GR22.02.07B Toelichting.pdf
Tekst van het document
24
uitgevoerd worden. Dit geldt ook indien aannemelijk gemaakt kan worden dat een project NIBM bijdraagt. De wettelijk ondergrens voor onderzoek bedraagt de bouw van 1500 woningen . Als een project ervoor zorgt dat de concentratie fijn stof of CO2 met meer dan 3% van de grenswaarde verhoogd, draagt het project in betekenende mate bij aan luchtvervuiling en dient er een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd te worden. Deze regel komt voort uit de toelichting van het zogenaamde Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Daarbinnen werken het rijk, de provincies en gemeenten samen om de Europese eisen voor Luchtkwaliteit te realiseren. 2.5.10
Landschapswaarden
Binnen de bebouwde kom: In 1999 is een Groenstructuurplan opgesteld met de volgende doelstellingen: -
Het benoemen van de bestaande en te ontwikkelen hoofdgroenstructuur;
-
Het benoemen van de bestaande en de te ontwikkelen ecologische structuur;
-
Het signaleren van knelpunten en ontwikkelingsrichtingen voor de komende 10 jaren;
-
Het aangeven van een toetsingskader voor andere ruimtelijke ontwikkelingen.
Tot de hoofdgroenstructuur van de gemeente Asten worden die groenvoorzieningen gerekend die in visueel-ruimtelijk of functionele zin van toegevoegde waarde zijn voor alle inwoners en voor passanten en toeristen. Buiten de bebouwde kom: In 2007 is het Landschapsontwikkelingsplan De Peel vastgesteld. In dit plan zijn de landschapstypes beschreven die in De Peel (waaronder Asten) voorkomen. Deze landschapstypes vormen het uitgangspunt voor de visie op het landschap. De gemeente Asten is gelegen in het hoogveenlandschap van de Brabantse Peel. De historie van de ontginningen heeft het landschap gevormd. Deze landschappelijke structuur is in de gemeente Asten goed te herkennen. Op de droge zandruggen in het noorden van de gemeente ontstonden de dorpen, Asten, Ommel en Heusden. Rond de dorpen vindt men de oude agrarische landschappen als de essen en kampen en de kleinschalige zandontginningen. In een later stadium werden grotere delen van het veen in de zuidelijke helft van Asten ontgonnen. Deze latere ontginningen kenmerken zich door hun aanzienlijk grotere schaal dan de ontginningen rond de kernen. Het zuidelijk gedeelte van het veenlandschap is niet ontgonnen, dit is het natuurgebied de Groote Peel. Het landschap valt op basis van de historie van de ontginningen in te delen in: -
essen & kampen;
-
kleinschalige zandontginningen; en
-
grootschalige ontginningen. Bestaande uit droge en natte grootschalige ontginningen.
De meer natuurlijke landschappen zijn de: -
beekdalen; en
-
bos en mozaïekgebieden.
Voor een nadere beschrijving van de visie op het landschap wordt verwezen naar het LOP.
Toelichting Asten verzamelplan 2021-2
25
2.5.11
Verkeer en infrastructuur
Het in december 2016 door de gemeenteraad van Asten vastgestelde Gemeentelijk Verkeer- en vervoersplan (GVVP) vormt het verkeerskader voor nieuwe ontwikkelingen. Het betreft een plan waarin zowel de beleidsdoelstellingen worden geformuleerd, actuele ontwikkelingen worden beschreven, knelpunten en probleemsituaties in beeld worden gebracht en uiteindelijk een diversiteit aan concrete plannen wordt gepresenteerd voor de periode tot circa 2025. Het GVVP geeft kortom inzicht in knelpunten en probleemsituaties in de bestaande verkeersstructuur en vormt het kader voor nieuwe ontwikkelingen op verkeers- en vervoersniveau. Het Astense GVVP kent een flexibele, modulaire opbouw en bestaat uit een verkeersvisie, een uitwerking van de onderdelen van het beleid en een maatregelenpakket. De visie in het GVVP zet in op duurzame mobiliteit, behoudt van het groene karakter van de gemeente en een duidelijke wegenstructuur. Waar mogelijk en gewenst wordt samen gewerkt met andere overheden en belangengroeperingen om aldus een breed gedragen verkeers- en vervoersbeleid te voeren. Als onderdeel van het GVVP, heeft de gemeenteraad van Asten de Nota Parkeernormen 2016 vastgesteld op 13 december 2016.
Om te voorkomen dat er, als gevolg van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de toekomst een onacceptabele parkeerdruk ontstaat, is in de nota een sturingsmechanisme ten aanzien van parkeren opgenomen voor het toetsen van ruimtelijke ontwikkelingen. 2.5.12
Besluit m.e.r.
Het uitvoeren van een milieueffectrapportage (m.e.r.) is een procedure die wettelijk verplicht is bij plannen of projecten die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu. Hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer regelt, in combinatie met het Besluit milieueffectrapportage, het toepassen van de m.e.r.-procedure en het opstellen van een MER. In onderdeel C en D van de bijlage van het Besluit m.e.r. staan de plannen en activiteiten aangegeven waarvoor de m.e.r.-procedure (onderdeel c) respectievelijk de m.e.r.-beoordeling (onderdeel d) uit hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer moet worden toegepast. 2.5.13
Ladder duurzame verstedelijking
Nationaal belang 13, zoals geformuleerd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte van de rijksoverheid, vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de Ladder duurzame verstedelijking worden onderbouwd. Deze verplichte toetsing is vastgelegd in het Barro. Het Barro verwijst naar het Bro. Geformuleerd is dat deze toetsing een procesvereiste is bij alle nieuwe ruimtelijke besluiten en plannen ten aanzien van bijvoorbeeld kantoorlocaties en woningbouwlocaties. Gemotiveerd dient te worden hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt ten aanzien van het ruimtegebruik. De toetsing aan de Ladder duurzame verstedelijking werkt volgens drie stappen:
Toelichting Asten verzamelplan 2021-2
26
-
beoordeling door betrokken overheden of beoogde ontwikkeling voorziet in een regionale en gemeentelijke behoefte voor bedrijventerreinen, kantoren, woningbouwlocaties, detailhandel en andere stedelijke voorzieningen;
-
indien er een vraag is aangetoond, beoordeling door betrokken overheden of deze binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd door locaties voor herstructurering of transformatie te benutten;
-
indien herstructurering of transformatie binnen bestaand stedelijk gebied onvoldoende mogelijkheden biedt, beoordelen betrokken overheden of de ontwikkeling zo kan worden gerealiseerd dat deze passend multimodaal ontsloten is of als zodanig wordt ontwikkeld.
Toelichting Asten verzamelplan 2021-2
27
HOOFDSTUK 3 3.1
RUIMTELIJKE ONTWIKKELINGEN
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt per ruimtelijke ontwikkeling inzicht gegeven in de ontwikkeling en de planologische verantwoording daarvan. Daarbij worden allereerst de ligging, begrenzing en status van de ontwikkeling beschreven. Vervolgens wordt de ontstaansgeschiedenis van de ontwikkelingslocatie geschetst alsmede de ruimtelijke en functionele structuur daarvan. Daarna wordt per ontwikkelingslocatie een korte samenvatting gegeven van de door de initiatiefnemer aangeleverde ruimtelijke onderbouwing. De ruimtelijke onderbouwingen inclusief de rapportages van de uitgevoerde onderzoeken zijn als bijlagen bij het bestemmingsplan opgenomen.
3.2
Planologische verantwoording
3.2.1 Diesdonkerweg 49 Het perceel Diesdonkerweg 49 in Ommel ligt in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Asten 2016’ en is bestemd als ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ en kent onder andere de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – pluimveehouderij overig’. De agrarische bedrijfsactiviteiten ter plaatse zijn inmiddels gestaakt. Hobbymatig worden nog enkele kippen en schapen gehouden. De overige stallen zijn gedeeltelijk in privégebruik en gedeeltelijk in gebruik voor de verhuur van opslagruimte aan kleine, veelal lokale, ondernemers. De voormalige agrarische bedrijfslocatie wordt herbestemd naar niet-agrarisch bedrijf in de vorm van verhuur van opslagruimten aan derden. De voormalige agrarische bedrijfsgebouwen zullen met de beoogde herontwikkeling worden gesloopt. 3.2.2 Gezandebaan 36 Naar aanleiding van de uitspraak Raad van State op bestemmingsplan Buitengebied Asten 2016 dient het bestemmingsplan op een aantal onderdelen te worden herzien. Dit betekent dat ter plaatse van Gezandebaan 36 in Heusden de gezamenlijke oppervlakte aan vrijstaande bijgebouwen bij de (bedrijfs)woning wordt begrenst tot maximaal 380 m². Dit wordt als ambtshalve wijziging meegenomen in dit verzamelplan. 3.2.3 Heikamperweg 38 Naar aanleiding van de uitspraak Raad van State op bestemmingsplan Buitengebied Asten 2016 dient het bestemmingsplan op een aantal onderdelen te worden herzien.
Voor de locatie Heikamperweg 38 in Heusden betekent dit dat de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – pluimveehouderij overig’ dient te worden gewijzigd in de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - vleeskuikenhouderij’. Dit wordt als ambtshalve wijziging meegenomen in dit verzamelplan.
Toelichting Asten verzamelplan 2021-2
28
3.2.4 Koestraat ong. Aan de Koestraat in Asten is een volkstuinencomplex gelegen. Op het complex zijn nu 100 gebouwtjes/kasjes toegestaan. Het ledenaantal is groeiende en een groot deel van de leden heeft niet de beschikking over een huisje of kasje. Van de 130 leden in Asten zijn er 40 leden met een tuin van 100 m2 of groter die geen huisje of kasje op het perceel hebben staan. Daarnaast zijn er een aantal leden met een kleinere tuin dan 100m2 die gezien de grootte van het perceel geen huisje of kasje mogen zetten. Er is een aantal leden die zowel een kasje als een huisje hebben op hun perceel. Dit tegen elkaar afwegende, zullen er naar de toekomst toe, ca. 130 huisjes/kasjes nodig zijn. Het verhogen van het aantal gebouwtjes/kasjes op het volkstuinencomplex van 100 naar maximaal 130 stuks wordt als ambtshalve wijziging meegenomen in dit verzamelplan. 3.2.5 Marktstraat 5 De initiatiefnemer heeft het voornemen om de locatie Marktstraat 5 in Asten te herontwikkelen. Het plan is om de huidige bebouwing op de kavel, die tot voor kort gebruikt werd als winkel met opstallen en bovenwoning, te slopen. Ter vervanging van dit gebouw wil de initiatiefnemer een kleinschalig appartementengebouw met een 4-tal appartementen realiseren. De locatie is gelegen in het bestemmingsplan ‘Asten centrumgebied’ en is daarin bestemd als ‘Centrum-1’.
Omdat het planvoornemen zowel qua bebouwingsdiepte, goothoogte en qua functie (er mogen geen woningen worden toegevoegd) niet (geheel) past binnen het vigerende bestemmingsplan, is voor realisering van het planvoornemen een herziening van het bestemmingsplan nodig. 3.2.6 Ostaderstraat 26 De locatie Ostaderstraat 26 in Asten is in het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Asten 2016’ grotendeels bestemd als ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ met onder andere de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – melkrundveehouderij’. De veehouderijactiviteiten zijn reeds gestaakt. Ter plaatse is wel nog sprake van circa 1.450 m² aan voormalige agrarische bedrijfsgebouwen en een voormalige agrarische bedrijfswoning. De omliggende gronden zijn bestemd als ‘Agrarisch met waarden’ ten behoeve van agrarisch grondgebruik. Het plan voorziet in het herontwikkelen van de voormalige agrarische bedrijfslocatie naar een woningbouwlocatie. Alle bedrijfsgebouwen en sleufsilo’s evenals de bedrijfswoning zullen worden gesloopt en de milieuvergunning wordt ingetrokken. In samenhang met de sanering van het voormalige agrarische bedrijf wordt beoogd een zevental nieuwe woningen te realiseren.
Aan de Ostaderstraat wordt een tweetal bouwvolumes gerealiseerd, bestaande uit ieder twee wooneenheden, met daarachter een drietal vrijstaande Ruimte voor Ruimte woningen welke worden gesitueerd aan een binnenplaats. In samenhang worden de landschappelijke waarden op de omliggende agrarische gronden versterkt en wordt de ontsluiting van het gebied voor wandelaars hersteld waarvoor een wandelpad over de Slotweg wordt heropend. Sprake zal zijn van een aanzienlijke kwaliteitsverbetering ter plaatse van de planlocatie en daarmee in de omgeving. De beoogde herontwikkeling is binnen de regels van het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Asten 2016’ niet mogelijk. Een herziening van het bestemmingsplan ter plaatse is nodig om de beoogde herontwikkeling mogelijk te maken. Toelichting Asten verzamelplan 2021-2
29
3.2.7 Smientweg 11 Naar aanleiding van de uitspraak Raad van State op bestemmingsplan Buitengebied Asten 2016 dient het bestemmingsplan op een aantal onderdelen te worden herzien. Dit betekent dat ter plaatse van Smientweg 11 in Heusden in de planregels dient te worden opgenomen dat op deze locatie als nevenactiviteit bij de woning inpandige statische opslag is toegestaan met een bebouwingsoppervlakte van maximaal 700 m². Dit wordt als ambtshalve wijziging meegenomen in dit verzamelplan. 3.2.8 Waardjesweg 73 De varkenshouderij aan Waardjesweg 73 in Heusden neemt deel aan de subsidieregeling Sanering varkenshouderijen. Op grond hiervan dient op de verbeelding de functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’ te worden verwijderd. Dit wordt als ambtshalve wijziging meegenomen in dit verzamelplan.
Toelichting Asten verzamelplan 2021-2
30
HOOFDSTUK 4 4.1
JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING
Inleiding
Voor het bestemmingsplan is gebruik gemaakt van de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Ook is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Tot slot maken de bijlagen onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan. Op de verbeelding worden de bestemmingen weergegeven met daarbij andere bepalingen als gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken etc.. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond.
De verbeelding is opgesteld conform de laatste eisen en afspraken met betrekking tot InformatieModel Ruimtelijke Ordening (IMRO) en Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) 2012. Voor de planregels is de gestandaardiseerde opbouw uit de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 gebruikt. In de planregels is een standaard hoofdstukindeling aangehouden die begint met 'Inleidende regels' (begrippen en wijze van meten), vervolgens met de 'Bestemmingsregels', de 'Algemene regels' (de regels die voor alle bestemmingen gelden) en de 'Overgangs- en slotregels'. In het tweede hoofdstuk, de Bestemmingsregels, staan de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. Ook de regels van een bestemming kennen een standaardopbouw en worden als volgt benoemd: -
Bestemmingsomschrijving;
-
Bouwregels;
-
Nadere eisen;
-
Afwijken van de bouwregels;
-
Specifieke gebruiksregels;
-
Afwijken van de gebruiksregels;
-
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden.
Toelichting Asten verzamelplan 2021-2
31
4.2
Vertaling ruimtelijke ontwikkelingen in bestemmingsplan
In het onderstaande worden de regels van de opgenomen bestemmingen nader toegelicht. Wijze van bestemmen Voorliggend bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen: -
Agrarisch – Agrarisch bedrijf
-
Agrarisch met waarden
-
Bedrijf
-
Centrum – 1
-
Groen
-
Verkeer
-
Wonen
-
Waarde – Archeologie 2
-
Waterstaat – Waterlopen
Toelichting Asten verzamelplan 2021-2
32
HOOFDSTUK 5 5.1
UITVOERINGSPARAGRAAF / PROCEDURE
Economische uitvoerbaarheid
Toetsingskader De Wet ruimtelijke ordening maakt het vaststellen van een exploitatieplan verplicht voor een aantal bouwactiviteiten wanneer de bouw planologisch wordt gemaakt in een bestemmingsplan, een wijziging van een bestemmingsplan, een projectbesluit of een projectafwijkingsbesluit. De bouwplannen waarbij een exploitatieplan verplicht is staan in artikel 6.1.2. van het Besluit ruimtelijke ordening. Dit betreft onder meer plannen voor de bouw van een of meer woningen en de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen. Bovendien is een exploitatieplan nodig als locatie-eisen (aan openbare ruimte of woningcategorieën) gesteld moeten worden en/of het bepalen van een tijdvak of fasering noodzakelijk is. Geen exploitatieplan is nodig indien het verhaal van de kosten van grondexploitatie anderszins verzekerd is en er geen fasering of tijdvak behoeft te worden vastgelegd en geen locatie-eisen (aan openbare weg of woningcategorieën) hoeven te worden vastgesteld. Door als gemeente alle gronden en opstallen in eigendom te hebben, zelf de grondexploitatie te voeren en de bouwgrond uiteindelijk bouwrijp tegen een marktconforme prijs te leveren wordt ook voldaan aan de eis van verplicht kostenverhaal. De kosten van grondexploitatie worden in dat geval verhaald via de gronduitgifteprijs.
Beoordeling en conclusie De gemeente heeft inmiddels met de betreffende initiatiefnemers anterieure overeenkomsten gesloten. In deze overeenkomsten is vastgelegd dat de ontwikkelingskosten geheel door de initiatiefnemers worden gedragen. De ontwikkelingen hebben voor de gemeente geen negatieve financiële gevolgen. Het kostenverhaal van de exploitatie is daarmee anderszins verzekerd, waardoor de vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
In het bestemmingsplanproces staan diverse mogelijkheden tot communicatie. De voor dit bestemmingsplan relevante communicatie wordt in dit hoofdstuk belicht. Inspraakprocedure Het voorontwerpbestemmingsplan heeft van 28 mei tot en met 8 juli 2021 ter inzage gelegen. In deze periode was het voor eenieder mogelijk een inspraakreactie op het plan in te dienen. Er is door niemand gebruik gemaakt van deze mogelijkheid. Vooroverleg juncto artikel 3.1.1 Bro Artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bepaalt dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, waar nodig, overleg plegen met andere
Toelichting Asten verzamelplan 2021-2
33
overheden en overheidsdiensten. Te denken valt aan buurgemeenten, het waterschap en de provincie. Het voorontwerpbestemmingsplan is aangemeld bij de provincie Noord-Brabant en ter beoordeling voorgelegd aan het waterschap Aa en Maas en de Veiligheidsregio Brabant Zuidoost. Van zowel de provincie als van het waterschap hebben we een vooroverlegreactie ontvangen. De beantwoording van de vooroverlegreactie is eveneens te vinden in de notitie vooroverleg- en inspraakreacties in bijlage 4. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 12 november tot en met 23 december 2021 ter inzage gelegen. De provincie Noord-Brabant heeft een zienswijze ingediend met betrekking tot de locaties Diesdonkerweg 49 en Ostaderstraat 26. In bijlage 5 is een overzicht van de zienswijzen en de beantwoording hiervan opgenomen.
BIJLAGEN 1. Ruimtelijke onderbouwing Diesdonkerweg 49 Ommel 2. Ruimtelijke onderbouwing Marktstraat 5 Asten 3. Ruimtelijke onderbouwing Ostaderstraat 26 Asten 4. Nota beantwoording reacties uit inspraak en vooroverleg 5. Nota beantwoording van zienswijzen
Toelichting Asten verzamelplan 2021-2
34