GR24.03.05B Asten Loverbosch Schoollocaties 2023 - Toelichting
Tekst van het document
52
bestemmingsplan Asten Loverbosch Schoollocaties 2023
Figuur 14: Plangebied Loverbosch fase 3 omringd door de nabijgelegen Natura 2000-gebieden
De mogelijke effecten ten aanzien van stikstof depositie op Natura 2000-gebieden van het planvoornemen zijn beoordeeld in de Notitie beoordeling stikstof (Bijlage 14 Notitie beoordeling stikstof (AERIUS-Calculator)). In deze notitie is onderzocht of de ontwikkeling van de 25 woningen in deelgebied 'voormalige schoollocatie fase 2' en de realisatie van de nieuwe schoollocatie met 25 woningen in deelgebied 'nieuwe schoollocatie fase 3' mogelijk significant nadelige effecten heeft voor de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden en of een Passende beoordeling is vereist. Uit de stikstofbeoordeling is gebleken dat significant negatieve effecten ten aanzien van de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden op voorhand zijn uit te sluiten. Er is voor de beoogde ontwikkelingen daarmee geen Wnb vergunning nodig. Gezien de grote afstand van beide deelgebieden tot de Natura 2000-gebieden kunnen effecten als verdroging, versnippering, mechanische en optische verstoring en verstoring door licht, geluid en trilling in Natura 2000-gebieden als gevolg van de voorgenomen plannen worden uitgesloten.
Dit volgt ook uit de door ecologisch adviesbureau Staro uitgevoerde updates van de reeds uitgevoerde quickscans voor deelgebied 'voormalige schoollocatie fase 2' (Bijlage 15 Notitie Update Verkennend natuuronderzoek Loverbosch, fase 2) respectievelijk deelgebied 'nieuwe schoollocatie fase 3' (Bijlage 17 Update Quickscan flora en fauna, Loverbosch fase 3 te Asten). 5.4.1.1 Beoordeling voor het plangebied Beide deelgebieden liggen niet in een Natura 2000-gebied. Gezien de grote afstand van de deelgebieden tot Natura2000-gebieden kunnen andere effecten dan stikstof worden uitgesloten. Negatieve effecten ten gevolge van stikstofdepositie kunnen worden uitgesloten. Significante negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor Vogel- en Habitatrichtlijngebieden/Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten. Voor het bestemmingsplan en de activiteiten die planologische mogelijk gemaakt worden, is geen Passende beoordeling vereist. 5.4.2 Natuurnetwerk Brabant In de Interim-omgevingsverordening Noord-Brabant is het Natuurnetwerk Brabant (NNB) vastgelegd. Het NNB is een netwerk van groene gebieden, voorheen bekend als de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) en wordt beschermd via het planologisch kader. Het ruimtelijke beleid voor het NNB kent het “nee, tenzij” principe en is gericht op 'behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke waarden en kenmerken' van het NNB.
bestemmingsplan Asten Loverbosch Schoollocaties 2023
53
Uit figuur 15 volgt dat beide deelgebieden geen onderdeel zijn van het NNB (EHS, EVZ of de 'groenblauwe mantel'). In de directe omgeving liggen wel gebieden die onderdeel zijn van de NNB. Het meest nabijgelegen NNB-gebied ligt op circa 400 meter ten noorden van het plangebied fase 3. Op circa 725 meter ligt de Natte Natuurparel Astense Aa.
Figuur 15 Ligging van de deelgebieden ten opzichte van gebieden in het Natuur Netwerk Brabant (NNB)
Gelet op aard van de ontwikkeling, de afstand tot de deelgebieden en tussenliggende elementen, zal geen sprake zijn van een aantasting van de wezenlijke waarden en kenmerken van de NNB middels externe werking. Dit volgt ook uit de updates van de reeds uitgevoerde quickscans voor het deelgebied 'voormalige schoollocatie' (Bijlage 15 Notitie Update Verkennend natuuronderzoek Loverbosch, fase 2) respectievelijk deelgebied 'nieuwe schoollocatie' (Bijlage 17 Update Quickscan flora en fauna, Loverbosch fase 3 te Asten). Vanuit de natuurbeleidskaders zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling, er is geen noodzaak voor een nadere procedure. 5.4.2.1 Beoordeling voor het plangebied De twee deelgebieden liggen niet in het Natuurnetwerk. Er is geen sprake van nadelige effecten voor deze twee deelgebieden. Vanuit de natuurbeleidskaders zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling, er is geen noodzaak voor een nadere procedure. 5.4.3 Flora en fauna In de Wet natuurbescherming (Wnb) is de bescherming van flora en fauna geregeld. In deze wet zijn drie beschermingsregimes opgenomen: voor vogels conform de Europese Vogelrichtlijn, voor dier- en plantensoorten conform de Europese Habitatrichtlijn en voor overige te beschermen soorten. Het is verboden om beschermde diersoorten opzettelijk te doden, te vangen of te verstoren.
Hun voortplantings- en rustplaatsen mogen daarnaast niet (opzettelijk) worden beschadigd of vernield. Tot slot is het ook verboden beschermde plantensoorten te vernielen.
54
bestemmingsplan Asten Loverbosch Schoollocaties 2023
5.4.3.1 Voormalige schoollocatieLoverbosch fase 2 In het kader van bestemmingsplan voor de ontwikkeling van Loverbosch fase 2 is in 2017 reeds een quickscan flora en fauna uitgevoerd door Staro (Bijlage 15 Notitie Update Verkennend natuuronderzoek Loverbosch, fase 2). Vanwege de voorgenomen ontwikkeling is de quickscan uit 2017 voor dit deel van het plangebied geüpdatet door Staro. De memo met bevindingen is als Bijlage 16 Update verkennend natuuronderzoek Loverbosch fase 2 toegevoegd. Uit de update volgen aandachtspunten voor de vliegroutes van vleermuizen en de broedseizoenen van vogels. 5.4.3.1.1 Vleermuizen De watergang in het zuiden van dit deelgebied en de nabijgelegen bomenrijen zijn geschikt als vliegroute van vleermuizen. Vleermuizen zijn gevoelig voor lichtverstoring. Als bij voorgenoemde elementen extra verlichting wordt toegepast, en/of (delen van) de bomenrijen worden gekapt, is aanvullend vleermuisonderzoek noodzakelijk. Als hieruit blijkt dat de te plaatsen extra verlichting een negatief effect heeft of als de bomenrijen een functie hebben als onderdeel van een essentiële vliegroute, dient een ontheffing op de Wet natuurbescherming (Wnb) te worden aangevraagd en dienen maatregelen genomen te worden om de functionaliteit van de vliegroute te waarborgen.
5.4.3.1.2 Broedvogels De werkzaamheden in dit deelgebied dienen buiten het broedseizoen van vogels te worden uitgevoerd en als geen broedgeval aanwezig is. Het broedseizoen loopt globaal van half maart tot en met juli. In het kader van de Wnb wordt voor het broedseizoen echter geen standaardperiode gehanteerd. Ook met tijdig maatregelen nemen, kan worden voorkomen dat vogels tot broeden komen in het gebied waar gewerkt wordt en zijn belemmeringen vanuit de Wet natuurbescherming niet aan de orde. 5.4.3.2 Nieuwe schoollocatiefase 3 Voor het bestemmingsplan ten behoeve van de ontwikkeling Loverbosch fase 3 is in 2021 reeds een quickscan flora en fauna uitgevoerd door Staro. Gebaseerd op de conclusies uit de quickscan 2021 is, mede in relatie tot de geplande werkzaamheden, een aanvullend dassenonderzoek (Bijlage 18 Notitie Dassenonderzoek Loverbosch fase 3 te Asten) en een holteonderzoek naar de aanwezigheid van vleermuizen in de zeven te kappen bomen langs de Koestraat (Bijlage 19 Memo boomcontrole Koestraat Loverbosch fase 3 te Asten) uitgevoerd. Vanwege de voorgenomen ontwikkelingen is de quickscan uit 2021 voor dit deelgebied geüpdatet door Staro (Bijlage 17 Update Quickscan flora en fauna, Loverbosch fase 3 te Asten).
Uit deze update volgt dat de conclusies en aanbevelingen uit de quickscan 2021 en aanvullende onderzoeken (2021 en 2023), voor zover deze betrekking hebben op dit deelgebied, van kracht blijven. Geconcludeerd kan worden dat om overtreding van de Wnb te voorkomende de volgende maatregelen en vervolgstappen genomen dienen te worden. Bomen dienen te worden gesnoeid of gekapt buiten het broedseizoen van vogels (en wanneer geen broedgevallen aanwezig zijn). Voorafgaand aan de kap dient holteonderzoek plaats te vinden om de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen uit te sluiten. En indien de holtes geschikt zijn, nader onderzoek naar vleermuizen. Dit holteonderzoek is inmiddels uitgevoerd; zie hieronder: Vleermuizen; Nader onderzoek naar het gebruik van het plangebied door de Das en het belang van het plangebied voor de Das dient te worden uitgevoerd. Dit nader onderzoek is inmiddels uitgevoerd; zie hieronder: De Das; Watergangen en greppels worden gedempt buiten de periode half maart tot half september of als ze droogstaan; Om verstoring van vleermuizen en andere nacht-actieve dieren te voorkomen, wordt aanbevolen de (bouw)verlichting in de nacht uit te zetten en bomenlanen en bosjes niet te verlichten.
Indien het tijdens de aanlegfase noodzakelijk is nachtelijk te verlichten, wordt aangeraden de ledlampen naar beneden te richten, bosranden niet te verlichten en om hiervoor amberkleurige verlichting te gebruiken.
bestemmingsplan Asten Loverbosch Schoollocaties 2023
55
De Das: Naar aanleiding van de quickscan is een nader onderzoek naar de Das uitgevoerd door Staro (Bijlage 18 Notitie Dassenonderzoek Loverbosch fase 3 te Asten). Uit dit onderzoek blijkt dat de Das ook dit deelgebied gebruikt als migratieroute en als foerageergebied. Het bouwen en in gebruik nemen van de woonwijk heeft geen significant negatief effect op de migratieroute en het foerageergebied mits de oostrand goed wordt ingericht (bomen en struiken die dekking bieden, doornstruiken die mensen en honden weren). Ook wordt zeer aangeraden een dassentunnel met raster aan te leggen onder de N279 om de bereikbaarheid te verbeteren en verkeersslachtoffers te voorkomen. Door enkele fruitbomen te planten in de bosschagestrook langs de oostrand, wordt de migratieroute ook geschikt als foerageergebied voor dassen. Het compenseren van het foerageergebied dat verdwijnt, biedt geen meerwaarde voor de dassenpopulatie en de kwaliteit van het leefgebied. Het aanleggen van meer grasland in de omgeving is derhalve niet nodig. Voor het realiseren van de woonwijk hoeft voor dassen geen ontheffing verkregen te worden. Ter bescherming van de aangetroffen dassenwissel wordt deze noord-zuid georiënteerde verbinding langs de N279 versterkt met natuurlijke maatregelen welke zijn opgenomen en beschreven in het stedenbouwkundig- en landschapsplan. Hiermee wordt een negatief effect op de Das voorkomen.
Holteonderzoek in bomen i.r.t. vleermuizen: De zeven te kappen bomen langs de Koestraat (zoals beschreven in Bijlage 19 Memo boomcontrole Koestraat Loverbosch fase 3 te Asten) staan buiten de plangrenzen van dit deelgebied. Daarom is dit aanvullend onderzoek in principe niet relevant voor het plangebied van voorliggend bestemmingsplan. Dit neemt echter niet weg dat uit de resultaten van dit onderzoek volgt dat geen verblijfplaatsen van vleermuizen worden vernietigd en de vliegroute intact wordt gehouden.
Samenvattend De mogelijk aanwezige en aangetroffen soorten in de omgeving van dit deelgebied zijn opgenomen in de tabel 9. Voor alle mogelijk aanwezige soorten in dit deelgebied, waaronder ook niet beschermde soorten, geldt de algemene zorgplicht en voor een aantal specifieke maatregelen. Dit is samengevat in tabel 9.
56
bestemmingsplan Asten Loverbosch Schoollocaties 2023
Tabel 9 Overzicht mogelijk aanwezige en aangetroffen beschermde soorten in de omgeving van het plangebied
Om aan de zorgplicht van de Wet natuurbescherming te voldoen dienen de volgende maatregelen te worden getroffen: 1.
Stammen met holtes moeten na kap met de opening van de holte zijwaarts gericht blijven liggen, zodat eventueel tóch aanwezige dieren hun verblijf kunnen verlaten; 2. Om het verwonden van dieren te voorkomen kan bij het afgraven van de grond één kant op worden gewerkt, zodat aanwezige dieren kunnen vluchten; 3. De reuzenberenklauw in het bosje ten noordoosten van het plangebied dient te worden verwijderd in het kader van het Plan van Aanpak - Invasieve Exoten Noord-Brabant. De bovengenoemde maatregelen zijn geborgd in de toelichting van het bestemmingsplan en in de Wet natuurbescherming.
bestemmingsplan Asten Loverbosch Schoollocaties 2023
57
5.4.3.2.1 Beoordeling voor het plangebied De geplande woningontwikkeling in het deelgebied 'voormalige schoollocatie fase 2' alsmede de voorgenomen bouw van de brede school en woningen in deelgebied 'nieuwe schoollocatie fase' hebben geen gevolgen voor de reeds getrokken conclusies uit de quickscans uit 2017 (Sweco, deelgebied 'voormalige schoollocatie fase 2') en 2021 (Staro, deelgebied 'nieuwe schoollocatie fase 3'). Het planvoornemen voor beide deelgebieden wordt uitgevoerd met in acht name van voornoemde voorwaarden. De plannen hebben daarmee geen nadelige effecten voor beschermde soorten.
5.5
Cultureel erfgoed
5.5.1 Algemeen De Erfgoedwet, ter vervanging van de Monumentenwet 1988, bundelt en wijzigt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven. Als dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard. Daarnaast dient ieder ruimtelijk plan een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten. Voor zover in een plangebied sprake is van erfgoed, dient op grond van het voorgaande dan ook aangegeven te worden op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden. 5.5.2 Archeologie De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven. Als dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard. Daarnaast dient ieder ruimtelijk plan een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten.
Voor zover in een plangebied sprake is van erfgoed, dient op grond van het voorgaande dan ook aangegeven te worden op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden. 5.5.2.1 Beoordeling voor beide plangebieden Beoordeling/betekenis voor het plangebied Voor het totale plangebied Loverbosch is in 2006 door Grontmij (tegenwoordig Sweco) een archeologisch bureau-onderzoek uitgevoerd (Bijlage 20 Archeologisch onderzoek Loverbosch incl. bijlagen). Dit onderzoek is door Oranjewoud (Antea) in 2007 opgevolgd met een verkennend booronderzoek over 38 hectare van het gebied (Bijlage 21 Verkennend archeologisch booronderzoek 2007). Naar aanleiding van beide onderzoeken is door BAAC in 2008 een archeologisch proefsleuvenonderzoek uitgevoerd op die locaties waar op basis van de eerdere onderzoeken een archeologische verwachting bleef bestaan (Bijlage 22 Archeologisch proefsleuvenonderzoek 2008). De omvang van die zones bedroeg samen 9,6 ha. In het bureauonderzoek, het verkennend booronderzoek én het proefsleuvenonderzoek zijn de gronden van beide deelgebieden meegenomen en onderzocht.
In het selectieadvies van gemeente Asten 2021 (Bijlage 23 Archeologisch selectieadvies Loverbosch 2021) ) wordt, op basis van het eerder opgestelde (selectie)advies van BAAC (2008), bevestigd dat de aangetroffen vondsten en sporen (samen: de vindplaats) niet 'behoudenswaardig' worden bevonden. Dat wil zeggen dat de aangetroffen resten wetenschappelijk en/of cultuurhistorisch niet de moeite waard zijn gebleken om (in de toekomst) nog verder te onderzoeken. Dit betekent dat het in 2007 en 2008 met boringen en proefsleuven onderzochte gebied archeologisch kan worden vrijgegeven. Voor Loverbosch fase 1 en Loverbosch fase 2 is dit
58
bestemmingsplan Asten Loverbosch Schoollocaties 2023
advies opgevolgd en zijn de plannen zonder nader onderzoek (m.u.v. een klein terreintje waar een Romeinse muntschat is gevonden) gerealiseerd. Uit bovenstaande volgt dat voor beide deelgebieden geen archeologische belemmeringen aanwezig zijn en dat de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie' kan komen te vervallen. Eventuele toevalsvondsten die tijdens het bouwrijp maken of tijdens het bouwen zelf worden gevonden, dienen direct gemeld te worden bij de gemeente Asten. Beide deelgebieden zijn archeologisch vrijgegeven voor de planontwikkelingen. Er zijn geen verdere archeologische belemmeringen voor het planvoornemen. Eventuele toevalsvondsten die tijdens het bouwrijp maken of tijdens het bouwen zelf worden gevonden, dienen direct gemeld te worden bij de gemeente Asten.
5.5.3 Cultuurhistorie Bij het uitwerken en uitvoeren van ruimtelijke plannen moet rekening worden gehouden met de cultuurhistorische (landschaps-)waarden die van bovenlokaal belang zijn. Hiertoe heeft de provincie in haar Verordening zogeheten cultuurhistorische vlakken aangeduid. Deze vlakken duiden gebieden aan met aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten en verdienen specifieke aandacht vanwege de onvervangbaarheid van de aanwezige waarden. Gemeenten dienen de cultuurhistorische waarden en kenmerken van deze gebieden te behouden, herstellen en/of duurzaam te ontwikkelen. Ruimtelijke ontwikkelingen kunnen hier enkel worden toegestaan, indien zij de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied niet aantasten. Beide deelgebieden maken deel uit van de 'Peelrand', die bestaat uit een ring van middeleeuwse dorpen op enige afstand van het voormalige veengebied van De Peel. Deze oude dorpen worden gekenmerkt door akkercomplexen, schaarse groenlanden en voormalige heidevelden. In de regio ligt het oud zandlandschap bij Stiphout dat een cultuurhistorisch landschap van provinciaal belang vormt. Het plangebied maakt hier geen onderdeel van uit. Binnen beide deelgebieden bevinden zich geen monumenten, en/of wettelijk beschermde cultuurhistorische waarden en/of andere cultuurhistorische elementen.
Daarnaast maken de deelgebieden deel uit van het Archeologisch Landschap 'Dekzandeiland Asten-Deurne'. Dit landschap met cultuurhistorisch belang bestaat uit dekzandeilanden die van elkaar worden gescheiden door beekdalen. Dit landschapstype heeft een relatief lage dichtheid aan archeologische vindplaatsen. Aan beide deelgebieden zijn geen specifieke cultuurhistorische waarden toegekend. De beoogde planontwikkelingen hebben geen gevolgen voor de cultuurhistorische waarden in beide deelgebieden en zijn vanwege cultuurhistorie dan ook uitvoerbaar. 5.5.3.1 Beoordeling voor het plangebied In beide deelgebieden bevinden zich geen monumenten of wettelijke beschermde cultuurhistorische waarden. Beide deelgebieden hebben een relatief lage dichtheid aan archeologische vindplaatsen.
5.6
Leidingen
In geen van beide deelgebieden zijn leidingen met een planologisch relevante beschermingszone gelegen, noch overlapt een beschermingszone van een planologisch relevante leiding met het plangebied.
5.7
Niet gesprongen conventionele explosieven
Op een onbekend aantal plaatsen in Nederland liggen nog bommen, granaten en andere munitieartikelen uit de Tweede Wereldoorlog. Wanneer deze explosieven bij werkzaamheden worden aangetroffen, kunnen deze gevaar opleveren voor de publieke veiligheid. In 2014 is een vooronderzoek uitgevoerd naar niet-gesprongen conventionele explosieven (CE) in de omgeving
bestemmingsplan Asten Loverbosch Schoollocaties 2023
59
Koestraat en Stegen te Asten (Bijlage 24 Vooronderzoek conventionele explosieven Koestraat e.o. 2014). In dat onderzoek zijn eerder uitgevoerde onderzoeken naar de aanwezigheid van conventionele explosieven in de omgeving van beide deelgebieden geïnventariseerd, is een literatuuronderzoek uitgevoerd en zijn luchtfoto's uit WO-II geanalyseerd. Beide deelgebieden liggen in het onderzoeksgebied. Op basis van dit is een CE-bodem-belastingkaart gemaakt met verdachte gebieden. Het onderzoeksgebied 'Omgeving Koestraat en Stegen te Asten' bestaat uit een gebied binnen de Gemeente Asten met een oppervlakte van circa 90 hectare. Het wordt omsloten door de N279 in het noorden en oosten, de Floralaan en Koestraat in het westen en de Voordeldonk in het zuiden. Een deel van het plangebied Loverbosch fase 2 ligt binnen het onderzoeksgebied uit 2006, en het plangebied van het bestemmingsplan Loverbosch fase 3 ligt volledig binnen het onderzoeksgebied.
Figuur 16: Contouren onderzoeksgebied '128-006 Loverbosch' (2006) (links) en CE Bodembelastingskaart 'Omgeving Koestraat en Stegen te Asten' (2014) met locaties gevonden oorlogsmunitie. Bron: Rapport ECG juli 2014
In het vooronderzoek is geconcludeerd dat het onderzoeksgebied gedeeltelijk verdacht is op het aantreffen van afgeworpen conventionele explosieven. Het verdachte gebied is in de 'CE Bodembelastingkaart' aangegeven. ECG adviseert het proces van explosievenopsporing voort te zetten bij grondroerende werkzaamheden binnen de in de 'CE Bodembelastingkaarten' als verdacht aangemerkte gebieden. Het plangebied is niet gelegen in dit verdacht gebied. Voor deze gebieden geldt dat, wegens gebrek aan feitelijke indicaties op de mogelijke aanwezigheid van CE, geen afbakening heeft plaatsgevonden. Aangezien bij het onderzoek wel indirecte gegevens zijn achterhaald, is in het onderzoek geadviseerd om bij toekomstige bodemingrepen in het gebied dat als niet verdacht is aangemerkt, het uitvoerend personeel voorafgaand aan de werkzaamheden uitdrukkelijk te instrueren om bij het onverhoopt aantreffen van munitie verdachte objecten de volgende acties te ondernemen: Het explosief niet beroeren en de werkzaamheden ter plaatse onmiddellijk staken; Omstanders uit de omgeving van het explosief houden; De plaatselijke politie van de vondst op de hoogte stellen;
60
bestemmingsplan Asten Loverbosch Schoollocaties 2023
Instructies van aanwezige deskundigen strikt opvolgen; Voer, indien nodig en op aanwijzing van aanwezige deskundigen, extra beschermende maatregelen uit voor in de omgeving aanwezige personen of levende have; Aanvullend wordt geadviseerd om bij het onverhoopt aantreffen van CE het explosieven-onderzoek op te schalen door middel van een detectieonderzoek ter plaatse. 5.7.1 Beoordeling van het plangebied Beide deelgebieden liggen niet in verdacht gebied voor het aantreffen van afgeworpen conventionele explosieven. Het uitvoerend personeel dient te worden geïnstrueerd over te nemen acties bij de vondst van munitie. Verder worden geen negatieve effecten verwacht.
5.8
M.e.r.-(beoordelings)plicht
5.8.1 Algemeen Milieueffectrapportage (m.e.r.) is een procedure met als hoofddoel het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. Met dit instrument moet de aantasting van het milieu grotendeels worden voorkomen. In Het Besluit m.e.r. is vastgelegd wanneer een milieueffectrapport (MER) moet worden opgesteld of een m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. In bijlage C en D van het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Een plan is plan-m.e.r.-plichtig als het kaderstellend is voor een m.e.r.-plichtige of een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit. Voor een bestemmingsplan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen in bijlage D moet daarom een toets worden uitgevoerd om erachter te komen of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor een aantal activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Onder de drempelwaarden van de activiteiten in bijlage D kan volstaan worden met een vormvrije m.e.r.-beoordeling.
Dit bestemmingsplan maakt activiteiten mogelijk die zijn opgenomen in de eerste kolom van de zogenaamde D-lijst van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage, onder categorie D11.2 “aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen”. De bijbehorende drempelwaarden in D11.2 kolom 2 (oppervlakte groter dan 100 hectare, een aaneengesloten gebied van 2.000 of meer woningen, bedrijfsoppervlakte van 200.000 m2 of meer) worden met de 225 beoogde wooneenheden en schoolgebouw binnen 12 hectare in fase 3, en de momentele aanleg van fase 2 (incl. de 25 overgehevelde woningen uit fase 3) niet overschreden. Daarom kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. In een vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt nagegaan of voor de activiteiten die het plan mogelijk maakt, belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen worden uitgesloten. De diepgang van de vormvrije m.e.r.-beoordeling is afgestemd op de aard, omvang en gevoeligheid van het bestemmingsplan. De criteria voor de (project)m.e.r.-beoordeling staan opgenomen in Bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn (2011/92/EU). Het bevoegde gezag houdt bij de besluitvorming over het bestemmingsplan rekening met deze criteria, zijnde: De kenmerken van het project. De plaats van het project; De kenmerken van het potentiële effect.
bestemmingsplan Asten Loverbosch Schoollocaties 2023
61
5.8.2 Conclusies Ten behoeve van het planvoornemen is een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd. Daartoe is een aanmeldnotitie m.e.r. opgesteld. Deze is separaat toegevoegd aan de toelichting als Bijlage 25 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling. De effecten van de planontwikkeling zijn voor beide deelgebieden nader onderbouwd in hoofdstuk 5 van de toelichting van dit bestemmingsplan en bekrachtigd in diverse onderzoeken die onderdeel uitmaken van die toelichting op het bestemmingsplan. Uit de onderzoeken blijkt dat beide deelgebieden milieukundig geschikt zijn om te worden ontwikkeld tot een woongebied en de vestiging van een school. Een goed een woon- en leefklimaat kan binnen de nieuwe woningen kan worden gerealiseerd. Daarnaast wijzen de onderzoeken uit dat als gevolg van de ontwikkeling sprake is van een acceptabele belasting op de omgeving. De ontwikkeling is derhalve ruimtelijk aanvaardbaar. Tevens is de ontwikkeling in een separaat uitgevoerde vormvrije m.e.r. beoordelingsnotitie beoordeeld.
Deze beoordelingsnotitie komt hierbij tot de conclusie dat op basis van de kenmerken van de activiteiten, de kenmerken en ligging van beide deelgebieden en de kenmerken van de omgeving, aanzienlijke gevolgen voor het milieu kunnen worden uitgesloten: Uit de in de vormvrije mer-beoordelingsnotite beschreven milieugevolgen volgt dat voor de meeste thema's géén sprake is van significant nadelige milieueffecten of het treffen van aanvullende maatregelen; Voor de aspecten flora en fauna, gezondheid inzake geitenhouderijen, geluid, externe veiligheid en niet gesprongen conventionele explosieven kunnen significante nadelige milieueffecten worden uitgesloten, als bepaalde voorwaarden in acht worden genomen; Er is geen Passende beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming vereist; Alleen inzake de gezondheidseffecten door geitenhouderijen (paragraaf 5.2.6.4 en 5.2.6.5) zijn negatieve effecten niet volledig uit te sluiten. Het bevoegd gezag dient hiervoor een afweging te maken. Geconcludeerd wordt dat de effecten van de planontwikkelingen geen aanleiding geven tot het opstarten van een m.e.r.-procedure. Hierover heeft de gemeente Asten een besluit genomen [datum].
62
bestemmingsplan Asten Loverbosch Schoollocaties 2023
Hoofdstuk 6 6.1
Juridisch plan
Algemeen
Het onderhavige bestemmingsplan heeft tot doel een juridisch-planologische regeling te scheppen voor de bebouwing en het gebruik van gronden en gebouwen binnen het gebied 'Loverbosch schoollocaties'. In voorgaande hoofdstukken zijn de uitgangspunten voor de komende jaren voor de ruimtelijke en functionele gewenste situatie in het plangebied aangegeven. Deze uitgangspunten zijn getoetst aan de milieu- en omgevingsaspecten. Bij het opstellen van het bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de systematiek van het bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Woongebieden Asten’ (vastgesteld d.d. 15 december 2009), 'Bestemmingsplan Asten Loverbosch fase 2 2017' en 'Bestemmingsplan Asten Loverbosch fase 3 2022' een en ander aangevuld met de laatste inzichten vanuit de Wet ruimtelijke ordening, het Besluit ruimtelijke ordening, Wabo en het Besluit omgevingsrecht met bijbehorende bijlagen. Gestreefd is hierbij naar uniformering en standaardisering van bestemmingen en regels. In dit hoofdstuk wordt de inhoud van de bestemmingen (de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden) toegelicht en wordt aangegeven hoe de uitgangspunten hun juridische vertaling in het eigenlijke plan (regels en verbeelding) hebben gekregen. De bestemmingen zijn juridisch vastgelegd in de tekst van de regels en in beeld op een verbeelding. Verbeelding en regels zijn één geheel en niet afzonderlijk leesbaar.
6.2
Systematiek
Het bestemmingsplan is naar aanleiding van de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening opgezet volgens de verplichte landelijke Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012). Deze standaard welke slechts een systematische standaardisering betreft en geen inhoudelijke standaard is - is verplicht in het nieuwe Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro). Zo voorziet het SVBP in een standaardopbouw van een bestemmingsplan door onder andere: standaardbenamingen van een bestemming en de daarin voorkomende bepalingen (bouwregels, aanlegvergunningen, e.d.); de alfabetische volgorde van de begripsbepalingen en bestemmingen; een vaste volgorde van een indeling van een bestemming; een aantal standaardbegripsbepalingen; een standaardwijze van meten; vaste kleuren en kleurcodes van een bestemming op de verbeelding; standaardbenamingen van aanduidingen op de digitale verbeelding van het bestemmingsplan en in de regels. In het kader van de wet- en regelgeving is het plan technisch als een digitaal raadpleegbare versie uitgevoerd en voldoet het aan de eisen van DURP (Digitale Uitwisseling in Ruimtelijke Processen). Het plan kan in het informatiesysteem van de gemeente en diverse andere overheden worden ingevoerd en worden ontsloten via internet.
bestemmingsplan Asten Loverbosch Schoollocaties 2023
63
6.3
Bestemmingen & regelingen
6.3.1 Bestemmingen Artikel 3 Groen Groen maakt onderdeel uit van de openbare ruimte en is als onderdeel hiervan op de verbeelding voorzien van een afzonderlijke bestemming 'Groen' als sprake is van structureel groen ofwel beeldbepalende beplanting binnen de bebouwde omgeving. Binnen de bestemming groen zijn speelvoorzieningen (zoals een schommel, glijbaan en klimrek), waterberging en parkeervoorzieningen overal toegestaan. Ter hoogte van de nieuw te bouwen school is de aanduiding 'specifieke vorm van groen - haag' aangebracht. Ter plaatse van deze aanduiding wordt in de regels geborgd dat parkeer-, verblijf en ontsluitingsvoorzieningen niet zijn toegestaan en wordt tevens de verplichting tot realisatie en instandhouding van een haag geborgd. Deze haag voorkomt overlast van de lichten van voertuigen op de parkeerplaats bij school voor omwonenden Artikel 4 Maatschappelijk Voor de beoogde schoollocatie is een maatschappelijke bestemming opgenomen. Omdat het bouwplan en de terreininrichting nog dienen te worden geconcretiseerd, is een globale regeling opgenomen waarin de meeste relevante aspecten, zoals maximale bouwhoogte zijn vastgesteld. Artikel 5 verkeer Deze bestemming spreekt voor zich. Het betreft de bestemming voor bewegend en stilstaand verkeer en de daarbij behorende voorzieningen.
Tevens wordt binnen de bestemming voorzien in de mogelijkheid van nutsvoorzieningen, water en groen. Artikel 6 Wonen Functioneel is binnen de bestemming 'Wonen', het gebruik voor woondoeleinden toegestaan. Een aan huis gebonden beroep of bedrijf is uitsluitend toegestaan na het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van de regels. Het bouwen van hoofdgebouwen is enkel toegestaan binnen het bouwvlak. Per bouwvlak staat een maximaal aantal woningen aangegeven. Per bouwvlak zijn niet meer woningen toegestaan dan aangegeven. Tevens bevindt zich een aanduiding 'bijgebouwen' binnen deze bestemming. Bijgebouwen zijn enkel toegestaan binnen deze aanduiding. Het bouwen van gestapelde woningen is enkel toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld'. In artikel 6.2.2 onder i is een voorwaardelijke verplichting opgenomen welke het verplicht stelt om, voordat een omgevingsvergunning voor de bouw van een woning kan worden verleend, aan te tonen dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is gewaarborgd doordat de geluidbelasting in geluidgevoelige ruimten niet meer bedraagt dan 33 dB. Deze voorwaardelijke verplichting is alleen van toepassing op de woningen waarvan uit Bijlage 6 Akoestisch onderzoek Nieuwe schoollocatie fase 3 blijkt dat er een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde voor geluid plaatsvindt.
64
bestemmingsplan Asten Loverbosch Schoollocaties 2023
Hoofdstuk 7 7.1
Economische uitvoerbaarheid
Algemeen
In artikel 6.12, lid 1 Wro is opgenomen dat het verplicht is om een exploitatieplan vast te stellen op gronden waarop een bouwplan is voorgenomen. Artikel 6.2.1. onder a Bro geeft aan dat (o.a.) een bouwplan voor de bouw van één of meer woningen als bouwplan wordt aangewezen. Artikel 6.12, lid 2 Wro bepaalt dat in afwijking van het eerste lid de gemeenteraad, naar aanleiding van de omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, lid 1, onder a, 3°, Wabo, van het bestemmingsplan wordt afgeweken, kan besluiten geen exploitatieplan vast te stellen, indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in de vergunning begrepen gronden anderszins verzekerd is. Deze verzekering vindt plaats door middel van het sluiten van een realisatieovereenkomst. Tevens is er een risicoanalyse uitgevoerd ten behoeve van de mogelijke tegemoetkoming in schade. De resultaten van de risicoanalyse zijn verwerkt in een overeenkomst tegemoetkoming in schade, die tussen de initiatiefnemer en de gemeente is gesloten. Op basis van bovenstaande kan geconcludeerd kan worden dat het plan economisch uitvoerbaar is.
bestemmingsplan Asten Loverbosch Schoollocaties 2023
65
66
bestemmingsplan Asten Loverbosch Schoollocaties 2023
Hoofdstuk 8 8.1
Overleg & inspraak
Overleg
In artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is opgenomen dat de gemeente bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan overleg moet plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en rijk die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. In het kader van het vooroverleg is het plan besproken met provincie Noord-Brabant en Waterschap Aa en Maas: a. b.
8.2
Provincie Noord-Brabant kan zich vinden in de motivatie en onderbouwing van dit bestemmingsplan. De reactie van het Waterschap zal in het vast te stellen bestemmingsplan worden verwerkt.
Participatie
Op dinsdag 23 mei 2023 heeft er ten behoeve van dit plan een inloopavond over het planvoornemen plaatsgevonden op het gemeentehuis van de gemeente Asten. Op deze avond hebben ruim dertig geïnteresseerde zich laten informeren over het planvoornemen. Tijdens deze avond konden de deelnemers reageren op het initiatief. Hiernaast was er een digitaal formulier beschikbaar waar een ieder tot 1 juni 2023 in de gelegenheid is geweest om een reactie op het initiatief te geven. Van deze mogelijkheid hebben in totaal 6 mensen gebruik gemaakt. De reacties zijn, voorzien van een antwoord, bijgevoegd aan dit bestemmingsplan als Bijlage 26 Reacties inloopavond.
8.3
Inspraak
Het ontwerpbestemmingsplan is op grond van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht in het kader van de zienswijzen gedurende 6 weken voor een ieder ter visie gelegd. Gedurende deze termijn zijn meerdere zienswijzen op het plan naar voren gebracht. Voor de beantwoording van deze zienswijzen en de gevolgen van deze zienswijzen voor dit plan wordt verwezen naar Bijlage 27 Nota van vooroverleg en zienswijzen bestemmingsplan 'Asten Loverbosch schoollocaties 2023'.
bestemmingsplan Asten Loverbosch Schoollocaties 2023
67