GR24.05.07B Programma Groen gemeente Asten 2024-2033
Tekst van het document
In de basis is het zo dat een eigenaar van een perceel, waar de wortels van de gemeenteboom zich bevinden, zelf het recht heeft om doorgeschoten wortels op eigen terrein te verwijderen (Burgerlijk Wetboek) en of te voorkomen dat wortels op zijn terrein kunnen groeien (door bijvoorbeeld een scherm te plaatsen). Tevens is hij/zij er zelf verantwoordelijk voor om deze wortels in de gaten te houden en eventuele schade tijdig te voorkomen. Indien boomwortels te laat (wanneer ze al te groot zijn geworden), op een onjuiste manier en/of teveel weggenomen worden, kan dit voor instabiliteit of grote schade van de boom zorgen. In het ergste geval kan de boom hieraan zelfs bezwijken en of omvallen. Wanneer dat gebeurt komt de veiligheid in het geding en tevens wordt dit beschouwd als een economisch delict. Het is dus aan te raden de gemeente altijd op de hoogte te stellen van de schade/overlast. Indien een aanwonende wortels wil verwijderen bieden wij als gemeente Asten aan om mee te kijken om een inschatting te maken of wortels veilig verwijderd kunnen worden en adviseren we hoe bewoners dit het best kunnen doen om een onveilige situatie met vervelende gevolgen te voorkomen. Indien werkzaamheden op gemeentegrond wenselijk zijn, zal de gemeente dit verzorgen.
Bij wortels in de riolering bepaalt de aansluitput wie de verantwoordelijke is om de problemen op te lossen (locatie van onvolkomenheid waar de wortels in de riolering zijn gekomen). In veel gevallen zijn er praktische oplossingen om problemen met boomwortels op te lossen, zoals het gedeeltelijk verwijderen van boomwortels, het plaatsen van wortelschermen, opnieuw aanbrengen van bestrating of het vervangen van (een gedeelte van) een rioleringsbuis. Bij opdrukking van de verharding worden wortels alleen gekapt, wanneer er struikelgevaar is. Indien mogelijk worden trottoirs hoger gelegd zodat zoveel mogelijk wortels gespaard worden. In principe worden bomen dan ook nooit gekapt voor last door boomwortels. Alleen in uitzonderlijke gevallen bij (mogelijk) grote schade (die niet op een andere manier te voorkomen/oplossen is) kan hiervan worden afgeweken. Bij nieuwe aanplant proberen we boomspiegels zo groot mogelijk te maken en de ondergrondse ruimte goed in te richten. Dit voorkomt schade in de toekomst. Overhangende takken Bomen en struiken die nabij de erfgrens staan, kunnen voor overhangende takken zorgen. Men kan hier last van ondervinden door bijvoorbeeld vallende bladeren, schaduw, takjes, bloesem en/of vruchten op hun perceel of op het dak van een gebouw.
Zolang de overhangende takken niet voor onveilige situaties zorgen of onredelijke last (bijvoorbeeld heel laag in een tuin hangen) veroorzaken, is er geen reden tot ingrijpen vanuit de gemeente. Wanneer overhangende takken wel zorgen voor een onveilige situatie (doordat hier bijvoorbeeld dik dood hout in zit) dan neemt de gemeente dit mee in het snoeiprogramma om de onveilige situatie weg te nemen. Ook kan dit een gewenste maatregelen zijn indien takken extreem laag hangen of slaan en of schuren tegen een bestaand gebouw of woning. Om last van laaghangende takken preventief te voorkomen worden jonge bomen in de eerste jaren na aanplant al structureel opgesnoeid indien zij staan in de buurt van een verkeersvoorziening of gebouw/woning. Daarmee wordt het gros van onze laan- en straatbomen van de 1e of 2e orde grootte minimaal 3 meter opgesnoeid vanaf maaiveld. Er zijn inwoners die conform artikel 5:44 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek zelf de takken van bomen willen snoeien. Dit artikel beschrijft het recht bij “overlast” en na aanmaning van de eigenaar van de 29/35
boom om te snoeien. Echter is het snoeien van overhangende takken begrensd. Er gelden namelijk ook algemene rechtsregels zoals ‘misbruik van bevoegdheden’, ‘onrechtmatige daad’ en ‘redelijkheid en billijkheid’. Men mag zich op dat moment afvragen in hoeverre er sprake is van “overlast”. Een boom is een levend organisme met lusten en lasten. In die overweging vinden wij als gemeente dat overhangende takken (met uitzonderingen zoals hierboven beschreven) acceptabel zijn ten behoeve van het algemene belang dat we hebben bij het behoud van bomen in de openbare ruimte van de gemeente Asten. Mocht een inwoner toch zelf handelingen verrichten dan kan het zijn dat de gemeente genoodzaakt is de eventuele schade, maatregelen en nader onderzoek aan de boom te verhalen op de partij die dit veroorzaakt heeft en aangifte tegen deze persoon te doen. Wanneer takken van heesters of heggen door schuttingen, hekwerken, etc. groeien, is de eigenaar van de grond die daar hinder aan ondervindt, bevoegd om zelf deze takken weg te snoeien tot zijn eigen erfgrens. Druipende bomen Een bekende klacht is plakkende bomen. Echter zijn het niet de bomen zelf die het druipen/plakken veroorzaken, maar luizen die op de bladeren van de bomen leven. Zij scheiden een plakkerige substantie uit (honingdauw) die de druppels veroorzaken.
Deze luizen komen op veel verschillende, voornamelijk inheemse boomsoorten, voor. Voornamelijk dicht nabij huizen of in de buurt van geparkeerde voertuigen kan dit vervelend zijn zeker in periode waarbij het lang niet regent. De last is echter periodiek en er zijn praktische oplossingen om dit te verminderen. Standpunt van de gemeente is dat we geen bomen kappen voor deze vorm van last. Om deze vorm van last te voorkomen planten we in de toekomst geen boomsoorten die hier heel gevoelig voor zijn in de buurt van parkeerplaatsen, terrassen en dicht nabij gebouwen/woningen. We geven bomen een goede groeiplaats waardoor ze ook weerbaarder zijn. In bestaande situaties waarbij de last extreem groot is en vaak voorkomend is zoeken we samen met bewoners naar oplossingen om dit te verminderen. Bijvoorbeeld door het ophangen van nestzakken met larven van lieveheersbeestjes (natuurlijke vijand van de luis) of het verbeteren van de groeiplaats. Invasieve soorten Een ander probleem dat heel vervelend kan zijn is de aanwezigheid van invasieve soorten. Dit zijn plantensoorten die ongewenst zijn in de leefomgeving, omdat ze bijvoorbeeld onze inheemse soorten verdringen, of ernstige overlast en/of schade veroorzaken. Per invasieve soort zal worden bekeken of en hoe deze soort onder controle/uitgeroeid kan worden. Een bekend voorbeeld van een invasieve soort is de Japanse Duizendknoop.
Deze soort is in Asten geïnventariseerd en daarbij is een protocol opgesteld om verspreiding te voorkomen. Bij het beheer en ruimtelijke ontwikkelingen is het uitgangspunt dat de Japanse Duizendknoop niet verder verspreidt wordt (incl. grond waar plantaardige delen van de Japanse Duizendknoop in voorkomen). Kleine haarden proberen we langzaam uit te roeien/uit te putten of te verwijderen door afgraven. Particulieren die met deze soort te maken hebben, wordt verzocht hier actie op te ondernemen om te voorkomen dat de plant zich naar buren verplaatst. Voor particulieren geldt eigenlijk hetzelfde als voor gemeente: voorkom verspreiding. Als het een kleine haard is, probeer deze uit te graven of te bestrijden. Voor grote haarden, zoveel mogelijk met rust laten en in de gaten houden en indien mogelijk ook inzetten op de bestrijding ervan. Een andere veel voorkomende soort die erg vervelend kan zijn in de openbare ruimte is de reuzenberenklauw (die behoorlijk pijnlijke blaren veroorzaakt). Deze is gelukkig makkelijker te verwijderen, maar kan zich wel heel snel verspreiden via zaad. Belangrijk is dan ook om te voorkomen dat deze zaad kan vormen. Gemelde of bekende locaties worden doorgegeven aan de buitendienst. Zij verwijderen de plant met wortel en al in de openbare ruimte. Daarmee is deze soort goed onder controle te houden.
Uitwerpselen van vogels en zoogdieren Vogels en zoogdieren die in de bomen en heesters verblijven, eten daar en scheiden dit voedsel weer uit. Dit is een natuurlijk proces wat tot de lusten en lasten van een boom behoort. Dit is voor de gemeente dan ook geen reden om bomen of groen te verwijderen/snoeien. De gemeente gaat hiervoor ook geen dieren verjagen.
30/35
Ziekten en plagen Een ziekte of plaag in een boom of heester is voor de gemeente alleen reden om deze te verwijderen, wanneer deze een direct gevaar voor de gezondheid of veiligheid oplevert en deze met redelijke maatregelen niet op te lossen is. Wanneer een ziekte op een verantwoorde manier te bestrijden is en de boom of heester daarna nog jaren met een verantwoorde gezondheid kan blijven staan, zal hiervoor worden gekozen. Ook zijn er ziekte en plagen die voorkomen op bomen en heester, maar waarvan de boom of heester nauwelijks last heeft, en daardoor ook niet direct een gevaar zijn voor de levensduur van de betreffende boom of heester. Indien een ziekte bij bomen ervoor kan zorgen dat een boom snel in conditie achteruitgaat wordt de controlefrequentie verhoogd naar 1x per jaar. Veel ziektes en plagen zijn gelukkig (na verloop van tijd) goed te bestrijden of worden door de natuur zelf opgelost doordat het aantal predatoren toe neemt en daardoor de plaagdruk weer afneemt. Een goede stabiele biodiversiteit is daarvoor van groot belang.
31/35
Bijlage 4: Opsomming aanpassingen APV-regels Ter verduidelijking zijn hieronder alle aanpassingen in de APV die middels dit Programma Groen aangepast worden toegelicht: -
-
-
-
-
32/35
In de huidige situatie was niet altijd duidelijk wanneer iets een boom of een struik is. We hebben nu vastgelegd dat een houtachtig, overblijvend gewas een boom is wanneer deze een stamdiameter van 10 cm of meer heeft, op een hoogte van 10cm boven maaiveld. Bij meerstammigheid geldt de stamdiameter van de dikste stam; Dode of afgestorven houtopstanden buiten de kom waren vergunningplichtig. Deze regel was er om te voorkomen dat men misbruik maakte van de regels door aan te geven dat een illegaal gekapte boom dood zou zijn geweest. Dit was op dat moment vaak niet meer te controleren. Middels de nieuwe regels kunnen dode of afgestorven houtopstanden vergunningvrij worden gekapt, wel geldt een meldingsplicht inclusief het aanleveren van bewijsmateriaal (bijvoorbeeld in de vorm van duidelijke foto’s) dat de houtopstand daadwerkelijk niet meer in leven is/was. Dit geldt voor zowel houtopstanden in eigendom van de gemeente als voor particuliere houtopstanden, binnen en buiten de bebouwde kom (indien ze kapvergunningsplichtig zouden zijn geweest indien ze in leven waren). Uitzondering hierop zijn houtopstanden voorkomend op de lijst van beschermwaardige bomen, hiervoor dient altijd een vergunning te worden aangevraagd, ook als de boom afgestorven is.
Voor alle dode bomen geldt dat wanneer daarin zich bijzondere natuurwaarde en vaste rust- en verblijfplaatsen bevinden, deze beschermd zijn via de omgevingswet (zelfs wanneer hiervoor een kapvergunning is verleend); Alle houtopstanden in de gemeente Asten met een stamdiameter tot 35 cm op een hoogte van 30 cm boven maaiveld zijn vergunningvrij te vellen, met uitzondering van houtopstanden die ofwel op de lijst beschermwaardige bomen staan, of op een terrein staan behorende bij een gebouw met een maatschappelijke functie of aangeplant zijn in het kader van een (her)plant plicht. Voorheen waren deze bomen (zeker in het buitengebied) veelal kapvergunningsplichtig. We maken het daarmee mogelijk om dunnere en daarmee ook vaak minder waardevolle bomen zonder vergunning te kappen. Dit bespaart zowel inwoners als de gemeente geld en tijd en het risico is zeer beperkt omdat bijzondere of oudere bomen toch allemaal dikker zijn. In de afgelopen 10 jaar is ook geen één kapvergunning geweigerd voor een boom dunner dan 35cm; In de oude situatie was er voor de gemeente een verschil tussen de kapregels voor loofbomen en de kapregels voor naald- en coniferen bomen. In de nieuwe regels is daar geen onderscheid meer in gemaakt; Conform standaard landelijke richtlijnen moet elke boom tussen particulieren op minimaal 2m van de erfgrens staan.
Als gemeente kan je in je APV hier uitzonderingen op maken. In de nieuwe situatie willen we dit doen voor vormbomen die een maximale hoogte van 5m hebben. Voorwaarden daarbij is dat de bomen vanaf eigen perceel gesnoeid moeten kunnen worden en er geen sprake mag zijn van overhangende takken over de perceelsgrens. Deze schaduwvorming van deze bomen is namelijk beperkt en ze worden veelvuldig aangeplant om bijvoorbeeld inkijk te voorkomen. Het is zeker voor particulieren met een kleine tuin niet wenselijk dat zij deze bomen dan op 2m vanaf de erfgrens moeten planten.
Bijlage 5: Puntentelling natuurinclusief bouwen
33/35