CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

GR23.07.14C Planregels Asten Verzamelplan 2022-2 met bijlagen.pdf

Gemeenteraad 4 juli 2023, gemeente AstenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Asten Verzamelplan 2022-231.397 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Asten Verzamelplan 2022-2 Regels Vastgesteld NL.IMRO.0743.BP02022006-VS01

1

INHOUD HOOFDSTUK 1

INLEIDENDE REGELS............................................................... 4

Toepassingsbereik ............................................................................ 4 Begrippen ....................................................................................... 6 Wijze van meten .............................................................................18 HOOFDSTUK 2

Artikel 18

BESTEMMINGSREGELS .......................................................... 19

Agrarisch .......................................................................................19 Agrarisch – Agrarisch bedrijf .............................................................22 Agrarisch met waarden ....................................................................37 Bedrijf - 2 ......................................................................................45 Bedrijf - Agrarisch verwant ...............................................................52 Bedrijf – Verkooppunt Motorbrandstoffen zonder lpg ...........................60 Bedrijventerrein ..............................................................................63 Groen ............................................................................................73 Recreatie .......................................................................................74 Sport - Golfaccommodatie ................................................................85 Verkeer ..........................................................................................90 Wonen ...........................................................................................91 Leiding - Water ...............................................................................98 Waarde – Archeologie 2 .................................................................

100 Waarde – Archeologie 3 ................................................................. 103 Waterstaat - Waterlopen ................................................................ 107

ALGEMENE REGELS ......................................................................................... 108 Anti-dubbeltelregel ........................................................................ 108 Algemene bouwregels .................................................................... 109 Algemene gebruiksregels ............................................................... 111 Algemene aanduidingsregels .......................................................... 112 Algemene afwijkingsregels ............................................................. 116 Algemene wijzigingsregels .............................................................. 119 Overige regels .............................................................................. 120 HOOFDSTUK 3

OVERGANGS- EN SLOTREGELS ............................................ 121

Overgangsrecht ............................................................................ 121 Slotregel ...................................................................................... 121 BIJLAGEN

122

Bijlage 1: Staat van bedrijfsactiviteiten Bijlage 2: Beplantingsplan Ommelse Bos 3 Bijlage 3: Beplantingsplan Gezandebaan 46a Bijlage 4: Beplantingsplan Vaalbaan 1 Bijlage 5: Beplantingsplan Tureluurweg 7 Bijlage 6: Beplantingsplan Deurneseweg 24

2

Bijlage 7: Beplantingsplan Kennisstraat 2 Bijlage 8: Reparatie-beplantingsplan Kruisbaan 1 Bijlage 9: Reparatie-beplantingsplan Meijelseweg 45 Bijlage 10: Reparatie-beplantingsplan Meijelseweg 53 Bijlage 11: Reparatie-beplantingsplan Pijlstaartweg 5 Bijlage 12: Reparatie-beplantingsplan Sperwerstraat 10 Bijlage 13: Reparatie-beplantingsplan Waardjesweg 88 Bijlage 14: Reparatie-beplantingsplan Zeilhoekweg 2 Bijlage 15: Reparatie-beplantingsplan Reeweg 3

3

HOOFDSTUK 1

INLEIDENDE REGELS

Toepassingsbereik 1.1 Reikwijdte Dit bestemmingsplan herziet de regels van alle bestemmingsplannen, wijzigingsplannen en beheersverordeningen gelegen binnen het plangebied van dit bestemmingsplan op de manier zoals omschreven in hoofdstuk 1, 2 en 3 van dit bestemmingsplan. Voor het overige blijven de regels en verbeeldingen van alle onderliggende bestemmingsplannen (waaronder verzamel- en veegplannen), wijzigingsplannen en beheersverordeningen onverminderd van toepassing. 1.2 Nieuwe beplantingsplannen Ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone – nieuw beplantingsplan’ van dit bestemmingsplan geldt dat: a. het beplantingsplan dat in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Asten 2016’ (NL.IMRO.0743.BP02016002-VS02) is opgenomen voor de locatie Kruisbaan 1 wordt vervangen door het beplantingsplan uit bijlage 8 van voorliggend bestemmingsplan; b. het beplantingsplan dat in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Asten 2016’ (NL.IMRO.0743.BP02016002-VS02) is opgenomen voor de locatie Meijelseweg 45 wordt vervangen door het beplantingsplan uit bijlage 9 van voorliggend bestemmingsplan; c.

het beplantingsplan dat in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Asten 2016’ (NL.IMRO.0743.BP02016002-VS02) is opgenomen voor de locatie Meijelseweg 45 wordt vervangen door het beplantingsplan uit bijlage 10 van voorliggend bestemmingsplan; het beplantingsplan dat in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Asten 2016’ (NL.IMRO.0743.BP02016002-VS02) is opgenomen voor de locatie Meijelseweg 53 wordt vervangen door het beplantingsplan uit bijlage 11 van voorliggend bestemmingsplan; d. het beplantingsplan dat in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Asten 2016’ (NL.IMRO.0743.BP02016002-VS02) is opgenomen voor de locatie Pijlstaartweg 5 wordt vervangen door het beplantingsplan uit bijlage 12 van voorliggend bestemmingsplan; e. het beplantingsplan dat in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Asten 2016’ (NL.IMRO.0743.BP02016002-VS02) is opgenomen voor de locatie Sperwerstraat 10 wordt vervangen door het beplantingsplan uit bijlage 13 van voorliggend bestemmingsplan; f. het beplantingsplan dat in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Asten 2016’ (NL.IMRO.0743.BP02016002-VS02) is opgenomen voor de locatie Waardjesweg 88 wordt vervangen door het beplantingsplan uit bijlage 14 van voorliggend bestemmingsplan; g.

het beplantingsplan dat in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Asten 2016’ (NL.IMRO.0743.BP02016002-VS02) is opgenomen voor de locatie Zeilhoekweg 2 wordt vervangen door het beplantingsplan uit bijlage 15 van voorliggend bestemmingsplan;

4

h. het beplantingsplan dat in het bestemmingsplan ‘Asten Verzamelplan 2019-1 (herstelbesluit)’ (NL.IMRO.0743.BP02019001-VS02) is opgenomen voor de locatie Reeweg 3 wordt vervangen door het beplantingsplan voor deze locatie uit bijlage 16 van voorliggend bestemmingsplan; i. voor het overige blijven de regels uit alle onderliggende bestemmingsplannen (waaronder verzamel- en veegplannen), wijzigingsplannen en beheersverordeningen onverminderd van toepassing, waaronder de regels ten aanzien van de aanleg en instandhouding van landschapsmaatregelen (beplantingsplannen).

5

Begrippen 2.1 plan Het bestemmingsplan Asten Verzamelplan 2022-2 met identificatienummer NL.IMRO.0743.BP02022006-VS01 van de gemeente Asten. 2.2 bestemmingsplan De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 2.3 verbeelding De kaart met bijbehorende verklaring, waarop de bestemmingen en aanduidingen van de in het plan begrepen gronden zijn aangewezen. 2.4 aanduiding Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 2.5 aangebouwd bijgebouw Een uitbreiding van het hoofdgebouw, die wat afmetingen betreft ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en in functioneel opzicht geen deel uitmaakt van het hoofdgebouw zoals garages, hobbyruimten, schuurtjes, huishoudelijke berg- en werkruimten en tuinhuisjes. 2.6 aan huis gebonden/verbonden bedrijf Het bedrijfsmatig verlenen van diensten of het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, waarvan de aard, omvang en uitstraling zodanig zijn, dat de activiteit ter plaatse, in de woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen kan worden uitgeoefend en de desbetreffende bedrijvigheid een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie. Onder een aan huis gebonden bedrijf worden hier eveneens begrepen consument verzorgende activiteiten.

2.7 aan huis gebonden/verbonden beroep: De uitoefening van een beroep aan huis op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen terrein, waarbij er geen sprake is van een verkeersaantrekkende werking en de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt; kappers, schoonheidsspecialisten vallen vanwege de verkeersaantrekkende werking niet onder het begrip aan huis verbonden beroep. 2.8 afhankelijke woonruimte Een bijgebouw bij een woning, dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met die woning en waar een gedeelte van de huishouding, zoals gehuisvest in die woning, uit een oogpunt van mantelzorg is ondergebracht. 2.9 agrarisch bedrijf Inrichting die tot een, krachtens artikel 1.1, derde lid, Wet milieubeheer, aangewezen categorie behoort en die is gericht op het voortbrengen van producten door het telen van gewassen of door het houden van dieren. Onder agrarische bedrijven worden tevens

6

begrepen boomteeltbedrijven, sierteeltbedrijven, paardenhouderijen en insectenkwekerijen. 2.10 agrarisch grondgebruik Gebruik van grond dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of door middel van het houden van dieren. 2.11 agrarisch technisch hulpbedrijf Bedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het leveren van goederen en diensten aan agrarische bedrijven of dat agrarische producten bewerkt, vervoert of verhandelt, zoals loonwerkbedrijven, bedrijven voor mestopslag en handel, veetransport en veehandel, met uitzondering van mestbewerking. 2.12 agrarisch verwant bedrijf Bedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het verlenen van diensten aan particulieren of niet-agrarische bedrijven waarbij gebruik gemaakt wordt van het telen van gewassen, het houden van dieren of het toepassen van andere land-, bos- of natuurbouwkundige methoden, met uitzondering van mestbewerking. 2.13

ambacht(elijke)

het bedrijfsmatig, geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen, bewerken of herstellen en het installeren van goederen, alsook het als ondergeschikte activiteit verkopen en/of leveren van goederen die verband houden met het ambacht. 2.14 archeologisch deskundige Professioneel archeoloog die voldoet aan de kwalificaties van de geldende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. 2.15 archeologisch onderzoek Diverse vormen van onderzoek naar de archeologische waarden binnen een plangebied, uitgevoerd volgens de geldende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. 2.16 archeologische waarden Oudheidkundige waarden, in de vorm van archeologische relicten in hun oorspronkelijke context. Zowel grote complexen / structuren zoals nederzettingsterreinen, als afzonderlijke vondsten kunnen met deze term worden aangeduid. 2.17 bebouwing Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 2.18 bebouwingsconcentratie Een lijnvormige verzameling van gebouwen langs een weg, doorgaans dubbelzijdig aanwezig, dan wel een vlakvormige verzameling van gebouwen bij een kruispunt van wegen in het buitengebied, veelal met een historisch gegroeide menging van kleinschalige buitengebied- en niet-buitengebiedfuncties.

7

2.19 bed & breakfast Een nevenactiviteit met als doel het verstrekken van logies en ontbijt, door het beschikbaar stellen van slaap- en sanitaire ruimten, aan steeds wisselend publiek dat voor een korte periode, namelijk één tot enkele nachten, ter plaatse verblijft. Onder bed & breakfast wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid. 2.20 bedrijfsactiviteiten Handelingen en werkzaamheden die plaatsvinden in het kader van de uitoefening van een bedrijf. 2.21 bedrijfsgebouw Een gebouw dat dient voor de uitoefening van één of meer bedrijfsactiviteiten. 2.22 bedrijfswoning Een woning, in of bij een gebouw of op een terrein, bedoeld voor (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting daar gelet op de bestemming noodzakelijk moet worden geacht. 2.23

bedrijfsverzamelgebouw

een gebouw waarin het uitoefenen van bedrijvigheid (waaronder industriële en ambachtelijke en met uitzondering van (maatschappelijke) dienstverlening en kantoren) wisselend kan worden uitgeoefend, waarbij de ruimtelijke uitstraling gelijk is als ware het één bedrijf. 2.24 bestaande bebouwing Bebouwing, zoals die bestaat, en rechtens mag bestaan, op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerpplan. 2.25 bestaande oppervlakte dierenverblijf Het gebouw, inclusief inpandige voorzieningen, dat gebruikt mag worden voor het houden van hokdieren krachtens een omgevingsvergunning milieu, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder e, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of de omgevingsvergunning beperkte milieutoets, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder i, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of melding, bedoeld in artikel 1.10 Activiteitenbesluit milieubeheer. 2.26 bestemmingsgrens De grens van een bestemmingsvlak. 2.27 bestemmingsvlak Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 2.28 bevoegd gezag bestuursorgaan dat ingevolge de Wabo bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning.

8

2.29 bijgebouw (aangebouwd of vrijstaand) Een gebouw, al dan niet tegenaan gebouwd, behorende bij een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw, dat zich daarvan door zijn constructie of geringere afmetingen visueel onderscheidt. 2.30 bijgebouwgrens De grens van de aanduiding ‘bijgebouwen’. 2.31 bodemingreep Alle grondwerkzaamheden / activiteiten die een bodemverstorende werking kunnen hebben op het aanwezige archeologisch bodemarchief. 2.32 bos Elk terrein waarop bosbouw wordt uitgeoefend, zijnde het geheel van bedrijfsmatig handelen en activiteiten gericht op de duurzame instandhouding en ontwikkeling van bestaande en nieuwe bossen ten behoeve van (een of meerdere van de functies) natuur, houtproductie, landschap, milieu (waaronder begrepen waterhuishouding) en recreatie. 2.33 bouwen Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 2.34 bouwgrens De grens van een bouwvlak. 2.35 bouwlaag Doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd. 2.36 bouwperceel Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

2.37 bouwvlak Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 2.38 bouwwerk Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct, hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren. 2.39 carport/overkapping Een bouwwerk, geen gebouw zijnde met tenminste een dak en niet of slechts aan één zijde voorzien van een wand, bestaande wanden van overige gebouwen niet meegerekend.

9

2.40 cultuurhistorische waarde De aan het bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of dat gebied, zoals dat onder meer tot uitdrukking komt in de beplanting, het reliëf, de verkaveling, het sloten- of wegenpatroon en/of de architectuur. 2.41 dagrecreatie Activiteiten ter ontspanning in de vorm van sport, spel, toerisme en educatie, waarbij overnachting niet is toegestaan. Huifkarren worden hier mede onder begrepen. 2.42 detailhandel Bedrijfsmatig te koop/huur aanbieden, waaronder begrepen het uitstallen ten verkoop/verhuur, het verkopen, verhuren en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen/huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 2.43 dierenverblijf Een bouwwerk dat gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning milieu, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder e, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of de omgevingsvergunning beperkte milieutoets, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder i, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of melding, bedoeld in artikel 1.10 Activiteitenbesluit milieubeheer.

2.44 dienstverlening: Het verrichten van diensten in een vorm die voor wat betreft ruimtelijke uitstraling vergelijkbaar is met detailhandel en waarbij een rechtstreekse relatie bestaat met het publiek zoals reisbureaus, bankinstellingen, postkantoren, verzekerings- en/of administratiekantoren, makelaarskantoren, advocaten- en/of notariskantoren, uitzendbureaus, apotheken, praktijkvestigingen voor tandtechniek, kapsalons, schoonheidssalons, nagelstudio’s, schoenmakerijen, kleermakerijen en video-/dvdverhuurbedrijven, fotostudio’s en hondentrimsalons. 2.45 evenement Een activiteit in de openlucht, dan wel in al dan niet tijdelijke tenten of paviljoens, gericht op het bereiken van een algemeen of besloten publiek voor informerende, educatieve, culturele en/of levensbeschouwelijke doeleinden. 2.46 erker Kleine toevoeging van één bouwlaag aan de gevel van een gebouw, op de begane grond, meestal uitgevoerd in metselwerk, hout en glas. 2.47 extensief recreatief medegebruik Vormen van natuurvriendelijke recreatie welke in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen en fietsen. 2.48 gebouw Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

10

2.49 geschakelde woning Woning, waarvan het hoofdgebouw door middel van een bijgebouw verbonden is aan een ander hoofdgebouw en waarbij één zijgevel van het hoofdgebouw in de zijdelingse perceelsgrens wordt gebouwd. 2.50 gestapelde-/meergezinswoningen: Een gebouw dat meerdere naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden. 2.51 glastuinbouwbedrijf Een bedrijf, dat is gericht op het telen van gewassen door in hoofdzaak gebruik te maken van permanente kassen of tunnels. 2.52 groenblauwe mantel In de Verordening ruimte als zodanig aangewezen gebieden die grenzen aan de NNB, de ecologische verbindingszone of het zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen, en deze verbinden, zijnde gebieden met overwegend grondgebonden agrarisch gebruik en belangrijke nevenfuncties voor natuur en water. 2.53 halfvrijstaande woning Een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van twee via de hoofdgebouwen verbonden woningen. 2.54 hobbymatig agrarisch gebruik Het gebruik door de bewoner(s) van een (bedrijs)woning van de (bedrijfs)woning met bijgebouw(en) tot maximaal 200 m2 en bijhorende gronden ten behoeve van agrarische activiteiten in een omvang die niet als bedrijfsmatig kan worden beschouwd.

2.55 hoofdgebouw Gebouw, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 2.56 horeca Het bedrijfsmatig verstrekken van dranken of etenswaren voor gebruik ter plaatse, het bedrijfsmatig bieden van hotel- of groepsaccommodatie of het bedrijfsmatig bieden van feest-, congres- of vergaderfaciliteiten, één en ander al dan niet in combinatie met elkaar. 2.57 huishouden Eén of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren, waarbij sprake is van continuïteit in samenstelling en onderlinge verbondenheid. 2.58 inpandige statische opslag Het in een gebouw bergen van goederen, die geen regelmatige verplaatsing behoeven, zoals (antieke) auto’s, boten en caravans. De opslag mag niet bestemd zijn voor de handel en/of worden opgeslagen voor een elders gevestigd niet-agrarisch bedrijf.

11

2.59

intensieve veehouderij

agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in gebouwen plaatsvindt en gericht is op het houden van dieren, zoals rundveemesterij, varkens-, vleeskalver- of pelsdierhouderij of een combinatie van deze bedrijfsvormen, alsmede naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsvormen. Een geiten- en schapenhouderij, pluimveehouderij en vleeskuikenhouderij vallen niet onder de definitie van een intensieve veehouderij. 2.60

internetwinkel

het verkopen van goederen via internet, waarbij de goederen elders worden bezorgd en waarbij geen sprake is van publieksgerichte activiteiten, zoals afhaalpunten, voor publiek toegankelijke winkelruimtes of showrooms. 2.61

kantoor

een ruimte, of bij elkaar horende ruimten, bedoeld om voornamelijk te worden gebruikt voor administratieve werkzaamheden. ter verduidelijking: kantoren kunnen worden onderscheiden in kantoren met en zonder een baliefunctie. 2.62 kas Agrarisch bedrijfsgebouw waarvan de wanden en het dek voornamelijk bestaan uit glas of een ander lichtdoorlatend materiaal en dienend voor de productie van gewassen onder geconditioneerde klimaatomstandigheden waaronder mede begrepen een schuurkas of een permanente tunnel- of boogkas hoger dan 1,5 meter. 2.63 kwaliteitsverbetering van het landschap Een fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap, cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied of de omgeving. 2.64 landschapselementen De verzameling van landschappelijke beplantingen en natuurelementen. 2.65 mantelzorg Het anders dan bedrijfsmatig bieden van zorg en-of ondersteuning aan een of meer personen die hulpbehoevend is of zijn op fysiek, psychisch en-of sociaal vlak voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie. 2.66 milieucategorie Milieucategorie zoals omschreven in de VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering (2009). 2.67 minicamping Een kleinschalig kampeerterrein als nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf of een burgerwoning.

12

2.68 natuurwaarde De aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door geologische, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang. 2.69 nevenactiviteit Een bedrijfs- of beroepsmatige activiteit die in ruimtelijk, functioneel en inkomenswervend opzicht duidelijk ondergeschikt is aan de ingevolge dit bestemmingsplan toegestane hoofdfunctie op een bouwblok of bestemmingsvlak. 2.70 omschakeling Geheel of gedeeltelijk overstappen van de ene agrarische bedrijfsvorm naar de andere agrarische bedrijfsvorm. 2.71 ondersteunende horeca Een horecavoorziening binnen een bestemming waarvan de functie een andere dan horeca is maar waar men uitsluitend ten behoeve van de hoofdfunctie een ruimte specifiek heeft ingericht voor de consumptie van drank en etenswaren. 2.72 ondersteunende recreatieve voorzieningen voorzieningen ten behoeve van het recreatieterrein als geheel, zijden sanitaire voorzieningen en tuinhuis, niet zijnde geurgevoelig. 2.73 oppervlakte bodemingreep het bebouwde (bruto) oppervlak als het gaat om bovengrondse ontwikkelingen en het oppervlak van een bodemingreep vanaf maaiveld als het gaat om bodemingrepen in het kader van de procedure omgevingsvergunning. 2.74 overig bouwwerk Een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

2.75 paardenhouderij Een uit bedrijfseconomisch oogmerk opgezette houderij voor paarden die uitsluitend of in hoofdzaak is gericht op het fokken, trainen, africhten en verhandelen van paarden, waarbij tevens als ondergeschikte nevenactiviteit is toegestaan het geven van instructie aan ruiter en paard. Hierbij zijn publieks- en/of verkeersaantrekkende activiteiten niet toegestaan. 2.76 peil a. Voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. Voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van de hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw.

13

2.77

perifere detailhandel

detailhandel die over het algemeen moeilijk inpasbaar is of minder wenselijk wordt geacht in bestaande winkelgebieden en woongebieden vanwege de volumineuze aard en de bevoorrading, waaronder detailhandel in de volgende categorieën: 

detailhandel in abc- goederen, zoals auto's, boten, motoren, caravans en tenten, aanhangwagens, landbouwwerktuigen en daarmee rechtstreeks samenhangende artikelen, zoals accessoires, onderhoudsmiddelen, onderdelen en materialen;

detailhandel in volumineuze goederen, zoals auto's, keukens, badkamers, boten, motoren, caravans en tenten, aanhangwagens, landbouwwerktuigen en grove bouwmaterialen en daarmee rechtstreeks samenhangende artikelen, zoals accessoires, onderhoudsmiddelen, onderdelen en materialen;

grootschalige meubelbedrijven, in combinatie met aan de bedrijfsvoering ondergeschikte woninginrichting en stoffering tot maximaal 10% van het verkoopvloeroppervlak van de winkel met een maximum van 100 m²;

bouwmarkten.

2.78 pluimveehouderij Een agrarisch bedrijf waar vogels worden gehouden voor vlees of eieren, zoals bijvoorbeeld kippen, kalkoenen, eenden, ganzen en/of parelhoenders. 2.79 referentiesituatie stikstof De feitelijke, planologisch legale situatie voorafgaand aan de vaststelling van dit bestemmingsplan. 2.80

postorderbedrijf

het bedrijfsmatig verkopen van goederen die uitsluitend worden verkocht door middel van een schriftelijke en/of elektronische opdracht, waarbij de goederen elders worden bezorgd en waarbij geen sprake is van publieksgerichte activiteiten, zoals afhaalpunten, voor publiek toegankelijke winkelruimtes of showrooms. 2.81

recreatiewoning

een woning of enig ander verblijf, een bouwwerk zijnde, dat blijkens de inrichting geschikt is voor tijdelijk recreatief nachtverblijf. 2.82

routegebonden horeca:

een vorm van kleinschalige horeca, die wordt aangeboden als nevenfunctie bij een recreatieve hoofdfunctie, waar aan passanten vanuit de bestaande bebouwing dranken en versnaperingen worden verstrekt. 2.83 ruimtelijke ontwikkeling Bouwactiviteiten en planologische gebruiksactiviteiten waarvoor op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en het Besluit omgevingsrecht een omgevingsvergunning is vereist.

14

2.84 rundveehouderij Een agrarisch bedrijf waar rundvee wordt gehouden voor de productie van melk en/of vlees. 2.85 seksinrichting De voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waar in bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, parenclub en (raam)prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. 2.86 sport- en spelactiviteiten Niet-permanente activiteiten die in de buitenlucht plaatsvinden, gericht op vermaak of ontspanning waarbij in hoofdzaak van zwaartekracht of van fysieke kracht van de mens gebruik wordt gemaakt, met uitzondering van lawaaisporten. 2.87 stedenbouwkundig beeld Ruimtelijke verschijningsvorm van de bestaande bebouwing, die wordt bepaald door de situering, de aansluitende terreinen, de bouwmassa’s, de gevelindeling en de dakvormen. 2.88 stedenbouwkundige structuur Het door de omvang, de vorm en de situering van de bouwmassa’s bepaald beeld inclusief het ter plaatse door de infrastructuur, de begroeiing en andere door de mens aangebrachte (kunstmatige) elementen gevormd beeld.

2.89 straatmeubilair Verkeersgeleiders, rampalen/amsterdammertjes, verkeersborden, brandkranen, lichtmasten, vlaggenmasten, informatieborden, zitbanken, bloembakken, papier-, glasen andere inzamelbakken, toegangsconstructies voor ondergrondse voorzieningen, kunstwerken, speeltoestellen en draagconstructies voor reclame, telefooncellen, abri’s en kleinschalige bouwwerken ten behoeve van (openbare) nutsvoorzieningen en daarmee vergelijkbare objecten. 2.90 streekgebonden producten Producten, gemaakt met grondstoffen die als streekeigen worden beschouwd en/of volgens streektraditie geteelde producten, en/of producten die volgens een specifieke bereidingswijze of receptuur van een bepaalde regio worden geproduceerd. 2.91 teeltondersteunende voorziening Voorzieningen in, op of boven de grond, die door agrarische bedrijven met plantaardige teelten alsmede in volkstuinen worden gebruikt om de productie onder meer gecontroleerde omstandigheden te laten plaatsvinden. Te onderscheiden zijn de volgende categorieën: a. laag/ tijdelijk: teeltondersteunende voorzieningen met een hoogte van maximaal 1,5 m, uitsluitend toegestaan zolang de teelt het vereist met een maximum van 6 maanden, bijvoorbeeld insectengaas, afdekfolies, lage tunnels; b.

hoog/ tijdelijk: teeltondersteunende voorzieningen met een hoogte van minimaal 1,5 m, uitsluitend toegestaan zolang de teelt het vereist met een maximum van 6

15

maanden, bijvoorbeeld menstoegankelijke wandelkappen, schaduwhallen en hagelnetten; c. permanent: teeltondersteunende voorzieningen met een permanent karakter, bijvoorbeeld containervelden, stellingenteelt (bakken in stellingen, regenkappen) en teeltondersteunende kassen (met inbegrip van tunnel of boogkassen). 2.92 trekkershut een klein vrijstaand gebouw, zonder eigen sanitaire voorzieningen, bestemd voor verhuur voor recreatieve doeleinden in de vorm van verblijfsrecreatie aan steeds wisselende wandelaars, fietsers, ruiters, kanoërs of autogebruikers, waarbij verhuur aan dezelfde personen maximaal 3 dagen/nachten mag zijn. 2.93 tunnel Een werk of bouwwerk voorzien van een bedekking van lichtdoorlatend materiaal en dienend tot het kweken, trekken, vermeerderen, opkweken of verzorgen van vruchten, bloemen, groenten, planten of bomen, alsmede in voorkomende gevallen tot bescherming van de omgeving tegen milieubelastende stoffen. 2.94 veehouderij Agrarisch bedrijf gericht op het fokken, mesten en houden van runderen, varkens, schapen, geiten, pluimvee, tamme konijnen en pelsdieren. Een paardenhouderij wordt niet aangemerkt als veehouderij.

2.95 verblijfsrecreatie Recreatie in ruimten welke zijn bestemd of opgericht voor recreatief nachtverblijf, zoals een recreatiewoning, groepsaccommodatie, pension, bed & breakfast, kampeermiddel of trekkershut door personen die hun hoofdwoonverblijf elders hebben. 2.96 verkoopvloeroppervlak De voor het publiek zichtbare en toegankelijke winkelruimte ten behoeve van de detailhandel. 2.97 vloeroppervlak(te) De totale oppervlakte, gemeten op vloerniveau, die voor een functie wordt gebruikt. 2.98 voorgevelrooilijn De denkbeeldige lijn, evenwijdig aan de as van de weg waaraan gebouwd wordt, op een afstand van de weg die: a. gelijk is aan de in de regels voorgeschreven afstand van gebouwen uit de as van de weg op het betreffende bouwperceel; b. gelijk is aan de afstand van bestaande gebouwen tot de as van de weg op het betreffende bouwperceel, indien die afstand kleiner is dan de in de regels voorgeschreven afstand. 2.99 vrijstaande woning Een woning, waarvan het hoofdgebouw hoogstens door middel van de bijgebouwen met een andere woning verbonden is en waarvan geen van beide zijgevels van het hoofdgebouw in de zijdelingse perceelsgrens staan.

16

2.100 Wabo De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht welke op 1 oktober 2010 in werking is getreden. 2.101 waterhuishoudkundige voorzieningen Voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en/of waterkwaliteit zoals sluizen, duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc. 2.102 wonen/woondoeleinden Het gebruik van een woning conform de begripsomschrijving van ‘woning of wooneenheid’, met als doel daar permanent te verblijven. 2.103 woning/wooneenheid Een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. 2.104 woonboerderij Een (voormalige) agrarische bedrijfswoning met in de bouwmassa opgenomen (voormalige) agrarische bedrijfsruimten, die samen een geïntegreerde eenheid (bouwkarakteristiek waarbij woon- en bedrijfsgedeelte van oudsher aan elkaar verbonden zijn) vormen. 2.105 zorgvuldige omgevingsdialoog Het voeren van overleg over (de voorbereiding van) een plan met omwonenden en/of direct betrokkenen door de initiatiefnemer. Zorgvuldig wil zeggen dat inzicht wordt gegeven in de wensen van de omgeving in relatie tot het plan, maar niet dat alle partijen het met elkaar eens moeten zijn.

2.106 zorgvuldige veehouderij Veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.

17

Wijze van meten 3.1 afstand tot de zijdelingse perceelsgrens/bestemmingsgrens De kortste afstand van het verticale vlak in de zijdelingse perceelsgrens/bestemmingsgrens tot enig punt van het op dat bouwperceel voorkomende bouwwerk. 3.2 de dakhelling Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 3.3 de goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 3.4 de inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 3.5 de bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 3.6 de oppervlakte van een bouwwerk Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 3.7 de lengte, breedte en diepte van een bouwwerk Horizontaal tussen de buitenzijde van de gevels, draagconstructies of het hart van de scheidsmuren. 3.8 de hoogte van een windturbine Vanaf het peil tot aan de as van de windturbine.

18

HOOFDSTUK 2

BESTEMMINGSREGELS

Agrarisch 4.1

Bestemmingsomschrijving

4.1.1 Algemeen De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarisch grondgebruik; b. extensief recreatief medegebruik; met de daarbij behorende: c. doeleinden van openbaar nut; d. groenvoorzieningen; e. verhardingen; f. waterhuishoudkundige voorzieningen; g. voortuinen aansluitend aan en behorend bij (bedrijfs)woningen binnen de aangrenzende bestemmingen; met dien verstande dat: h. het gehele bestemmingsvlak mag worden gebruikt ten behoeve van extensief recreatief medegebruik, waarbij ter ondersteuning van dit medegebruik beperkte recreatieve voorzieningen zijn toegestaan zoals paden, banken, picknicktafels, bewegwijzering e.d. 4.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 26.3. 4.2

Bouwregels

4.2.1 Toegestane bebouwing Uitsluitend zijn toegestaan bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van deze bestemming, met dien verstande dat: a. het oprichten van sleufsilo's niet is toegestaan; b. ten behoeve van het extensief recreatief medegebruik is uitsluitend het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in de vorm van banken, picknicktafels e.d. is toegestaan; c. het oprichten van paardenbakken niet is toegestaan. 4.2.2 Maatvoering Voor het oprichten van bouwwerken, geldt het volgende: a. uitsluitend mogen worden opgericht bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming, met inbegrip van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen in de vorm van wandelkappen, hagelschermen en schaduwhallen, met een maximale bouwhoogte van 2,5 m (indien en voor zover er sprake is van een bouwwerk) alsmede boomteelthekken;

19

b. in afwijking van het bepaalde onder a. mag de bouwhoogte van erf- en perceelsafscheidingen maximaal 1,5 m bedragen; c. bestaande permanente teeltondersteunende voorzieningen worden geacht te voldoen aan het plan. Nieuwe permanente teeltondersteunende voorzieningen zijn niet toegestaan; d. ten behoeve van het extensief recreatief medegebruik mag de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde maximaal 2 m bedragen. 4.3

Afwijken van de bouwregels

4.3.1 Hoogte erfafscheiding Bevoegd gezag kan met omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.2.2 teneinde voor erf- en perceelsafscheidingen een grotere bouwhoogte toe te staan tot maximaal 3 m. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a. de grotere bouwhoogte is noodzakelijk om dieren binnen de wei te houden; b. de erf- en perceelsafscheidingen zijn uitsluitend toegestaan in de vorm van afrasteringen; c. het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast; d. de met omgevingsvergunning verleende afwijking leidt niet tot een onevenredige aantasting van de in 4.1 omschreven doeleinden. 4.4 Specifieke gebruiksregels In ieder geval geldt als strijdig met de bestemming gebruik en/of laten gebruiken van: a. gronden en/of opstallen voor het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest; b. gronden en/of opstallen voor het bedrijfsmatig vervaardigen, opslaan, verwerken of herstellen van goederen en het opslaan en be- of verwerken van producten, tenzij dit plaatsvindt ten behoeve van de agrarische productie binnen het agrarisch bedrijf dan wel uitsluitend betrekking heeft op agrarische producten van het eigen bedrijf; c. gronden en/of opstallen voor detailhandel; d. gronden voor buitenopslag; e. gronden en/of opstallen woondoeleinden. 4.5

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

4.5.1 Verbod Het is verboden op de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de in het schema onder 4.5.4 opgenomen vergunningplichtige werken en werkzaamheden uit te (doen) voeren. 4.5.2 Uitzonderingen Het onder 4.5.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden: a. waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden is verleend; b. welke ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan in uitvoering waren op grond van voorgaand bestemmingsplan; c. welke betreffen het normale onderhoud en/of landschapsbeheer.

20

4.5.3 Voorwaarden omgevingsvergunning De in 4.5.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien na een belangenafweging blijkt dat er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de doeleinden als opgenomen in 4.1. Ten behoeve van de belangenafweging zijn in het schema onder 4.5.4 de toetsingscriteria weergegeven. 4.5.4

Vergunningsplichtige werken/werkzaamheden

criteria voor vergunningverlening het aanbrengen van 1. het aanbrengen van de leidingen mag niet leiden (infrastructurele) ondergrondse tot onevenredige aantasting van de agrarische leidingen belangen; 2. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de landschappelijke waarden het aanleggen van 1. de aanleg van het waterbassin / waterberging is waterbassins / noodzakelijk in het kader van agrarische waterbergingen bedrijfsvoering; 2. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de landschappelijke waarden. Aantasting kan worden voorkomen door zorgvuldige inplanting; 3. er mag geen aantasting plaatsvinden van de verkeersveiligheid ter plaatse. Dit betekent dat de afstanden die voor de bebouwing ten opzichte van de weg zijn voorgeschreven in 4.2.2 dienen te worden aangehouden het aanbrengen van 1. het aanbrengen van verhardingen dient oppervlakteverhardingen groter noodzakelijk te zijn in het kader van de agrarische dan 200 m2 bedrijfsvoering dan wel het extensief recreatief medegebruik; 2. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de landschappelijke waarden

21

Agrarisch – Agrarisch bedrijf 5.1

Bestemmingsomschrijving

5.1.1 Algemeen De voor ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de uitoefening van een agrarisch bedrijf, niet zijnde een veehouderij, waarbij per bestemmingsvlak maximaal één agrarisch bedrijf is toegestaan; b. ter plaatse van de in onderstaande tabel opgenomen aanduiding is tevens de uitoefening van de aangekruiste agrarische bedrijfsvormen toegestaan: ter plaatse van de aanduiding: ‘intensieve veehouderij’ ‘specifieke vorm van agrarisch pluimveehoude rij overig’ ‘paardenhouder ij’

melkrundvee houderij

intensieve veehouderij

x

x

x

x

Pluimveehoud erij

paardenhoud erij

x

X

met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - pluimveehouderij overig’ uitsluitend een zorgvuldige veehouderij is toegestaan; c. tevens de nevenactiviteiten zoals opgenomen in de tabel onder 5.1.2; d. ten hoogste één bedrijfswoning met bijbehorende bijgebouwen per bestemmingsvlak; e. aan huis verbonden beroepen als ondergeschikte functie aan de bedrijfswoning, een en ander met bijbehorende voorzieningen; f. hobbymatig agrarisch gebruik als ondergeschikte functie aan de bedrijfswoning; g. aan het agrarisch bedrijf ondergeschikte detailhandel in streekgebonden producten en agrarisch gerelateerde producten, met dien verstande dat maximaal 50 m2 verkoopvloeroppervlak voor deze detailhandelsactiviteit mag worden aangewend; h. aan het agrarisch bedrijf ondergeschikte inpandige statische opslag ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering, met dien verstande dat inpandige statische opslag in kassen niet is toegestaan; i. extensief recreatief medegebruik; met de daarbij behorende: j. groenvoorzieningen; k. tuinen, erven en verhardingen; l. parkeervoorzieningen; m. waterhuishoudkundige voorzieningen; met dien verstande dat:

22

n. het gehele bestemmingsvlak mag worden gebruikt ten behoeve van extensief recreatief medegebruik, waarbij ter ondersteuning van dit medegebruik beperkte recreatieve voorzieningen zijn toegestaan zoals paden, banken, picknicktafels, bewegwijzering e.d.. 5.1.2 Tabel nevenactiviteiten Ter plaatse van Adres de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – minicamping’

Sengersbroekweg 7

Nevenactiviteiten

minicamping

Beperkingen en voorwaarden gebruik max. 15 kampeerplaatsen

5.1.3 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 26.3. 5.2

Bouwregels

5.2.1 Toegestane bebouwing Uitsluitend mogen worden opgericht bouwwerken ten dienste van de bestemming, waarbij de volgende regels gelden: a. toegestaan zijn agrarische bedrijfsgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van het agrarisch bedrijf; b. bedrijfswoningen conform het bepaalde in 5.1.1; c. ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – ruwvoeropslag’ is uitsluitend het bouwen van bouwwerken – geen gebouwen zijnde – voor de opslag van ruwvoer toegestaan. 5.2.2 Maatvoering De bouwwerken dienen te voldoen aan de volgende maatvoeringseisen: bouwwerken afstand tot de as van de weg

minimaal 15 m

Maximaal n.v.t.

bedrijfsgebouwen algemeen goothoogte bouwhoogte afstand tot de perceelsgrens afstand achter de voorgevel (en het verlengde daarvan) van bedrijfswoning afstand tussen bedrijfsgebouwen en bedrijfswoning

minimaal n.v.t. n.v.t. 3m 5m

maximaal 5,5 m 10 m n.v.t. n.v.t.

5m

n.v.t.

met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch pluimveehouderij overig’ een toename van de oppervlakte dierenverblijf binnen een bouwperceel alleen is toegestaan als: a. maatregelen worden getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een zorgvuldige veehouderij;

23

b. de ontwikkeling vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving inpasbaar is in de omgeving; c. is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten, in de bebouwde kom niet hoger is dan 12 % en in het buitengebied niet hoger is dan 20 %, tenzij er -indien blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen worden getroffen door de veehouderij die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, welke ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; d. een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving in de planontwikkeling; e. binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- alleen op de grond gehouden mogen worden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden; f. bij een gebruikswijziging van een aanwezig gebouw, gericht op het in gebruik nemen als dierenverblijf, toepassing wordt gegeven aan onderdeel a; g. bij de aanvraag voor de bouw van een dierenverblijf voor hokdieren of bij een gebruikswijziging van een aanwezig gebouw naar een dierenverblijf voor hokdieren, bewijs is overlegd dat: -

binnen het Stalderingsgebied -als bedoeld in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant of de rechtsopvolger van deze verordening- een legaal opgericht dierenverblijf van hokdieren dat voorafgaand aan 17 maart 2017 drie jaar onafgebroken bedrijfsmatig is gebruikt voor het houden van hokdieren, is gesaneerd door sloop of herbestemming waarbij het gebruik als dierenverblijf juridisch en feitelijk is beëindigd;

-

de te saneren oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren bedraagt: 

ingeval van sloop, tenminste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen;

ingeval van herbestemming, ten minste 200% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen;

-

voor de sanering geen gebruik is gemaakt van een provinciale saneringsregeling;

-

het bewijs dat aan de voorwaarden uit dit artikel is voldaan, wordt uitgegeven door of namens gedeputeerde staten.

bedrijfswoning afstand tot de perceelsgrens goothoogte bouwhoogte inhoud

minimaal maximaal 3m n.v.t. n.v.t. 5,5 m n.v.t. 10 m maximaal 750 m3 (inclusief aangebouwde bijgebouwen), tenzij: - de bestaande inhoud van de bestaande woning reeds meer bedraagt, welke inhoud dan als maximum geldt; - het een bestaande (woon)boerderij betreft, waarbij de inhoud van het hele bestaande boerderijlichaam / bouwmassa daarvan als maximum geldt;

24

- ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – ruimte voor ruimte’ mag de inhoud van een hoofdgebouw inclusief aangebouwde bijgebouwen niet meer bedragen dan 1.000 m3. vrijstaande bijgebouwen bij woningen afstand tot de perceelsgrens gezamenlijke oppervlakte per woning goothoogte nokhoogte afstand achter de voorgevel (en het verlengde daarvan) van bedrijfswoning afstand bijgebouwen tot bedrijfswoning

minimaal 3m n.v.t. n.v.t. n.v.t. 5m

maximaal n.v.t. 80 m² 3m 5,5 m n.v.t.

1,5 m

25 m

bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwhoogte mestbassins bouwhoogte voedersilo’s en watersilo’s bouwhoogte erfafscheidingen

maximaal 8,5 m 15 m 1 m voor de voorgevel, elders 2m 3m 20 m2 6m

bouwhoogte van carports c.q. overkappingen oppervlakte van een carport c.q. overkapping bouwhoogte overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde

met dien verstande dat herbouw van bestaande bedrijfswoningen uitsluitend is toegestaan indien en voor zover: a. herbouw niet plaatsvindt ter plaatse van de aanduiding ‘cultuurhistorische waarden’; b. de herbouw plaatsvindt op de (voor zover aanwezige) bestaande fundamenten; c. de voorgevel van de te herbouwen bedrijfswoning wordt geplaatst in de (voormalige) voorgevelrooilijn; d. het bepaalde ten aanzien van de maatvoering in bovenstaande tabel in acht wordt genomen. 5.3

Afwijken van de bouwregels

5.3.1 Minimale afstand tot de weg/perceelsgrens Bevoegd gezag kan met omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.2.2 teneinde de voorgeschreven minimum afstand van bebouwing tot de weg en/of de voorgeschreven minimum afstand tot een perceelsgrens en/of de minimum afstand van bedrijfsgebouwen achter de voorgevel (en het verlengde daarvan) van de bedrijfswoning te verkleinen, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de noodzaak vanuit een doelmatige bedrijfsvoering en/of een doelmatige perceelsinrichting en/of de uitbreiding van of aansluiting op aanwezige bebouwing met een reeds op deze punten afwijkende maatvoering, moet aanwezig zijn. Hiertoe kan nader advies ingewonnen worden bij de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen; b. er mogen geen onevenredige verkeerskundige belemmeringen plaatsvinden; c. er dient voldoende parkeerruimte op het eigen erf aanwezig te blijven;

25

d. e. f. g.

de wegbeheerder dient te worden gehoord; de stedenbouwkundige structuur mag niet onevenredig worden aangetast; aangetoond dient te worden dat de externe veiligheid kan worden gewaarborgd; de met omgevingsvergunning verleende afwijking mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in 5.1 omschreven doeleinden; h. indien het een woning of ander geluidgevoelig object betreft, moet voldaan worden aan de Wet geluidhinder. 5.3.2 Maatvoering gebouwen en overkappingen Bevoegd gezag kan met omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.2.2 teneinde: a. voor de bedrijfsgebouwen (inclusief kassen) een hogere goot- en bouwhoogte toe te kunnen staan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: 1. aangetoond kan worden dat een grotere hoogte noodzakelijk is ten behoeve van een doelmatige bedrijfsvoering. Hiertoe kan nader advies worden ingewonnen bij de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen; 2. de goot- en bouwhoogte van bedrijfsgebouwen, niet zijnde kassen, mag niet meer bedragen dan respectievelijk 6,5 m en 12 m.; 3. de goot- en bouwhoogte van kassen mag niet meer bedragen dan respectievelijk 8 m en 12 m; 4. het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast; 5. de met omgevingsvergunning verleende afwijking mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in 5.1 omschreven doeleinden. b. voor carports c.q.

overkappingen een hogere bouwhoogte toe te kunnen staan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: 1. de goot- en bouwhoogte van carports c.q. overkappingen mag niet meer bedragen dan respectievelijk 3 m en 5,5 m.; 2. de met omgevingsvergunning verleende afwijking mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in 5.1 omschreven doeleinden. 5.3.3 Herbouw bedrijfswoning Bevoegd gezag kan met omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.2.2 teneinde herbouw van de bedrijfswoning buiten de bestaande fundamenten en/of in afwijking van de (voormalige) voorgevelrooilijn toe te staan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de nieuwe situering van de woning is stedenbouwkundig, verkeerskundig en milieukundig aanvaardbaar; b. er dient sprake te zijn van (zekerheidsstelling omtrent de) sloop van de bestaande woning; c. door de herbouw wordt het landelijk karakter van het gebied niet onevenredig aangetast; d. de nieuwe situering van de woning leidt niet tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit milieu- en dierenwelzijnswetgeving; e. het bepaalde ten aanzien van de maatvoering in 5.2.2 wordt in acht genomen.

26

5.4

Specifieke gebruiksregels

5.4.1 Strijdig gebruik In ieder geval geldt als strijdig met de bestemming gebruik en/of laten gebruiken van: a. gronden en/of opstallen voor het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik; b. gronden en/of opstallen voor het bedrijfsmatig vervaardigen, opslaan, verwerken of herstellen van goederen en het opslaan en be- of verwerken van producten, tenzij dit plaatsvindt ten behoeve van de agrarische productie binnen het agrarisch bedrijf dan wel uitsluitend betrekking heeft op agrarische producten van het eigen bedrijf; c. gronden en/of opstallen voor detailhandel, behoudens het bepaalde in 5.1; d. gronden en/of opstallen voor de uitoefening van een glastuinbouwbedrijf, behoudens het bepaalde in 5.1; e. gronden voor buitenopslag ten behoeve van nevenactiviteiten; f. woondoeleinden, met uitzondering van de toegestane bedrijfswoningen en het gebruik ten behoeve van mantelzorg conform 5.5.7; g. (vrijstaande) bijgebouwen als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte, met uitzondering van het gebruik dat op basis van de afwijkingsbevoegdheid uit artikel 5.5.7 is toegestaan; h. meer dan één bouwlaag voor het houden van dieren, onverlet voorzieningen voor dierenwelzijn: 1.

tenzij dit gebouwd en gebruikt mag worden krachtens een verleende wettelijke vergunning gebaseerd op een volledige en ontvankelijke bouwaanvraag in overeenstemming met het voorheen geldende bestemmingsplan of; 2. tenzij er sprake is van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar ten hoogste twee bouwlagen gebruikt mogen worden; i. tenten ten behoeve van het verblijf van dieren; j.

het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van het houden van vee waarbij sprake is van een toename van stikstofdepositie vanaf het betreffende

agrarische bedrijf ten opzichte van de referentiesituatie stikstof; k. ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - pluimveehouderij overig’: mestbewerking, tenzij dit ten behoeve van ter plaatse geproduceerde mest is. 5.4.2 Bedrijfswoningen In afwijking, en voorzover van toepassing, van het bepaalde onder 5.1.1 sub d. gelden ten aanzien van bedrijfswoningen de volgende bepalingen: a. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' ten hoogste het aangegeven aantal bedrijfswoningen zijn toegestaan. 5.4.3 Aan huis verbonden beroep De uitoefening van een aan huis verbonden beroep als bedoeld in 5.1 is toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn: a. de omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 40% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de woonbebouwing tot een maximum van 80 m2; b. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer; c. parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden; 27

d. detailhandel mag alleen plaatsvinden ondergeschikt aan en in direct verband met het aan huis verbonden beroep; e. de activiteit dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn in de woonomgeving; f. de activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner. 5.5

Afwijken van de gebruiksregels

5.5.1 Agrarisch verwant bedrijf / agrarisch technisch hulpbedrijf Bevoegd gezag kan met omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.1 teneinde een vorm van agrarisch verwant bedrijf of agrarisch technisch hulpbedrijf als nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf toe te staan. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a. de nevenactiviteit dient plaats te vinden binnen het bestaande bouwvolume. Er vindt geen uitbreiding van bebouwing ten behoeve van de nevenfunctie plaats; b. op gronden ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone - groenblauwe mantel’ zijn uitsluitend agrarisch technisch hulpbedrijven met milieucategorie 1 of 2 toegestaan; c. de vloeroppervlakte die wordt aangewend voor deze nevenactiviteit, mag niet meer bedragen dan 1000 m2; d. de totale vloeroppervlakte van nevenactiviteiten bij het agrarisch bedrijf, exclusief inpandige statische opslag, mag maximaal 2000 m2 bedragen; e. het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; f. detailhandel ten behoeve van deze nevenactiviteit is niet toegestaan; g. de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; h. er dient op eigen terrein te worden voorzien in de parkeerbehoefte; i.

het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast; j. een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij de planontwikkeling; k. de met omgevingsvergunning verleende afwijking mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in 5.1 omschreven doeleinden. 5.5.2 Zorgverlening Bevoegd gezag kan met omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.1 teneinde - bedrijfsmatige - nevenactiviteiten in de vorm van zorgverlening op sociaal, fysiek of psychisch vlak toe te staan bij een agrarisch bedrijf. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a. de nevenactiviteit dient plaats te vinden binnen het bestaande bouwvolume. Er vindt geen uitbreiding van bebouwing ten behoeve van de nevenactiviteit plaats; b. de vloeroppervlakte die wordt aangewend voor deze nevenactiviteit, mag niet meer bedragen dan 500 m2; c. de totale vloeroppervlakte van nevenactiviteiten bij het agrarisch bedrijf, exclusief inpandige statische opslag, mag maximaal 2000 m2 bedragen; d. het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; e. detailhandel is uitsluitend toegestaan in de ondergeschikte, aan de nevenactiviteit gerelateerde vorm;

28

f.

de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; g. er dient op eigen terrein te worden voorzien in de parkeerbehoefte; h. het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast; i. een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij de planontwikkeling; j. de met omgevingsvergunning verleende afwijking mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in 5.1 omschreven doeleinden. 5.5.3 Bed & breakfast Bevoegd gezag kan met omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.1 teneinde als nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf, bed & breakfast-voorzieningen en dergelijke toe te staan. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a. bed & breakfast vindt plaats in de bedrijfswoning en de daarbij behorende bijgebouwen; b. ten behoeve van bed & breakfast zijn maximaal 10 (éénpersoons) bedden per agrarisch bedrijf toegestaan; c. indien en voor zover er sprake is van cultuurhistorische waarden, mogen deze cultuurhistorische waarden door verlenen van de omgevingsvergunning voor afwijken niet onevenredig worden aangetast; d. de verkeersaantrekkende werking van de nevenactiviteit dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; e. er dient op eigen terrein te worden voorzien in de parkeerbehoefte; f.

het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; g. een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij de planontwikkeling; h. de met omgevingsvergunning verleende afwijking mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in 5.1 omschreven doeleinden. 5.5.4 Recreatie Bevoegd gezag kan met omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.1 teneinde als nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf extensieve vormen van dag- en verblijfsrecreatieve voorzieningen, zoals een kinderboerderij, theehuis, ambachtelijke ijsof kaasmakerij, verhuur van fietsen/huifkarren, organiseren van rondleidingen en exposities e.d., toe te staan. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a. de nevenactiviteit vindt plaats naast en ter ondersteuning van de agrarische bedrijfsvoering; b. verblijfsrecreatieve activiteiten in de vorm van kampeermiddelen en stacaravans zijn niet toegestaan; c. er zijn per agrarisch bouwblok verblijfsrecreatieve ruimten toegestaan met een totale oppervlakte van maximaal 500 m2 per bestemmingsvlak; d. maneges zijn niet toegestaan; e. de nevenactiviteit dient plaats te vinden binnen het bestaande bouwvolume.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=6f40ae9e-e16a-4c77-9118-f78fbe2781ab