CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

GR23.12.11C Nota Grondbeleid 2010-2013

Gemeenteraad 12 december 2023, gemeente AstenBij agendapunt: Nota Grondbeleid 202316.759 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Nota grondbeleid 2010-2013 “Op goede gronden zaken doen”

Status: Datum: Opsteller:

concept voor commissie Ruimte juni 2010 R.B.A. Derijck

Inhoudopgave Samenvatting ................................................................................................. 4 1 Inleiding ...................................................................................................... 9 1.1 Aanleiding voor actualisatie van de Nota Grondbeleid .................................. 9 1.2 Leeswijzer .............................................................................................. 9 1.3 Doelstelling Nota grondbeleid 2010-2013 ................................................... 9 2 Vormen van grondbeleid.............................................................................. 11 2.1 Inleiding .............................................................................................. 11 2.2 Actief grondbeleid om zelf te ontwikkelen................................................. 11 2.3 Faciliterend grondbeleid, gemeente Asten laat marktpartij ontwikkelen ........ 11 2.4 Publiek-private samenwerking ................................................................ 12 2.5 Huidig grondbeleid gemeente Asten......................................................... 12 2.6 Grondbeleid gemeente Asten 2010-2013.................................................. 12 2.6.1 Actief grondbeleid ..............................................................................

12 2.6.1.1 Grondbeleid thema wonen ................................................................ 13 2.6.1.2 Grondbeleid thema werken ............................................................... 13 2.6.1.3 Grondbeleid thema natuur ................................................................ 13 2.6.1.4 Grondbeleid thema landbouw ............................................................ 14 2.6.1.5 Grondbeleid thema recreatie en toerisme ........................................... 14 2.6.1.6 Grondbeleid thema ruilgronden ......................................................... 14 2.6.2 Faciliterend grondbeleid ...................................................................... 14 2.6.3 Publiek-private samenwerking (PPS)..................................................... 14 3 Uitvoering actief grondbeleid ........................................................................ 16 3.1 Inleiding .............................................................................................. 16 3.2 Wet voorkeursrecht gemeenten .............................................................. 16 3.3 Onteigening.......................................................................................... 17 3.4 Strategisch verwerven ...........................................................................

18 3.4.1 Verwervingen op basis van een concreet ruimtelijk plan .......................... 18 3.4.2 Verwervingen zonder concreet ruimtelijk besluit ..................................... 19 3.5 Verwervingregels voor strategische aankopen........................................... 19 3.6 Stichting Streekontwikkeling de Peel ....................................................... 19 3.7 Bovenplans verevenen, tekortlocaties haalbaar maken............................... 20 4 Uitvoering facilitair grondbeleid .................................................................... 22 4.1 Inleiding .............................................................................................. 22 4.2 Kostenverhaal en locatie-eisen................................................................ 22 4.3 Private spoor ........................................................................................ 22 4.4 Publieke spoor ...................................................................................... 23 4.5 Bijdrage (andere) ruimtelijke ontwikkelingen (artikel 6.24 Wro).................. 23 4.6 Bovenwijkse voorzieningen (artikel 6.2.4.e Bro)........................................ 24 4.7 Bovenwijkse voorziening / Bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling...................... 24 5 Tijdelijk beheer van gronden ........................................................................

27 6 Uitgifte ...................................................................................................... 28 6.1 Inleiding .............................................................................................. 28 6.2 Uitgifte voor particulier opdrachtgeverschap ............................................. 28 6.3 Uitgifte aan een collectief particulier opdrachtgeverschap ........................... 28 6.3 Uitgifte van industriegrond ..................................................................... 29 6.4 Gronduitgifte aan projectontwikkelaars .................................................... 29 6.5 Gronduitgifte aan woningbouwcorporaties ................................................ 29 7 Marktconform grondprijsbeleid ..................................................................... 31 7.1 Inleiding .............................................................................................. 31 7.2 Marktconforme uitgifteprijzen in Asten ..................................................... 31 Nota grondbeleid 2010-2013 Pagina 2

7.2.1 Staatssteun ....................................................................................... 31 7.2.2 Evenredige kostenverdeling ................................................................. 32 7.2.3 Ontwikkelrisico beperken..................................................................... 32 7.2.4 Bovenplans verevenen ........................................................................ 32 7.3 Huidige grondprijsbeleid......................................................................... 32 7.4 Grondprijsbeleid 2010-2013 ................................................................... 33 8 Aanbestedingsbeleid ................................................................................... 36 8.1 Staatssteun .......................................................................................... 36 8.1.1 Tekortlocaties .................................................................................... 36 8.1.2 Grondtransacties ................................................................................ 37 8.2 Aanbestedingsregels.............................................................................. 37 8.3 Toekomstig beleid ................................................................................. 37 9 Financieel kader grondbeleid ........................................................................

39 9.1 Inleiding .............................................................................................. 39 9.2 De grondexploitatie ............................................................................... 39 9.3 Grondexploitatiemethodieken ................................................................. 39 9.4 De opbouw van de grondexploitatie ......................................................... 39 9.4 Vaste indeling exploitatieopzet................................................................ 40 9.5 Grondbedrijf ......................................................................................... 40 9.6 Resultaatverplichting ............................................................................. 41 9.7 Risicodekking........................................................................................ 41 9.9 Fondsvorming ....................................................................................... 41 9.9.1 Fonds Bovenwijkse Voorzieningen ........................................................ 41 9.9.2 Rood voor groenfonds ......................................................................... 42 9.9.3 Herstructurering bedrijventerrein ......................................................... 42 9.10 Fiscale aspecten ..................................................................................

42 9.10.1 Ondernemerssfeer / niet-ondernemerssfeer ......................................... 42 9.10.2 Leveren in de BTW-sfeer of met overdrachtsbelasting ........................... 42 9.10.3 BTW-compensatiefonds ..................................................................... 43 10 Besluitpunten samengevat ......................................................................... 44

Nota grondbeleid 2010-2013 Pagina 3

Samenvatting Huidige beleid Het huidige grondverwervingsbeleid en het grondprijsbeleid zijn in 2006 vastgelegd. Het is nodig en wenselijk dit huidige grondbeleid te actualiseren. Doel van deze nota Het doel van deze nota is om de gemeente op economisch verantwoorde wijze de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen te laten realiseren zoals opgenomen in de ruimtelijke (structuur)visies van de gemeente. Daarbij is de regierol van de gemeente bij ruimtelijke ontwikkelingen essentieel. De gemeenteraad geeft het college met deze nota kaders om de positie en de regierol van de gemeente bij het zelf ontwikkelen en bij het faciliteren van ruimtelijke ontwikkelingen te verstevigen. Vormen van grondbeleid Actief grondbeleid houdt in dat de gemeente zelf de benodigde gronden verwerft, deze gronden bouwrijp maakt en vervolgens deze weer als bouwkavels uitgeeft. Met een actief grondbeleid heeft de gemeente een maximale sturende rol bij ruimtelijke ontwikkelingen. Faciliterend grondbeleid houdt in dat de gemeente zich beperkt tot het wel of niet verlenen van medewerking bij verzoeken om planologische maatregelen. De gemeente Asten laat de aankoop van gronden, de exploitatie en de verkoop van bouwkavels over aan een particuliere partij. Wet ruimtelijke ordening1 Sinds 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening(Wro) in werking getreden. De Wro geeft aanleiding het grondbeleid te heroverwegen.

De verplichting om de mogelijk te verhalen kosten bij ruimtelijke ontwikkelingen in een (exploitatie)verordening vast te leggen is vervallen. De gemeenteraad heeft daarom de exploitatieverordening in oktober 2008 ingetrokken. De nieuwe regels over kostenverhaal bij ruimtelijke ontwikkelingen zijn opgenomen in afdeling 6.4 van de Wro. De gemeente Asten dient dwingend (minimaal) de kosten zoals bedoeld in afdeling 6.4 Wro te verhalen. De gemeente kan het kostenverhaal bij ruimtelijke ontwikkelingen publiekrechtelijk afdwingen in plaats van privaatrechtelijk trachten overeen te komen. Het kostenverhaal is hierdoor beter beheersbaar geworden. Voorts krijgt de gemeente meer mogelijkheden voor een goede regierol bij facilitair grondbeleid, dankzij de locatie-eisen en de eisen ten aanzien van de woningbouwcategorieën. Echter er zijn ook nadelen aan facilitair grondbeleid door de komst van de Wro. Wat betreft de opbrengst moet de gemeente goed op haar tellen passen. Een eigenaar hoeft in het publiekrechtelijke spoor pas te betalen op het moment dat de door hem aangevraagde bouwvergunning wordt afgegeven. De gemeente heeft daar dus geen zekerheid over. Wanneer de markt instort en aanvragen van bouwvergunningen uitblijven, kan een gemeente met onrendabele investeringen blijven zitten. Ook kan een exploitatieplan onderuitgaan bij de rechter, waardoor de ontwikkeling stagneert.

Het opstellen van een exploitatieplan vereist expertise die nu ook al bij gemeenten wordt ingezet voor grondexploitaties, maar zal desondanks meer tijd en inspanning vergen van de afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling, 1

In de theoretische bijlage worden de hoofdlijnen van het kostenverhaal zoals bedoeld in afdeling 6.4 van de Wro uitvoerig behandeld. Nota grondbeleid 2010-2013 Pagina 4

terwijl de afdeling Publiekszaken (bouw- en woningtoezicht/vergunningverlening) eveneens met de nieuwe wet te maken heeft. De gemeente zal goed moeten onderzoeken of de ruimtelijke ontwikkelingen waaraan medewerking wordt verleend door het vaststellen van een bestemmingsplan en een exploitatieplan financieel haalbaar zijn. Is dat niet het geval dan loopt de gemeente het risico het tekort te moeten aanvullen ongeacht of de gemeente Asten eigenaar is van de te ontwikkelen gronden. Dit risico bestaat niet in het private spoor. Dit spoor heeft de voorkeur voor de gemeente Asten. Ondanks de verbeterde regiemogelijkheden bij facilitair grondbeleid is de regierol van de gemeente Asten toch nog aanzienlijk groter bij het voeren van een actief grondbeleid. Bovendien is bij actief grondbeleid naast het ontwikkelrisico ook een ontwikkelresultaat dat benut kan worden voor het realiseren van andere ook gewenste ruimtelijke ontwikkelingen met een negatief exploitatieresultaat, zogenaamde tekortlocaties. Actief grondbeleid2 Daarom blijft de gemeente Asten in de periode 2010-2013 waar mogelijk en verantwoord een actief grondbeleid voeren. Bij het actief grondbeleid van de gemeente Asten gelden de volgende regels voor strategische grondaankopen: 1. De bevoegdheid tot het aankopen van gronden berust bij burgemeester en wethouders.

Dit college kan en dient in het geval hiertoe aanleiding is, snel en adequaat te handelen. In de Gemeentewet is deze bevoegdheid vastgelegd in artikel 160, lid 1 onder e. 2. De bevoegdheid tot het aankopen van gronden in een vroeg stadium is toegestaan, mits de strategische aankoop in verband kan worden gebracht met de ontwikkeling van toekomstig ruimtelijk beleid en ten behoeve van één of meerdere van de volgende verwervingsdoelen is: - Woningbouwontwikkeling; - Bedrijventerreinontwikkeling; - Natuur- en landschapsontwikkelingen; - Structuurverbetering duurzame landbouw; - Toeristische- of recreatieve ontwikkelingen; - Verwerving van gronden die kunnen dienen als ruilobject. 3. Om slagvaardig invulling te geven aan dit aankoopbeleid, blijft het college gemandateerd voor het realiseren van strategische grondaankopen en behoudt daarvoor een werkkrediet van maximaal € 2.000.000, -- (inclusief bijkomende kosten, waaronder deskundigenkosten van verkoper). Dit betreft een onafgedekt werkkrediet. Het is uiteraard de bedoeling dat de verworven gronden meer opbrengsten dan kosten genereren. 4. Burgemeester en wethouders leggen periodiek verantwoording af over de wijze waarop zij invulling geven aan het aankoopbeleid. In ieder geval vindt deze verantwoording plaats in de jaarrekening, paragraaf grondbeleid van de programmaverantwoording, die de gemeenteraad jaarlijks vaststelt. 5.

Het is echter niet noodzakelijk dat er al een concreet ruimtelijk plan of een plan in wording voorhanden is. Zo kan het bijvoorbeeld wenselijk zijn om gronden te kopen om in de toekomst bedrijven te kunnen verplaatsen of het verwerven van een strategische positie in een gebied. Naast het genoemde werkkrediet voor strategische aankopen kan de gemeente Asten bij strategische aankopen ten behoeve van het revitaliseringproces van het platteland ook putten uit een ander budget genaamd “De Streekrekening”. De Streekrekening is 2

In de theoretische bijlage worden de voor- en nadelen van actief grondbeleid uitvoerig behandeld.

Nota grondbeleid 2010-2013 Pagina 5

een initiatief van de Reconstructiecommissie en het Streekplatform De Peel met als doel het slagvaardiger kunnen handelen bij aankoop van strategische gronden in het kader van het revitaliseringproces van het platteland en mogelijke renteverliezen op strategische verwervingen voor de aankopende gemeente te voorkomen of te beperken. De gemeente Asten zal, indien bij een ruimtelijke ontwikkeling gekozen is voor actief grondbeleid, gebruikmaken van de daarvoor bedoelde instrumenten zoals de Onteigeningswet en de Wet voorkeursrecht gemeenten. De inzet van beide instrumenten is geen doel op zich en zal telkens worden afgewogen. Tijdelijk beheer Tijdelijk beheer van strategisch aangekochte gronden wordt zoveel als mogelijk commercieel verantwoord tot uitvoering gebracht waarbij rekening wordt gehouden met de gewenste periode van juridische gebondenheid in verband met de beoogde ruimtelijke ontwikkeling op deze gronden. Facilitair grondbeleid3 Indien faciliterend grondbeleid beter geschikt is of actief grondbeleid niet mogelijk is, tracht de gemeente Asten de regierol te verstevigen door gebruik te maken van de wettelijke mogelijkheden door het aangaan van overeenkomsten over grondexploitatie of door het opstellen van een exploitatieplan. De gemeente Asten geeft bij facilitair grondbeleid de voorkeur aan een overeenkomst onder het privaatrechtelijk spoor.

Indien de gemeente Asten geen overeenkomst kan sluiten met alle eigenaren binnen het exploitatiegebied zal zij een exploitatieplan vaststellen. Bij het afsluiten van een overeenkomst over grondexploitatie zal de gemeente Asten betaling van de exploitatiebijdrage altijd tijdig en in ieder geval voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan of ander ruimtelijk besluit laten voldoen of garant stellen door de particulier eigenaar. Indien de particuliere eigenaar de exploitatiebijdrage niet garant kan stellen door bijvoorbeeld een onvoorwaardelijke en onherroepelijke bankgarantie te stellen of een waarborgsom te storten, wordt er -bij doorgang van de ruimtelijke ontwikkelingalsnog een exploitatieplan vastgesteld gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan of een ander ruimtelijk plan. In principe vinden garantstellingen steeds plaats door het stellen van een bankgarantie. Bij bestemmingsplannen die niet kostendekkend zijn en waarbij bijvoorbeeld sprake is van ontwikkeling van sociale woningbouw of het realiseren van een (brede) maatschappelijke voorziening, beslist de gemeenteraad over de financiering van het plan, het al dan niet aanbrengen van wijzigingen, en uiteindelijk over het vaststellen van het bestemmingsplan. Daarbij zal de gemeenteraad de mogelijkheden van bovenplans verevenen meewegen.

Publiek-private samenwerking (PPS) Daar waar passend zal de gemeente een publiek-private samenwerking aangaan in de vorm die past bij betreffende ontwikkeling4. Het bouwclaimmodel heeft daarbij in zijn algemeenheid de voorkeur. 3

In de theoretische bijlage worden de voor- en nadelen van facilitair grondbeleid en de hoofdlijnen van het kostenverhaal volgens afdeling 6.4 Wro uitvoerig behandeld. 4 In de theoretische bijlage worden de meest voorkomende PPS-vormen toegelicht. Nota grondbeleid 2010-2013 Pagina 6

Bovenplans verevenen Bij actief en bij faciliterend grondbeleid zal de gemeente trachten bij elke ruimtelijke ontwikkeling met een positief ontwikkelresultaat, deze ontwikkeling te laten bijdragen aan andere ook gewenste ruimtelijke ontwikkeling met een negatief exploitatieresultaat. Bij deze zogenaamde tekortlocaties kan gedacht worden aan ontwikkeling van sociale woningbouw en (brede) maatschappelijke voorzieningen maar ook aan een landschapsnatuurplan of herstructurering van bestaande bedrijventerreinen. Bij actief grondbeleid kan hiervoor een bijdrage zijn opgenomen in de uitgifteprijs. Bij facilitair grondbeleid zal de gemeente trachten een bijdrage door de particulier eigenaar zoals bedoeld in artikel 6.24 Wet ruimtelijke ordening overeen te komen. Voorwaarde om anterieur een dergelijke bijdrage overeen te kunnen komen met een particulier eigenaar is het opnemen van beleid hierover in de (thematische) structuurvisies. Actiepunt bij de besluitpunten is het opstellen van een structuurvisie Bijdrage ruimtelijke ontwikkelingen (6.24 Wro) en bijdrage Bovenwijkse voorzieningen voor zover die niet niet direct binnen de exploitatie op basis van de drie criteria te verhalen is. In deze visie worden deze bijdragen geborgd. Bij actief grondbeleid heeft de gemeente Asten een optimale regierol waardoor bovenplans verevenen beter te realiseren is dan bij facilitair grondbeleid.

Particulier opdrachtgeverschap stimuleren Een van de doelen van de Wro is het stimuleren van particulier opdrachtgeverschap. In 2011 zal een uitgifteprotocol als beleid voor alle te ontwikkelen bouwgrond voor het stimuleren van particulier opdrachtgeverschap worden voorgesteld. Daarbij zal aandacht worden besteed aan uitgifte via loting en het waarborgen van de ruimtelijke kwaliteit door een reserveringsovereenkomst aan te gaan die later wordt omgezet in een koopovereenkomst. Grondprijsbeleid Uitgangspunt is dat de gemeente Asten marktconforme prijzen hanteert. Daar zijn de volgende redenen voor: 1. Het voorkomen van vermoeden van staatssteun; 2. Het evenredig kunnen verdelen van de plankosten over de particulier eigenaren van het plangebied waaronder de gemeente, zoals bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. 3. Het risico beperken van een negatief exploitatieresultaat door marktconforme uitgifteopbrengsten te genereren; 4. Het gerealiseerde exploitatieresultaat kan benut kan worden om ook gewenste andere ruimtelijke ontwikkelingen met een negatief exploitatieresultaat, zogenaamde tekortlocaties, financieel haalbaar te maken.

Op basis van de ervaringen uit vorige perioden, bovenstaande en de Wet ruimtelijke ordening geeft de gemeenteraad de volgende kaders voor de vaststelling van de markt conforme uitgifteprijs per gebruiksfunctie, zoals hierna weergegeven: Woningbouwkavels voor (collectief) particulier opdrachtgeverschap: Vaste basisgronduitgifteprijs per m² waarin een marktconforme staffeling is verwerkt, wordt jaarlijks op basis van comparatief onderzoek door het college vastgesteld. Industriegrond: Vaste basisprijs voor uitgifte per m² industriegrond wordt jaarlijks op basis van comparatief onderzoek door het college vastgesteld. Nota grondbeleid 2010-2013 Pagina 7

Per bedrijventerreinontwikkeling wordt op basis van een deskundigenadvies door het college vastgesteld welke kavels zichtlocaties zijn en wat de uitgifteprijs per m² is voor de verschillende kavels op een zichtlocatie. Op grond van provinciaal beleid worden er geen bedrijfswoningen meer ontwikkeld op een bedrijventerrein. Mocht dat toch het geval zijn dan geldt voor het aantal m² die aangemerkt worden als grond behorende bij de bedrijfswoning de gronduitgifteprijs voor particulier opdrachtgeverschap. Overige gebruiksfuncties: Bij de volgende gebruiksfuncties worden de marktconforme uitgifteprijzen per project op basis van een deskundigenrapport vastgesteld: Projectmatige (sociale) woningbouw grondgebonden, projectmatige (sociale) woningbouw gestapeld, kantoren, winkels en horeca. De berekening van de uitgifteprijs voor reststroken blijft ongewijzigd, doch wordt als uitgangspunt bij de berekening de basisgronduitgifteprijs per m² voor particulier opdrachtgeverschap gebruikt in plaats van de zogenaamde uitgifteprijs woningbouwgrond die voorheen werd vastgesteld. De berekening van de vergoeding bij ingebruikgeving blijft ongewijzigd, doch wordt als uitgangspunt bij deze berekening de basisgronduitgifteprijs per m² voor particulier opdrachtgeverschap gebruikt in plaats van de zogenaamde uitgifteprijs woningbouwgrond die voorheen werd vastgesteld.

Naast het vaststellen van marktconforme uitgifteprijzen bij een ruimtelijke ontwikkeling dient de gemeente ook de zogenaamde inbrengwaarden, ten behoeve van een eventueel exploitatieplan op basis van de wet verplicht in een deskundigenrapportage te laten vastleggen. De gemeente zal deze opdracht combineren met het ramen van de marktconforme uitgifteprijzen/opbrengsten. Dit geldt ook voor ruimtelijke ontwikkelingen waarbij (deels) sprake is van facilitair grondbeleid en waarbij het publieke spoor wordt gevolgd door het vaststellen van een exploitatieplan in plaats van het anderszins verzekeren via een privaatrechtelijke overeenkomst. Staatssteunvermoeden Bij grondtransacties zal de gemeente staatssteun trachten te voorkomen. De gemeente zal bij het vervreemden van zakelijke rechten aan een onderneming, ten minste vervreemden tegen de door een onafhankelijke deskundige, in opdracht van de gemeente, getaxeerde marktconforme waarde, tenzij de vervreemding via een openbare biedprocedure plaatsvindt. Transparantie De gemeenteraad wordt jaarlijks geïnformeerd over de financiële positie van het grondbedrijf.

Nota grondbeleid 2010-2013 Pagina 8

1 Inleiding 1.1 Aanleiding voor actualisatie van de Nota Grondbeleid Het huidige grondverwervingsbeleid en het grondprijsbeleid zijn in 2006 vastgelegd. Het is nodig en wenselijk dit huidige grondbeleid te actualiseren. Daar zijn verschillende redenen voor: - De dynamische wereld waarbinnen het grondbeleid zich beweegt, vereist een periodieke beleidsactualisatie; - De regelgeving op het gebied van grondbeleid heeft grote veranderingen ondergaan met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening op 1 juli 2008. Deze wet biedt de gemeente nieuwe instrumenten om ruimtelijke plannen uitvoeringsgerichter te maken. Een belangrijk onderdeel van de nieuwe wet is afdeling 6.4 Grondexploitatie. Daarin zijn onder meer regels voor dwingend kostenverhaal opgenomen. Daarnaast heeft deze nieuwe Wet ruimtelijke ordening gevolgen voor de Wet voorkeursrecht gemeenten en de Onteigeningswet; - De nieuwe grondnota moet bijdragen aan de implementatie van “de Woonvisie”; - De Rekenkamer heeft onderzoek gedaan naar het grondbeleid van de gemeente Asten en heeft aanbevelingen gedaan die verwerkt zijn in deze nota. 1.2 Leeswijzer In de Nota Grondbeleid 2010-2013 komen de onderdelen van een ruimtelijke ontwikkeling binnen de gemeente Asten aan de orde.

Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen ontwikkelingen waarbij de gemeente Asten ondernemend deelneemt (actief grondbeleid) en ontwikkelingen die de gemeente Asten overlaat aan een particuliere partij (faciliterend grondbeleid). In dit hoofdstuk is verder de aanleiding en de doelstelling van deze nota opgenomen. Hoofdstuk 2 gaat over het actief en faciliterend grondbeleid voor de periode 20102013. Hoofdstuk 3 en 4 gaan over de uitvoering van actief en facilitair grondbeleid door de gemeente Asten. Hoofdstuk 5 gaat over het tijdelijk beheer van strategisch verworven gronden. Hoofdstuk 6 en 7 gaan over de uitgifte en de prijzen van bouwrijpe gronden bij actief grondbeleid. Hoofdstuk 8 gaat over aanbestedingsbeleid en staatssteun. Dit hoofdstuk is voor beide vormen van grondbeleid (actief en faciliterend grondbeleid) van belang. Hoofdstuk 9 gaat over het financiële kader van het grondbeleid. Aan het einde van elk hoofdstuk zijn besluitpunten opgenomen. In hoofdstuk 10 worden de besluitpunten van deze nota opgesomd. Verder is er een Bijlage Nota grondbeleid 2010-2013 opgesteld waarin theoretische achtergrondinformatie is opgenomen. In deze nota wordt regelmatig verwezen naar deze bijlage. 1.3 Doelstelling Nota grondbeleid 2010-2013 De gemeenteraad legt in deze Nota grondbeleid 2010-2013 de nieuwe beleidskaders vast voor de periode 2010 tot en met 2013.

De nota zal in 2013 worden geactualiseerd voor de periode 2014 tot en met 2017, tenzij er argumenten zijn dit eerder te doen. Het doel van deze nota is om de gemeente op economisch verantwoorde wijze de gewenste ruimtelijke doelstellingen te laten realiseren zoals opgenomen in de ruimtelijke (structuur)visies van de gemeente. Regie op de ruimtelijke ontwikkelingen is daarbij voor de gemeente Asten van belang. De gemeentelijke regierol bij het Nota grondbeleid 2010-2013 Pagina 9

ontwikkelingsproces wordt in belangrijke mate bepaald door de gemeentelijke grondposities. De gemeenteraad stelt het college met deze nota in staat om binnen kaders: - ondernemend deel te nemen aan en de regie te voeren bij de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente (actief grondbeleid); - bij gewenste ruimtelijke ontwikkelingen waarbij de gemeente niet ondernemend deelneemt, zo veel mogelijk regie te voeren door het sluiten van privaatrechtelijke overeenkomsten of door het opstellen van een exploitatieplan (faciliterend grondbeleid). De gewenste ruimtelijke ontwikkelingen zijn opgenomen in onder meer de volgende ruimtelijke visies: De Toekomstvisie “De Avance”; Centrumvisie Asten; IDOP Ommel; IDOP Heusden; Woonvisie; Landschapsontwikkelingsplan De Peel (LOP); Visie bedrijventerreinen Asten en Someren 2009-2023; Notitie de “Peelvenen”; Daarnaast worden voorbereidingen getroffen voor het opstellen van of wordt gewerkt aan de volgende ruimtelijke (structuur)visies: Structuurvisie Buitengebied in ontwikkeling; MEROS; Structuurvisie Bedrijventerreinen; Glastuinbouwvisie; Visie Bloemenwijk.

Besluitpunt(en) Hoofdstuk 1 Het doel van deze nota is om de gemeente op economisch verantwoorde wijze de gewenste ruimtelijke doelstellingen te laten realiseren zoals opgenomen in de ruimtelijke (structuur)visies van de gemeente. De gemeenteraad geeft het college met deze nota kaders om de positie en de regierol van de gemeente bij het zelf ontwikkelen en bij het faciliteren van ruimtelijke ontwikkelingen te verstevigen.

Nota grondbeleid 2010-2013 Pagina 10

2 Vormen van grondbeleid 2.1 Inleiding De gemeentelijke regierol bij het ontwikkelingsproces wordt in belangrijke mate bepaald door de gemeentelijke grondposities. De beschikbaarheid over grondvoorraad is essentieel voor de gemeente Asten om de regie te kunnen voeren bij het economisch verantwoord kunnen realiseren van gewenste ruimtelijke doelen. Een locatie kan op verschillende manieren tot ontwikkeling worden gebracht. De gemeente kan zelf ontwikkelen(2.2), de ontwikkeling overlaten aan particuliere partijen(2.3) of gezamenlijk met een marktpartij ontwikkelen, waarbij een verdeling van risico’s en resultaten wordt overeengekomen(2.4). In paragraaf 2.5 en 2.6 komt het huidige grondbeleid 2006-2009 en nieuwe grondbeleid 2010-2013 aan de orde. 2.2 Actief grondbeleid om zelf te ontwikkelen Actief grondbeleid houdt in dat de gemeente zelf de benodigde gronden verwerft, deze gronden bouwrijp maakt en vervolgens deze weer als bouwkavels uitgeeft. Met een actief grondbeleid heeft de gemeente een maximale sturende rol in locatieontwikkelingen. Daarnaast worden in beginsel alle gemaakte kosten, zoals verwervingskosten en kosten van bouwwrijp (en woonrijp) maken van de gronden, doorberekend in de gronduitgifteprijzen.

Dit vereist voldoende financiële armslag van de gemeente voor financiering van de rentelasten als gevolg van verwervingen en investeringen voor sloop, sanering, bouwen woonrijp maken en het afdekken van financiële risico’s. Daarnaast vereist een actief grondbeleid de nodige inspanningen van het ambtelijk apparaat met een actieve houding in de regierol.5 2.3 Faciliterend grondbeleid, gemeente Asten laat marktpartij ontwikkelen Faciliterend of passief grondbeleid houdt in dat de gemeente zich, als overheid, beperkt tot de regiefunctie enkel via het wel of niet verlenen van medewerking bij verzoeken om planologische maatregelen. Dit houdt in dat de gemeente de aankoop van gronden, de exploitatie en de verkoop van bouwkavels overlaat aan een particuliere partij. Ondanks dat de gemeente niet ondernemend deelneemt, is het ook bij facilitair grondbeleid van belang dat de exploitatie van de ruimtelijke ontwikkeling financieel haalbaar is. Indien in een exploitatieplan het bedrag van de aan de exploitatie verbonden kosten hoger is dan het in het exploitatieplan opgenomen bedrag van de opbrengsten van die exploitatie, kan de gemeente die kosten namelijk slechts verhalen tot maximaal het bedrag van die opbrengsten. Het is bij een faciliterend grondbeleid niet zo dat de gemeente niets doet en afwacht wat voor initiatieven er worden genomen.

De Wet ruimtelijke ordening verplicht de gemeente haar ruimtelijke visie vast te leggen in het nieuwe planfiguur, de structuurvisie. Het is heel goed mogelijk dat de gemeente een visie voor een bepaald gedeelte van de gemeente of een voor een bepaald thema heeft vastgelegd en de realisatie onder haar regie aan derden overlaat. Dit kan een keuze zijn, om de risico's van de gemeente te beperken en/of omdat de prioriteiten elders liggen. Ook de eigendomssituatie heeft invloed op deze keuze. Altijd zal de gemeente af moeten

5

In de theoretische bijlage worden de voor- en nadelen van actief grondbeleid uitvoerig behandeld. Nota grondbeleid 2010-2013 Pagina 11

wegen wat in een specifieke situatie tot het beste resultaat leidt.6 2.4 Publiek-private samenwerking De gemeente kan zelf ontwikkelen, de ontwikkeling overlaten aan particuliere partijen of gezamenlijk met een marktpartij ontwikkelen, waarbij een verdeling van risico’s en resultaten wordt overeengekomen. Er zijn vele samenwerkingsvormen te bedenken7. 2.5 Huidig grondbeleid gemeente Asten In 2006 is het huidige grondverwervingsbeleid van de gemeente Asten vastgesteld. Daarin is gekozen voor een actieve grondpolitiek. De verworven eigendommen worden gebruikt als sturingsmiddel om ruimtelijke doelen te bereiken. Dit beleid is opgesteld kort nadat De Toekomstvisie “De Avance” is vastgesteld. In dit beleid zijn concrete verwervingsrichtingen opgenomen. Dit betreffen voornamelijk verwervingsrichtingen voor voorgenomen ontwikkelingen die als zoekgebied zijn opgenomen in “De Avance”. Dit beleid heeft tot op heden geleid tot een beperkt aantal strategische aankopen. Dit zijn succesvolle aankopen geweest waardoor bijvoorbeeld de woningbouwontwikkeling op de uitleglocatie Loverbosch milieutechnisch mogelijk wordt gemaakt en grond is aangekocht om de gewenste uitbreiding in Heusden op het gebied van woningbouw mogelijk te maken. Daarnaast zijn strategische aankopen nabij de Groote Peel gedaan ten behoeve van het project Extensivering melkveehouderij/structuurverbetering van de landbouw.

Om dit “kavelruilproject” daadwerkelijk op gang te krijgen dienen meerdere gronden in dit gebied verworven te worden. 2.6 Grondbeleid gemeente Asten 2010-2013 Hierna wordt ingegaan op het actief en faciliterend grondbeleid en publiek-private samenwerking. Bij actief grondbeleid wordt tevens ingegaan op de verschillende ontwikkelthema’s zoals wonen en werken. 2.6.1 Actief grondbeleid Om op financieel economisch verantwoorde wijze de gewenste ruimtelijke doelstellingen te kunnen realiseren is de regierol van de gemeente Asten bij ruimtelijke ontwikkelingen essentieel. De gemeente Asten ziet het als haar taak om bij gewenste ruimtelijke ontwikkelingen zoals onder andere opgenomen in de Woonvisie zoveel mogelijk de regie te voeren. Het is daarom noodzakelijk om voldoende posities op de grondmarkt in te nemen. De mate waarin de gemeente de regiefunctie kan waarmaken hangt immers niet alleen af van haar onderhandelingsvaardigheden maar zeker ook van haar onderhandelingspositie. Grondeigendom kan de onderhandelingspositie in hoge mate versterken. Met een actief grondbeleid dat gericht is op de realisatie van de doelstellingen zoals weergegeven in de ruimtelijke (structuur)visies van de gemeente Asten kan de gemeente haar gestelde ruimtelijke doelstellingen beter waarborgen. Om economisch verantwoord te ontwikkelen dienen de ruimtelijke plannen minimaal kostendekkend te zijn.

Er zijn echter altijd ook ruimtelijke doelen die niet kostendekkend gerealiseerd kunnen worden en toch gewenst zijn binnen de ruimtelijke doelen. De gemeenteraad van Asten kan er voor kiezen een bestemmingsplan te 6

In de theoretische bijlage worden de voor- en nadelen van facilitair grondbeleid uitvoerig behandeld. 7 Een aantal vormen van publiek-private samenwerking komen uitvoerig aan de orde in de theoretische bijlage. Nota grondbeleid 2010-2013 Pagina 12

realiseren dat niet kostendekkend is. In een dergelijke situatie zijn er kennelijk andere redenen die zwaarder wegen dan het beginsel van kostendekkendheid. Gedacht worden aan een sociale woningbouwontwikkeling of het realiseren van een (brede) maatschappelijke voorziening in Heusden. De gemeenteraad zal trachten in een dergelijke situatie de (ontbrekende) opbrengsten uit andere ruimtelijke ontwikkelingen met een positief resultaat te financieren. De wijzen waarop dat mogelijk is komt verderop in deze nota aan de orde. Het uitgangspunt voor de gemeente Asten is om, waar mogelijk en wenselijk, actief grondbeleid te blijven voeren. Juist in de huidige conjunctuur kunnen er kansen zijn voor de gemeente Asten om succesvol strategisch te verwerven. De regels waaronder de gemeente Asten strategisch zal verwerven zijn opgenomen in het volgende hoofdstuk over de Uitvoering van het actief grondbeleid. Hierna wordt per thema ingegaan op het actieve grondbeleid voor de periode 2010-2013. 2.6.1.1 Grondbeleid thema wonen De grote woningbouwontwikkelingen die de gemeente de komende jaren zelf ontwikkeld betreffen de locaties Loverbosch en Ondergrond Smits te Heusden. Deze locaties bieden zeker de komende jaren voldoende grondvoorraad om samen met de ruimtelijke ontwikkelingen die plaatsvinden middels facilitair grondbeleid te voorzien in de woonbehoeften zoals opgenomen in de Woonvisie.

Dat wil niet zeggen dat wanneer de gelegenheid zich voordoet, er per definitie geen strategische aankoop wordt gedaan voor woningbouwontwikkelingen op lange termijn. Een strategische verwerving dient vooraf goed onderbouwd te worden. Meer daarover in het volgende hoofdstuk over de uitvoering van actief grondbeleid. Voor kerkdorp Ommel wordt momenteel onderzocht waar uitbreiding van woningbouw het meest geschikt is. Bij het tot stand komen van een ruimtelijke (structuur)visie hierover speelt het actieve grondbeleid een belangrijke rol. De gemeente voert een actief grondbeleid om ondernemend deel te nemen aan toekomstige woningbouwontwikkeling in Ommel. Bij verwervingen ten behoeve van de ontwikkeling van woningbouw dienen tevens de woonbehoeften zoals weergegeven in de Woonvisie te worden afgewogen. 2.6.1.2 Grondbeleid thema werken In de Toekomstvisie van de gemeente Asten, “De Avance” zijn meerdere globale zoekgebieden/richtingen opgenomen voor toekomstige bedrijventerreinen. De gemeente voert een actief grondbeleid voor ontwikkeling van bedrijventerreinen. Waar mogelijk zal de gemeente binnen genoemde zoekgebieden strategische aankopen doen of andere verwervingsinstrumenten inzetten. Op basis van de Bedrijventerreinenvisie, die gezamenlijk met de gemeente Someren is opgesteld, zal er op korte termijn behoefte zijn aan een nieuw bedrijventerrein in Asten.

De gemeente Asten zal in 2011 een structuurvisie Bedrijventerreinen opstellen waarin duidelijk wordt op welke locatie de gemeente een bedrijventerreinontwikkeling wil realiseren. Vooruitlopend hierop heeft de gemeente een viertal percelen boven De Stegen aangewezen zoals bedoeld in artikel 6 van de Wet voorkeursrecht gemeenten. De revitalisatie en herstructurering van bestaande bedrijventerreinen speelt hier ook een rol. Bouwen op nieuwe locaties zal daarom niet leiden tot leegloop of versobering van bestaande bedrijventerreinen in Asten. 2.6.1.3 Grondbeleid thema natuur De gemeente Asten heeft diverse natuurdoelen vastgelegd in het Landschapsnatuurplan (LOP). Dit betreffen onder meer het realiseren van boscompensatie, ecologische verbindingszones (EVZ), ecologische hoofdstructuur

Nota grondbeleid 2010-2013 Pagina 13

(EHS) en landschappelijke elementen op particulier terrein. Ook in de in voorbereiding zijnde nota Bebouwingsconcentraties buitengebied worden natuurdoelen opgenomen. De gemeente zal de komende jaren steeds op zoek blijven naar verwervingsmogelijkheden voor natuurdoelen. 2.6.1.4 Grondbeleid thema landbouw Ten behoeve van de structuurverbetering duurzame landbouw/extensivering melkveehouderij heeft de gemeente afgelopen jaren strategische aankopen gedaan. Alvorens de kavelruil daadwerkelijk op te starten dient de gemeente een grotere grondpositie te hebben binnen het projectgebied. In koopovereenkomsten waarin de gemeente pacht- en erfpachtgronden binnen het projectgebied heeft verkocht aan de pachters en erfpachters zijn daarvoor aanbiedingsplichten aan de gemeente op genomen. Om de verwervingskansen nog verder te vergroten is dit project onderdeel geworden van een groter integraal kavelruilproject waarbij ook andere doelen worden gerealiseerd zoals het aanleggen van ecologische verbindingszones. 2.6.1.5 Grondbeleid thema recreatie en toerisme Ruimtelijke ontwikkelingen op het gebied van toerisme vallen meestal onder faciliterend grondbeleid. De gemeente voert geen actief grondbeleid ten behoeve van toerisme. De gemeente heeft geen concrete locaties voor ogen voor dit thema.

In de Toekomstvisie “De Avance” en het Uitvoeringsprogramma recreatie en toerisme zijn intensieve en extensieve gebieden aangewezen voor toeristische ontwikkelingen. 2.6.1.6 Grondbeleid thema ruilgronden Verwerven ten behoeve van voorgaande thema’s heeft een grotere kans van slagen indien de gemeente Asten de eigenaren van te verwerven gronden, andere gronden kan bieden waarop dezelfde activiteiten mogen plaatsvinden. Het verwerven van zogenaamde ruilgronden draagt wel een risico met zich mee. Dit omdat niet direct op deze gronden de beoogde ruimtelijke ontwikkelingen zullen plaatsvinden. Ruilgronden zijn vaak gronden met een agrarische bestemming waar geen toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden worden voorzien en hebben daardoor relatief lage verwervingskosten in vergelijking met gronden waarop een hogere functie zoals wonen is toegestaan of wordt beoogd in een structuurvisie. De gemeente Asten zal uiterst voorzichtig omgaan met strategische verwervingen van ruilgronden. 2.6.2 Faciliterend grondbeleid De gemeente Asten voert waar mogelijk en wenselijk een actief grondbeleid om een optimale regierol te hebben bij ruimtelijke ontwikkelingen. De gemeente kan echter genoodzaakt zijn facilitair grondbeleid te voeren.

Wanneer de gemeente niet over het eigendom beschikt en onteigening in verband met zelfrealisatie niet mogelijk is zal de gemeente genoodzaakt zijn om facilitair grondbeleid te voeren. Daar waar faciliterend grondbeleid beter past of actief grondbeleid niet mogelijk is, tracht de gemeente Asten de regierol te verstevigen door gebruik te maken van de wettelijke mogelijkheden daarvoor door het aangaan van overeenkomsten over grondexploitatie of door het opstellen van een exploitatieplan. De wijze waarop de gemeente Asten uitvoering zal geven aan facilitair grondbeleid komt uitvoerig aan de orde in hoofdstuk 5 Uitvoering facilitair grondbeleid. 2.6.3 Publiek-private samenwerking (PPS) Het opzetten van een samenwerkingsvorm is voor ieder project maatwerk, waarbij ook een mengvorm van de vormen van samenwerking zoals opgenomen in de bijlage kan worden overeengekomen. Op voorhand zijn hiervoor geen principekeuzes te maken. Nota grondbeleid 2010-2013 Pagina 14

Op basis van de genoemde ontwikkelingsstrategie kan per project een toegesneden samenwerkingsconstructie worden opgezet en uitonderhandeld met marktpartijen. Daar waar passend zal de gemeente een publiek-private samenwerking aangaan. Het bouwclaimmodel heeft daarbij in zijn algemeenheid de voorkeur. Dit is eigenlijk gewoon zelf ontwikkelen met de beperking dat is vastgelegd aan wie (een gedeelte van) de bouwrijpe gronden dienen te worden uitgegeven. Een prima constructie die kan bijdragen aan het actieve grondbeleid. De gemeente Asten heeft enige ervaring met deze constructie.

Besluitpunt(en) Hoofdstuk 2 De gemeente Asten wil zo veel mogelijk regie voeren op haar ruimtelijk beleid en is zelf verantwoordelijk voor de economische uitvoerbaarheid hiervan. De gemeente Asten voert waar mogelijk en wenselijk een actief grondbeleid. Indien faciliterend grondbeleid beter geschikt is of actief grondbeleid niet mogelijk is, tracht de gemeente Asten de regierol te verstevigen door het aangaan van privaatrechtelijke overeenkomsten of door het opstellen van een exploitatieplan. Daar waar passend zal de gemeente een publiek-private samenwerking aangaan.

Nota grondbeleid 2010-2013 Pagina 15

3 Uitvoering actief grondbeleid 3.1 Inleiding De keuze voor het blijven voeren van een actief grondbeleid betekent niet, dat de gemeente ongebreideld gronden zal aankopen. Het hebben van grond dient functioneel te zijn voor uitvoeren van het ruimtelijk beleid. In dit hoofdstuk wordt eerst aandacht besteed aan de instrumenten Wet voorkeursrecht gemeenten en de Onteigeningswet. Vervolgens komen de regels voor strategisch verwerven door de gemeente Asten aan de orde. 3.2 Wet voorkeursrecht gemeenten8 Volgens de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) kan de gemeente in een aantal specifieke gevallen een voorkeursrecht tot koop op een bepaald stuk grond vestigen. De kern van deze wet is dat indien een eigenaar van gronden waarop een voorkeursrecht rust deze gronden wenst te verkopen, hij de gronden eerst aan de gemeente te koop dient aan te bieden. Na invoering van de nieuwe Wet op de ruimtelijke ordening hebben nu ook Rijk en provincie de bevoegdheid tot het vestigen van een voorkeursrecht. Dit komt voort uit het feit dat deze overheden krachtens de nieuwe wet de bevoegdheid krijgen tot het maken van projectbesluiten of inpassingsplannen. Uit onderstaand schema blijkt de werking van dit instrument. Het inzetten van dit instrument dient gelijktijdig plaats te vinden bij het vaststellen van de grondslag zoals een structuurvisie om de maximale duur van het recht te benutten.

De duur van het voorkeursrecht eindigt namelijk niet 3 jaar na het aanwijzingsbesluit maar 3 jaar na vaststelling van de grondslag zoals weergegeven in onderstaand schema. Het is raadzaam om bij ontwikkelingen waarbij de gemeente een actieve grondpolitiek wenst te voeren, er rekening mee te houden dat ambtelijk en bestuurlijk er voldoende capaciteit is om de benodigde stappen te nemen om zodoende een voorkeursrecht niet te laten vervallen. Een structuurvisie waarin veel ruimtelijke ontwikkelingen zijn opgenomen waarbij de gemeente een actieve grondpolitiek wil voeren is erg risicovol. Beter kan gekozen worden voor het te zijner tijd actualiseren van structuurvisie De Avance, die betrekking heeft op het gehele grondgebied, in een zeer abstracte vorm waarbij geen concreet afgebakende zoekgebieden worden vastgelegd. Eventueel kunnen zoekrichtingen middels een pijl of een icoon op de kaart worden aangegeven. Vervolgens zal er per thema of zelfs per ontwikkeling een structuurvisie vastgesteld worden waarin ontwikkelingen zijn beschreven waarvoor binnen drie jaar een bestemmingsplan gerealiseerd kan worden. Bovendien zal in deze structuurvisie beleid vastgelegd kunnen worden omtrent Bijdrage Ruimtelijke Ontwikkelingen zoals bedoeld in artikel 6.24 Wro.

8

In de theoretische bijlage wordt de Wet voorkeursrecht gemeente uitvoeriger behandeld.

Nota grondbeleid 2010-2013 Pagina 16

3.3 Onteigening9 In de onteigeningswet wordt uiteengezet wanneer, onder welke voorwaarden en hoe tot onteigening kan worden overgegaan. In principe is onteigening mogelijk indien: - Er urgentie bestaat; - Er noodzaak bestaat; - Het algemeen belang gediend wordt; - De grondeigenaar of rechthebbende het plan niet zelf wil of kan realiseren. Onteigening is het meest ingrijpende instrument dat een gemeente kan inzetten om uitvoering te geven aan haar grondbeleid. Het heeft immers een inbreuk op het eigendomsrecht tot gevolg. De in de Onteigeningswet opgenomen procedure is daarom met veel waarborgen omkleed. De rechtvaardiging van een dergelijke inbreuk is gelegen in het gemeenschapsbelang dat van een hogere orde moet worden geacht. Veelal wordt het onteigeningstraject ingezet als drukmiddel in het proces van minnelijke verwerving en lopen beide trajecten dus parallel. Gezien dit “tweesporenbeleid” is het zeker niet zo dat alle onteigeningsprocedures tot het einde

9

In de theoretische bijlage wordt de huidige Onteigeningswet uitvoeriger behandeld.

Nota grondbeleid 2010-2013 Pagina 17

toe worden doorgezet. In de praktijk wordt onder druk van onteigening vaak alsnog minnelijk overeenstemming bereikt. Het opstarten van een onteigeningsprocedure behoeft overigens niet te betekenen dat de gemeente in alle gevallen de grond daadwerkelijk kan onteigenen. Indien een grondeigenaar succesvol kan aantonen dat hij zelf het voorgenomen plan (bijvoorbeeld de bouw van woningen) kan realiseren kan hij de beoogde eigendomsoverdracht aan de gemeente tegenhouden. Dit beroep op zelfrealisatie moet wel realistisch zijn. Meestal slaagt dit daarom alleen als de grondeigenaar een professionele ontwikkelaar is. Op 31 maart 2010 is de Crisis- en herstelwet (Chw) in werking getreden. Met de Crisis- en herstelwet verandert de procedure voor onteigeningen op het terrein van de ruimtelijke ordening(Titel IV). In de toekomst wordt bij al dit soort onteigeningen het onteigeningsbesluit genomen door de Kroon in plaats van de gemeenteraad. De gemeente blijft wel een centrale rol spelen, want zij vragen de Kroon een onteigeningsbesluit te nemen. Door deze wijziging worden onteigeningsprocedures gestroomlijnd, meer op elkaar afgestemd en versneld. Wat in de praktijk niet verandert is de verplichte relatie tussen de onteigeningsprocedure en de planologische procedure. Met de Crisis- en herstelwet vervallen de wettelijke koppelingen tussen deze procedures.

Tijdens de behandeling van de wet in het parlement heeft het kabinet toegezegd deze ontkoppeling in de praktijk niet toe te passen. Dit gebeurt doordat de Kroon in alle onteigeningsbesluiten voorwaarden verbindt aan de onteigening, waardoor de koppelingen blijven bestaan. Met een apart wetsvoorstel zullen de koppelingen weer in de wet worden vastgelegd. 3.4 Strategisch verwerven De keuze voor het blijven voeren van een actief grondbeleid betekent niet, dat de gemeente ongebreideld gronden zal aankopen. Het hebben van grond dient functioneel te zijn voor uitvoeren van het ruimtelijk beleid. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen twee typen strategische verwervingen. 1. Verwervingen ten behoeve van een concreet ruimtelijk plan of waarbij (vertrouwelijk) bestuurlijk besloten is voor het voeren van actief grondbeleid; 2. Verwervingen ten behoeve waarvan geen concreet ruimtelijk plan aanwezig is, zogenaamde gelegenheidsaankopen. 3.4.1 Verwervingen op basis van een concreet ruimtelijk plan Indien bestuurlijk (vertrouwelijk) is besloten om ten behoeve van een concrete locatie actief grondbeleid te voeren of als er sprake is van een concreet ruimtelijk plan, zal de gemeente Asten verwerving door een particuliere partij trachten te voorkomen. Onder een concreet ruimtelijk plan wordt hier verstaan een thematische structuurvisie, een projectbesluit of een bestemmingsplan.

Dit zijn de mogelijke grondslagen voor het vestigen van een voorkeursrecht zoals bedoeld in de Wet voorkeursrecht gemeenten. De gemeente Asten zal niet schromen gebruik te maken van het instrument Wet voorkeursrecht gemeenten. Vervolgens zal de gemeente trachten de aangewezen gronden minnelijk te verwerven. Uitgangspunt is om te komen tot een minnelijke verwerving van aangewezen gronden. Indien het de gemeente Asten niet lukt om op vrijwillige basis (tijdig) een koopovereenkomst te sluiten met de eigenaar van de aangewezen gronden, zal de gemeente het instrument Onteigening inzetten. Aan “tijdig” wordt invulling gegeven door de verwerving af te stemmen op de planning van de planologische maatregel van deze ontwikkeling.

Nota grondbeleid 2010-2013 Pagina 18

3.4.2 Verwervingen zonder concreet ruimtelijk besluit Indien de gemeente Asten de gelegenheid heeft gronden strategisch te verwerven die nog niet zijn opgenomen in een concreet ruimtelijk plan (thematische structuurvisie, projectbesluit of bestemmingsplan) zal een uitvoerige onderbouwing noodzakelijk zijn. Daarbij zal een afweging gemaakt worden op basis van de te verwachten rentekosten en beheeropbrengsten gedurende de periode van grondeigendom en voor zover te ramen de uiteindelijke plankosten en uitgifteopbrengsten. Bij deze verwervingen zal het college van burgemeester en wethouders altijd een voorbehoud van goedkeuring door de gemeenteraad opnemen in de overeenkomst. 3.5 Verwervingregels voor strategische aankopen Bij strategische grondaankopen gelden de volgende regels: 1. De bevoegdheid tot het aankopen van gronden berust bij burgemeester en wethouders. Dit college kan en dient in het geval hiertoe aanleiding is, snel en adequaat te handelen. In de Gemeentewet is deze bevoegdheid vastgelegd in artikel 160, lid 1 onder e. 2.

De bevoegdheid tot het aankopen van gronden in een vroeg stadium is toegestaan, mits de strategische aankoop in verband kan worden gebracht met de ontwikkeling van toekomstig ruimtelijk beleid en ten behoeve van één of meerdere van de volgende verwervingsdoelen is: - Woningbouwontwikkeling; - Bedrijventerreinontwikkeling; - Natuur- en landschapsontwikkelingen; - Structuurverbetering duurzame landbouw; - Toeristische- of recreatieve ontwikkelingen; - Verwerving van gronden die kunnen dienen als ruilobject. 3. Om slagvaardig invulling te geven aan dit aankoopbeleid, blijft het college gemandateerd voor het realiseren van strategische grondaankopen en behoudt daarvoor een werkkrediet van maximaal € 2.000.000, -- (inclusief bijkomende kosten, waaronder deskundigenkosten van verkoper). Dit betreft een onafgedekt werkkrediet. Het is uiteraard de bedoeling dat de verworven gronden meer opbrengsten dan kosten genereren. 4. Burgemeester en wethouders leggen periodiek verantwoording af over de wijze waarop zij invulling geven aan het aankoopbeleid. In ieder geval vindt deze verantwoording plaats in de jaarrekening, paragraaf grondbeleid van de programmaverantwoording, die de gemeenteraad jaarlijks vaststelt. 5. Het is echter niet noodzakelijk dat er al een concreet ruimtelijk plan of een plan in wording voorhanden is.

Zo kan het bijvoorbeeld wenselijk zijn om gronden te kopen om in de toekomst bedrijven te kunnen verplaatsen of het verwerven van een strategische positie in een gebied. Indien er geen concreet ruimtelijk plan aanwezig is zal daarbij een uitvoerige onderbouwing noodzakelijk zijn. Daarbij zal een afweging gemaakt worden op basis van de te verwachten rentekosten en beheeropbrengsten gedurende de periode van grondeigendom en voor zover te ramen de uiteindelijke plankosten en uitgifteopbrengsten. Genoemde deskundigenkosten zijn voor rekening van de gemeente indien verworven wordt op basis van volledige schadeloosstelling. Deze deskundigenkosten zullen gemaximeerd worden middels een ambtelijk nog voor te bereiden besluit. 3.6 Stichting Streekontwikkeling de Peel Naast het genoemde werkkrediet voor strategische aankopen kan de gemeente Asten bij strategische aankopen ten behoeve van het revitaliseringproces van het platteland

Nota grondbeleid 2010-2013 Pagina 19

ook putten uit een ander budget genaamd “De Streekrekening”. De Streekrekening is een initiatief van de Reconstructiecommissie en het Streekplatform De Peel met als doel het slagvaardiger kunnen handelen bij aankoop van strategische gronden in het kader van het revitaliseringproces van het platteland en mogelijke renteverliezen op strategische verwervingen voor de aankopende gemeente te voorkomen of te beperken. De gemeente Asten en overige deelnemende gemeenten beschikken hiermee over een revolverend fonds, waar zij een beroep op kunnen doen bij het (voor-)financieren van te verwerven gronden. De gemeente Asten heeft € 750.000,-beschikbaar gesteld ten behoeve van de Streekrekening De Peel. 3.7 Bovenplans verevenen, tekortlocaties haalbaar maken Bij actief en bij faciliterend grondbeleid zal de gemeente trachten bij elke ruimtelijke ontwikkeling met een positief ontwikkelresultaat, deze ontwikkeling te laten bijdragen aan andere ook gewenste ruimtelijke ontwikkelingen met een negatief exploitatieresultaat. Bij deze zogenaamde tekortlocaties kan gedacht worden aan ontwikkeling van sociale woningbouw en (brede) maatschappelijke voorzieningen maar ook aan een landschapsnatuurplan of herstructurering van bestaande bedrijventerreinen. Bij actief grondbeleid kan hiervoor een bijdrage zijn opgenomen in de uitgifteprijs.

Bij facilitair grondbeleid zal de gemeente trachten een bijdrage door de particulier eigenaar zoals bedoeld in artikel 6.24 Wet ruimtelijke ordening overeen te komen. Voorwaarde om anterieur een dergelijke bijdrage overeen te kunnen komen met een particulier eigenaar is het opnemen van beleid hierover in de (thematische) structuurvisies. Bij actief grondbeleid heeft de gemeente Asten een optimale regierol waardoor bovenplans verevenen beter te realiseren is dan bij facilitair grondbeleid.

Nota grondbeleid 2010-2013 Pagina 20

Besluitpunt(en) Hoofdstuk 3 In de gemeente Asten gelden bij strategische grondaankopen de volgende regels: 1. De bevoegdheid tot het aankopen van gronden berust bij burgemeester en wethouders. Dit college kan en dient in het geval hiertoe aanleiding is, snel en adequaat te handelen. In de Gemeentewet is deze bevoegdheid vastgelegd in artikel 160, lid 1 onder e. 2. De bevoegdheid tot het aankopen van gronden in een vroeg stadium is toegestaan, mits de strategische aankoop in verband kan worden gebracht met de ontwikkeling van toekomstig ruimtelijk beleid en ten behoeve van één of meerdere van de volgende verwervingsdoelen is: - Woningbouwontwikkeling; - Bedrijventerreinontwikkeling; - Natuur- en landschapsontwikkelingen; - Structuurverbetering duurzame landbouw; - Toeristische- of recreatieve ontwikkelingen; - Verwerving van gronden die kunnen dienen als ruilobject. 3. Om slagvaardig invulling te geven aan dit aankoopbeleid, blijft het college gemandateerd voor het realiseren van strategische grondaankopen en behoudt daarvoor een werkkrediet van maximaal € 2.000.000, -- (inclusief bijkomende kosten, waaronder deskundigenkosten van verkoper). Dit betreft een onafgedekt werkkrediet. Het is uiteraard de bedoeling dat de verworven gronden meer opbrengsten dan kosten genereren. 4.

Burgemeester en wethouders leggen periodiek verantwoording af over de wijze waarop zij invulling geven aan het aankoopbeleid. In ieder geval vindt deze verantwoording plaats in de jaarrekening, paragraaf grondbeleid van de programmaverantwoording, die de gemeenteraad jaarlijks vaststelt. 5. Het is echter niet noodzakelijk dat er al een concreet ruimtelijk plan of een plan in wording voorhanden is. Zo kan het bijvoorbeeld wenselijk zijn om gronden te kopen om in de toekomst bedrijven te kunnen verplaatsen of het verwerven van een strategische positie in een gebied. Indien er geen concreet ruimtelijk plan aanwezig is zal daarbij een uitvoerige onderbouwing noodzakelijk zijn. Daarbij zal een afweging gemaakt worden op basis van de te verwachten rentekosten en beheeropbrengsten gedurende de periode van grondeigendom en voor zover te ramen de uiteindelijke plankosten en uitgifte opbrengsten. Bij verwervingen niet gebaseerd op een concreet ruimtelijk besluit (structuurvisie, projectbesluit, bestemmingsplan) zal het college van burgemeester en wethouders altijd een voorbehoud van goedkeuring door de gemeenteraad opnemen in de overeenkomst. Deskundigenkosten van de wederpartij bij een gemeentelijke verwerving zijn voor rekening van de gemeente indien verworven wordt op basis van volledige schadeloosstelling.

Deze deskundigenkosten zullen gemaximeerd worden middels een ambtelijk nog voor te bereiden besluit. Bij strategische aankopen ten behoeve van het revitaliseringproces van het platteland zal de gemeente Asten het daarvoor bedoelde budget “De Streekrekening” gebruiken. De gemeente Asten zal, indien gekozen voor actief grondbeleid, indien nodig, gebruikmaken van de Onteigeningswet en de Wet voorkeursrecht gemeenten. De inzet van beide instrumenten is geen doel op zich en zal telkens worden afgewogen. Nota grondbeleid 2010-2013 Pagina 21

4 Uitvoering facilitair grondbeleid 4.1 Inleiding Bij facilitair grondbeleid laat de gemeente het ontwikkelen over aan een marktpartij. Uitgangspunt daarbij is dat de gemeente en particuliere eigenaar bij een locatieontwikkeling om de tafel gaan zitten en in een privaatrechtelijke overeenkomst afspraken maken over kostenverhaal en locatie-eisen. In afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening zijn regels opgenomen over kostenverhaal en het stellen van locatie-eisen. 4.2 Kostenverhaal en locatie-eisen De nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) is op 1 juli 2008 inwerking getreden. Deze wet heeft invloed op de kostenverhaalmogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het kostenverhaal bij faciliterend grondbeleid is door de komst van deze wet in theorie vereenvoudigd. Uitgangspunt van de wet is dat de gemeente kostenverhaal moet toepassen. Voorheen mocht de gemeente enkel de kosten verhalen die in de gemeentelijke exploitatieverordening waren opgenomen. Sinds 1 juli 2008 moet de gemeente onder voorwaarden de kosten verhalen die zijn opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De exploitatieverordening heeft de gemeenteraad van Asten daarom in oktober 2008 ingetrokken. De nieuwe wet onderscheidt een tweetal sporen voor ontwikkelingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=6d927f5e-d58f-470c-82c4-9491a5cf9e0f