H Ruimtelijke onderbouwing Laarbroek 5.pdf
Tekst van het document
7
Landschappelijke inpassing Laarbroek 5, Asten
• •
Knippen of scheren van de hagen, minimaal 2 maal per jaar in mei en september. Onkruidbestrijding bij de haagvoet.
Beheer: • Knippen of scheren van de hagen, minimaal 2 maal per jaar in mei en september, maximale hoogte 1,5 meter. • Onkruidbestrijding bij de haagvoet.
2.2.2 Versterken bosstrook Locatie: • Zuidzijde van het perceel langs de Keskesweg Soortkeuze: Het bosplantsoen bestaat uit de volgende soorten welke in menging aangeplant worden. Worden in maat 60-80. • Fagus sylvatica (Beuk) • Betula pendula (Berk) • Tilia x europaea (Linde) • Salix alba (Wilg) Aandachtspunten bij aanleg: • Planten leveren in de maat 60-80 als wortelgoed met NAKB-certificaat en inheemse afstamming. • Een plantstrook spitten (tot circa 40 centimeter diepte) in bestaand bos en verbeteren met uitgerijpte schimmeldominante humuscompost (2m3 per are). • Planten in wildverband tussen bestaande bomen. Nazorg na aanplant: • Watergeven van het bosplantsoen in de 1ste 2 jaar na aanplant op basis van noodzaak (monitoring noodzakelijk) • Uitmaaien van de grassen tussen de beplanting in de 1ste 2 jaar, circa 4 maal per jaar. Beheer: • In de toekomst eens per 5 jaar uitdunnen en/of afzetten van het bosplantsoen.
2.3 Kostenberekening In onderstaand schema zijn de kosten berekend van de uit te voeren landschappelijke inpassing. De kosten zijn gebaseerd op de bedragen uit de Subsidieregeling Groen Blauw Stimuleringskader NoordBrabant. Naam plant
Maat
Fagus sylvatica
60-80
3.230 stuks
€ 1,66
€ 5.361,80
60-80 60-80 60-80 60-80
5 stuks 5 stuks 5 stuks 5 stuks
€ 1,66 € 1,66 € 1,66 € 1,66
€ 8,30 € 8,30 € 8,30 € 8,30
Beukenhaag
Aantal
Prijs per stuk
Totaal
Versterken bosstrook Fagus sylvatica Betula pendula Tilia x europaea Salix alba
Totaal
Deze rapportage is opgesteld door Kettu bv uit Sint-Oedenrode
€ 5.395,00
8
Landschappelijke inpassing Laarbroek 5, Asten
Bijlagen:
Deze rapportage is opgesteld door Kettu bv uit Sint-Oedenrode
9
Landschappelijke inpassing Laarbroek 5, Asten
Bijlage 1: Inrichtingstekening
Deze rapportage is opgesteld door Kettu bv uit Sint-Oedenrode
10
Landschappelijke inpassing Laarbroek 5, Asten
Deze rapportage is opgesteld door Kettu bv uit Sint-Oedenrode
11
Landschappelijke inpassing Laarbroek 5, Asten
Kettu bv is een jong adviesbureau wat zich bezig houdt met het groene deel van de inrichting en het beheer van de openbare ruimte.
Deze rapportage is opgesteld door Kettu bv uit Sint-Oedenrode
Op verschillende niveaus bieden wij onze diensten aan. Dit varieert van het opstellen van beleids-, beheeren uitvoeringsplannen tot het schrijven van RAW-bestekken en/of het voeren van directie of het houden van toezicht daarop. 12
Aanmeldnotitie Vormvrije M.E.R.-Beoordeling Laarbroek 5, 5721 WL Asten
Colofon Opdrachtgever Dhr. Heijliger Laarbroek 5, 5721 WL Asten ZLTO Locatie-advies Elco Mijdam Binnendienst Milieu 28-5-2020 2020000376 Kantoor ’s-Hertogenbosch Onderwijsboulevard 225 5223 DE ’s-HERTOGENBOSCH Postbus 100 5201 AC ’s-HERTOGENBOSCH M +31 6 212 124 27
2
INHOUDSOPGAVE 1. 1.1 1.2 1.3 1.4
Algemeen ............................................................................................................... 4 Naam initiatiefnemer .............................................................................................. 4 Adres initiatiefnemer .............................................................................................. 4 Soort activiteit en beschrijving ................................................................................ 4 Aard en omvang van de activiteit ............................................................................. 5
2. Aanleiding en motivering van de voorgenomen activiteit ....................................... 6 2.1 Aanleiding............................................................................................................. 6 2.2 De voorgenomen activiteit ...................................................................................... 6 2.2.1 Motivatie van het plan......................................................................................... 6 3. 3.1 3.2 3.3 3.4
Bedrijfsinformatie .................................................................................................. 6 Krachtvoer, ruwvoer en bijproducten........................................................................ 6 Energieverbruik ..................................................................................................... 6 Waterverbruik ....................................................................................................... 6 Afvalstoffen .......................................................................................................... 7
4. Effecten van de activiteit ........................................................................................ 7 4.1 Effecten op het milieu ............................................................................................ 7 4.1.1 Emissies ............................................................................................................ 7 4.1.2
Verwachte effecten van emissies .......................................................................... 9
4.1.3
Mogelijke beïnvloeding van gevoelige gebieden, buiten emissies om. ........................ 9
4.2 5.
Risico’s voor de volksgezondheid ............................................................................. 9 Conclusie................................................................................................................ 9
3
1.
ALGEMEEN
1.1
Naam initiatiefnemer
Stal Heijligers Dhr. Heijligers & Mevr. Fortgens KVK 17179220 Vestigingsnr. 000007094647 1.2
Adres initiatiefnemer
Stal Heijligers Laarbroek 5, 5721 WL Asten In onderstaande figuur is de ligging van de initiatieflocatie weergegeven.
Figuur 1, Ligging initiatieflocatie
1.3
Soort activiteit en beschrijving
Stal Heijligers is sinds 2008 gevestigd aan de Laarbroek 5 te Asten. Voor de paardenhouderij zijn er buiten het bouwblok diverse voorzieningen gerealiseerd zoals de buitenbak, stapmolen, paddocks, longeerpiste en twee buitenstallen. Op basis van provinciaal en gemeentelijke beleid dienen deze voorzieningen binnen het bouwblok te liggen. Om deze voorzieningen planologisch te borgen is een ruimtelijke onderbouwing opgesteld voor het ‘Veegplan 2020’ welke voorziet in een uitbreiding van het bouwblok naar 1,5 ha. Gemeente Asten heeft gevraagd om een aanmeldnotitie omdat het een uitbreiding van een bedrijf betreft waar dieren worden gehouden. De locatie Laarbroek 5 vormt samen met Keskesweg 20 in het kader van de milieuregelgeving één inrichting. Voor deze inrichting is één milieuvergunning aanwezig. Zie tabel 1.1 Waar mogelijk worden activiteiten voor het houden van de dieren gecombineerd zoals bij het afvoeren van dierlijke mest. Dit was mogelijk door de unieke ligging van de locatie, zoals te zien in figuur 1.
4
Tabel 1.1 Diertabel in vergunde situatie Ammoniak
stalnr Diercategorie volwassen paarden (3 jaar en ouder) 1 8 volwassen paarden (3 jaar en ouder) 2 8 legkippen en (groot)ouderdieren 3 van legrassen Totaal
Stalsysteem
Geur Stof/PM10 OU/s gram Aantal kg NH3 Totaal kg per Totaal per totaal Dierplaatsen per dier NH3/jaar dierpl. OU/s dierpl. kg
K1.100
48
5,0
240,0
NVG
NVG
K1.100
6
5,0
30,0
NVG
NVG
E2.100
400
0,3 +
126,0 396,0
0,34
136,0 136
84,00
33,6 33,6
Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst die beneden de drempelwaarden vallen moet een toets uitgevoerd worden of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Omdat de activiteit ‘de oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie voor het fokken, mesten of houden van dieren’ vermeld staat op de D-lijst en de drempelwaarde niet wordt overschreden is er derhalve geen sprake van een m.e.r.beoordelingsplicht en kan er met een motivering worden volstaan. Deze motivering moet zijn gebaseerd op een toets die qua inhoud (dat wil zeggen: op basis van dezelfde criteria) aansluit bij de m.e.r.-beoordeling, maar meer op hoofdlijnen is en tevens zijn er geen vormvereisten. In de beoogde situatie verandert er feitelijk niets behalve de opsplitsing van de inrichting in twee onderdelen. Technisch gezien kan hierom gesproken worden van een uitbreiding van 48 paarden. De gemeente heeft hierom om een vorm vrije MER gevraagd. 1.4
Aard en omvang van de activiteit
De vergunde situatie qua dieraantallen blijft ongewijzigd. Deze notitie is opgesteld om de uitbreiding van het bouwblok voor het planologisch borgen voor de buitenbak, paddocks, stapmolen, longeercirkel en twee buitenstallen. Er vind geen uitbreiding in de dieraantallen plaats. Tabel 1.1 Diertabel in nieuwe situatie Ammoniak
stalnr Diercategorie volwassen paarden (3 jaar en ouder) 1 8 volwassen paarden (3 jaar en ouder) 2 8 legkippen en (groot)ouderdieren 3 van legrassen Totaal
Stalsysteem
Geur Stof/PM10 OU/s gram Aantal kg NH3 Totaal kg per Totaal per totaal Dierplaatsen per dier NH3/jaar dierpl. OU/s dierpl. kg
K1.100
48
5,0
240,0
NVG
NVG
K1.100
6
5,0
30,0
NVG
NVG
E2.100
400
0,3 +
126,0 396,0
0,34
136,0 136
84,00
33,6 33,6
5
2. AANLEIDING EN MOTIVERING VAN DE VOORGENOMEN ACTIVITEIT 2.1
Aanleiding
Initiatiefnemer is met het planologisch borgen van alle voorzieningen op zjin bedrijf in staat om het toekomstperspectief van zijn bedrijf veilig te stellen en het bedrijf op de middellange termijn rendabel te kunnen blijven exploiteren onder andere door het toevoegen van het gastenverblijf als nevenactiviteit 2.2
De voorgenomen activiteit
2.2.1
Motivatie van het plan
De opzet van de nieuwe situatie is zodanig gemaakt dat voldaan wordt aan de regels die in de Wet Milieubeheer en overige relevante wet- en regelgeving zijn opgenomen. Het bedrijf voldoet niet aan de Verordening Natuurbescherming. Verdere uitbreiding van het aantal dieren wordt op dit moment niet voorzien.
3.
BEDRIJFSINFORMATIE
3.1
Krachtvoer, ruwvoer en bijproducten
Opslag voer per voertype. (in m2, liters, etc.) Voer
Opslag
Krachtvoer paarden
2018
Eenheid
Type opslag
7.000 Kg
Silo
Krachtvoer kippen
1.000 Kg
Zakgoed (gebouw F)
Krachtvoer paarden
200 Kg
Zakgoed (gebouw D)
Hooi en stro
30 pakken hooi Groot
Gebouw A
20 pakken stro formaat
3.2
Energieverbruik Jaar
2018
☒
Elektriciteit
15.000
KWh
☒
Propaan
1.300
liter
☒
Acetyleen
50
Liter
3.3
Waterverbruik
Soort water Leidingwater Andere waterwinning – beregeningsinstallatie grondwater Totaal
m3/jr.
huidig
1.200 25.000 26.200
6
3.4
Afvalstoffen
Afvalstoffen Huishoudelijk
AfvoerFrequentie 1 per weken 1 keer Per
Papier
maand
1 keer Per
Glas
maand
Wijze van opslag Container
Maximale Opslag 100 Liter
Hoeveelheid per jaar
Inzamelaar/ Verwerker
1.500 kg
Erkend
Dozen
500 kg
Vereniging
Dozen
100 kg
Gemeente
2500 kg
Rendac
100 kg
Erkend
20 stuks
gemeente
Gft/groen-afval Kadavers Landbouwplastic Tl buizen/spaarlamp
Incidenteel 1 keer Per jaar
1 keer Per jaar
Kadaverplaats
1 stuk
Los In org. verpakking
20
4.
EFFECTEN VAN DE ACTIVITEIT
4.1
Effecten op het milieu
De belangrijkste effecten komen voort uit de emissies die binnen de inrichting ontstaan. Het gaat daarbij met name om geluid-, ammoniak-, geur- en stofemissie. Ten behoeve van een omgevingsvergunning voor het onderdeel milieu worden de nadelige effecten van deze emissies op de omgeving getoetst en beoordeeld. Onderstaand worden de effecten beschreven in de gebruiksfase. 4.1.1 Emissies Geuremissie De aanvraag voor de nieuwe situatie dient getoetst te worden aan de Wet Geurhinder en Veehouderij en het gemeentebeleid van Asten. Voor paarden zijn geen emissiefactoren vastgesteld, maar geldt een vaste afstand van 50 meter ten opzichte van het meest nabij gelegen geurgevoelige object in het buitengebied. In het geurbeleid van gemeente Asten zijn geen wijzigingen aangegeven voor de afstand tussen het emissiepunt van de stallen en geurgevoelige objecten. De minimum afstand van 50 meter ten opzichte van het emissiepunt van de stal blijft dan ook geldend. In afwijking van de Wgv zijn andere maximale waarden aangehouden voor de geurbelasting van een veehouderij. A. Woonkernen Asten en Ommel 1,0 odour units. B. Buitengebied 10,0 odour units. Voor de stal met 48 paarden van Laarbroek 5 betreft het dichtstbijzijnde geurgevoelige gebouw de woning Laarbroek 9 op een afstand van 75 . Ammoniakemissie De ammoniakemissie bedraagt in totaal 430,8 kg.
De laagtst vergunde refentiesituatie is van 2707-2004. Waarbij dezelfde aantal dieren zijn aangevraagd en goedgekeurd. Voorheen betrof de locatie een grote varkenshouderij met meer dan 2000 kg NH3 per jaar aan uitstoot. Hierdoor kan worden aangenomen dat de vergunning van 2004 de referentiesituatie is voor 1994 t/m heden. Tussen deze vergunning en de beoogde situatie is geen verschil als het gaat om milieueffect. De nieuwe situatie voldoet dus aan de Wav. Wet Ammoniak en Veehouderij In december 2008 is door de provincie Noord-Brabant een gewijzigde kaart met kwetsbare gebieden vastgesteld in het kader van de Wet ammoniak en veehouderij. Binnen een zone van 250 meter rondom de zeer kwetsbare gebieden is het oprichten van nieuwe stallen niet mogelijk. De
7
locatie aan de Laarbroek 5 is gelegen op een afstand van circa 5 kilometer ten opzichte van het meest nabij gelegen voor verzuring gevoelige gebied (Strabrechtse Heide & Beuven). Het bedrijf is op meer dan 250 m van een zeer kwetsbaar gebied gelegen. De voorgenomen activiteit heeft een geen toename van de uitstoot van ammoniak tot gevolg. Gezien de afstand ten opzichte van dit meest nabij gelegen zeer kwetsbare gebied geldt op basis van de Wet ammoniak en veehouderij (Wav) dat er in principe geen beperkingen zijn ten aanzien van het ammoniakemissieplafond. Besluit Emissiearme Huisvestingssystemen Voor een dierenverblijf voor het huisvesten van legkippen zijn maximale emissiewaarden opgenomen in het besluit emissieamre huisvesting (BEH). Volgens bijlage 1 van het BEH is de maximale emissiewaarde voor legkippen per 1 januari 2018 0,125 kg ammoniak, behalve als intern gesaldeert is bij stallen van voor 1 januari 2007. Voor paarden zijn geen maximale emmissiewaarden opgenomen in het BEH. Oorspronkelijk was de inrichting een varkenshouderij. In 2004 is deze varkenshouderij omgezet naar een paardenhouderij en kippenhouderij. Hiermee is intern gesaldeerd om de kippen te mogen houden. Hiermee voldoet de inrichting aan de eisen van het BEH. Fijnstofemissie Overeenkomstig tabel 2 is er geen wijziging van de fijnstofemissie (PM10) ten opzichte van de vigerende situatie.
In het kader van de Wet luchtkwaliteit dient onderzocht te worden wat het effect van de fijnstofemissie is op de nabij gelegen woningen. In de Handreiking fijn stof en veehouderijen is een vuistregel opgenomen waarmee aangetoond kan worden of de beoogde ontwikkeling al dan niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie PM10 in de buitenlucht. De dichtbijzijnde woning ligt aan de Hombroeckstraat 3 op een afstand van ~139 meter van het bedrijf. Op basis van tabel 4.1 uit de handreiking fijnstof en veehouderij en de fijnstofemissie van 33,6kg/jaar kan geconcludeerd worden dat de vergunde en de beoogde situatie beide niet in betekenende mate bijdragen. Tabel 4.1 Afstand tot te toetsen plaats Totale emissie in kg/jr van uitbreiding/oprichting
70 m 324
80 m 387
90 m 473
100 m
120 m
140 m
160 m
581
817
107,5
137,6
Geluid In het kader van de geluidsbelasting gelden voor het bedrijf de regels en voorschriften zoals opgenomen in de aanvraag omgevingsvergunning milieu. Er is geen reden om aan te nemen dat de geluidsbelasting, maximale geluidsniveau’s en indirecte hinder in de toekomstige situatie onaanvaardbaar zijn. Licht Bij de buitenbak is 1 lichtmast aanwezig. Deze lichtmast wordt nagenoeg niet gebruikt omdat in het donker enkel de binnenbak wordt gebruikt. De effecten van de lichtmast zijn daaromnihil te noemen.
8
4.1.2 Verwachte effecten van emissies Flora en fauna De Wet Natuurbescherming vormt voor wat betreft de soortenbescherming een concrete en correcte implementatie van de Habitatrichtlijn. Doel van deze wet is de bescherming van dier- en plantensoorten in hun natuurlijke leefgebied. Als gevolg van ruimtelijke ingrepen is het mogelijk dat beschermde soorten beschadigd, verstoord of vernietigd worden. Als op basis van onderzoeksgegevens blijkt dat beschermde soorten voorkomen, kan dit consequenties hebben voor de voorgenomen ruimtelijke ingreep. De beoogde wijziging gaat niet gepaard met een ruimtelijke ingreep. Er is geen reden om aan te nemen dat er een verstoring plaatsvindt van diersoorten, die bescherming genieten op basis van de Wet Natuurbescherming. Landschap De beoogde splitsing van de inrichting gaat niet gepaard met een ruimtelijke ingreep. De kenmerkende openheid van het landschap blijft intact. Archeologie Op de initiatieflocatie rust een archeologische verwachtingswaarde. De beoogde opsplitsing van de inrichting gaat niet gepaard met een ruimtelijke ingreep. De eventueel aanwezige archeologische objecten worden niet aangetast. Een nader archeologisch onderzoek is niet noodzakelijk. Woon- en leefmilieu De emissies zoals beschreven in paragraaf 4.1.1, veranderen niet ten opzichte van de vergunde situatie.
Alle onderdelen voldoen aan de toetsingskaders, welke zijn vastgesteld met als basis het streven naar een acceptabel woon- en leefklimaat voor de omgeving van veehouderijen. Er zijn geen nadelige effecten van de emissies op het woon- en leefmilieu te verwachten. Water De initiatieflocatie is aangesloten op het drukrioleringsstelsel. Hierop wordt het huishoudelijk afvalwater geloosd. Het schone hemelwater wordt afgekoppeld en geloosd op het erf. Er is daardoor sprake van een scheiding van het vuile en schone water. 4.1.3 Mogelijke beïnvloeding van gevoelige gebieden, buiten emissies om. Er is geen mileu belastend verschil tussen de vergunde en beoogde situatie van de inrichting. Er is geen beïnvloeding van gevoelige gebieden rondom de locatie te verwachen. Aardkundig waardevolle gebieden Er bevinden zich geen aardkundig waardevolle gebieden of archeologische monumenten in de nabijheid van de initiatieflocatie aan keskesweg 20. Daarnaast vinden er geen wijzigingen plaats op de inrichting die invloed hebben op het milieu. 4.2
Risico’s voor de volksgezondheid
Middels de gangbare toetsingskaders is gebleken dat de beoogde ontwikkeling past binnen de vigerende wet- en regelgeving op het vlak van geur en luchtkwaliteit. Kippen Mensen die intensief met dieren in contact zijn kunnen deze bacteriën bij zich dragen, maar zijn meestal niet ziek. Initiatiefnemer neemt diverse maatregelen om de insleep en verspreiding van dierziektes te voorkomen, onder andere dat bezoekers niet zonder zich te melden bij de kippen mogen komen. Daarmee zijn de risico’s voor de volksgezondheid volgens de huidige inzichten voldoende ingeperkt
5.
CONCLUSIE
Gezien hetgeen beschreven is in voorgaande hoofdstukken kan geconcludeerd worden dat de voorgenomen activiteit niet leidt tot een verdere beïnvloeding van de natuurwaarden of het abiotisch milieu ter plaatse dan reeds vergund is op dit moment. De planvoornemens voor het vergroten van het bouwblok waarbij het aantal dieren ongewiijzigd blijft leidt dan ook niet tot een bijzondere omstandigheid die bepalend is voor het besluiten tot een m.e.r.- procedure.
9
QuickScan beschermde flora en fauna Laarbroek 5, Asten April 2020
1
Colofon: Status: Definitief Versie: 1.0 Datum: 27 april 2020 Auteur: Ing. R.M.M. Vos Adresgegevens: Kettu bv Adres: Damianenweg 1 Postcode: 5491 TJ Sint-Oedenrode Telefoon: +31-651835901 E-Mail: info@kettu.nl Site: www.kettu.nl KvK-nummer: 73901636
2
Inleiding Aanleiding Stal Heijligers is bezig met het planologisch traject om de gerealiseerde inrichting met stapmolen, buitenbak en paddock te borgen in het bestemmingsplan van gemeente Asten. Onderdeel van dit traject is het in beeld brengen van de mogelijke effecten van het project voor beschermde Flora en Fauna en/of hun leefgebieden. Plangebied Op onderstaande afbeelding is het plangebied weergeven.
Geplande werkzaamheden De werkzaamheden zijn al uitgevoerd. Traject betreft alleen nog het planologisch traject om een en ander in het bestemmingsplan te verankeren. Inhoud Deze QuickScan brengt in beeld of de voorgenomen plannen kunnen leiden tot overtreding van de wet Natuurbescherming. Dit rapport kent 2 doelstellingen: In beeld brengen wat de mogelijke effecten kunnen zijn op omliggende Natura2000-gebieden. In beeld brengen welke beschermde flora en fauna mogelijk aanwezig zijn die effecten kunnen ondervinden van de voorgenomen ontwikkeling.
Afbeelding 1: Het plangebied
3
Inhoudsopgave Inleiding .............................................................................. 3 Hoofdstuk 1 Wettelijk kader ................................................... 5 1.1 Wet Natuurbescherming: Landelijk niveau ....................... 5 1.2 Wet Natuurbescherming: Provincie Noord-Brabant ........... 5 Hoofdstuk 2 Gebiedsbescherming ........................................... 6 2.1 Natura2000-gebied Strabrechtse Heide & Beuven............. 6 2.1.1 Omschrijving Natura2000-gebied .............................. 6 2.1.2 Invloed van het project op het gebied ....................... 6 2.2 Natuurnetwerk Brabant ................................................. 6 Hoofdstuk 3 Soortenbescherming ........................................... 7 3.1 Bureauonderzoek ......................................................... 7 3.2 Veldbezoek .................................................................. 7 3.2.1 Flora ..................................................................... 7 3.2.2 Amfibieën .............................................................. 8 3.2.3 Vogels ................................................................... 8 3.2.4 Grondgebonden zoogdieren ..................................... 8 3.2.5 Vleermuizen ........................................................... 8 3.2.6 Overige soortgroepen ..............................................
8 3.3 Risicobepaling .............................................................. 8 Bijlagen ............................................................................. 10 Bijlage 1: Gegevens uit Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) ........................................................................... 11
4
Hoofdstuk 1 Wettelijk kader 1.1 Wet Natuurbescherming: Landelijk niveau Vanaf 1 januari 2017 is de wet Natuurbescherming van toepassing. In deze nieuwe wet zijn de Flora en Faunawet, de boswet en de Natuurbeschermingswet 1998. Met deze wet geeft Nederland ook uitvoering aan internationale en/of Europese afspraken. Bescherming op gebiedsniveau: Door het rijk zijn in Nederland Natura2000 gebieden aangewezen. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de Vogelen Habitatrichtlijnen. Voor deze gebieden zijn instandhoudingsdoelstellingen bepaald. Het is verboden zonder vergunning van Gedeputeerde Staten projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Bescherming op soortniveau: De Wet natuurbescherming deelt soorten in drie beschermingsregimes in: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn. Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn). Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn.
In de Bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd.
Beschermingsregime andere soorten. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage A van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland.
De Wet natuurbescherming maakt invulling van de wet door provincies mogelijk, hiertoe kunnen provincies een eigen invulling geven aan de bescherming van soorten.
1.2 Wet Natuurbescherming: Provincie NoordBrabant Bescherming op gebiedsniveau: Om de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura2000 gebieden te bereiken stelt de provincie voor dat gebied een beheerplan op. In dit beheerplan wordt in elk geval omschreven welke instandhoudingsmaatregelen genomen moeten worden en wat de beoogde resultaten hiervan zijn. Bescherming op soortniveau: In de provincie Noord-Brabant is een vrijstelling van artikel 3.10, eerste lid, van kracht. Hiermee is het toegestaan bepaalde soorten te vangen en de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze soorten opzettelijk te beschadigen of te vernielen wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat. De vrijstelling is van kracht wanneer de handeling verband houdt met de volgende activiteiten: de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer;
5
bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied.
Voor de op deze lijst opgenomen bunzing, hermelijn en wezel geldt een tijdelijke vrijstelling. Het is tot 6 maanden na inwerkingtreding van de Verordening in de provincie NoordBrabant toegestaan om de soorten bunzing (Mustela putorius), hermelijn (Mustela erminea) en wezel (Mustela nivalis) te vangen en de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze soorten opzettelijk te beschadigen of te vernielen in verband met handelingen genoemd wanneer de handeling verband houdt met de hierboven beschreven activiteiten.
Hoofdstuk 2 Gebiedsbescherming 2.1 Natura2000-gebied Strabrechtse Heide & Beuven 2.1.1 Omschrijving Natura2000-gebied De Strabrechtse Heide bestaat grotendeels uit glooiend dekzandlandschap, met daarnaast een deel stuifzandlandschap. Het gebied wordt gekenmerkt door een afwisseling van droge stukken met heide (deels op voormalig stuifzand), kleine stuifzanden en laagtes met natte heide en vennen. In het oosten van het gebied ligt het Beuven, het grootste ven van ons land. Hier is één van de eerste venherstelprojecten uitgevoerd, wat geleid heeft tot de terugkeer van zeldzame soorten. In dit ven wordt water uit de Peelrijt via een bezinkingsbekken ingelaten. Een aantal vennen worden deels gevoed door lokale kwel. De omringende bossen van het gebied bestaan vooral uit grove dennen. Aan de noordwestkant van het gebied ligt het beekdal van de Kleine Dommel, met alluviale bossen, wilgenstruweel, moerasruigten en vochtige schraallanden. (Bron: website ministerie van Economische Zaken)
Afbeelding 2: Ligging Natura2000-gebied ten opzichte van de ontwikkellocatie (blauwe punt), de afstand is circa 4 kilometer.
2.1.2 Invloed van het project op het gebied Gezien de afstand tussen de ontwikkellocatie en de Strabrechtse Heide & Beuven is de invloed van het project op dit natuurgebied nihil. De ligging van werklocatie tegen de bebouwde kom van Asten en het feit dat er geen wijzigingen worden gedaan in ondergrondse watersystemen of er een grotere uitstoot plaats gaat vinden wordt de conclusie getrokken dat er geen enkele invloed vanuit de ontwikkeling is op de beheerdoelstellingen van het de Strabrechtse Heide & Beuven.
2.2 Natuurnetwerk Brabant Natuurnetwerk Brabant (voorheen ecologische hoofdstructuur) is een netwerk van natuurgebieden en verbindingszones. Planten en dieren kunnen zich zo van het ene naar het andere gebied
6
verplaatsen. Op plekken waar gaten in het netwerk zitten, legt de provincie nieuwe natuur aan. Het Natuurnetwerk Brabant is in de eerste plaats belangrijk als netwerk van leefgebieden voor veel planten en dieren. Robuuste leefgebieden voor planten en dieren zijn nodig om soorten van uitsterven te behoeden. Maar het netwerk is er ook voor mensen die willen genieten van de schoonheid van de natuur. Om te recreëren en tot rust komen. De werklocatie is geen onderdeel van het Natuurnetwerk Brabant. De locatie ligt wel tegen het Natuurnetwerk aan. De invloed op dit gebied wordt als nihil beoordeeld, dit omdat de effecten van geur, licht, geluid en transportbewegingen zeer beperkt zijn.
Hoofdstuk 3 Soortenbescherming 3.1 Bureauonderzoek Algemeen Uit de recente verspreidingsinformatie blijkt dat in of nabij (< 1 kilometer) het plangebied in het verleden diverse beschermde soorten zijn waargenomen. Dit betreft de beschermde soorten genoemd in Habitatrichtlijn (bijlage IV) en de niet-vrijgestelde ‘andere soorten’ uit bijlage I (onderdeel a en b) van de Wet natuurbescherming en vogels met een jaarrond beschermd nest. De soorten zijn weergegeven in bijlage 1. Deze gegevens zijn afkomstig uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF).
3.2 Veldbezoek Naast het bureauonderzoek (zie 3.1) heeft een veldbezoek plaatsgevonden. Tijdens het veldbezoek zijn alle op de locatie aanwezige biotopen opgenomen. Op basis van de aanwezige biotopen, in directe samenhang met geconstateerde aanwijzingen kan op basis van expert judgement beoordeeld worden welke diersoorten kunnen voorkomen. Het veldbezoek heeft plaatsgevonden op 22 april in de ochtend. De weersomstandigheden waren als volgt: onbewolkt, zonnig en 18 graden Celsius. 3.2.1 Flora Tijdens het veldbezoek zijn in het plangebied geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Deze worden ook niet verwacht gezien het (zeer) intensieve gebruik. Er zijn alleen algemeen voorkomende plantensoorten als brede weegbree, stinkende gouwe, leeuwentand, reigersbek en sint-janskruid aangetroffen. Afbeelding 3: Uitsnede van de interactieve kaart van het natuurbeheerplan van de provincie Noord-Brabant, is het netwerk van natuurgebieden te zien. Met de blauwe punt is de ontwikkellocatie aangegeven.
7
3.2.2 Amfibieën Gezien de kenmerken en het gebruik van het plangebied is het voorkomen van streng beschermde amfibieën redelijkerwijs uit te sluiten. Hiervoor ontbreken de specifieke elementen zoals waterpoelen, natuurvriendelijke oevers enzovoorts. Het plangebied kan wel onderdeel zijn van het leefgebied van algemene soorten zoals gewone pad of bruine kikker. 3.2.3 Vogels Het plangebied bestaat voornamelijk uit verharding, paddocks en rijbak uit speciale zandbodem en gazon. Daarnaast is in het plangebied ook beplanting aanwezig. De aanwezig bomen en beplanting bieden broedgelegenheid voor diverse vogelsoorten. Omdat de bestaande situatie behouden blijft, veranderd er op dit punt niets. Jaarrond beschermde nesten zijn niet aangetroffen. 3.2.4 Grondgebonden zoogdieren Gezien de kenmerken en het gebruik van het plangebied is de aanwezigheid van streng beschermde zoogdieren redelijkerwijs uit te sluiten. Hiervoor ontbreken de specifieke elementen zoals grootschalige beplanting, benodigde rust enzovoorts.
3.2.6 Overige soortgroepen Bevindingen van het veldbezoek tonen aan dat in het plangebied geschikte biotopen ontbreken voor beschermde soorten reptielen, dagvlinders, libellen, vissen, mieren en kevers. Het voorkomen van beschermde soorten uit deze soortgroepen kan daarom worden uitgesloten.
3.3 Risicobepaling Soort Flora Beschermde flora
Amfibieën Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Beschermingsregime andere soorten
Het plangebied kan wel onderdeel zijn van het leefgebied van algemene soorten zoals egel of algemene muizensoorten. De voorgenomen plannen hebben niet tot gevolg dat mogelijk leefgebied van deze soorten verdwijnt. 3.2.5 Vleermuizen Uit het veldbezoek blijkt dat het zeer waarschijnlijk is dat er vliegactiviteit van vleermuizen zal zijn in en rond het plangebied. Er vindt echter geen aantasting van lanen of structuurvormende elementen plaats. In de rijbak is 1 lantaarnpaal aanwezig. Deze wordt incidenteel gebruikt om in het donker onderhoudswerkzaamheden aan de rijbank uit te voeren. Het licht is onvoldoende om paard te kunnen rijden. Daarmee is incidenteel gebruik geborgd.
Vogels Beschermde vogelsoorten Zoogdieren Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn
Maatregel Er is geen beschermde flora aangetroffen of verwacht. Geen maatregelen nodig.
Er zijn geen amfibieën uit dit beschermingsregime aangetroffen of verwacht. Geen maatregelen nodig. Voor onder andere de gewone pad, bruine kikker en middelste groene kikker bestaat in de provincie NoordBrabant een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen voor het vangen (en loslaten) en vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te vernielen. Er zijn geen verdere maatregelen nodig. Er worden geen bomen gekapt of begroeiing verwijderd. Er zijn geen verdere maatregelen nodig. Er zijn geen zoogdieren uit dit beschermingsregime aangetroffen of verwacht. Geen maatregelen nodig.
8
Beschermingsregime andere soorten
Voor onder andere de bosmuis, dwergspitsmuis, egel, haas en konijn bestaat in de provincie Noord-Brabant een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen voor het vangen (en loslaten) en vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te vernielen. Er zijn geen verdere maatregelen nodig.
Vleermuizen De gewenste ontwikkeling zorgt niet voor verlies van verblijfplaatsen, foerageergebied of migratieroutes. Er zijn geen verdere maatregelen nodig. Overige soorten Er zijn geen overige soorten aangetroffen of verwacht. Geen maatregelen nodig.
9
Bijlagen
10
Bijlage 1: Gegevens uit Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF)
Andere soorten WNB
Vogelric htlijn
Habitatri chtlijn
De in onderstaande tabel opgenomen soorten zijn in het verleden (afgelopen 5 jaar) in of om (< 1km) van de planlocatie waargenomen.
Vogels Buizerd
X
Gierzwaluw
X
Huismus
X
Ooievaar
X
Roek
X
Sperwer
X
Zoogdieren Bunzing
X
Eekhoorn
X
Egel Gewone dwergvleermuis
X X
© NDFF - quickscanhulp.nl
11
Kettu bv is een jong adviesbureau wat zich bezig houdt met de inrichting en het beheer van de fysieke leefomgeving. Op verschillende niveaus bieden wij onze diensten aan. Dit varieert van het opstellen van beleids-, beheer- en uitvoeringsplannen tot het schrijven van RAW-bestekken en/of het voeren van directie of het houden van toezicht daarop.
12