CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

GR21.10.04B Nota inspraak Omgevingsvisie Asten.docx

Gemeenteraad 5 oktober 2021, gemeente AstenBij agendapunt: Vaststelling Omgevingsvisie Asten9.916 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Nota van inspraak De (ontwerp) Omgevingsvisie Asten heeft van 12 maart t/m 22 april 2021 ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn heeft de gemeente 20 reacties ontvangen. Hierna vindt u deze (samengevatte) inspraakreacties met daarbij het antwoord van de gemeente, alsmede de gevolgen voor de vastgestelde Omgevingsvisie Asten. 1. …, Broekstraat 2a Heusden Inspraakreactie

Reactie gemeente

Inspreker vindt dat de toekomstmogelijkheden van hun melkveebedrijf en de agrarische ontwikkeling in zijn algemeenheid binnen het gebied Groen Genieten onvoldoende zijn beschreven. Net als binnen het gebied Peel Pionieren, is het behoud van (familie)bedrijven belangrijk voor het behoud van leefbaarheid van dit gebied.

De gemeente onderschrijft het belang van economische activiteit voor de leefbaarheid van zowel Groen Genieten als Peel Pionieren en koestert de bestaande (agrarische) bedrijven. Ook in Groen Genieten heeft de landbouw ontwikkelingsmogelijkheden, mits hierbij rekening wordt gehouden met de andere waarden en opgaven van het gebied. De omgevingsvisie geeft niet op bedrijfsniveau aan wat die ontwikkelingsmogelijkheden zijn. Hiervoor is het bestemmingsplan (vanaf medio 2022 omgevingsplan) maatgevend.

Inspreker verzoekt voor het gebied Groen Genieten de bestaande agrarische bedrijven en de openheid van het landschap te benoemen als te koesteren kwaliteiten. Openheid mag niet volledig verloren gaan door aanplant van bomen.

De omgevingsvisie beoogt niet alle agrarische gronden om te vormen tot bos. De afwisseling tussen open agrarisch percelen en bos wordt juist gekoesterd.

Inspreker noemt een gezonde bedrijfsontwikkeling voor agrarische bedrijven en een eerlijke concurrentiepositie als belangrijke te ontwikkelen waarden voor het gebied Groen Genieten. Ook moeten bedrijven, met het oog op een duurzaam en eerlijk toekomstperspectief, de ruimte krijgen om dilemma’s, zoals CO2 impact en mest, zelf op te kunnen lossen.

De gemeente erkent dat de agrarische sector een belangrijke rol speelt bij de grote opgaven die in ons buitengebied spelen. Om deze reden koesteren en stimuleren wij het ondernemerschap van agrariërs in ons buitengebied, teneinde de maatschappelijke opgaven te kunnen realiseren. Tegelijkertijd proberen wij oog te houden voor de concurrentiepositie van de agrarische sector en zal de gemeente zoveel mogelijk rekening houden met het toekomstperspectief van ieder individueel bedrijf.

Zaken zoals grondgebondenheid, kringlooplandbouw of gewasbeschermingsmiddelen, zouden niet in de omgevingsvisie benoemd moeten worden, omdat deze al in Europese en nationale wetgeving zijn vastgelegd. Een gemeentelijke omgevingsvisie moet hier geen invulling aan geven.

De in de omgevingsvisie opgenomen verwijzingen naar andere wet- en regelgeving zijn bedoeld om de visie van de gemeente in een bredere context te plaatsen. Immers geeft niet enkel de gemeentelijke omgevingsvisie de kaders voor toekomstige ontwikkelingen, maar dient ook rekening gehouden te worden met de wetten en regels van hogere overheden. Dit geldt in het bijzonder voor de agrarische sector.

Gevolgen voor Omgevingsvisie Asten n.v.t.

2. …, Vaarsenhof 10 Heusden Inspraakreactie

Reactie gemeente

In lijn met de provinciale omgevingsverordening verzoekt inspreker om ruimere mogelijkheden voor glastuinbouw binnen de concentratiegebieden als ook voor solitaire glastuinbouwbedrijven en grondbonden teelbedrijven met kassen. Daarnaast dient verantwoord om te gaan te worden met de schaarse ruimte in glastuinbouwconcentratiegebieden. Teelt onder zonnepanelen wordt niet als een passende ontwikkeling gezien.

Het gemeentelijk beleid is en blijft gericht op concentratie van glastuinbouw in de aangewezen vestigingsgebieden. Binnen deze gebieden ligt het primaat bij de ontwikkeling van glastuinbouw. De gemeente gaat zorgvuldig om met de ruimte binnen de vestigingsgebieden. De glastuinbouw is hier op grond van het geldende bestemmingsplan rechtstreeks toegestaan en er vindt een zorgvuldige afweging plaats voor functies die niet rechtstreeks binnen deze gebieden zijn toegestaan. De concrete vertaling van het verruimde provinciale beleid zal t.z.t. plaatsvinden bij de opstelling van het omgevingsplan (=opvolger bestemmingsplan).

Volgens inspreker is in het beekdal van de Aa geen sprake van ‘overtollige bebouwing’. Van leegstand is immers op dit moment geen sprake.

Het gaat om bebouwing die nu of in de toekomst niet meer voor de glastuinbouw wordt gebruikt en op dat moment ‘overtollig’ wordt. Gezien de voortdurende schaalvergroting binnen de glastuinbouwsector verwacht de gemeente dat de relatief ondiepe percelen in het beekdal van de Aa in de toekomst minder geschikt zullen zijn voor glastuinbouw. De gemeente wil hier op inspelen door beleidsmatig de mogelijkheid te bieden om in het beekdal van de Aa ruimte vrij te spelen voor ruimte voor de beek indien deze ruimte niet meer geschikt zou zijn voor glastuinbouw. Dit beleid is overigens niet nieuw, maar is reeds opgenomen in de Structuurvisie de ‘De Avance’ (2006) en de Glastuinbouwvisie Asten (2013). N.B. wordt de Glastuinbouwvisie Asten in de omgevingsvisie toegevoegd onder “Welk gemeentelijk beleid is opgenomen in de omgevingsvisie?” (blz. 5).

Het beekdal van de Aa vormt de ruimtelijke verbinding tussen glastuinbouwgebieden in Asten en Someren. Als glastuinbouw hier moet verdwijnen, dan belemmert dit de

De gemeente erkent het belang van concentratie van glastuinbouw vanuit het oogpunt van de verduurzaming van de sector. Tegelijkertijd hecht de gemeente veel belang aan het behoud en

verduurzaming van de sector, zoals bijvoorbeeld uitbreiding van het CO2-net. Verzocht wordt ook het beekdal als “Agrarisch anders” in te tekenen.

ontwikkeling van natuur, water en landschap in het beekdal dat om die redenen eerder een barrière dan een verbinding tussen de glastuinbouwgebieden in Asten en Someren vormt. Om deze reden maakt het gebied onderdeel uit van Peel en Beekdalen. De gemeente ziet het beekdal van de Aa niet als het meest geschikte gebied voor glastuinbouw. Over wat dit concreet betekent voor de toekomst van de glastuinbouw in het gebied, gaat de gemeente graag het gesprek aan met inspreker en andere tuinders in het gebied (zie hierna).

Inspreker verzoekt de gemeente om samen met ZLTO/Glastuinbouw Nederland de mogelijkheden in de regio te onderzoeken voor uitbreiding van glastuinbouwconcentratiegebieden en tevens doorontwikkeling van solitaire glastuinbouwbedrijven te faciliteren.

De gemeente gaat graag in op de uitnodiging om samen met de sector, Astense ondernemers en buurgemeenten onderzoek te doen naar de toekomstige ruimtevraag voor glastuinbouw in relatie tot beschikbaar grondareaal om zodoende te komen tot een herijking van de gemeentelijk glastuinbouwvisie uit 2013. Naast ontwikkelingen in de sector en mogelijke doorontwikkeling van solitaire glastuinbouwbedrijven, vormt ook de energietransitie een belangrijke aanleiding om het huidige beleid tegen het licht te houden.

Inspreker vraagt aandacht voor de landbouwstructuur en behoud van goede landbouwgronden bij de doorvertaling van de RES en andere ruimteclaims in het buitengebied en het belang van energiebeschikbaarheid. Hiertoe dient ruimte geboden te worden aan biovergassing, waterstof en windmolens. Daarnaast is ook vergisting van dierlijke mest kansrijk met het oog op kringlooplandbouw, klimaat, energie en hergebruik mineralen.

De gemeente heeft aandacht voor de landbouwstructuur en behoud van goede landbouwgronden bij de doorvertaling van de RES naar lokaal niveau. Energie is zeker niet de enige opgave in het gebied dat nu is opgenomen als zoekgebied voor energie. Ook structuurverbetering van de landbouw, het langer vasthouden van water, het tegengaan van verdroging, bodemherstel, het versterken van het economisch vestigingsklimaat en de beleefbaarheid en behoud van de leefbaarheid zijn belangrijke opgaven in het zoekgebied voor de RES. De energietransitie kan niet los worden gezien van deze andere opgaven en zal gekoppeld worden aan een of meer van deze andere opgaven.

Inspreker is verheugd dat de gemeente zich in het gebied Agrarisch Anders positief uitspreekt over de innovatiekracht van de agrarische sector, maar mist hierin de erkenning voor reeds genomen stappen.

De gemeente heeft waardering voor de innovatiekracht van agrarische bedrijven in het gebied Agrarisch Anders en de stappen die op dit vlak reeds zijn genomen.

Inspreker vindt het vreemd dat het streven naar minder geur, fijnstof, stikstof, ammoniak, ziektekiemen, uitspoeling van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen in het gebied Agrarisch Anders gekoppeld wordt aan meer natuur. Te meer omdat in dit gebied het primaat ligt bij de glastuinbouw en intensieve veehouderij.

Het accent binnen Agrarisch Anders ligt inderdaad op de (innovatieve) ontwikkeling van de agrarische sector. De ontwikkeling van natuur is hier van ondergeschikt belang. Genoemde passage zal daarom worden aangepast.

Inspreker vindt het positief dat de gemeente kansen ziet voor meervoudig ruimtegebruik, bijvoorbeeld door teelt in de open grond te combineren met zonneenergie, maar gezien de schaarse ontwikkelingsmogelijkheden voor glastuinbouw niet in de glastuinbouwgebieden.

De glastuinbouwgebieden zijn primair bestemd voor de ontwikkeling van glastuinbouw. Niettemin ziet de gemeente mogelijkheden om binnen deze gebieden energieopwekking te combineren met andere functies, bijvoorbeeld door drijvende zonnepanelen op waterberging of teelt onder zonnepanelen.

In de omgevingsvisie staat: ‘In de beekdalen stemt de aanwezige landbouw de bedrijfsvoering af op de groenblauwe kwaliteiten’. Niet duidelijk is wat dit betekent voor de glastuinbouwbedrijven in het beekdal, maar de bestemming “Glastuinbouwgebied” moet wel blijven bestaan.

In lijn met het bestaande beleid, dat tevens is vertaald in het bestemmingsplan, dienen agrarische bedrijven in het beekdal rekening te houden met de aanwezige landschappelijke, ecologische en hydrologische kenmerken van het gebied. De gemeente gaat graag samen met inspreker en andere ondernemers in het gebied in gesprek om te bepalen wat dit betekent voor de toekomst van de glastuinbouw in het gebied.

Inspreker wil graag met de gemeente van gedachte wisselen over de inhoud van de omgevingsvisie in relatie tot het toekomstperspectief van de agrarische bedrijven.

Conform bovenstaande reactie gaat de gemeente graag in overleg met inspreker en andere tuinders, almede ZLTO en andere partners in de regio om de kaders voor de toekomstige ontwikkeling van de glastuinbouwsector te bepalen en zodoende de gemeentelijk glastuinbouwvisie te herzien.

Gevolgen voor Omgevingsvisie Asten  

De passage over meer natuur in Agrarisch Anders wordt aangepast. De “Glastuinbouwvisie Asten” worden toegevoegd onder “Welk gemeentelijk beleid is opgenomen in de omgevingsvisie?”.

3. …, Oliemolen 10 Asten Inspraakreactie 

Inspreker vraagt zich af op welk moment de omgevingsvisie wordt vertaald in concrete regels in het omgevingsplan en

Reactie gemeente 

De hoofdlijnen van het bestaande gemeentelijke beleid zijn vertaald in de omgevingsvisie. Vooralsnog blijft een groot deel van dit gemeentelijk beleid

hoe hierbij rekening wordt gehouden met de geldende structuurvisies.

naast de omgevingsvisie bestaan. Het omgevingsplan zal mede gebaseerd worden op de omgevingsvisie en ander relevant beleid. Wij zullen tot 2029 het omgevingsplan stapsgewjis opstellen. De gemeente beschikt hiervoor nog niet over een exacte planning. 

Het voeren van een omgevingsdialoog is vastgelegd in de omgevingswet. Later dit jaar zal de gemeenteraad besluiten in welke gevallen een omgevingsdialoog verplicht is. Bij bestemmingsplanprocedures worden initiatiefnemers in de huidige praktijk door de gemeente al verplicht tot het voeren van een omgevingsdialoog. De gemeente ziet erop toe dat dit op een goede manier gebeurt. Om initiatiefnemers hiermee te helpen heeft de gemeente een handreiking opgesteld.

Inspreker vreest precedentwerking van bestaande ontwikkelingen die afwijken van geldende bestemmingsplannen, waarbij groene ruimte ten koste gaat van bedrijvigheid.

Bij iedere afwijking, herziening of wijziging van het geldende bestemmingsplan dient gemotiveerd te worden hoe het plan zicht verhoudt tot de omgevingsvisie en evt. ander gemeentelijk beleid. Medewerking aan het ene plan voor bedrijvigheid in groene ruimte, betekent niet automatisch dat ook aan een volgend vergelijkbaar plan wordt meegewerkt.

Inspreker merkt op dat in de omgevingsvisie aan de noordzijde van Asten niet alleen bedrijventerrein en woonwijken, maar ook agrarische gronden zijn aangeduid als ‘Dynamische Dorpen’. Zij vraagt zich af op welk manier hierop inspraak wordt verleend.

Op de eerste plaats wordt eenieder in de gelegenheid gesteld om te reageren op de ontwerp omgevingsvisie. Inspreker heeft van deze mogelijkheid ook gebruik gemaakt. Daarnaast zal ook bij iedere wijziging van het bestemmingsplan/ omgevingsplan inspraak worden verleend. Besluiten hierover staan tevens open voor bezwaar en/of beroep.

De omgevingsvisie wijkt volgens inspreker af van de bestaande bestemmingsplannen. Zij vraagt zich af hoe bij nieuwe concrete plannen aan verschillende partijen rechtszekerheid wordt geboden.

De omgevingsvisie doet niets af aan bestaande rechten die vastliggen in het bestemmingsplan. Vanuit het oogpunt van rechtsbescherming is verder van belang dat tegen een wijziging van het bestemmingsplan (vanaf 2022 omgevingsplan) beroep bij de Raad van State mogelijk is.

Inspreker vraagt zich af of met de transitie van bestemmingsplan naar omgevingsplan bevoegdheden verschuiven van gemeenteraad naar college.

Op grond van Omgevingswet verschuiven bepaalde bevoegdheden van de gemeenteraad naar het college. Voor een deel zal de gemeenteraad hierover nog specifieke besluiten nemen. Voor het

Inspreker vraagt zich af hoe de verplichting tot het voeren van een omgevingsdialoog wordt vastgelegd. Verder geeft zij aan dat de omgevingsdialoog die is gevoerd in het kader van het bestemmingsplan ‘Asten Laarbroek – Laagveld 2020’ niet op een goede manier is gedaan.

vaststellen en wijzigen van het omgevingsplan blijft de raad het bevoegd gezag. 

Inspreker vraagt hoe bij toekomstige ontwikkelingen negatieve gevolgen gecompenseerd worden.

De ruimtelijke aanvaardbaarheid van een initiatief is mede afhankelijk van de effecten op de omgeving. In sommige gevallen is het wenselijk negatieve effecten te verzachten of te compenseren. De omgevingsvisie doet niets af aan dit principe, maar beoogt juist bij toekomstige ontwikkelingen meer te sturen op ruimtelijke kwaliteit.

Bij individuele plannen wordt vaak enkel gekeken naar de effecten op het plangebied. Inspreker vraagt zich af hoe in de toekomst tot een integrale afweging wordt gekomen, waarbij meer oog is voor de omgeving.

Met de omgevingsvisie wordt juist beoogt initiatieven in een vroeg stadium op een integrale manier te toetsen. Vraag hierbij is in hoeverre het initiatief de bestaande kwaliteiten in de omgeving respecteert en bijdraagt aan de opgaven van het gebied.

Inspreker verzoekt om, in afwachting van de uitspraak inzake het beroep tegen het bestemmingsplan ‘Asten Laarbroek – Laagveld 2020’, het gebied Dynamische Dorpen te begrenzen op de contouren van het geldende bestemmingsplan.

De begrenzing van Dynamische Dorpen omvat niet alleen de bestaande komgrenzen, maar ook enkele gebieden waar de gemeente in de toekomst stedelijke ontwikkelingen voorziet. De door inspreker genoemde bestemmingsplanprocedure is hiervoor niet maatgevend. N.B. is het beroep tegen het bestemmingsplan ‘Asten Laarbroek – Laagveld 2020’ ingetrokken, waarmee het plan onherroepelijk is.

Gevolgen voor Omgevingsvisie Asten n.v.t.

4. …, Voorste Heusden 10 Heusden Inspraakreactie 

Inspreker maakt bezwaar tegen de begrenzing van het gebied Dynamische Dorpen ter plaatse van zijn perceel aan Voorste Heusden 10. De grens loopt namelijk schuin over zijn perceel. Inspreker verzoekt het gebied te begrenzen conform de kadastrale grenzen.

Reactie gemeente 

De omgevingsvisie heeft een globaal karakter. Het beschrijft de hoofdlijnen van het gemeentelijk beleid en geeft per deelgebied aan welke kwaliteiten we willen koesteren en aan welke opgaven nieuwe initiatieven dienen bij te dragen. Deze gebieden zijn niet ‘hard’ begrensd, noch komen ze per se overeen met bestaande eigendomsgrenzen of bestemmingen. De grenzen op de kaart dienen daarom ook globaal geïnterpreteerd te worden. Dit betekent dat een ontwikkeling op de grens van 2 gebieden beoordeeld zal worden aan de

hand van de kwaliteiten en opgaven van beide gebieden. Het feit dat een deel van het perceel van inspreker buiten het gebied Dynamische Dorpen valt, betekent dus niet dat op deze grond in de toekomst geen ontwikkelingen mogelijk zijn. Anderzijds is het ook niet zo dat de gronden die wel onderdeel uitmaken van Dynamische Dorpen volledig bebouwd kunnen worden bij een mogelijke toekomstige herontwikkeling van de locatie. Dit gezegd hebbende, vinden wij het ook niet bezwaarlijk om tegemoet te komen aan de reactie van inspreker en de begrenzing van Dynamische Dorpen af te stemmen op de perceelsgrens van inspreker. Gevolgen voor Omgevingsvisie Asten Het gebied Dynamische Dorpen wordt ter plaatse van Voorste Heusden 10 iets vergroot.

5. Sumrin advocaten, namens Kovemi B.V. en Koolen Jonkers B.V. Dijkstraat 72 Asten Inspraakreactie 

Inspreker heeft een agrarisch loonbedrijf en varkenshouderij met mestbewerking en wenst te voorkomen dat de ligging binnen het gebied Peel en Beekdalen het bedrijf zal beperken of erger aan banden zal leggen. Inspreker verzoekt daarom het gebied te bestemmen als Boeren buurten, omdat dit beter aansluit bij het bedrijf van inspreker.

Reactie gemeente 

De locatie van inspreker is onderdeel van het gebied Peel en Beekdalen, omdat de locatie ook in de huidige situatie al feitelijk is gelegen binnen het beekdal van de Aa. Dit doet niks af aan de bestaande rechten en mogelijkheden, waarvoor het bestemmingsplan maatgevend is. In dit bestemmingsplan is en blijft de locatie conform het bestaande gebruik bestemd voor een agrarisch bedrijf. Ook het nieuwe omgevingsplan zal deze bestaande rechten respecteren.

Gevolgen voor Omgevingsvisie Asten n.v.t.

6. … en … Inspraakreactie 

Insprekers hebben waardering voor het feit dat uit de enorme veelheid van opmerkingen en uitspraken een coherent verhaal is geschreven in een toegankelijk vorm, maar betwijfelen of de burger hiermee uit de voeten kan.

Reactie gemeente 

Geprobeerd is om de omgevingsvisie zo toegankelijk mogelijk te maken voor inwoners. Op grond van de gedane ‘botsproeven’ hebben wij er ook vertrouwen in dat burgers ermee uit de

voeten kunnen. De praktijk zal uitwijzen of dit ook werkelijk het geval is. 

Insprekers constateren dat de omgevingsvisie tegemoet komt aan de wettelijke vereisten, maar zetten vraagtekens bij de legitimatie van het participatieproces, omdat de bijeenkomsten vooral werden bijgewoond door professionals en belangenorganisaties en relatief weinig burgers. Insprekers constateren ook dat de animo tijdens het proces afnam.

Alle inwoners van de gemeente Asten zijn op meerdere momenten en via verschillende kanalen uitgenodigd om mee te werken aan de omgevingsvisie. Dat slechts een select groepje inwoners op deze uitnodiging is ingegaan, hangt volgens ons samen met het globale/ abstracte karakter van de omgevingsvisie. Als sluitstuk van het participatieproces zal de democratisch gekozen gemeenteraad besluiten over vaststelling van de omgevingsvisie.

Volgens insprekers zou de gemeente een zeer actief beleid moet ontwikkelen van burgerparticipatie in met name Asten. In tegenstelling tot Ommel en Heusden ontbreekt in Asten een actieve dorpsvertegenwoordiging.

In beginsel staat de gemeente ervoor open om met alle inwoners van de dorpen het gesprek aan te gaan. Een actieve dorpsvertegenwoordiging kan dit gesprek vereenvoudigen. De gemeente ziet het echter niet als zijn taak om een dergelijke dorpsvertegenwoordiging te organiseren. Dit dient uit het dorp zelf te komen.

Het woord “initiatief” dat in de omgevingsvisie wordt genoemd is volgens insprekers verwarrend. Dit kan beter vervangen worden door “(bouw-)plan”.

Aan de reactie wordt niet tegemoet gekomen. Volgens de gemeente is betekenis van het woord initiatief voldoende duidelijk.

De gekozen gebiedsindeling maakt de problematiek overzichtelijker, maar roept ook vragen op over bestaande situaties die opeens niet meer in een gebied horen.

Anders dan de gedetailleerde grenzen in het bestemmingsplan (vanaf medio 2022 omgevingsplan), die vaak op perceelsniveau het bestaande gebruik beschrijven, is de begrenzing van de gebieden in de omgevingsvisie meer globaal van aard en gebaseerd op bestaande kwaliteiten en toekomstige opgaven van het gebied. Hierdoor kan het zijn dat bestaande functies, bijvoorbeeld agrarische bedrijven, ogenschijnlijk in het ‘verkeerde gebied’ liggen. De omgevingsvisie doet echter niks af aan de bestaande rechten van deze bedrijven noch is uitgesloten dat deze bedrijven zich nog verder kunnen ontwikkelen. Hierbij dient echter wel rekening gehouden te worden met andere functies in de omgeving. Tegelijkertijd dienen ook deze andere (niet-agrarische) functies, los van welk gebied, rekening te houden met de ontwikkelingsmogelijkheden van bestaande agrarische bedrijven in de omgeving. N.B. dat bestaande functies zich soms minder goed verhouden tot zijn omgeving is niet nieuw. De omgevingsvisie maakt

dit soort tegengestelde belangen wellicht beter inzichtelijk, maar creëert geen nieuwe knelpuntsituaties. 

Volgens insprekers is de Omgevingsvisie Asten een document met ruim omschreven vergezichten, zonder concrete piketpaaltjes of te bereiken doelen. Inspreker vraagt zich af welke handelingsruimte de gemeente heeft met het concreet maken van de omgevingsvisie. Asten is immers onderdeel van de Metropoolregio Eindhoven en subregio de Peel.

De omgevingsvisie is inderdaad globaal van opzet. Het beschrijft de hoofdlijnen van het gemeentelijk beleid en de koers voor de lange termijn, maar bevat geen gedetailleerd routeboek hoe doelstellingen gerealiseerd worden. De concrete invulling van de beschreven visie vindt plaats door middel van initiatieven, projecten en plannen, die voor een belangrijk deel uit de samenleving zelf zullen komen. De gemeente zal zo nodig de omgevingsvisie nader uitwerken in plannen en programma’s. Hierbij werkt de gemeente samen met inwoners en ketenpartners en wordt afstemming gezocht in de (sub)regio.

Insprekers sommen het beleid dat per deelgebied en in zijn algemeenheid van belang blijft voor de beoordeling van ruimtelijke initiatieven en merken op dat initiatiefnemers daarnaast ook gehouden zijn aan wet- en regelgeving van hogere overheden. Dit vergt volgens insprekers van initiatiefnemers een enorm doorzettingsvermogen en kennis van de bestande regels.

De omgevingsvisie dient als toetsingsinstrument om in een vroeg stadium een idee te krijgen bij de haalbaarheid van nieuwe initiatieven. Het vormt daarbij de onderlegger aan de hand waarvan gemeente en initiatiefnemer hierover het gesprek met elkaar aangaan. De omgevingsvisie is echter onvolledig en geeft geen definitief uitsluitsel. Hiervoor is vaak ook ander beleid en wet- en regelgeving bepalend. De omgevingsvisie geeft inzicht in deze complexe realiteit. Tegelijkertijd zal de gemeente proberen initiatiefnemers zo goed mogelijk te begeleiden bij hun planontwikkeling.

Gevolgen voor Omgevingsvisie Asten n.v.t.

7. Landbouwbedrijf Driessen, Kokmeeuwenweg 2 Heusden Inspraakreactie 

Inspreker heeft een agrarisch bedrijf met gronden binnen de gebieden Peel Pionieren, Groen Genieten en Boeren Buurten en vreest beperkt te worden in het op een verantwoorde en juiste manier runnen van hun bedrijf.

Reactie gemeente 

De omgevingsvisie bouwt voort op het bestaande beleid. Dat wil zeggen dat in het hele buitengebied ruimte blijft voor agrarische ondernemers, maar dat hierbij wel rekening gehouden dient te worden met andere functies en kwaliteiten van het gebied. Dan kan ook gesproken worden van een verantwoorde bedrijfsvoering. N.B. doet de omgevingsvisie niets af aan de bestaande rechten van inspreker, die

o.a. zijn vastgelegd in het bestemmingsplan (vanaf medio 2022 omgevingsplan). 

Inspreker vreest dat niet-agrarische inwoners en inwoners van buiten de regio een bedreiging zullen vormen voor het voortbestaan van hun bedrijf. Hij wenst in geen geval beperkt te worden in het uitoefenen van zijn werkzaamheden en is tegen de toevoeging van burgerwoningen in agrarische gebieden.

De volkshuisvestelijke taakstelling van de gemeente richt zich hoofdzakelijk op het bouwen van woningen voor de eigen Astense bevolking. Deze nieuwe woningen zullen vooral binnen de bestaande komgrenzen gebouwd worden. In delen van het buitengebied, zoals Boeren Buurten, is het toevoegen van burgerwoningen voorstelbaar. Voorwaarde hierbij is wel dat de rechten van agrarische ondernemers in de omgeving worden gerespecteerd. Conform de omgevingsvisie ligt in andere delen van het buitengebied, zoals Agrarisch Anders en Peel Pionieren, het toevoegen van burgerwoningen juist niet voor de hand.

Inspreker hekelt het gebruik van het woord ‘bestrijdingsmiddelen’ en vermoed dat hiermee gewasbeschermingsmiddelen worden bedoeld. Volgens inspreker is het overbodig deze te benoemen in de omgevingsvisie omdat het gebruik hiervan al in landelijke regels is vastgelegd.

Met ‘bestrijdingsmiddelen’ worden inderdaad ‘gewasbeschermingsmiddelen’ bedoeld. Deze termen zullen worden aangepast. Het verminderen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen wordt genoemd omdat dit bijdraagt aan een duurzaam bodemgebruik. Dit sluit aan op de landelijke wetgeving.

De aanname dat veel agrarische bedrijven geen opvolger hebben geldt niet voor inspreker. Zij wensen daarom de toekomst van hun bedrijf veilig te stellen.

Dat veel agrarische bedrijven geen opvolger hebben blijkt uit meerdere onderzoeken. In Asten gaat naar verwachting om ca. 50 % van de bedrijven. Dit neemt niet weg dat er (gelukkig) ook agrarische bedrijven zijn die wel een opvolger hebben. Op grond van de omgevingsvisie kunnen deze bedrijven ook in de toekomst blijven ondernemen, mits dat op een verantwoorde wijze gebeurt.

Inspreker zegt open te staan voor een buurt-/gebiedsdialoog.

Wij vermoeden dat inspreker doelt op de omgevingsdialoog die in het kader van de VAB-pilot Heusden is gehouden. Inspreker heeft hier inmiddels aan deelgenomen.

Gevolgen voor Omgevingsvisie Asten Het woord ‘bestrijdingsmiddelen’ wordt vervangen door ‘gewasbeschermingsmiddelen’.

8. Bergs Advies, namens Loverbos Varkenshouderij v.o.f. Gezandebaan 52a Heusden Inspraakreactie

Reactie gemeente

Inspreker exploiteert een varkenshouderij aan de Gerzandebaan 52a in Heusden. Hoewel de omgevingsvisie enkel bindend is voor de gemeente zelf, heeft de omgevingsvisie wel een indirecte doorwerking naar inwoners en ondernemingen in Asten. Dit zorgt bij inspreker voor onzekerheden en levert vragen op.

Het bedrijf van inspreker valt binnen het gebied Boeren Buurten, op de grens met Groen Genieten. Dit betekent in de praktijk dat de waarden en kenmerken van beide gebieden relevant kunnen zijn voor de toekomst van het bedrijf. De omgevingsvisie beschrijft per gebied de globale koers en ontwikkelingsrichting, maar is geen blauwdruk voor de toekomst.

Inspreker stelt dat de Toekomstagenda Asten 2030 onderdeel is van de Omgevingsvisie Asten en heeft vragen over de volgende passages: - T.a.v. de ambitie om uitstoot van emissies substantieel te reduceren vraagt inspreker zich af wat bedoeld wordt met substantieel, of enkel aan technologische innovaties wordt gedacht om dit te bereiken en of ook naar andere sectoren wordt gekeken. - T.a.v. klimaatbestendig en energieneutraal Asten wordt gesproken over “Watergebied voor recreatie en watermanagement” en “Agrarische productie van duurzame energie”. Inspreker is niet duidelijk wat dit betekent voor de toekomst van agrarische bedrijven en zet vraagtekens bij het realiteitsgehalte van deze uitspraken. - Inspreker is niet duidelijk hoe wordt getoetst of een initiatief maatschappelijk aanvaardbaar is.

De Toekomstagenda Asten 2030 is in 2017 door de gemeenteraad vastgesteld en vormt een belangrijke basis voor de Omgevingsvisie Asten. De omgevingsvisie bevat een gebiedsgerichte vertaling van de opgaven die in de Toekomstagenda zijn beschreven. De concrete uitwerking van de in de Toekomstagenda genoemde opgaven en hoofdlijnen van het beleid, zoals omschreven in de omgevingsvisie, zal later plaatsvinden bij de opstelling van het omgevingsplan en (eventuele) programma’s.

Het bedrijf van inspreker valt binnen het gebied Groen Genieten. Binnen dat gebied kan landbouw zich ontwikkelen op een schaal die in evenwicht is met de omgeving. Inspreker vraagt zich af wat dit concreet betekent.

Hiermee wordt bedoeld dat de agrarische sector ook in dit deel van het buitengebied toekomstperspectief behoudt, maar dat hierbij wel rekening gehouden dient te worden met bewoners en gebruikers van het gebied. Feitelijk is dit niet anders dan de huidige praktijk. Het omgevingsplan zal meer concreet bepalen wat dit betekent voor de ontwikkelingsmogelijkheden voor het bedrijf van inspreker.

Onder klimaatbestendig en energieneutraal Asten wordt gesproken over versterking van laan- en erfbeplanting en meer groen. Inspreker vraagt de gemeente rekening te houden

De gemeente erkent dat laan- en erfbeplanting een nadelig effect kunnen hebben voor agrarische bedrijven en zal dit belang ook meewegen bij de concrete

met de negatieve effecten die dit groen kan hebben voor de agrarische bedrijfsvoering. 

De omgevingsvisie levert voor inspreker vooral veel onzekerheden op. Inspreker verzoekt bij de verdere uitwerking van de omgevingsvisie en opstelling van het omgevingsplan de benodigde duidelijkheid te scheppen en hierbij oog te hebben voor de agrarische ondernemer.

vertaling c.q. uitwerking van plannen die invulling geven aan genoemde streven.

De Omgevingsvisie Asten bepaalt de langtermijn koers voorde ontwikkeling van de gemeente Asten als geheel en per deelgebied en beschrijft de hoofdlijnen van het hiervoor relevante beleid. Op het niveau van het individuele bedrijf van inspreker zal het omgevingsplan de gevraagde duidelijkheid verschaffen.

Gevolgen voor Omgevingsvisie Asten n.v.t.

9. Provincie Noord-Brabant Inspraakreactie

Reactie gemeente

Inspreker realiseert zicht dat de omgevingsvisie enkel een zelfbindend karakter kent, maar vindt het wel belangrijk om in een vroeg stadium aan te geven welke provinciale belangen bij de nadere uitwerking van de visie om aandacht vragen. Inspreker baseert zich hierbij op de Interim Omgevingsverordening (IOV) en de Ontwerp Omgevingsverordening.

Word ter kennisgeving aangenomen.

De gekozen vorm (website) van de omgevingsvisie oogt toegankelijk, maar de vele verwijzingen naar het bestaande beleid doen hieraan afbreuk. De opsomming van dit beleid is onoverzichtelijk en niet duidelijk is welk beleid van toepassing is op betreffende deelgebied, hoe dit beleid doorwerkt in de omgevingsvisie en op welke punten dit beleid elkaar versterkt of conflicteert en welke keuzes daarin zijn gemaakt.

Geprobeerd is om een overzicht te geven van al het relevante beleid dat naast de omgevingsvisie blijft bestaan. Naast een totaaloverzicht van dit beleid, zijn ook in de gebiedsbeschrijvingen verwijzingen opgenomen naar dit beleid. Het weglaten van deze verwijzingen zou een te simplistisch beeld scheppen van de complexe realiteit van onze fysieke leefomgeving. Tegelijkertijd streeft de gemeente er wel naar om de komende jaren haar eigen beleid te vereenvoudigen en/of samen te voegen. De omgevingsvisie vormt hierin niet het sluitstuk, maar het beginpunt

Inspreker waardeert de uitnodigingsplanologie en ‘ja mits’benadering die de omgevingsvisie beoogt, waarbij wordt gestreefd naar omgevingskwaliteit. In dit verband verwijst inspreker naar de basisprincipes voor evenwichtige toedeling van functies, zoals opgenomen in de IOV: zorgvuldig

De gemeente onderschrijft de in de IOV genoemde basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies en heeft deze ook betrokken bij het opstellen van de Omgevingsvisie Asten. De principes zijn verweven in de gebiedsbeschrijvingen, maar wij vinden het niet nodig ze ook expliciet te

ruimtegebruik, de lagenbenadering en meerwaardecreatie. Inspreker verzoekt deze principes ook toe te passen bij de toetsing van initiateven en doet de suggestie om ze als zodanig ook in de omgevingsvisie te benoemen.

vernoemen.

Inspreker vindt de gekozen gebiedsindeling en typeringen op hoofdlijnen herkenbaar en stelt dat dit een redelijk geode basis geeft voor een gebiedsgerichte benadering van het ruimtelijk beleid, maar stelt dat een nadere uitwerking nodig is voor de uitvoering. Onduidelijk is ook hoe in de deelgebieden de nieuwe doelstellingen zich verhouden tot het bestaand beleid.

De gemeente onderkent dat voor de concrete toetsing van toekomstige initiatieven op onderdelen (zowel gebieden als thema’s) behoefte blijft aan een nadere uitwerking van in de omgevingsvisie beschreven hoofdlijnen van het beleid. Hiertoe zal het bestaande beleid zo nodig geactualiseerd worden aan de hand van de omgevingsvisie.

Inspreker merkt op dat de kaartbeelden onder Boeren Buurten en Dynamische Dorpen afwijken van de overzichtskaart op de beginpagina.

Dit zal worden aangepast.

Inspreker merkt op dat de begrenzing van Dynamische Dorpen ruimer is dan de begrenzing van het Stedelijk gebied in de IOV, waarbinnen stedelijk ontwikkelingen in beginsel dienen plaats te vinden.

De begrenzing van Dynamische Dorpen omvat niet alleen de bestaande komgrenzen, maar ook enkele gebieden waar de gemeente in de toekomst stedelijke ontwikkelingen voorziet.

Gevolgen voor Omgevingsvisie Asten De begrenzing van de gebieden op de kaartbeelden bij de gebiedsbeschrijving wordt afgestemd op de begrenzing van de overzichtskaart op de startpagina.

10.GGD Brabant Zuid Oost Inspraakreactie

Reactie gemeente

Inspreker spreekt zijn waardering uit voor de ontwerp omgevingsvisie en het feit dat hierin wordt verwezen naar de Brabantse Omgevingsscan (BrOs).

Wordt ter kennisgeving aangenomen.

Inspreker adviseert om de Kernwaarden voor een gezonde leefomgeving van GGDGHOR Nederland als leidraad te gebruiken bij de verdere uitwerking van de omgevingsvisie.

De kernwaarden van de GGD zijn gebruikt als input voor de omgevingsvisie. De gemeente acht het zinvol om ook bij de uitwerking van de omgevingsvisie in bijvoorbeeld het omgevingsplan de GGD te betrekken.

In het kader van gezondheidsbescherming vraagt inspreker aandacht voor de volgende punten: - Naast wettelijke normen zou ook gekeken moeten worden naar de gezondheidskundige advieswaarden

De genoemde aandachtspunten worden voor kennisgeving aangenomen.

(WHO). - Houd rekening met cumulatieve effecten op gezondheid. - Houd overlastgevende bedrijven staan op afstand van woongebieden. - Houd bij de klimaatstresstesten ook rekening met de gezondheidseffecten. 

Inspreker doet de suggestie om bij concrete projecten aansluiting te zoeken bij de projecten die uitgevoerd worden in het kader de nota volksgezondheid, het lokaal preventieakkoord, alsmede de gemeentelijke visienota Sociaal domein.

De gemeente verwacht dat gezondheidsaspecten in de toekomst en prominentere rol zullen krijgen bij besluitvorming op ruimtelijke ontwikkelingen. Indien mogelijk zal hierbij aansluiting worden gezocht bij genoemde beleidskaders en nota’s.

In relatie tot het thema mobiliteit vraag inspreker aandacht voor veilige verkeerssituaties en gezonde mobiliteit, almede openbaar vervoer, deelauto’s en laadpalen voor elektrische voertuigen.

Verkeersveiligheid is reeds lange tijd een belangrijk thema binnen het mobiliteitsbeleid. Ook heeft de gemeente in toenemende mate aandacht voor stimulering van gezonde mobiliteit en nieuwe innovaties.

T.a.v. het thema Gezonde gebouwen vraagt inspreker aandacht voor een gezond binnenklimaat.

Wordt ter kennisgeving aangenomen.

Inspreker wijst op de verschillende instrumenten die zijn ontwikkeld om met inwoners het gesprek te voeren over hun omgeving.

De gemeente is bekend met de verschillende methoden en technieken om participatie te organiseren. Om initiatiefnemers op weg te helpen met participatie heeft de gemeente en Handreiking omgevingsdialoog opgesteld.

Inspreker denkt graag mee in de verdere uitwerking van de omgevingsvisie.

De gemeente waardeert de inzet van de GGD voor de Omgevingsvisie Asten en is van plan om ook bij de uitwerking van de omgevingsvisie in bijvoorbeeld het omgevingsplan de samenwerking met de GGD aan te gaan.

Gevolgen voor Omgevingsvisie Asten n.v.t.

11.Stichting Behoud Kasteellandschap Asten e.a. Inspraakreactie 

Inspreker benadrukt de unieke cultuurhistorische waarden en openheid van het kasteellandschap zoals deze ook is beschreven in het Masterplan. Conform dit masterplan dient in de omgevingsvisie opgenomen te worden dat binnen de kasteelbiotoop nieuwe mogelijkheden die

Reactie gemeente 

Wij erkennen de cultuurhistorische waarden van het kasteellandschap. Om deze reden is deze ook expliciet benoemd als te koesteren kwaliteit binnen het gebied Groen Genieten. Dit betekent ook dat initiatieven die deze waarden aantasten in beginsel zijn uitgesloten.

de waarden (kunnen) aantasten zijn uitgesloten. 

In de omgevingsvisie zou duidelijker vermeld moeten worden dat binnen het kasteellandschap geen tweede landgoed mogelijk is en geen gebouwen. Hierbij gaat het om alle omliggende cultuurhistorische gronden zoals opgenomen op de cultuurhistorische waardenkaart (CHW).

Zoals hiervoor vermeld worden de cultuurhistorische waarden van het kasteellandschap gekoesterd, maar dit betekent niet dat nieuwe initiatieven, zoals een landgoedontwikkeling, in het kasteellandschap per definitie zijn uitgesloten. Een dergelijke ontwikkeling dient de kwaliteiten van het gebied evenwel te respecteren en bij voorkeur te versterken.

Inspreker verwijst naar 3 passages uit de omgevingsvisie waar bebouwing wél wordt geweerd of uitgesloten.

De omgevingsvisie beschrijft dat in de gebieden Agrarisch Anders en Peel Pionieren ontwikkeling van woningbouw en wonen niet voor de hand liggen en dat met name in de beekdalen het streven is gericht op minder bebouwing. Binnen het kasteellandschap liggen grootschalige stedelijke ontwikkelingen gezien de cultuurhistorische waarden ook niet voor de hand, maar dit betekent volgens de gemeente niet dat extra bebouwing hier per definitie is uitgesloten.

Gevolgen voor Omgevingsvisie Asten n.v.t.

12. TenneT TSO B.V. Inspraakreactie

Reactie gemeente

Inspreker benadrukt het belang van een goed functionerend hoogspanningsnet en verzoekt hier rekening mee te houden door dit belang planologisch te borgen. Inspreker mist doorvertaling op de verbeelding van de omgevingsvisie.

Wij onderschrijven het belang van een goed functionerend hoogspanningsnet, maar gezien de globale opzet van de omgevingsvisie past het niet om deze infrastructuur op de kaartbeelden over te nemen. Deze zijn wel opgenomen op de verbeelding van het bestemmingsplan. Ook in het toekomstige omgevingsplan zullen wij een passende regeling treffen teneinde de belangen van inspreker te borgen.

Inspreker vraagt aandacht voor mogelijke netuitbreidingen/wijzigingen als gevolg van de energietransitie en klimaatadaptatie en de ruimte die hiervoor nodig is.

De gemeente is zich ervan bewust dat plannen voor energieopwekking mogelijk om uitbreiding/wijziging van het hoogspanningsnet vragen. Wij zullen erop toezien dat bij dit soort initiatieven tijdig afstemming wordt gezocht met inspreker.

Inspreker vraagt om voor het project voor hermeandering van de Aa en eventuele

Wij adviseren inspreker om voor het project Aad-al Zuid contact op te nemen

zonneparken afstemming te zoeken met inspreker.

met Waterschap Aa en Maas en zeggen toe dat indien er in de toekomst initiatieven komen voor zonneparken binnen de invloedssfeer van het hoogspanningsnet, dit zal worden afgestemd met inspreker.

Inspreker verzoekt om in het toekomstige omgevingsplan regels op te nemen voor de afstand van kleinschalige windturbines tot de bovengrondse hoogspanningsinfrastructuur.

Wordt voor kennisgeving aangenomen.

Inspreker wijst op een staalkaart met voorbeeldregels en bouwstenen ter bescherming van het elektriciteitsnet. Inspreker gaat hierover graag het overleg met de gemeente aan om gezamenlijke (knel)punten te bespreken en wordt graag actief betrokken bij de ontwikkeling van het omgevingsplan.

De door inspreker genoemde staalkaart wordt ter kennisgeving aangenomen. De gemeente zal inspreker betrekken bij de opstelling van het omgevingsplan.

Inspreker heeft in een bijlage situaties aangegeven die de leveringszekerheid en veiligheid van bestaande infra kunnen beïnvloeden en verzoekt in dit soort situaties afstemming te zoeken met inspreker.

De gemeente zal in voorkomende gevallen afstemming zoeken met inspreker.

Gevolgen voor Omgevingsvisie Asten n.v.t.

13. …, Roerdompweg 2 Asten Inspraakreactie 

Inspreker heeft bezwaren tegen het begrip grondgebondenheid in relatie tot melkveehouderijen in het gebied Peel Pionieren. Het begrip is beladen en zorgt voor verwarring omdat in de omgevingsvisie een definitie van het begrip ontbreekt, terwijl grondgebondenheid in verschillende wetgeving verschillende betekenissen heeft. Ter illustratie noemt inspreker definities voor grondgebondenheid uit de meststoffenwet, Netwerk Grondig en de Commissie Grondgebondenheid. Inspreker stelt voor in de visie op te nemen dat de melkveehouderij voor het gebied Peel Pionieren behouden dient te blijven, zonder hierbij het begrip grondgebonden te gebruiken.

Reactie gemeente 

Vanwege de grote beschikbaarheid van agrarische gronden (grasland) acht de gemeente het gebied Peel Pionieren bij uitstek geschikt voor melkveehouderijen. Melkveehouderijen zijn immers in belangrijke mate afhankelijke van de beschikbaarheid van grond in de directe omgeving van het bedrijf en spelen tegelijkertijd een belangrijke rol in het beheer van het landschap. Daarom spreekt de omgevingsvisie ook van grondgebonden melkveehouderij. Het is echter niet de intentie van de gemeente om hiermee enige normering (ha/koe) aan de melkveehouderijen op te leggen. Wij komen daarom tegemoet aan de inspraakreactie en schrappen het begrip ‘grondgebonden’ uit de omgevingsvisie. Wij overwegen hierbij ook dat met name

rond de Groote Peel melkveebedrijven reeds door wet- en regelgeving, natuuren wateropgaven een meer extensieve bedrijfsvoering zullen krijgen. 

Inspreker maakt bezwaar tegen streven om in het gebied Peel Pionieren de laanbeplanting langs wegen te versterken. Laanbeplanting heeft namelijk een negatief effect op het opbrengend vermogen van agrarische gronden die grenzen aan deze laanbeplanting. Ter bescherming van dit agrarische belang zou in de omgevingsvisie opgenomen moeten worden dat versterking van laanbeplanting alleen mogelijk is als dit geen hinder geeft voor de agrarische sector.

De gemeente erkent dat laanbeplanting een nadelig effect kan hebben voor agrarische bedrijven. Bij de concrete uitwerking van deze ambitie c.q. de uitvoering van concrete projecten zal de gemeente dit agrarische belang meewegen en zo proberen waar mogelijk deze negatieve effecten te beperken.

Inspreker heeft op 20 oktober 2020 deelgenomen aan een online bijeenkomst over de omgevingsvisie waarbij zij verschillende punten heeft aangekaart. Naast voorgaande opmerkingen vroeg zij aandacht voor de negatieve effecten van meer biodiversiteit, stelde zij voor om natuur vooral in natuurgebieden te ontwikkelen en vroeg zij zich af wat wordt bedoeld met structuurverbetering melkveehouderij, welke vrijheid agrariërs hebben om zelf invulling te geven aan erfbeplanting en waarom in het buitengebied meer groen nodig is voor voorkomen hittestress. Inspreker heeft het idee dat met haar vragen/ opmerkingen niets is gedaan.

De opmerkingen die op 20 oktober 2020 door inspreker en andere deelnemers zijn gemaakt zijn betrokken bij de totstandkoming van de (ontwerp) omgevingsvisie. In antwoord op de gestelde vragen merken wij op dat de ontwikkeling van natuur niet enkel is voorbehouden aan de aangewezen natuurgebieden, maar dat het ook wenselijk is in de (agrarische) gebieden rond natuurgebieden ruimte te bieden voor natuurontwikkeling. Hierbij dient echter wel rekening gehouden worden met agrarische belangen. Met structuurverbetering melkveehouderij wordt bedoeld dat de gemeente ernaar streeft het gebied Peel Pionieren geschikt te houden voor de aanwezige melkveebedrijven. Plannen voor erfbeplanting worden in beginsel door de agrariër zelf opgesteld en in samenspraak met de gemeente. Het probleem van hittestress is niet voorbehouden aan de bebouwde kom, maar speelt (in mindere mate) ook in het buitengebied. Variatie in groen en bomen kunnen ook in het buitengebied hittestress beperken.

Gevolgen voor Omgevingsvisie Asten Het begrip “grondgebonden” wordt geschrapt.

14. …, Diesdonk 26 te Ommel Inspraakreactie

Reactie gemeente

Inspreker verzoekt zijn agrarische bedrijf op Diesdonkwerweg 22b, net als zijn woning op Diesdonk 26, in te tekenen als Boeren Buurten.

De grenzen van de in de omgevingsvisie vastgelegde gebieden dienen globaal geïnterpreteerd te worden. Dit betekent dat in de praktijk bij ontwikkelingen op de grens van 2 gebieden, de beschreven kenmerken en opgaven van beide gebieden relevant zijn. Het heeft in dit geval dan ook geen waarde om grenzen te corrigeren aan de hand van de eigendomssituatie van inspreker.

Inspreker vraagt om bij plannen van buren dezelfde geurnormen te hanteren als voor het eigen bedrijf.

De opmerking van inspreker heeft geen betrekking op de omgevingsvisie. De omgevingsvisie schrijft immers geen geurnormen voor. Dit gezegd hebbende zal de gemeente gelijke gevallen altijd op eenzelfde wijze boordelen.

Gevolgen voor Omgevingsvisie Asten n.v.t.

15. …, Kruisbaan 1 Heusden Inspraakreactie

Reactie gemeente

Inspreker heeft een legpluimveebedrijf in gebied Peel Pionieren. Binnen dit gebied zou niet alleen ruimte moeten zijn voor grondgebonden melkveehouderijen, maar voor alle (agrarische) bedrijven.

Met name het open karakter en de beschikbaarheid van grasland, maakt dat het gebied Peel Pionieren bij uitstek geschikt is voor melkveehouderijen, ook als beheerders van het landschap. Dit betekent echter niet dat andere agrarische bedrijfsvormen in het gebied zijn uitgesloten.

Het streven naar meer biodiversiteit door aanleg van akkerranden is niet in het belang van het bedrijf van inspreker. Deze akkerranden vormen namelijk een schuilplaats voor roofdieren en ongedierte. Inspreker verzoekt om met genoemde streven op een passende manier om te gaan.

De gemeente erkent dat groene akkerranden ook een nadelig effect kunnen hebben voor agrarische bedrijven en zal dit belang ook meewegen bij de concrete vertaling c.q. uitwerking van plannen die invulling geven aan genoemde streven.

Inspreker pleit niet alleen voor meer koeien in de wei, maar ook meer kippen in de wei. Waterberging kan overigens de gezondheid van deze vrije uitloop kippen bedreigen, omdat dit water (wilde) vogels aantrekt die mogelijk ziektes verspreiden.

De gemeente steunt in beginsel ondernemers die willen omschakelen naar vrije uitloopkippen, omdat dit het dierenwelzijn kan vergroten. Tegelijkertijd zijn we ons ervan bewust dat deze vrije uitloopkippen eerder blootgesteld worden aan gezondheidsrisico’s van buiten het bedrijven. Het is daarom primair aan de ondernemer zelf om te bepalen op welke wijze hij kippen wenst te houden.

Zonneparken zijn voor inspreker een doorn in het oog. Ingezet zou moeten worden op zonnepanelen op daken. Ook zou de gemeente open moeten staan voor collectieve initiateven van ondernemers in het buitengebied voor het plaatsen van windmolens.

Er wordt door de gemeente ingezet op zonnepanelen op daken. Zowel op woningen als op bedrijfsdaken. De energie die op daken kan worden opgewekt is echter niet genoeg. Er is daarom ook opwek nodig via zonneparken en windmolens. Deze twee vormen van duurzame energie vullen elkaar aan. Grootschalige opwek vindt bij voorkeur collectief (coöperatief) plaats. In Asten ziet de gemeente voorlopig nog geen mogelijkheden voor het plaatsen van windmolens.

Meer ruimte voor natuur is prima, maar dit dient wel te passen in het gebied. Vernatting van de Peel acht inspreker niet passend, gezien de oorsprong van het gebied. Inspreker pleit ervoor om niet alleen natuurgronden, maar ook agrarische grond te beschermen.

Meer natuur en het langer vasthouden van water is passend in het gebied dat van oorsprong nat was (veenvorming treedt alleen op bij een hoge waterstand), maar ook het behoud van landbouw in het gebied is passend.

Gevolgen voor Omgevingsvisie Asten n.v.t.

16. …, Waardjesweg 70-76 Heusden Inspraakreactie 

Inspreker is bang dat de omgevingsvisie verstrekkende gevolgen heeft voor de toekomst van zijn (glastuinbouw)bedrijf. In de omgevingsvisie ligt de locaties namelijk in het gebied Peel en Beekdalen, terwijl op grond van het bestemmingsplan alsmede provinciale omgevingsvisie en omgevingsverordening nog sprake is van glastuinbouwconcentratiegebied.

Reactie gemeente 

De omgevingsvisie doet niks af aan de bestaande rechten en de gebruiksmogelijkheden van de gronden van inspreker. Deze liggen vast in het bestemmingsplan (vanaf medio 2022 het omgevingsplan), waarin de locatie van inspreker onderdeel uitmaakt van het glastuinbouwgebied. Vanuit landschappelijk oogpunt liggen de gronden van inspreker echter in het beekdal van de Aa. Om deze reden is dit gebied is in de omgevingsvisie aangeduid als Peel en Beekdalen. Gezien de landschappelijke, ecologische en waterhuishoudkundige waarden ziet de gemeente in dit gebied op de lange termijn minder kansen voor de ontwikkeling van glastuinbouw. Wat dit concreet betekent voor de bestaande glastuinbouwbedrijven in dit gebied is nog niet duidelijk. De gemeente zal hierover op een later moment het gesprek aangaan met betrokken ondernemers en belangenbehartigers uit de sector.

In de omgevingsvisie staat dat deze tot stand is gekomen in samenspraak met stakeholders, maar inspreker is hierbij zelf niet betrokken geweest.

De gemeente heeft in januari 2020 alle inwoners van Asten uitgenodigd om mee te werken aan de Omgevingsvisie Asten. Daarnaast zijn ook verschillende belangenorganisaties, waaronder ZLTO Asten, gevraagd om hun bijdrage te leveren aan de omgevingsvisie. Een groep van ca. 40 inwoners en vele Astense stakeholders zijn op deze uitnodiging ingegaan en hebben vorig jaar samen met de gemeente en haar ketenpartners (o.a. Waterschap en GGD) gewerkt aan de Omgevingsvisie Asten.

Erop vertrouwende dat zijn bedrijf op een toekomstbestendige locatie staat, heeft inspreker recent investeringen gedaan in zijn bedrijf. Conform de primaire bestemming glastuinbouw en in lijn met provinciaal beleid zouden zijn gronden onderdeel uit moeten maken van Agrarisch Anders.

De locatie van inspreker maakt vanuit landschappelijk oogpunt onderdeel uit van het beekdal van de Aa. Om deze reden is het gebied in de omgevingsvisie aangeduid als Peel en Beekdalen (zie hiervoor). De gemeente is bekend met de investeringen die inspreker recent in zijn bedrijf heet gedaan en respecteert de keuze van inspreker om zijn glastuinbouwbedrijf aan de Waardjesweg voort te zetten. Dit is immers in lijn met de geldende bestemming ‘glastuinbouwgebied’. Tegelijkertijd zijn er in het gebied mogelijk ook ondernemers die nu of in de toekomst hun glastuinbouwbedrijf willen beëindigen. Gezien de ligging in het beekdal van de Aa, wil de gemeente deze ondernemers faciliteren.

Gevolgen voor Omgevingsvisie Asten n.v.t.

17.Bergs Advies, namens …, Gruttoweg 3 Heusden Inspraakreactie 

Inspreker stelt dat de Toekomstagenda Asten 2030 onderdeel is van de Omgevingsvisie Asten en vraagt zich af wat de ambitie voor een klimaatbestendig en energieneutraal Asten voor consequenties heeft voor zijn bedrijf. Ook is hij benieuwd naar impact van de nog in ontwikkeling zijnde Transitievisie Warmte Regionale Energie Strategie.

Reactie gemeente 

De Toekomstagenda Asten 2030 is in 2017 door de gemeenteraad vastgesteld en vormt een belangrijke basis voor de Omgevingsvisie Asten. De omgevingsvisie bevat een gebiedsgerichte vertaling van de opgaven die in de Toekomstagenda zijn beschreven. De concrete uitwerking van de in de Toekomstagenda genoemde opgaven en hoofdlijnen van het beleid, zoals omschreven in de omgevingsvisie, zal later plaatsvinden bij de opstelling van het omgevingsplan en (eventuele) programma’s.

Inspreker is niet duidelijk hoe word beoordeeld dat een initiatief maatschappelijk aanvaardbaar is, zoals beschreven staat in de Toekomstagenda Asten 2030.

Van belang is dat een initiatief bijdraagt aan de maatschappelijke opgaven die in de Toekomstagenda 2030 zijn beschreven. Van belang is verder dat een initiatief op draagvlak kan rekenen van de directe omgeving van het initiatief. Hiertoe dient iedere initiatiefnemer een zogenaamde omgevingsdialoog te voeren.

De omgevingsvisie levert voor inspreker vooral veel onzekerheden op. Inspreker verzoekt bij de verdere uitwerking van de omgevingsvisie en opstelling van het omgevingsplan de benodigde duidelijkheid te scheppen en hierbij oog te hebben voor zijn belangen als gebruiker en inwoner van het buitengebied van Asten.

De Omgevingsvisie Asten bepaalt de langtermijn koers voorde ontwikkeling van de gemeente Asten als geheel en per deelgebied en beschrijft de hoofdlijnen van het hiervoor relevante beleid. Op het niveau van het individuele bedrijf van inspreker zal het omgevingsplan de gevraagde duidelijkheid verschaffen.

Gevolgen voor Omgevingsvisie Asten n.v.t.

18. …, Meerkoetweg 14 Asten Inspraakreactie 

Inspreker heeft een glastuinbouwbedrijf aan de Meerkoetweg in Asten en zou graag de mogelijkheid krijgen om door te groeien naar een omvang van 5 of 6 ha. Ook zou hij graag zijn eigen werknemers op zijn locatie willen huisvesten. In ruil voor de groei van zijn solitaire bedrijf zouden incourante glastuinbouwbestemmingen elders ‘gesaneerd’ kunnen worden.

Gevolgen voor Omgevingsvisie Asten n.v.t.

Reactie gemeente 

Het beleid van zowel provincie als gemeente is al jaren gericht op concentratie van glastuinbouwbedrijven in de daarvoor aangewezen glastuinbouwconcentratiegebieden. De gemeente beoogt met de omgevingsvisie dit bestaande beleid voort te zetten, maar is ook voornemens om binnen de ruimere mogelijkheden van het nieuwe provinciale beleid ruimere ontwikkelingsmogelijkheden voor solitaire glastuinbouwbedrijven in ruil voor sanering van glas elders te onderzoeken. De gemeente gaat hierover graag het gesprek aan met inspreker en andere tuinders in de gemeente alsmede ZLTO om zodoende tot een herijking van de gemeentelijk glastuinbouwvisie uit 2013 te komen. Voor huisvesting van arbeidsmigranten heeft de gemeente specifiek beleid ontwikkelt dat in beginsel mogelijkheden biedt voor huisvesting van arbeidsmigranten bij het bedrijf van inspreker.

19. Waterschap Aa & Maas Inspraakreactie 

Inspreker is betrokken geweest bij de totstandkoming van de ontwerp omgevingsvisie en ziet in de ambities voor energie en klimaat een gemeenschappelijke opgave. Inspreker kan zich volledig vinden in de hoofdlijnen zoals opgenomen in de omgevingsvisie en zet op het gebied van de omgevingsplannen de samenwerking in de komende periode graag op dezelfde voet voort.

Reactie gemeente 

Wordt ter kennisgeving aangenomen.

Gevolgen voor Omgevingsvisie Asten n.v.t.

20. ZLTO Asten Inspraakreactie

Reactie gemeente

Inspreker verzoekt de gemeente om ontwikkelruimte te bieden voor de glastuinbouw en hierbij aan te sluiten bij de ruimere mogelijkheden uit Brabants omgevingsverordening. Tegelijkertijd dient zuinig omgegaan te worden met de schaarse ruimte binnen bestaande glastuinbouwconcentratiegebieden en dient terughoudend omgegaan te worden met het toestaan van andere functies dan glastuinbouw.

Het gemeentelijk beleid is en blijft gericht op concentratie van glastuinbouw in de aangewezen vestigingsgebieden. Binnen deze gebieden ligt het primaat bij de ontwikkeling van glastuinbouw. De gemeente gaat zorgvuldig om met de ruimte binnen de vestigingsgebieden. De glastuinbouw is hier op grond van het geldende bestemmingsplan rechtstreeks toegestaan en er vindt een zorgvuldige afweging plaats voor functies die niet rechtstreeks binnen deze gebieden zijn toegestaan. De concrete vertaling van het verruimde provinciale beleid zal t.z.t. plaatsvinden bij de opstelling van het omgevingsplan (=opvolger bestemmingsplan).

De omgevingsvisie spreekt over het terugdringen van overtollige bebouwing in het beekdal van de Aa. Het is inspreker niet duidelijk wat met overtollige bebouwing wordt bedoeld. Immers is op dit moment geen sprake van leegstand, maar van glastuinbouwbedrijven die investeren in de toekomst. Zo vormt de glastuinbouw aan de Waardjesweg het hart van het warmtenet Asten en Someren. Inspreker verzoekt genoemde

Het gaat om bebouwing die nu of in de toekomst niet meer voor de glastuinbouw wordt gebruikt en op dat moment ‘overtollig’ wordt. Gezien de voortdurende schaalvergroting binnen de glastuinbouwsector verwacht de gemeente dat de relatief ondiepe percelen in het beekdal van de Aa in de toekomst minder geschikt zullen zijn voor glastuinbouw. De gemeente wil hier op inspelen door beleidsmatig de mogelijkheid te bieden om in het beekdal

passage uit de omgevingsvisie te schrappen.

van de Aa ruimte vrij te spelen voor ruimte voor de beek indien deze ruimte niet meer geschikt zou zijn voor glastuinbouw. Dit beleid is overigens niet nieuw, maar is reeds opgenomen in de Structuurvisie de ‘De Avance’ (2006) en de Glastuinbouwvisie Asten (2013). N.B. wordt de Glastuinbouwvisie Asten in de omgevingsvisie toegevoegd onder “Welk gemeentelijk beleid is opgenomen in de omgevingsvisie?” (blz. 5).

Inspreker verzoekt de gemeente om samen met ZLTO/Glastuinbouw Nederland de mogelijkheden in de regio te onderzoeken voor uitbreiding van glastuinbouwconcentratiegebieden en tevens doorontwikkeling van solitaire glastuinbouwbedrijven te faciliteren.

De gemeente gaat graag in op de uitnodiging om samen met de sector, Astense ondernemers en buurgemeenten onderzoek te doen naar de toekomstige ruimtevraag voor glastuinbouw in relatie tot beschikbaar grondareaal om zodoende te komen tot een herijking van de gemeentelijk glastuinbouwvisie uit 2013. Naast ontwikkelingen in de sector en mogelijke doorontwikkeling van solitaire glastuinbouwbedrijven, vormt ook de energietransitie een belangrijke aanleiding om het huidige beleid tegen het licht te houden.

Inspreker verzoekt de term grondgebonden niet te gebruiken. Deze wekt namelijk de indruk dat de gemeente bedrijven wil uitsluiten die niet aan de wettelijke definities voor grondgebondenheid voldoen. In de praktijk is bovendien elk melkveebedrijf afhankelijk van beschikbare grond.

Het begrip ‘grondgebonden’ wordt in de omgevingsvisie gebruikt om aan te geven dat met name gebieden met veel agrarische gronden/graslanden geschikt zijn voor melkveehouderijen, omdat deze bedrijven in grote mate afhankelijk zijn van beschikbaarheid van grond in de directe omgeving en tegelijkertijd een belangrijke rol spelen in het beheer van het landschap. Het is echter niet de intentie van de gemeente om met het begrip ‘grondgebonden’ enige normering (ha/koe) aan deze melkveehouderijen op te leggen. Wij komen daarom tegemoet aan de inspraakreactie en schrappen het begrip ‘grondgebonden uit de omgevingsvisie. Wij overwegen hierbij ook dat met name rond de Groote Peel melkveebedrijven reeds door wet- en regelgeving, natuur- en wateropgaven een meer extensieve bedrijfsvoering zullen krijgen.

Inspreker vraagt aandacht voor de landbouwstructuur en behoud van goede landbouwgronden bij de doorvertaling van de RES naar lokaal niveau.

De gemeente heeft aandacht voor de landbouwstructuur en behoud van goede landbouwgronden bij de doorvertaling van de RES naar lokaal niveau. Energie is zeker niet de enige opgave in het gebied dat nu is opgenomen als zoekgebied voor energie. Ook structuurverbetering van de

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=1d52f6fb-b119-4d88-984d-a84b786055be