GR22.06.10C Regels.pdf
Tekst van het document
doeleinden.
4.6.6 Recreatieve activiteiten Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming van de gronden wijzigen in de bestemming 'Recreatie' teneinde hergebruik of herbouw van de bebouwing toe te staan van dag- en verblijfsrecreatieve activiteiten. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a.
b. c. d. e.
f.
28
hergebruik voor dagrecreatie kan binnen de gehele bestemming worden toegestaan in of bij vrijkomende agrarische bebouwing, waarbij de navolgende doeleinden kunnen worden toegestaan: kinderboerderij, theeschenkerij en qua aard en omvang overeenkomstige bedrijven; het hergebruik of de herbouw dient te passen in de omgeving; ten behoeve van de recreatieve activiteiten is ondersteunende horeca toegestaan met een maximum van 100 m2 per bedrijf; in opzet en ontwikkelingsperspectief moet het gaan om een kleinschalige activiteit, met in beginsel slechts enkele werknemers; als belangrijke voorwaarde voor hergebruik geldt dat hergebruik plaatsvindt binnen het bestaande bouwvolume tot een maximum van 1,5 ha. Uitbreiding van bebouwing is niet toegestaan. Herbouw van bebouwing is wel mogelijk mits het bestaande bouwvolume niet toeneemt; in een bedrijfsplan dient te worden aangetoond welke bedrijfsgebouwen noodzakelijk zijn voor de hergebruikfunctie. Overtollige voormalige agrarische bedrijfsbebouwing, die niet voor de nieuwe functie wordt gebruikt, dient te worden gesloopt, tenzij de gebouwen een bijzondere cultuurhistorische waarde
bestemmingsplan Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand 2021
hebben; er mag geen opslag buiten de gebouwen plaatsvinden; het bestemmingsvlak dient te worden verkleind tot een passende omvang; de wijziging mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; j. de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; k. er dient sprake te zijn van een passende bijdrage aan de kwaliteitsverbetering van het landschap, die in ieder geval bestaat uit een zorgvuldige landschappelijke inpassing conform een door de gemeente goedgekeurd erfbeplantingsplan; l. er dient op eigen terrein te worden voorzien in de parkeerbehoefte; m. een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij de planontwikkeling; n. de wijziging mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in 4.1 omschreven doeleinden. g. h. i.
4.6.7 Niet-agrarisch bedrijf Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming van de gronden wijzigen in de bestemming 'Bedrijf' teneinde gebruik of herbouw van de aanwezige bebouwing toe te staan voor niet-agrarische bedrijven. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a. b.
het hergebruik of de herbouw dient te passen in de omgeving; in opzet en ontwikkelingsperspectief dient het om een kleinschalige activiteit te gaan, met in beginsel slechts enkele werknemers; c. de omzetting is slechts toegestaan naar bedrijven zoals opgenomen in maximaal de categorieën 1 en 2 van de bij deze regels als bijlage 1 gevoegde Staat van bedrijfsactiviteiten of daarmee vergelijkbare bedrijven; d. als belangrijkste voorwaarde voor hergebruik geldt dat hergebruik uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - bebouwingsconcentratie' dan wel ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - urgentiegebied' is toegestaan. Hergebruik dient plaats te vinden binnen het bestaande bouwvolume met een maximum van 400 m2 ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - bebouwingsconcentratie' respectievelijk een maximum van 700 m2 ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - urgentiegebied'. Uitbreiding van bebouwing is niet toegestaan. Herbouw van bebouwing is wel mogelijk mits het bestaande bouwvolume niet toeneemt. e. in een bedrijfsplan dient te worden aangetoond welke bedrijfsgebouwen noodzakelijk zijn voor de hergebruikfunctie. Overtollige voormalige agrarische bedrijfsbebouwing, die niet voor de nieuwe functie wordt gebruikt, dient te worden gesloopt, tenzij de gebouwen een bijzondere cultuurhistorische waarde hebben; f.
er mag geen opslag buiten de gebouwen plaatsvinden; g. de wijziging mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; h. de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; i. er dient op eigen terrein te worden voorzien in de parkeerbehoefte; j. een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij de planontwikkeling; k. de wijziging mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in Artikel 13 omschreven aanduidingsregels; l. er dient sprake te zijn van een passende bijdrage aan de kwaliteitsverbetering van het landschap, die in ieder geval bestaat uit een zorgvuldige landschappelijke inpassing conform een door de gemeente goedgekeurd erfbeplantingsplan; m. het bestemmingsvlak met de bestemming 'Bedrijf' en/of het bouwvlak worden verkleind tot een omvang die passend is voor een bedrijf in het buitengebied. De overige gronden krijgen de bestemming 'Agrarisch' overeenkomstig de regels van artikel 3.
bestemmingsplan Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand 2021
29
4.6.8 Oppervlakte teeltondersteunende kassen Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming van gronden zodanig wijzigen, dat het oprichten van teeltondersteunende kassen (niet zijnde een glastuinbouwbedrijf) van meer dan 1.000 m2 kan worden toegestaan. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a. b. c. d.
de teeltondersteunende kassen staan ten dienste aan een vollegrondstuinbouwbedrijf; de oppervlakte van teeltondersteunende kassen mag niet groter zijn dan 5.000 m2 ; een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij de planontwikkeling; de wijziging mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in 4.1 omschreven doeleinden.
30
bestemmingsplan Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand 2021
Artikel 5 5.1
Agrarisch - Glastuinbouwgebied 1
Bestemmingsomschrijving
5.1.1 Algemeen De voor 'Agrarisch - Glastuinbouwgebied 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.
g.
agrarische bedrijfsdoeleinden, uitsluitend ten behoeve van glastuinbouwbedrijven alsmede teelt in de open grond en/of agrarisch grondgebruik; bestaande bedrijfswoningen met bijbehorende bijgebouwen; aan huis verbonden beroepen als ondergeschikte functie aan de bedrijfswoning, een en ander met bijbehorende voorzieningen; hobbymatig agrarisch gebruik als ondergeschikte functie aan de bedrijfswoning; bij de glastuinbouwbedrijven behorende voorzieningen zoals kassen, bedrijfsgebouwen, installaties in verband met warmtekrachtkoppeling, watervoorzieningen en gietwaterbassins; aan het glastuinbouwbedrijf ondergeschikte detailhandel in streekgebonden producten en agrarisch gerelateerde producten, met dien verstande dat maximaal 50 m2 verkoopvloeroppervlak voor deze detailhandelsactiviteit mag worden aangewend; aan het glastuinbouwbedrijf ondergeschikte inpandige statische opslag ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering, met dien verstande dat inpandige statische opslag in kassen niet is toegestaan;
met de daarbij behorende: h. i. j. k. l.
groenvoorzieningen; doeleinden van openbaar nut; tuinen, erven en verhardingen; parkeervoorzieningen; waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder regenwaterpiekopvang en infiltratievoorzieningen.
met dien verstande dat: m. het gehele bestemmingsvlak mag worden gebruikt ten behoeve van extensief recreatief medegebruik, waarbij ter ondersteuning van dit medegebruik beperkte recreatieve voorzieningen zijn toegestaan zoals paden, banken, picknicktafels, bewegwijzering e.d.; n. ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting' de gronden tevens zijn bestemd voor de ontsluiting van aangrenzende percelen en bestemmingen. 5.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 16.3 . 5.2
Bouwregels
5.2.1 Toegestane bebouwing Uitsluitend mogen worden opgericht bouwwerken ten dienste van de bestemming, waarbij de volgende regels gelden: a. b. c.
toegestaan zijn agrarische bedrijfsgebouwen, inclusief kassen, ten behoeve van het glastuinbouwbedrijf; toegestaan zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van het glastuinbouwbedrijf; alleen bestaande bedrijfswoningen zijn toegestaan.
bestemmingsplan Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand 2021
31
5.2.2 Maatvoering De bouwwerken dienen te voldoen aan de volgende maatvoeringseisen: bouwwerken afstand tot de as van de weg
minimaal 15 m
maximaal n.v.t.
bedrijfsgebouwen algemeen minimaal afstand tot de perceelsgrens 3m goothoogte n.v.t. bouwhoogte n.v.t. afstand achter de voorgevel (en het 5 m verlengde daarvan) van bedrijfswoning afstand tussen bedrijfsgebouwen 5 m en bedrijfswoning
maximaal n.v.t. 5,5 m 10 m n.v.t.
Kassen of hoge tunnels afstand tot de perceelsgrens goothoogte bouwhoogte
minimaal 1m n.v.t. n.v.t.
maximaal n.v.t. 7m 10 m
Afstand tot woningen (anders dan eigen bedrijfswoning)
25 m
n.v.t.
bedrijfswoning afstand tot de perceelsgrens goothoogte bouwhoogte inhoud
minimaal Maximaal 3m n.v.t. n.v.t. 5,5 m n.v.t. 10 m 3 maximaal 750 m (inclusief aangebouwde bijgebouwen), tenzij: - de bestaande inhoud van de bestaande woning reeds meer bedraagt, welke inhoud dan als maximum geldt.
vrijstaande bijgebouwen bij minimaal bedrijfswoning afstand tot de perceelsgrens 3m gezamenlijke oppervlakte per n.v.t. woning goothoogte n.v.t. bouwhoogte n.v.t. afstand achter de voorgevel (en het 5 m verlengde daarvan) van bedrijfswoning afstand bijgebouwen tot 1,5 m bedrijfswoning
32
n.v.t.
maximaal n.v.t. 80 m² 3m 5,5 m n.v.t.
25 m
bestemmingsplan Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand 2021
bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwhoogte erfafscheidingen bouwhoogte van bij de bedrijfswoning behorende carports c.q. overkappingen oppervlakte van een bij de bedrijfswoning behorende carport c.q. overkapping bouwhoogte overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. b. c. d. e. 5.3
maximaal 1 m voor de voorgevel, elders 2 m 3m 20 m2 12,5 m
waarbij geldt dat herbouw van bestaande bedrijfswoningen uitsluitend is toegestaan indien en voor zover: de herbouw grotendeels plaatsvindt op de (voor zover aanwezige) bestaande fundamenten; de voorgevel van de te herbouwen bedrijfswoning wordt geplaatst in de (voormalige) voorgevelrooilijn; de bouwwijze (dat wil zeggen vrijstaand, halfvrijstaand of aaneengebouwd) van de te herbouwen bedrijfswoning(en) niet afwijkt van de bouwwijze van de oorspronkelijke woning(en); het bepaalde ten aanzien van de maatvoering in bovenstaande tabel in acht wordt genomen, en; Afwijken van de bouwregels
5.3.1 Minimale afstand tot de weg/perceelsgrens/bedrijfswoning Bevoegd gezag kan met omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.2.2 teneinde de voorgeschreven minimum afstand van bebouwing tot de weg en/of de voorgeschreven minimum afstand tot een perceelsgrens en/of de minimum afstand van bedrijfsgebouwen achter de voorgevel (en het verlengde daarvan) van de bedrijfswoning te verkleinen, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a.
b. c. d. e. f. g. h.
de noodzaak vanuit een doelmatige bedrijfsvoering en/of een doelmatige perceelsinrichting en/of de uitbreiding van of aansluiting op aanwezige bebouwing met een reeds op deze punten afwijkende maatvoering, moet aanwezig zijn. Hiertoe kan nader advies ingewonnen worden bij de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen; er mogen geen onevenredige verkeerskundige belemmeringen plaatsvinden; er dient voldoende parkeerruimte op het eigen erf aanwezig te blijven; de wegbeheerder dient te worden gehoord; de stedenbouwkundige structuur mag niet onevenredig worden aangetast; aangetoond dient te worden dat de externe veiligheid kan worden gewaarborgd; de met omgevingsvergunning verleende afwijking mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in omschreven aanduidingsregels; indien het een woning of ander geluidgevoelig object betreft, moet voldaan worden aan de Wet geluidhinder.
5.3.2 Maatvoering gebouwen Bevoegd gezag kan met omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.2.2 teneinde voor de bedrijfsgebouwen (inclusief kassen) een hogere goot- en bouwhoogte toe te kunnen staan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a.
b. c. d.
aangetoond kan worden dat een grotere hoogte noodzakelijk is ten behoeve van een doelmatige bedrijfsvoering. Hiertoe kan nader advies worden ingewonnen bij de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen; de goot- en bouwhoogte van bedrijfsgebouwen, niet zijnde kassen, mag niet meer bedragen dan respectievelijk 8 m en 12 m.; de goot- en bouwhoogte van kassen mag niet meer bedragen dan respectievelijk 8 m en 12 m.; het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast;
bestemmingsplan Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand 2021
33
e.
de met omgevingsvergunning verleende afwijking mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in Artikel 13 omschreven aanduidingsregels.
5.3.3 Herbouw bedrijfswoning Bevoegd gezag kan met omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.2.2 teneinde herbouw van de bedrijfswoning buiten de bestaande fundamenten toe te staan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. b. c. d. e. 5.4
de nieuwe situering van de woning is stedenbouwkundig, verkeerskundig en milieukundig aanvaardbaar; er dient sprake te zijn van (zekerheidsstelling omtrent de) sloop van de bestaande woning; door de herbouw wordt het landelijk karakter van het gebied niet onevenredig aangetast; de nieuwe situering van de woning leidt niet tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit milieu- en dierenwelzijnswetgeving; het bepaalde ten aanzien van de maatvoering in 5.2.2 wordt in acht genomen. Specifieke gebruiksregels
5.4.1 Strijdig gebruik In ieder geval geldt als strijdig met de bestemming gebruik en/of laten gebruiken van: a. b.
c. d. e. f.
gronden en/of opstallen voor het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik; gronden en/of opstallen voor het bedrijfsmatig vervaardigen, opslaan, verwerken of herstellen van goederen en het opslaan en be- of verwerken van producten, tenzij dit plaatsvindt ten behoeve van de agrarische productie binnen het glastuinbouwbedrijf dan wel uitsluitend betrekking heeft op agrarische producten van het eigen bedrijf; gronden en/of opstallen voor detailhandel, behoudens het bepaalde in 5.1; gronden voor buitenopslag ten behoeve van nevenactiviteiten; gronden en/of opstallen voor woondoeleinden, met uitzondering van de toegestane bedrijfswoningen; (vrijstaande) bijgebouwen als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte.
5.4.2 Aan huis verbonden beroep De uitoefening van een aan huis verbonden beroep als bedoeld in 5.1 is toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn: a. b. c. d. e. f. 5.5
de omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 40% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de woonbebouwing tot een maximum van 80 m2; het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer; parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden; detailhandel mag alleen plaatsvinden ondergeschikt aan en in direct verband met het aan huis verbonden beroep; de activiteit dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn in de woonomgeving; de activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner. Afwijken van de gebruiksregels
5.5.1 Agrarisch verwant bedrijf / agrarisch technisch hulpbedrijf Bevoegd gezag kan met omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.1 teneinde een vorm van agrarisch verwant bedrijf of agrarisch technisch hulpbedrijf als nevenactiviteit bij een glastuinbouwbedrijf toe te staan. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a.
34
de nevenactiviteit dient plaats te vinden binnen het bestaande bouwvolume. Er vindt geen uitbreiding van bebouwing ten behoeve van de nevenfunctie plaats;
bestemmingsplan Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand 2021
b. c. d. e. f. g. h. i. j.
de vloeroppervlakte die wordt aangewend voor deze nevenactiviteit, mag niet meer bedragen dan 1.000 m2; de totale vloeroppervlakte van nevenactiviteiten bij het agrarisch bedrijf mag maximaal 2.000 m2 bedragen; het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; detailhandel ten behoeve van deze nevenactiviteit is niet toegestaan; de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; er dient op eigen terrein te worden voorzien in de parkeerbehoefte; het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast; een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij de planontwikkeling; de met omgevingsvergunning verleende afwijking mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in omschreven aanduidingsregels.
5.5.2 Zorgverlening Bevoegd gezag kan met omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in teneinde - bedrijfsmatige nevenactiviteiten in de vorm van zorgverlening op sociaal, fysiek of psychisch vlak toe te staan bij een glastuinbouwbedrijf. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.
de nevenactiviteit dient plaats te vinden binnen het bestaande bouwvolume. Er vindt geen uitbreiding van bebouwing ten behoeve van de nevenactiviteit plaats; de vloeroppervlakte die wordt aangewend voor deze nevenactiviteit, mag niet meer bedragen dan 500 m2; de totale vloeroppervlakte van nevenactiviteiten bij het glastuinbouwbedrijf mag maximaal 2.000 m2 bedragen; het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; detailhandel is uitsluitend toegestaan in de ondergeschikte, aan de nevenactiviteit gerelateerde vorm; de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; er dient op eigen terrein te worden voorzien in de parkeerbehoefte; het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast; een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij de planontwikkeling; de met omgevingsvergunning verleende afwijking mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in Artikel 13 omschreven aanduidingsregels.
5.5.3 Bed & breakfast Bevoegd gezag kan met omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.1 teneinde als nevenactiviteit bij een glastuinbouwbedrijf, bed & breakfast-voorzieningen en dergelijke toe te staan. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a. b. c. d. e. f. g.
bed & breakfast vindt plaats in de bedrijfswoning en de daarbij behorende bijgebouwen; de gebruiksruimte voor bed & breakfast bedraagt niet meer dan 80 m2, met een maximum van 10 (éénpersoons) bedden per glastuinbouwbedrijf; indien en voor zover er sprake is van cultuurhistorische waarden, mogen deze cultuurhistorische waarden door verlenen van de omgevingsvergunning voor afwijken niet onevenredig worden aangetast; de verkeersaantrekkende werking van de nevenactiviteit dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; er dient op eigen terrein te worden voorzien in de parkeerbehoefte; het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij de
bestemmingsplan Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand 2021
35
h.
planontwikkeling; de met omgevingsvergunning verleende afwijking mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in Artikel 13 omschreven aanduidingsregels.
5.5.4 Recreatie Bevoegd gezag kan met omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.1 teneinde als nevenactiviteit bij een glastuinbouwbedrijf extensieve vormen van dag- en verblijfsrecreatieve voorzieningen, zoals een kinderboerderij, theehuis, ambachtelijke ijs- of kaasmakerij, verhuur van fietsen/huifkarren, organiseren van rondleidingen en exposities e.d., toe te staan. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a. b. c.
de nevenactiviteit vindt plaats naast en ter ondersteuning van de agrarische bedrijfsvoering; verblijfsrecreatieve activiteiten in de vorm van kampeermiddelen en stacaravans zijn niet toegestaan; er zijn per glastuinbouwbedrijf verblijfsrecreatieve ruimten toegestaan met een totale oppervlakte van maximaal 500 m2 per bestemmingsvlak; d. maneges zijn niet toegestaan; e. de nevenactiviteit dient plaats te vinden binnen het bestaande bouwvolume. Er vindt geen uitbreiding van bebouwing ten behoeve van de nevenactiviteit plaats; f. de totale vloeroppervlakte van nevenactiviteiten bij het glastuinbouwbedrijf mag maximaal 2.000 m2 bedragen; g. de verkeersaantrekkende werking van de nevenactiviteit dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; h. er dient op eigen terrein te worden voorzien in de parkeerbehoefte; i. er dient sprake te zijn van een passende bijdrage aan de kwaliteitsverbetering van het landschap, die in ieder geval bestaat uit een zorgvuldige landschappelijke inpassing conform een door de gemeente goedgekeurd erfbeplantingsplan; j. het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; k. het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast; l.
ten behoeve van de nevenactiviteit is ondersteunende horeca toegestaan, zoals de verkoop van ijs, thee e.d. met een maximum van 100 m2; m. detailhandel is uitsluitend toegestaan in ondergeschikte, aan de nevenactiviteit gerelateerde vorm; n. een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij de planontwikkeling; o. de met omgevingsvergunning verleende afwijking mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in Artikel 13 omschreven aanduidingsregels. 5.5.5 Minicamping Bevoegd gezag kan met omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.1 teneinde minicampings en de daarvoor noodzakelijke voorzieningen, zoals sanitaire voorzieningen, toe te staan. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a. b. c. d.
e. f.
36
er zijn slechts kampeermiddelen toegestaan met een niet-permanent karakter (tenten, tentwagens, kampeerauto's, campers en toercaravans), alsmede maximaal 5 trekkershutten per glastuinbouwbedrijf; de bebouwde oppervlakte van de trekkershutten mag maximaal 20 m2 bedragen, de goothoogte maximaal 2,20 m en de bouwhoogte maximaal 3,5 m; maximaal 15 kampeerplaatsen per minicamping toegestaan zijn; gebouwde voorzieningen ten behoeve van kleinschalig kamperen, zoals sanitaire voorzieningen, mogen een maximale gezamenlijke oppervlakte hebben van 50 m2 bij 25 kampeerplaatsen en 30 m2 bij 15 kampeerplaatsen, en een maximale goothoogte van 3 m en en maximale bouwhoogte van 5,5 m; de sanitaire voorzieningen worden, voor zover dat redelijkerwijs mogelijk is, gerealiseerd binnen de bestaande bebouwing, of anders aansluitend aan de bestaande bebouwing; er dient sprake te zijn van een passende bijdrage aan de kwaliteitsverbetering van het landschap, die in
bestemmingsplan Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand 2021
g. h. i. j. k.
ieder geval bestaat uit een zorgvuldige landschappelijke inpassing conform een door de gemeente goedgekeurd erfbeplantingsplan; de verkeersaantrekkende werking van de nevenactiviteit dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; er dient op eigen terrein te worden voorzien in de parkeerbehoefte; het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij de planontwikkeling; de met omgevingsvergunning verleende afwijking mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in Artikel 13 omschreven aanduidingsregels.
5.5.6 Aan huis verbonden bedrijf Bevoegd gezag kan met omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.4.1 onder b. ten behoeve van de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a. b. c. d. e. f. g. h.
de omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 200 m2 in bestaande bebouwing; het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer; parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden; detailhandel mag alleen plaatsvinden ondergeschikt aan en in direct verband met het aan huis verbonden bedrijf; de activiteit dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn in de woonomgeving; de activiteit mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; de activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner; een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij de planontwikkeling.
5.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.6.1 Verbod Het is verboden op de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de in het schema onder 5.6.4 opgenomen vergunningplichtige werken en werkzaamheden uit te (doen) voeren. 5.6.2 Uitzonderingen Het onder 5.6.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden: a. b. c.
waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden is verleend; welke ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan in uitvoering waren op grond van voorgaand bestemmingsplan; welke betreffen het normale onderhoud en/of landschapsbeheer.
5.6.3 Voorwaarden omgevingsvergunning De in 5.6.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien na een belangenafweging blijkt dat er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de doeleinden als opgenomen in 5.1. Ten behoeve van de belangenafweging zijn in het schema onder de toetsingscriteria weergegeven.
bestemmingsplan Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand 2021
37
5.6.4
Vergunningsplichtige werken/werkzaamheden
criteria voor vergunningverlening het aanbrengen van (infrastructurele) ondergrondse leidingen
Het aanleggen van waterbassins/waterbergingen
het aanbrengen van oppervlakteverhardingen groter dan 200 m2
uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'overige 1. zone - attentiegebied NNB': het verzetten van grond van meer dan 100 m3 of op een diepte van meer dan 30 cm onder maaiveld, een en ander voor zover geen vergunning vereist is in het kader van de Ontgrondingenwet; 2. de aanleg van drainage of het verlagen van de drainagebasis; 3. het verlagen van de waterstand door de aanleg van beregeningsinstallaties; 4. het aanbrengen van niet-omkeerbare verhardingen en/of verharde oppervlakten van meer dan 100 m2, anders dan een bouwwerk 5.7
1. het aanbrengen van de leidingen mag niet leiden tot onevenredige aantasting van de agrarische belangen; 2. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de landschappelijke waarden. a. de aanleg van het waterbassin / waterberging is noodzakelijk in het kader van agrarische bedrijfsvoering; b. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de landschappelijke waarden. Aantasting kan worden voorkomen door zorgvuldige inplanting; c. er mag geen aantasting plaatsvinden van de verkeersveiligheid ter plaatse. Dit betekent dat de afstanden die voor de bebouwing ten opzichte van de weg zijn voorgeschreven in dienen te worden aangehouden. 1. het aanbrengen van verhardingen dient noodzakelijk te zijn in het kader van de agrarische bedrijfsvoering dan wel het extensief recreatief medegebruik; 2. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de landschappelijke waarden. 1. de waterhuishoudkundige situatie mag niet onevenredig worden aangetast; 2. het betrokken waterschapsbestuur wordt gehoord.
Wijzigingsbevoegdheid
5.7.1 Verandering bestemmingsvlak agrarisch bedrijf Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming wijzigen in de bestemming 'Agrarisch – Agrarisch bedrijf' ten behoeve van het vergroting en/of vormverandering van het bestemmingsvlak van de bestemming 'Agrarisch – Agrarisch bedrijf' al dan niet in combinatie met de wijzigingsbevoegheid zoals opgenomen in artikel . Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a.
38
de vergroting dient noodzakelijk te zijn uit het oogpunt van doelmatige bedrijfsvoering en/of
bestemmingsplan Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand 2021
b. c. d.
e.
f. g. h.
i.
-ontwikkeling, waaronder begrepen het kunnen plaatsen van permanente teeltondersteunende voorzieningen. Dienaangaande wordt advies van de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen ingewonnen; de wijziging mag niet leiden tot een bestemmingsvlak groter dan 1,5 hectare; vergroting ten behoeve van geiten- en/of schapenhouderijen is niet toegestaan; vergroting en/of vormverandering ten behoeve van een pluimveehouderij is aleen toegestaan, mits noodzakelijk in het kader van een verplaatsing uit het gebied ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - urgentiegebied', waarbij een knelpunt wordt opgelost; er dient sprake te zijn van een passende bijdrage aan de kwaliteitsverbetering van het landschap, die in ieder geval bestaat uit een zorgvuldige landschappelijke inpassing conform een door de gemeente goedgekeurd erfbeplantingsplan; door middel van een onderzoek naar de waterstaatkundige consequenties dient te worden aangetoond dat sprake is van hydrologisch neutraal bouwen; een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij de planontwikkeling; aangetoond dient te zijn dat er geen sprake is van een toename van de ammoniakdepositie in een Natura2000-gebied, danwel dat de depositie geen gevolgen heeft voor de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura2000-gebied; de wijziging mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in
Artikel 13 omschreven aanduidingsregels.
bestemmingsplan Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand 2021
39
Artikel 6 6.1
Bedrijf
Bestemmingsomschrijving
6.1.1 Algemeen De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.
niet-agrarische bedrijven; uitsluitend de bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in de tabel onder 6.1.2, met dien verstande dat deze activiteiten vergelijkbaar moeten zijn met een bedrijf met milieucategorie 2 zoals bedoeld in de staat van bedrijfsactiviteiten die is opgenomen als Bijlage 1 bij dit bestemmingsplan; c. aan huis verbonden beroepen als ondergeschikte functie aan de bedrijfswoning, een en ander met bijbehorende voorzieningen; d. hobbymatig agrarisch gebruik als ondergeschikte functie aan de bedrijfswoning; e. maximaal milieucategorie 2; met de daarbij behorende: f. g. h. i.
groenvoorzieningen; tuinen, erven en verhardingen; parkeervoorzieningen; waterhuishoudkundige voorzieningen.
6.1.2 Tabel bedrijven Ter plaatse van de Adres aanduiding
Bedrijfsactiviteiten
Specifieke vorm van Meijelseweg 31 bedrijf metaalbewerking
Aantal bedrijfswoningen
metaalbewerkingsbe 1 drijf
Max. oppervlakte bedrijfsgebouwen in m2 700
6.1.3 Voorwaardelijke verplichting 1. Binnen 18 maanden na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan, dienen alle voormalige agrarische bedrijfsgebouwen, bouwwerken en verhardingen conform Bijlage 2 zijn gesloopt c.q. zijn verwijderd. 2. Tevens geldt dat de locatie landschappelijk dient te zijn ingepast conform Bijlage 15 binnen 18 maanden na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan; de landschappelijke inpassing dient vervolgens in stand te worden gehouden. 6.1.4 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 16.3. 6.2
Bouwregels
6.2.1 Toegestane bebouwing Uitsluitend zijn toegestaan bouwwerken ten behoeve van de in 6.1 toegestane bedrijvigheid.
40
bestemmingsplan Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand 2021
6.2.2 Bouwvlak Indien en voor zover binnen een bestemmingsvlak een bouwvlak is aangegeven, mogen gebouwen uitsluitend worden opgericht binnen het betreffende bouwvlak. 6.2.3 Maatvoering De bouwwerken dienen te voldoen aan de volgende maatvoeringseisen: bouwwerken afstand tot de as van de weg
minimaal 15 m
maximaal n.v.t.
bedrijfsgebouwen algemeen min. afstand tot de perceelsgrens 3m goothoogte n.v.t. bouwhoogte n.v.t. afstand achter de voorgevel (en het 5 m verlengde daarvan) van bedrijfswoning afstand tussen bedrijfsgebouwen 5 m en bedrijfswoning
max. n.v.t. 5,5 m 10 m n.v.t.
bedrijfswoning
min.
max.
afstand tot de perceelsgrens goothoogte bouwhoogte inhoud
3m n.v.t. n.v.t. 5,5 m n.v.t. 10 m maximaal 750 m3 (inclusief aangebouwde bijgebouwen), tenzij de bestaande inhoud van de bestaande woning reeds meer bedraagt, welke inhoud dan als maximum geldt.
vrijstaande bijgebouwen bij bedrijfswoning afstand tot de perceelsgrens gezamenlijke oppervlakte per woning
min.
max.
3m n.v.t.
n.v.t. 80 m2, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte bijgebouwen (m2)' de aangeduide oppervlakte als maximum geldt. 3m 5,5 m n.v.t.
n.v.t.
goothoogte n.v.t. bouwhoogte n.v.t. afstand achter de voorgevel (en het 5 m verlengde daarvan) van bedrijfswoning afstand bijgebouwen tot 1,5 m bedrijfswoning bouwwerken, geen gebouwen zijnde
25 m
max.
bestemmingsplan Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand 2021
41
bouwhoogte erfafscheidingen bouwhoogte van bij de bedrijfswoning behorende carports c.q. overkappingen oppervlakte van een bij de bedrijfswoning behorende carport c.q. overkapping bouwhoogte overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
1 m voor de voorgevel, elders 2 m 3m 20 m2 6m
waarbij de maximale oppervlakte bedrijfsbebouwing niet meer mag bedragen dan zoals aangegeven in de tabel bedrijven onder 6.1.2; en waarbij geldt dat herbouw van bestaande bedrijfswoningen uitsluitend is toegestaan indien en voor zover: a. b. c. d. e. 6.3
herbouw niet plaatsvindt ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden'; de herbouw grotendeels plaatsvindt op de (voor zover aanwezige) bestaande fundamenten; de voorgevel van de te herbouwen bedrijfswoning wordt geplaatst in de (voormalige) voorgevelrooilijn; de bouwwijze (dat wil zeggen vrijstaand, halfvrijstaand of aaneengebouwd) van de te herbouwen bedrijfswoning(en) niet afwijkt van de bouwwijze van de oorspronkelijke woning(en); het bepaalde ten aanzien van de maatvoering in bovenstaande tabel in acht wordt genomen. Afwijken van de bouwregels
6.3.1 Oppervlakte bebouwing niet-agrarische bedrijven Bevoegd gezag kan met omgevingsvergunning afwijken van de in 6.2.3 opgenomen maximale oppervlakte bedrijfsbebouwing. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a. b. c. d. e. f. g. h.
i.
de in 6.2.3 opgenomen bebouwde oppervlakte mag met maximaal 15% worden vergroot; de belangen van de omliggende (niet) agrarische bedrijven en andere functies worden niet onevenredig aangetast; er vindt geen toename van de milieubelasting plaats; er vindt geen opslag buiten de gebouwen plaats; de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; door middel van een onderzoek naar de waterstaatkundige consequenties dient te worden aangetoond dat sprake is van hydrologisch neutraal bouwen; de met omgevingsvergunning verleende afwijking mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in Artikel 13 omschreven aanduidingsregels; er dient sprake te zijn van een passende bijdrage aan de kwaliteitsverbetering van het landschap, die in ieder geval bestaat uit een zorgvuldige landschappelijke inpassing conform een door de gemeente goedgekeurd erfbeplantingsplan; het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast.
6.3.2 Minimale afstand tot de weg/perceelsgrens/bedrijfswoning Bevoegd gezag kan met omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 6.2.3 teneinde de voorgeschreven minimum afstand van bebouwing tot de weg en/of de voorgeschreven minimum afstand tot een perceelsgrens en/of de minimum afstand van bedrijfsgebouwen achter de voorgevel (en het verlengde daarvan) van de bedrijfswoning te verkleinen, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a.
b. c.
42
de noodzaak vanuit een doelmatige bedrijfsvoering (voor zover het een recreatiebedrijf betreft) en/of een doelmatige perceelsinrichting en/of de uitbreiding van of aansluiting op aanwezige bebouwing met een reeds op deze punten afwijkende maatvoering, moet aanwezig zijn; er mogen geen onevenredige verkeerskundige belemmeringen plaatsvinden; er dient voldoende parkeerruimte op het eigen erf aanwezig te blijven;
bestemmingsplan Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand 2021
d. e. f. g. h.
de wegbeheerder dient te worden gehoord; de stedenbouwkundige structuur mag niet onevenredig worden aangetast; aangetoond dient te worden dat de externe veiligheid kan worden gewaarborgd; de met omgevingsvergunning verleende afwijking mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in omschreven aanduidingsregels; indien het een woning of ander geluidgevoelig object betreft, moet voldaan worden aan de Wet geluidhinder.
6.3.3 Goot-/bouwhoogte bedrijfsgebouwen Bevoegd gezag kan met omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 6.2.3 teneinde voor de bedrijfsgebouwen een hogere goot- en bouwhoogte toe te kunnen staan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a.
b. c.
aangetoond kan worden dat een grotere hoogte noodzakelijk is ten behoeve van een doelmatige bedrijfsvoering; 1. de goot- en bouwhoogte van bedrijfsgebouwen mag niet meer bedragen dan respectievelijk 6,5 m en 12 m. bij een kap; de grotere hoogte van bedrijfsgebouwen architectonisch en stedenbouwkundig inpasbaar is in de omgeving; het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast.
6.3.4 Herbouw bedrijfswoning Bevoegd gezag kan met omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 6.2.3 teneinde herbouw van de bedrijfswoning buiten de bestaande fundamenten toe te staan. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a. b. c. d. e. 6.4
de nieuwe situering van de woning is stedenbouwkundig, verkeerskundig en milieukundig aanvaardbaar; er dient sprake te zijn van (zekerheidsstelling omtrent de) sloop van de bestaande woning; door de herbouw wordt het landelijk karakter van het gebied niet onevenredig aangetast; de nieuwe situering van de woning leidt niet tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit milieu- en dierenwelzijnswetgeving; het bepaalde ten aanzien van de maatvoering in 6.2.3 wordt in acht genomen. Specifieke gebruiksregels
6.4.1 Strijdig gebruik Als met de bestemming strijdig gebruik geldt in ieder geval gebruik en/of laten gebruiken van gronden en/of opstallen: a. b. c. d. e. f.
voor het bedrijfsmatig vervaardigen, opslaan, verwerken of herstellen van goederen en het opslaan en be- of verwerken van producten tenzij dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik; voor detailhandel; voor (ondersteunende) horeca; voor woondoeleinden, met uitzondering van de toegestane bedrijfswoningen; (vrijstaande) bijgebouwen als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte, met uitzondering van afhankelijke woonruimte ten behoeve van mantelzorg; voor een seksinrichting.
6.4.2 Aan huis verbonden beroep De uitoefening van een aan huis verbonden beroep als bedoeld in 6.1 is toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn: a.
de omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 40% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van
bestemmingsplan Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand 2021
43
b. c. d. e. f. 6.5
de woonbebouwing tot een maximum van 80 m2; het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer; parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden; detailhandel mag alleen plaatsvinden ondergeschikt aan en in direct verband met het aan huis verbonden beroep; de activiteit dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn in de woonomgeving; de activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner. Wijzigingsbevoegdheid
6.5.1 Andere vorm van niet-agrarisch bedrijf Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming wijzigen teneinde een ander dan in 6.1 voor het perceel voorgeschreven niet-agrarische bedrijvigheid toe te staan. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a.
b. c. d. e. f. g. h.
i. j.
aangetoond dient te worden dat er sprake is van een ruimtelijke en milieukundige verbetering. Een ruimtelijke en milieukundige verbetering betekent dat er een afname van bebouwing (niet zijn een gemeentelijk monument of een rijksmonument dan wel woonboerderijpand) plaatsvindt alsmede een visueel ruimtelijke verbetering van de situatie en/of een vermindering van de milieubelasting; er mag geen opslag buiten de gebouwen plaatsvinden; de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; een tweede bedrijfswoning, voor zover niet reeds aanwezig, is niet toegestaan; voldaan moet worden aan de maatvoeringseisen uit 6.2.3; de wijziging mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; detailhandel is niet toegestaan behoudens voor zover zulks in ondergeschikte vorm noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik; er dient sprake te zijn van een passende bijdrage aan de kwaliteitsverbetering van het landschap, die in ieder geval bestaat uit een zorgvuldige landschappelijke inpassing conform een door de gemeente goedgekeurd erfbeplantingsplan; uit een onderzoek naar de bodemkwaliteit dient te blijken dat de bodem geschikt is voor de nieuwe functie; een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de
belangen van de omgeving bij de planontwikkeling.
6.5.2 Omschakelingnaar glastuinbouwbedrijf Burgemeester en wethouders kunnen deze bestemming wijzigen in de bestemming 'Agrarisch Glastuinbouwgebied 1' teneinde een glastuinbouwbedrijf toe te staan. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a. b. c. d. e. f.
44
de gronden zijn gelegen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - concentratiegebied glastuinbouw'; de omvang van het glastuinbouwbedrijf mag niet meer bedragen dan 1,5 hectare; bebouwing die niet noodzakelijk is voor de nieuwe bestemming (overtollige bebouwing) dient te worden gesloopt, tenzij het cultuurhistorisch waardevolle bebouwing is; een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij de planontwikkeling; de wijziging mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in Artikel 13 omschreven aanduidingsregels; er dient sprake te zijn van een passende bijdrage aan de kwaliteitsverbetering van het landschap, die in ieder geval bestaat uit een zorgvuldige landschappelijke inpassing conform een door de gemeente goedgekeurd erfbeplantingsplan.
bestemmingsplan Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand 2021
6.5.3 Woondoeleinden Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming van de gronden wijzigen in de bestemming 'Wonen' waarbij na bedrijfsbeëindiging de verbouw van een voormalige bedrijfswoning kan worden toegestaan. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a.
de bebouwde oppervlakte van de voormalige bedrijfswoning of (woon)boerderij (inclusief de inpandige stal / het inpandige deel) mag niet worden vergroot; b. de agrarische verschijningsvorm van een voormalige boerderij mag niet worden aangetast; c. woningsplitsing is niet toegestaan; d. de bestaande situering van de bebouwing mag niet worden gewijzigd; e. de wijziging mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; f. de bebouwde oppervlakte van de vrijstaande bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 125 m2 per woning; g. in afwijking van het bepaalde onder f. kan, indien sprake is van sloop van voormalige bedrijfsgebouwen, een gezamenlijke oppervlakte van vrijstaande bijgebouwen bij een woning worden toegestaan van meer dan 125 m2. Maximaal 25% van het gesloopte oppervlak aan legaal opgerichte bebouwing mag als bijgebouwen worden teruggebouwd, tot een totaal aan vrijstaande bijgebouwen van maximaal 200 m2; h. de extra oppervlakte aan bijgebouwen zoals onder g. genoemd, mag ook worden gevormd door bestaande bijgebouwen, in plaats van herbouw na sloop, mits de overtollige oppervlakte aan bijgebouwen wordt gesloopt; i. sloop van cultuurhistorisch waardevolle en monumentale panden is niet toegestaan; j. in afwijking van het bepaalde onder a.
kan, indien sprake is van sloop van voormalige bedrijfsgebouwen, de inhoud van de woning tot maximaal 900 m3 worden vergroot. Per 50 m3 vergroting van de woning dient telkens minimaal 500 m2 aan legaal opgerichte bebouwing te worden gesloopt; k. het surplus (alle aanwezige bebouwing boven de standaard maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen van 125 m2) moet in één keer worden gesloopt en deze sloop moet als voorwaarde aan de wijziging en omgevingsvergunning voor het bouwen worden verbonden; l. er kan geen toepassing worden gegeven aan de sloopregeling als opgenomen onder g. tot en met k. indien: 1. op deze locatie sloop van de bebouwing al heeft plaatsgevonden, 2. sloop kan plaatsvinden in het kader van de ruimte-voor-ruimteregeling, 3. sloopsubsidie is verkregen op basis van de Regeling beëindiging veehouderijtakken, m. de sloop al op andere wijze is verzekerd; n. de gesloopte oppervlakte mag slechts éénmaal ten behoeve van nieuwe bebouwing in aanmerking worden genomen; o. de nieuwe woning is niet gelegen binnen een geurhindercontour van één of meer agrarische bedrijven; p. uit een onderzoek naar de bodemkwaliteit dient te blijken dat de bodem geschikt is voor de nieuwe functie; q. voldaan wordt aan de bepalingen bij of krachtens de Wet geluidhinder; r.
een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij de planontwikkeling; s. de wijziging mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in Artikel 13 omschreven aanduidingsregels; t. het bestemmingsvlak met de bestemming 'Wonen' en/of het bouwvlak worden verkleind tot een omvang die passend is voor een burgerwoning in het buitengebied. De overige gronden krijgen de bestemming 'Agrarisch' en/of 'Agrarisch met waarden'.
bestemmingsplan Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand 2021
45
Artikel 7 7.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
7.1.1 Algemeen De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.
f.
woondoeleinden, waarbij per bestemmingsvlak maximaal één woning is toegestaan; aan huis verbonden beroepen als ondergeschikte functie aan de woning, een en ander met bijbehorende voorzieningen; hobbymatig agrarisch gebruik als ondergeschikte functie aan de woning; tevens de nevenactiviteiten zoals opgenomen in de tabel, conform het bepaalde in 7.1.2. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - hondenkennel en –pension'; een bedrijf aan huis, vergelijkbaar met maximaal milieucategorie 2, in de vorm van een hondenkennel en -pension, conform het bepaalde in 7.4.1 ; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen – landschappelijke inpassing', voor landschappelijke inpassing;
met de daarbij behorende: g. h. i.
tuinen, erven en verhardingen; parkeervoorzieningen; waterhuishoudkundige voorzieningen.
7.1.2
Tabel nevenactiviteiten
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – opslag' 7.1.3 a.
46
Adres
Activiteiten
Spechtstraat 5
inpandige statische opslag
Max. oppervlakte ten behoeve van opslag in m2 1.000
Voorwaardelijke verplichting
Sloop van voormalige agrarische bedrijfsgebouwen 1. Ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - voorwaardelijke verplichting 5' geldt dat, na afgifte van een omgevingsvergunning voor bouwen, alle voormalige agrarische bedrijfsgebouwen, bedrijfswoning, bouwwerken en verhardingen binnen 18 maanden na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan dienen te zijn gesloopt c.q. zijn verwijderd conform Bijlage 5 (sloop Ooruilweg 7); 2. Ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - voorwaardelijke verplichting 6' kan een omgevingsvergunning voor de (ver- en/of her-)bouw van een woning uitsluitend worden verleend, indien alle voormalige agrarische bedrijfsgebouwen, bouwwerken en verhardingen conform Bijlage 4 (sloop Ooruilweg 9) zijn gesloopt c.q. zijn verwijderd; 3. Ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - voorwaardelijke verplichting 7' geldt dat, na afgifte van een omgevingsvergunning voor bouwen, alle voormalige agrarische bedrijfsgebouwen, bouwwerken en verhardingen binnen 18 maanden na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan dienen zijn gesloopt c.q. zijn verwijderd conform Bijlage 3 (sloop Meijelseweg 33); 4. Ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - voorwaardelijke verplichting 8' kan een omgevingsvergunning voor de (ver- en/of her-)bouw van een woning uitsluitend worden verleend,
bestemmingsplan Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand 2021
5.
b.
indien alle voormalige agrarische bedrijfsgebouwen, bouwwerken en verhardingen conform Bijlage 6 (sloop Spechtstraat 5) zijn gesloopt c.q. zijn verwijderd; Ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - voorwaardelijke verplichting 9' kan het bijgebouw ten behoeve van statische opslag pas in gebruik worden genomen indien de overtollige voormalige agrarische bedrijfsgebouwen, bouwwerken en verhardingen conform Bijlage 6 (sloop Spechtstraat 5) zijn gesloopt c.q. zijn verwijderd;
Landschappelijke inpassing 1. Ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - voorwaardelijke verplichting 1' geldt dat de locatie landschappelijk dient te zijn ingepast conform Bijlage 7 (Meijelseweg ong.) binnen één jaar na de afgifte van de omgevingsvergunning voor de (ver- en/of her-)bouw van een woning; de landschappelijke inpassing dient vervolgens in stand te worden gehouden; 2. Ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - voorwaardelijke verplichting 2' geldt dat de locatie landschappelijk dient te zijn ingepast conform Bijlage 8 (Meijelseweg 39) binnen één jaar na de datum waarop het ruimtelijke plan onherroepelijk is geworden; de landschappelijke inpassing dient vervolgens in stand te worden gehouden; 3. Ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - voorwaardelijke verplichting 3' geldt dat de locatie landschappelijk dient te zijn ingepast conform Bijlage 9 (Meijelseweg 66a) binnen één jaar na de afgifte van de omgevingsvergunning voor de (ver- en/of her-)bouw van een woning; de landschappelijke inpassing dient vervolgens in stand te worden gehouden; 4.
Ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - voorwaardelijke verplichting 4' geldt dat de locatie landschappelijk dient te zijn ingepast conform Bijlage 10 (Meijelseweg 66b en 66c) binnen één jaar na de afgifte van de omgevingsvergunning voor de (ver- en/of her-)bouw van een woning; de landschappelijke inpassing dient vervolgens in stand te worden gehouden. 5. Ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - voorwaardelijke verplichting 5' geldt dat de locatie landschappelijk dient te zijn ingepast conform Bijlage 11 (Ooruilweg 7) binnen één jaar nadat de nieuwe woningen zijn gerealiseerd en gereed gemeld de landschappelijke inpassing dient vervolgens in stand te worden gehouden; 6. Ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - voorwaardelijke verplichting 6' geldt dat de locatie landschappelijk dient te zijn ingepast conform Bijlage 12 (Ooruilweg 9) binnen één jaar na de afgifte van de omgevingsvergunning voor de (ver- en/of her-)bouw van een woning; de landschappelijke inpassing dient vervolgens in stand te worden gehouden; 7.
Ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - voorwaardelijke verplichting 8' geldt dat de locatie landschappelijk dient te zijn ingepast conform Bijlage 13 (Spechtstraat ong.) binnen één jaar na de afgifte van de omgevingsvergunning voor de (ver- en/of her-)bouw van een woning; de landschappelijke inpassing dient vervolgens in stand te worden gehouden; 8. Ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - voorwaardelijke verplichting 9' geldt dat de locatie landschappelijk dient te zijn ingepast conform Bijlage 14 (Spechtstraat 5) binnen één jaar na ingebruikname van het bijgebouw t.b.v. statische opslag; de landschappelijke inpassing dient vervolgens in stand te worden gehouden; 9. Ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - voorwaardelijke verplichting 10' geldt dat de locatie landschappelijk dient te zijn ingepast conform Bijlage 11 (Ooruilweg 7) binnen één jaar na de afgifte van de omgevingsvergunning voor de (ver- en/of her-)bouw van een woning; de landschappelijke inpassing dient vervolgens in stand te worden gehouden.
7.1.4 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 16.3.
bestemmingsplan Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand 2021
47
7.2
Bouwregels
7.2.1 Toegestane bebouwing a. Uitsluitend mogen worden opgericht bouwwerken ten dienste van de bestemming zoals omschreven in 7.1; b. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding uitgesloten - bebouwing' mogen geen gebouwen worden opgericht; c. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen – landschappelijke inpassing' mogen geen gebouwen en bouwwerken worden opgericht. 7.2.2 Bouwvlak Indien en voor zover binnen een bestemmingsvlak een bouwvlak is aangegeven, mogen hoofdgebouwen uitsluitend worden opgericht binnen het betreffende bouwvlak. 7.2.3 Maatvoering De bouwwerken dienen te voldoen aan de volgende maatvoeringseisen: woningen goothoogte bouwhoogte inhoud
minimaal maximaal n.v.t. 4m n.v.t. 10 m maximaal 750 m³ (inclusief aangebouwde bijgebouwen), tenzij: 1. de bestaande inhoud van de bestaande woning reeds meer bedraagt, welke inhoud dan als maximum geldt. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - ruimte voor ruimte' mag de inhoud van een hoofdgebouw inclusief aangebouwde bijgebouwen niet meer bedragen dan 1.000 m3 .
vrijstaande bijgebouwen bij woningen gezamenlijke oppervlakte per woning
minimaal
maximaal
n.v.t.
125 m², met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte bijgebouwen (m2)' de aangeduide oppervlakte als maximum geldt. 3m 5,5 m 25 m n.v.t.
goothoogte n.v.t. bouwhoogte n.v.t. afstand tot woning 1,5 m afstand achter de voorgevel (en het 5 m verlengde daarvan) van bedrijfswoning bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwhoogte erfafscheidingen bouwhoogte van carports c.q. overkappingen oppervlakte van een carport c.q. overkapping
48
maximaal 1 m voor de voorgevel, elders 2 m 3m 20 m², met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte overkappingen (m2)' de aangeduide oppervlakte als maximum geldt.
bestemmingsplan Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand 2021
bouwhoogte overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
6m
en waarbij geldt dat herbouw van bestaande woningen en nieuwbouw van woningen, mits wordt voldaan aan artikel 7.1.1, binnen deze bestemming uitsluitend is toegestaan indien en voor zover: a. b. 7.3
de voorgevel van de te herbouwen woning wordt geplaatst in de (voormalige) voorgevelrooilijn; het bepaalde ten aanzien van de maatvoering in bovenstaande tabel in acht wordt genomen. Afwijken van de bouwregels
7.3.1 Bebouwde oppervlakte vrijstaande bijgebouwen Bevoegd gezag kan met omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 8.2 teneinde de toegestane bebouwde oppervlakte van de bijgebouwen te vergroten, mits voormalige bedrijfsgebouwen worden gesloopt. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a.
b.
c.
indien sprake is van sloop van voormalige bedrijfsgebouwen, kan een bebouwde oppervlakte van vrijstaande bijgebouwen worden toegestaan van 125 m² vermeerderd met maximaal 25% van het meerdere van de bebouwde oppervlakte van de voormalige bedrijfsgebouwen, tot een maximum van 200 m². Hierbij dient in ieder geval het meerdere dan wat ingevolge deze regeling is toegestaan te worden gesloopt op hetzelfde perceel en/of op een perceel op een andere locatie. Sloop van cultuurhistorisch waardevolle en monumentale panden is niet toegestaan; geen omgevingsvergunning voor afwijken kan worden verleend indien: 1. op deze locatie sloop van de bebouwing al heeft plaatsgevonden, 2. sloop kan plaatsvinden in het kader van de ruimte-voor-ruimteregeling, 3. sloopsubsidie is verkregen op basis van de Regeling beëindiging veehouderijtakken, 4. de sloop al op andere wijze is verzekerd; de gesloopte oppervlakte mag slechts éénmaal ten behoeve van nieuwe bebouwing in aanmerking worden genomen.
7.3.2 Vergroting inhoud woning Ten behoeve van het stimuleren van sloop van overtollige bebouwing kan bevoegd gezag met omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 8.2 teneinde de maximale inhoud van een burgerwoning te vergroten tot een inhoud van ten hoogste 900 m³. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a. b.
c.
d.
per 50 m³ vergroting van de woning dient telkens minimaal 500 m² aan legaal opgerichte bebouwing te worden gesloopt op hetzelfde perceel en/of op een perceel op een andere locatie; het surplus (alle aanwezige bebouwing boven de standaard maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen van 125 m²) moet in één keer worden gesloopt en deze sloop moet als voorwaarde aan de omgevingsvergunning voor afwijken en de omgevingsvergunning voor het bouwen worden verbonden; geen omgevingsvergunning voor afwijken kan worden verleend indien: 1. op deze locatie sloop van de bebouwing al heeft plaatsgevonden, 2. sloop kan plaatsvinden in het kader van de ruimte-voor-ruimteregeling, 3. sloopsubsidie is verkregen op basis van de Regeling beëindiging veehouderijtakken, 4. de sloop al op andere wijze is verzekerd; de gesloopte oppervlakte mag slechts éénmaal ten behoeve van nieuwe bebouwing in aanmerking worden genomen.
bestemmingsplan Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand 2021
49
7.3.3 Herbouw Bevoegd gezag kan met omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 7.2.3 teneinde de voorgevel van een te herbouwen woning te kunnen plaatsen buiten de bestaande fundamenten. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a. b. c. d. e.
de nieuwe situering van de woning is stedenbouwkundig, verkeerskundig en milieukundig aanvaardbaar; er dient sprake te zijn van (zekerheidsstelling omtrent de) sloop van de bestaande woning; door de herbouw wordt het landelijk karakter van het gebied niet onevenredig aangetast; de nieuwe situering van de woning leidt niet tot extra belemmeringen van de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnsregelgeving; het bepaalde ten aanzien van de maatvoering in wordt in acht genomen.
7.3.4 Minimale afstand tot de weg/perceelsgrens/woning Bevoegd gezag kan met omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 7.2.3 teneinde de voorgeschreven minimum afstand van bebouwing tot de weg en/of de voorgeschreven minimum afstand tot een perceelsgrens en/of de minimum afstand van bedrijfsgebouwen achter de voorgevel (en het verlengde daarvan) van de bedrijfswoning te verkleinen, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e. f. g. h.
de noodzaak vanuit een doelmatige perceelsinrichting en/of de uitbreiding van of aansluiting op aanwezige bebouwing met een reeds op deze punten afwijkende maatvoering, moet aanwezig zijn; er mogen geen onevenredige verkeerskundige belemmeringen plaatsvinden; er dient voldoende parkeerruimte op het eigen erf aanwezig te blijven; de wegbeheerder dient te worden gehoord; de stedenbouwkundige structuur mag niet onevenredig worden aangetast; aangetoond dient te worden dat de externe veiligheid kan worden gewaarborgd; de met omgevingsvergunning verleende afwijking mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in Artikel 13 omschreven aanduidingsregels; indien het een woning of ander geluidgevoelig object betreft, moet voldaan worden aan de Wet geluidhinder.