I Ruimtelijke onderbouwing herinrichting Fietspad.pdf
Tekst van het document
De quickscan flora en fauna is als bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing beschikbaar.
ruimtelijke onderbouwing Herinrichting fietspad Dijkstraat Asten
32
Gebiedsbescherming In de “QuickScan Flora & Fauna Verbredingstracé fietspad Dijkstraat te Asten” (Kruidbos ecologisch adviesbureau, 2020) is ook gekeken naar de gebiedsbescherming. De bevindingen daarvan luiden: ✓ Het onderzoeksgebied is gelegen op zo’n 4300 meter afstand van het meest nabij gelegen Natura 2000 gebied en op zo’n nul meter afstand tot het Provinciaal deel van het Natuurnetwerk Nederland. Een significant externe werking op beschermde natuur(gebieden) ten gevolge van een toename in ontwatering of stikstofdepositie valt op basis van de realisatie van het verbreden van het fietspad niet te verwachten ✓ Het wegvallen van een deel van het kronendak zal mogelijk een gering negatief effect hebben op de aanwezigheid (rand territoria) van vogels. Het kronendak wordt aan de randen verdunt en het voedselaanbod neemt af. Voor vleermuizen geldt tevens dat een deel van de voedselvoorziening weg zal vallen. De navigatiemogelijkheden blijven echter geborgd. Wel zal in dit deel de impact van wind en regen hoger worden. Hiernaast is ook een berekening stikstofdepositie uitgevoerd om zekerheid te verkrijgen ten aanzien van eventuele stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. De conclusie hiervan luidt dat uit de rekenresultaten van AERIUS Calculator 2019A blijkt dat er ten gevolge van de beoogde planontwikkeling geen stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden plaatsvindt.
Derhalve zijn ‘significante (negatieve) effecten’ op beschermde natuurgebieden ten aanzien van stikstofdepositie uit te sluiten. Daarnaast dient te worden opgemerkt dat voor de berekening is uitgegaan van een worst-case benadering betreffende de emissiefactor van het in te zetten materieel. Het is de verwachting dat bij de realisatie gebruik zal worden gemaakt van modernere machines. Een vergunning in het kader van de Wnb is derhalve niet aan de orde. De berekening toont aan dat het aspect stikstofdepositie geen beperkingen oplevert ten aanzien van het beoogde planvoornemen. De rapportage berekening stikstofdepositie is als bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing beschikbaar. 4.2.3 Energienetwerk Energievoorziening Het planvoornemen voorziet niet in de ontwikkeling van een nieuwe functie met een grote extra toekomstige energiebehoefte. In het kader van de herinrichting van het fietspad worden wel lichtmasten toegevoegd. Daarbij wordt gekozen voor energiezuinige armaturen, waardoor de extra energiebehoefte zeer beperkt kan blijven. In deze extra behoefte kan via het bestaande elektriciteitsnetwerk, dat ook de bestaande lichtmasten langs de rijbaan van stroom voorziet, worden voorzien.
ruimtelijke onderbouwing Herinrichting fietspad Dijkstraat Asten
33
Duurzaam ontwikkelen Duurzame ontwikkeling is te zien als een ontwikkelingsproces, waarbij gestreefd wordt naar het tot stand brengen van een duurzame samenleving. Dit gebeurt door in alle stadia van planprocessen kansen en mogelijkheden te benutten voor het realiseren van een hoge ruimtelijke kwaliteit in combinatie met een zo laag mogelijke milieubelasting, en deze in de tijd weten te handhaven, zodat ook toekomstige generaties daarin delen. Ook de gemeente Asten heeft in haar beleid duurzaamheid opgenomen en wil dit eveneens structureel in ontwikkelingsplannen opnemen. Met het planvoornemen wordt nauw aangesloten bij voorgaande uitgangspunt. Er is geen sprake van onnodig nieuw ruimtebeslag. De herinrichting wordt waar mogelijk binnen de bestaande verkeersbestemming gerealiseerd. Over delen van het traject is een beperkte vergroting van het ruimtebeslag noodzakelijk. Deze vindt echter direct aansluitend aan het bestaande ruimtebeslag plaats, waardoor de impact op de omgeving zo beperkt mogelijk kan blijven. Daarnaast zal bij de herinrichting van het fietspad zoveel mogelijk gebruikt worden gemaakt van duurzame materialen en technieken. 4.2.4 Waterwegen Het plangebied ligt op circa 600 m of meer van de Zuid-Willemsvaart. Rond dit kanaal zijn geen zoneringen aanwezig, die reiken tot over het plangebied.
Het planvoornemen is niet van invloed op het functioneren van de Zuid-Willemsvaart.
Fietspad langs Dijkstraat
ruimtelijke onderbouwing Herinrichting fietspad Dijkstraat Asten
34
4.3
Bovenste laag
4.3.1 Cultuurhistorische en landschappelijke waarden Kader Conform het bepaalde in artikel 3.1.6 Bro moet bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening worden gehouden met de aanwezige cultuurhistorische en landschappelijke waarden. De provincie ziet het Brabantse erfgoed als belangrijk onderdeel van haar identiteit en wil het een plaats geven in de verdere ontwikkeling van Brabant. Daarom heeft de provincie haar ruimtelijk erfgoed opgenomen op de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Prominent op de CHW is het provinciaal cultuurhistorisch belang. Het gaat hierbij om erfgoed dat van belang is voor de regionale identiteit. De CHW geeft verder de meest recente erfgoedinformatie van het rijk, met archeologische en bouwkundige monumenten, met archeologische verwachtingswaarden en met beschermde stads- en dorpsgezichten. Cultuurhistorische waarden Op de CHW zijn de Dijkstraat en zijwegen als de Nachtegaalweg, Keizersdijk, Lagendijk en Hoekstraat aangeduid als onderdeel van de ‘historische geografie van redelijk hoge waarde’. Het planvoornemen voorziet weliswaar in herinrichting van het profiel van de Dijkstraat, maar laat het oorspronkelijke tracé daarvan, bestaande uit de rijbaan met laanbeplanting, alsmede de aansluitingen van genoemde zijwegen intact. De laanbeplanting langs de Dijkstraat en ook langs de Keizersdijk en de Hoekstraat is aangeduid als historisch groen.
Het planvoornemen laat de historische laanbeplanting intact. In het kader van de herinrichting wordt bovendien het fietspad op grotere afstand van de bomenrijen, die deel uitmaken van de laanbeplanting, gelegd. De CHW duidt het plangebied en de omgeving daarvan aan als het archeologisch landschap ‘Dekzandeiland Asten-Deurne’. Dit landschap heeft een relatief lage dichtheid aan archeologische vindplaatsen. De omvang van de vindplaatsen is daarentegen het grootst van alle landschappen (gemiddeld circa 80 ha).De waarnemingen omvatten alle perioden vanaf het paleolithicum tot en met de late middeleeuwen. Uitgesplitst naar archeologische periode laten ze een patroon zien dat vrijwel identiek is aan de trendlijn voor heel Noord-Brabant. Het bestand van vindplaatsen bestaat voor een belangrijk deel uit zeer grote terreinen met laatmiddeleeuwse archeologische waarden, naast enkele kleinere uit andere perioden. De strategie voor dit landschap richt zich op het duurzaam en in samenhang behouden van het bodemarchief. In paragraaf 4.1.3 Archeologie is reeds op de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden en de ontbrekende noodzaak van het vooraf uitvoeren van onderzoek ingegaan. Het onderzoek kan geïntegreerd worden in de uit te voeren werkzaamheden voor de herinrichting.
ruimtelijke onderbouwing Herinrichting fietspad Dijkstraat Asten
35
4.3.2 Milieuaspecten: geluid Wet geluidhinder Ten aanzien van geluid zijn de regels uit de Wet geluidhinder (Wgh) van toepassing. De Wgh voorziet in onderzoekszones en bevat tevens geluidsnormen en richtlijnen met betrekking tot de toelaatbare geluidsniveaus van geluidsbronnen. Indien een ruimtelijke ontwikkeling voorziet in een verandering aan een bestaande geluidsbron, waarbij binnen de geluidszone daarvan een geluidsgevoelig object aanwezig is, dient volgens de Wgh een akoestisch onderzoek plaats te vinden. Geluidhinder Het planvoornemen betreft de herinrichting van een bestaand fietspad. Daarbij is geen sprake van de realisering van een nieuwe of verandering van een bestaande geluidsbron, noch is sprake van de realisering van een geluidsgevoelig object. Het aspect geluidhinder is in het kader van het planvoornemen niet aan de orde. 4.3.3 Milieuaspecten: luchtkwaliteit Wet luchtkwaliteit, Wet milieubeheer In de Wet luchtkwaliteit is bepaald dat de hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer (Wm). Hoofdstuk 5 van de Wm maakt onderscheid tussen projecten die 'Niet in betekenende mate' (NIBM) en 'In betekenende mate' (IBM) bijdragen aan de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen. Als een project in betekenende mate bijdraagt aan luchtvervuiling, dient er een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd te worden.
Bron luchtverontreiniging Het planvoornemen betreft de herinrichting van een bestaand fietspad. Gelet op het gebruik door uitsluitend fietsers zal het gebruik van dit fietspad zeker niet in betekende mate bijdragen aan luchtvervuiling (NIBM). Een onderzoek naar de gevolgen voor de luchtkwaliteit kan achterwege blijven. Luchtkwaliteit omgeving Voor de kwaliteit van de buitenlucht bestaan verschillende soorten normen. Deze gelden echter voor een langdurig verblijf op een locatie en niet voor passanten die slechts zeer korte tijd op een locatie verkeren. Een onderzoek naar de bestaande luchtkwaliteit kan dan ook achterweg blijven. 4.3.4 Milieuaspecten: geur Wet geurhinder en veehouderij Het geurbeleid voor bedrijven in de agrarische sector is bepaald in de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) en de bijbehorende Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv). In deze wet worden normen gesteld voor de geurbelasting die een veehouderij (het dierenverblijf, niet de opslag van bijproducten e.d.) mag veroorzaken op een geurgevoelig object. Deze belasting wordt berekend en getoetst aan de hand van een verspreidingsmodel (V-stacks model). Dit geldt echter alleen voor dieren waarvoor geuremissiefactoren zijn opgenomen in de Rgv. Voor dieren zonder emissiefactor gelden minimaal aan te houden afstanden.
ruimtelijke onderbouwing Herinrichting fietspad Dijkstraat Asten
36
Geurhinder Het planvoornemen betreft de herinrichting van een bestaand fietspad. Daarbij is geen sprake van de realisering van een nieuwe of verandering van een bestaande geurbron, noch is sprake van de realisering van een geurgevoelig object. Het aspect geurhinder is in het kader van het planvoornemen niet aan de orde. 4.3.5 Externe veiligheid Besluit externe veiligheid inrichtingen/buisleidingen/transportroutes en Regeling Basisnet Externe veiligheid betreft de beheersing van de risico's en richt zich op het gebruik, de opslag, de productie en het transport van gevaarlijke stoffen. De normen voor externe veiligheid worden uitgedrukt in plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico (GR). Om de risico's bij een mogelijke calamiteit te beperken dient er bij nieuwbouw een fysieke afstand te worden gehouden tussen (beperkt) kwetsbare objecten en risicobronnen. Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een risicobron bevindt, overlijdt door een ongeval met de risicobron. Het PR is daarmee de risicomaat om het beschermingsniveau voor de individuele burger uit te drukken. Het toetsingscriterium is in veel gevallen een PR van 10-6. PR wordt inzichtelijk gemaakt door vaste contouren rondom een risicobron.
Het groepsrisico (GR) geeft aan wat de kans is op een ongeval met 10 of meer dodelijke slachtoffers in de omgeving van de beschouwde risicobron. Voor het GR geldt geen harde norm, maar een oriëntatiewaarde. De effecten van de ontwikkeling worden in een curve weergegeven en vergeleken met de curve van de oriëntatiewaarde. Bij overschrijding van de oriëntatiewaarde of een significante toename van het groepsrisico moet het bevoegd gezag het groepsrisico betrekken bij de vaststelling van het besluit. Voor deze groepsrisico verantwoording is de hoogte van het groepsrisico of de toename ervan onderdeel van de afweging. Daarnaast worden factoren meegenomen als mogelijkheden van de bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval en de zelfredzaamheid van personen. Daarvoor wordt door het bevoegd gezag advies gevraagd aan de brandweer. De volgende aspecten spelen een rol ten aanzien van externe veiligheid bij ruimtelijke projecten: ✓ inrichtingen; ✓ vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen; ✓ transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en/of spoor. Voor inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het belangrijkste toetsingskader. Hierin zijn grenswaarden en oriënterende of richtwaarden opgenomen voor het PR en het GR. Voor buisleidingen is het Besluit externe veiligheid buisleidingen van belang (Bevb).
Voor transport van gevaarlijke stoffen is met name de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (WVGS) relevant. Op basis van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) is het verplicht transportroutes waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd vast te leggen in een bestemmingsplan.
ruimtelijke onderbouwing Herinrichting fietspad Dijkstraat Asten
37
In het Bevt en de Regeling Basisnet zijn de normen voor het transport van gevaarlijke stoffen vastgesteld. Het Basisnet is een landelijk aangewezen netwerk voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Binnen bepaalde grenzen wordt dit vervoer over weg, binnenwater en spoor gegarandeerd. Tot slot is er specifieke wetgeving voor de opslag van vuurwerk en munitie. Risico Het planvoornemen betreft de herinrichting van een bestaand fietspad. Daarbij is geen sprake van de realisering van een nieuwe of verandering van een bestaande risicobron, noch is sprake van een toename van het aantal kwetsbare objecten of het aantal personen binnen risicocontouren. De herinrichting is gericht op het beter faciliteren van de huidige gebruikers en niet op het aantrekken van meer gebruikers. Het aspect externe veiligheid is in het kader van het planvoornemen niet aan de orde. 4.3.6 Mer(beoordelings)plicht Besluit milieueffectrapportage Ingevolge het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) moet worden getoetst of een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling voorziet in, of een kader vormt voor, activiteiten die (mogelijk) belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu. Hiervoor zijn in de bijlage bij het Besluit m.e.r.
lijsten opgenomen waarin activiteiten zijn aangewezen die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu (lijst C) of ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben (lijst D). In de lijsten zijn (indicatieve) drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit een omvang heeft die onder de drempelwaarden ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de EEG-richtlijn milieubeoordeling te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten. Pas als dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. Deze motivering moet zijn gebaseerd op een toets die qua inhoud (dat wil zeggen: op basis van dezelfde criteria) aansluit bij m.e.r.-beoordeling, de diepgang kan echter anders zijn en er zijn geen vormvereisten. Vormvrije m.e.r.-beoordeling De specifieke activiteiten, die plaatsvinden binnen het plangebied, zijn niet opgenomen op de C- of D-lijst van het Besluit m.e.r. Ook gezien de in deze toelichting beschreven aspecten in dit hoofdstuk in de paragrafen Ondergrond, Netwerklaag en Bovenste laag, wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van significante effecten, die een m.e.r.(beoordelings)plicht noodzakelijk maken.
ruimtelijke onderbouwing Herinrichting fietspad Dijkstraat Asten
38
4.4
Economische uitvoerbaarheid
4.4.1 Kostenverhaal De aanleiding tot het opstellen van dit bestemmingsplan ligt bij de gemeente Asten zelf. De gemeente heeft of verkrijgt alle gronden binnen het plangebied in eigendom en is de enige ontwikkelende partij. Er is derhalve geen sprake van kostenverhaal. Het opstellen van een exploitatieplan kan achterwege blijven. De kosten voor de planontwikkeling zijn voor rekening van de gemeente Asten. Met het vaststellen van de Begroting 2019 heeft de gemeenteraad € 900.000,- beschikbaar gesteld voor het verbreden van het fietspad aan de Dijkstraat. Hiermee wordt het mogelijk om de voorbereidingen te starten. Bij het beschikbaar stellen van het projectkrediet heeft de raad het college verder gevraagd om te onderzoeken of het project in aanmerking komt voor de subsidiemogelijkheden binnen de Bereikbaarheidsagenda Zuidoost-Brabant. De resultaten van dit onderzoek zijn nog niet bekend. 4.4.2 Planschade Op grond van artikel 6.1 Wro kennen Burgemeester en wethouders degene die in de vorm van een inkomensderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak schade lijdt of zal lijden ten gevolge van onder meer een wijziging van het bestemmingsplan, op aanvraag een tegemoetkoming in die schade toe. Daarbij geldt dat het moet gaan om schade die redelijkerwijs niet voor rekening van de aanvrager behoort te blijven en die niet reeds voldoende anderszins is verzekerd.
Naar verwachting zal in onderhavig geval geen sprake zijn van planschade. Het planvoornemen heeft nauwelijks of geen negatieve gevolgen voor de directe omgeving.
Fietspad langs Dijkstraat
ruimtelijke onderbouwing Herinrichting fietspad Dijkstraat Asten
QuickScan Flora & Fauna Verbredingstracé fietspad Dijkstraat te Asten
Opdrachtgever Gemeente Asten i.o.v. dhr. R. Mertens Rapportnummer 2020-04R03 Opsteller Ir. G.W.F. Kruidbos Datum vrijgave 30-04-2020
Verbredingstracé fietspad Dijkstraat te Asten QuickScan Flora & Fauna
Pagina 2
KRUIDBOS Ecologie-Onderzoek-Advies
5-5-2020
Inhoud
1 Inleiding............................................................................................................................................................. 3 1.1 Algemeen .................................................................................................................................................. 3 1.2 Wet – en Regelgeving............................................................................................................................ 3 1.3 Leeswijzer.................................................................................................................................................. 3 1.4 Gebiedsbeschrijving ............................................................................................................................... 4 2 Onderzoeksmethodiek .................................................................................................................................. 6 3 Resultaten.......................................................................................................................................................... 7 3.1 Bronnenonderzoek ...............................................................................................................................
7 3.2 Veldonderzoek......................................................................................................................................... 7 3.2.1 Algemeen beeld planlocaties................................................................................... 7 3.2.2 Flora: te kappen Bomen ........................................................................................... 9 3.2.3 Fauna i.r.t. te kappen bomen ................................................................................... 9 3.3 Bespreking per soortgroep .................................................................................................................. 9 3.3.1 Vogels ....................................................................................................................... 9 3.3.2 Zoogdieren.............................................................................................................. 10 3.3.3 Reptielen, Amfibieën en Vissen .............................................................................. 10 3.3.4 Libellen, dagvlinders en overige insecten .............................................................. 10 3.3.5 Vaatplanten ............................................................................................................
10 3.3.6 Gebiedsbescherming .............................................................................................. 10 4 Conclusies en aanbevelingen .................................................................................................................11 4.1 Waarnemingen en te verwachten effecten .................................................................................11 BRONNEN ............................................................................................................................................................12 Literatuur algemeen ...................................................................................................................................12 Internet ...........................................................................................................................................................12 BIJLAGE 2 .............................................................................................................................................................13 BIJLAGE 2 .............................................................................................................................................................14
Verbredingstracé fietspad Dijkstraat te Asten QuickScan Flora & Fauna
Pagina 3
KRUIDBOS Ecologie-Onderzoek-Advies
5-5-2020
1 Inleiding 1.1 Algemeen In opdracht van de Gemeente Asten is d.d. 29-4-2020 een QuickScan flora en fauna uitgevoerd aan het fietspad over de Dijkstraat te Asten. Aanleiding hiertoe is het voornemen van de Gemeente Asten om het fietspad langs dit tracé te verbreden. Om deze verbreding mogelijk te maken is het noodzakelijk om op een aantal locaties langs dit tracé bomen te verwijderen. Uiteraard zal tevens een deel van de bermbegroeiing verwijderd worden. Deze QuickScan heeft echter enkel betrekking op de te verwijderen bomen. Het te onderzoeken tracé is in de onderstaande figuur 1weergegeven. De centrale vraag binnen deze QuickScan is of het verwijderen van bomen, zoals aangegeven in de figuren 3 en 4, nadelige gevolgen heeft op voorkomende fauna. In het bijzonder op vogels en vleermuizen en of deze effecten mogelijk de natuurlijke staat van instandhouding van betreffende soorten schaadt.
Figuur 1: Overzicht onderzoekslocatie aan de Dijkstraat te Asten. Rode lijnarcering: fietpad tracé Dijkstraat. Groene vlakken Beschermd natuurgebied (Nationaal Natuurnetwerk).
Een QuickScan flora en fauna heeft als doel om, op basis van een eerste indruk, (i) in te schatten of er op de betreffende locatie volgens de Wet Natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn dan wel te verwachten zijn en (ii) of die soorten nadelige gevolgen kunne ondervinden van de beoogde ruimtelijke ingreep. Tevens (iii) of de voorgenomen ingreep (in dit specifieke geval kap van enkele bomen op specifieke locaties) invloed kan hebben op gebieden welke volgens overige natuurwetgeving zijn beschermd of deel uitmaken van het Nationaal Natuurnetwerk.
1.2 Wet – en Regelgeving De huidige wet en regelgeving staat beschreven in de Wet Natuurbescherming.1
1.3 Leeswijzer Hieronder wordt in paragraaf 1.4 eerst een beschrijving van het plangebied gegeven, eerst in relatie tot beschermde natuurgebieden en vervolgens details. In paragraaf 2 wordt de onderzoeksmethode kort toegelicht en in paragraaf 3 worden de resultaten kort gepresenteerd. In bijlage 1 en 2 zijn details opgenomen. In paragraaf 4 worden conclusies en aanbevelingen geformuleerd.
1 https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2020-01-01
Verbredingstracé fietspad Dijkstraat te Asten QuickScan Flora & Fauna
Pagina 4
KRUIDBOS Ecologie-Onderzoek-Advies
5-5-2020
1.4 Gebiedsbeschrijving De onderzoekslocaties zijn gelegen langs een doorgaande weg tussen Asten en Lierop. Deze weg doorkruist grotendeels agrarisch landschap en deels beschermd natuurgebied conform het Nationaal Natuurnetwerk Nederland. Kenmerkend voor deze weg is de aanwezigheid van een bomenlaan die overwegend uit Inlandse eiken bestaat met op enkele locaties Amerikaanse eik, berk en Robinia pseudoacacia. Over vrijwel het gehele tracé staan de bomen aan weerszijden van de weg. Het meest oostelijke deel van het hier onderzochte deel van het fietspad ( meest rechter deel in figuur 4) is over ongeveer 170 meter gelegen langs het Nationaal Natuurnetwerk (zie figuur 1). Het meest nabijgelegen beschermde Natura 2000 gebied is gelegen op zo’n 4300 meter afstand. De onderstaande figuren geven hiervan een indruk. De figuren 1, 2, 3a,b en 4a,b geven een overzicht van de context waarbinnen de projectlocatie zich bevindt. Er is voor deze QuickScan alleen gekeken naar aanwezige flora en (te verwachten) fauna binnen de aangegeven arcering, zoals weergegeven door figuur 1 en in het bijzonder door de figuren 3 en 4. Om een meer genuanceerd beeld te verkrijgen van de concrete omgeving en in het bijzonder waarschijnlijk te verwijderen bomen op de locaties zoals aangegeven in de figuren 3a en 4a zijn in de bijlagen van ieder locatie foto’s opgenomen.
Figuur 2: Onderzoekslocatie (rode bol) met omringende beschermde natuur conform het Natuurnetwerk Brabant. Rijksdeel NNB (oranje); Provinciaal NNB (groen) en Natura 2000 (rood gestreept). Bron: http://kaartbank.brabant.nl
Verbredingstracé fietspad Dijkstraat te Asten QuickScan Flora & Fauna
Pagina 5
KRUIDBOS Ecologie-Onderzoek-Advies
5-5-2020
3
4
5
Afstand tot N-2000 9gebied 8 1000 m.
7
6
1 2
Figuur 3a: Detail deel 1onderzoekslocatie. Rode arcering: locaties waar bomen dienen te wijken. Bron: Gemeente Asten.
Figuur 3b: Luchtfoto detail deel 1onderzoekslocatie. Bron: http://kaartbank.brabant.nl
10 9
11
12 13 14
Figuur 4a: Detail deel 2 onderzoekslocatie. Rode arcering: locaties waar bomen dienen te wijken. Bron: Gemeente Asten.
Figuur 4b: Luchtfoto detail deel 2 onderzoekslocatie. Rood: natuurcompensatie; groen: Natuurnetwerk Nederland. Bron: http://kaartbank.brabant.nl.
Verbredingstracé fietspad Dijkstraat te Asten QuickScan Flora & Fauna
Pagina 6
KRUIDBOS Ecologie-Onderzoek-Advies
5-5-2020
2 Onderzoeksmethodiek De onderzoeksgegevens betreffende de uitgevoerde QuickScan zijn op een tweetal manieren verkregen. Naast een veldbezoek is een summier bronnenonderzoek (NDFF database) uitgevoerd om een indruk te verkrijgen over het (mogelijk) voorkomen van beschermde flora en fauna op of in de directe omgeving van de onderzoekslocaties. Ter plekke is tijdens het veldonderzoek gezocht naar het voorkomen van (sporen van) beschermde flora en fauna. In het bijzonder is gelet op mogelijke broedlocaties voor vogels en verblijfplaatsen voor zoogdieren, in het bijzonder voor vleermuizen die gebruik maken van holtes in bomen. Dit is gedaan door het gehele traject te belopen en per aangegeven locatie (figuren 3 en 4) de aanwezige bomen te inspecteren op aanwezige vogelnesten en holten. Tevens is per locatie een inschatting gemaakt of het kappen van de betreffende bomen kan leiden tot een onoverbrugbare hindernis voor vleermuizen die de bomenlaan als zowel navigatie als foerageerlocatie benutten. Hieronder worden de onderzoeksbevindingen betreffende aangetroffen bomen en mogelijk aanwezige fauna besproken. Eerst wordt met slechts enkele foto’s een beeld geschetst van de omgeving. Aansluitend wordt per soortgroep aangegeven welke aspecten in context met de projectontwikkeling van belang zijn. Feitelijk beperkt deze QuickScan zich tot een inschatting van effecten op vogels (i.h.b.
vogelnesten) en een gebruik door vleermuizen. Van iedere locatie is een inschatting gemaakt van de effecten en zijn foto’s gemaakt. Deze worden echter als bijlage gepresenteerd. De foto’s op locatie zijn genomen door gebruikmaking van een Canon 5D Mark ii. met een Canon 16-35 mm 2.8 L lens.
Verbredingstracé fietspad Dijkstraat te Asten QuickScan Flora & Fauna
Pagina 7
KRUIDBOS Ecologie-Onderzoek-Advies
5-5-2020
3 Resultaten 3.1 Bronnenonderzoek Uit de gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), d.d. 29-4-2020, blijkt dat binnen een afstand van 0-1 km afstand en 1-5 km tot de onderzoekslocatie beschermde flora en fauna voorkomt (zie bijlage 1). Gelet op een eerste indruk van de ligging van het onderzoeksgebied en omringende structuren in combinatie met eisen die de betreffende soorten aan hun omgeving stellen zijn hier diverse vleermuizen, zoals gewone en ruige dwergvleermuis en Rosse vleermuis (vliegroute, foerageergebied en mogelijke verblijfplaatsen in boomholten) van belang. In de bermen valt de hier genoemde beschermde flora niet te verwachten.
3.2 Veldonderzoek De weersomstandigheden ten tijde van het veldbezoek: DTG: 29-04-2020: 17.00 uur – 18.30 uur: bewolking 25-75 %; temperatuur (lokaal) 16 graden C; wind: windkracht 1-2 Bft.
3.2.1 Algemeen beeld planlocaties De bomenlaan langs het te verbreden fietspad is in twee delen op te splitsen, te weten: (i) een deel dat als rand min of meer geïntegreerd is in een klein bosperceel, geheel oostelijk van het onderzochte tracé (locatie 14 in figuur 4) en (ii) het overige deel van de bomenlaan langs het tracé in westelijke richting. Op delen van dit tracé bevinden zich aan beide zijden van de weg bomen , op sommige delen aan één zijde, zodanig dat over het gehele tracé continuïteit aan ten minste aan één zijde aanwezig is. De onderstaande figuren geven een impressie van het tracé. Uit dit beeld blijkt dat de dichtheid van de bomenlaan variabel is.
Figuur 5: Blik op locatie 14 (vergelijk figuur 4).
Verbredingstracé fietspad Dijkstraat te Asten QuickScan Flora & Fauna
Pagina 8
KRUIDBOS Ecologie-Onderzoek-Advies
5-5-2020
Figuur 6: Blik op locatie 13 (vergelijk met figuur 4).
Figuur 7: Blik op dubbele bomenlaan ter hoogte van locatie 8 (vergelijk met figuur 3).
Figuur 8a: Knelpunten per locatie. Oranje arceringen betreffen connectiviteitsknelpunten. Groene cirkel: holte; kommetje: nest.
Figuur 8b: Knelpunten per locatie. Oranje arceringen betreffen connectiviteitsknelpunten. Groene cirkel: holte; kommetje: nest.
Verbredingstracé fietspad Dijkstraat te Asten QuickScan Flora & Fauna
Pagina 9
KRUIDBOS Ecologie-Onderzoek-Advies
5-5-2020
3.2.2 Flora: te kappen Bomen De bomen op de gemarkeerde locaties, zoals weergegeven in de figuren 3a en 3b, betreffen Inlandse eiken en berk. Tevens mogelijk op locatie 14 Amerikaanse eiken en Robinia pseudoacacia. In enkele van de aangetroffen bomen bevinden zich holten.
3.2.3 Fauna i.r.t. te kappen bomen Binnen de planlocaties worden verschillende soorten verwacht die in directe relatie met de te kappen bomen relevant zijn. Het betreft i.h.b. vleermuizen, vogels (i.v.m. nestbouw) en eekhoorn (i.v.m. passage). In enkele van de bomen bevinden zich holten die mogelijk benut kunnen worden als verblijfplaats voor vleermuizen.
3.3 Bespreking per soortgroep 3.3.1 Vogels Op basis van het veldbezoek kan gesteld worden dat er binnen het onderzoeksgebied voor verschillende algemene soorten mogelijkheden tot foerageren en nestelen in de te verwijderen bomen aanwezig zijn. In één van de te verwijderen bomen is een eksternest aangetroffen (locatie 6, figuur 3a). In enkele ander bomen zijn holten aangetroffen waaronder gemaakt door specht (locatie 14, figuur 4a). Deze holten kunnen mogelijk als nest of roestlocatie benut worden.
Figuur 9a: Amerikaanse eik met een door specht gemaakte holte onder het vruchtlichaam van een zwam op locatie 14. Figuur 9b: Eksternest in eik op locatie 7.
Verbredingstracé fietspad Dijkstraat te Asten QuickScan Flora & Fauna
Pagina 10
KRUIDBOS Ecologie-Onderzoek-Advies
5-5-2020
3.3.2 Zoogdieren Tijdens het veldbezoek zijn in verschillende bomen holten waargenomen. Of deze holten (inrot en spechtengaten) voldoende diep zijn om als verblijfplaats te dienen voor vleermuizen is niet onderzocht. Gelet op de ligging kan een eventueel gebruik door vleermuizen niet worden uitgesloten. Voorts zullen te kappen bomen voor verschillende vleermuissoorten als onderdeel van aanwezige vliegroutes en foerageergebieden fungeren.
3.3.3 Reptielen, Amfibieën en Vissen Gezien de inrichting en ligging van het onderzoeksgebied zijn er geen aanwijzingen gevonden voor het voorkomen van reptielen of amfibieën.
3.3.4 Libellen, dagvlinders en overige insecten Gezien de inrichting en ligging van het onderzoeksgebied is het aannemelijk dat libellen en dagvlinders voorkomen, Echter niet in relatie tot specifieke afhankelijkheid.
3.3.5 Vaatplanten Er heeft geen bermonderzoek plaatsgevonden. Echter, op basis van een eerste indruk vallen er géén beschermde vaatplanten te verwachten. De te verwijderen bomen betreffen géén beschermde soorten.
3.3.6 Gebiedsbescherming Het onderzoeksgebied is gelegen op zo’n 4300 meter afstand van het meest nabij gelegen Natura 2000 gebied en op zo’n nul meter afstand tot het Provinciaal deel van het Natuurnetwerk Nederland. Een significant externe werking op beschermde natuur(gebieden) ten gevolge van een toename in ontwatering of stikstofdepositie valt op basis van de realisatie van het verbreden van het fietspad niet te verwachten. Het wegvallen van een deel van het kronendak zal mogelijk een gering negatief effect hebben op de aanwezigheid (rand territoria) van vogels. Het kronendak wordt aan de randen verdunt en het voedselaanbod neemt af. Voor vleermuizen geldt tevens dat een deel van de voedselvoorziening weg zal vallen. De navigatiemogelijkheden blijven echter geborgd. Wel zal in dit deel de impact van wind en regen hoger worden.
Verbredingstracé fietspad Dijkstraat te Asten QuickScan Flora & Fauna
Pagina 11
KRUIDBOS Ecologie-Onderzoek-Advies
5-5-2020
4 Conclusies en aanbevelingen 4.1 Waarnemingen en te verwachten effecten De centrale vraag binnen deze QuickScan is of het verwijderen van bomen, zoals aangegeven in de figuren 3 en 4, nadelige gevolgen heeft op voorkomende fauna. In het bijzonder op vogels en vleermuizen en of deze effecten mogelijk de natuurlijke staat van instandhouding van betreffende soorten schaadt. Uit de resultaten blijkt dat het tracé in twee delen beschouwd kan worden, te weten: één deel dat fysiek aansluit op twee delen van het Nationaal Natuurnetwerk (locatie 14) en één deel dat zich uitstrekt langs het overige deel van het tracé. Over het gehele tracé zijn aan ten minste één zijde bomen aanwezig. Daarmee is de mogelijkheid voor vleermuizen om te navigeren in fysieke zin geborgd. Over een groot deel van het tracé zijn aan weerzijden van de weg bomen aanwezig. Door het wegvallen van de beoogde bomen zal de ecologische kwaliteit van de laan in algemene zin achteruit gaan. •
•
•
Er zijn op twee locaties bomen aangetroffen waarin mogelijk voldoende grootte holtes aanwezig zijn die dienst kunnen doen als verblijfplaats voor vleermuizen (en vogels). Deze holtes dienen nader geïnspecteerd te worden om de ecologische waarde in ter kunnen schatten (locatie 4 en 14). Er is op één locatie (locatie 7) een niet bezet eksternest aangetroffen. Nesten van Ekster zijn niet jaarrond beschermd. Dit nest vormt hierdoor buiten het broedseizoen géén belemmering m.b.t. kap. Op een drietal locaties (locatie: 9, 10 en 13) kunnen beperkte connectiviteitshiaten voor vleermuizen ontstaan. De mate van beperking is echter afhankelijk van het uiteindelijke besluit welke bomen te kappen en mitigatie door eventuele herplanting. De effecten zijn op deze locaties met name te wijten aan het ontbreken van naastgelegen bomen waardoor de “gaten in de laan” significant groter worden.
In algemene zin valt op basis van de tot nu toe beschikbare gegevens niet te verwachten dat er door toedoen van uitsluitend de voorgenomen ingreep significant negatieve effecten optreden op de natuurlijke staat van instandhouding van mogelijk relevante vogel en vleermuissoorten. Er vallen mogelijk wel negatieve effecten te verwachten door kwaliteitsvermindering van de bomenlaan. De aanwezige bermflora is binnen deze QuickScan buiten beschouwing gelaten, alhoewel op basis van een summiere eerste indruk géén beschermde flora is waargenomen en hier ook niet te verwachten valt. Gelet op bovenstaande wordt geadviseerd om de aangegeven knelpunten nader te bestuderen en in onderling overleg met de voor ecologie verantwoorde functionaris van de gemeente Asten af te stemmen hoe eventuele knelpunten nader te identificeren en te mitigeren.
Verbredingstracé fietspad Dijkstraat te Asten QuickScan Flora & Fauna
Pagina 12
KRUIDBOS Ecologie-Onderzoek-Advies
5-5-2020
BRONNEN Literatuur algemeen • • •
Dietz, C., Helversen von O., Nill, D., 2009. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. Tirion Natuur. Lange, R., Twisk, P., Winden, A. van, Diepenbeek, A. van., 1994. Zoogdieren van WestEuropa. KNVV-uitgeverij, Utrecht. Limpens et all, 2014. Vleermuizen en planologie. VZZ. Utrecht.
Internet www.kaartbank.brabant.nl www.maps.google.nl www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/natuur/natura-2000 www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/natuur/ecologische-hoofdstructuur www.vleermuisnet.nl www.vleermuizenindestad.nl www.quicksanhulp.nl www.zoogdiervereniging.nl
Verbredingstracé fietspad Dijkstraat te Asten QuickScan Flora & Fauna
Pagina 13
KRUIDBOS Ecologie-Onderzoek-Advies
5-5-2020
BIJLAGE 2 NDFF –quickscanhulp.nl d.d. 29-4-2020
Naam vleermuizen
Groep
Beschermingsregime
Afstand
Gewone dwergvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
0 - 1 km
Gewone grootoorvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
0 - 1 km
Gewone/Kleine/Ruige dwergvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
1 - 5 km
Laatvlieger
Zoogdieren
wnb-hrl
1 - 5 km
Rosse vleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
1 - 5 km
Ruige dwergvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
1 - 5 km
Tweekleurige vleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
1 - 5 km
Watervleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
1 - 5 km
Baardvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
5 - 10 km
Baardvleermuis / Brandts vleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
5 - 10 km
Gewone/Grijze grootoorvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
5 - 10 km
Grijze grootoorvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
5 - 10 km
Gewone/Kleine dwergvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
10 - 25 km
Ingekorven vleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
10 - 25 km
Kleine dwergvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
10 - 25 km
myoot (soort onbekend)
Zoogdieren
wnb-hrl
10 - 25 km
Vale vleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
10 - 25 km
Meervleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
25 - 50 km
Rosse / Bos- / Tweekleurige vleermuis / Laatvlieger
Zoogdieren
wnb-hrl
25 - 50 km
Bechsteins vleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Brandts vleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Laatvlieger / Tweekleurige vleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Rosse / Bosvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Water-/Meervleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Mopsvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
100 - 250 km
Verbredingstracé fietspad Dijkstraat te Asten QuickScan Flora & Fauna
Pagina 14
KRUIDBOS Ecologie-Onderzoek-Advies
5-5-2020
BIJLAGE 2 Overzicht te kappen bomen per locatie.
Locatie 1. Berk. Geen bijzonderheden.
Locatie 3. Berk. Geen bijzonderheden.
Verbredingstracé fietspad Dijkstraat te Asten QuickScan Flora & Fauna
Pagina 15
KRUIDBOS Ecologie-Onderzoek-Advies
5-5-2020
Locatie 4: Vier berken. Mogelijke kleine holten. Waarschijnlijk géén bijzonderheden.
Locatie 5: Drie eiken. Géén bijzonderheden.
Verbredingstracé fietspad Dijkstraat te Asten QuickScan Flora & Fauna
Pagina 16
KRUIDBOS Ecologie-Onderzoek-Advies
5-5-2020
Locatie 6: Vier berken. Mogelijk 2 berken met holten.
Locatie 7: Eik. Onbezet eksternest aanwezig.
Verbredingstracé fietspad Dijkstraat te Asten QuickScan Flora & Fauna
Pagina 17
KRUIDBOS Ecologie-Onderzoek-Advies
5-5-2020
Locatie 7: Eik met onbezet eksternest en berk in berm.
Locatie 8: Berk in berm. Géén bijzonderheden.
Verbredingstracé fietspad Dijkstraat te Asten QuickScan Flora & Fauna
Pagina 18
KRUIDBOS Ecologie-Onderzoek-Advies
5-5-2020
Locatie 9: Eiken. Geen bijzonderheden in de eiken. Mogelijk connectiviteitsknelpunt vleermuizen.
Locatie 10: Eiken. Geen bijzonderheden. Mogelijk connectiviteitsknelpunt vleermuizen.
Verbredingstracé fietspad Dijkstraat te Asten QuickScan Flora & Fauna
Pagina 19
KRUIDBOS Ecologie-Onderzoek-Advies
5-5-2020
Locatie 11: Eik. Geen bijzonderheden.
Locatie 12: Eiken. Geen bijzonderheden.
Verbredingstracé fietspad Dijkstraat te Asten QuickScan Flora & Fauna
Pagina 20
KRUIDBOS Ecologie-Onderzoek-Advies
5-5-2020
Locatie 13 a: Kijkende richting locatie 12. Eiken. Geen bijzonderheden. Mogelijk connectiviteitsknelpunt vleermuizen.
Locatie 13 b: Kijkende richting locatie 14. Eiken. Geen bijzonderheden. Mogelijk connectiviteitsknelpunt vleermuizen.
Locatie 14 a: Kijkende richting Asten. Inlandse eiken aan de wegzijde en Amerikaanse eiken en Robinia pseudoacacia in het Natuurnetwerk. Enkele bomen in het Natuurnetwerk bevatten holtes. Verarming connectiviteit.
Verbredingstracé fietspad Dijkstraat te Asten QuickScan Flora & Fauna
Pagina 21
KRUIDBOS Ecologie-Onderzoek-Advies
5-5-2020
Locatie 14 a: Kijkende richting Lierop. Inlandse eiken aan de wegzijde en Amerikaanse eiken en Robinia pseudoacacia in het Natuurnetwerk. Enkele bomen in het Natuurnetwerk bevatten holtes. Verarming connectiviteit.
ARKEL » Vlietskade 1509 4241 WH ARKEL NEER » Steeg 27
Van Kempen RO
6086 EJ NEER
T.a.v. de heer J. van Kempen NUENEN »
Peelkant 33
Collse Heide 48
5845 EG SINT ANTHONIS
5674 VN NUENEN PRINSENBEEK » Groenstraat 27
Per e-mail
:
joop@vankempenro.nl
Vestiging, datum
:
Nuenen, 1 mei 2020
Ons Kenmerk
:
2004/057/JVB-01
4841 BA PRINSENBEEK RIJKEVOORT » Veldweg 11 5447 BH RIJKEVOORT
Uw Kenmerk
:
-
Behandeld door
:
Janneke van Bree
Telefoonnummer
:
06 22 73 78 95
Gecontroleerd door
:
Joost Welmers
Betreft
:
berekening stikstofdepositie werkzaamheden fietspad aan de Dijkstraat
T. 088 44 02 900 E. info@tritium.nl I. www.tritium.nl
te Asten
Inleiding De gemeente Asten beoogt aan de Dijkstraat te Asten het aanwezige fietspad (circa 3 km lang) van 2 meter naar 3,5 meter te verbreden. Daarbij zal de aanwezige bermsloot tevens worden verlegd. Om naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State in het kader van de PAS zekerheid te verkrijgen ten aanzien van eventuele stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden is onderhavige berekening uitgevoerd. In onderhavig briefrapport komen de volgende aspecten aan de orde: 1.
wettelijk kader;
2.
opzet onderzoek;
3.
uitgangspunten aanlegfase;
4.
modellering;
5.
resultaten;
6.
conclusie.
1.
Wettelijk kader
In Nederland zijn ruim 160 Natura 2000-gebieden. Dit zijn natuurgebieden met een Europese beschermingsstatus. Dit Natura 2000-netwerk bestaat uit gebieden die zijn aangewezen onder de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Beide Europese richtlijnen zijn belangrijke instrumenten om de Europese biodiversiteit te waarborgen. Alle Vogel- of Habitatrichtlijngebieden zijn geselecteerd op grond van het voorkomen van soorten en habitattypen die vanuit Europees oogpunt bescherming nodig hebben. Veel van de gebieden zijn gevoelig voor stikstofdepositie. Een verdere toename van de stikstofdepositie kan leiden tot ‘significante (negatieve) effecten’ op het beschermde natuurgebied. Indien er sprake is van ‘significante effecten’ is een Wet natuurbescherming vergunning (Wnb-vergunning) noodzakelijk.
2004/057/JVB-01 pagina 1 van 6
Figuur 1:
Locatie beoogde ontwikkeling (rood omcirkeld) met nabij gelegen Natura 2000-gebieden. Meest nabij gelegen Natura 2000-gebied (op circa 3 km afstand) betreft “Strabrechtse Heide & Beuven” (gebiedsnummer 137).
In 2009 werd afgesproken het stikstofprobleem ‘programmatisch’ te gaan aanpakken. Dit heeft geleid tot het ‘Programma Aanpak Stikstof’ (PAS). Met het PAS is ontwikkelingsruimte beschikbaar gesteld voor nieuwe economische ontwikkelingen (projecten). Tegelijkertijd zijn met het PAS maatregelen vastgesteld waarmee geborgd wordt dat de natuurlijke kenmerken van de natuurgebieden niet worden aangetast. Naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State op 29 mei 2019 is de basis voor het verlenen van vergunningen onder het PAS komen te vervallen. Derhalve moet worden gesteld dat vergunningen nog slechts kunnen worden verleend indien is aangetoond dat er géén sprake is van (een toename van) stikstofdepositie op een Natura 2000gebied. In dat geval is er in ieder geval geen sprake van significant negatieve effecten ten aanzien van stikstof en is een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming (verder: Wnb) niet aan de orde. Uit het rekeninstrument AERIUS blijkt of er sprake is van stikstofdepositie ten gevolge van de werkzaamheden. In het kader van de in de Wnb opgenomen instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000gebieden dient onderzocht te worden wat de gevolgen zijn van het plan en de beoogde werkzaamheden.
Aangezien het planvoornemen voorziet in een verbreding van het bestaande fietspad en daarmee in een technische beter en veiliger fietspad, kan op voorhand worden gesteld dat er in de gebruiksfase (toekomstige situatie) geen toename van stikstof producerende activiteiten plaatsvindt. Onderhavige berekening voorziet derhalve uitsluitend op de aanlegwerkzaamheden die daarmee gepaard gaan.
2004/057/JVB-01 pagina 2 van 6
2.
Opzet onderzoek
Voor het berekenen van de stikstofdepositie op de relevante Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied is gebruik gemaakt van AERIUS Calculator 2019A (geactualiseerd op 14 januari 2020). In de berekeningen zijn de emissies van NOX en NH3 van de relevante bronnen meegenomen. Het gaat hierbij om de werkzaamheden aan het fietspad (aanlegfase). In de volgende paragrafen worden de uitgangspunten ten aanzien van de berekening weergegeven en worden de emissies berekend die als input dienen voor de stikstofdepositieberekening in AERIUS Calculator 2019A.
3.
Uitgangspunten aanlegfase
Onderhavige berekening is uitgevoerd in het kader van de aanlegwerkzaamheden ten behoeve van de verbreding van het bestaande fietspad. Op basis van de te verwachten werkzaamheden, de planning en de begroting is ingeschat welke werkzaamheden plaatsvinden, alsmede het materieel dat daarbij wordt gebruikt en het aantal verkeersbewegingen dat plaatsvindt. In overleg met de opdrachtgever zijn gefundeerde aannames gedaan ten aanzien van de aanlegfase: -
de duur van de werkzaamheden wordt geschat op 3 maanden, 12 weken;
-
verkeersbewegingen van licht verkeer (bron 1) zal bestaan uit verkeersbewegingen van
-
verkeersbewegingen van middelzwaar vrachtverkeer (bron 2) zal bestaan uit
aannemers en onderaannemers met (bestel)busjes / personenauto’s; verkeersbewegingen ten behoeve van levering goederen; -
verkeersbewegingen van zwaar vrachtverkeer (bron 3) zal bestaan uit verkeersbewegingen ten behoeve van, levering zware goederen en materieel;
-
gebruik van materieel op de bouwplaats (bron 4) zal bestaan uit het gebruik van een graafmachine, shovel, trilplaten, asfaltfreesmachine, asfalteermachine en wals.
Navolgende tabel 1 geeft de aannamen weer voor het in te zetten materieel en de benodigde bedrijfstijd gedurende de aanlegfase. Tabel 1: Gebruik van machines gedurende de aanlegfase Gebruik machine
Bedrijfstijd
Graafmachine
400 uur
Shovel
400 uur
Trilplaten
80 uur
Asfaltfreesmachine
32 uur
Asfalteermachine
32 uur
Wals
32 uur
Op basis van de aannames ten aanzien van de te gebruiken machines gedurende de aanleg (tabel 1) kan met behulp van de emissiegegevens (tabel 2) de totale emissie van de aanlegfase worden berekend (bron 4). De emissiegegevens in tabel 4 zijn gebaseerd op gegevens uit een publicatie van TNO (Emissiemodel Mobiele Machines gebaseerd op machineverkopen in combinatie met brandstof afzet (EMMA), TNO, 2009). De deellastfactor geeft aan welk deel van het vermogen gemiddeld wordt gebruikt wanneer het werktuig in werking is. Deellastfactoren zijn overgenomen uit voornoemde TNO-publicatie. In deze berekening is er voor het materieel worst-case vanuit gegaan dat deze vallen in klasse IIIB (bouwjaar 2012 en nieuwer), met uitzondering van de graafmachine(s) en shovel(s) waarvoor stage IV (bouwjaar 2014 en nieuwer) is gehanteerd. Dit betekent dat de werktuigen op de bouwplaats een maximale leeftijd hebben van circa 6 tot 8 jaar. Dit is een redelijke schatting voor werktuigen die geregeld gebruikt worden. Naar verwachting zullen in de uitvoering uiteindelijk meer moderne machines worden ingezet, met uitzondering van 2004/057/JVB-01 pagina 3 van 6
de graafmachine en shovel welke al modern zijn ingeschat. Er is een bijpassend vermogen aangehouden. Aangezien het materieel onder snel wisselende omstandigheden moeten werken heeft dit belastingspatroon effect op de daadwerkelijke emissie van het betreffende materieel. De zogenaamde TAF-factoren, zoals eveneens beschrevenen in EMMA, zijn derhalve betrokken in onderhavige berekening. De TAF-factoren zijn correctiefactoren voor de standaard emissiekengetallen. Tabel 2: Werkzaamheden aanlegfase Machine
Bedrijfstijd
Vermogen
Deellastfactor
Emissiefactor
TAF-
Emissie NOx
(bouwjaar)
(uur/jaar)
(KW)
(%)
(g NOx/kWh)
factor
(kg/jaar)
Graafmachine
400
90
60
0,4
0,87
7,5
Shovel
400
120
60
0,4
1,05
12,1
Trilplaten
80
10
40
3,3
1,1
1,2
Asfaltfreesmachine
32
60
60
3,3
0,95
3,6
Asfalteermachine
32
20
55
3,3
1,1
1,3
Wals
32
50
40
3,3
1,1
2,3
Totale emissie van de aanlegwerkzaamheden
28
De werkzaamheden in de aanlegfase brengen eveneens verkeersbewegingen met zich mee. Door deze verkeersbewegingen kan eveneens stikstofdepositie plaatsvinden. De stikstofuitstoot ten gevolge van de te verwachten verkeersbewegingen tijdens de aanlegfase zijn derhalve betrokken in de berekening van stikstofdepositie gedurende de aanlegfase. Navolgende tabel 3 geeft de aannamen ten aanzien van de te verwachten verkeersbewegingen gedurende de aanlegfase weer. In AERIUS wordt zoals eerder aangegeven de emissie berekend op basis van de lengte van de ingetekende rijroute, het aantal en type voertuigen, het wegtype en de mate van stagnatie (file). Tabel 3: Verkeersgeneratie werkzaamheden Type
Bron
Verkeer
Periode
Aantal
Wegtype
Stagnatie
/ week Licht verkeer
1
Aannemer
13 wk
10
Onderaannemer
13 wk
5
bewegingen / jaar Buitenwegen
0%
2
Levering div. goederen
13 wk
2
260 130
Totaal verkeersbewegingen licht verkeer Middelzwaar
Totaal ***
Buitenwegen
390
0%
52
vrachtverkeer Totaal verkeersbewegingen middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer
3
Levering goederen en
13 wk
7
20 x
2
Buitenwegen
0%
52 182
materieel Aan- afvoer materieel
80
(shovel, asfalteermachine, wals, trilplaten, etc.) Totaal verkeersbewegingen zwaar vrachtverkeer ***
262
Het aantal bezoekende (vracht)auto’s levert 2 verkeersbewegingen per bezoek op (aankomen en vertrekken) er is uitsluitend gerekend gedurende doordeweekse (5, werkbare) dagen.
Het bouwverkeer in de aanlegfase is gemodelleerd totdat het opgaat in het heersend verkeersbeeld. Er wordt worst-case vanuit gegaan dat het verkeer gedurende de gehele aanlegperiode gebruik maakt van de gehele Dijkstraat. Er wordt vanuit gegaan dat het verkeer in westelijke richting aankomt/vertrekt via de Dijkstraat en ter hoogte van de Laan ten Boomen in het heersend verkeersbeeld is opgegaan. 2004/057/JVB-01 pagina 4 van 6
4.
Modellering
De verspreiding en depositie is op 28 april 2020 berekend met het model AERIUS Calculator 2019A. AERIUS rekent in hele (kalender)jaren, uitgangspunten in onderhavig rapport en in de berekening zijn daar op afgestemd. Bij de berekening van de depositiebijdragen voor de werkzaamheden aan het fietspad in de aanlegfase is in AERIUS Calculator uitgegaan van het rekenjaar 2020. De diverse bronnen zijn in AERIUS ingetekend op basis van aangeleverde kaarten, de in AERIUS opgenomen achtergrondkaart en de hiervoor genoemde aannames. De verkeersbewegingen (bron 1, 2 en 3) zijn gemodelleerd als lijnbronnen. De werkzaamheden in de aanlegfase zijn eveneens gemodelleerd als lijnbron (bron 4) aangezien de werkzaamheden aan het fietspad in een gelijkmatige verdeling, over slechts een smalle zone, over het gehele traject plaatsvinden. Er is gebruikgemaakt van de broncategorie ‘mobiele werktuigen’ en de sector ‘bouw en industrie’. Voor de emissie eigenschappen zijn de, voor zover niet anders dan hiervoor beschreven, default-waarden voor deze sector aangehouden. AERIUS genereert een uitgebreid rapport met de ingevoerde gegevens. Deze is opgenomen als bijlage bij dit rapport. In de resultaten is een afdruk van de rekenresultaten opgenomen. Het separate GML bestand met de gegevensinvoer is bij de levering van dit briefrapport eveneens meegestuurd.
5.
Resultaten
Aanlegfase Uit de rekenresultaten van de aanlegfase blijkt dat er geen stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden ten gevolge van het plan plaatsvindt. Er zijn geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar.
Figuur 2:
rekenresultaten aanlegfase
2004/057/JVB-01 pagina 5 van 6
6.
Conclusie
Uit de rekenresultaten van AERIUS Calculator 2019A blijkt dat er ten gevolge van de beoogde planontwikkeling geen stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden plaatsvindt. Derhalve zijn ‘significante (negatieve) effecten’ op beschermde natuurgebieden ten aanzien van stikstofdepositie uit te sluiten. Daarnaast dient te worden opgemerkt dat voor de berekening is uitgegaan van een worst-case benadering betreffende de emissiefactor van het in te zetten materieel. Het is de verwachting dat bij de realisatie gebruik zal worden gemaakt van modernere machines. Een vergunning in het kader van de Wnb is derhalve niet aan de orde. De berekening toont aan dat het aspect stikstofdepositie geen beperkingen oplevert ten aanzien van het beoogde planvoornemen. Wij gaan ervan uit u hiermee op passende wijze van dienst te zijn geweest. Met vriendelijke groet, Tritium Advies B.V. ing. J.H.J. van Bree Projectleider ecologie
Bijlagen: 1.
PDF-rapport rekenresultaten AERIUS Calculator aanlegfase.
Dit document is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven. Het document mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Door derden aangebrachte wijzigingen en/of toevoegingen dan wel oneigenlijk gebruik van het document vallen niet onder de verantwoording van Tritium Advies.
2004/057/JVB-01 pagina 6 van 6
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. ReGKhwUAS8k1 (28 april 2020) pagina 1/6
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Van Kempen RO
Dijkstraat, 5721 Asten
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Dijkstraat te Asten
ReGKhwUAS8k1
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
28 april 2020, 07:59
2020
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
31,32 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Aanlegfase fietspad
Situatie 1
ReGKhwUAS8k1 (28 april 2020) pagina 2/6
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Bron Sector
Emissie NH3
Emissie NOx
Bron 1 Wegverkeer | Buitenwegen
< 1 kg/j
< 1 kg/j
Bron 2 Wegverkeer | Buitenwegen
< 1 kg/j
< 1 kg/j
Bron 3 Wegverkeer | Buitenwegen
< 1 kg/j
2,56 kg/j
-
28,00 kg/j
Bron 4 Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
Resultaten
Situatie 1
ReGKhwUAS8k1 (28 april 2020) pagina 3/6
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
NOx NH3
Soort
Voertuig
Standaard
Licht verkeer
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Soort
Voertuig
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Soort
Voertuig
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
Situatie 1
Bron 1 178274, 380750 < 1 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
390,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Bron 2 178267, 380750 < 1 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
52,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Bron 3 178275, 380744 2,56 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
262,0 / jaar NOx NH3
2,56 kg/j < 1 kg/j
ReGKhwUAS8k1 (28 april 2020) pagina 4/6
Resultaten
Naam Locatie (X,Y) NOx
Resultaten
Voertuig
Omschrijving
AFW
Werkzaamheden
Situatie 1
Brandstof verbruik (l/j)
Bron 4 178266, 380749 28,00 kg/j
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
Warmte Stof inhoud (MW)
Emissie
4,0
4,0
0,0 NOx
28,00 kg/j
ReGKhwUAS8k1 (28 april 2020) pagina 5/6
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2019A_20200403_6c571f9654 Database versie 2019A_20200403_6c571f9654 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2019A
Resultaten
Situatie 1
ReGKhwUAS8k1 (28 april 2020) pagina 6/6