door het college is vastgesteld en door u is bekrachtigd op 24 september 2024. Sindsdien is gewerkt aan de business case, financieringsmogelijkheden, milieuscan en een passieve grondverwerving. Daarnaast is met gemeenten in de regio een eerste stap gezet in het oprichten van een organisatie die de ontwikkeling van dit regionaal bedrijventerrein gaat realiseren. Het bevestigen van de intentie tot deelname en het vaststellen van de uitgangspunten is een eerste stap om te komen tot het oprichten van een organisatie die de ontwikkeling van het Regionaal Bedrijventerrein gaat realiseren. Op 25 februari
1/11
2025 bent u met een RIB geïnformeerd over de voorbereidingen op de ontwikkelingen en de oprichting van de samenwerkingsvorm alsmede de daarbij te hanteren uitgangspunten (bijlage 5). Het college nam op 19 augustus 2025 het volgende besluit: 1. De ontwerp-gemeenschappelijke regeling ‘Regionaal Bedrijventerrein Brainport-Oost’ ter zienswijze aan te bieden aan de gemeenteraad (bijlage 2); 2. De bestuurlijke trekkersgroep de opdracht te geven om de gemeenschappelijke regeling ‘Regionaal Bedrijventerrein Brainport-Oost’ op uiterlijk 1 juli 2026 operationeel te starten en hiervoor de voorbereidingen te treffen binnen de financiële middelen die beschikbaar zijn; 3. Het opnemen van de financiële gevolgen van deelname in de gemeenschappelijke regeling in de afwegingen van de kadernota en de (meerjaren-)begroting. Doelstelling Het doel van het voorstel is de samenwerkingsvorm te realiseren voor het regionale bedrijventerrein Brainport-Oost. Gelet op de aard van de taak, het belang dat partijen hechten aan het maatschappelijke en openbaar belang en het gegeven dat het realiseren van het RBT BPO gedurende de looptijd van de regeling beleidsrijke bijsturing nodig kan hebben, heeft het de voorkeur om voor de samenwerking RBT BPO te kiezen voor een gemeenschappelijke regeling met een openbaar lichaam.
In deze vorm wordt de democratische legitimatie het beste geborgd en een andere rechtsvorm brengt geen financiële voordelen met zich mee. De inhoud van de voorliggende ontwerpgemeenschappelijke regeling is gebaseerd op de uitgangspunten zoals door de colleges zijn vastgesteld in februari 2025. Met het voorliggende besluit van elk van de zes colleges start het formele zienswijze proces met de zes gemeenteraden om te komen tot een samenwerkingsvorm in de vorm een gemeenschappelijke regeling met een openbaar lichaam. Deze periode duurt formeel 8 weken. Beoogd wordt dat de zes gemeenteraden uiterlijk in september 2025 een besluit nemen over de zienswijze. Daarna start de toestemmingsprocedure. Beschrijving van het plangebied Het oorspronkelijke Wvg-gebied van circa 150 hectare is, met verkleining van Lungendonk, teruggebracht naar circa 100 hectare. Dit gebied vormt het uitgangspunt voor de vestiging van Bedrijventerrein Brainport-Oost en de uitwerking van de businesscase. De hoofdlijnen van het profiel voor het Regionaal Bedrijventerrein Brainport-Oost (RBT) is grootschalige bedrijvigheid (groter dan 1 hectare, milieucategorie 2 t/m 4), met ruimte voor Brainport-gerelateerde logistiek. De basis van het profiel bestaat uit de reeds aanwezige bedrijven in de Peel en de directe omgeving in Zuidoost-Brabant die willen uitbreiden en verplaatsen.
Dit sluit aan op het ‘makersdistrict’ van Zuidoost-Brabant, een gebied met een omvangrijk en gevarieerd cluster aan praktisch ingestelde maakbedrijven, met bijzondere accenten op foodtech en automotive. Het gros van deze bedrijven is direct of indirect verbonden aan het hightech ecosysteem van de Brainport en daarmee ook essentieel voor haar economisch succes.
Financiële toelichting In eerdere communicatie naar de convenantgemeenten is aangegeven dat de grondexploitatie vooralsnog een negatief resultaat laat zien van circa € 16 miljoen. Het uitgangspunt van de grondexploitatie is en blijft om richting een neutraal eindresultaat te komen. Middels een separaat voorstel wordt de raad gevraagd dit uitgangspunt over te nemen in kaders voor de realisatie van het RBT BPO. Bij concretere uitwerking naar een voorlopig ontwerp in 2025 onderzoeken we naast de door de raden gestelde kaders ook de mogelijke voordelen in de aanscherping van de grondexploitatieberekening. Zo wordt ook een hogere grondprijs voor logistieke kavels meegenomen bij de herziening van de grondexploitatie. Met de mogelijke hulp vanuit de provincie Noord-Brabant, Eindhoven en eventuele andere SGEgemeenten is een budgettaire neutrale exploitatie haalbaar. De inzet van de provincie is om mee te doen aan het verkleinen van de financiële risico’s en de mogelijke onrendabele top van RBT BPO. Hiervoor wordt mogelijk de immunisatieportefeuille aangewend, waarover op een later moment besluitvorming in GS en PS plaatsvindt. Met de huidige stand van zaken en bovenstaande informatie wordt thans ingeschat dat het exploitatieresultaat tussen € 0 en € – 5 miljoen euro zal liggen.
Het uitgangspunt van een neutraal eindresultaat van de grondexploitatie kan op het moment van deze ontwerp-gemeenschappelijke regeling nog niet gegarandeerd worden. Zoals beschreven wordt er gezocht naar een zoveel als mogelijk budgettair neutrale exploitatie. Het uitgangspunt van het totale project is dat het kwalitatieve resultaat belangrijker is dan het bedrag onder aan de streep bij de grondexploitatie. Dit moet met elkaar in balans zijn en moet overwogen worden bij het opvolgend besluit over de deelname aan de GR RBT BPO Indien er bij deelname aan de GR een negatieve grondexploitatie resteert, wordt het tekort door de deelnemende gemeenten gedeeld op de door de BBV voorgeschreven wijze (winsten / verliezen nemen conform voortgang grondexploitatie). De ontwerp-gemeenschappelijke regeling beschrijft de verhouding waarover dat de tekorten in rekening gebracht of positief saldo wordt uitgekeerd aan de deelnemers. In de voorliggende regeling is voorzien in de volgende verdeling van de financiële risico’s (en eventuele te realiseren winsten): a. 12% deel gemeente Asten b. 12% gemeente Deurne c. 12% deel gemeente Gemert-Bakel d. 40% deel gemeente Helmond e. 12% deel gemeente Laarbeek en f. 12% deel gemeente Someren.
De gemeenten Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Helmond, Laarbeek en Someren hebben afgesproken elk jaar, gedurende de drie jaren 2023, 2024 en 2025, jaarlijks € 100.000 bij te dragen. Van deze in totaal € 1,8 miljoen zijn onder andere bekostigd de projectorganisatie, de locatiestudie, de principeschetsen en onderbouwing, de grondexploitatieberekening, de milieuscan en ook de (externe) advieskosten om te komen tot de oprichting van de beoogde samenwerking. De uitvoeringskosten tot eind juni 2025 bedragen € 1,2 miljoen. Er rest dan een nog bedrag van ruim € 600.000. Het resterende budget lijkt daarmee toereikend om in de tweede helft van 2025 en in de eerste helft van 2026, naast de oprichting van de samenwerking, ook nog stappen te zetten in het
3/11
ruimtelijk proces zoals het uitvoeren van onderzoeken, het opstellen van een programma van eisen, het maken van een voorlopig ontwerp en het actualiseren van de grondexploitatieberekening. De exploitatie zal pas opgestart worden na oprichting van de samenwerking, waarbij de € 1,8 miljoen ingebracht door de gemeenten Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Helmond, Laarbeek en Someren worden opgenomen in de grondexploitatie. In het separate voorstel voor het stellen van kaders vraagt de gemeente Asten bij het kader over financiën inzicht te geven over de consequenties en het inbrengen van deze gelden en wijziging van verhouding deelname van evenredig naar de zogenaamde ‘60/40’ verhouding. Na een definitief besluit tot deelname en vaststelling van de GREX zullen de deelnemende gemeenten hiermee rekening moeten houden in de P&C-documenten. Het Algemeen bestuur van de GR kan voorstellen doen tot wijziging van de regeling met (latere) toetreding van een nieuwe deelnemer. Het Algemeen Bestuur regelt de gevolgen van de toetreding en kan aan de toetreding voorwaarden verbinden. Toetreding kan plaatsvinden bij daartoe strekkende gelijkluidende besluiten van de colleges van de deelnemers, met inbegrip van het college van de toetredende gemeente, na verkregen toestemming van de raden conform artikel 1 Wgr.
Zeggenschap en stemverhouding In het Algemeen Bestuur hebben de leden van de gemeenten Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Laarbeek en Someren elk 12% van de stemmen. Het lid van de gemeente Helmond heeft 40% van de stemmen. Daarmee wordt recht gedaan aan de verdeling van de financiële risico’s. Besluiten van het algemeen bestuur komen slechts tot stand indien zij worden genomen met ten minste 55% van het totale stemgewicht, én instemming van ten minste vier van de zes deelnemers heeft. Hiermee heeft geen van de gemeenten vetorecht. Argumenten 1.1 Een zienswijze procedure te starten Een zienswijze procedure is verplicht in de Wet gemeenschappelijke regelingen. Sinds de wijziging van de Wgr (1 juli 2022) is het verplicht om bij het aangaan van, wijzigen van, toetreden tot en uittreden uit een gemeenschappelijke regeling (welke niet mede door de raden is getroffen) de raden de mogelijkheid te bieden om een zienswijze op het ontwerp van de regeling te geven. 1.2Met het vaststellen van gemeenschappelijke regeling wordt gevolg en inhoud gegeven aan de uitgangspuntenfase Bij de vaststelling van de gemeenschappelijke regeling wordt gevolg gegeven aan de positieve besluitvorming in februari over de uitgangspunten en de voorgestelde rechtsvorm voor de samenwerking.
De inhoud van de ontwerpregeling is gebaseerd op de uitgangspunten zoals door de colleges zijn vastgesteld in februari en voorbereid door de ambtelijke werkgroep met de ambtenaren economie en de juridisch adviseurs van de gemeenten (zie bijlage 5). 1.3Uitwerking van het uitgangspunt van een gebalanceerde stemverhouding, evenredig met het genomen risico De inhoud van de voorliggende ontwerpregeling is gebaseerd op het uitgangspunt van een gebalanceerde stemverhouding waarbij geen van de deelnemers een vetorecht heeft en bij besluitvorming consensus wordt nagestreefd. In de operationalisering van het woord ‘gebalanceerd’ is gestreefd naar balans tussen zeggenschap en risico. Daarbij zijn verschillende mogelijke verdeelsleutels overwogen, zoals verdeling zeggenschap en risico naar evenredigheid (ieder een gelijk aandeel), naar rato van oppervlakte, naar rato van inwonertal en naar rato van behoefte aan bedrijventerrein (bij de Peelgemeenten en in de oostflank SGE-gebied). Naar het oordeel van de
betrokken gemeenten doet een zeggenschaps- en risicoverhouding van 60% voor de 5 Peelgemeenten en 40% voor de gemeente Helmond het meeste recht aan het belang en de draagkracht van de deelnemende gemeenten. In een separate toelichting (bijlage 4) is genoemde overweging over de verdeling van de zeggenschap en het risico nader onderbouwd. Aanvullend is er in het voorliggende voorstel nog nader ingezoomd op alternatieve stemverhouding en risicoverdeling onder 1.2 onder Alternatieven. De gemeente Helmond, als grootste gemeente in de samenwerking, heeft daarmee een risico van 40%, de andere deelnemende gemeenten ieder 12%. Dit is vertaald in de zeggenschap in de gemeenschappelijke regeling door het bestuurslid namens de gemeente Helmond 40% van de stemmen toe te kennen en de bestuursleden uit de andere gemeenten ieder 12% van de stemmen. Om blokkerende vetomacht van de gemeente Helmond te voorkomen, is daarnaast in de regeling opgenomen dat besluiten slechts tot stand kunnen komen indien zij worden genomen met ten minste 55% van het totale stemgewicht, én instemming van ten minste vier van de zes deelnemers (dubbele meerderheidsregel). Mochten op een later moment andere gemeenten willen toetreden, kan bij wijziging van de gemeenschappelijke regeling die dan nodig is tevens de meerderheidsregel opnieuw worden bekeken en mogelijk worden vereenvoudigd.
1.4Deelnemen is in het belang van de regio Deelname is in het belang van onze gemeente, omdat de ontwikkeling van Brainport-Oost een antwoord biedt op de behoefte die er is aan een uitbreidingslocatie voor economische groei binnen de Brainport-regio. De ontwikkeling van RBT BPO komt voort uit de noodzaak om in de regio ruimte te bieden voor innovatieve bedrijven en hoogwaardige werkgelegenheid en de verplaatsing van bedrijven. De uitbreidingslocatie geeft vestigingsruimte voor aan Brainport gerelateerde bedrijven en bedrijven die passen bij de economische structuur van de regio. Daarnaast wordt door deelname aan de GR RBT BPO een ontwikkeling gerealiseerd die een positieve impact gaat hebben op de werkgelegenheid in de regio. 1.5Er worden alleen collegebevoegdheden overgedragen Alleen bevoegdheden van de colleges van B&W gaan over naar de gemeenschappelijke regeling. De raadsbevoegdheden gaan niet over. De gemeenteraden blijven daarmee de kaderstellende bevoegdheden behouden. Met de vorming van de GR komen daar ook wettelijke bevoegdheden bij die direct voorkomen uit de Wgr (bijvoorbeeld een zienswijze op de begroting). Risico’s 1.1 Wanneer niet alle beoogde deelnemers deelnemen in de GR dient de regeling te worden aangepast Wanneer in het vervolg van het proces niet alle beoogde deelnemers deelnemen in de GR dient de regeling te worden aangepast.
Dit heeft gevolgen voor het risico, de doorlooptijd en de zeggenschapsverhoudingen. Het besluitvormingsproces dient dan opnieuw te worden doorlopen. 1.2Deelname in de regeling levert een financieel risico op voor de deelnemers Wanneer we in het vervolg besluiten om deel te nemen aan de gemeenschappelijke regeling ontstaat mogelijk een financieel risico. Hoe hoog dit risico is, zal na actualisering van de grondexploitatieberekeningen duidelijker worden. Het risico zal in de begrotingen van de deelnemers moeten worden verwerkt. De financiële verplichting heeft een voorziene looptijd van 15 jaar.
5/11
Via een separaat voorstel wordt aan gemeenteraden gevraagd kaders vast te stellen voor de realisatie van het Regionaal Bedrijventerrein Brainport-Oost. Er is hierin ook een kader opgenomen met het uitgangspunt dat de grondexploitatie een neutrale of positieve eindwaarde moet hebben. Dit met als doel om de geactualiseerde grondexploitatie berekening en uitkomst daarvan goed mee te kunnen wegen bij het definitieve besluit over deelname aan de GR. Meer informatie over de financiën en grondexploitatie op het moment van het voorliggende voorstel over de ontwerp-gemeenschappelijke regeling is te vinden in de financiële paragraaf hieronder. 1.3 Mogelijkheid financieel risico RBT BPO in dezelfde periode als financieel risico ontwikkeling bedrijventerrein ‘Ommelsbroek’ in Asten Naast de financiële gevolgen vanwege de ontwikkeling van RBT BPO dient ook rekening te worden gehouden met financiële verplichtingen vanwege een toekomstige ontwikkeling van bedrijventerrein ‘Ommelsbroek’. De gemeente Asten heeft de ambitie om dit bedrijventerrein te ontwikkelen en in dat kader aangemeld in het kader van de Uitvoeringsagenda Regionaal Programma Werklocaties Zuidoost Brabant. De gemeente onderzoekt momenteel de mogelijkheden voor ontwikkeling en is o.a. in overleg met grondeigenaren over een mogelijke aankoop van gronden.
Wanneer besloten wordt ‘Ommelsbroek’ te ontwikkelen kan dit financiële risico’s met zich meebrengen. Het risico bestaat dat beide locaties in dezelfde periode in ontwikkeling worden gebracht er rekening gehouden moet worden met de financiële risico’s van beide ontwikkelingen. Wat de consequenties zijn is nog niet inzichtelijk. Alternatieven 1.1Rechtsvorm Gelet op de aard van de taak, het belang dat partijen hechten aan het maatschappelijke en openbaar belang en het gegeven dat het realiseren van het RBT BPO gedurende de looptijd van de regeling beleidsrijke bijsturing nodig kan hebben, heeft het de voorkeur om voor de samenwerking RBT BPO te kiezen voor een gemeenschappelijke regeling met een openbaar lichaam. In deze vorm wordt de democratische legitimatie het beste geborgd en een andere rechtsvorm brengt geen financiële voordelen met zich mee (zie bijlage 3). 1.2Stemverhouding en risicoverdeling Er zijn verschillende verhoudingen mogelijk in het verdelen van stemmen en risico onder de deelnemers. Bestuurlijk is er consensus bereikt over de voorliggende gebalanceerde verhouding in zeggenschap en risico maar er zijn ook alternatieven.
Een uitgebreide notitie hierover is opgenomen als bijlage 4 en beschrijft de volgende alternatieven (met bijbehorende risico voor Asten): naar rato van ‘werkgelegenheids- of vestigingsbehoefte (12%)’, ‘inwonertal (7,82%)’, ‘economische draagkracht (8,52%)’ en ‘evenredigheid (16,67%)’. De evenredige onderverdeling van de 60% onder de kleinere Peelgemeenten zorgt ervoor dat Asten meer invloed en risico heeft dan bij de verdeling naar rato van inwonersaantal of economische draagkracht. Echter het doet recht aan de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor deze opgave en de solidariteit aan de gemeente Someren (en Helmond) waar deze ontwikkeling mogelijk gemaakt wordt. Verder is de kans aanzienlijk dat de werkgelegenheid voor inwoners van Asten en vestigingsbehoefte voor passende bedrijven uit Asten op dit bedrijventerrein en spin-off voor ondernemers in Asten door de nabijheid groter is dan voor een aantal andere gemeenten binnen de Peel. Op voorhand is het niet te becijferen en ook behoefte naar grootschalige bedrijventerreinen wordt maximaal op regionale schaal geprognosticeerd en daarom is het logisch de verdeling tussen de kleinere Peelgemeenten gelijk te houden. Eveneens is de nabijheid van het terrein ook een goede reden voor Asten om zo veel mogelijk invloed op de ontwikkeling te hebben. De mix van gezamenlijke verantwoordelijkheid/evenredigheid onder de
kleinere Peelgemeenten en risicoverdeling naar ‘werkgelegenheidsbehoefte- of vestigingsbehoefte’ is voor Asten een logische keuze. 1.3(sub)Regionaal ontwikkelbedrijf werklocaties Een alternatief voor een gemeenschappelijke regeling voor een specifieke locatie en ontwikkeling is een (sub)regionaal ontwikkelbedrijf voor alle werklocaties in de (sub)regio. Dit biedt kansen voor meer synergie in ontwikkelingen van terreinen en het juiste bedrijf op de juiste plaats en verhoudingen tussen de verschillende werktypemilieus zoals in de keten tussen campussen en grootschalige werklocaties en toeleveringsketens op de reguliere terreinen. Asten heeft de ambitie om een werklocatie in het reguliere en evt. aangevuld met grootschalige werkmilieus onder de noemer ‘Ommelsbroek’ te ontwikkelen. Daarbij is het vanuit alle deelnemers aan RBT BPO gewenst dit niet in concurrentie maar in synergie met andere ontwikkelingen zoals RBT BPO te doen en hierover afspraken te maken in het vervolg. Voor Asten is het denkbaar en logisch om een evt. risico voor deze ontwikkeling te verdelen over meerdere deelnemers, bijvoorbeeld andere overheden of derden, en logisch om te onderzoeken of RBT BPO op termijn andere terreinen kan ontwikkelen dan wel op het niveau van de gehele regio een ontwikkelbedrijf haalbaar is.
Een samenwerking die verder gaat dan enkel de ontwikkeling van RBT BPO biedt ook kansen voor de aanstaande grote opgaves zoals toekomstbestendig maken (Brainport Principles e.d.), revitalisering, transformatie, herstructurering en intensivering van bestaande locaties en mogelijkheden voor afspraken over locaties die vrijkomen door verplaatsing naar RBT BPO. Het zorgt enerzijds voor een betere samenwerking op het totaal van deze opgaves over de (sub)regio maar anderzijds neemt de complexiteit van de verdeling van invloed en risico met meer partijen of ontwikkelingen aanzienlijk toe. Bestuurlijk is hier vooralsnog geen consensus op gevonden, niet in de subregio bij RBT BPO en niet in de regionale processen rondom werklocaties. Het is dan ook niet logisch dit op het moment in het proces bij van de vaststelling van de ontwerp gemeenschappelijke regeling aan te passen. Planning en uitvoering De oprichting en inrichting van een GR is een gefaseerd proces met de volgende stappen: a. De ontwerpregeling wordt aan de gemeenteraden gezonden voor zienswijzen. De gemeenteraden hebben acht weken om een zienswijze in te dienen op de ontwerpregeling. b. Middels een separaat voorstel wordt aan de gemeenteraden gevraagd kaders vast te stellen voor de realisatie van het Regionale Bedrijventerrein Brainport-Oost.
Deze kaders worden uitgewerkt in concept documenten en gedeeld bij de definitieve regeling om mee te wegen in het besluit over deelname aan de GR (eind 2025/begin 2026) c. Nadat alle zienswijzen binnen zijn, of de termijn is verstreken, wordt een weging gemaakt van de zienswijzen en eventueel (als de zienswijzen daartoe aanleiding geven) wordt de tekst van de gemeenschappelijke regeling aangepast. (gepland eind 2025) d. Via de colleges worden de gemeenteraden gevraagd toestemming te verlenen om in te stemmen met de (definitieve) regeling. (gepland eind 2025) e. Na verkregen toestemming kunnen de colleges instemmen met de definitieve regeling. (begin 2026) f. Wanneer alle colleges, na verkregen toestemming, hebben ingestemd kan de regeling worden bekendgemaakt. (gepland begin 2026) g. Na de bekendmaking wordt de organisatie verder ingericht zodat deze zo spoedig mogelijk na bekendmaking kan gaan werken aan het realiseren van het RBT Brainport Oost. Toekomstagenda Asten 2030 / Vitale democratie Het regionale bedrijventerrein Brainport-Oost valt onder grensoverschrijdende opgaven waarop we samenwerken op regionale schaal. De ontwikkeling is in lijn met de Ontwikkelstrategie Zuidoost
7/11
Brabant, Werkprogramma Economie en Visie en Strategie voor Werklocaties in de Metropoolregio Eindhoven. De samenwerking aan een regionaal bedrijventerrein is verder in lijn met afspraken zoals gemaakt in de Peelgemeenten zoals in de Economische Agenda De Peel en het recent gesloten Peelakkoord. Toekomstbestendige en gezonde bedrijventerreinen dragen bij aan een gezonde lokale economie. De ontwikkeling van het RBT Brainport-Oost zorgt voor een betere aansluiting op de behoefte van het bedrijfsleven voor grootschalige werklocaties. Hierdoor wordt het mogelijk om groeiende ondernemers ontwikkelruimte te bieden en mogelijkheden bij een verplaatsingsbehoefte. Dit biedt kansen voor doorontwikkeling van ondernemers op reguliere bedrijventerreinen en de benodigde schuifruimte om herstructurering, revitalisering en intensivering of transformatie van bestaande bedrijventerreinen mogelijk te maken.
Juridische context In de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) is vastgelegd dat de raden op twee momenten formeel worden betrokken. Als eerste is er een zienswijzeprocedure waar raden hun zienswijze op de ontwerpregeling kunnen geven. Na weging van de zienswijzen (en eventuele aanpassing van de regeling) start de procedure voor toestemming en instemming. In deze procedure wordt de raden gevraagd om de colleges toestemming te verlenen, waarna de colleges kunnen instemmen met de regeling. Met het voorliggende besluit van elk van de zes colleges start het formele zienswijzeproces met de zes gemeenteraden. Deze periode duurt maximaal 8 weken. Binnen deze wettelijke termijn van acht weken is er tijd om eventueel zienswijzen af te stemmen tussen de gemeenteraden. Communicatie Het raadsbesluit wordt gedeeld met de stuurgroep ‘Regionaal Bedrijventerrein Brainport-Oost’. Bijlage(n)/ter inzage
1. 2. 3. 4. 5.
Naam Raadsbesluit ontwerp-gemeenschappelijke regeling ‘Regionaal Bedrijventerrein Brainport-Oost’ Ontwerp-gemeenschappelijke regeling ‘Regionaal Bedrijventerrein Brainport-Oost’ Notitie Rechtsvorm Samenwerkingsvorm RBT BrainportOost Toelichting verdeling zeggenschap en risico Raadsinformatiebrief bij collegebesluit 25 februari inzake RBT Brainport Oost uitgangspunten
Document nummer 2024184138 2024184318 2024184319 2024184320 2024147850
9/11
RAADSBESLUIT Dagtekening:
Onderwerp: Gemeenschappelijke Regeling Regionaal Bedrijventerrein Brainport Oost
23 september 2025
De raad van de gemeente Asten; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 19 augustus 2025. gehoord het advies van de commissie Ruimte van 9 september 2025; besluit: 1. Kennis te nemen van de Ontwerp Gemeenschappelijke Regeling ‘Regionaal Bedrijventerrein Brainport-Oost’; 2. Op de ontwerpregeling geen zienswijze in te dienen; Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Asten van 23 september 2025. De raad voornoemd, griffier, mr. M.B.W. van Erp-Sonnemans
voorzitter, A.A.H.C.M. van Extel-van Katwijk
11/11