CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

GR21.01.04I Ruimtelijke onderbouwing herinrichting Fietspad.pdf

Gemeenteraad 25 januari 2021, gemeente AstenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Asten Verzamelplan 2020-2'16.337 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

Herinrichting fietspad Dijkstraat Asten

Status: definitief Datum: 8 mei 2020 Projectnummer: 56 - 024

2

Van Kempen RO ir Joop van Kempen Peelkant 33 5845 EG Sint Anthonis T 06 183 363 42 E joop@vankempenro.nl I www.vankempenro.nl

ruimtelijke onderbouwing Herinrichting fietspad Dijkstraat Asten

3

INHOUD 1

2

3

Inleiding ........................................................................................................... 5 1.1

Aanleiding en doel ....................................................................................... 5

1.2

Ligging en begrenzing plangebied ................................................................ 6

1.3

Juridische status plangebied ........................................................................ 6

1.4

Leeswijzer .................................................................................................... 7

Planvoornemen................................................................................................ 8 2.1

Gebiedsbeschrijving ..................................................................................... 8

2.2

Ruimtelijke ontwikkeling ............................................................................ 10

beleidskader .................................................................................................. 14 3.1

Rijksbeleid .................................................................................................. 14

3.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte ............................................. 14

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening .................................... 14

3.2

Provinciaal beleid ....................................................................................... 15

3.2.1

Omgevingsvisie Noord-Brabant .......................................................... 15

3.2.2

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant ................................. 15

3.3

Waterschapsbeleid .................................................................................... 19

3.3.1 3.4

4

Watertoets voor ruimtelijke plannen ................................................. 19

Gemeentelijk beleid ................................................................................... 21

3.4.1

Structuurvisie Bebouwingsconcentraties ........................................... 21

3.4.2

Structuurvisie kwaliteitsverbetering van het landschap ..................... 22

3.4.3

GVVP Asten Verkeersvisie ................................................................... 22

Uitvoeringsaspecten ...................................................................................... 24 4.1

Ondergrond................................................................................................ 24

4.1.1

Bodem ................................................................................................ 24

4.1.2

Water .................................................................................................. 25

4.1.3

Archeologie ......................................................................................... 28

4.2

Netwerklaag ............................................................................................... 30

4.2.1

Infrastructuur ..................................................................................... 30

4.2.2

Natuurnetwerk ................................................................................... 30

4.2.3

Energienetwerk .................................................................................. 32

4.2.4

Waterwegen ....................................................................................... 33

4.3

Bovenste laag ............................................................................................. 34

4.3.1

Cultuurhistorische en landschappelijke waarden ............................... 34

4.3.2

Milieuaspecten: geluid........................................................................ 35

4.3.3

Milieuaspecten: luchtkwaliteit............................................................ 35

4.3.4

Milieuaspecten: geur .......................................................................... 35 ruimtelijke onderbouwing Herinrichting fietspad Dijkstraat Asten

4

4.3.5

Externe veiligheid ............................................................................... 36

4.3.6

Mer(beoordelings)plicht ..................................................................... 37

4.4

Economische uitvoerbaarheid ................................................................... 38

4.4.1

Kostenverhaal ..................................................................................... 38

4.4.2

Planschade .......................................................................................... 38

Bijlagen 1.

Quickscan flora en fauna Verbredingstracé fietspad Dijkstraat te Asten

2.

Rapportage berekening stikstofdepositie werkzaamheden fietspad aan de Dijkstraat te Asten

ruimtelijke onderbouwing Herinrichting fietspad Dijkstraat Asten

5

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding en doel

Aanleiding Onderdeel van het integraal maatregelenpakket van het Gemeentelijk Verkeer- en vervoersPlan (GVVP) 2016 is het verbreden van het fietspad aan de Dijkstraat. Het fietspad is in de huidige staat te smal voor veilig fietsverkeer in twee richtingen. Omdat de functie als regionale fietsverbinding richting Lierop, Mierlo en Helmond vraagt om fietsverkeer in twee richtingen, is verbreding van het fietspad noodzakelijk. Met het verbreden van het fietspad wordt ingezet op een goed bereikbaar regionaal fietsnetwerk voor Asten. Over een lengte van circa 3 kilometer wordt het fietspad verbreed. Voor een deel van het fietspad kan deze verbreding plaatsvinden binnen de geldende verkeersbestemming. Voor een deel ook is dit niet het geval. De verbreding vraagt om een groter ruimtebeslag dan aanwezig binnen die verkeersbestemming. Doel Door de bestemmingen van een deel van de onderliggende gronden te wijzigingen, kan de gewenste verbreding van het fietspad mogelijk worden gemaakt. Enerzijds kan hierin worden voorzien door enkel het verbreden van de bestemming ‘Verkeer’. Anderzijds is het op delen van het traject ook noodzakelijk de aangrenzende watergangen te verleggen, om de voor de verbreding benodigde ruimte te creëren. Voor zover dat betreft A-watergangen in beheer bij het waterschap is in die gevallen ook aanpassing van de bestemming ‘Water’ noodzakelijk.

Uitgangspunt bij de bepaling of de verbreding van het fietspad en de daarvoor benodigde bestemmingswijzigingen doorgevoerd kunnen worden, zijn de gevolgen daarvan voor de fysieke leefomgeving. In deze ruimtelijke onderbouwing is het planvoornemen nader gemotiveerd en zijn de gevolgen daarvan onderzocht, om te kunnen beoordelen of de beoogde bestemmingswijzigingen met het oog op een goede fysieke leefomgeving aanvaardbaar zijn. Luchtfoto omgeving te verbreden tracé Dijkstraat, traject waar bestemmingswijziging noodzakelijk is (bron: Ruimtelijkeplannen.nl)

ruimtelijke onderbouwing Herinrichting fietspad Dijkstraat Asten

6

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied is gelegen in het buitengebied, ten noordwesten van de kern Asten, in de gemeente Asten. Het betreft het gedeelte van de Dijkstraat tussen de aansluiting met de Nachtegaalweg (aan de zijde van de kern Asten) en de Hoekstraat (aan de zijde van de Zuid-Willemsvaart). Concreet betreft het plangebied de gronden, waarop de verbreding van het fietspad en de daaraan gekoppelde verlegging van aanliggende waterlopen, is voorzien. In zuidoostelijke richting leidt de Dijkstraat het bebouwd gebied in van de kern Asten. In noordwestelijke richting voert de Dijkstraat over de Zuid-Willemsvaart naar Lierop en Mierlo of Helmond. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door de Dijkstraat zelf. Aan de zuidzijde vormt de overgang naar het aangrenzende agrarische buitengebied en de daarin aanwezige functies, de grens van het plangebied.

1.3

Juridische status plangebied

Voor het plangebied zijn thans meerdere bestemmingsplannen van kracht. Dit betreft: ✓ bestemmingsplan “Asten Archeologie 2012”, vastgesteld op 24 juni 2013 ✓ bestemmingsplan “Asten Verzamelplan 2019-1”, vastgesteld op 25 juni 2019 ✓ bestemmingsplan “Buitengebied Asten 2016”, vastgesteld op 7 augustus 2019 ✓ bestemmingsplan “Asten Verzamelplan 2019-2”, vastgesteld op 13 februari 2020 Op basis van de geldende plannen zijn aan de gronden, waarop de verbreding van het fietspad (inclusief te verleggen watergangen) is gelegen, de bestemmingen ‘Agrarisch met waarden’, ‘Agrarisch – ‘Agrarisch bedrijf’, ‘Bos’, ‘Water’ en ‘Wonen’ toegekend. Deze bestemmingen laten de aanleg van een doorgaand fietspad niet toe, dan wel bieden onvoldoende bescherming voor de te verleggen A-watergangen (in beheer bij het waterschap).

Uitsnede geldende bestemmingsregeling (bron: Ruimtelijkeplannen.nl)

ruimtelijke onderbouwing Herinrichting fietspad Dijkstraat Asten

7

1.4

Leeswijzer

De voorliggende ruimtelijke onderbouwing is opgebouwd uit 4 hoofdstukken. In hoofdstuk 1 is omschreven waarom de ruimtelijke onderbouwing is opgesteld en met welk doel. In hoofdstuk 2 zijn een gebiedsbeschrijving en een beschrijving van het planvoornemen opgenomen. Vervolgens is in hoofdstuk 3 een beleidsbeschrijving opgenomen, waarbij een korte beschrijving is gegeven van het voor het gebied relevante beleid. Steeds is aangegeven op welke wijze het planvoornemen binnen deze beleidskaders past. In hoofdstuk 4 zijn de effecten van het planvoornemen op de ondergrond, de netwerklaag en de bovenste laag weergegeven. Daarbij wordt aangegeven op welke wijze met zaken als bodemkwaliteit, water en archeologie, als infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk en waterwegen en als cultuurhistorie, geluid, luchtkwaliteit, geur en externe veiligheid wordt omgegaan. Tot slot wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid, waarbij zaken als planschade aan de orde worden gesteld.

Fietspad langs Dijkstraat

ruimtelijke onderbouwing Herinrichting fietspad Dijkstraat Asten

8

2

PLANVOORNEMEN

2.1

Gebiedsbeschrijving

Buitengebied De Dijkstraat doorsnijdt het buitengebied ten noordwesten van de kern Asten. De Dijkstraat begint in de bebouwde kom van Asten en loopt daar door een deel van het woongebied van de kern Asten. Buiten de bebouwde kom loopt de Dijkstraat eerst door een bebost gebied, alvorens voorbij de aansluiting van de Nachtegaalweg in meer open buitengebied te komen. De Dijkstraat is hier over grote delen voorzien van een laanbeplanting. Aan weerszijden van de straat is verspreide bebouwing aanwezig omgeven door groene erven, alsmede zijn kleinere bospercelen en landschapselementen aanwezig. Daartussen is sprake van agrarisch in gebruik zijnde, onbebouwde gronden. De bebouwing maakt deel uit van de aan de Dijkstraat gelegen buurtschappen Vosselen en Dijk. Na de aansluiting van de Hoekstraat neemt de hoeveelheid bebouwing af en is uiteindelijk nog slechts sprake van enkele verspreide agrarische bedrijven. Na eerst nog de Aa gekruist te hebben, eindigt de Dijkstraat bij de Zuid-Willemsvaart. Profiel Dijkstraat

Luchtfoto ligging plangebied in omgeving (bron: Google Maps)

ruimtelijke onderbouwing Herinrichting fietspad Dijkstraat Asten

9

De Dijkstraat vormt van oudsher een uitvalsweg in noordwestelijke richting, naar Lierop en, via de dijk langs de Zuid-Willemsvaart, naar Helmond. In de tegenwoordige tijd is die functie voor het autoverkeer grotendeels komen te vervallen en overgenomen door de Heesakkerweg langs de zuidkant van de kern Asten en mogelijk zelfs door de op grotere afstand noordelijker gelegen A67. Voor fietsverkeer is de Dijkstraat nog steeds een belangrijke verbinding naar Lierop, Mierlo en Helmond. In de tweede helft van de vorige eeuw is ten behoeve van deze fietsverbinding langs de zuidzijde van de Dijkstraat een (tweerichtings)fietspad aangelegd. Het plangebied betreft het gedeelte van de Dijkstraat tussen de aansluitingen met de Nachtegaalweg en de Hoekstraat. Het profiel van de Dijkstraat bestaat hier over grote lengte uit een rijbaan voor autoverkeer, met aan weerszijden bermen met daarin bomenrijen, aan de zuidzijde een (tweerichtings)fietspad en vervolgens veelal aan beide zijden een bermsloot. Een deel van die sloten is als A-watergang in beheer bij Waterschap Aa en Maas.

Uitsnede topografische kaart 1960 (bron: Topotijdreis)

Uitsnede topografische kaart 2000 (bron: Topotijdreis)

ruimtelijke onderbouwing Herinrichting fietspad Dijkstraat Asten

10

2.2

Ruimtelijke ontwikkeling

Fietspadbreedte Het huidige (tweerichtings)fietspad heeft een breedte van 2 meter. Dit is te smal voor een fietspad, dat in 2 richtingen wordt bereden. Druk bereden tweerichtingsfietspaden worden tegenwoordig uitgevoerd met een breedte van 4 meter. De huidige CROW richtlijnen gaan uit van een noodzakelijke breedte van 3,50 meter. Vanuit de Fietsersbond in Asten is in het verleden reeds gevraagd om verbetering en verbreding van het fietspad. De Fietsersbond geeft aan dat het dubbele fietspad aan de Dijkstraat niet meer voldoet aan de kwaliteit die een dergelijk fietspad vanwege het huidige, intensieve gebruik zou moeten hebben. De Fietsersbond geeft aan dat de Dijkstraat beschikt over een fantastisch wegdek voor het autoverkeer, maar dat het fietspad allerbelabberdst is, terwijl fietsen toch inmiddels wordt gezien als een prima milieuvriendelijk alternatief voor het autogebruik. Bovendien zijn fietspaden in verband met het toerisme voor Asten belangrijk. De volgende gebreken worden geconstateerd: 1. Het fietspad is veel te smal voor tweerichtings fietsverkeer. Zeker sinds de elektrische fiets zijn intrede heeft gedaan met snelheden tot 27 km per uur is deze geringe breedte erg gevaarlijk. Intussen zijn er alweer snellere fietsen op de markt gekomen met maximale snelheden tot 40 km per uur, waardoor de kans op ernstige ongelukken steeds groter wordt. 2.

Het oppervlak van het fietspad is zeer ribbelig en ongelijk. 3. Er zijn veel plaatsen waar wortelgroei het oppervlak van het fietspad gevaarlijk maakt. 4. Er zijn diverse flinke uithollingen overdwars, onder andere ter plaatse van Nachtegaalweg, Keizersdijk, Lagendijk en Hoekstraat. Verbreding fietspad De gemeente Asten wil de staat van het fietspad langs de Dijkstraat verbeteren. Belangrijk onderdeel van die verbetering is een verbreding van het fietspad. Daarvoor is echter niet altijd voldoende ruimte aanwezig binnen de onderliggende kadastrale percelen en de geldende verkeersbestemming. Op het gedeelte van de Dijkstraat tussen Nachtegaalweg en Hoekstraat is verbreding van het fietspad alleen mogelijk door aankoop van aangrenzende perceelsgedeelten en uitbreiding van de verkeersbestemming. Mede gezien de gronden die moeten worden aangekocht in relatie tot het aantal fietsbewegingen acht de gemeente Asten een verdubbeling van de fietspadbreedte tot 4 m niet realistisch. Ten behoeve van de verdere planvorming is daarom uitgegaan van een verbreding conform de richtlijnen uit de CROW. Concreet wordt de breedte van het fietspad op 3,50 m gebracht. Op een aantal plaatsen wil de gemeente in verband met de veiligheid ook de afstand van het fietspad tot de rijbaan voor het autoverkeer en in verband met de groeikansen tot de tussenliggende bomenrij vergroten.

Dit brengt plaatselijk een extra vergroting van het ruimtebeslag met zich mee. Naast een gedeelte van het fietspad zijn bermsloten aanwezig, waarvan een deel als A-watergang in beheer bij het waterschap Aa en Maas. Op diverse plekken moeten deze worden opgeschoven om de benodigde vergroting van het ruimtebeslag voor het verbrede fietspad mogelijk te maken.

ruimtelijke onderbouwing Herinrichting fietspad Dijkstraat Asten

11

Presentatietekening herinrichting fietspad (bron Newæ)

Eindpunt bij Hoekstraat

ruimtelijke onderbouwing Herinrichting fietspad Dijkstraat Asten

12

Presentatietekening herinrichting fietspad (bron Newæ)

Beginpunt bij Nachtegaalweg

ruimtelijke onderbouwing Herinrichting fietspad Dijkstraat Asten

13

Tot slot wordt bij een deel van die sloten het profiel van de sloot verruimd. Door de toename in verharding, in zijn algemeenheid en als gevolg van de verbreding van het fietspad, is ook een grotere waterbergings- en afvoercapaciteit noodzakelijk. In de omgeving van de Dijkstraat zijn regelmatig waterafvoerproblemen. Deze zijn het gevolg van een toename van de verharding in de directe omgeving, in combinatie met de steeds extremere buien. De verbreding van het fietspad leidt tot een verdere toename van de verharding. In een grotere waterbergings- en afvoercapaciteit wordt voorzien door de bermsloten van een ruimer profiel te voorzien. Dit gaat echter ook weer gepaard met een groter noodzakelijk ruimtebeslag. De verplaatsing en verruiming van de bermsloten vinden plaats in overleg met het waterschap. Noodzakelijke gronden Ten behoeve van het grotere benodigde ruimtebeslag worden op diverse plaatsen aangrenzende gronden verworven. Voor een groot deel zijn dit onbebouwde, agrarische gronden, in gebruik als akker of weiland. Op enkele plaatsen worden ook gedeelten van de erven bij agrarische bedrijven en woningen aangekocht. Deze gronden moeten worden voorzien van bestemming ‘Verkeer’, om de realisering van het verbrede fietspad mogelijk te maken.

Daar waar na de herinrichting de verplaatste en/of verbrede A-watergangen zijn gelegen moeten de gronden worden voorzien van de bestemming ‘Water’.

Aangepaste bestemmingen ‘Verkeer’ (grijs) en ‘Water’ (blauw) na herinrichting

ruimtelijke onderbouwing Herinrichting fietspad Dijkstraat Asten

14

3

BELEIDSKADER

3.1

Rijksbeleid

3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) schetst het Rijk een nieuwe integrale kijk op het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid tot 2040. In de SVIR staan drie hoofddoelen centraal om Nederland voor de middellange termijn tot 2028 concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden. Om de concurrentiekracht van Nederland te vergroten is het van belang de ruimtelijk-economische structuur in Nederland te versterken. Een goed vestigingsklimaat staat centraal en vereist een hoogwaardig werk- en woonmilieu en een goede bereikbaarheid (1). Het versterken van de concurrentiekracht en het verbeteren van de bereikbaarheid zal gepaard gaan met het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving (2). Het behouden en waar nodig versterken van unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden is hierbij van groot belang (3). Dit alles dient tot stand te komen door middel van zorgvuldige afwegingen en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke plannen. Indien er binnen een regio ontwikkelingen plaats zullen gaan vinden, dient conform de SVIR de zogenaamde 'ladder voor duurzame verstedelijking', die tevens is opgenomen in artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), gevolgd te worden.

Het planvoornemen voorziet in een kleinschalige ontwikkeling, waarbij in het buitengebied bij Asten een bestaand fietspad wordt verbreed. Op bovenlokaal niveau draagt de ontwikkeling bij aan het verbeteren van de bereikbaarheid voor fietsverkeer en daarmee aan een goed vestigingsklimaat. Daarnaast draagt de ontwikkeling ook bij aan een verbeterde verkeersveiligheid en daarmee aan een leefbare en veilige leefomgeving. Tot slot kan de ontwikkeling uitgevoerd worden zonder dat dit ten koste gaat van natuurlijke en cultuurhistorische waarden. Het planvoornemen voorziet niet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Op basis van jurisprudentie worden ontwikkelingen gericht op uitbreiding of verbetering van de infrastructuur niet aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling in het kader van de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte genoemd, bevat regels ter bescherming van nationale belangen. De keuze voor deze belangen is reeds gemaakt in de SVIR en wordt met het Barro juridisch verankerd. In totaal gaat het om dertien nationale belangen, waarvan er geen enkele direct betrekking heeft op het plangebied.

In de directe omgeving van het plangebied is de hoogspanningslijn parallel aan de Zuid-Willemsvaart aangeduid als een hoogspanningsverbinding van belang voor de elektriciteitsvoorziening. De daarbij aan de orde zijnde zonering reikt niet tot aan het plangebied. De hoogspanningslijn brengt geen beperkingen met zich mee.

ruimtelijke onderbouwing Herinrichting fietspad Dijkstraat Asten

15

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. In deze omgevingsvisie zijn de hoofdlijnen van het beleid voor de fysieke leefomgeving vastgelegd en daarmee de basisopgave en de hoofdopgaven voor de toekomst geformuleerd. Waarbij de basisopgave betreft het werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Waarbij de hoofdopgaven betrekking hebben op het werken aan de Brabantse energietransitie, het werken aan klimaat proof worden, het werken aan de slimme netwerkstad en het werken aan een concurrerende, duurzame economie. De Brabantse Omgevingsvisie sluit met de hoofdopgaven aan bij Rijksbeleid, Europese en mondiale doelstellingen. De provincie streeft ernaar, dat deze visie, hoewel formeel alleen zelfbindend, Brabant samenbindt. De kernwaarden voor het handelen van de provincie vallen onder de noemer ‘verbinden in vertrouwen’. De kernwaarden gaan voor meerwaarde-creatie, technische en sociale innovatie, kwaliteit boven kwantiteit, steeds beter en proactief en preventief boven gevolgbeperking en herstel. Concrete aanwijzingen voor de Dijkstraat bij Asten bevat de Brabantse Omgevingsvisie niet. Deze zijn en worden vastgelegd in de provinciale omgevingsverordening. 3.2.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Met visies, agenda’s en plannen geeft de provincie haar ruimtelijk beleid voor Noord-Brabant vorm.

Daarvoor gelden soms ook regels. Die staan in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. De gemeente moet rekening houden met deze instructieregels bij het ontwikkelen van bestemmingsplannen. Binnen het plangebied zijn navolgende instructieregels relevant voor het planvoornemen. Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit Een bestemmingsplan geeft bij de evenwichtige toedeling van functies invulling aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. In hoofdstuk 4 zijn de aspecten die de aanwezigheid van een veilige, gezonde leefomgeving bepalen, nader beschreven. Uit dit hoofdstuk blijkt dat sprake is van een goede omgevingskwaliteit. Zorgvuldig ruimtegebruik Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing. Het planvoornemen heeft geen betrekking op de toedeling van functies in bebouwing. Het planvoornemen is gericht op verbetering van een bestaand fietspad. Onderdeel daarvan is verbreding van het fietspad. Dit gaat gepaard met extra ruimtebeslag, echter niet in de vorm van bebouwing. In relatie tot het bestaande ruimtebeslag van de Dijkstraat, brengt de verbreding van het fietspad plaatselijk slechts een beperkte uitbreiding van het ruimtebeslag met zich mee.

ruimtelijke onderbouwing Herinrichting fietspad Dijkstraat Asten

16

Toepassing van de lagenbenadering De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd (ondergrond, netwerklaag, bovenste laag). In hoofdstuk 4 zijn de effecten op de diverse lagen beschreven. Uit dit hoofdstuk blijkt dat geen onaanvaardbaar negatieve effecten optreden. Meerwaardecreatie Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken. De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie. De verbetering van het fietspad leidt tot een verbeterde bereikbaarheid voor het fietsverkeer (woon-werk/school), een grotere verkeersveiligheid en betere extensieve recreatieve mogelijkheden. Kwaliteitsverbetering landschap Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk Gebied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan onder meer de volgende aspecten omvatten: a. de op grond van deze verordening verplichte landschappelijke inpassing; b. het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden.

Onder een ruimtelijke ontwikkeling worden verstaan bouwactiviteiten en planologische gebruiksactiviteiten waarvoor een wijziging van het planologisch regime nodig is. Daarvan is bij het planvoornemen sprake. Door een zorgvuldige inpassing van de verbreding van het fietspad in het bestaande landschap, met respect voor de bestaande laanstructuren en bosschages langs de Dijkstraat, en door een logische situering van de te verplaatsen en vergroten bermsloten langs het fietspad blijft de aanwezige landschappelijke inpassing behouden. Er is geen impact op de bestaande landschappelijke kwaliteiten. Door de verbeterde en veiligere gebruiksmogelijkheden worden met het fietspad de extensieve recreatieve en toeristische mogelijkheden vergroot. Zie verder ook paragraaf 3.3.2 over de gemeentelijke Structuurvisie kwaliteitsverbetering van het landschap. Natuur Netwerk Brabant Een bestemmingsplan van toepassing op Natuur Netwerk Brabant (NNB): a. strekt tot het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken; b. bevat regels gericht op de bescherming van de ecologische waarden en kenmerken en houdt daarbij ook rekening met andere aanwezige waarden en kenmerken, zoals rust, stilte, cultuurhistorische waarden en kenmerken; c. staat, zolang het NNB niet is gerealiseerd, bestaande bebouwing en bestaande planologische gebruiksactiviteiten toe.

ruimtelijke onderbouwing Herinrichting fietspad Dijkstraat Asten

17

Enkele delen van de Dijkstraat liggen binnen het NNB, zoals dat wordt gevormd door de bosschage ten noordwesten van de kern Asten. Één deel van de Dijkstraat is gelegen binnen het NNB direct ten zuidoosten van de woningen Dijkstraat 37 en 39. Hier is geen groter ruimtebeslag voor het fietspad voorzien. De herinrichting is hier niet van invloed op het NNB. Een tweede deel is gelegen ten noordwesten van de aansluiting van de Nachtegaalweg. Over een lengte van ca. 125 m is hier voor de herinrichting van het fietspad een vergroting van het ruimtebeslag met een breedte van enkele meters binnen het NNB noodzakelijk. Door de beperkte aard van de werkzaamheden, die enkel zien op een verschuiving van het fietspad met gemiddeld minder dan 1 m, een verbreding daarvan met 1,5 m en de aanleg van een nieuwe bermsloot met een breedte van ca.2 m, die deels ook binnen het bestaand ruimtebeslag kunnen plaatsvinden, staat de herinrichting de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken niet in de weg. De werkzaamheden beperken zich tot een strook in het NNB met een breedte van 2,5 tot 3 m. Daarbij is enkel sprake van de aanleg van de nieuwe bermsloot. De nieuw aan te leggen verharding is buiten het NNB gelegen. Zie ook hetgeen hierover is gesteld in de volgende passage over de ‘attentiezone waterhuishouding’.

Attentiezone waterhuishouding Een bestemmingsplan van toepassing op de Attentiezone waterhuishouding strekt tot bescherming van de waterhuishouding en sluit functies en activiteiten uit die een negatief effect hebben op de hydrologische instandhoudingsdoelen van het hierbinnen gelegen Natuur Netwerk Brabant. Een dergelijk bestemmingsplan stelt in ieder geval regels over: 1. het verzetten van grond van meer dan 100 m³ of op een diepte van meer dan 60 centimeter beneden maaiveld, voor zover geen vergunning is vereist op grond van de Ontgrondingenwet; 2. de aanleg van drainage ongeacht de diepte, tenzij het gaat om vervanging van een bestaande drainage; 3. het verlagen van de grondwaterstand anders dan door middel van het graven van sloten of het toepassen van drainagemiddelen, met uitzondering van grondwateronttrekkingen; 4. het beperken van het buiten een agrarisch bouwperceel aanbrengen van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten. De Dijkstraat is gelegen binnen de Attentiezone waterhuishouding. Met de verbetering van het fietspad zijn geen werkzaamheden gemoeid op een diepte van meer dan 60 centimeter beneden maaiveld. Een uitzondering hierop vormen de te verplaatsen en verbreden bermsloten, echter het graven daarvan is toegestaan. Van de aanleg van drainage is verder geen sprake. Beperkt vindt wel uitbreiding van de verharding plaats.

Deze is echter niet aan een agrarisch bouwperceel gerelateerd, maar draagt bij aan verbetering van de ontsluitingsstructuur van het buitengebied. Door de afstroming van het hierop vallende hemelwater via de bermen naar de bermsloten, van waaruit het hemelwater kan infiltreren is de invloed op de waterhuishouding nihil.

ruimtelijke onderbouwing Herinrichting fietspad Dijkstraat Asten

18

Overige aanduidingen Op het plangebied zijn verder de aanduidingen Gemengd landelijk gebied, Stalderingsgebied en deels (tussen Beekstraat en Hoekstraat) Verstedelijking afweegbaar van toepassing. Deze aanduidingen brengen geen beperkingen voor het planvoornemen met zich mee. Het planvoornemen is niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling (locatie voor wonen, werken of voorzieningen), noch als een agrarische ontwikkeling.

Fietspad langs Dijkstraat

ruimtelijke onderbouwing Herinrichting fietspad Dijkstraat Asten

19

3.3

Waterschapsbeleid

3.3.1 Watertoets voor ruimtelijke plannen De watertoets bewaakt de waterkwaliteit en waterkwantiteit bij ruimtelijke plannen. De toets is verplicht voor ruimtelijke plannen waarin 'waterbelangen' spelen. Bij het ruimtelijk plan wordt daartoe voorzien in een waterparagraaf, waarin wordt uitgelegd hoe wordt omgegaan met water. Hierover brengt het waterschap een ‘wateradvies' uit. De initiatiefnemer van het plan moet hier rekening mee houden en eventueel het planvoornemen daarop aanpassen. Het relevante beleid voor water is vastgelegd in: ✓ Het Nationaal Waterplan 2016-2021 (Rijk) ✓ Het Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021 (provincie) ✓ Waterbeheerplan 2016-2021 (waterschap) ✓ Het Gemeentelijk Rioleringsplan 2018-2021 (gemeente). De hieruit naar voren komende, voor ruimtelijke ontwikkelingen het meest van belang zijnde zaken, vormen samen de 8 uitgangspunten voor de watertoets. Uitgangspunten watertoets 1. Voorkomen van vervuiling Bouw en renovatie belast het milieu. Het waterschap streeft ernaar om verontreiniging zoveel mogelijk te voorkomen. Het voorkomen van vervuiling is een randvoorwaarde voor de watertoets. Bij de aanleg van de verbreding van het fietspad worden geen uitloogbare materialen toegepast. 2. Wateroverlastvrij bestemmen Bij de locatiekeuze voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt gezocht naar een plek die hoog en droog genoeg is.

Mocht dit niet mogelijk of wenselijk zijn, dan is compenseren noodzakelijk. Daarbij worden maatregelen genomen om het gebied voldoende tegen wateroverlast te beschermen. Het nieuwe fietspad komt op ongeveer dezelfde hoogte te liggen als het huidige fietspad. Het fietspad ligt iets lager dan de weg om de afwatering van de wegverharding te waarborgen. 3. Hydrologisch Neutraal Ontwikkelen Het waterschap hanteert het principe van hydrologisch neutraal ontwikkelen (HNO): de nieuwe watersituatie moet minimaal gelijk blijven aan de uitgangssituatie. Hierbij mag de grondwaterstand niet worden verlaagd. Bij transformatie van landelijk naar bebouwd gebied mag de oorspronkelijke landelijke afvoer niet worden overschreden. Het waterpeil moet aansluiten bij de optimale grondwaterstanden. De toename aan verhard oppervlak voor het gehele project (de Aa – Schoolstraat) dient gecompenseerd te worden conform de Keur van het waterschap volgens de formule: benodigde compensatie (in m3) = toename verhard oppervlak (in m2) x 0,06 (in m).

ruimtelijke onderbouwing Herinrichting fietspad Dijkstraat Asten

20

Aangezien het plangebied een langgerekte vorm kent, moet de compensatie steeds ter plaatse plaats vinden. Bij de dimensionering van de aanliggende A- en C-watergangen (bermsloten) zal hiermee rekening worden gehouden. 4. Vuil water en hemelwater scheiden Vuil water hoort thuis in het riool. Schoon hemelwater wordt afgevoerd naar de bodem of watergang. Bij het fietspad komt geen vuil water vrij. 5. Hergebruik > infiltratie > buffering > afvoer Bij de afvoer van schoon hemelwater moeten de stappen hergebruik > infiltratie > buffering > afvoer gehanteerd worden. Hergebruik van regenwater is interessant bij grootschalige voorzieningen als scholen en kantoorgebouwen. Het verzamelde regenwater dient voor de spoeling van de toiletten, voor de tuin of voor wasmachines. Bij kleinere percelen is infiltratie in de bodem de beste oplossing. Dit kan bijvoorbeeld via de natuurlijke weg bij heel grof zand en een lage grondwaterstand, via kiezels of een infiltratiesysteem. Als dit geen optie is, valt de keuze op buffering van het water in een waterberging, om overstroming tijdens zware regenval te vermijden. Een laatste mogelijkheid is het vertraagd afvoeren van een neerslagpiek naar een leggerwatergang.

Op de locaties waar het fietspad langs een C-watergangen ligt (Hoekstraat – Lagendijk en Keizersdijk – Nachtegaalweg) wordt het hemelwater zoveel mogelijk geïnfiltreerd of vertraagd afgevoerd. Op locaties waar het fietspad langs A-watergangen ligt (Lagendijk – Keizersdijk) wordt het hemelwater afgevoerd. 6. Waterschapsbelangen Bij een bouwproject kunnen verschillende waterschapsbelangen spelen, zoals: ruimteclaims voor de aanleg van natte ecologische verbindingszones; aanwezigheid en ligging watersysteem. Hierover heeft overleg plaatsgevonden met het waterschap. Tussen de Lagendijk en de Keizersdijk wordt de A-watergang verlegd. De gemeente koopt de hiervoor benodigde grond aan, waarna er een grondruil zal plaatsvinden met het waterschap. Het onderhoud aan de A-watergang kan uitgevoerd worden vanaf het nieuwe fietspad. 7. Meervoudig ruimtegebruik Gebruiksfuncties kunnen worden gecombineerd. Een wadi kan bovengronds ook worden ingericht en beheerd als speelterrein voor kinderen. Het fietspad is tevens het onderhoudspad voor de watergangen. 8. Water als kans Water kan meerwaarde geven aan een plan, gebruikmakend van de belevingswaarde van water. De watergangen zorgen voor een natuurlijke afscheiding tussen het fietspad en de aanliggende percelen en hebben een meerwaarde voor de flora en fauna. ruimtelijke onderbouwing Herinrichting fietspad Dijkstraat Asten

21

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Structuurvisie Bebouwingsconcentraties In 2010 is de Structuurvisie Bebouwingsconcentraties vastgesteld. Deze geeft met name een visie op ruimtelijke ontwikkelingen in de bebouwingsconcentraties van het buitengebied, die bijdragen aan de kwaliteitsverbetering van het landschap. In de Structuurvisie doorsnijdt het plangebied de gebieden aangemerkt als ‘Bos en Mozaiek’, ‘Kleinschalige zandontginningen’ en ‘Essen- en Kampenlandschap’. Daarop zijn navolgende ‘visie & inrichtingsmaatregelen’ van toepassing. In de bos- en mozaïekgebieden staan natuur en recreatie centraal. Het is de bedoeling om kleinschalige natuurontwikkeling tot stand te brengen door het aanbrengen van landschapselementen aan de randen van de open gebieden. Andere maatregelen waaraan gedacht kan worden zijn het verloven van het bos, of beheer door begrazing. De gebieden vervullen een functie als uitloopgebied voor de kernen, hiervoor dienen routes en paden te worden aangelegd/onderhouden. In de kleinschalige zandontginningen wordt gestreefd naar een verdichting van het casco, door de aanleg van laanbeplanting en landschapselementen. Binnen dit casco zijn vervolgens mogelijkheden voor de ontwikkeling van verschillende functies en activiteiten. De landschapselementen kunnen bestaan uit houtwallen, singels en bomenrijen langs wegen.

Ook andere kleinschalige landschapselementen als poelen en kruidenrijke graslanden zijn wenselijk om de diversiteit van planten en diersoorten in dit landschapstype te verhogen. Het doel is om de waardevolle structuur van de essen en kampen herkenbaar te houden. Dit houdt in dat het reliëf en de openheid van de akkers behouden dient te blijven. Daarnaast kan de structuur verstevigd worden door de aanplant van landschapselementen, houtwallen en laanbeplanting. Ook is een goede erfbeplanting belangrijk voor de landschappelijke structuur. De impact van het planvoornemen op de doorsneden landschappen is beperkt. Het ruimtebeslag van een bestaand fietspad wordt beperkt uitgebreid. Daarmee wordt wel bijgedragen aan het gewenste onderhouden van routes en paden als uitloopgebied voor de kernen. De langs de Dijkstraat aanwezige laanbeplantingen blijven bij uitvoer van het planvoornemen als belangrijke landschapselementen behouden. Een deel van het plangebied (tussen Lagendijk en Hoekstraat) ligt ook binnen de bebouwingsconcentratie Dijkstraat. Het completeren van de groenstructuren en het verbeteren van de landsschappelijke inpassing van enkele bouwblokken worden benoemd als kansen voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. De geurhindercontouren kunnen belemmerend werken voor functie verandering naar geurgevoelige functies.

De Dijkstraat is een onderdeel van regionaal fietsnetwerk, wat recreatieve kansen geeft. De functionele mogelijkheden voor hergebruik of functieverandering van de cluster richten zich op wonen in lage dichtheid en extensief en routegebonden recreatie, gedacht kan worden aan een horeca punt aan de Dijkstraat.

ruimtelijke onderbouwing Herinrichting fietspad Dijkstraat Asten

22

In het kader van het planvoornemen vindt verbetering van het fietspad plaats en daarmee van het regionaal fietsnetwerk. Daarmee worden de randvoorwaarden verbeterd voor de gewenste ontwikkeling van extensieve en routegebonden recreatie. Daarmee wordt invulling gegeven aan de Structuurvisie. 3.4.2 Structuurvisie kwaliteitsverbetering van het landschap In 2015 is de Structuurvisie kwaliteitsverbetering van het landschap vastgesteld. De structuurvisie vormt de basis voor het veilig stellen van de verplichte bijdrage voor verbetering van de ruimtelijke kwaliteit bij ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied. De procedure voor de kwaliteitsbijdragen bestaat uit de volgende drie stappen: 1. beoordelen plan. Iedere ontwikkeling wordt aan het bestemmingplan getoetst. Past een plan niet rechtstreeks in het geldende bestemmingplan dan wordt beoordeeld of het plan wel ruimtelijk aanvaardbaar is op basis van bestaand beleid en structuurvisies; 2. bepalen impact. Aan de hand van verschillende aspecten wordt de impact van het initiatief bepaald. Is er sprake van geen/verwaarloosbare, een kleine of een grote impact? 3. bepalen tegenprestatie/ bijdrage. Op basis van de grootte van de impact en het type ontwikkeling wordt de tegenprestatie bepaald, volgens bijgaande tabel.

Kwaliteitsbijdrage Het planvoornemen past niet binnen de geldende bestemmingsregeling, maar is ter plaatse wel ruimtelijk aanvaardbaar. Een impact op de omgeving is niet te verwachten. Het fietspad langs de Dijkstraat is reeds aanwezig en wordt enkel verbeterd. Dit heeft plaatselijk wel een iets groter ruimtebeslag tot gevolg, maar laat de bestaande landschappelijke structuur en inpassing intact. Een tegenprestatie is niet aan de orde. 3.4.3 GVVP Asten Verkeersvisie In 2015 is het in 2006 vastgestelde Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP) geactualiseerd. Vanuit het oorspronkelijke GVVP zijn de volgende conclusies nog steeds van toepassing en relevant voor het verkeer in Asten: ✓ Toepassing van duurzame mobiliteit en bereikbaarheidsprofielen moeten leiden tot een duurzaam, veilig en samenhangend verkeersnetwerk voor auto, fiets, openbaar vervoer en vrachtverkeer. ✓ De gemeente Asten wil haar groene en recreatieve kwaliteiten behouden en versterken. ✓ Het GVVP Asten moet uitmonden in een wegcategoriseringsplan, wat neerkomt op het toekennen van een gewenste functie aan de wegen. Daarbij hoort het realiseren van de Essentiële herkenbaarheidskenmerken en het streven naar een samenhangend fietsnetwerk. ✓ Ruimtelijke ontwikkelingen (woningen, winkels, bedrijven) genereren verkeer. Er is inzicht gewenst in wat dat betekent voor het wegennet (bereikbaarheid en leefbaarheid).

✓ Veiligheid en toegankelijkheid (voor voetgangers) van de openbare ruimte in ruimtelijke plannen vraagt aandacht. ✓ Naast infrastructurele maatregelen, moeten mensgerichte maatregelen zich richten op het gedrag van weggebruikers.

ruimtelijke onderbouwing Herinrichting fietspad Dijkstraat Asten

23

In het kader van de actualisatie wordt sterker ingezet op mensgerichte maatregelen en acties, niet locatie gebonden en met een breed effect. De wegcategorisering is inmiddels gereed, de Dijkstraat is daarbinnen aangeduid als een Erftoegangsweg I. De erftoegangswegen zijn onderdeel van de 60 km/uur-zone. De erftoegangswegen type I vormen de hoofdroutes in het buitengebied en hebben een geringe verkeersfunctie. Erftoegangswegen type I krijgen buiten de bebouwde kom bij voorkeur een vrij liggende fietsvoorziening. Uitgangspunt voor het fietsnetwerk is het regionale netwerk, aangevuld met lokale verbindingen om de belangrijkste voorzieningen voor de fietsers goed te ontsluiten. De focus ligt daarbij op de utilitaire fietser: werk, winkel en school. Het recreatief fietsnetwerk is aanvullend. Binnen het fietsnetwerk is de Dijkstraat aangeduid als een regionale fietsroute. Voor het fietsnetwerk is ook een maatregelenpakket opgesteld. Voor de regionale verbinding richting Lierop wordt geconstateerd dat het vrij liggende fietspad langs de Dijkstraat te smal is voor fietsverkeer in tweerichtingen. Verbreding van de bestaande fietsvoorziening is wenselijk. Daaruit voortvloeiend is de volgende beleidskeuze geformuleerd: het fietspad langs de Dijkstraat wordt verbreed, zodat hier een volwaardige fietsvoorziening ontstaat.

Met het planvoornemen wordt invulling gegeven aan de voor het fietspad langs de Dijkstraat geformuleerde beleidskeuze. De herinrichting met verbreding draagt bij aan het kunnen functioneren van het fietspad als regionale fietsroute. Daarnaast kan het fietspad door de herinrichting ook als volwaardig onderdeel van het recreatief fietsnetwerk gaan functioneren.

Fietspad langs Dijkstraat

ruimtelijke onderbouwing Herinrichting fietspad Dijkstraat Asten

24

4

UITVOERINGSASPECTEN

4.1

Ondergrond

4.1.1 Bodem Besluit ruimtelijke ordening Op basis van artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening zijn gemeenten verplicht om in de onderbouwing van een nieuwe ontwikkeling een paragraaf over de bodemkwaliteit op te nemen. In deze paragraaf dient gemotiveerd te worden of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van de bodem. Uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening is dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming en de daarin toegestane gebruiksvormen. Het planvoornemen betreft de herinrichting van het fietspad langs de Dijkstraat nabij Asten. Daarbij wordt het fietspad tevens verbreed, waardoor plaatselijk een groter ruimtebeslag ontstaat en bermsloten verschoven moeten worden. Voor deze herinrichting wordt tussen de aansluiting met de Nachtegaalweg en de aansluiting van de Hoekstraat gebruik gemaakt van aanliggende stroken grond. Deze aanliggende stroken grond hebben grotendeels een agrarische bestemming en incidenteel een woonbestemming. Daarmee zijn deze gronden bij de vaststelling van het geldende bestemmingsplan geschikt bevonden voor de uitoefening van agrarische bedrijfsactiviteiten en voor de woonfunctie. In de tussenliggende periode hebben binnen het plangebied geen activiteiten plaatsgevonden, die mogelijk tot verontreiniging van de bodem hadden kunnen leiden.

Nu deze gronden geschikt zijn voor agrarisch gebruik en gebruik voor burgerbewoning, mag gesteld worden dat die gronden ook geschikt zijn voor het gebruik voor verkeersdoeleinden, waarvoor de normen minder streng zijn. Er zijn derhalve geen knelpunten te verwachten. Bodemonderzoek is thans niet noodzakelijk.

Fietspad langs Dijkstraat

ruimtelijke onderbouwing Herinrichting fietspad Dijkstraat Asten

25

4.1.2 Water Watertoets Water vormt een steeds belangrijker aspect bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Belangrijke thema's zijn: het vasthouden in plaats van direct afvoeren van hemelwater, het hergebruik van water, het zuinig omgaan met drinkwater en het beperken van de onttrekking van grondwater. Het is dan ook verplicht om in de toelichting bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling te verantwoorden op welke wijze rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Dit is bepaald in artikel 3.1.6, eerste lid, sub b van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Deze verantwoording wordt ook wel de watertoets genoemd. De watertoets vraagt niet alleen een beschrijving van de waterhuishoudkundige situatie en de invloed die de voorgestane ruimtelijke ontwikkelingen hebben, maar ook een vroegtijdig overleg met waterbeheerders. De paragraaf ‘water’ betreft een beschrijving van de waterhuishoudkundige situatie (oppervlaktewater, grondwater, hemelwater en afvalwater) in de huidige en toekomstige situatie. Van belang zijn de wijzigingen die optreden ten opzichte van de huidige situatie en de invloed die deze hebben op de waterhuishoudkundige situatie. In het kader van de watertoets wordt deze paragraaf voorgelegd aan Waterschap Aa en Maas. Het waterschap geeft hierover een wateradvies.

Het planvoornemen betreft onder meer het verbreden van het fietspad langs de Dijkstraat. Hierdoor neemt de hoeveelheid verharding toe. Daarnaast wordt het fietspad deels ook op grotere afstand van de rijbaan voor autoverkeer en de naastliggende bomenrij gelegd. Door het verbreden en verschuiven van het fietspad moeten de aanliggende bermsloten ook verschoven worden. Dit betekent dat die bermsloten opnieuw aangelegd moeten worden. Bij de dimensionering van die nieuwe sloten wordt rekening gehouden met het opvangen van het hemelwater afkomstig van het grotere oppervlak aan verharding. Een deel van de te verleggen bermsloten betreft A-watergangen in beheer bij Waterschap Aa en Maas. De overige watergangen zijn C-watergangen.

Ligging A-watergangen met beschermingszone (bron: Waterschap Aa en Maas)

ruimtelijke onderbouwing Herinrichting fietspad Dijkstraat Asten

26

Waterparagraaf Huidige situatie In de huidige situatie is langs de Dijkstraat een fietspad aanwezig met een breedte van ca. 2 m. Per strekkende 100 m fietspad betekent dit dat 200 m² aan verharding aanwezig is. Hemelwater Het hemelwater dat op het bestaande fietspad valt, wordt opgevangen en geborgen in de aanliggende bermsloten. Deels is daarbij sprake van A- en deels van C-watergangen. Een A-watergang heeft een afvoerende functie, waardoor het hemelwater (versneld) wordt afgevoerd en niet wordt geïnfiltreerd. De C-watergang betreffen zaksloten met een noodoverlaat naar een A-watergang. In deze sloten infiltreert het hemelwater (afgezien van extreme situaties). Afvalwater Van afvalwater is in de huidige situatie geen sprake. Oppervlaktewater Zoals al aangegeven bestaat een deel van de bermsloten uit A-watergangen, in beheer bij het Waterschap Aa en Maas. Daarnaast zijn diverse C-watergangen aanwezig (zaksloten). Waterbergingsopgave/Toekomstige situatie In de toekomstige situatie is langs de Dijkstraat een fietspad aanwezig met een breedte van ca. 3,5 m. In vergelijking met het huidige fietspad met een breedte van ca. 2,0 m brengt dit een toename aan verharding met zich mee. De waterbergingsopgave betreft de berging van het hemelwater dat op deze extra verharding valt.

Echter omdat in de huidige situatie al sprake is van een onvoldoende afvoercapaciteit, worden in de waterbergingsopgave ook delen van de bestaande verharding meegenomen. Hemelwater Aangezien het planvoornemen een langgerekt project betreft, dient compensatie ter plaatse te gebeuren. Voor het planvoornemen gaat het om 3 tracés: ✓ het tracé Hoekstraat – Lagendijk, met een lengte van ca. 500 m. De afwatering vindt op dit tracédeel plaats op de naastgelegen C-watergang. Op deze C-watergang watert het volledige fietspad en de helft van weg af. De C-watergang wordt uitgevoerd als zaksloot, met een noodoverlaat naar een A-watergang. De inhoud van de zaksloot wordt 500 m * (3,5 m (breedte fietspad) + 3,0 m (helft breedte weg)) * 60 mm neerslag. Dit resulteert in een berging van 195 m3 (0,4 m3 per strekkende meter); ✓ het tracé Lagendijk – Keizersdijk, met een lengte van ca. 680 m. De afwatering vindt hier plaats op de naastgelegen A-watergang. Hierin wordt geen water vastgehouden, maar afgevoerd. De A-watergang wordt hier wel met 0,5meter verbreed, aangezien de capaciteit van de watergang te beperkt is. Hierdoor ontstaat er ook meer bergingscapaciteit in de watergang;

ruimtelijke onderbouwing Herinrichting fietspad Dijkstraat Asten

27

✓ het tracé Keizersdijk – Nachtegaalweg, met een lengte van ca. 425m. De afwatering vindt hier plaats op de naastgelegen C-watergang/berm. Op deze C-watergang/berm watert het volledige fietspad en de helft van weg af. De C-watergang wordt uitgevoerd als zaksloot met een noodoverlaat naar een A-watergang. De inhoud van de zaksloot wordt 425 m * (3,5 m (breedte fietspad) + 3,0 m (helft breedte weg)) * 60 mm neerslag. Dit resulteert in een berging van 166 m3 (0,4 m3 per strekkende meter). ✓ De toename in afvoer van hemelwater van het fietspad langs de A-watergangen wordt gecompenseerd door het afkoppelen van hemelwater op de andere gedeelten. Het plan is daarmee strikt genomen niet hydrologisch neutraal, daarentegen wordt plaatselijk de A-watergang verbreed en verharding afgekoppeld van het gemengd riool. Afvalwater Van afvalwater is ook in de toekomstige situatie geen sprake. Oppervlaktewater Ook in de toekomstige situatie zal een deel van de bermsloten als A-watergang in beheer zijn bij het Waterschap Aa en Maas. Overleg Waterschap Aa en Maas Gelet op de noodzakelijke verschuiving van bermsloten met een status als A-watergang is door de gemeente Asten in een vroegtijdig stadium overleg gepleegd met het Waterschap Aa en Maas. Het deel van het plangebied waar een A watergang ligt betreft het gedeelte tussen de Lagendijk en de Keizersdijk.

De beschikbare ruimte voor herinrichting is hier te beperkt waardoor grondaankoop nodig is. Omdat de gemeente zelf ook gronden moet aankopen heeft de gemeente voorgesteld om de gronden benodigd voor de te verleggen watergangen ook door de gemeente aan te laten kopen. Als de sloten vervolgens verlegd zijn kan er een grondruil plaatsvinden en worden de grenzen aangepast aan de nieuwe situatie. Dit heeft als gevolg dat er gronden van de gemeente overgedragen worden naar het waterschap en er gaan gronden van het waterschap naar de gemeente. De verwachting is dat het aantal m², dat overgedragen wordt ongeveer gelijk zal zijn. Overdracht kan dan plaatsvinden met gesloten beurs. Bij mail van 6 november 2019 is door de betrokken medewerker van Waterschap Aa en Maas aangegeven dat het waterschap akkoord is met de voorgestane werkzaamheden en de daarover gemaakte afspraken. In het kader van de watertoets wordt het planvoornemen nog voorgelegd aan het waterschap. Daarbij zal worden getoetst in hoeverre door middel van voorgaande waterparagraaf wordt voldaan aan de door het waterschap gehanteerde uitgangspunten.

ruimtelijke onderbouwing Herinrichting fietspad Dijkstraat Asten

28

4.1.3 Archeologie Wettelijk kader De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in 2021 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. Zo ook navolgende bepaling omtrent de archeologische monumentenzorg. De gemeenteraad houdt bij de vaststelling van een bestemmingsplan of een beheersverordening als bedoeld in artikel 3.1, onderscheidenlijk artikel 3.38, van de Wet ruimtelijke ordening en bij de bestemming van de in het plan begrepen grond, rekening met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. Advies archeologie Het grondverzet voor de herinrichting en aanleg fietspad zou een negatief effect kunnen hebben voor eventueel in de bodem aanwezige archeologische resten. Daarom is voor onderhavig plangebied bekeken of er (nog) een archeologische verwachting geldt waarmee rekening dient te worden gehouden bij de voorgenomen herinrichting van het fietspad. De resultaten hiervan zijn weergegeven in het “Advies Archeologie” (ArchAeO, 2019). De bevindingen uit het advies luiden: 1.

Het advies geeft een eerste overzicht van de archeologische verwachting. 2. Een bureauonderzoek is standaard, maar zal naar verwachting geen nieuwe informatie opleveren ten opzichte van deze quickscan en is derhalve niet nodig. 3. Een verkennend booronderzoek in de strook van de ontwikkeling kan mogelijk aanvullende informatie opleveren over de diepteligging van het archeologisch relevante niveau en een eventuele mate van verstoring van de bovengrond, maar zal onvoldoende in kaart kunnen brengen waar en óf zich behoudenswaardige archeologie binnen het plangebied bevindt. 4. Een proefsleuvenonderzoek zou inzicht kunnen geven in de aanwezige archeologie, maar is geen geschikte werkwijze, gezien de huidige inrichting en daarmee de beperkte toegankelijkheid. Bovendien is een proefsleuvenonderzoek in verhouding tot de geplande ingrepen relatief kostbaar. 5. Omdat (nog) geen archeologische vindplaatsen in het tracé bekend zijn, is een opgraving niet aan de orde. 6. Een archeologische begeleiding en inspectie (opgraving – variant archeologische begeleiding) kan een optie zijn tijdens de graafwerkzaamheden ten behoeve van het fietspad en de sloten. Het gaat dan om onderzoek en inspectie van de aan te leggen sleuven. Civiel graafwerk en archeologisch onderzoek worden zoveel als mogelijk gecombineerd.

In het proces dient rekening gehouden te worden met de (doorgaans zeer korte) doorlooptijd van het archeologisch onderzoek (de archeologische waarneming).

ruimtelijke onderbouwing Herinrichting fietspad Dijkstraat Asten

29

Kortom, een vorm van archeologische begeleiding kan, gezien de te verwachten fasering van het plan en de kostentechnische aspecten, een zinvolle werkwijze zijn. Welke vormen van archeologische begeleiding (intensief, extensief of archeologische inspectie) het beste past bij dit herinrichtingsplan, dient nader te worden afgestemd met gemeente en civiel aannemer(s). Een combinatie van deze drie vormen ligt het meest voor de hand. Het onderzoek zal geïntegreerd worden in het civieltechnische werk.

Uitsnede archeologische beleidskaart gemeente Asten

ruimtelijke onderbouwing Herinrichting fietspad Dijkstraat Asten

30

4.2

Netwerklaag

4.2.1 Infrastructuur Ontsluiting De Dijkstraat vormt voor autoverkeer een erftoegangsweg I, zijnde een hoofdroute in het buitengebied met een geringe verkeersfunctie. Voor het fietsverkeer is de Dijkstraat onderdeel van het regionale netwerk, met verbindingsfuncties richting Lierop, Mierlo en Helmond. De herinrichting van het fietspad heeft nauwelijks of geen verkeersaantrekkende werking. De herinrichting biedt geen nieuwe verbindingsmogelijkheden, maar uitsluitend een betere facilitering van bestaande verbindingen. Na de herinrichting kan het huidige aanbod aan fietsverkeer zonder problemen over het fietspad langs de Dijkstraat worden afgewikkeld. 4.2.2 Natuurnetwerk Wettelijk kader Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Daarmee is de integratie van de Natuurbeschermingswet (Nbw), de Flora- en faunawet (Ffw) en de Boswet een feit. In de Wnb is zowel de gebiedsbescherming als de soortenbescherming geregeld. Bij gebiedsbescherming gaat het om aangewezen natuurgebieden en bij soortenbescherming gaat het om de bescherming van vogels en andere diersoorten en planten. In verband met de uitvoerbaarheid van ruimtelijke ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met soortenbescherming en dan met name de aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied.

Er mogen geen mogelijkheden worden geboden voor ruimtelijke ontwikkelingen waarvan op voorhand redelijkerwijs kan worden ingezien dat in het kader van de Wnb geen ontheffing zal worden verleend. In het kader van de gebiedsbescherming moet getoetst worden in hoeverre het planvoornemen significante effecten heeft op natuurgebieden in de omgeving. In ieder geval moet daarbij gekeken worden naar de effecten op het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Natura 2000-gebieden. Soortenbescherming Naar aanleiding van het voornemen van de Gemeente Asten om het fietspad langs de Dijkstraat te verbreden is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Om deze verbreding mogelijk te maken is het noodzakelijk om op een aantal locaties langs dit tracé bomen te verwijderen. Daarnaast zal tevens een deel van de bermbegroeiing verwijderd worden. De quickscan heeft echter enkel betrekking op de te verwijderen bomen. De centrale vraag is of het verwijderen van bomen nadelige gevolgen heeft op voorkomende fauna. In het bijzonder op vogels en vleermuizen en of deze effecten mogelijk de natuurlijke staat van instandhouding van betreffende soorten schaadt.

ruimtelijke onderbouwing Herinrichting fietspad Dijkstraat Asten

31

De conclusies en aanbevelingen uit de “QuickScan Flora & Fauna Verbredingstracé fietspad Dijkstraat te Asten” (Kruidbos ecologisch adviesbureau, 2020) luiden als volgt: ✓ Uit de resultaten blijkt dat het tracé in twee delen beschouwd kan worden, te weten: één deel dat fysiek aansluit op twee delen van het Nationaal Natuurnetwerk en één deel dat zich uitstrekt langs het overige deel van het tracé ✓ Over het gehele tracé zijn aan ten minste één zijde bomen aanwezig. Daarmee is de mogelijkheid voor vleermuizen om te navigeren in fysieke zin geborgd. Over een groot deel van het tracé zijn aan weerszijden van de weg bomen aanwezig. Door het wegvallen van de beoogde bomen zal de ecologische kwaliteit van de laan in algemene zin achteruit gaan: • Er zijn op twee locaties bomen aangetroffen waarin mogelijk voldoende grootte holtes aanwezig zijn die dienst kunnen doen als verblijfplaats voor vleermuizen (en vogels). Deze holtes dienen nader geïnspecteerd te worden om de ecologische waarde in ter kunnen schatten • Er is op één locatie een niet bezet eksternest aangetroffen. Nesten van Ekster zijn niet jaarrond beschermd. Dit nest vormt hierdoor buiten het broedseizoen géén belemmering met betrekking tot kap • Op een drietal locaties kunnen beperkte connectiviteitshiaten voor vleermuizen ontstaan.

De mate van beperking is echter afhankelijk van het uiteindelijke besluit welke bomen te kappen en mitigatie door eventuele herplanting. De effecten zijn op deze locaties met name te wijten aan het ontbreken van naastgelegen bomen waardoor de “gaten in de laan” significant groter worden ✓ In algemene zin valt op basis van de tot nu toe beschikbare gegevens niet te verwachten dat er door toedoen van uitsluitend de voorgenomen ingreep significant negatieve effecten optreden op de natuurlijke staat van instandhouding van mogelijk relevante vogel en vleermuissoorten. Er vallen mogelijk wel negatieve effecten te verwachten door kwaliteitsvermindering van de bomenlaan ✓ De aanwezige bermflora is binnen deze quickscan buiten beschouwing gelaten, alhoewel op basis van een summiere eerste indruk géén beschermde flora is waargenomen en hier ook niet te verwachten valt ✓ Gelet op bovenstaande wordt geadviseerd om de aangegeven knelpunten nader te bestuderen en in onderling overleg met de voor ecologie verantwoorde functionaris van de gemeente Asten af te stemmen hoe eventuele knelpunten nader te identificeren en te mitigeren Voorafgaand aan de daadwerkelijke herinrichting van het fietspad zal inhoud worden gegeven aan bovenstaande aanbevelingen en zullen eventueel noodzakelijke mitigerende maatregelen worden bepaald en uitgevoerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=71e26729-3e25-4d05-a218-3ef04d3964e9