CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

D-11 Bijlage 3 - Bijlage bij jaarrapportage ODZOB - Monitoringsverslag op doelen milieutoezicht 2025

Raadscommissie Samenleving en Bestuur 21 mei 2026, gemeente AstenBij agendapunt: Stukken van het college van b&w ter kennisneming5.900 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MONITORINGSVERSLAG OP DOELEN MILIEUTOEZICHT ROK VTH 2025

Monitoringsverslag op doelen milieutoezicht ROK VTH 2025

In opdracht van

Ron Cremers Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant Postbus 8035 5601 KA Eindhoven

Auteur

Natascha Jonkergouw

Datum

Februari 2026

Status

definitief

Inhoudsopgave Leeswijzer

4

VEILIGHEID

6

GEZONDHEID

9

DUURZAAMHEID

14

BASIS OP ORDE EN RISICOGERICHT

21

3

Leeswijzer Doel en doelgroep Dit monitoringsverslag op doelen ROK-(V)TH 2025 geeft inzicht in hoeverre de inzet van toezicht heeft bijgedragen aan de bestuurlijke regionale doelen. Het is een stap in de regionale beleidscyclus (BIG-8) Het is met name bedoeld voor GPO-leden. Met dit monitoringsverslag kan een betere duiding gegeven worden aan bestuurders over de bijdrage van milieutoezicht op de leefomgeving. Daarnaast is dit verslag wellicht interessant voor beleidsmedewerkers die zich bezighouden met een een specifiek thema of doel dat ook in het ROK-VTH is benoemd (bijvoorbeeld duurzaamheid). Context De uitvoering van vergunningverlening en toezicht en handhaving is gebaseerd op het vernieuwde Regionaal Operationeel Kader VTH 2025-2028. Daarbij zijn voor toezicht een aantal regionale doelstellingen opgenomen. De ambities en doelstellingen in het nieuwe ROK VTH zijn opgesteld om de projecten uit blok 2 (Bestuurlijke thema’s) focus en samenhang te geven. Voor toezicht is uitgegaan van 4 thema’s: veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en leefbaarheid. In blok 3 komen basis op orde en risicogericht toezicht aan bod. De context, aanpak en mogelijke indicatoren bij deze doelstellingen zijn verder toegelicht in de Leidraad ROK-VTH 2025-2028. Van de Leidraad is een ‘doelenboom’ gemaakt om de samenhang tussen ambitie, projecten en indicatoren te visualiseren.

De Leidraad (opgesteld in 2024) is de basis voor dit monitoringsverslag.

4

Jaarlijks wordt het toezicht geprogrammeerd, waarbij voor elk project is beschreven voor welke doelen een inspanning wordt verwacht. Voor alle projecten die onder blok 2 en 3 in 2025 zijn uitgevoerd is een Toezichtsprojecten 2025, ROK VTH geschreven. Net als vorig jaar wordt hierin kort beschreven wat elk project heeft opgeleverd aan resultaten en inzichten. In dit monitoringsverslag wordt beschreven in hoeverre de projecten en andere inspanningen samen hebben bijgedragen aan de doelen. Aandachtspunten Dit monitoringsverslag op doelen is de eerste poging om de stap monitoring van de beleidscyclus vorm te geven. Het is daarmee ook een leertraject om monitoring komende jaren te verbeteren. Voor dit monitoringsverslag over 2025 zijn 2 punten van belang: 1.

Bredere scope dan blok 2 Inmiddels is gebleken dat we ook vanuit blok 1 en 3 bijdragen aan de bestuurlijke doelen. De samenhang met activiteiten van het team energietoezicht en enkele adviesteams is van belang omdat zij als adviseur (vanuit collectieve taken of bedrijfsvoering) ook bijdragen aan de 8 bestuurlijke doelen. De aanpak en mogelijke bijdrage vanuit vergunningverlening daarentegen wordt in de Leidraad wel genoemd, maar levert geen meetbare bijdrage aan de 8 doelen. Daarom wordt in dit monitoringsverslag breder gekeken dan alleen de inspanningen die vanuit blok 2 zijn bekostigd; maar dit is geen verantwoording over de hele ODZOB.

2.

Nieuwe versie van de Leidraad in de maak

De Leidraad is in 2024 opgesteld met de kennis van toen. De projecten voor 2025 zijn gekoppeld aan de doelstellingen uit het ROK-VTH en de Leidraad. Uit de ervaringen van de toezichtsprojecten 2025 wordt duidelijk dat in de Leidraad de relatie tussen doelen, aanpak vanuit toezicht en de voorgestelde indicatoren niet goed op elkaar aansluiten. Daarnaast wordt vanuit ICT meer visie ontwikkeld en ervaring opgebouwd met monitoren op basis van betrouwbare data. Tot slot is er ook de wens vanuit de vakgebieden bodem en asbest om te werken met een vergelijkbare methodiek. In maart/april zal een nieuwe Leidraad worden opgeleverd.

Deze monitoring over 2025 gaat uit van de Leidraad uit 2024 en bezit daarmee de beperkingen zoals hierboven aangegeven.

5

VEILIGHEID Omgevingsveiligheid (EV) Ambitie Door toezicht de omgevingsveiligheid verbeteren en de kans op incidenten met gevaarlijke stoffen en overlast beperken. Doelstelling 1.

De komende vier jaar naleving van regels afdwingen bij alle bezochte bedrijven met de opslag van gevaarlijke stoffen; a.

het meldgedrag van incidenten door alle bezochte bedrijven optimaliseren;

b.

incidentinformatie op een toegankelijke en goed ontsluitbare manieren vastleggen en benutten om te leren van incidenten

c.

informatie opvragen om het Register Externe Veiligheidsrisico’s (REV) daarmee te vullen;

2.

de komende vier jaar in samenwerking met VRBZO en/of Waterschap alle (28) risicorelevantie bedrijven jaarlijks bezoeken op basis van de methodiek interventie-toezicht;

3.

de komende vier jaar (jaarlijks) de aandachtsbedrijven bezoeken op basis van een maatwerkaanpak.

Inzet voor Externe veiligheid (EV) In 2025 zijn diverse projecten uitgevoerd om de (externe) veiligheid te bevorderen. Deze zijn allemaal toegelicht in de “Toezichtsprojecten 2025 ROK-VTH”. -

Aandachtsbedrijven, met name de risicorelevante bedrijven (RRB)

-

Afvalbranche

-

Bulkopslagen ammoniakkoelinstallaties

-

Energiedragers Lithium-ion batterijen

-

Energie Opslag Systemen

-

LPG-tankstations

-

Vuurwerk

Een aantal opvallende zaken in 2025: -

Bij de aandachtsbedrijven gingen 19 van de 66 overtredingen over gevaarlijke stoffen;

-

De opslag Lithium-ion dragers (accu’s) neemt snel toe; gebrek aan kennis bij bedrijven over de opslag conform PGS 37-2 is groot (groter dan onwil);

-

Er zijn 7 LPG-tankstations gestopt met de verkoop; dit vermindert de kans op incidenten.

-

2025 is het laatste jaar voor de legale verkoop van vuurwerk aan inwoners.

Daarnaast wordt er inzet gepleegd: -

In projecten waar EV een bijkomend onderwerp van toezicht is: denk aan de projecten autodemontage, loonwerkers, opleveringscontroles, etc.

-

Bij de MilieuKlachtenCentrale (MKC) worden meldingen van incidenten en ongewone voorvallen rond veiligheid vastgelegd, zo nodig volgt er ook toezicht bij dit bedrijf.

-

De wijzigingen die door toezicht worden vastgesteld, worden doorgegeven aan het team Omgevingskwaliteit; dit team zorgt voor registreren van aanpassingen in het Register Externe veiligheidsrisico’s (REV). 6

Indicatoren 1.

Aantal inspecties en resultaten van de uitgevoerde controles bij MBA’s met EV-risico’s; Er zijn circa 140 bedrijven bezocht vanuit de 6 EV-projecten, waarbij wordt toegezien op de opslag van gevaarlijke stoffen en/of installaties met EV-risico’s. Daarnaast kan EV ook een aspectcontrole zijn. Bijvoorbeeld na een klacht of incident of bij andere thema’s en projecten (zoals ZZS, autodemontage, loonwerkers, opleveringscontrole). Daardoor is het totaal aantal controles in 2025 met EV-aspecten niet te tellen of te monitoren.

2.

Aantal overtredingen vastgesteld ten aanzien van de opslag van gevaarlijke stoffen EN

3.

Aantal uitgevoerde handhavingsacties/sancties; Het aantal inspecties, overtredingen en handhavingsacties zegt wel iets over de inspanning en het verkleinen van de kans op incidenten bij bedrijven. Deze gegevens zijn vaak wel per project beschikbaar, maar niet als een totaal aantal.

4.

Aantal meldingen ongewoon voorval inclusief oorzaak en gevolg; Binnen de ODZOB is de MilieuKlachtenCentrale (MKC) de plek waar bedrijven hun incidenten (of gepland onderhoud met mogelijke overlast) kunnen melden. Daarmee wordt de incidentinformatie vastgelegd en beschikbaar voor de toezichthouder van het betreffende bedrijf. In 2025 zijn er 89 ongewone voorvallen gemeld. Dit is een indicatief getal omdat er ook telefonisch een melding wordt gedaan (bijvoorbeeld door de brandweer). Er zijn 83 bedrijfsmeldingen gedaan.

5.

Actualiteit REV (twee keer per jaar toets) De actualiteit van het REV is niet aantoonbaar en er wordt (daarom) geen toets uitgevoerd. Bij de projecten Aandachtsbedrijven, Ammoniakkoelinstallatie, LPG-tankstations en Vuurwerk is expliciet gecontroleerd op het actualiseren van het REV. In 2025 is vanuit toezicht een beperkt aantal wijzigingen van het REV doorgegeven, terwijl door wijzigingen in de Omgevingswet juist meer registraties worden verwacht.

6.

Aantal inspecties en resultaten van de uitgevoerde controles bij RRB en aandachtsbedrijven; In het project Aandachtsbedrijven is het toezicht op de Risicorelevante bedrijven (RRB) en Aandachtsbedrijven geregeld. In principe wordt elk bedrijf in deze categorie jaarlijks bezocht.

-

Er zijn 18 gemeentelijke RRB-bedrijven, waarvan er 17 in 2025 (meermaals) zijn bezocht en voor 1 bedrijf het toezicht is doorgeschoven.

-

Er zijn 14 aandachtsbedrijven, waarvan er in 2025 13 minimaal 1 maal bezocht. Vanwege andere lopende zaken is hier ook 1 bedrijfsbezoek doorgeschoven naar 2026.

Doelbereik en ambitie Alle inspanningen zijn erop gericht om bij te dragen aan de ambitie: door toezicht de kans op incidenten verkleinen. Er wordt hierop veel inzet geleverd. Doelstelling 1 gaat niet om meetbare effecten in de omgeving, maar meer om de kwaliteit en werkwijze van toezicht. Het is niet duidelijk wanneer goed ook goed genoeg is. Er zijn in 2025 veel inspanningen verricht om toe te zien op de naleving op externe veiligheid. De indicatoren zeggen niet zoveel over de details van EV: het meldgedrag, de meldregistratie en de juiste informatie van het REV te verbeteren. Uit interviews blijkt dat er verbetering mogelijk is door aandacht voor uniforme werkwijze en goede registratie. Doelstellingen 2 en 3 gaan over het jaarlijks bezoeken van een beperkte groep bedrijven. In 2025 is dat gelukt voor 30 van de 32 gemeentelijke bedrijven en daarmee is de jaarlijkse doelstelling van 94% gehaald. In het project Aandachtsbedrijven is geconcludeerd dat het voor 2026 zinvol is om nog eens goed te kijken naar de definities van een Risicorelevant Bedrijf (RRB) en een aandachtsbedrijf en met de gemeenten de bijbehorende bedrijvenlijst hierop aan te passen. 7

Ondermijning en milieucriminaliteit Ambitie Ondermijnende activiteiten in specifieke branches worden tegengegaan door toezicht.

Doelstelling 1.

Ondermijning samen met de andere overheidspartners zoveel mogelijk aan het licht brengen, aanpakken en barrières opleggen. In de regionale samenwerking van interventieteams leveren we een bijdrage door: a.

Signalen van ondermijning in te brengen in de regionale structuur voor ondermijning (PIT, DIT, KIT);

b.

deel te nemen aan gezamenlijke acties.

Inzet voor ondermijning en milieucriminaliteit Het gaat dan in 2025 vooral om de projecten: -

Interventieteams

-

Ketentoezicht: AEEA binnen de installatiebranche

-

Mestsubstraat (mestopslagen/mestzakken, het uitrijden van afvalstoffen)

-

Mobiele puinbrekers (vanwege de kans op illegaal verwerken van asbest).

Ketentoezicht is vaak gerelateerd aan ondermijning en milieucriminaliteit. Ketentoezicht is niet zozeer een doel als wel een (verplicht) instrumentarium voor de omgevingsdiensten. Ketentoezicht gaat ook over de bodem- en asbesttaken en wordt samen met de 2 andere Brabantse omgevingsdiensten verder ontwikkeld. Ketentoezicht heeft geen doelstelling of indicator binnen het ROK-VTH gekregen. Indicatoren In de praktijk blijkt dat de doelstelling en de indicatoren alleen betrekking hebben op de PIT-, KIT-, en DIT-acties. De indicatoren uit de Leidraad 2025 waren: 1.

Aantal keren dat ondermijning in samenwerking met ketenpartners effectief bestreden werd EN

2.

Aantal integraal gecontroleerde bedrijfspanden met de interventieteams per gemeente. Het blijkt lastig om hierover te rapporteren omdat de ODZOB wel de actiedagen ondersteunt, maar deze niet initieert of hierover rapporteert. In de jaarverslagen van de PIT, KIT of DIT-coördinator is hierover wellicht informatie te vinden. Daarnaast zijn voor de opvolging door de ODZOB alleen de milieu-gerelateerde zaken van belang. Tot slot zeggen de indicatoren maar weinig over de realisatie van de doelstelling.

3.

Aantal ondermijningsacties waaraan door ons is deelgenomen In de Toezichtsprojecten 2025 ROK VTH is aangegeven dat in 2025 de ODZOB aan 74 actiedagen heeft deelgenomen.

Doelbereik De doelstelling is een inspanningsverplichting (en geen meetbare resultaatverplichting). Aan de inspanningsverplichting wordt voldaan; we brengen signalen in en doen ook mee met de actiedagen.

8

GEZONDHEID Luchtkwaliteit: fijnstof & stikstof (NOx) Ambitie Door toezicht op de regels de schade aan gezondheid en natuurwaarde door emissie van fijnstof en stikstof (NOx) beperken. Doelstelling 1.

Risicogericht toezicht bij veehouderijen blijven uitvoeren: de prioriteit is gericht op een goede werking van systemen die een grote hoeveelheid ammoniak van veehouderijen reduceren dichtbij stikstofgevoelige natuurgebieden.

2.

Toezien op regels voor fijnstof als bijdrage aan de huidige EU-grenswaarden voor fijnstof in 2030: a.

Alle stookinstallaties (nominaal thermisch vermogen > 100 kW) voldoen aan de wettelijke norm;

b.

toezien dat bedrijven met meer dan 100 werknemers maatregelen treffen voor personenmobiliteit.

Inzet voor fijnstof en stikstof (NOx) Het ging in 2025 bij Stikstof (NOx)/ammoniak vooral om de projecten: -

Mestsubstraat

-

Veehouderijen

-

Pluimveehouderijen (stikstof en fijnstof)

En voor alleen fijnstof om de projecten -

Stoken afvalhout

-

Personenmobiliteit

De projecten Opsporen natte koeltorens en Meten is weten gaan ook over de (potentiële) luchtkwaliteit of gezondheid, maar dragen niet direct bij aan deze doelstellingen. Indicatoren Stikstof 1.

Percentage gecontroleerde bedrijven Deze indicatoren zijn niet specifiek en meetbaar genoeg voor rapportage. Over welke bedrijven gaat het hier? En wat is het meetbare streven? Bijvoorbeeld: 1% van de pluimveehouderijen per jaar bezoeken, of 80% van alle veehouderijen heeft eind 2028 een bezoek gehad? Er wordt nu ingezet op de doelstelling: prioritering van toezicht (bij bedrijven met veel ammoniak bij natuurgebieden) en de focus op werking van de systemen. In de praktijk wordt vanuit agrarisch toezicht juist wel gestuurd op de juiste prioritering en op het plannen van toezicht waar dat het meest effectief is (en dus niet zozeer op aantallen of % gecontroleerde bedrijven).

2.

Oplevering dashboard voor veehouderijen Er is een eerste dashboard gemaakt. Dit is een hulpmiddel om op basis van data te kunnen prioriteren en monitoren: onderstaand plaatje geeft een (verouderd) beeld. Momenteel is het nog niet mogelijk alle informatie uit het bezoekverslag als data vast te leggen. Het is de planning in

9

2026 een risicomodel te bouwen, zodat we op basis van data en parameters (in de toekomst) beter kunnen prioriteren welke bedrijven het best bezocht kunnen worden.

3.

Doorlopend actualiseren van Kernregistratie Dierverblijven (KRD) In 2025 werd de KRD doorlopend geactualiseerd door het team Vergunningverlening. Agrarisch. Er zijn afspraken over een ondergrens van het aantal dieren en de registratie op stalniveau (voorheen bedrijfsniveau). Vanuit toezicht is er geen actualisatie van het KRD omdat hierin de vergunde of gemelde situatie wordt vastgelegd. Als toezicht in de praktijk afwijkingen van dieraantallen of stalsystemen constateert wordt dit niet in de KRD opgenomen. Kortom: dit is geen goede indicator voor de inspanningen of effect van toezicht.

Fijnstof 4.

Aantallen overschrijdingsdagen van fijnstofnormen in de regio (per jaar) Ook deze indicator is niet toereikend voor de inzet van toezicht. Toezicht richt zich op bedrijven (MBA’s) die een potentiële bron zijn voor luchtemissie. Door toezicht op bijvoorbeeld stookinstallaties en voorschriften voor personenmobiliteit kunnen we een kleine bijdrage leveren aan het beperken van het vrijkomen van fijnstof. Het aantal overschrijdingsdagen van fijnstofnormen gaat over de totale immissie van alle fijnstofbronnen bij de ontvangers. Daar is toezicht dus niet mee bezig, maar vanuit de luchtadviseurs is daar wel iets van bekend. Uit de rapportage van het landelijk Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK, dec 2025) is bekend dat in 2024 er in de regio: -

2 veehouderijen (Asten en Deurne) waren die aanwijsbaar bijdragen aan overschrijding van (jaargemiddelde) PM10-norm voor fijnstof. Dit betekent grofweg dat er jaarlijks meer dan 35 dagen een overschrijding was van de norm op een fijnstofgevoelig gebouw (meestal woning).

-

1 wegdeel een (jaar)overschrijding had van de grenswaarde voor dioxide (ook een goede indicator voor fijnstof).

De verwachting is dat op basis van de strengere normen er in 2030 een toename is van overschrijdingen bij fijnstofgevoelige gebouwen nabij veehouderijen en wegdelen (Team SMPmeetnet)

10

5.

Percentage stookinstallaties in SCIOS-register Deze indicator zegt niks over fijnstof, maar wel of alle grote stookinstallaties bij ons bekend zijn. In dit landelijk SCIOS-register wordt geregistreerd welke stookinstallaties (van bepaalde omvang) zijn gekeurd en afgemeld in het register. Dit is de beste bron die we hebben, maar installaties die niet worden gekeurd of afgemeld ontbreken wellicht. Bij het project stookinstallaties afvalhout is getest of het SCIOS-register betrouwbaar is. Er zijn houtverwerkers gecontroleerd met een vermoeden van een stookinstallatie en geen vermelding in het SCIOS. Zij bleken daadwerkelijk geen stookinstallatie te hebben, daardoor lijkt de SCIOS-lijst een redelijk betrouwbare bron voor bedrijven met een grote stookinstallatie. We hebben geen eigen overzicht van alle mogelijke stookinstallaties bij bedrijven om die te kunnen vergelijken met het SCIOS-register, dus ook deze indicator is niet te meten.

Doelbereik -

Het doel om risicogericht toezicht te houden bij veehouderijen is in 2025 verbeterd. De aanpak om bij toezicht vooral op luchtwassers te focussen en snel(ler) monitoringsgegevens op te vragen draagt bij aan een steeds betere prioritering.

-

Jaarlijks bekijken we of we een project voor stookinstallaties uitvoeren of dat de stookinstallatie wordt meegenomen in andere projecten. In 2025 is met het project houtstookinstallaties expliciet gecontroleerd op de normstelling voor fijnstof. Na de (her)controles wordt voldaan aan de wettelijke norm.

-

In 2025 heeft het project Personenmobiliteit door administratief toezicht bij bedrijven met meer dan 100 werknemers een eerste stap gezet.

11

Zeer Zorgwekkende Stoffen Ambitie Op basis van meer kennis en toezicht de schade aan gezondheid van mens en dier door de emissies van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) beperken. Doelstellingen 1.

Bij vergunningplichtige bedrijven die ZZS emitteren (lucht en water) toezien op vermijdingsen reductieprogramma’s (VRP): a.

Een beeld hebben verkregen van de emissies van ZZS bij de bedrijven die het grootste risico vormen;

b.

bij alle bedrijven die we bezoeken informatie ophalen t.a.v. mogelijke emissies van ZZS.

Inzet voor Zeer zorgwekkende stoffen Het gaat dan vooral om de projecten: -

Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS)

-

Aandachtsbedrijven

Daarnaast is in 2025 vanuit de Meerjarenontwikkelaanpak ook een opgave uitgevoerd met ZZS als onderwerp. De kennis over ZZS is (ook landelijk) nog sterk in ontwikkeling en er zijn meerdere ODZOBteams betrokken om grip te krijgen op de taken rond ZZS. Dit betekent ook (vanwege voortschrijdend inzicht) dat de doelstelling en de indicatoren niet optimaal zijn. Indicatoren 1.

Aantal bezochte bedrijven in het kader van de branchebenadering/ jaarlijkse inventarisatie. Uit de Terugblik projecten ROK-TH 2025 blijkt al dat het aantal bezochte bedrijven voor ZZS beperkt is. Bij 14 aandachtsbedrijven zijn de ZZS geïnventariseerd en er was bij 5 bedrijven een controle of aanschrijving op hun inzet op Vermijdings- en Reductie Programma (VRP). De jaarlijkse inventarisatie (door Deconcern als een externe partij) moest in 2025 eerst verbeterd worden en liep vertraging op. Eind 2025 zijn bij 300 bedrijven de ZZS geïnventariseerd. Op basis van deze uitvraag kan het toezicht in 2026 geprioriteerd gaan worden.

2.

Aantal bedrijven met tekortkoming en uitgevoerde hercontroles en/of opgelegde bestuurlijke maatregelen; De aanpak vanuit toezicht richt zich allereerst op informeren van bedrijven, verzoeken om stofgegevens, aanspreken op vermijding of reductie en zo nodig aanschrijven op een VRP. In 2024 was al voorzien dat meerdere bezoeken nodig zouden zijn om met bedrijven kennis op te bouwen. Bij de 5 voorgenoemde bedrijven was er een opvolging van een eerste bezoek in 2024 door een (administratieve) hercontrole. Er zijn geen bestuurlijke maatregelen opgelegd.

3.

Aantal bedrijven dat een melding ingevolge het Bal heeft ingediend en waar van emissie van ZZS sprake is; EN

4.

Aantal ontvangen meldingen en aantal opleveringscontroles wat betreft ZZS; Dit zijn (nog) geen zinvolle indicatoren. De meldingen worden door vergunningverlening behandeld. Er is nog geen afspraak of mogelijkheid om meldingen van activiteiten met (mogelijke) ZZS te labelen, tellen of monitoren. Deze meldingsplichtige bedrijven hebben voorlopig ook geen prioriteit, want hiervoor geldt alleen de zorgplicht tav ZZS. Alleen vergunningplichtige bedrijven die zijn opgenomen in paragraaf 5.4.3 van het Bal hebben een VRP-plicht, waarop toezicht direct mogelijk is. 12

5.

Aantal vergunningen dat is aangescherpt met een Vermijdings- en reductieprogramma (VRP) Dit is (nog) geen zinvolle indicator: het zegt niks over de doelstelling en heeft geen betrekking op toezicht. Er zijn geen vergunningen aangescherpt met VRP-plicht. Het indienen van een VRP is direct werkend bij vergunningplichtige bedrijven (5.4.3 Bal)/MBA’s met ZZS-emissies. Het is onbekend of er vergunningen zijn verleend op aanvragen met een VPR, waarbij de maatregelen expliciet zijn opgenomen. Het aanscherpen van vergunningen is nog in ontwikkeling en er zijn nog nauwelijks VRP’s beoordeeld.

Doelbereik en ambitie Als we kijken naar de ambitie: door meer kennis en toezicht het gebruik van ZZS beperken, dan lijken we op de goede weg te zitten. Uit de ervaringen bij de bedrijven met VRP-plicht blijkt wel dat bedrijven serieus zoeken naar alternatieven of minder gebruikmaken van ZZS. Het informeren over de risico’s van ZZS leidt ook bij meldingsplichtige bedrijven tot andere keuzes over het gebruik van ZZS. Het doelbereik is nog een lange weg. In 2025 is vanuit de MJOA veel inzet gepleegd om vanuit diverse teams een gezamenlijke aanpak te formuleren. -

Toezicht wil bij de juiste bedrijven toezien op het indienen van vermijdings- en reductieprogramma’s (VRP) en het uitvoeren van de maatregelen. Hiermee is in 2025 een start

-

gemaakt bij enkele bedrijven, terwijl de doelgroep veel groter is. We hebben eind 2025 nog geen beeld van de emissies van ZZS bij de bedrijven die het grootste risico vormen. Het punt is dat we deze bedrijven niet kennen en dat ook de bedrijven zelf te weinig kennis hebben van ZZS om op eigen initiatief een VRP in te dienen. Er is vanuit de Meerjarenopgave ZZS wel een basis gelegd om hier komende jaren grip op te krijgen.

-

Het is qua kennis en techniek nog niet mogelijk om bij alle bedrijfsbezoeken informatie op te halen en vast te leggen over de mogelijke emissies van ZZS. Het gaat om zoveel producten en processen waarvoor ZZS worden gebruikt, dat eerst duidelijke criteria en werkafspraken nodig zijn.

13

DUURZAAMHEID Energiebesparing Ambitie We willen de CO2-emissie verminderen door toezicht te houden op energiebesparing bij bedrijven. Doelstelling 1.

Naleving op de informatie-, energiebesparings- en onderzoeksplicht tot het doorvoeren van de verplichte maatregelen bij energieverbruikers door toezicht stimuleren en waar nodig (risicogericht) afdwingen. a.

met (administratief) toezicht 80% van de middel- en grootverbruikers in beeld hebben;

b.

de verplichte energierapportages en -onderzoeken hebben ontvangen en beoordeeld;

c.

er op toezien dat de bedrijven met meer dan 100 werknemers maatregelen treffen voor personenmobiliteit.

Inzet voor energiebesparing Het gaat in 2025 vooral om de projecten: -

Energiebesparing: voedingsmiddelenindustrie

-

Energiebesparing SPUK-THE: diverse doelgroepen en met subsidie

-

Rapportageplicht werkgebonden personenmobiliteit.

Vanuit het team duurzaamheid wordt het toezicht op energiebesparingsplicht bij bedrijven gecoördineerd en grotendeels ook uitgevoerd door specialisten op energietoezicht. Ook het jaarlijkse ROK-T energieproject wordt vanuit dit team met een industrieel toezichthouder voorbereid. Voor de monitoring, verantwoording en communicatie met de gemeenten heeft het team duurzaamheid ook eigen middelen en kanalen. Het toezicht wordt gemonitord via een dashboard van waaruit de verantwoording plaatsvindt richting de subsidieverstrekker RVO. In de jaarrapportage en de Infographic met ROK-projecten worden de gemeenten geïnformeerd over de uitgevoerde werkzaamheden. Aanvullend wordt eventueel het GPO bijgepraat en medewerkers duurzaamheid geïnformeerd. Indicatoren Deze indicatoren zijn bepaald op basis van de onderdelen waarover we richting het ministerie moeten verantwoorden voor de SPUK-subsidie. De indicatoren zijn vastgelegd in een dashboard. Hierin worden de resultaten van alle SPUK-toezicht opgenomen sinds de aanvang in 2023. De informatie over controles buiten het SPUK, zijn (gedeeltelijk) opgenomen. Onderstaand beeld is een momentopname tot en met 2025 en betreft het toezicht bij bedrijven waarvoor de gemeenten het bevoegde gezag zijn. 1.

Aantal bezochte bedrijven (2023-2025). Sinds aanvang van de subsidie in 2023 zijn 566 bedrijven gecontroleerd, waarvan 68 vanuit het ROK. Er zijn 289 hercontroles uitgevoerd.

2.

Aantal vastgestelde overtredingen: a. 46 Procesgebonden b. 833 Gebouwgebonden c. 259 Faciliteitgebonden

14

In totaal zijn er 1138 overtredingen geconstateerd. Dit betekent een gemiddelde van ongeveer 2 overtredingen per controle.

(voorbeeld vanuit dashboard voor energietoezicht) 3.

Aantal ontvangen en beoordeelde energieonderzoeken In de beschreven periode zijn 110 energie-onderzoeken ontvangen en 102 goedgekeurd. De overige 8 zijn nog in behandeling voor aanvulling.

4.

Aantal ontvangen rapportages informatieplicht Er zijn ruim 3000 rapportages voor de informatieplicht ontvangen.

5.

Beschikbaar dashboard Voor het energietoezicht tot en met 2025 beschikken we over een dashboard met gegevens over de aantallen van uitgevoerde werkzaamheden en geconstateerde overtredingen. Vanaf 2026 zal ook monitoring kunnen plaatsvinden van de potentiële energie- en CO2-reductie van een informatieplichtig bedrijf.

6.

Inzicht in behaalde CO2 reductie als gevolg van toezicht Deze informatie was in 2025 nog niet beschikbaar. In het afgelopen jaar is er landelijk gewerkt aan een rekenmodel waarmee de relatie kan worden gelegd tussen de erkende maatregelen en de potentiële CO 2 reductie. Als uit controle van een informatieplichtig bedrijf blijkt dat er nog maatregelen getroffen kunnen worden in het bedrijf (vastgesteld als overtreding), dan kan dit worden vertaald naar een indicatie van CO 2, elektra en gasbesparing.

7.

Aantal ingediende rapportages werkgebonden personenmobiliteit (WMP) Het toezicht op personenmobiliteit kan zowel bijdragen aan minder stofemissie als aan minder CO2 -uitstoot. In de ODZOB-regio zijn er 425 bedrijven met meer dan 100 medewerkers, waarvan er 375 een rapportage hebben ingediend. Er is een dashboard gemaakt om het aantal ingediende rapportages te kunnen monitoren. In de Toezichtsprojecten 2025 ROK-TH is meer informatie te vinden.

15

Doelbereik De energiegegevens vanuit de data van de netbeheerder zijn recent beschikbaar gesteld voor toezicht vanuit de omgevingsdiensten. Dit betekent dat we in 2025 nog niet beschikte over een overzicht van de doelgroep. Er zijn nog enkele verbeteringen nodig voor het goed ontsluiten van deze data, zodat het overzicht van de netbeheerders in 2026 als de totale bedrijvenlijst (100%) kan worden beschouwd. Dit betekent dat we in 2026 kunnen gaan toetsen welk aandeel (%) van de doelgroep heeft voldaan aan de informatie en/of onderzoeksplicht. Er wordt toegezien op het indienen van de verplichte rapportages en het doorvoeren van maatregelen. Aan de hand van monitoring van de ingediende rapportages en controleresultaten vindt geprioriteerd toezicht plaats. Ook worden de onderzoeksrapportages beoordeeld. Inmiddels is 92% van de ontvangen energie-onderzoeken beoordeeld op volledigheid en kwaliteit. Voor bedrijven met meer dan 100 medewerkers is een eerste stap gemaakt door het indienen van de verplichte rapportage te monitoren. Landelijk staat nog ter discussie óf en met welke criteria de WPMrapportages bijdragen aan minder fijnstof- en CO 2-uitstoot. Daarom heeft in 2025 het toezicht op de mogelijke maatregelen geen prioriteit gekregen.

Circulaire economie Ambitie Wij willen de circulaire economie bevorderen door het vergroten van kennis hierover. Doelstelling Als er CE-wetgeving komt (zoals hoogwaardiger verwerken en toepassen van grondstoffen) toezichthouden bij betreffende bedrijven.

Inzet voor circulaire economie (CE) Er is in 2025 voor circulaire economie geen toezichtsproject geweest,met het oog op hoogwaardiger toepassen van grondstoffen. Er is ook nog geen wetgeving voor concreet toezicht of duidelijk beleid om effectief kennis bij bedrijven te vergroten. 16

Er zijn enkele aanverwante werkzaamheden uitgevoerd door toezicht. Voorwaarde voor hoogwaardiger verwerken en toepassen van grondstoffen is het zorgvuldig scheiden van afvalstoffen bij de ontdoener. Het goed scheiden van afval is een wettelijke verplichting en kan in elk project een controleaspect zijn. Het project Afvalbranche richt zich op veilig inzamelen en verwerken van afval. Bij ketentoezicht gaat het ook om zorgvuldig handelen (met afval- en grondstoffen) binnen bedrijven en over samenwerking en transport tussen bedrijven. Deze projecten dragen dus indirect bij aan een stukje van de keten. Maar ze richten zich meer op (het voorkomen van) overtredingen bij ontdoeners, dan op het toepassen van hergebruik van grondstoffen bij de maakindustrie. Vanuit het team Duurzaamheid is in 2025 wel ingezet op het vergroten van kennis over CE, zie verder onder doelbereik. Indicatoren Net als voor ZZS staat circulaire economie aan het begin van een ontwikkeling. De landelijke kennis en wetgeving is beperkt en het inbedden van CE in toezicht vraagt om samenwerking van de teams duurzaamheid, vergunningverlening, toezicht en ICT. De doelstelling geeft nu weinig houvast en er moet inhoudelijke en organisatorisch nog veel gebeuren voordat toezicht en het monitoren hiervan mogelijk is. 1.

Aantal behandelde aanvragen met circulaire elementen.

2.

Aantal adviesvragen bij het Circulaire Economie adviesloket (alleen indien in opdracht provincie).

3.

Aantal uitgevoerde pilots en ketenprojecten.

4.

Opgesteld en uitgevoerd opleidingsprogramma Circulaire Economie.

5.

Aantal einde-afvalbesluiten.

6.

Aantal uitgevoerde controles en ketenanalyses.

7.

Aantal ingezette handhavingstrajecten.

8.

Aantal nieuwe instrumenten ingezet (naast de wettelijke uitvoeringstaken ontstaan er taken als stimulering, advisering, verbinding, opheffen belemmeringen).

Aan geen van bovenstaande indicatoren is in 2025 invulling gegeven. Werken aan de ambitie CE is een onderwerp in ontwikkeling. Vanuit het team Duurzaamheid is eerst verkenning en expertise nodig, voordat vergunningverlening en toezicht in actie kan komen. Dit wordt nu (buiten het ROK-VTH) vooral aangejaagd door landelijke en provinciale ontwikkelingen. Onder regie van de Provincie Noord Brabant is er met de 2 Brabantse omgevingsdiensten door het team duurzaamheid wel gewerkt aan het Plan van aanpak Stimulering circulaire bedrijfsvoering bij Brabantse bedrijven (2025-2027). Er wordt gewerkt aan 7 IPO-bouwstenen die gaan helpen om CE te implementeren met vergunningverlening en toezicht. Daarnaast worden via Omgevingsdienst NL ook handreikingen gemaakt om CE in te bedden. In 2026 verwachten we de meeste hulpmiddelen zodat de kennis verder toeneemt. Doelbereik: Circulaire economie richt zich op het hergebruik van stoffen. In 2025 was er nog geen CE-wetgeving voor het hergebruik van stoffen en is er onder het ROK-VTH geen toezichtsproject uitgevoerd.

17

Geluid- en geurhinder Ambitie We willen de komende jaren nieuwe hindersituaties zoveel mogelijk voorkomen. Bij bestaande situatie bijdragen aan vermindering van klachten.

Doelstelling 1.

In bestaande situaties een afname van 50% geur- en geluidklachten t.o.v. het voorgaande jaar;

2.

bij nieuwe situaties escaleren voorkomen door snelle overdracht van piket naar toezicht, zo nodig gevolgd door de systematiek van aandachtsbedrijven.

Inzet voor geur- en geluidhinder Het gaat in 2025 om uiteenlopende inzet. Specifiek voor hinder-situaties zijn de projecten: -

Aandachtsbedrijven: juist vanwege klachten kan een gemeente een bedrijf aanwijzen als aandachtsbedrijf waar jaarlijks toezicht wordt gehouden.

-

Aanpak meldingen en klachten

-

Meten is weten

In de projecten Mobiele puinbrekers, Opleveringscontroles en Veehouderijen is het beperken van geurof geluidhinder eveneens een belangrijk aspect voor toezicht. Daarnaast wordt er door de inzet van de consignatie en de MilieuKlachtenCentrale (MKC) doorlopend aandacht gegeven aan het verwerken van klachten en houden van toezicht. De jaarrapportage van de MKC wordt verzorgd door de OMWB. Tot slot is er voor overlastsituaties bij horeca de mogelijkheid om metingen uit te laten voeren en zo bij klachten te toetsen aan de geluidsnormen. Indicatoren 1.

Aantal klachten geur- en geluidhinder per gemeente per jaar (bedrijfsgebonden) en de vergelijking met voorgaande jaren (patroon); Er is een regionaal dashboard gemaakt (zie hieronder; voor duiding van trends) en inmiddels wordt voor detailinformatie gewerkt met de registratie van de MKC. Het aantal klachten per gemeente wordt gemonitord, er is afstemming over lokale klachtensituaties en in de jaarrapportage worden de cijfers en speciale gevallen toegelicht. Op regionale schaal kunnen we indicatief zien dat de geur- en geluidklachten het grootste aandeel van de klachten betreft. Duidelijke pieken zijn er in maart (vanwege het uitrijden van mest) en in de zomer als er veel mensen buiten zijn en ook sneller last ervaren van geur of geluid van bedrijven (of andere inwoners). De vergelijking van 2024 en 2025 laat zien dat het aantal klachten is toegenomen.

18

(Dashboard indicatie van klachten 2024)

(Dashboard indicatie van klachten 2025) 2.

Aantal handhavingsbesluiten in geval van overtredingen op het vlak van geur- of geluidsnormoverschrijding; de relatie tussen klachten en handhavingsbesluiten wordt niet bijgehouden. Van de piketdienst wordt het toezicht overgedragen naar de reguliere toezichtstaken. Als toezicht vervolgens zou resulteren in handhaving is dat niet meer te relateren aan 1 of meer klachten.

3.

Aantal maatwerkbesluiten genomen om geur of geluid verder in te perken. Deze indicator gaat over een inspanning van vergunningverlening. Het gaat jaarlijks om 1 tot 5 situaties waar naar aanleiding van klachten maatwerkvoorschriften opgelegd kunnen worden, en dit gebeurt pas na overleg met de gemeente. Het aantal maatwerkbesluiten is geen goede indicator. 19

Werken aan de ambitie De ambitie rond klachten is duidelijk: ‘We willen de komende jaren nieuwe hindersituaties zoveel mogelijk voorkomen. Bij bestaande situatie bijdragen aan vermindering van klachten.’ Er worden ook diverse projecten en taken uitgevoerd om vanuit toezicht hieraan een goede bijdrage te leveren, zoals hierboven beschreven. Een nieuwe escalatie voorkomen krijgt vorm door betere (werk)afspraken tussen piket en regulier toezicht. Er wordt voor industriële bedrijven bovendien regelmatig bezien of een bedrijf een aandachtsbedrijf moet worden /blijven met een jaarlijks bezoek. Bij agrarisch toezicht is men gestart om sneller (administratief) toezicht te houden bij stankoverlast. In hoeverre escalatie daarmee wordt voorkomen is lastig te bepalen. Doelbereik De doelstelling om (jaarlijks) 50% van de klachten te verminderen (door toezicht) is niet realistisch. Het veroorzaken of ervaren van klachten gaat over gedrag van derden en er zijn veel variabelen die het aantal klachten bepalen: het weer, de windrichting, incidenten, onrust/zorgen bij inwoners of bestuurders, notoire klagers, ruimtelijke planning, artikelen waarin de MKC wordt benoemd, informatieavonden rond een bedrijf/bedrijventerrein etc. Allemaal zaken buiten de invloedssfeer van toezicht. Het blijken vaak de externe factoren te zijn die grote fluctuaties in het aantal klachten veroorzaken.

De verhuizing van één bedrijf of notoire klager kan honderden klachten op jaarbasis schelen. Een nieuwe woonwijk bij bedrijventerrein of veehouderij kan juist weer een toename van klachten opleveren. Daarnaast kunnen klachten worden gemeld, terwijl een bedrijf zich aan de bestaande normen houdt. In dat geval kan toezicht dat vaststellen en toelichten, maar de feitelijke situatie blijft bestaan. Het uitkopen is dan wellicht een mogelijkheid, maar dat is een overweging van het betreffende bevoegd gezag. Uit de analyse van het project Aanpak meldingen en klachten blijkt dat de meeste bedrijven met klachten vanuit toezicht goed in beeld zijn. Voor een tiental bedrijven is op basis van klachten extra toezicht wenselijk en dat is voor 2026 gepland.

20

BASIS OP ORDE EN RISICOGERICHT Bedrijvenbestand verbeteren Ambitie Wij willen vanuit toezicht bijdragen aan een actueel bedrijvenbestand. Doelstelling 1.

Eind 2026 een actueel bedrijvenbestand van alle milieubelastende activiteiten die vallen binnen de branche met een risicoscore hoger dan 25 en/of in het REV thuishoren;

2.

Er is eind 2026 een methodiek om het bedrijvenbestand actueel te houden

Inzet voor een beter bedrijvenbestand Het gaat dan in 2025 vooral om de projecten: -

Bedrijven met hoge risicoscore

-

Gebiedscontrole bedrijventerreinen

Daarnaast wordt vanuit de Meerjarenontwikkelaanpak gewerkt aan de opgave Activiteit (MBA) gericht werken. Daarbij staan zowel een beter locatiedossier als een beter bedrijvenbestand centraal. Ook hier blijkt dat meer kennis en strategie op deze ICT-vraagstukken leidt tot verdiepende vragen over de doelstelling, indicatoren en achterliggende verwachtingen. De doelstelling vraagt om meer duiding en de indicatoren zeggen niet zoveel over de doelstelling. Indicatoren 1.

Het aantal bedrijven in het systeem;

2.

het aantal activiteiten in het systeem;

3.

de mate van gevuld zijn van het landelijke MBA-register (nog in de maak);

4.

aantal wijzigingen bedrijfsgegevens Kamer van koophandel. In 2025 is een start gemaakt met een dashboard voor ‘het systeem’. Het plaatje hieronder geeft een impressie van de visualisatie en mogelijkheden. Het is nog niet gevuld met betrouwbare data, het aantal bedrijven en MBA’s zijn dus niet beschikbaar. De gegevens van de KvK is één van de (redelijke betrouwbare) informatiebronnen: welke wijzigingen er doorgevoerd kunnen worden is nog onderwerp van de Meerjarenopgave. De indicatoren sluiten niet goed aan bij de doelstellingen.

21

Doelbereik Bij het opstellen van de Leidraad was al duidelijk dat een goed bedrijvenbestand (en locatiedossier) geen doel is voor de fysieke leefomgeving, maar een randvoorwaarde om alle VTH-taken goed te kunnen plannen en uitvoeren. Daarom heeft ICT de leiding over het tempo en de volgorde van de benodigde activiteiten. Het is inmiddels duidelijk dat er vele gebruikers, en daarmee vele en uiteenlopende verwachtingen, zijn ten aanzien van ‘een actueel bedrijvenbestand’. In 2026 zal een betere duiding of definitie worden beschreven over de begrippen bedrijvenbestand en locatiedossier. Het is in de planning van de Meerjarenopgave Activiteit (MBA) gericht werken om eind 2026 een basis te hebben voor een ‘actueel bedrijvenbestand’ als ook een methodiek om dit in stand te houden. De samenwerking tussen ICT en toezicht is meerledig. Het team agrarisch toezicht werkt met ICT aan een praktische en technische uitwerking van het locatiedossier. Vervolgens is ICT aan zet om de kaders, werkinstructies en technische mogelijkheden te regelen. Wellicht kan door combinatie van data-bronnen ook een groot deel van de historische informatie beter ontsloten worden. Vervolgens zijn vooral de toezichtsteams aan zet om (vooral voor de branches met hoge risico-score) aan te vullen of te corrigeren met de informatie vanuit toezicht.

22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=e06a2055-e17b-43f8-8330-3f52d3de09f5