quickscan F en F.pdf
Tekst van het document
QuickScan beschermde flora en fauna Deurneseweg 39, Ommel Versie 1.2 23 februari 2021
1
Colofon: Status: Definitief Versie: 1.2 Datum: 23 februari 2021 Auteur: Ing. R.M.M. Vos Adresgegevens: Kettu bv Adres: Damianenweg 1 Postcode: 5491 TJ Sint-Oedenrode Telefoon: +31-651835901 E-Mail: info@kettu.nl Site: www.kettu.nl KvK-nummer: 73901636
2
Inleiding Aanleiding Ponyfarm de Ombos in Ommel is bezig met een uitgebreide omgevingsvergunningprocedure om een buitenbak te realiseren (zie afbeelding 2). Om dit mogelijk te maken wordt in beeld gebracht wat de mogelijke effecten van het project zijn voor beschermde Flora en Fauna en/of hun leefgebieden. Plangebied Op onderstaande afbeelding is het plangebied weergeven.
Afbeelding 2: Overzichtstekening voorgenomen plannen
Afbeelding 1: Het plangebied
Geplande werkzaamheden Zoals hiervoor aangegeven betreft dit een vergunningstraject om een buitenbak te realiseren. Zie de volgende afbeelding voor een overzichtstekening.
3
Inhoud Deze QuickScan brengt in beeld of de voorgenomen plannen kunnen leiden tot overtreding van de wet Natuurbescherming. Dit rapport kent 2 doelstellingen: • In beeld brengen wat de mogelijke effecten kunnen zijn op omliggende Natura2000-gebieden. • In beeld brengen welke beschermde flora en fauna mogelijk aanwezig zijn die effecten kunnen ondervinden van de voorgenomen ontwikkeling.
4
Bijlage 1: Gegevens uit Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) .......................................................................... 13
Inhoudsopgave
Bijlage 2: Aerius-berekeningen ......................................... 14
Inleiding............................................................................. 3 Hoofdstuk 1 Wettelijk kader .................................................. 6 1.1 Wet Natuurbescherming: Landelijk niveau ...................... 6 1.2 Wet Natuurbescherming: Provincie Noord-Brabant ........... 6 Hoofdstuk 2 Gebiedsbescherming .......................................... 7 2.1 Natura2000-gebied Deurnsche Peel & Mariapeel .............. 7 2.1.1 Omschrijving Natura2000-gebied ............................. 7 2.1.2 Invloed van het project op het gebied ....................... 8 2.2 Natura2000-gebied Strabrechtse Heide & Beuven ............ 8 2.2.1 Omschrijving Natura2000-gebied ............................. 8 2.2.2 Invloed van het project op het gebied ....................... 8 2.3 Natuurnetwerk Brabant ................................................ 8 Hoofdstuk 3 Soortenbescherming .......................................... 9 3.1 Bureauonderzoek ........................................................ 9 3.2 Veldbezoek ................................................................. 9 3.2.1 Flora .................................................................... 9 3.2.2 Amfibieën ........................................................... 10 3.2.3 Vogels ................................................................
10 3.2.4 Grondgebonden zoogdieren ................................... 10 3.2.5 Vleermuizen ........................................................ 10 3.2.6 Overige soortgroepen ........................................... 10 3.3 Risicobepaling ........................................................... 10 Bijlagen ........................................................................... 12
5
Hoofdstuk 1 Wettelijk kader 1.1 Wet Natuurbescherming: Landelijk niveau Vanaf 1 januari 2017 is de wet Natuurbescherming van toepassing. In deze nieuwe wet zijn de Flora en Faunawet, de boswet en de Natuurbeschermingswet 1998. Met deze wet geeft Nederland ook uitvoering aan internationale en/of Europese afspraken. Bescherming op gebiedsniveau: Door het rijk zijn in Nederland Natura2000 gebieden aangewezen. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de Vogelen Habitatrichtlijnen. Voor deze gebieden zijn instandhoudingsdoelstellingen bepaald. Het is verboden zonder vergunning van Gedeputeerde Staten projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Bescherming op soortniveau: De Wet natuurbescherming deelt soorten in drie beschermingsregimes in: • Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn. Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn). • Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn.
In de Bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd.
•
Beschermingsregime andere soorten. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage A van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland.
De Wet natuurbescherming maakt invulling van de wet door provincies mogelijk, hiertoe kunnen provincies een eigen invulling geven aan de bescherming van soorten.
1.2 Wet Natuurbescherming: Provincie NoordBrabant Bescherming op gebiedsniveau: Om de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura2000 gebieden te bereiken stelt de provincie voor dat gebied een beheerplan op. In dit beheerplan wordt in elk geval omschreven welke instandhoudingsmaatregelen genomen moeten worden en wat de beoogde resultaten hiervan zijn. Bescherming op soortniveau: In de provincie Noord-Brabant is een vrijstelling van artikel 3.10, eerste lid, van kracht. Hiermee is het toegestaan bepaalde soorten te vangen en de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze soorten opzettelijk te beschadigen of te vernielen wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat. De vrijstelling is van kracht wanneer de handeling verband houdt met de volgende activiteiten: • de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; • bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; • bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer;
6
•
bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied.
Hoofdstuk 2 Gebiedsbescherming 2.1 Natura2000-gebied Deurnsche Peel & Mariapeel 2.1.1 Omschrijving Natura2000-gebied Het gebied bestaat uit de drie deelgebieden: Deurnsche Peel, Mariapeel en Grauwveen. Tezamen met de nabijgelegen Groote Peel zijn het restanten van wat eens een uitgestrekt oerlandschap was van levend hoogveen. Deze peelhoogvenen werden grotendeels afgegraven tot op de zandondergrond. Deze gebieden zijn de zuidelijkste representanten van de vlakke subatlantische hoogvenen, die elders en ook in de Peelregio door afgraving, ontginning en verveningen grotendeels zijn verdwenen. Door de verschillende verveningsgeschiedenis van de onderdelen van het gebied is er een grote en fijnschalige variatie in vegetatie en landschap, met gradiënten naar iets mineraalrijker milieu. In de oudste veenputten is al lange tijd sprake van hoogveengroei op miniatuurschaal. Op de grote restveeneenheden is nog een relatief grote veendikte aanwezig, waarop door herstelbeheer inmiddels ook op verschillende plaatsen ontwikkeling van hoogveenbegroeiingen plaats vindt. De Deurnsche Peel is het Brabantse deel van het gebied en bestaat naast de kern die grenst aan de Mariapeel ook uit een drietal kleinere deelgebieden: De Bult in het noorden en Grauwveen en Het Zinkske in het zuiden. In de Deurnsche Peel is tot in de jaren zeventig turf gewonnen, de sporen hiervan zijn nog duidelijk zichtbaar.
In sommige oude turfputten zijn goed ontwikkelde hoogveenvegetaties te vinden. Het gebied bestaat uit een complex van fragmenten levend hoogveen, beginstadia van regenererend hoogveen, natte heide op rustend hoogveen en droge heide op minerale gronden, opgaand loof- en naaldbos, gras- en bouwlanden en open water (sloten, kanalen en plassen). De Mariapeel bestaat uit drie complexen (Griendtsveen, De
Driehonderd Bunders en Mariaveen). Het landschap kenmerkt zich door een rijke afwisseling van onder andere hogere, droge en lage, vochtige heideterreinen en moerasachtige gedeelten, open en gesloten bossen, veenputten, wijken, vennen en open water. Het Mariaveen is een open heidegebied met enkele zandruggen. Na herstelmaatregelen in de jaren negentig herstelt het hoogveen zich weer. Grauwveen bestaat uit een complex van fragmenten levend hoogveen, beginstadia van regenererend hoogveen, droge en vochtige heide, moeras en opgaand loofbos. Er zijn turfgaten aanwezig. (Bron: website ministerie van Economische Zaken)
Afbeelding 2: Ligging Natura2000-gebied ten opzichte van de ontwikkellocatie (blauwe punt), de afstand is circa 6,2 kilometer tot Strabrechtse Heide & Beuven (paarse Pijl) en 6,9 km tot Deurnsche Peel & Mariapeel (groene pijl).
7
2.1.2 Invloed van het project op het gebied Gezien de afstand tussen de ontwikkellocatie en de Deurnsche Peel & Mariapeel is er geen sprake van effecten door omgevingsaspecten (bijvoorbeeld licht of geluid) op het Natura2000-gebied. Het ondergrondse watersysteem wordt ook niet gewijzigd. Tot slot blijkt uit de Aerius-berekening (zie bijlage 2) dat realisatie van de buitenbak niet tot een te hoge stikstofdepositie leidt (de berekening geldt voor de aanlegfase, het aantal dieren stijgt niet, waardoor voor de gebruiksfase geen berekening nodig is). Op basis hiervan wordt de conclusie getrokken dat de invloed van het project op het Natura2000gebied nihil is.
2.2 Natura2000-gebied Strabrechtse Heide & Beuven 2.2.1 Omschrijving Natura2000-gebied De Strabrechtse Heide bestaat grotendeels uit glooiend dekzandlandschap, met daarnaast een deel stuifzandlandschap. Het gebied wordt gekenmerkt door een afwisseling van droge stukken met heide (deels op voormalig stuifzand), kleine stuifzanden en laagtes met natte heide en vennen. In het oosten van het gebied ligt het Beuven, het grootste ven van ons land. Hier is één van de eerste venherstelprojecten uitgevoerd, wat geleid heeft tot de terugkeer van zeldzame soorten. In dit ven wordt water uit de Peelrijt via een bezinkingsbekken ingelaten. Een aantal vennen worden deels gevoed door lokale kwel. De omringende bossen van het gebied bestaan vooral uit grove dennen. Aan de noordwestkant van het gebied ligt het beekdal van de Kleine Dommel, met alluviale bossen, wilgenstruweel, moerasruigten en vochtige schraallanden. (Bron: website ministerie
2) dat realisatie van de buitenbak niet tot een te hoge stikstofdepositie leidt (de berekening geldt voor de aanlegfase, het aantal dieren stijgt niet, waardoor voor de gebruiksfase geen berekening nodig is). Op basis hiervan wordt de conclusie getrokken dat de invloed van het project op het Natura2000gebied nihil is.
2.3 Natuurnetwerk Brabant Natuurnetwerk Brabant (voorheen ecologische hoofdstructuur) is een netwerk van natuurgebieden en verbindingszones. Planten en dieren kunnen zich zo van het ene naar het andere gebied verplaatsen. Op plekken waar gaten in het netwerk zitten, legt de provincie nieuwe natuur aan. Het Natuurnetwerk Brabant is in de eerste plaats belangrijk als netwerk van leefgebieden voor veel planten en dieren. Robuuste leefgebieden voor planten en dieren zijn nodig om soorten van uitsterven te behoeden. Maar het netwerk is er ook voor mensen die willen genieten van de schoonheid van de natuur. Om te recreëren en tot rust komen. De werklocatie is geen onderdeel van het Natuurnetwerk Brabant. De locatie ligt wel op relatief korte afstand van het Natuurnetwerk. De invloed op dit gebied wordt als nihil beoordeeld, dit omdat de effecten van geur, licht, geluid en transportbewegingen zeer beperkt zijn.
van Economische Zaken)
2.2.2 Invloed van het project op het gebied Gezien de afstand tussen de ontwikkellocatie en de Strabrechtse Heide & Beuven is er geen sprake van effecten door omgevingsaspecten (bijvoorbeeld licht of geluid) op het Natura2000-gebied. Het ondergrondse watersysteem wordt ook niet gewijzigd. Tot slot blijkt uit de Aerius-berekening (zie bijlage
8
3.2 Veldbezoek
Naast het bureauonderzoek (zie 3.1) heeft een veldbezoek plaatsgevonden. Tijdens het veldbezoek zijn alle op de locatie aanwezige biotopen opgenomen. Op basis van de aanwezige biotopen, in directe samenhang met geconstateerde aanwijzingen kan op basis van expert judgement beoordeeld worden welke diersoorten kunnen voorkomen. Het veldbezoek heeft plaatsgevonden op 27 januari 2021 tussen 14.00 en 15.30 uur. De weersomstandigheden waren als volgt: regenachtig en 5 graden Celsius. 3.2.1 Flora Tijdens het veldbezoek zijn in het plangebied geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Deze worden ook niet verwacht gezien het (zeer) intensieve gebruik als weiland voor de paarden.
Afbeelding 3: Uitsnede van de interactieve kaart van het natuurbeheerplan van de provincie Noord-Brabant, is het netwerk van natuurgebieden te zien. Met de blauwe punt is de ontwikkellocatie aangegeven.
Hoofdstuk 3 Soortenbescherming 3.1 Bureauonderzoek Algemeen Uit de recente verspreidingsinformatie blijkt dat in of nabij (< 1 kilometer) het plangebied in het verleden diverse beschermde soorten zijn waargenomen. Dit betreft de beschermde soorten genoemd in Habitatrichtlijn (bijlage IV) en de niet-vrijgestelde ‘andere soorten’ uit bijlage I (onderdeel a en b) van de Wet natuurbescherming en vogels met een jaarrond beschermd nest. De soorten zijn weergegeven in bijlage 1. Deze gegevens zijn afkomstig uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF).
9
3.2.2 Amfibieën Gezien de kenmerken en het gebruik van het plangebied is het voorkomen van streng beschermde amfibieën redelijkerwijs uit te sluiten. Hiervoor ontbreken de specifieke elementen zoals waterpoelen, natuurvriendelijke oevers enzovoorts. Het plangebied kan wel onderdeel zijn van het leefgebied van algemene soorten zoals gewone pad of bruine kikker. 3.2.3 Vogels Het plangebied bestaat voornamelijk uit intensief gebruikt weiland en verharding. Bomen of opgaande beplanting is nauwelijks aanwezig en wat aanwezig is, blijft behouden. Jaarrond beschermde nesten zijn niet aangetroffen. Tevens wordt een landschappelijk inpassingsplan opgesteld waarmee het aantal broedmogelijkheden voor vogels vergroot wordt. 3.2.4 Grondgebonden zoogdieren Gezien de kenmerken en het gebruik van het plangebied is de aanwezigheid van streng beschermde zoogdieren redelijkerwijs uit te sluiten. Hiervoor ontbreken de specifieke elementen zoals grootschalige beplanting, benodigde rust enzovoorts. Het plangebied kan wel onderdeel zijn van het leefgebied van algemene soorten zoals egel of algemene muizensoorten. De voorgenomen plannen hebben niet tot gevolg dat mogelijk leefgebied van deze soorten verdwijnt.
Bij het realiseren van de buitenbak worden 3 lichtmasten aangebracht. Deze worden aan de zuidzijde van de buitenbak geplaatst, zodat de lichtbundel richting de stal schijnt. Daarbij geldt dat de verlichting alleen gebruikt wordt in de avonduren, iets wat vooral in de winter noodzakelijk is. Dit is echter ook de tijd van het jaar dat vleermuissoorten in winterrust zijn. Geconcludeerd wordt dan ook dat het effect van de voorgenomen plannen op vleermuissoorten verwaarloosbaar is. 3.2.6 Overige soortgroepen Bevindingen van het veldbezoek tonen aan dat in het plangebied geschikte biotopen ontbreken voor beschermde soorten reptielen, dagvlinders, libellen, vissen, mieren en kevers. Het voorkomen van beschermde soorten uit deze soortgroepen kan daarom worden uitgesloten.
3.3 Risicobepaling Soort Flora Beschermde flora
Amfibieën Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn
Maatregel Er is geen beschermde flora aangetroffen of verwacht. Geen maatregelen nodig. Er zijn geen amfibieën uit dit beschermingsregime aangetroffen of verwacht. Geen maatregelen nodig.
3.2.5 Vleermuizen Uit het veldbezoek blijkt dat het zeer waarschijnlijk is dat er vliegactiviteit van vleermuizen zal zijn in en rond het plangebied. Er vindt echter geen aantasting van lanen of structuurvormende elementen plaats.
10
Beschermingsregime andere soorten
Vogels Beschermde vogelsoorten
Zoogdieren Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Beschermingsregime andere soorten
Voor onder andere de gewone pad, bruine kikker en middelste groene kikker bestaat in de provincie NoordBrabant een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen voor het vangen (en loslaten) en vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te vernielen. Er zijn geen verdere maatregelen nodig. Er worden geen bomen gekapt of begroeiing verwijderd. Er zijn geen verdere maatregelen nodig.
Vleermuizen De gewenste ontwikkeling zorgt niet voor verlies van verblijfplaatsen, foerageergebied of migratieroutes. De verstoring door de te plaatsen lichtmasten zijn verwaarloosbaarF. Er zijn geen verdere maatregelen nodig. Overige soorten Er zijn geen overige soorten aangetroffen of verwacht. Geen maatregelen nodig.
Er zijn geen zoogdieren uit dit beschermingsregime aangetroffen of verwacht. Geen maatregelen nodig. Voor onder andere de bosmuis, dwergspitsmuis, egel, haas en konijn bestaat in de provincie Noord-Brabant een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen voor het vangen (en loslaten) en vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te vernielen. Er zijn geen verdere maatregelen nodig.
11
Bijlagen
12
Bijlage 1: Gegevens uit Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF)
Andere soorten WNB
Vogelric htlijn
Habitatri chtlijn
De in onderstaande tabel opgenomen soorten zijn in het verleden (afgelopen 5 jaar) in of om (< 1km) van de planlocatie waargenomen.
Amfibieën Bastaardkikker
X
Vogels Boomvalk
X
Buizerd
X
Havik
X
Huismus
X
Ransuil
X
Roek
X
Sperwer
X
Steenuil
X
Zoogdieren Gewone dwergvleermuis
X
Gewone grootoorvleermuis
X
Laatvlieger
X
Rosse vleermuis
X
Steenmarter
X
© NDFF - quickscanhulp.nl
13
Bijlage 2: Aerius-berekeningen
14
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening aanleg Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. Re1yB6crC7ac (21 januari 2021) pagina 1/6
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Ponyfarm de Ombos
Deurneseweg 39, 5724 AK Ommel
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Aanlegfase
Re1yB6crC7ac
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
21 januari 2021, 21:45
2021
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
36,48 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Aanlegfase
aanleg
Re1yB6crC7ac (21 januari 2021) pagina 2/6
Resultaten
Locatie aanleg
Emissie aanleg
Resultaten
Bron Sector
aanleg
Emissie NH3
Emissie NOx
Aanlegfase Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
< 1 kg/j
2,11 kg/j
Verkeersbewegingen Wegverkeer | Buitenwegen
< 1 kg/j
34,37 kg/j
Re1yB6crC7ac (21 januari 2021) pagina 3/6
Resultaten
Emissie (per bron)
Aanlegfase 180305, 382543 2,11 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y)
aanleg
NOx NH3
Resultaten
Voertuig
Omschrijving
Brandstof verbruik (l/j)
Stationair bedrijf (uren/j)
Cilinder Stof inhoud (l)
Emissie
STAGE V, 75 <= kW < 130, bouwjaar 2020 (Diesel)
Rupskraan
150
0
9,0 NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
STAGE V, 75 <= kW < 130, bouwjaar 2020 (Diesel)
Trekker
100
0
9,0 NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
STAGE V, 56 <= kW Shovel < 75, bouwjaar 2020 (Diesel)
100
0
9,0 NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
STAGE V, 75 <= kW < 130, bouwjaar 2020 (Diesel)
Betonpomp
30
0
9,0 NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
STAGE V, 75 <= kW < 130, bouwjaar 2020 (Diesel)
Betonmixer
14
0
9,0 NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
STAGE V, 75 <= kW < 130, bouwjaar 2020 (Diesel)
Mobiele kraan
130
0
9,0 NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
STAGE V, 130 <= kW < 300, bouwjaar 2019 (Diesel)
Vrachtwagen
50
2
14,0 NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
aanleg
Re1yB6crC7ac (21 januari 2021) pagina 4/6
Resultaten
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Soort
Voertuig
Standaard
Verkeersbewegingen 180758, 381621 34,37 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Licht verkeer
8,0 / etmaal NOx NH3
1,83 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
6,0 / etmaal NOx NH3
12,86 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
6,0 / etmaal NOx NH3
19,68 kg/j < 1 kg/j
aanleg
Re1yB6crC7ac (21 januari 2021) pagina 5/6
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20201216_c759386971 Database versie 2020_20201216_c759386971 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
aanleg
Re1yB6crC7ac (21 januari 2021) pagina 6/6
Kettu bv is een jong adviesbureau wat zich bezig houdt met de inrichting en het beheer van de fysieke leefomgeving. Op verschillende niveaus bieden wij onze diensten aan. Dit varieert van het opstellen van beleids-, beheer- en uitvoeringsplannen tot het schrijven van RAW-bestekken en/of het voeren van directie of het houden van toezicht daarop.
15