GR24.06.04C Regels ‘Asten Verzamelplan 2023-1’
Tekst van het document
58
- het aanbrengen van niet-omkeerbare verhardingen en/of verharde oppervlakten van meer dan 40 m2, anders dan een bouwwerk. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding
1. de activiteiten zijn noodzakelijk
‘overige zone - leefgebied struweelvogels’:
voor een doelmatige agrarische
- het afgraven, ophogen of egaliseren van de grond.
bedrijfsvoering of natuurontwikkeling; 2. er mag geen blijvende schade plaatsvinden aan ecologische waarden.
uitsluitend ter plaatse van de aanduiding
1. de werkzaamheden mogen niet
‘overige zone - aardkundig waardevol gebied’:
leiden tot een onomkeerbare
- het diepploegen en diepwoelen van de bodem; - het afgraven, ophogen en egaliseren van de bodem; - het aanbrengen van oppervlakteverhardingen en half verhardingen; - het aanbrengen van (infrastructurele) ondergrondse leidingen.
aantasting van de aardkundige waarden; 2. de werkzaamheden mogen niet leiden tot een onevenredige aantasting van het reliëf.
uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - cultuurhistorisch waardevolle
1. er mag geen aantasting plaatsvinden van het reliëfrijke
akkers en kampontginningen': - het beplanten van gronden met houtgewas in het kader van de agrarische wisselteelt (teelt
karakter van de bolle akkers; 2. de openheid van de open akkers mag niet onevenredig worden
van maximaal 5 jaar); aangetast. - het diepploegen en diepwoelen van de bodem; het afgraven, ophogen en egaliseren van de bodem.
59
Artikel 7 Bedrijf 7.1
Bestemmingsomschrijving
7.1.1 Algemeen De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. niet-agrarische bedrijven; b. uitsluitend de bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in de tabel onder 7.1.2; c. buitenopslag ten dienste van een bestratingsbedrijf op de locatie Kloosterstraat 35, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘opslag’; d. aan huis verbonden beroepen als ondergeschikte functie aan de bedrijfswoning, een en ander met bijbehorende voorzieningen; e. hobbymatig agrarisch gebruik als ondergeschikte functie aan de bedrijfswoning; met de daarbij behorende: e. groenvoorzieningen; f. tuinen, erven en verhardingen; g. parkeren; h. waterhuishoudkundige voorzieningen. 7.1.2
Tabel bedrijven
aanduiding
adres
‘Specifieke vorm Jan van van bedrijf – Havenstraat mechanisatiebed 42 rijf’
bedrijfsactiviteiten aantal bedrijfswoningen
max. oppervlakte bedrijfsgebouwen in m²
mechanisatiebedrijf
1
920
1
400
‘Specifieke vorm Kloosterstraat bestratingsbedrijf van bedrijf – 35 bestratingsbedri jf’
7.1.3 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit 23.3. 7.2
Bouwregels
7.2.1 Toegestane bebouwing Uitsluitend zijn toegestaan bouwwerken ten behoeve van de in 7.1 toegestane bedrijvigheid. 7.2.2 Bouwvlak Indien en voor zover binnen een bestemmingsvlak een bouwvlak is aangegeven, mogen gebouwen uitsluitend worden opgericht binnen het betreffende bouwvlak.
60
7.2.3 Maatvoering De bouwwerken dienen te voldoen aan de volgende maatvoeringseisen: bouwwerken algemeen afstand tot de as van de als 'specifieke vorm van verkeer - stroomweg' aangeduide weg
afstand tot de as van de als 'specifieke vorm van verkeer - gebiedsontsluitingsweg' aangeduide weg afstand tot de as van de als 'specifieke vorm van verkeer - lokale weg' aangeduide weg
minimaal 100 m tot rijksweg A67; 50 m tot overige stroomwegen 30 m
maximaal n.v.t.
15 m
n.v.t.
n.v.t.
bedrijfsgebouwen
min.
max.
afstand tot de perceelsgrens
1m
n.v.t.
goothoogte
n.v.t.
5,5 m
bouwhoogte
n.v.t.
10 m
dakhelling
12º
45º
afstand achter de voorgevel (en het verlengde daarvan) van bedrijfswoning
5m
n.v.t.
afstand tussen bedrijfsgebouwen en bedrijfswoning
5m
n.v.t.
met dien verstande dat de afstand tot de perceelsgrens bij bestaande bedrijfsgebouwen niet minder mag bedragen dan 3m. bedrijfswoning goothoogte nokhoogte dakhelling inhoud
afstand tot de perceelsgrens
min. max. n.v.t. 5,5 m n.v.t. 10 m 20º 60º maximaal 750 m3 (inclusief aangebouwde bijgebouwen), tenzij: - de bestaande inhoud van de bestaande woning reeds meer bedraagt, welke inhoud dan als maximum geldt; - het een bestaande (woon)boerderij betreft, waarbij de inhoud van het hele bestaande boerderijlichaam / bouwmassa daarvan als maximum geldt. 3m n.v.t.
met dien verstande dat indien de bestaande inhoud van een hoofdgebouw inclusief aangebouwde bijgebouwen, meer bedraagt dan 750 m3, de inhoud niet meer mag bedragen dan de bestaande inhoud. Indien de woning een bestaande woonboerderij betreft, geldt de inhoud van het hele bestaande boerderijlichaam / bouwmassa als maximum. vrijstaande bijgebouwen bij bedrijfswoning afstand tot de perceelsgrens gezamenlijke oppervlakte per woning
minimaal 3m n.v.t.
maximaal n.v.t. 80 m²
61
goothoogte nokhoogte dakhelling Afstand achter de voorgevel (en het verlengde daarvan) van de bedrijfswoning Afstand bijgebouwen tot bedrijfswoning bouwwerken, geen gebouwen zijnde hoogte erfafscheidingen hoogte van carports c.q. overkappingen oppervlakte van carports c.q. overkappingen hoogte overige bouwwerken, geen gebouw zijnde
n.v.t. n.v.t. 20º 5m
3m 5,5 m 60º n.v.t.
1,5 m 25 m max. 1 m voor de voorgevelrooilijn, elders 2 m 3m 20 m² 6m
waarbij de maximale oppervlakte bedrijfsbebouwing niet meer mag bedragen dan zoals aangegeven in de Tabel bedrijven onder 7.1.2; met dien verstande dat: a. indien de bestaande dakhelling meer of minder bedraagt, geldt de bestaande dakhelling als minimale/maximale dakhelling; b. de gebouwen ten alle tijden afgedekt dienen te worden met een kap; c. dakhelling geldt niet voor aan- en uitbouwen, dakkapellen; en waarbij geldt dat herbouw van bestaande bedrijfswoningen uitsluitend is toegestaan indien en voor zover: a. herbouw niet plaatsvindt ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden'; b. de herbouw grotendeels plaatsvindt op de (voor zover aanwezige) bestaande fundamenten; c. de voorgevel van de te herbouwen bedrijfswoning wordt geplaatst in de (voormalige) voorgevelrooilijn; d. het bepaalde ten aanzien van de maatvoering in bovenstaande tabel in acht wordt genomen. 7.3
Afwijken van de bouwregels
7.3.1 Oppervlakte bebouwing niet-agrarische bedrijven Bevoegd gezag kan met omgevingsvergunning afwijken van de in 7.2.3 opgenomen maximale oppervlakte bedrijfsbebouwing. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a. de in 7.2.3 opgenomen bebouwde oppervlakte mag met maximaal 15% worden vergroot op de locatie Jan van Havenstraat 42; b. de belangen van de omliggende (niet) agrarische bedrijven en andere functies worden niet onevenredig aangetast; c. er vindt geen toename van de milieubelasting plaats; d. er vindt geen opslag buiten de gebouwen plaats; e. de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; f. de met omgevingsvergunning verleende afwijking mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in Artikel 20 omschreven aanduidingsregels;
62
g. er dient sprake te zijn van een passende bijdrage aan de kwaliteitsverbetering van het landschap, die in ieder geval bestaat uit een zorgvuldige landschappelijke inpassing conform een door de gemeente goedgekeurd erfbeplantingsplan; h. het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast. 7.3.2 Minimale afstand tot de weg/perceelsgrens Bevoegd gezag kan met omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 7.2.3 teneinde de voorgeschreven minimum afstand van bebouwing tot de weg en/of de voorgeschreven minimum afstand tot een perceelsgrens te verkleinen. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a. de noodzaak vanuit een doelmatige bedrijfsvoering (voor zover het een recreatiebedrijf betreft) en/of een doelmatige perceelsinrichting en/of de uitbreiding van of aansluiting op aanwezige bebouwing met een reeds op deze punten afwijkende maatvoering, moet aanwezig zijn; b. er mogen geen onevenredige verkeerskundige belemmeringen plaatsvinden; c. er dient voldoende parkeerruimte op het eigen erf aanwezig te blijven; d. de wegbeheerder dient te worden gehoord; e. de stedenbouwkundige structuur mag niet onevenredig worden aangetast; f. aangetoond dient te worden dat de externe veiligheid kan worden gewaarborgd; g.
de met omgevingsvergunning verleende afwijking mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in Artikel 20 omschreven aanduidingsregels; h. indien het een woning of ander geluidgevoelig object betreft, moet voldaan worden aan de Wet geluidhinder. 7.3.3 Goot-/bouwhoogte bedrijfsgebouwen Bevoegd gezag kan met omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 7.2.3 teneinde voor de bedrijfsgebouwen een hogere goot- en bouwhoogte toe te kunnen staan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. aangetoond kan worden dat een grotere hoogte noodzakelijk is ten behoeve van een doelmatige bedrijfsvoering; b. de goot- en bouwhoogte van bedrijfsgebouwen mag niet meer bedragen dan: 1. respectievelijk 6,5 m en 12 m. bij een kap; 2. 10 m. bij een plat dak; c. de grotere hoogte van bedrijfsgebouwen architectonisch en stedenbouwkundig inpasbaar is in de omgeving; d. het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast. 7.3.4 Herbouw bedrijfswoning Bevoegd gezag kan met omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 7.2.3 teneinde herbouw van de bedrijfswoning buiten de bestaande fundamenten toe te staan. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a. de nieuwe situering van de woning is stedenbouwkundig, verkeerskundig en milieukundig aanvaardbaar; b. er dient sprake te zijn van (zekerheidsstelling omtrent de) sloop van de bestaande woning; c.
door de herbouw wordt het landelijk karakter van het gebied niet onevenredig aangetast; d. de nieuwe situering van de woning leidt niet tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit milieu- en dierenwelzijnswetgeving;
63
e. het bepaalde ten aanzien van de maatvoering in 7.2.3 wordt in acht genomen. 7.4
Specifieke gebruiksregels
7.4.1 Strijdig gebruik Als met de bestemming strijdig gebruik geldt in ieder geval gebruik en/of laten gebruiken van gronden en/of opstallen: a. voor buitenopslag, behalve ter plaatse van de functieaanduiding ‘opslag’; b. c. d. e. f. g. h.
voor bedrijfsdoeleinden ter plaatse van de aanduiding 'groen'; voor mestbewerking; voor detailhandel; voor (ondersteunende) horeca; voor woondoeleinden, met uitzondering van de toegestane bedrijfswoningen; (vrijstaande) bijgebouwen als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte; voor een seksinrichting.
7.4.2 Aan huis verbonden beroep De uitoefening van een aan huis verbonden beroep als bedoeld in 7.1 is toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn: a. de omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 40% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de woonbebouwing tot een maximum van 80 m2; b. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer; c. parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden; d. detailhandel mag alleen plaatsvinden ondergeschikt aan en in direct verband met het aan huis verbonden beroep; e. de activiteit dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn in de woonomgeving; f. de activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner. 7.4.3 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Voor gronden en bouwwerken binnen het in Bijlage 5 bij deze planregels aangeduide plangebied is het gebruiken en doen laten gebruiken van deze gronden en bouwwerken overeenkomstig de in artikel 7.1 opgenomen bestemmingsomschrijving alleen toegestaan als: binnen 12 maanden na het in werking treden van het onderhavige bestemmingsplan de landschappelijke inpassing, zoals opgenomen in bijlage 5 (landschappelijke inpassing Jan van Havenstraat 42) van de planregels, is gerealiseerd.
7.5
Wijzigingsbevoegdheid
7.5.1 Andere vorm van niet-agrarisch bedrijf Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming wijzigen teneinde een ander dan in 7.1 voor het perceel voorgeschreven niet-agrarische bedrijvigheid toe te staan. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a. aangetoond dient te worden dat er sprake is van een ruimtelijke en milieukundige verbetering. Een ruimtelijke en milieukundige verbetering betekent dat er een afname van bebouwing (niet zijnde een gemeentelijk monument of een rijksmonument dan
64
b. c. d. e. f.
g. h. i.
j. k.
wel woonboerderijpand) plaatsvindt alsmede een visueel ruimtelijke verbetering van de situatie en een vermindering van de milieubelasting; er mag geen opslag buiten de gebouwen plaatsvinden; de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; een tweede bedrijfswoning, voor zover niet reeds aanwezig, is niet toegestaan; voldaan moet worden aan de maatvoeringseisen uit 7.2.3; de wijziging mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; de wijziging mag niet leiden tot meerdere bedrijven of een bedrijf in milieucategorie 3 of hoger; detailhandel is niet toegestaan behoudens voor zover zulks in ondergeschikte vorm noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik; er dient sprake te zijn van een passende bijdrage aan de kwaliteitsverbetering van het landschap, die in ieder geval bestaat uit een zorgvuldige landschappelijke inpassing conform een door de gemeente goedgekeurd erfbeplantingsplan; uit een onderzoek naar de bodemkwaliteit dient te blijken dat de bodem geschikt is voor de nieuwe functie; een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij de planontwikkeling.
7.5.2 Woondoeleinden Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming van de gronden wijzigen in de bestemming 'Wonen-1' waarbij na bedrijfsbeëindiging de verbouw van een voormalige bedrijfswoning kan worden toegestaan. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a. de bebouwde oppervlakte van de voormalige bedrijfswoning of (woon)boerderij (inclusief de inpandige stal / het inpandige deel) mag niet worden vergroot; b. de agrarische verschijningsvorm van een voormalige boerderij mag niet worden aangetast; c. woningsplitsing is niet toegestaan; d. de bestaande situering van de bebouwing mag niet worden gewijzigd; e. de wijziging mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; f. de bebouwde oppervlakte van de vrijstaande bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 125 m2 per woning; g. in afwijking van het bepaalde onder f. kan, indien sprake is van sloop van voormalige bedrijfsgebouwen, een gezamenlijke oppervlakte van vrijstaande bijgebouwen bij een woning worden toegestaan van meer dan 125 m2. Maximaal 25% van het gesloopte oppervlak aan legaal opgerichte bebouwing mag als bijgebouwen worden teruggebouwd, tot een totaal aan vrijstaande bijgebouwen van maximaal 200 m2; h.
de extra oppervlakte aan bijgebouwen hiervoor genoemd, mag ook worden gevormd door bestaande bijgebouwen, in plaats van herbouw na sloop, mits de overtollige oppervlakte aan bijgebouwen wordt gesloopt; i. sloop van cultuurhistorisch waardevolle en monumentale panden is niet toegestaan; j. in afwijking van het bepaalde onder a. kan, indien sprake is van sloop van voormalige bedrijfsgebouwen, de inhoud van de woning tot maximaal 900 m3 worden vergroot.
65
Per 50 m3 vergroting van de woning dient telkens minimaal 500 m2 aan legaal opgerichte bebouwing te worden gesloopt; k. het surplus (alle aanwezige bebouwing boven de standaard maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen van 125 m2) moet in één keer worden gesloopt en deze sloop moet als voorwaarde aan de wijziging en omgevingsvergunning voor het bouwen worden verbonden; l. er kan geen toepassing worden gegeven aan de sloopregeling als opgenomen onder g. tot en met k. indien: 1. op deze locatie sloop van de bebouwing al heeft plaatsgevonden, 2. sloop kan plaatsvinden in het kader van de ruimte-voor-ruimteregeling, 3. sloopsubsidie is verkregen op basis van de Regeling beëindiging veehouderijtakken, 4. de sloop al op andere wijze is verzekerd; m. de gesloopte oppervlakte mag slechts éénmaal ten behoeve van nieuwe bebouwing in aanmerking worden genomen; n. de nieuwe woning is niet gelegen binnen een geurhindercontour van één of meer agrarische bedrijven; o. uit een onderzoek naar de bodemkwaliteit dient te blijken dat de bodem geschikt is voor de nieuwe functie; p. voldaan wordt aan de bepalingen bij of krachtens de Wet geluidhinder; q. een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij de planontwikkeling; r. de wijziging mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in Artikel 20 omschreven aanduidingsregels; s.
het bestemmingsvlak met de bestemming 'Wonen' en/of het bouwvlak worden verkleind tot een omvang die passend is voor een burgerwoning in het buitengebied. De overige gronden krijgen de bestemming 'Agrarisch' en/of 'Agrarisch met waarden'. 7.5.3 Woningsplitsing Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming van de gronden wijzigen in de bestemming ‘Wonen’ waarbij na bedrijfsbeëindiging de verbouw van een voormalige bedrijfswoning of (woon)boerderij in twee woningen - door woningsplitsing - kan worden toegestaan. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a. woningsplitsing is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘cultuurhistorische waarden’ voor zover naar het oordeel van burgemeester en wethouders de cultuurhistorische waarden nog steeds aanwezig zijn, of bij (voormalige) (woon)boerderijen ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone bebouwingsconcentratie’; b. de bebouwde oppervlakte van de voormalige bedrijfswoning of (woon)boerderij (inclusief de inpandige stal / het inpandig deel) mag niet worden vergroot; c. de agrarische verschijningsvorm van een voormalige boerderij mag niet worden aangetast; d. bij woningsplitsing mag in maximaal 2 woningen worden gesplitst. De woningen dienen een inhoud te hebben van minimaal 350 m³ per woning; e. de splitsing dient te passen binnen het gemeentelijk woningbouwprogramma; f.
de wijziging mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; g. de bebouwde oppervlakte van de vrijstaande bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 125 m² per woning. Indien sprake is van sloop van voormalige bedrijfsgebouwen, 66
kan een bebouwde oppervlakte van vrijstaande bijgebouwen worden toegestaan van 125 m² vermeerderd met maximaal 25% van het meerdere van de bebouwde oppervlakte van de voormalige bedrijfsgebouwen, tot een totaal maximum van 200 m² per woning. Hierbij dient in ieder geval het meerdere dan wat ingevolge deze regeling is toegestaan, te worden gesloopt; h. de in 7.2.3 onder g. tot en met m. opgenomen sloopregeling is overeenkomstig van toepassing, zij het dat de maximale oppervlakte bijgebouwen dat wordt teruggebouwd, niet meer dan 200 m² per woning mag bedragen; i. de extra oppervlakte aan bijgebouwen zoals hiervoor genoemd, mag ook worden gevormd door bestaande bijgebouwen, in plaats van herbouw na sloop, mits de overtollige oppervlakte aan bijgebouwen wordt gesloopt; j. sloop van cultuurhistorische waardevolle en monumentale panden is niet toegestaan; k. er dien sprake te zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat de nieuwe woning is niet gelegen binnen een geurhindercontour van één of meer agrarische bedrijven; l. uit een onderzoek naar de bodemkwaliteit dient te blijken dat de bodem geschikt is voor de nieuwe functie; m. voldaan wordt aan de bepalingen bij of krachtens de Wet geluidhinder; n. een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij de planontwikkeling; o.
de wijziging mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in Artikel 20 omschreven aanduidingsregels; p. het bestemmingsvlak met de bestemming ‘Wonen’ en/of het bouwvlak worden verkleind tot een omvang die passend is voor een burgerwoning in het buitengebied. De overige gronden krijgen de bestemming ‘Agrarisch’ en/of ‘Agrarisch met waarden’.
Artikel 8 Bedrijf - Agrarisch verwant 8.1
Bestemmingsomschrijving
8.1.1 Algemeen De voor 'Bedrijf - Agrarisch verwant' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarisch verwante bedrijven alsmede agrarisch technische hulpbedrijven, met dien verstande dat op de door een figuur 'relatie' gekoppelde bestemmingsvlakken ten hoogste één agrarisch verwant bedrijf is toegestaan met de daarbij behorende bouwregels voor één bestemmingsvlak; b. uitsluitend de bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in de tabel onder 8.1.2; c. aan huis verbonden beroepen als ondergeschikte functie aan de bedrijfswoning, een en ander met bijbehorende voorzieningen; d. hobbymatig agrarisch gebruik als ondergeschikte functie aan de bedrijfswoning; met de daarbij behorende: e. f. g. h.
groenvoorzieningen; tuinen, erven en verhardingen; parkeervoorzieningen; waterhuishoudkundige voorzieningen.
67
8.1.2 Tabel bedrijven - agrarisch verwant ter plaatse van adres bedrijfsactivitei aantal max. de aanduiding ten bedrijfswoning oppervlakte en bedrijfsgebouw en in m² ‘specifieke vorm Bleekerweg 2a landbouwmechan 1 868m2 van bedrijf – isatiebedrijf landbouwmechan isatiebedrijf’ 8.1.3 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 23.3. 8.2
Bouwregels
8.2.1 Toegestane bebouwing Uitsluitend zijn toegestaan bouwwerken ten behoeve van de in 8.1 toegestane bedrijvigheid. 8.2.2 Bouwvlak Indien en voor zover binnen een bestemmingsvlak een bouwvlak is aangegeven, mogen gebouwen uitsluitend worden opgericht binnen het betreffende bouwvlak. 8.2.3 Maatvoering De bouwwerken dienen te voldoen aan de volgende maatvoeringseisen: bouwwerken afstand tot de as van de weg
min. 15 m
max. n.v.t.
bedrijfsgebouwen algemeen afstand tot de perceelsgrens goothoogte bouwhoogte dakhelling afstand achter de voorgevel (en het verlengde daarvan) van bedrijfswoning afstand tussen bedrijfsgebouwen en bedrijfswoning
min.
max.
3m
n.v.t.
n.v.t. n.v.t. 12º 5m
5,5 m 10 m 45º n.v.t.
5m
n.v.t.
bedrijfswoning
min.
max.
68
afstand tot de perceelsgrens goothoogte bouwhoogte dakhelling inhoud
vrijstaande bijgebouwen bij bedrijfswoning afstand tot de perceelsgrens gezamenlijke oppervlakte per woning goothoogte bouwhoogte dakhelling afstand achter de voorgevel (en het verlengde daarvan) van bedrijfswoning afstand bijgebouwen tot bedrijfswoning
3m
n.v.t.
n.v.t. 5,5 m n.v.t. 10 m 20º 60º maximaal 750 m3 (inclusief aangebouwde bijgebouwen), tenzij: - de bestaande inhoud van de bestaande woning reeds meer bedraagt, welke inhoud dan als maximum geldt; - het een bestaande (woon)boerderij betreft, waarbij de inhoud van het hele bestaande boerderijlichaam / bouwmassa daarvan als maximum geldt. min.
max.
3m
n.v.t.
n.v.t.
80 m2
n.v.t. n.v.t. 20º 5m
3m 5,5 m 60º n.v.t.
1,5 m
25 m
bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwhoogte erfafscheidingen bouwhoogte van bij de bedrijfswoning behorende carports c.q. overkappingen oppervlakte van een bij de bedrijfswoning behorende carport c.q. overkapping bouwhoogte overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
max. 1 m voor de voorgevel, elders 2 m 3m 20 m2 6m
waarbij de maximale oppervlakte bedrijfsbebouwing niet meer mag bedragen dan zoals aangegeven in de Tabel bedrijven - agrarisch verwant onder 8.1.2; en waarbij ter plaatse van de aanduiding 'sierteelt' in afwijking van het bepaalde ten aanzien van de bouwhoogte van bedrijfsgebouwen geldt dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3,5 m. en waarbij geldt dat herbouw van bestaande bedrijfswoningen uitsluitend is toegestaan indien en voor zover: a. herbouw niet plaatsvindt ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden';
69
b. de herbouw grotendeels plaatsvindt op de (voor zover aanwezige) bestaande fundamenten; c. de voorgevel van de te herbouwen bedrijfswoning wordt geplaatst in de (voormalige) voorgevelrooilijn; d. de bouwwijze (dat wil zeggen vrijstaand, halfvrijstaand of aaneengebouwd) van de te herbouwen bedrijfswoning(en) niet afwijkt van de bouwwijze van de oorspronkelijke woning(en); e. het bepaalde ten aanzien van de maatvoering in bovenstaande tabel in acht wordt genomen. 8.2.4 Voorwaardelijke verplichting bodemonderzoek Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een nieuw bedrijfsgebouw ten behoeve van een landbouwmechanisatiebedrijf wordt alleen verleend indien door middel van (nader) onderzoek is vast komen te staan dat de bodemkwaliteit voldoet aan de beoogde functie. 8.3
Afwijken van de bouwregels
8.3.1 Oppervlakte bebouwing agrarisch verwante bedrijven Bevoegd gezag kan met omgevingsvergunning afwijken van de in 8.2.3 opgenomen maximale oppervlakte bedrijfsbebouwing. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a. de in 8.2.3 opgenomen bebouwde oppervlakte mag met maximaal 25% worden vergroot; b. de belangen van de omliggende (niet) agrarische bedrijven en andere functies worden niet onevenredig aangetast; c. er vindt geen toename van de milieubelasting plaats; d. er vindt geen opslag buiten de gebouwen plaats; e. de noodzaak voor de uitbreiding wordt aangetoond door middel van een bedrijfsplan; f. de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; g. de met omgevingsvergunning verleende afwijking mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in Artikel 20 omschreven aanduidingsregels; h. er dient sprake te zijn van een passende bijdrage aan de kwaliteitsverbetering van het landschap, die in ieder geval bestaat uit een zorgvuldige landschappelijke inpassing conform een door de gemeente goedgekeurd erfbeplantingsplan; i. het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast.
8.3.2 Minimale afstand tot de weg/perceelsgrens/bedrijfswoning Bevoegd gezag kan met omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 8.2.3 teneinde de voorgeschreven minimum afstand van bebouwing tot de weg en/of de voorgeschreven minimum afstand tot een perceelsgrens en/of de minimum afstand van bedrijfsgebouwen achter de voorgevel (en het verlengde daarvan) van de bedrijfswoning te verkleinen, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de noodzaak vanuit een doelmatige bedrijfsvoering (voor zover het een recreatiebedrijf betreft) en/of een doelmatige perceelsinrichting en/of de uitbreiding van of aansluiting op aanwezige bebouwing met een reeds op deze punten afwijkende maatvoering, moet aanwezig zijn; b. er mogen geen onevenredige verkeerskundige belemmeringen plaatsvinden; c. er dient voldoende parkeerruimte op het eigen erf aanwezig te blijven;
70
d. e. f. g.
de wegbeheerder dient te worden gehoord; de stedenbouwkundige structuur mag niet onevenredig worden aangetast; aangetoond dient te worden dat de externe veiligheid kan worden gewaarborgd; de met omgevingsvergunning verleende afwijking mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in Artikel 20 omschreven aanduidingsregels; h. indien het een woning of ander geluidgevoelig object betreft, moet voldaan worden aan de Wet geluidhinder. 8.3.3 Herbouw bedrijfswoning Bevoegd gezag kan met omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 8.2.3 teneinde herbouw van de bedrijfswoning buiten de bestaande fundamenten toe te staan. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a. de nieuwe situering van de woning is stedenbouwkundig, verkeerskundig en milieukundig aanvaardbaar; b. er dient sprake te zijn van (zekerheidsstelling omtrent de) sloop van de bestaande woning; c. door de herbouw wordt het landelijk karakter van het gebied niet onevenredig aangetast; d. de nieuwe situering van de woning leidt niet tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit milieu- en dierenwelzijnswetgeving; e. het bepaalde ten aanzien van de maatvoering in 8.2.3 wordt in acht genomen. 8.4
Specifieke gebruiksregels
8.4.1 Strijdig gebruik Als met de bestemming strijdig gebruik geldt in ieder geval gebruik en/of laten gebruiken van gronden en/of opstallen: a. voor het bedrijfsmatig vervaardigen, opslaan, verwerken of herstellen van goederen en het opslaan en be- of verwerken van producten tenzij dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik; b. voor mestbewerking; c. voor detailhandel; d. voor (ondersteunende) horeca; e. voor woondoeleinden, met uitzondering van de toegestane bedrijfswoningen; f. (vrijstaande) bijgebouwen als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte, met uitzondering van afhankelijke woonruimte ten behoeve van mantelzorg; g. voor een seksinrichting. 8.4.2 Aan huis verbonden beroep De uitoefening van een aan huis verbonden beroep als bedoeld in 8.1 is toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn: a. de omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 40% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de woonbebouwing tot een maximum van 80 m2; b. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer; c. parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden; d. detailhandel mag alleen plaatsvinden ondergeschikt aan en in direct verband met het aan huis verbonden beroep;
71
e. de activiteit dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn in de woonomgeving; f. de activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner. 8.4.3 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Voor gronden en bouwwerken binnen het in Bijlage 3 bij deze planregels aangeduide plangebied is het gebruiken en doen laten gebruiken van deze gronden en bouwwerken overeenkomstig de in artikel 8.1 opgenomen bestemmingsomschrijving alleen toegestaan als binnen 12 maanden na het in werking treden van het onderhavige bestemmingsplan de landschappelijke inpassing, zoals opgenomen in bijlage 3 (landschappelijke inpassing Bleekerweg 2a) van de planregels, is gerealiseerd. 8.5 Afwijken van de gebruiksregels 8.5.1 Aan huis verbonden bedrijf Bevoegd gezag kan met omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 8.4.1 onder a. ten behoeve van de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a. de omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 200 m2 in bestaande bebouwing; b. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer; c. parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden; d. detailhandel mag alleen plaatsvinden ondergeschikt aan en in direct verband met het aan huis verbonden bedrijf; e. de activiteit dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn in de omgeving; f.
de activiteit mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; g. de activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner; h. een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij de planontwikkeling. 8.6
Wijzigingsbevoegdheid
8.6.1 Andere vorm van agrarisch verwant bedrijf Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming wijzigen teneinde een ander dan in 8.1 voor het perceel voorgeschreven agrarisch verwante of agrarisch-technische bedrijvigheid toe te staan. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a. aangetoond dient te worden dat er sprake is van een ruimtelijke en milieukundige verbetering. Een ruimtelijke en milieukundige verbetering betekent dat er een afname van bebouwing (niet zijn een gemeentelijk monument of een rijksmonument dan wel woonboerderijpand) plaatsvindt alsmede een visueel ruimtelijke verbetering van de situatie en/of een vermindering van de milieubelasting; b. er mag geen opslag buiten de gebouwen plaatsvinden; c. de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; d. een tweede bedrijfswoning, voor zover niet reeds aanwezig, is niet toegestaan; e. voldaan moet worden aan de maatvoeringseisen uit 8.2.3;
72
f.
de wijziging mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; g. de wijziging mag niet leiden tot meerdere bedrijven of een bedrijf in milieucategorie 3 of hoger; h. detailhandel is niet toegestaan behoudens voor zover zulks in ondergeschikte vorm noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik; i. er dient sprake te zijn van een passende bijdrage aan de kwaliteitsverbetering van het landschap, die in ieder geval bestaat uit een zorgvuldige landschappelijke inpassing conform een door de gemeente goedgekeurd erfbeplantingsplan; j. uit een onderzoek naar de bodemkwaliteit dient te blijken dat de bodem geschikt is voor de nieuwe functie; k. een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij de planontwikkeling. 8.6.2 Omschakeling naar glastuinbouwbedrijf 4.6.4 Omschakeling naar glastuinbouwbedrijf Burgemeester en wethouders kunnen deze bestemming wijzigen in de bestemming 'Agrarisch - Glastuinbouwgebied 1' teneinde een glastuinbouwbedrijf toe te staan. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a. de gronden zijn gelegen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone concentratiegebied glastuinbouw'; b.
er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, water- en bodemhuishoudkundige of milieuhygiënische kwaliteiten van het gebied; c. er dient sprake te zijn van een passende bijdrage aan de kwaliteitsverbetering van het landschap, die in ieder geval bestaat uit een zorgvuldige landschappelijke inpassing conform een door de gemeente goedgekeurd erfbeplantingsplan; d. bebouwing die niet noodzakelijk is voor de nieuwe bestemming (overtollige bebouwing) dient te worden gesloopt, tenzij het cultuurhistorisch waardevolle bebouwing is; e. een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij de planontwikkeling; f. de wijziging mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in artikel 20 omschreven aanduidingsregels.
8.6.3 Woondoeleinden Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming van de gronden wijzigen in de bestemming 'Wonen-2' (artikel 11) waarbij na bedrijfsbeëindiging de verbouw van een voormalige bedrijfswoning kan worden toegestaan. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a. de bebouwde oppervlakte van de voormalige bedrijfswoning of (woon)boerderij (inclusief de inpandige stal / het inpandige deel) mag niet worden vergroot; b. de agrarische verschijningsvorm van een voormalige boerderij mag niet worden aangetast; c. woningsplitsing is niet toegestaan; d. de bestaande situering van de bebouwing mag niet worden gewijzigd;
73
e. de wijziging mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; f. de bebouwde oppervlakte van de vrijstaande bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 125 m2 per woning; g. in afwijking van het bepaalde onder f. kan, indien sprake is van sloop van voormalige bedrijfsgebouwen, een gezamenlijke oppervlakte van vrijstaande bijgebouwen bij een woning worden toegestaan van meer dan 125 m2. Maximaal 25% van het gesloopte oppervlak aan legaal opgerichte bebouwing mag als bijgebouwen worden teruggebouwd, tot een totaal aan vrijstaande bijgebouwen van maximaal 200 m2; h. de extra oppervlakte aan bijgebouwen zoals onder g. genoemd, mag ook worden gevormd door bestaande bijgebouwen, in plaats van herbouw na sloop, mits de overtollige oppervlakte aan bijgebouwen wordt gesloopt; i. sloop van cultuurhistorisch waardevolle en monumentale panden is niet toegestaan; j. in afwijking van het bepaalde onder a. kan, indien sprake is van sloop van voormalige bedrijfsgebouwen, de inhoud van de woning tot maximaal 900 m3 worden vergroot. Per 50 m3 vergroting van de woning dient telkens minimaal 500 m2 aan legaal opgerichte bebouwing te worden gesloopt; k.
het surplus (alle aanwezige bebouwing boven de standaard maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen van 125 m2) moet in één keer worden gesloopt en deze sloop moet als voorwaarde aan de wijziging en omgevingsvergunning voor het bouwen worden verbonden; l. er kan geen toepassing worden gegeven aan de sloopregeling als opgenomen onder g. tot en met k. indien: 1. op deze locatie sloop van de bebouwing al heeft plaatsgevonden, 2. sloop kan plaatsvinden in het kader van de ruimte-voor-ruimteregeling, 3. sloopsubsidie is verkregen op basis van de Regeling beëindiging veehouderijtakken, 4. de sloop al op andere wijze is verzekerd; m. de gesloopte oppervlakte mag slechts éénmaal ten behoeve van nieuwe bebouwing in aanmerking worden genomen; n. de nieuwe woning is niet gelegen binnen een geurhindercontour van één of meer agrarische bedrijven; o. uit een onderzoek naar de bodemkwaliteit dient te blijken dat de bodem geschikt is voor de nieuwe functie; p. voldaan wordt aan de bepalingen bij of krachtens de Wet geluidhinder; q. een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij de planontwikkeling; r. de wijziging mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in Artikel 20 omschreven aanduidingsregels; s.
het bestemmingsvlak met de bestemming 'Wonen' en/of het bouwvlak worden verkleind tot een omvang die passend is voor een burgerwoning in het buitengebied. De overige gronden krijgen de bestemming 'Agrarisch' en/of 'Agrarisch met waarden'. 8.6.4 Woningsplitsing Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming van de gronden wijzigen in de bestemming 'Wonen' waarbij na bedrijfsbeëindiging de verbouw van een voormalige bedrijfswoning of (woon)boerderij in twee woningen - door woningsplitsing - kan worden toegestaan. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen:
74
a. woningsplitsing is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden' of bij (voormalige) (woon)boerderijen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - bebouwingsconcentratie'; b. de bebouwde oppervlakte van de voormalige bedrijfswoning of (woon)boerderij (inclusief de inpandige stal / het inpandig deel) mag niet worden vergroot; c. de agrarische verschijningsvorm van een voormalige boerderij mag niet worden aangetast; d. bij woningsplitsing mag in maximaal 2 woningen worden gesplitst. De woningen dienen een inhoud te hebben van minimaal 350 m3 per woning; e. de splitsing dient te passen binnen het gemeentelijk woningbouwprogramma; f. de wijziging mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; g. de bebouwde oppervlakte van de vrijstaande bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 125 m2 per woning. De (voormalige) bedrijfsgebouwen die geen monumentale kwaliteiten bezitten en waarmee een totale maat aan bijgebouwen van 125 m2 per woning wordt overschreden, dienen te worden gesloopt; h. de in 8.6.3 onder g. tot en met m. opgenomen sloopregeling is overeenkomstig van toepassing, zij het dat de maximale oppervlakte bijgebouwen dat wordt teruggebouwd, niet meer dan 200 m2 per woning mag bedragen; i.
de extra oppervlakte aan bijgebouwen zoals hiervoor genoemd, mag ook worden gevormd door bestaande bijgebouwen, in plaats van herbouw na sloop, mits de overtollige oppervlakte aan bijgebouwen wordt gesloopt; j. sloop van cultuurhistorische waardevolle en monumentale panden is niet toegestaan; k. de nieuwe woning is niet gelegen binnen een geurhindercontour van één of meer agrarische bedrijven; l. uit een onderzoek naar de bodemkwaliteit dient te blijken dat de bodem geschikt is voor de nieuwe functie; m. voldaan wordt aan de bepalingen bij of krachtens de Wet geluidhinder; n. een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij de planontwikkeling; o. de wijziging mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in Artikel 20 omschreven aanduidingsregels; p. het bestemmingsvlak met de bestemming 'Wonen' en/of het bouwvlak worden verkleind tot een omvang die passend is voor een burgerwoning in het buitengebied. De overige gronden krijgen de bestemming 'Agrarisch' en/of 'Agrarisch met waarden'.
75
Artikel 9 Recreatie 9.1
Bestemmingsomschrijving
9.1.1 Algemeen De voor 'Recreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. recreatieve voorzieningen met bijbehorende bouwwerken en voorzieningen, waaronder ondersteunende horeca; b. routegebonden horeca; c. ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van groen – landschapselement’ tevens voor het behoud en bescherming van de aanwezige landschapselementen; d. uitsluitend de activiteiten zoals opgenomen in de tabel onder 9.1.2; e. daar waar een bedrijfswoning is toegestaan, zijn tevens aan huis verbonden beroepen als ondergeschikte functie toegestaan, een en ander met bijbehorende voorzieningen; f. hobbymatig agrarisch gebruik als ondergeschikte functie aan de bedrijfswoning; met de daarbij behorende: e. groenvoorzieningen; f. erven en verhardingen; g. waterhuishoudkundige voorzieningen; h. parkeervoorzieningen. met dien verstande dat: i. binnen de bestemming detailhandel is toegestaan, uitsluitend in ondergeschikte vorm en dienstbaar aan de ter plaatste toegestane recreatieve voorzieningen. 9.1.2
Tabel recreatie
ter plaatse adres van de aanduiding
activiteiten
aantal max. gebruiksbedrijfswoningen oppervlakte in m2 ondersteunende horeca/detailhande l
'specifieke Gezandebaan vorm van 29a recreatie kampeerterr ein'
Kampeerterrein 1 inclusief: • 56 plaatsen voor tenten en caravans • 12 plaatsen voor campers • 70 huuraccommodati es (chalets/stacarava ns/blokhutten) • 4 hotelkamers
160
9.1.3 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 23.3.
76
9.1.4 Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving routegebonden horeca De routegebonden horeca kent de volgende voorwaarden: a. het recreatieve bedrijf ligt binnen een recreatief ontwikkelingsgebied; b. de activiteit mag uitsluitend plaatsvinden binnen het bestemmingsvlak; c. er wordt uitsluitend gebruik gemaakt van de (horeca)voorzieningen en bebouwing, zoals bijvoorbeeld de kantine en terras; d. er wordt gebruik gemaakt van de bestaande ingang(en); e. parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak; f. de exploitatie van de routegebonden horeca wordt uitgevoerd door de exploitant van het recreatiebedrijf; g. de routegebonden horeca vindt plaats in de dagperiode (tussen zonsopgang en zonsondergang). De activiteit maakt geen onderdeel uit van (zelfstandige) arrangementen en feesten en partijen van persoonlijke aard. 9.2
Bouwregels
9.2.1 Toegestane bebouwing Uitsluitend zijn toegestaan bouwwerken ten behoeve van de in 9.1 toegestane activiteiten.
9.2.2 Maatvoering De bouwwerken dienen te voldoen aan de volgende maatvoeringseisen: bouwwerken algemeen
min.
max.
afstand tot de as van de als 'specifieke vorm van verkeer - 100 m tot de rijksweg n.v.t. stroomweg' aangeduide weg A67; 50 m tot overige stroomwegen afstand tot de as van de als 'specifieke vorm van verkeer - 30 m gebiedsontsluitingsweg' aangeduide weg
n.v.t.
afstand tot de as van de als 'specifieke vorm van verkeer - 15 m lokale weg' aangeduide weg
n.v.t.
bedrijfsgebouwen algemeen
min.
max.
afstand tot de perceelsgrens
3m
n.v.t.
goothoogte
n.v.t. 5,5 m
bouwhoogte
n.v.t. 10 m
dakhelling
20º
60º
afstand achter de voorgevel (en het verlengde daarvan) van bedrijfswoning
5m
n.v.t.
afstand tussen bedrijfsgebouwen en bedrijfswoning
5m
n.v.t.
bedrijfswoning
min.
max.
77
afstand tot de perceelsgrens
3m
n.v.t.
goothoogte
n.v.t.
5,5 m
bouwhoogte
n.v.t.
10 m
dakhelling
20º
60º
inhoud
maximaal 750 m3 (inclusief aangebouwde bijgebouwen), tenzij: - de bestaande inhoud van de bestaande woning reeds meer bedraagt, welke inhoud dan als maximum geldt; - het een bestaande (woon) boerderij betreft, waarbij de inhoud van het hele bestaande boerderijlichaam / bouwmassa daarvan als maximum geldt.
waarbij geldt dat herbouw van bestaande bedrijfswoningen uitsluitend is toegestaan indien en voor zover: a. herbouw niet plaatsvindt ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden'; b. de herbouw grotendeels plaatsvindt op de (voor zover aanwezige) bestaande fundamenten; c. de voorgevel van de te herbouwen bedrijfswoning wordt geplaatst in de (voormalige) voorgevelrooilijn; d. de bouwwijze (dat wil zeggen vrijstaand, halfvrijstaand of aaneengebouwd) van de te herbouwen bedrijfswoning(en) niet afwijkt van de bouwwijze van de oorspronkelijke woning(en); e. het bepaalde ten aanzien van de maatvoering in bovenstaande tabel in acht wordt genomen. met dien verstande dat indien de bestaande inhoud van een hoofdgebouw inclusief aangebouwde bijgebouwen, meer bedraagt dan 750 m3, de inhoud niet meer mag bedragen dan de bestaande inhoud. Indien de woning een bestaande woonboerderij betreft, geldt de inhoud van het hele bestaande boerderijlichaam / bouwmassa als maximum. vrijstaande bijgebouwen bij bedrijfswoning
min.
max.
afstand tot de perceelsgrens
3m
n.v.t.
gezamenlijke oppervlakte per woning
n.v.t.
80 m2
goothoogte
n.v.t.
3m
bouwhoogte
n.v.t.
5,5 m
dakhelling
20º
60º
afstand achter de voorgevel (en het verlengde daarvan) van bedrijfswoning
5m
n.v.t.
afstand bijgebouwen tot bedrijfswoning
1,5 m
25 m
bouwwerken, geen gebouwen zijnde
max.
78
bouwhoogte erfafscheidingen
1 m voor de voorgevel, elders 2 m
bouwhoogte van bij de bedrijfswoning behorende carports c.q. overkappingen
3m
oppervlakte van een bij de bedrijfswoning behorende carport 20 m2 c.q. overkapping bouwhoogte lichtmasten
9m
bouwhoogte ballenvanghekken
7,5 m
bouwhoogte overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
6m
waarbij de maximale oppervlakte bedrijfsbebouwing niet meer mag bedragen dan aangegeven in de Tabel recreatie onder 9.1.2, en; Specifieke bouwregels per specifieke aanduiding aanduiding specifieke vorm van recreatie –
Huuraccommodaties
Opp. Max. 50 m²
kampeerterrein (Gezandebaan
(chalets,
Goothoogte: max. 3 m
29)
stacaravans,
Bouwhoogte max. 6 m
blokhutten) en hotelkamers 9.3
Afwijken van de bouwregels
9.3.1 Minimale afstand tot de weg/perceelsgrens Bevoegd gezag kan met omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 9.2.3 teneinde de voorgeschreven minimum afstand van bebouwing tot de weg en/of de voorgeschreven minimum afstand tot een perceelsgrens te verkleinen. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a. de noodzaak vanuit een doelmatige bedrijfsvoering (voor zover het een recreatiebedrijf betreft) en/of een doelmatige perceelsinrichting en/of de uitbreiding van of aansluiting op aanwezige bebouwing met een reeds op deze punten afwijkende maatvoering, moet aanwezig zijn; b. er mogen geen onevenredige verkeerskundige belemmeringen plaatsvinden; c. er dient voldoende parkeerruimte op het eigen erf aanwezig te blijven; d. de wegbeheerder dient te worden gehoord; e. de stedenbouwkundige structuur mag niet onevenredig worden aangetast; f.
aangetoond dient te worden dat de externe veiligheid kan worden gewaarborgd;
g. de met omgevingsvergunning verleende afwijking mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in 9.1 omschreven doeleinden; h. indien het een woning of ander geluidgevoelig object betreft, moet voldaan worden aan de Wet geluidhinder.
79
9.3.1
Vergroting toegestane oppervlakte bedrijfsgebouwen
Bevoegd gezag kan met omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 9.2.3 teneinde de voorgeschreven maximale bebouwde oppervlakte in m2 te vergroten. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a. de in 9.2.3 opgenomen maximale bebouwde oppervlakte mag met maximaal 15% worden vergroot; b. de met omgevingsvergunning verleende afwijking mag niet leiden tot onevenredige aantasting van de belangen van de omliggende (niet)agrarische bedrijven en andere functies; c. er vindt geen toename van de milieubelasting plaats; d. er vindt geen opslag buiten de gebouwen plaats; e. de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; f. er dient sprake te zijn van een passende bijdrage aan de kwaliteitsverbetering van het landschap, die in ieder geval bestaat uit een zorgvuldige landschappelijke inpassing conform een door de gemeente goedgekeurd erfbeplantingsplan; g. door middel van een onderzoek naar de waterstaatkundige consequenties dient te worden aangetoond dat sprake is van hydrologisch neutraal bouwen; h. de met omgevingsvergunning verleende afwijking mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in 9.1 omschreven doeleinden; i. het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast. 9.4
Specifieke gebruiksregels
9.4.1
Strijdig gebruik
In ieder geval geldt als strijdig met de bestemming gebruik en/of laten gebruiken van gronden en opstallen: a. voor het opslaan, storten of bergen van materialen, voorwerpen en producten, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. voor woondoeleinden, met uitzondering van de toegestane bedrijfswoning(en); c. voor permanente bewoning van kampeermiddelen met inbegrip van stacaravans; d. voor lawaaisporten; e. voor militaire oefeningen; f. voor detailhandel, behoudens voor zover toegestaan ingevolge het bepaalde in 9.1; g. voor horeca, behoudens voor zover toegestaan ingevolge het bepaalde in 9.1; h. (vrijstaande) bijgebouwen als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte, met uitzondering van afhankelijke woonruimte ten behoeve van mantelzorg; i. voor verblijfsrecreatie, behoudens voor zover toegestaan ingevolge het bepaalde in 9.1, in welke gevallen recreatiewoningen bedrijfsmatig worden beheerd; j. voor een seksinrichting; k. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - landschappelijke inpassing' voor het aanbrengen van verhardingen; l. voor het bedrijfsmatig vervaardigen, opslaan, verwerken of herstellen van goederen en het opslaan en be- of verwerken van producten tenzij dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik
80
m. Verblijfsrecreatie zonder dat sprake is van bedrijfsmatig beheer. 9.4.2 Camping Gezandebaan 29a Voor de camping ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie kampeerterrein' geldt dat aan de camping ondergeschikte detailhandel is toegestaan tot een maximum oppervlakte van 100 m2. 9.4.2
Aan huis verbonden beroep
De uitoefening van een aan huis verbonden beroep als bedoeld in 9.1 is toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn: a. de omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 40% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de woonbebouwing tot een maximum van 80 m2; b. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer; c. parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden; d. detailhandel mag alleen plaatsvinden ondergeschikt aan en in direct verband met het aan huis verbonden beroep; e. de activiteit dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn in de woonomgeving; f. de activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner.
9.5 Afwijken van de gebruiksregels 9.5.1 Aan huis verbonden bedrijf Bevoegd gezag kan met omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 9.4.1 onder m. ten behoeve van de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a. de omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 200 m2 in bestaande bebouwing; b. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer; c. parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden; d. detailhandel mag alleen plaatsvinden ondergeschikt aan en in direct verband met het aan huis verbonden bedrijf; e. de activiteit dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn in de omgeving; f. de activiteit mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; g. de activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner; h. een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij de planontwikkeling.
81
9.5.2 Besloten bedrijfsactiviteiten Bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken teneinde het tijdelijk gebruik van de gronden binnen de bestemming ‘Recreatie’ voor het houden van besloten bedrijfsactiviteiten, zoals bedrijfspresentaties, productpresentaties en bijeenkomsten voor bedrijfsrelaties, anders dan evenementen die betrekking hebben op grond van het binnen de bestemming toegestane gebruik. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a. de organisator van de activiteit heeft een duidelijke relatie met de recreatieve hoofdfunctie. b. de besloten activiteit duurt maximaal één dag en mag maximaal 10 keer per jaar plaatsvinden. c. detailhandel is niet toegestaan. d. er dienen voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein te worden gerealiseerd. e. de aan te brengen voorzieningen dienen tijdelijk te zijn. Dit betekent dat het houden van een besloten bedrijfsactiviteit niet mag leiden tot blijvende/ onomkeerbare voorzieningen/ ingrepen. f. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de binnen het gebied aanwezige waarden. g. een besloten bedrijfsactiviteit is geen bijeenkomst van persoonlijke aard, zoals bruiloften en partijen.
9.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.6.1 Verbod Het is verboden op de ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen – landschapselement’ gelegen gronden, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de in het schema onder 9.6.4 opgenomen vergunningplichtige werken en werkzaamheden uit te (doen) voeren. 9.6.2 Uitzonderingen Het onder 9.6.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden: a. waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden is verleend; b. welke ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan in uitvoering waren op grond van voorgaand bestemmingsplan; c. welke betreffen het normale onderhoud en/of landschaps- en natuurbeheer. 9.6.3 Voorwaarden omgevingsvergunning De in 9.6.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien na een belangenafweging blijkt dat er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de doeleinden als opgenomen in 9.1. Ten behoeve van de belangenafweging zijn in het schema onder 9.6.4 de toetsingscriteria weergegeven.
82
9.6.4. Vergunningplichtige werken/werkzaamheden vergunningplichtige werken/werkzaamheden
criteria voor vergunningverlening
het aanbrengen van oppervlakteverhardingen en halfverhardingen.
1. de verhardingen zijn noodzakelijk voor het beheren dan wel verbeteren van bos en natuur dan wel voor het mogelijk maken van (extensief) recreatief (mede)gebruik; 2. de verhardingen mogen geen onevenredige aantasting betekenen van de aanwezige natuurwaarden en/of landschappelijke waarden.
uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 1. 'overige zone - NNB' mits het de bestemmingsvlakken betreffen, gelegen aan 2. de Gezandebaan (visvijver en manege): - het verzetten van grond van meer dan 100 m3 of op een diepte van meer dan 60 cm onder maaiveld, een en ander voor zover geen vergunning vereist is in het kader van de Ontgrondingenwet; - de aanleg van drainage of het verlagen van de drainagebasis; - het verlagen van de waterstand door de aanleg van de beregeningsinstallaties; - het aanbrengen van niet-omkeerbare verhardingen en/of verharde oppervlakten van meer dan 40 m2, anders dan een bouwwerk. het verwijderen van houtopstanden.
de waterhuishoudkundige situatie mag niet onevenredig worden aangetast; het betrokken waterschapsbestuur wordt gehoord.
er mag geen blijvende aantasting plaatsvinden van de aanwezige natuurwaarden en/of landschappelijke waarden.
9.7 Wijzigingsbevoegdheid 9.7.1 Recreatieve activiteiten Burgemeester en wethouders kunnen de in 9.1 toegestane recreatieve voorzieningen toestaan de bedrijfsactiviteiten te wijzigen in één van de volgende dag- en verblijfsrecreatieve activiteiten. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a. deze wijziging heeft uitsluitend betrekking op bestemmingsvlakken gelegen binnen het recreatief ontwikkelingsgebied;
83
b. dagrecreatie kan worden toegestaan in de vorm van een kinderboerderij, theeschenkerij en qua aard en omvang overeenkomstige bedrijven; c. verblijfsrecreatie kan worden toegestaan met een maximum van 500 m2 per bestemmingsvlak; d. voor mini-campings geldt een maximum van 25 kampeerplaatsen; e. de in 9.2.3 voor een aanduidingsvlak aangegeven bebouwde oppervlakte (zowel de maximale bebouwde oppervlakte als de oppervlakte voor ondersteunende horeca) van gebouwen (exclusief bedrijfswoning en bijbehorende bijgebouwen), mag niet worden overschreden; f.
ten behoeve van recreatieve activiteiten is ondersteunende horeca toegestaan met een maximum van 100 m2 per bedrijf;
g. er mag geen opslag buiten de gebouwen plaatsvinden; h. de wijziging mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; i.
de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie;
j.
er dient sprake te zijn van een passende bijdrage aan de kwaliteitsverbetering van het landschap, die in ieder geval bestaat uit een zorgvuldige landschappelijke inpassing conform een door de gemeente goedgekeurd erfbeplantingsplan;
k. er dient op eigen terrein te worden voorzien in de parkeerbehoefte; l.
vooraf dient advies te worden gevraagd aan de adviescommissie toerisme en recreatie, indien de betreffende locatie is gesitueerd in de ecologische hoofdstructuur;
m. een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij de planontwikkeling; n. de wijziging mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in 9.1 omschreven doeleinden. 9.7.2 Woondoeleinden Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming van de gronden wijzigen in de bestemming 'Wonen' waarbij na bedrijfsbeëindiging de verbouw van een voormalige bedrijfswoning kan worden toegestaan. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a. de bebouwde oppervlakte van de voormalige bedrijfswoning of (woon)boerderij (inclusief de inpandige stal / het inpandige deel) mag niet worden vergroot; b. woningsplitsing is niet toegestaan; c. de bestaande situering van de bebouwing mag niet worden gewijzigd; d. de wijziging mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving;
84
e. de bebouwde oppervlakte van de vrijstaande bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 80 m2 per woning; f.
in afwijking van het bepaalde onder e. kan, indien sprake is van sloop van voormalige bedrijfsgebouwen, een gezamenlijke oppervlakte van vrijstaande bijgebouwen bij een woning worden toegestaan van meer dan 80 m2. Maximaal 25% van het gesloopte oppervlak aan legaal opgerichte bebouwing mag als bijgebouwen worden teruggebouwd, tot een totaal aan vrijstaande bijgebouwen van maximaal 200 m2;
g. de extra oppervlakte aan bijgebouwen zoals onder f. genoemd, mag ook worden gevormd door bestaande bijgebouwen, in plaats van herbouw na sloop, mits de overtollige oppervlakte aan bijgebouwen wordt gesloopt; h. sloop van cultuurhistorisch waardevolle en monumentale panden is niet toegestaan; i.
in afwijking van het bepaalde onder a. kan, indien sprake is van sloop van voormalige bedrijfsgebouwen, de inhoud van de woning tot maximaal 900 m3 worden vergroot. Per 50 m3 vergroting van de woning dient telkens minimaal 500 m2 aan legaal opgerichte bebouwing te worden gesloopt;