CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

GR21.10.05D Rapport Blg G v1.pdf

Gemeenteraad 5 oktober 2021, gemeente AstenBij agendapunt: Weigering afgeven verklaring van geen bedenkingen Gevlochtsebaan 6 te Heusden9.051 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Beoordeling en conclusie

Het plangebied heeft een lage archeologische verwachtingswaarde, zodat de kans op het voorkomen van de archeologische vindplaatsen klein wordt geacht. Voor deze zones gelden in principe geen restricties ten aanzien van de geplande ingrepen. Het is echter zo dat de aanwezigheid van archeologische resten niet kan worden uitgesloten. Eventuele vondsten gedaan tijdens bijvoorbeeld planuitvoering vallen onder de informatieplicht, zoals is vastgelegd in artikel 47 van de Monumentwet 1988. Het aspect archeologie vormt vanwege de lage verwachtingswaarde geen belemmering voor het initiatief. Het plangebied is niet aangegeven op de gemeentelijke monumentenlijst. Het initiatief heeft geen gevolgen voor dit cultuurhistorische element. Het aspect archeologie en cultuurhistorie levert geen belemmeringen op voor het initiatief.

20200483 | Gevlochtsebaan Heusden Ruimtelijke onderbouwing

| 23

4.10 Bodem

Toetsingskader

Met het oog op een goede ruimtelijke ordening dient de bodemkwaliteit ter plaatse te worden onderzocht. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de betreffende functiewijziging. Voor locaties waar nieuwe (woning)bouwmogelijkheden zijn opgenomen, dient middels een verkennend bodemonderzoek inzicht te worden verkregen in de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en de mogelijke aanwezigheid van verontreinigde stoffen in de grond of het freatisch grondwater. Op basis van de resultaten van een verkennend bodemonderzoek wordt vastgesteld of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem een belemmering vormt voor de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling.

Beoordeling & conclusie

De ontwikkeling van een teeltondersteunende voorzieningen gecombineerd met zonnepanelen als gewasbescherming is voor wat betreft de bodemkwaliteit niet aan te merken als een gevoelige functie. Bovendien zal door de voorgenomen ontwikkeling van het project geen grond uit het plangebied worden afgevoerd. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor dit initiatief. 4.11 Overige aspecten Geur, volksgezondheid in relatie tot veehouderijen, spuitzones gewasbeschermingsmiddelen en kabels en leidingen zijn niet toegelicht in de onderbouwing. Deze milieuaspecten vormen geen belemmering voor de planvorming. 4.12 MER procedure

Toetsingskader

Een m.e.r.-procedure is noodzakelijk als een besluit wordt genomen over een activiteit waarbij belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. De vraag of door voorgenomen activiteiten belangrijke nadelige milieugevolgen veroorzaakt kunnen worden staat dan ook centraal bij het beoordelen of een m.e.r. moet worden uitgevoerd. De Europese Unie heeft in de richtlijn m.e.r. aangegeven bij welke activiteiten er zeer waarschijnlijk sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. Deze activiteiten zijn door de Nederlandse regering overgenomen en verwerkt in onderdeel C van het Besluit m.e.r. Voor deze activiteiten geldt direct een m.e.r.-plicht. Ook zijn in het Besluit m.e.r. activiteiten aangewezen waarvoor het niet zeker is of er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Deze zijn beschreven in onderdeel D van het Besluit m.e.r. De artikelen 7.16 tot en met 7.20a van de Wet milieubeheer zijn in de nieuwe wetgeving voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst van toepassing. Het maakt daarvoor niet uit of het een activiteit onder of boven de D-drempel betreft. Voorafgaand aan de vergunningaanvraag of de ruimtelijke procedure dient een aparte beslissing te worden genomen dat geen MER nodig is.

Om te bepalen of er bij deze activiteiten uit onderdeel D sprake kan zijn van belangrijke nadelige milieugevolgen dient hiervoor per geval een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden. In een m.e.r.beoordeling dient beoordeeld te worden of een activiteit mogelijke nadelige milieugevolgen veroorzaakt.

20200483 | Gevlochtsebaan Heusden Ruimtelijke onderbouwing

| 24

De “belangrijke nadelige gevolgen” kunnen worden beoordeeld op basis van het toetsings-kader van bijlage III van de Europese Richtlijn Milieueffectbeoordeling. Bijlage III noemt drie hoofdthema’s:  kenmerken van de activiteit;  plaats van de activiteit;  kenmerken van het potentiële effect.

Beoordeling

Lange tijd was het onduidelijk of een zonnepark al dan niet onder de reikwijdte van het Besluit Milieueffectrapportage valt. In haar uitspraak van 14 augustus 2009 heeft de Raad van State (ABRvS 14 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2770) uiteindelijk bepaalt dat een zonnepark niet onder het Besluit milieueffectrapportage valt. Volgens de Raad is een zonnepark geen: • • •

landinrichtingsproject, geen stedelijk ontwikkelingsproject en ook geen industriële installatie bestemd voor de productie van elektriciteit, stoom en warm water.

Het feit dat het in dit geval teeltondersteunende voorzieningen met zonnepanelen als gewasbescherming betreft, maakt dit niet anders. Voor een landinrichtingsproject moet vooral worden gedacht aan glastuinbouw of de omzetting van landbouw naar waterberging. In de huidige planologische situatie is glastuinbouw al mogelijk.

Conclusie

Het beoogde initiatief behelst geen activiteit die een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling vereist. In deze ruimtelijke onderbouwing is overigens aangetoond dat het plan geen belangrijke nadelige milieugevolgen heeft.

20200483 | Gevlochtsebaan Heusden Ruimtelijke onderbouwing

| 25

5

Uitvoerbaarheid

5.1

Economische uitvoerbaarheid Wanneer sprake is van een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan (zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening) dient hierbij conform artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening een exploitatieplan te worden opgesteld. Deze eis is echter niet van toepassing wanneer het kostenverhaal anderszins is verzekerd. De gronden zijn in eigendom van de particulier grondeigenaar die deelnemer is in AGRI-PV Heusen B.V. . De voorbereidings- en uitvoeringskosten komen voor rekening van de initiatiefnemer. Tussen de gemeente Asten en de initiatiefnemer wordt te zijner tijd een anterieure overeenkomst gesloten. Het plan zal voor de gemeente Asten derhalve een kostenneutrale ontwikkeling zijn. Het opstellen van een exploitatieplan kan hiermee achterwege blijven en de financiële uitvoerbaarheid is gewaarborgd.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Deze ruimtelijke onderbouwing is opgesteld ten behoeve van een afwijking van het vigerende bestemmingsplan, conform artikel 2.12 lid 1 sub a onder 2 van de Wet algemene bepaling omgevingsrecht (Wabo). De vergunning doorloopt de uitgebreide procedure zoals opgenomen in hoofdstuk 3 van de Wabo. Hiertoe krijgen belanghebbenden gedurende een periode van 6 weken de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen.

20200483 | Gevlochtsebaan Heusden Ruimtelijke onderbouwing

| 26

A G E L adviseurs

ruimte infra bouw milieu

samen onze omgeving creëren 20200483 | Gevlochtsebaan Heusden Ruimtelijke onderbouwing

| 27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=5b10a4a2-d62e-4915-98ff-6438c7af059f