GR23.07.14B Bijlage a - Ruimtelijke onderbouwing Ommelse Bos 3.pdf
Tekst van het document
Omgevingsvergunning - Ruimtelijke onderbouwing -
Ommelse Bos 3 Gemeente Asten
OMGEVINGSVERGUNNING - Ruimtelijke onderbouwing -
Ommelse Bos 3 Gemeente Asten
IDN-nummer:
NL.IMRO.0743.BP02022006-OW020001
Status:
concept
Datum:
7 april 2023
Locatie Nijmegen Wijchenseweg 102 6538 SX Nijmegen 024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl
Locatie Rosmalen Berlicumseweg 6D 5248 NT Rosmalen
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding
5
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding en doel Ligging plangebied Geldend bestemmingsplan Leeswijzer
5 5 6 7
Hoofdstuk 2 Planvoornemen
9
2.1 2.2
Huidige situatie Planvoornemen
9 11
Hoofdstuk 3 Beleidskader
13
3.1 3.2 3.3 3.4
13 16 25 26
Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten
35
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10
35 36 37 38 40 46 47 49 50 54
Geluid Bodem Luchtkwaliteit Bedrijven en milieuzonering Geur Natuur Externe veiligheid Archeologie en cultuurhistorie Waterhuishouding Verkeer en parkeren
Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid
57
5.1 5.2
57 57
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Ruimtelijke onderbouwing
omgevingsvergunning Ommelse Bos 3
3
4
omgevingsvergunning Ommelse Bos 3
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding en doel
Het voornemen bestaat om op een deel van het perceel Ommelse Bos 3 te Ommel (gemeente Asten), kadastraal bekend als gemeente Asten, sectie M, nummer 503 een nieuwe woning te realiseren. De ontwikkeling past qua gebruik niet binnen het geldende bestemmingsplan. De nieuwe woning is namelijk voorzien op gronden met de bestemming 'Agrarisch met waarden'. Op grond van de bestemmingsregels is gebruik van gronden met deze bestemming voor woondoeleinden niet toegestaan. Omdat de locatie Ommelse Bos 3 onderdeel uitmaakt van een door de raad aangewezen bebouwingsconcentratie zijn er op de locatie beleidsmatig mogelijkheden voor de ontwikkeling van woningen en niet-agrarische activiteiten. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken dient de bestemming te worden gewijzigd. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Asten heeft bij besluit van 7 september 2021 in principe medewerking aan deze ontwikkeling verleend. Daarbij is aangegeven dat deze als nieuwe ontwikkeling deel kan uitmaken van het volgende Verzamelplan, dat begin 2023 in procedure zal worden gebracht. In een verzamelplan worden de plannen van meerdere (particuliere) initiatiefnemers gebundeld en worden ambtelijke wijzigingen (omissies) hersteld.
Ten behoeve van de toelichting van dit bestemmingsplan dient voor deze individuele ontwikkeling een ruimtelijke onderbouwing te worden opgesteld, waaruit blijkt dat het planvoornemen niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Deze ruimtelijke onderbouwing 'Ommelse Bos 3' voorziet in bedoelde onderbouwing.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied ligt ten noorden van de kern Ommel aan de overzijde van de N279, en bevindt zich aan de weg Ommelse Bos die van de kern Ommel loopt tot Vlierden. Het plangebied zelf omvat een deel van het perceel Ommelse Bos 3 (kadastraal bekend als gemeente Asten, sectie M, nummer 503). Op dit adres is, direct ten noorden van het plangebied, momenteel een bouwbedrijf met bijbehorende bedrijfswoning gelegen. Verder bevinden zich ten noorden van het plangebied een producent van voorgegaarde producten voor de retail- en foodservicemarkten (Plukon Ommel) en een garagebedrijf. Ten westen en oosten van het plangebied bevinden zich agrarische gronden en een veehouderij.
omgevingsvergunning Ommelse Bos 3
5
Ligging plangebied ten opzichte van Kern Ommel
1.3
Geldend bestemmingsplan
Op het besluitgebied is het bestemmingsplan 'Buitengebied Asten 2016' van toepassing. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de raad op 18 april 2017 en is inmiddels onherroepelijk. Naast bovengenoemd bestemmingsplan gelden ter plaatse van het plangebied ook nog de volgende bestemmingsplannen: Asten Verzamelplan 2019-1 (vastgesteld 25-06-2019) Asten Verzamelplan 2019-2 (vastgesteld 13-02-2020) Asten Parapluplan Wonen 2019 (vastgesteld 13-02-2020) Asten Verzamelplan 2019-1 (herstelbesluit) (vastgesteld 06-07-2021) Binnen dit bestemmingsplan geldt op grond van de geldende bestemmingsplannen ter plaatse van het plangebied de enkelbestemming 'Agrarisch met Waarden' in combinatie met de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 2'. Daarnaast gelden in het plangebied de volgende gebiedsaanduidingen: overige zone - bebouwingconcentratie; overige zone - cultuurhistorisch waardevolle akkers en kampontginningen; overige zone - recreatief ontwikkelingsgebied; overige zone - regels GRP (Asten Verzamelplan 2019-2) vrijwaringszone - radar; wetgevingszone - beperkingen veehouderij. Voorzover relevant zal worden beschreven welke gevolgen deze aanduidingen met bijbehorende regels hebben voor het planvoornemen.
6
omgevingsvergunning Ommelse Bos 3
1.4
Leeswijzer
In dit eerste hoofdstuk zijn de aanleiding en het doel van deze ruimtelijke onderbouwing, de situering het besluitgebied en de geldende bestemmingsplannen omschreven. Hoofdstuk 2 bevat een ruimtelijke beschrijving van de bestaande situatie op het plangebied, het planvoornemen en de toekomstige situatie. In Hoofdstuk 3 staat het planologische beleidskader, waarin aandacht uitgaat naar het ruimtelijke ordeningsbeleid op rijksniveau, provinciaal niveau en gemeentelijk niveau. In Hoofdstuk 4 worden de omgevingsaspecten beschreven met o.a. aandacht voor geluid, luchtkwaliteit, bodem, externe veiligheid en milieuzonering. In Hoofdstuk 5 wordt ten slotte ingegaan op zowel de economische als de maatschappelijke haalbaarheid van het planvoornemen.
omgevingsvergunning Ommelse Bos 3
7
8
omgevingsvergunning Ommelse Bos 3
Hoofdstuk 2 2.1
Planvoornemen
Huidige situatie
2.1.1 Beschrijvingomgeving plangebied Het plangebied is gelegen in het buitengebied ten noorden van de kern Ommel. De omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door lintbebouwing langs de weg Ommelse Bos, waarlangs zich zowel woningen als diverse agrarische en niet-agrarische bedrijven bevinden. Momenteel bevinden zich op het perceel Ommelse Bos 3 een bouwbedrijf en bijbehorende bedrijfswoning met daaromheen verharding in de vorm van klinkers. Dit perceel is op twee plekken ontsloten op de weg Ommelse Bos (zowel op de hoofdweg als op de ten noorden van het plangebied gelegen ontsluitingsweg van Plukon met dezelfde naam). Het achterste gedeelte van het perceel, dat in gebruik is voor opslag, is onverhard. Het plangebied bevindt zich direct ten zuiden van de bedrijfswoning. Dit deel van het perceel is momenteel in gebruik als dierenweitje. Direct ten zuiden van het plangebied zijn op het perceel agrarische gronden gelegen.
Obliekfoto perceel Ommelse Bos 3 (blauw kader), waarvan een deel het toekomstig woonperceel vormt (rood kader)
omgevingsvergunning Ommelse Bos 3
9
Ontsluiting Bouwbedrijf en bedrijfswoning Ommelse Bos 3
Tegenover plangebied gelegen agrarische gronden met veehouderij (rechts)
De weg Ommelse Bos richting zuiden (richting Kern Ommel)
10
omgevingsvergunning Ommelse Bos 3
2.1.2 Beschrijvingplangebied Het plangebied maakt momenteel onderdeel uit van het perceel Ommelse Bos 3. De gronden worden in de huidige situatie gebruikt voor het hobbymatig houden van dieren.
Huidige situatie plangebied, gezien vanaf de openbare weg Ommelse Bos.
Een deel van deze weide zal als nieuw woonperceel in gebruik worden genomen. Daarbij zal ten minste de helft van de gronden behouden blijven als weiland. De gemeente acht dit wenselijk omdat ter plaatse van de beoogde locatie van het nieuwe woonperceel op grond van de Structuurvisie Bebouwingsconcentraties sprake is van een 'wenselijk zicht', waar kleine doorkijkjes naar het landschap dienen te worden behouden dan wel gecreëerd. Het bestemmingsvlak van de nieuwe woning kan in dat licht een frontbreedte hebben van 20 meter, waarbij de voorste bouwgrens van het bouwvlak niet te ver naar achteren wordt gesitueerd.
2.2
Planvoornemen
2.2.1 Bouwplan Bij het ontwerp van het bouwplan is uitgegaan van de maatvoering voor woningen uit het geldend bestemmingsplan (maximale maten: goothoogte 4,5 meter, bouwhoogte 10 meter). Op de verbeelding wordt een bouwvlak opgenomen waarbinnen deze standaardmaten als maxima zijn toegestaan. Om de bouw van de woning mogelijk te maken wordt een Ruimte-voor-Ruimtetitel aangekocht. De aankoop hiervan is op dit moment nog niet volledig afgerond. Bij vaststelling van het plan wordt de Ruimte-voor-Ruimtetitel als bijlage bijgevoegd. 2.2.2 Landschappelijkeinpassing Het nieuwe woonperceel wordt gerealiseerd direct ten zuiden van de bestaande bedrijfswoning. De voorgevellijn van de nieuwe woning wordt afgestemd op die van de bedrijfswoning. Tevens wordt het geheel landschappelijk ingepast. De landschappelijke inpassing is ingericht met meerdere landschappelijke elementen. Hieronder vallen struweelranden, hagen en fruitbomen. Het landschappelijk inpassingsplan is bijgevoegd als Bijlage 1 en wordt hieronder toegelicht. De woning is naar de straatzijde georiënteerd. Het daadwerkelijke volume van de woning wordt nader
omgevingsvergunning Ommelse Bos 3
11
bepaald, alsmede de afmetingen van de woning. Dit wordt gedaan nadat de bestaande bomen zijn ingemeten. Hierom is de woning, duikers, en de toerit naar de parkeerkelder indicatief ingetekend. De straatzijde van het perceel is reeds beplant met 7 volwassen bomen. Deze worden zoveel mogelijk gehandhaafd. In het noorden is de beplanting op het perceel meer gesloten. Dit geeft de voortuin erfbeplanting, conform de ambities in de 'Structuurvisie bebouwingsconcentraties' waarnaar gerefereerd wordt in de 'Structuurvisie kwaliteitsverbetering van het landschap'. In het zuiden van het perceel is vanaf het Ommelse Bos een doorzicht naar het achterterrein van het perceel. De zuidzijde heeft een soortgelijk gradiënt van open en gesloten beplanting. Aan het oosten is een lage haag (bestaand) gecombineerd met enkele fruitbomen. Deze lijnstructuren worden overgenomen door een hoge haag (bestaand) richting de achterzijde van het perceel. De overgang van hoog naar laag wordt naar voren geschoven. De grens tussen de lage en hoge haag bevindt zich in het verlengde van de nok van de woning. Aan de noordzijde wordt een lage haag aangeplant welke overgaat in een hoge haag. Overeenkomend met de beplanting aan de zuidzijde begint deze overgang in het verlengde van de nok van de woning. In westen van het perceel wordt robuuste zoombeplanting aangeplant.
Deze bestaat uit struiksoorten met vele bessen en bloemen ten behoeve van de plaatselijke ecologie.
Uitsnede Landschappelijke Inpassing
12
omgevingsvergunning Ommelse Bos 3
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale omgevingsvisie De nationale omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. Deze visie is door het rijk opgesteld in het kader van de nieuwe omgevingswet, die per 1 juli 2024 in werking treedt. In de NOVI is een langetermijnvisie neergelegd over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Het Rijk wil daarbij sturen en richting geven op enkele nationale belangen. Hiervoor worden de volgende vier prioriteiten onderscheiden: 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaatadaptatie. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstigbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Om invulling te kunnen geven aan deze vier prioriteiten hanteert het rijk de volgende drie afwegingsprincipes: 1. 2. 3.
Combinaties van functies gaat voor enkelvoudige functies. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Afwentelen wordt voorkomen.
Met de NOVI wordt gebouwd aan sterke, aantrekkelijke en gezonde fysieke leefomgeving, waarbij onder meer nadruk ligt op het verbeteren van de kwaliteit van overgangsgebieden tussen stad en land door gebruik te maken van de kansen die in deze gebieden liggen voor verbetering van landschappelijke kwaliteiten en functiemenging. Gevolgen voor planontwikkeling Het planvoornemen voorziet in de toevoeging van één nieuwbouwwoning binnen de bebouwingsconcentratie aan de weg Ommelse Bos. Met deze ontwikkeling wordt het plangebied aangesloten op de omliggende bebouwingsconcentratie en het landelijke gebied. Daarbij zal ten minste de helft van de gronden behouden blijven als weiland. Hiermee wordt rekening gehouden met de aanwezige landschappelijke waarden in de vorm van een 'wenselijk zicht', waar kleine doorkijkjes naar het landschap dienen te worden behouden dan wel gecreëerd. Ten slotte voorziet het planvoornemen in een bijdrage aan de woningbouwopgave waarvoor Nederland staat gezien het grote tekort aan woningen. Op basis van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat met het planvoornemen een bijdrage wordt geleverd aan de landelijke ambities voor het landelijk gebied en een aantrekkelijke leefomgeving. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Barro voorziet in de juridische borging van het nationale ruimtelijke beleid.
Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Navolgende onderwerpen met nationaal belang zijn opgenomen in het Barro en de eerste aanvulling (Stb. 2012, nr. 388): 1. 2. 3. 4.
project Mainportontwikkeling Rotterdam; kustfundament en de daarbuiten gelegen primaire waterkeringen; grote rivieren en rijksvaarwegen en de veiligheid daarom heen; toekomstige rivierverruiming van de Maastakken;
omgevingsvergunning Ommelse Bos 3
13
5. Waddenzee en Waddengebied, en IJsselmeergebied; 6. verstedelijking in het IJsselmeer; 7. defensie; 8. erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; 9. hoofdwegen en landelijke spoorwegen; 10. Elektriciteitsvoorziening; 11. ecologische hoofdstructuur. Naast het Barro is ook de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) in werking getreden. In het Barro is bepaald dat bij ministeriële regeling verschillende militaire terreinen, gebieden, objecten en zones worden aangewezen, waar gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening mee moeten houden. In de Rarro wordt daar uitvoering aan gegeven. Gevolgen voor planontwikkeling Het plangebied valt binnen een gebied dat door de Rarro is aangeduid als een beperkingengebied rondom een radarstation, als bedoeld in artikel 2.6.9 Barro. Voor die gronden mogen geen bestemmingen worden opgenomen die het oprichten van dusdanig hoge bouwwerken mogelijk maken, dat deze onaanvaardbare gevolgen hebben voor de werking van de radar. De maximaal toegestane bouwhoogte van bouwwerken ten opzichte van NAP is opgenomen in bijlage 8 van de Rarro. Ter plaatse van het plangebied bedraagt de maximale bouwhoogte binnen het radarverstoringsgebied 90 meter ten opzichte van NAP.
Ligging plangebied binnen radarverstoringsgebied maximale hoogte 90 meter t.o.v. NAP (Rarro, kaart 6: radarstations) Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) is de gemiddelde hoogte van het plangebied ten aanzien van NAP 24,6 meter. Dit houdt in dat, rekening houdend met de werking van de radar, in theorie een
14
omgevingsvergunning Ommelse Bos 3
bouwhoogte van ongeveer 65 meter zou kunnen worden toegestaan. Ter bescherming van de werking van de radar is in het geldend plan tevens een gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - radar' opgenomen. Ter plaatse van deze aanduiding mag, in afwijking van hetgeen binnen de diverse bestemmingen is toegestaan, de bouwhoogte van bouwwerken de hoogte van 65 m + NAP niet overschrijden. De toegestane maximum goot- en bouwhoogte bedraagt binnen de geldende woonbestemming respectievelijk 7 meter en 10 meter. Omdat de maximale goot- en bouwhoogte binnen het plangebied ruim onder het maximaal toelaatbare liggen, vormen de regels ten aanzien van het radarverstoringsgebied geen belemmering voor het planvoornemen. Voor het overige is onderhavig plangebied niet gelegen in een gebied waarin het Rijk een nationaal belang heeft aangewezen. Gevolgen voor planontwikkeling De Barro en het Rarro hebben geen consequenties voor onderhavige ontwikkeling en vormt derhalve geen belemmering voor het planvoornemen. 3.1.3 Ladder duurzame verstedelijking Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is per 1 oktober 2012 op onderdelen gewijzigd. In artikel 3.1.6 van het Bro is de 'motivering duurzame verstedelijking' (voormalige ladder) opgenomen. Dit stelt eisen aan de onderbouwing in bestemmingsplannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken.
De motivering duurzame verstedelijking richt zich op substantiële veranderingen en bouwplannen, die qua aard en omvang zodanig zijn, dat voor mogelijke leegstand elders gevreesd zou kunnen worden. Het doel is om overbodige bouwplannen (kantoren, woningen) te voorkomen en hergebruik te stimuleren. Per 1 juli 2017 zijn een aantal wijzigingen op de eerdere ladder van kracht geworden. Op basis van deze gewijzigde tekst geldt in het geval dat het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dat de toelichting een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient de toelichting, aanvullend op de beschrijving van de behoefte tevens een motivering te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Daarbij kunnen de beschikbaarheid en geschiktheid van de ontwikkelingsmogelijkheden in bestaand stedelijk gebied een rol spelen. Gevolgen voor planontwikkeling Onderhavige ontwikkeling betreft het planologisch-juridisch mogelijk maken van één woning.
Conform jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State kan worden gesteld dat met de oprichting van minder dan 12 woning geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling, waarmee geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Derhalve kan een nadere toets aan de motivering duurzame verstedelijking achterwege blijven.
omgevingsvergunning Ommelse Bos 3
15
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie 'de kwaliteit van Brabant' Op 14 december 2018 hebben de Provinciale Staten de Omgevingsvisie 'De kwaliteit van Brabant' vastgesteld. Deze omgevingsvisie vervangt na het inwerking treden van de Omgevingswet de provinciale structuurvisie. Met de omgevingsvisie formuleert de provincie haar ambitie over hoe zij de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit wil laten zien. Daarbij stelt zij tussendoelen voor 2030, maar legt nu nog niet vast hoe zij die doelen wil bereiken. De provincie wil daarmee ruimte bieden voor inbreng vanuit partijen en disciplines. Om hiermee aan de slag te gaan is volgens de provincie een verdere uitwerking van de ambities nodig in de vorm van programma's. Met de visie geeft de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van Brabant. Daarbij ligt de focus op vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn: werken aan energietransitie; een klimaatproof Brabant; de slimme netwerkstad, en een concurrerende duurzame economie. Deze vier hoofdopgaven staan ten dienste van de basis opgave: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Om te komen tot de slimme netwerkstad richt de provincie zich op duurzame verstedelijking. Zij wil daarin richting geven door middel van het bevorderen van regionale afspraken, het sturen op zorgvuldig ruimtegebruik en het periodiek opstellen van prognoses.
Verder wil zij een actieve rol spelen om beweging te stimuleren (o.a. door samen te werken bij gebiedsopgaven en bij het opstellen van uitvoeringsprogramma's) en gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken.
Gevolgen planvoornemen Het planvoornemen betreft de realisatie van een nieuwbouwwoning binnen de bestaande bebouwingsconcentratie aan de weg Ommelse Bos. Omdat er sprake is van de toevoeging van één woning is wordt deze ontwikkeling niet aangemerkt als een stedelijk ontwikkeling. Door de voorziene invulling van het perceel wordt aangesloten bij de reeds bestaande stedelijke structuur en infrastructuur, waarmee sprake is van duurzame verstedelijking. De nieuwe woning zal tenslotte voldoen aan de BENG-eisen, waardoor de woonbehoefte duurzaam wordt ingevuld. Daarbij zal ook aandacht worden besteed aan de best beschikbare technieken in het kader van energieverbruik. Het planvoornemen is gezien het bovenstaande in lijn met de omgevingsvisie. 3.2.2 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant De Omgevingsvisie, zoals beschreven in voorgaande paragraaf, vormt het beleidskader voor het provinciaal ruimtelijk beleid. Het juridische kader voor dit beleid is vastgelegd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV). De verordening vormt derhalve een belangrijk uitvoeringsinstrument voor de provincie om haar doelen te realiseren. Provinciale Staten van de provincie Noord-Brabant hebben op 25 oktober 2019 de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld.
In deze Interim Omgevingsverordening zijn de bestaande verordeningen samengevoegd en vervangt de Provinciale milieuverordening, Verordening Natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening Ruimte, Verordening Water en Verordening Wegen. De Interim Omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen
16
omgevingsvergunning Ommelse Bos 3
zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie. In principe zijn de huidige regels gehandhaafd met het huidige beschermingsniveau. De Interim Omgevingsverordening is de juridische vertaling van de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening en de Omgevingsvisie en bevat derhalve onderwerpen die in de visies naar voren komen. De verordening bevat algemene regels waaraan gemeenten zich dienen te houden bij het opstellen van bestemmingsplannen en het verlenen van omgevingsvergunningen waarbij afgeweken wordt van bestemmingsplannen. Ook wordt geregeld op welke wijze het Regionaal Ruimtelijk Overleg, waarin afspraken worden gemaakt over verstedelijking (wonen, werken en voorzieningen), wordt georganiseerd. Naast deze bindende regels voor gemeenten kent de verordening ook een aantal direct bindende regels voor burgers. Deze regels hebben betrekking op de ontwikkeling van intensieve veehouderijen in de zogenaamde extensiverings-, verwevings- en landbouwontwikkelingsgebieden. Door middel van deze regels wordt voorkomen dat ongewenste ontwikkelingen plaatsvinden op het moment dat een bestemmingsplan van de gemeente nog niet is aangepast aan de Interim Omgevingsverordening. Gevolgen voor planontwikkeling Het plangebied is, voorzover relevant, gelegen in het landelijk gebied (zie onderstaande afbeelding).
Uitsnede verbeelding IOV, kaart 6 Instructieregels gemeenten: basiskaart Landelijk Gebied.
Duurzame verstedelijking Hoofdregel van het beleid is dat stedelijke ontwikkeling binnen het bestaand stedelijk gebied plaatsvindt. Alleen als daarvoor geen mogelijkheden bestaan, kan een stedelijke ontwikkeling buiten het bestaande stedelijke gebied in beginsel plaatsvinden binnen daarvoor in de verordening aangeduide zoekgebieden. Binnen deze gebieden liggen mogelijkheden voor verdere verstedelijking. Het plangebied maakt woningbouw mogelijk buiten het bestaand stedelijk gebied en zoekgebieden voor verstedelijking. De voorgenomen ontwikkeling betreft echter slechts de toevoeging van één woning aan het plangebied, waarmee geen sprake is van een (aanzet tot) stedelijke ontwikkeling.
omgevingsvergunning Ommelse Bos 3
17
Ontwikkeling voldoet aan aantoonbare vraag en regionale afspraken Met het planvoornemen wordt voorzien in de aangetoonde vraag naar uitbreidingsmogelijkheden voor woningbouw (paragraaf 3.3.2 en 3.4.4 t/m 3.4.6). In de bevolkings- en woningbehoefteprognose is per gemeente een indicatie (met bandbreedte) gegeven van de planningsruimte voor woningbouw in de komende jaren. Overeenkomstig de IOV is deze 'programma-indicatie' richtinggevend voor de (sub)regionale woningbouwplanning en -programmering en de hierover te maken regionale afspraken. Het planvoornemen en het woningbouwprogramma voor dit plangebied maakt onderdeel uit van de regionale woningbouwafspraken. Dit wordt nog nader toegelicht in paragraaf 3.3.2.
Omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en naaste omgeving Het planvoornemen voldoet ten slotte aan de eis dat de stedenbouwkundige inrichting rekening houdt met de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en naaste omgeving. De woningbouwontwikkeling op het perceel Ommelse Bos 3 vindt bovendien plaats binnen een bebouwingsconcentratie, waarmee woningbouw op deze locatie voorstelbaar is. Conform het gemeentelijk beleid ten aanzien van bebouwingsconcentraties wordt de wenselijke 'doorkijk' behouden/creëren door ten minste de helft van het perceel te handhaven als weide. De bestaande groenstructuren worden hierbij behouden en doorgetrokken. Hiermee is een aansluiting op het naastgelegen gebied gewaarborgd.
Om aan te tonen dat de ontwikkeling in lijn is met de Iov, heeft de toetsing aan onderstaande artikelen plaatsgevonden. Artikel 3.5 Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit Lid 1 Een bestemmingsplan geeft bij de evenwichtige toedeling van functies zoals opgenomen in hoofdstuk 3 Instructieregels aan gemeenten invulling aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Dit is geborgd met de toetsing aan voorliggende artikelen in deze paragraaf.
Lid 2 Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: a. b. c.
zorgvuldig ruimtegebruik; de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering; meerwaardecreatie.
Voorliggend plan voorziet in de realisatie van één nieuwbouwwoning binnen een bestaande bebouwingsconcentratie. Met de aansluiting van het plangebied bij de bestaande bebouwingsconcentratie blijft de helft van de gronden behouden als weiland. Hiermee is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik en wordt rekening gehouden met de aanwezige landschappelijke waarden in de vorm van een 'wenselijk zicht', waar kleine doorkijkjes naar achterliggend landschap dienen te worden behouden dan wel gecreëerd. Daarnaast voorziet het plan in een bijdrage aan de woningbouwopgave waarvoor Nederland staat gezien het grote tekort aan woningen.
18
omgevingsvergunning Ommelse Bos 3
Artikel 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik Lid 1 Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a.
de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat: b. nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; c. er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; d. bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); e. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. Op basis van de bepalingen in dit hoofdstuk (3) van de Iov is nieuwvestiging van één Ruimte-voor-Ruimtewoning mogelijk. Binnen de kern Ommel is op dit moment onvoldoende ruimte voor voorliggend initiatief en uitbreiding is op grond van de bepalingen van dit hoofdstuk (3) van de Iov toegestaan. In voorliggend geval is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. De gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen die met het planvoornemen worden gerealiseerd worden binnen een bouwperceel geconcentreerd.
Lid 2 Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan het werkingsgebied Stedelijk Gebied of een bestaand bouwperceel. Dit wordt ter kennisgeving aangenomen, voorliggend plan valt buiten bestaand ruimtebeslag zoals gemotiveerd in onder lid 1 (b t/m e).
Artikel 3.7 Toepassingvan de lagenbenadering Lid 1 De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd.
Lid 2 De lagenbenadering omvat de effecten op: a. b. c.
de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu.
Lid 3 Door de factor tijd actief te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid.
omgevingsvergunning Ommelse Bos 3
19
Voor onderhavige ontwikkeling is de lagenbenadering toegepast. Ondergrond De onderste laag wordt gevorm door de bodemtypologie, het grondwater en de archeologische waarden. De onderste laag heeft dus onder adere betrekking op de abiotische kenmerken; de niet door de mensenhand beïnvloede uitganssituatie. Het gaat hier dan met name om kenmerken van het plangebied en omgeving met betrekking tot geomorfologie, bodem en water. De geomorfologische kernmerken beschrijven het ontstaan van het landschap. Het plangebied is gelegen op dekzandwelvingen. De bodem bestaat voornamelijk uit hoge zwarte enkeerdgronden, leemarm en zwak lemig fijn zand. Het plangebied heeft ter plekke van de nieuwe te realiseren woning een Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) van circa 118 cm tot het maaiveld en een Gemiddeld Laagste Grondwaterstand (GLG) van 254 cm tot het maaiveld. Binnen het plangebied is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' van toepassing. Hiervoor geldt dat een archeologisch onderzoek uitgevoerd moet worden bij de realisatie van een bouwwerk groter dan 250 m2 én dieper dan 0,4 meter beneden maaiveld. Er zijn geen leidingen binnen het plangebied gelegen. Ten oosten van het plangebied is een waterleiding gelegen. Met het planvoornemen zijn hier geen ingrepen voorzien en wordt de aanwezigheid van de buisleiding gerespecteerd.
Het grote belang van de onderste laag vindt zijn oorzaak in de lange reproductietijd en daarmee de onvervangbaarheid van deze waarden en systemen. In onderhavige toelichting is middels diverse (bureau)onderzoeken aangetoond dat als gevolg van de beoogde herontwikkeling geen waarden in de onderste laag verloren gaan. Netwerklaag De tweede laag wordt gevormd door de infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. Het plangebied is gelegen binnen een bestaande bebouwingsconcentratie ten noorden van de kern Ommel in het buitengebied van gemeente Asten. Het Ommelse Bos verbindt de kern Ommel met de Deurneseweg. Ren zuiden van de kern Ommel is de Rijksweg A67 gelegen. Ten noorden van de kern Ommel en ten zuiden van het plangebied is de Provinciale weg N279 gelegen. Bovenste laag De derde en bovenste laag wordt gevormd door cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. De omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door lintbebouwing langs de weg Ommelse Bos, waarlangs zich zowel woningen als diverse agrarische en niet-agrarische bedrijven bevinden.
Momenteel bevinden zich op het perceel Ommelse Bos 3 een bouwbedrijf en bijbehorende bedrijfswoning met daaromheen verharding in de vorm van klinkers. Dit perceel is op twee plekken ontsloten op de weg Ommelse Bos (zowel op de hoofdweg als op de ten noorden van het plangebied gelegen ontsluitingsweg van Plukon met dezelfde naam). In Hoofdstuk 4 wordt nader toegelicht dat er met het planvoornemen geen negatieve effecten op cultuurhistorie, de volksgezondheid, veiligheid en milieu plaatsvinden.
Artikel 3.8 Meerwaardecreatie Lid 1 Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a.
20
de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat;
omgevingsvergunning Ommelse Bos 3
b.
de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. Voorliggend plan voorziet in de realisatie van één nieuwbouwwoning binnen een bestaande bebouwingsconcentratie. Met de aansluiting van het plangebied bij de bestaande bebouwingsconcentratie blijft de helft van de gronden behouden als weiland. Hiermee is sprake van meerwaarderecreatie voor de bestaande bebouwingsconcentratie en wordt rekening gehouden met de aanwezige landschappelijke waarden in de vorm van een 'wenselijk zicht', waar kleine doorkijkjes naar achterliggend landschap dienen te worden beouden dan wel gecreëerd. Daarnaast voorziet het plan in een bijdrage aan de woningbouwopgave waarvoor Nederland staat gezien het grote tekort aan woningen. Tevens wordt het geheel landschappelijk ingepast, hiermee wordt bijgedragen aan verbetering van de fysieke leefomgeving en wordt meerwaarde gecreëerd op locatie. Lid 2 De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie. Dit wordt ter kennisgeving aangenomen.
Artikel 3.9 kwaliteitsverbetering landschap Lid 1 Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk Gebied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving.
Lid 2 Het bestemmingsplan motiveert dat de verbetering past binnen de gewenste ontwikkeling van het gebied én op welke wijze de uitvoering is geborgd door dat: a. b.
dit financieel, juridisch en feitelijk is geborgd in het plan; of de afspraken uit het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken, worden nagekomen.
Lid 3 Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan mede de volgende aspecten omvatten: a. b. c. d. e. f. g.
de op grond van deze verordening verplichte landschappelijke inpassing; het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen; het wegnemen van verharding; het slopen van bebouwing; de realisering van het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones; het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden.
Lid 4 Ingeval er toepassing wordt gegeven aan het tweede lid onder b geldt dat een passende financiële bijdrage in een landschapsfonds is verzekerd én over de besteding van dat fonds periodiek verslag wordt gedaan in het
omgevingsvergunning Ommelse Bos 3
21
regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken.
In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is uitdrukkelijk bepaald dat bij Ruimte voor Ruimte ontwikkelingen geen toepassing gegeven behoeft te worden aan het principe van kwaliteitsverbetering van het landschap zoals bedoeld in artikel 3.9.
Artikel 3.77 Ontwikkelingsrichting Lid 1 Voor de toepassing van de maatwerkbepalingen in deze afdeling geldt dat het bestemmingsplan een onderbouwing bevat dat de ontwikkeling past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied. Een ontwikkelingsrichting wordt opgesteld met toepassing van de basisprincipes, bedoeld in Paragraaf 3.1.2 , en gaat in ieder geval in op de volgende aspecten: a. b.
c. d.
welke activiteiten en functies vanuit een gebiedsgerichte benadering passen in de omgeving; welke effecten de ontwikkeling van die activiteiten en functies heeft op andere aspecten, waaronder een veilige en gezonde leefomgeving , de te beschermen waarden, bedoeld in Afdeling 3.2 Basis op orde , mobiliteit, agrarische ontwikkeling, stedelijke ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; op welke wijze de omgevingskwaliteit in het gebied versterkt kan worden, mede gericht op de toepassing van Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap ; en op welke wijze de sloop van overtollige bebouwing wordt gerealiseerd.
Lid 2 Bij het opstellen van een ontwikkelingsrichting worden deskundigen betrokken op het gebied van omgevingskwaliteit , onder wie een deskundige die bij de provincie Noord-Brabant werkzaam is. In artikel 3.77 is aangegeven dat de ontwikkelingsrichting van een gebied in elk geval wordt bepaald door welke activiteiten en functies vanuit een gebiedsgerichte benadering in de omgeving passen. In de omgeving van het plangebied is sprake van een veelal voormalig agrarisch gebied, waarin de laatste jaren een transformatie heeft plaatsgevonden naar wonen en recreatie. De realisatie van de beoogde Ruimte voor Ruimte woning past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied. Het kavel wordt landschappelijk worden ingepast. Bij de ontwikkeling worden de basisprincipes bedoeld in Paragraaf 3.1.2 van de Iov meegenomen, zoals in deze paragraaf met de toetsing aan artikelen 3.5 t/m 3.9 reeds gemotiveerd. Bij het opstellen van de ontwikkelingsrichting worden deskundigen betrokken op het gebied van omgevingskwaliteit, onder wie een deskundige die bij de provincie Noord-Brabant werkzaam is.
Artikel 3.78 Maatwerk met als doel omgevingskwaliteit Lid 3 Er is sprake van een aanvaardbare locatie voor de ontwikkeling van een woning als: a. de locatie in een bebouwingsconcentratie ligt; b. of de ontwikkeling een logische afronding geeft van Stedelijk gebied of een bebouwingsconcentratie. Het plangebied is gelegen binnen een bestaande bebouwingsconcentratie ten noorden van de kern Ommel. Hiermee is conform de Iov sprake van een aanvaardbare locatie voor de ontwikkleing van een woning.
22
omgevingsvergunning Ommelse Bos 3
Artikel 3.79 Lid 1 Een bestemmingsplan kan voorzien in een of meerdere ruimte-voor-ruimtekavels in Stedelijk gebied of Landelijk gebied als deze ontwikkeling: a.
door of vanwege de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte plaatsvindt, gelet op de in het verleden behaalde aanzienlijke winst van omgevingskwaliteit ; b. op een aanvaardbare locatie plaatsvindt als bedoeld in Artikel 3.78 Maatwerk met als doel omgevingskwaliteit , derde Lid ; en c. past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied, bedoeld in Artikel 3.77 . Gebruik wordt gemaakt van een geaccordeerde bouwtitel Ruimte voor Ruimte (bijgevoegd als Bijlage 2), waarmee zeker is gesteld dat sprake is van een winst van de omgevingskwaliteit. De bouwtitel is als bijlage toegevoegd aan deze toelichting. De toetsing aan Artikel 3.78 lid 3 en Artikel 3.77 heeft in voorliggende paragraaf reeds plaatsgevonden. Lid 2 Als uit door Gedeputeerde Staten bijgehouden gegevens blijkt dat de in het verleden gedane investering in omgevingskwaliteit is terugverdiend, is het eerste lid niet meer van toepassing. Dit is voor voorliggend plan niet van toepassing. Lid 3 Bij de toepassing van dit artikel zijn de volgende bepalingen niet van toepassing: a. artikel Artikel 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik , onder a; b. artikel Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap ; en c. artikel Artikel 3.68 Wonen in Landelijk gebied , eerste Lid , onder a. Een bouwtitel Ruimte voor Ruimte, bijgevoegd als Bijlage 2, wordt ingezet voor de realisatie van de beoogde woning.
Geen toepassing hoeft te worden gegeven aan de genoemde artikelen.
Conclusie Het planvoornemen voldoet aan de regels van de IOV. Het planvoornemen is dientengevolge niet in strijd met de provinciale regels.
3.2.3 Ontwerp Omgevingsverordening Noord-Brabant Op 1 juli 2022 treedt de Omgevingswet in werking. Deze wet vervangt 26 wetten en verschillende regelsystemen op nationaal niveau. Vanwege de Omgevingswet moet ook de provincie haar regelsysteem aanpassen. Straks heeft de provincie nog maar één verordening waarin alle regels zijn opgenomen over de fysieke leefomgeving. In voorbereiding op de inwerkingtreding van de Omgevingswet hebben Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant op 23 maart 2021 het ontwerp van de Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. Het ontwerp van de Omgevingsverordening is vastgesteld om te voldoen aan de Omgevingswet. De huidige regels in de Interim omgevingsverordening zijn gehanteerd als uitgangspunt. De belangrijkste wijzigingen zijn: Er is aansluiting gezocht bij de opbouw van de rijksregels. Diverse nadere regelingen zijn in de Omgevingsverordening verwerkt. Vanwege het vervallen van de Wet bodembescherming zijn nieuwe regels opgenomen om verontreiniging van het grondwater te voorkomen. Het voorstel is om daarvoor ook voorbeschermingsregels vast te
omgevingsvergunning Ommelse Bos 3
23
stellen; De aanwijzing van voor verzuring gevoelige kwetsbare gebieden (Wav-kaarten) is vervallen; De rechtstreeks werkende regels voor de ontwikkeling van veehouderij en mestbewerking vervallen. Het voorstel is om die te vervangen door voorbeschermingsregels; Er is een attentiezone geluid opgenomen langs provinciale wegen waarbinnen aandacht wordt gevraagd voor het oprichten van geluidgevoelige bebouwing. Daarnaast zijn er als gevolg van nieuwe inzichten of beleid ook enkele inhoudelijke wijzigingen aangebracht ten opzichte van de IOV Er zijn regels opgenomen voor een maximale boordiepte voor bodemenergiesystemen; E zijn regels opgenomen voor grondverzet, inclusief de toepassing voor PFAS-houdende grond in grondwaterbeschermingszones; De regels voor het kappen van houtopstanden zijn aangepast aan de Brabantse Bossenstrategie; Omgevingskwaliteit heeft een centrale plek gekregen bij de instructieregels voor het omgevingsplan aan gemeenten. Hierbij is een bouw-sloop regeling vormgegeven en is een ruime maatwerkregeling opgenomen ter versterking van omgevingskwaliteit. De mogelijkheden voor collectieve woonvormen in het buitengebied zijn verruimd; Er zijn wijzigingen doorgevoerd in de gebieden op de kaart die aangeven waar welke regels gelden. Naast actualisaties zijn er ook gebieden vervallen of samengevoegd.
Gevolgen planvoornemen Voorzover relevant is het plangebied gelegen binnen het werkingsgebied 'Landelijk gebied'. Hoofdregel van het beleid blijft evenals bij de IOV (paragraaf 3.2.2) dat stedelijke ontwikkeling binnen het bestaand stedelijk gebied plaatsvindt. Onderhavig bestemmingsplan maakt woningbouw mogelijk buiten het bestaand stedelijk gebied. De voorgenomen ontwikkeling betreft echter slechts de toevoeging van één woning tussen bestaande bebouwing aan het bebouwingslint aan de weg Ommelse Bos, waarmee wordt aangesloten bij de bestaande bebouwingsconcentratie. Hiermee is geen sprake van een (aanzet tot) stedelijke ontwikkeling. Conform het gemeentelijk beleid ten aanzien van bebouwingsconcentraties wordt het wenselijk zicht in naar het achtergelegen gebied behouden door ten minste de helft van de gronden te handhaven als weide. Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat het planvoornemen passend is binnen de voorwaarden die gesteld worden in de Ontwerp Omgevingsverordening. 3.2.4 Bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant Om aan de toekomstige woningbehoefte te kunnen voldoen en huidige tekorten in te lopen moeten er in Brabant nog veel huizen worden gebouwd. Tot 2050 moeten nog 220.000 huizen aan de bestaande woningvoorraad worden toegevoegd. De nadruk ligt daarbij op de eerstkomende 10 jaar, waarin er zo’n 12.000 woningen per jaar moeten bijkomen.
Vergeleken met de vorige prognose (uit 2017) ligt de groei van de Brabantse bevolking duidelijk hoger. De Brabantse bevolking groeit tot 2050 nog met bijna 280.000 mensen, tot ruim 2,84 miljoen inwoners. Tegen het midden van de jaren ’30 krijgen de landelijke gebieden te maken met een geringe bevolkingskrimp. In het stedelijk gebied blijft de bevolking doorgroeien, al neemt de groei ook hier af. Rond 2040 bereikt de vergrijzing van de Brabantse bevolking haar hoogtepunt. Dan is bijna 27% 65 jaar of ouder, tegen 20% in 2020. De hoogste leeftijdsgroepen, 75 jaar en ouder, groeien het sterkst en landelijke gebieden vergrijzen meer dan stedelijke gebieden. De komende tijd wordt verwacht dat er vanuit andere delen van Nederland meer mensen naar Brabant komen dan dat er vertrekken: gemiddeld (per saldo) zo’n 2.750 personen per jaar. Dit is in lijn met de laatste jaren.
24
omgevingsvergunning Ommelse Bos 3
Het buitenlandse migratiesaldo – het verschil tussen het aantal immigranten en emigranten – is de laatste jaren sterk toegenomen, tot ongeveer 15.000 in 2019. Ook de komende jaren worden – na een terugval door de ‘corona-effecten’– positieve buitenlandse migratiesaldi verwacht, waarbij het gemiddeld jaarlijkse saldo terugloopt van zo’n 10.000 personen tussen 2020 en 2030 tot ruim 7.000 in de jaren daarna. In de bevolkings- en woningbehoefteprognose is per gemeente ook een indicatie (met bandbreedte) gegeven van de planningsruimte voor woningbouw in de komende jaren. Overeenkomstig de Interim Omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant is deze ‘programma-indicatie’ richtinggevend voor de (sub)regionale woningbouwplanning en -programmering en de hierover te maken regionale afspraken. Gemeentelijke bestemmingsplannen die voorzien in de nieuwbouw van woningen of anderszins leiden tot een (netto) toename van de woningvoorraad, dienen te passen binnen dit regionale afsprakenkader. Gelet op de bevolkingsontwikkeling wordt voor de gemeente Asten in de bevolkings- en woningbehoefteprognoses uitgegaan van een groei van de woningvoorraad met 545 woningen in de periode 2022-2031. In de bevolkings- en woningbehoefteprognoses van 2017 werd nog een groei van de woningvoorraad met 430 woningen voorzien in diezelfde periode.
De nieuwe prognoses geven dus meer ruimte om extra bouwplannen te gaan realiseren in de gemeente Asten. De bouw van één woning in onderhavig planvoornemen past binnen de voorziene toename van de woningvoorraad in de gemeente Asten. De woningbouwmonitor 2022-2031 is recent (maart 2021) in de gemeenteraad bijgesteld. De gemeente voorziet een groei met 506 woningen in de periode 2022-2031. Met de planontwikkeling wordt met name voorzien in de behoefte aan grondgebonden woningen in een groene setting. 3.2.5
Brabantse agenda wonen
Het kaderstellend provinciaal beleid op het gebied van de woningbouw is verder vastgelegd in de 'Brabantse Agenda Wonen'. In deze agenda heeft de provincie ‘actielijnen’ en ‘richtinggevende principes’ vastgelegd. De actielijnen gaan uit van: accent op duurzame verstedelijking; meer nadruk op de bestaande woningvoorraad; inzetten op een vraaggericht, flexibel planaanbod met ruimte voor nieuwe woonvormen; versterken van de regionale samenwerking en vernieuwen van regionale woningbouwafspraken. Het planvoornemen is gebaseerd op een actuele kwalitatieve behoefte en dus vraaggericht. De beperkte afstand tot de voorzieningen in de kern Ommel en de directe nabijheid van landelijk gebied spreekt de bewoners van de andere deelgebieden aan. De vraag hiernaar is dus aangetoond. Het plan draagt bovendien bij aan de differentiatie van de woningvoorraad in de gemeente Asten en met name in Ommel.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1 Ruimtelijk afwegingskader De Peel Door de Peelgemeenten en waterschap Aa en Maas is in 2021 het ruimtelijk afwegingskader De Peel opgesteld. Het ruimtelijk afwegingskader is een instrument voor het (onderling) afwegen, combineren en inpassen van ruimtelijke ontwikkelingen. Basis voor het afwegingskader zijn de vier (deel) landschappen van de Peelregio en de afweging op basis van de waarden van het landschap. Het plangebied van voorliggende ruimtelijke ontwikkeling is gelegen in het landschapstype 'oude zandontginningen landschap'. De dragers van dit landschap zijn essen, kampen, oude erven en weidegronden langs beken. De kleinschalige grillige verkaveling (behalve op de essen) wordt deels omzoomd door houtwallen. Zowel beken als wegen kronkelen door dit lanschap. (Agrarisch) Bouwland is hogerop gelegen terwijl de weilanden juist bij de beken liggen. Daarnaast is er een afwisseling van coulissen (houtwal, bosjes en lanen) en open ruimten (o.a. essen)
omgevingsvergunning Ommelse Bos 3
25
aanwezig. Ten slotte wordt het landschap gekenmerkt door een microrelief van essen en kampen. Ontwikkelingen in dit gebied gebied vragen om een zorgvuldige inpassing. Om vorm te geven aan deze inpassing dienen deze bij de stads- en dorpsranden plaats te vinden, of binnen bestaande bebouwingsconcentraties. Daarbij dient rekening gehouden te worden met de (versterking van de) fysieke kenmerken bij de inpassing van de opgave. Gevolgen voor planontwikkeling Bij onderhavige ontwikkeling wordt met bovenstaande uitgangspunten rekening gehouden door aan te sluiten bij de bestaande structuren (bebouwingsconcentratie) en landschappelijke kwaliteiten (behoud wenselijk zicht/doorkijk). Conform het gemeentelijk beleid ten aanzien van bebouwingsconcentraties wordt het wenselijk zicht in naar het achtergelegen gebied behouden door ten minste de helft van de gronden te handhaven als weide. De voorgenomen ontwikkeling betreft slechts de toevoeging van één woning tussen bestaande bebouwing aan het bebouwingslint aan de weg Ommelse Bos, waarmee wordt aangesloten bij de bestaande bebouwingsconcentratie. Hiermee is geen sprake van een (aanzet tot) stedelijke ontwikkeling. Het beoogde woonperceel wordt gerealiseerd tussen de bestaande bebouwing in een bebouwingsconcentratie. Hiervoor is voldoende ruimte aanwezig.
3.3.2 Regionale Agenda Wonen In de 'Regionale Agenda Wonen RRO Zuidoost-Brabant/Metropoolregio Eindhoven 2016' zijn de uitgangspunten voor de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwopgave in regionaal verband vastgelegd. Kwantitatief is per gemeente aangegeven welke woningbouwopgave er voor de komende tienjaarsperiode is afgesproken. Voor de gemeente Asten is afgesproken dat 915 woningen netto zijn toe te voegen aan de woningvoorraad in de periode 2016 t/m 2025. Kwalitatief zijn meerdere opgaven benoemd: ladder duurzame verstedelijking en binnenstedelijk bouwen, onder andere door herbestemming van leegstaand vastgoed in het bestaand stedelijk gebied; huisvesting doelgroepen, met name arbeidsmigranten en vergunninghouders; kwaliteit van het programma afstemmen op de bestaande voorraad. Gevolgen voor planontwikkeling De planontwikkeling is onderdeel van het netto toe te voegen aantal woningen in de gemeente Asten. Daarbij is in aanmerking genomen dat recent de laatste mogelijkheden om 'binnenstedelijk te bouwen' binnen de kern Ommel al zijn ontwikkeld. Van herbestembaar leegstaand vastgoed is in Ommel geen sprake.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Toekomstagenda 2030 Als kompas voor de ontwikkeling van de gemeente heeft de gemeente Asten de Toekomstagenda 2030 opgesteld. Hierin staan de opgaven die de komende jaren centraal staan: de transformatie van het buitengebied, het vitaal houden van de kernen, de ontwikkeling van het centrum van Asten en het klimaatbestendig en energieneutraal worden in 2030. Voor de voorgenomen ontwikkeling is de opgave 'het vitaal houden van de kernen' van belang. Daarover is het volgende opgenomen in de Toekomstagenda 2030. "Anno 2017 behoren de inwoners van Asten tot de gelukkigste van de regio en het land. Hun geluksbeleving is vooral gebaseerd op gezondheid, deelname aan economisch en maatschappelijk verkeer, woonomgeving en omgevingskwaliteit. Behoud van deze vitaliteit is niet vanzelfsprekend. Het wegtrekken van jongeren, het kleiner worden van huishoudens, de vergrijzing en technologische ontwikkelingen vragen om een alerte
26
omgevingsvergunning Ommelse Bos 3
reactie van gemeenschappen en gemeente. Passende en betaalbare woonvormen, adequate voorzieningen, saamhorigheid en een evenwichtige bevolkingssamenstelling zorgen voor vitaliteit." Het resultaat is dat de kernen Asten, Heusden en Ommel vanuit de eigen identiteit en kracht koersen. Maatschappelijk initiatief is het vertrekpunt voor ontwikkeling van de kernen. Ruimte voor eigen initiatief betekent dat dorpen, gebieden en gemeenschappen zich ieder op een eigen wijze ontwikkelen. Dit kan tot gevolg hebben dat de ene kern meer voor elkaar krijgt dan de andere. De gemeente Asten zet in op behoud van voortgezet onderwijs in Asten. Dit is cruciaal in de ontwikkeling van jongeren en het vormen van netwerken, die wellicht stimuleren dat jongeren zich binden aan Asten of overwegen om er later terug te keren. Voor Ommel specifiek is het resultaat meer dan 1000 inwoners voor Ommel. Het is het Initiatief van inwoners om de leefbaarheid in Ommel structureel en voortvarend aan te pakken door middel van substantiële nieuwbouw en aantrekken van nieuwe inwoners. Het voorgenomen plan draagt bij aan dit initiatief. De nieuwbouw van een woning in een bebouwingsconcetratie in het landelijk gebied draagt bij aan de doorstroom in de kern, waar meerdere nieuwbouwprojecten voor meer specifieke doelgroepen worden gerealiseerd.
Daarmee past de voorgenomen ontwikkeling binnen de doelstelling van de Toekomstagenda 2030 en levert deze een belangrijke bijdrage aan het op peil houden van de leefbaarheid in het dorp. 3.4.2 Omgevingsvisie Asten In het kader van de komst van de nieuwe omgevingswet heeft de gemeente Asten een omgevingsvisie vastgesteld. In de omgevingsvisie zijn de ambities van de gemeente Asten voor de fysieke leefomgeving zoals neergelegd in de Toekomstagenda 2030 nader uitgewerkt. Het plangebied maakt onderdeel uit van de dynamische dorpen. Dynamische dorpen Asten, Heusden en Ommel zijn, mede dankzij het groen in en rond de kernen, fijne dorpen om in te wonen. Gelegen binnen de Metropoolregio Eindhoven hebben ze een dorpse sfeer in uitstraling en gevoel. De dorpen hebben elk een eigen identiteit met een levendig verenigingsleven. Asten, Heusden en Ommel ontwikkelen zich vanuit de eigen identiteit en kracht. Maatschappelijk initiatief is het vertrekpunt voor ontwikkeling van de dorpen, als gemeente worden de randvoorwaarden geborgd en initiatieven gefaciliteerd die bijdragen aan de gewenste ontwikkeling. In het deelgebied Dynamische Dorpen wil de gemeente Asten concreet de volgende doelstellingen realiseren: Vitale kernen Het behouden en daar waar mogelijk versterken van het voorzieningenniveau en de leefbaarheid in de kernen.
Ontwikkelen van een gezonde en activerende leefomgeving, met veilige en aantrekkelijke plaatsen om te bewegen en elkaar te ontmoeten. We gaan uit van de situatie zoals vastgelegd in de Brabantse Omgevingsscan. Realiseren van voldoende, betaalbare en passende woningen en woonomgevingen voor alle doelgroepen. We zorgen voor adequate en kwalitatieve huisvestingsmogelijkheden voor onze bedrijven op bestaande en nieuwe bedrijventerreinen. Leidend daarbij zijn de principes het juiste bedrijf op de juiste plek, efficiënt en beter ruimtegebruik en een verantwoorde uitgifte van nieuwe bedrijventerreinen. Onze bedrijventerreinen zijn van hoge kwaliteit en hebben een modern, dynamisch en duurzaam imago. Behoud van de werkgelegenheid en versterken van toekomstbestendige sectoren die ondervertegenwoordigd zijn, zoals dienstverlening, onderzoek en advies. We gaan uit van de economische structuur, zoals vastgelegd door het CBS. Behouden en beter zichtbaar maken van cultuurhistorisch waardevolle panden en structuren. We gaan uit van de situatie zoals vastgelegd in de cultuurhistorische waardenkaart. Hiermee versterken we onze identiteit en zorgen we ervoor dat onze kernen nog aantrekkelijker worden voor onze eigen inwoners én bezoekers.
omgevingsvergunning Ommelse Bos 3
27
Ontwikkelen van slimme mobiliteitsoplossingen – ook wel Smart Mobility genoemd - zoals elektrisch deelvervoer, ten behoeve van een betere ontsluiting van onze kernen en bereikbaarheid van voorzieningen in de regio. Verbreding van de A67 blijft belangrijk voor onze verbinding met de Metropoolregio Eindhoven. Behouden en verbeteren van een groene leefomgeving waarin hittestress beperkt wordt, het water voldoende ruimte krijgt en de biodiversiteit hoog is. Natuurinclusief bouwen wordt de norm. De ambities van deze omgevingsvisie bouwen voort op het gemeentelijk beleid van de afgelopen jaren. Ondernemers werken samen met inwoners, de gemeente en andere partijen aan de ontwikkeling van onze kernen Asten, Heusden en Ommel. Voorbeelden van initiatieven die bijdragen aan de gewenste ontwikkeling: Gezonde leefomgeving: fietsstraten (voorrang voor fietsers), actieve wandelroutes, parkjes, natuurinclusief wonen ontmoetingsplaatsen. van grijs naar groen (minder verstening in tuinen), wadi’s . Nieuwe woonvormen: gezamenlijk duurzaam wonen, zelfvoorzienende woningen en tiny houses. Verduurzaming bedrijventerreinen: duurzame energieopwekking, vergroening, vergroten waterbergend vermogen. Aansprekende evenementen: het organiseren van evenementen draagt bij aan het aantrekkelijk en druk bezocht houden van het centrum.
Coöperatieve vormen van samen-leven: zorg en welzijn, duurzaamheid, beheer openbare ruimte. De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan het realiseren van de doelstellingen zoals opgenomen in de Omgevingsvisie. Het planvoornemen voorziet in de bouw van één woning in de bestaande bebouwingsconcentratie ten noorden van de kern Ommel. Met de planontwikkeling wordt met name voorzien in de behoefte aan grondgebonden woningen in een groene setting. De beperkte afstand tot de voorzieningen in de kern Ommel en de directe nabijheid van landelijk gebied spreekt de bewoners van de andere deelgebieden aan. De nieuwbouw van een woning in een bebouwingsconcetratie in het landelijk gebied voorziet daarmee in een aantoonbare vraag en draagt bij aan de doorstroom binnen de gemeente Asten, waar meerdere nieuwbouwprojecten voor meer specifieke doelgroepen worden gerealiseerd (Kluisstraat Ommel, Heusden Oost). Daarmee past de voorgenomen ontwikkeling binnen de doelstelling van de Omgevingsvisie en levert deze een belangrijke bijdrage aan het op peil houden van de leefbaarheid in het dorp. 3.4.3 Structuurvisie bebouwingsconcentraties De Structuurvisie Bebouwingsconcentraties vormt het toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen binnen bebouwingsconcentraties in het landelijk gebied, die niet binnen de gebruiksmogelijkheden van het bestemmingsplan passen.
In de visie bebouwingsconcentraties is per bebouwingsconcentratie of landschapstype uitgewerkt wat de gewenste ontwikkelingen zijn. Op de bijbehorende kaart is deze indeling in landschapstypes en bebouwingsconcentraties opgenomen.
28
omgevingsvergunning Ommelse Bos 3
Verbeelding Structuurvisie Bebouwingsconcentraties . Plangebied rood omcirkeld. In de bebouwingsconcentraties worden mogelijkheden geboden voor de nieuwbouw van burgerwoningen Behoudens de expliciet benoemde waardevolle open ruimtes of doorzichten kan binnen de begrenzing van de bebouwingsconcentraties op alle percelen worden gebouwd, mits dit stedenbouwkundig verantwoord is. Aan de ontwikkeling zijn een aantal randvoorwaarden verbonden, welke in hoofdstuk 6 van de structuuvisie verder worden uitgewerkt.
Mogelijkheden wonen Ten aanzien van het vergroten van woningen en bijgebouwen kunnen eveneens ruimere mogelijkheden verkregen worden. De structuurvisie is van toepassing op uitbreiding van een woning met een gewenste inhoud boven 900m3 en voor bijgebouwen met een oppervlakte boven 200m2, (onder deze maten biedt het bestemmingsplan buitengebied reeds ontwikkelingsmogelijkheden, onder andere middels de opgenomen sloop-bonus regeling).
Ruimtelijke kwaliteitsverbetering Landschappelijke inpassing bebouwing: nieuwe ontwikkelingen die het straatbeeld aantasten dienen ingepast te worden. Het doel is om de beeldkwaliteit te handhaven of te verbeteren. Dit kan onder andere middels het toevoegen van groen. Maar ook het aanpassen van de architectuur kan worden omschreven als het landschappelijk inpassen van bebouwing. Zichtrelatie met landschap: zoals aangegeven in de visie bebouwingsconcentraties is de relatie met het omliggende landschap belangrijk. Door zichtassen te waarborgen en eventueel te accentueren met groen, kan deze relatie behouden en versterkt worden.
omgevingsvergunning Ommelse Bos 3
29
Gevolgen voor planontwikkeling Ter plaatse van het plangebied is op grond van de structuurvisie sprake van een 'wenselijk zicht', waar kleine doorkijkjes naar het landschap dienen te worden behouden dan wel gecreëerd (op bovenstaande afbeelding weergegeven met blauwe pijl). Om dit wenselijk zicht te behouden, zal conform de wens van de gemeente ten minste de helft van de gronden behouden blijven als weiland. Het bestemmingsvlak van de nieuwe woning kan in dat licht een frontbreedte hebben van 20 meter, waarbij de voorste bouwgrens van het bouwvlak niet te ver naar achteren wordt gesitueerd. Op grond van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling binnen de doelstelling van de Structuurvisie bebouwingsconcentraties past. 3.4.4 Woonvisie gemeente Asten 2015-2024 Op 8 november 2016 heeft de gemeenteraad de Woonvisie gemeente Asten 2015-2024 vastgesteld. In de woonvisie zijn de uitgangspunten voor het volkshuisvestingsbeleid geformuleerd. Belangrijke uitgangspunten voor het volkshuisvestingsbeleid zijn: Algemeen Asten richt zich op het realiseren van een woningvoorraad die past bij de woonbehoeften van de Astense bevolking, zowel kwantitatief (voldoende woningen) als kwalitatief (juiste woningen). Dit uitgangspunt geldt niet alleen voor de gemeente Asten als geheel maar ook voor de drie afzonderlijke kernen.