CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

D-02 Bijlage 2 - Voornemen en participatieplan

Raadscommissie Samenleving en Bestuur 28 november 2024, gemeente AstenBij agendapunt: Stukken van het college van b&w ter kennisneming8.649 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Voornemen en Participatieplan

Netuitbreiding Maasbracht-Eindhoven 380 kV

Datum

9 september 2024

Status

Definitief

Inhoud 1.

Inleiding en leeswijzer ................................................................................................... 3

Deel 1 Voornemen .............................................................................................................. 4 2.

Het project ................................................................................................................. 4 2.1 Waarom is de nieuwe 380 kV-hoogspanningsverbinding tussen de bestaande stations Maasbracht en Eindhoven nodig? ....................................................................................... 4

3.

2.2

Doelstelling en opgave ........................................................................................... 5

2.3

Wat houdt het project in? ....................................................................................... 5

2.4

Uitgangspunten voor het tracé van de hoogspanningsverbinding ................................. 6

2.5

Toelichting op de uitgangspunten uit paragraaf 2.4 .................................................... 6

2.6

Zoekgebied ........................................................................................................... 8

2.7

Wie zijn bij het project betrokken ............................................................................ 9

2.8

Samenhang met andere TenneT-projecten ............................................................... 10

2.9

Overige raakvlakken ............................................................................................. 10

Projectprocedure ......................................................................................................... 12 3.1

Stap 1 Voornemen en Participatieplan ..................................................................... 12

3.2

Stap 2 Verkenning van alternatieven ....................................................................... 13

3.3

Stap 3 Voorkeursbeslissing .................................................................................... 13

3.4

Stap 4 Planuitwerking: verdere trechtering op basis van de voorkeursbeslissing ........... 14

3.5

Stap 5 Projectbesluit en benodigde uitvoeringsbesluiten ............................................ 14

3.6

Formele inspraakmomenten in de procedure ............................................................ 14

3.7

Realisatie ............................................................................................................. 15

Deel 2 Participatieplan ................................................................................................... 16 4.

Participatieplan ........................................................................................................... 16 4.1

Inleiding .............................................................................................................. 16

4.2

Waarom participatie? ............................................................................................ 16

4.3

Uitgangspunten participatie .................................................................................... 17

4.4

Communicatie ...................................................................................................... 18

4.5

Activiteiten voor participatie per stap in de projectprocedure ...................................... 19

4.6

Het vervolg: voor elke stap een bijgewerkt Participatieplan ........................................ 21

5. Denk mee, we zien uw reactie graag tegemoet................................................................... 22 5.1

Waarover kunt u meedenken? ................................................................................ 22

5.2

Wat gebeurt er met uw inbreng? ............................................................................ 22

5.3

Informatieavonden en contactgegevens ................................................................... 22

Bijlagen .......................................................................................................................... 23 Bijlage 1: Overzicht te betrekken organisaties .................................................................... 23 Bijlage 2: Afkortingenlijst (alfabetisch) .............................................................................. 24

2

1.

Inleiding en leeswijzer Netbeheerder TenneT heeft het ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG) gevraagd een projectprocedure te starten voor de aanleg van een nieuwe 380 kVhoogspanningsverbinding tussen de bestaande 380 kV- hoogspanningsstations Maasbracht in de gemeente Maasgouw en Eindhoven (Daalakkersweg) in de gemeente Eindhoven. De projectprocedure bepaalt waar de nieuwe 380 kVhoogspanningsverbinding komt te staan. Dit document omschrijft het project en gaat in op de stappen van de projectprocedure en de wijze van participatie. De eerste stap in deze procedure is een verkenning. In de verkenning wordt het tracé van de bovengrondse 380 kV-hoogspanningsverbinding bepaald. Dit is een lijn, met schuifruimte tot enkele honderden meters breed, tussen de bestaande 380 kVhoogspanningsstations Maasbracht en Eindhoven (Daalakkersweg). Daarna wordt in de volgende stap, de planuitwerking, de precieze plek van de hoogspanningsmasten bepaald. De nieuwe 380 kV-hoogspanningsverbinding is nodig vanwege de energietransitie in de regio. De energietransitie vergroot het elektriciteitsverbruik in de regio. TenneT verwacht dat vanaf 2030 te weinig elektriciteit kan worden vervoerd tussen Maasbracht en Eindhoven. Deze bovengrondse 380 kV-hoogspanningsverbinding is bedoeld om dat te op te lossen.

Problemen in elektriciteitstransport ontstaan door meer duurzame opwek van elektriciteit en door meer vraag naar elektriciteit door huishoudens, vervoer en bedrijven. Ook is de 380 kV-hoogspanningsverbinding nodig om elektriciteit internationaal van en naar België, Duitsland en de rest van Europa te transporteren.

Het is mogelijk om te reageren op alle onderdelen van het Voornemen en Participatieplan. Wij - TenneT en het ministerie van Klimaat en Groene Groei hebben een aantal specifieke vragen aan de lezer: Over het project en de procedure (hoofdstuk 2 en 3): Welke andere oplossingen dan de tracéalternatieven die genoemd in paragraaf 2.6 ziet u? Aangedragen tracéalternatieven moeten voldoen aan de uitgangspunten in paragraaf 2.4 staan. Over het participatieplan (hoofdstuk 4): Wat vindt u van de wijze waarop u wordt betrokken bij het proces? Wilt u een reactie geven? Dat kunt u vanaf 4 oktober tot en met 14 november 2024 doen. In hoofdstuk 5 leest u meer over het indienen van een reactie. Uiterlijk bij de publicatie van de concept-Notitie Reikwijdte en Detailniveau (concept-NRD) (zie paragraaf 3.2) wordt uw reactie beantwoord.

Iedereen die zich bij dit project betrokken voelt moet de kans krijgen goed betrokken te zijn bij het proces, op basis van tijdige en heldere informatie. Daarom nodigen wij burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen uit om mee te denken en ideeën aan te dragen, oftewel: te participeren. Dat kan door te reageren op dit Voornemen en Participatieplan. Andere manieren om te participeren vindt u terug in hoofdstuk 4 en 5. Leeswijzer Deel 1 van dit document is het Voornemen. In hoofdstuk 2 leest u wat het project inhoudt en hoofdstuk 3 geeft een toelichting op de procedure die hiervoor gevolgd wordt. Deel 2 is het Participatieplan. Hoofdstuk 4 beschrijft het Participatieplan in de periode tot en met de concept-Notitie Reikwijdte en Detailniveau (concept-NRD). Hier staat hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden kunnen meedenken met het project. Tot slot staat in hoofdstuk 5 informatie over hoe u een reactie kunt indienen op het Voornemen en op het Participatieplan. U vindt er ook onze contactgegevens. 3

Deel 1 Voornemen 2.

Het project

2.1

Waarom is de nieuwe 380 kV-hoogspanningsverbinding tussen de bestaande stations Maasbracht en Eindhoven nodig? De bestaande 380 kV-hoogspanningsverbinding tussen Maasbracht en Eindhoven kan vanaf 2030 onvoldoende elektriciteit vervoeren. Dit blijkt uit het Investeringsplan dat landelijk netbeheerder TenneT elke twee jaar opstelt (zie: www.tennet.eu/investeringsplannen). Dit knelpunt ontstaat door internationale, nationale en regionale ontwikkelingen. Nationaal en internationaal Door drie nationale en internationale ontwikkelingen neemt gebruik van het landelijke 380 kV-hoogspanningsnet toe: Vraag en aanbod van elektriciteit neemt in Nederland toe. Aanbod is de opwek van elektriciteit en vraag het verbruik. De toename van vraag naar elektriciteit komt door groei van de bevolking en de toename van elektrificatie van bijvoorbeeld verkeer, woningen en industrie. Ook neemt aanbod van duurzaam opgewekte elektriciteit sterk toe. Hierbij gaat het met name om zonne- en windenergie. Aanbod van elektriciteit komt verder van de vraag te liggen. In het Klimaatakkoord heeft het Rijk vastgelegd dat in 2030 70% en in 2050 (bijna) 100% van de elektriciteit duurzaam is, met een belangrijke rol voor zon en wind. Een groot deel van de windenergie wordt op zee opgewekt.

De afstand tussen de plek waar windmolens elektriciteit opwekken (op zee) en de plek waar men elektriciteit verbruikt (op land) wordt daardoor groter dan voorheen. Aanbod van elektriciteit wordt onregelmatiger doordat duurzame bronnen weersafhankelijk zijn. Deze weersafhankelijkheid zorgt voor meer fluctuatie (pieken en dalen in de opwek) in aanbod van elektriciteit. Het 380 kV-hoogspanningsnet is bij Maasbracht verbonden met zowel Duitsland als België. Bij grote pieken wordt overschot naar buurlanden geëxporteerd en bij tekort wordt elektriciteit geïmporteerd. Regionaal Aan beide kanten van de 380 kV-hoogspanningsverbinding tussen Maasbracht en Eindhoven neemt de vraag en aanbod van elektriciteit toe. Wat opvalt is dat de 380 kVhoogspanningsverbinding in beide richtingen zwaar belast wordt. Dit is per moment afhankelijk van weersomstandigheden, regionale vraag en de internationale elektriciteitsmarkt. Ook op het midden- en laagspanningsnet van de regionale netbeheerder Enexis groeit vraag- en aanbod van elektriciteit door huishoudens en ondernemingen. Dit werkt door op het hoogspanningsnet. Maasbracht: de regio Midden- en Zuid-Limburg heeft veel industrie, zoals industriecluster Chemelot en bijvoorbeeld keramische, glas-, metaal- en papierindustrie. Om te verduurzamen zet deze industrie vooral in op elektrificatie.

Eindhoven: in de Metropoolregio Eindhoven is veel grote en middelgrote industrie en bedrijvigheid. De vraag naar elektriciteit neemt toe door grote economische groei in deze regio. In vergelijking met Limburg is hier het aantal huishoudens en bedrijven op het laag- en middenspanningsnet hoger. Deze ontwikkelingen vragen om grote uitbreidingen van het hoogspanningsnet. Uit onderzoek van TenneT blijkt dat een netuitbreiding met een extra 380 kVhoogspanningsverbinding tussen de hoogspanningsstations Maasbracht en Eindhoven, de oplossing voor het beschreven knelpunt is. Zonder een nieuwe, extra 380 kVhoogspanningsverbinding worden bovenstaande ontwikkelingen belemmerd en komt de leveringszekerheid van elektriciteit in gevaar. Consumenten en bedrijven kunnen dan niet meer op elk moment van de dag elektriciteit gebruiken. 4

Totdat de nieuwe 380 kV-hoogspanningsverbinding klaar is, zet TenneT indien nodig tijdelijke beheersmaatregelen in om de bestaande 380 kV-hoogspanningsverbinding niet te zwaar te belasten. De maatregelen zorgen ervoor dat de leveringszekerheid voor de regio niet in gevaar komt. Het is niet mogelijk de tijdelijke maatregelen als definitieve oplossing in te zetten. De inspanningen en kosten die gepaard gaan met deze beheersmaatregelen, zijn te groot om dit een blijvend karakter te geven. 2.2

Doelstelling en opgave De doelstelling van het project is het tekort aan transportcapaciteit op de 380 kVhoogspanningsverbinding tussen Maasbracht en Eindhoven op te lossen. De opgave van dit project is het ruimtelijk inpassen en de aanleg van een nieuwe bovengrondse 380 kV-hoogspanningsverbinding tussen de bestaande 380 kVhoogspanningsstations Maasbracht (gemeente Maasgouw) en Eindhoven (Daalakkersweg, gemeente Eindhoven).

2.3

Wat houdt het project in? Het voorgenomen project is de aanleg van een nieuwe bovengrondse 380 kVhoogspanningsverbinding tussen de 380 bestaande kV-hoogspanningsstations Maasbracht en Eindhoven. De bestaande 380 kV-hoogspanningsverbinding tussen Maasbracht en Eindhoven blijft bestaan. De nieuwe bovengrondse 380 kV-hoogspanningsverbinding sluit aan op de bestaande 380 kV-hoogspanningsstations in de gemeenten Maasgouw en Eindhoven. Beide 380 kVhoogspanningsstations worden vernieuwd, maar deze vernieuwing maakt geen onderdeel uit van dit project (zie paragraaf 2.8). De nieuwe 380 kV-hoogspanningsverbinding bestaat uit één rij met hoogspanningsmasten. TenneT hanteert voor deze nieuwe verbinding de Moldau-mast. Dit zijn vakwerkmasten van staal en grijs van kleur (afbeelding 2 & 3). Aan één mast hangen twee elektriciteitscircuits. Een circuit bestaat uit drie bundels van elektriciteitsdraden. Beide circuits hebben elk een transportcapaciteit van 4.000 Ampère.

Afbeelding 2 (links): Doorsnede van Moldau-hoogspanningsmast met aan beide zijdes één circuit (groen omcirkeld) en per circuit 3 bundels van elektriciteitsdraden. Afbeelding 3 (rechts): 3D-Visualisatie van een 2-circuits 380 kV-hoogspanningsverbinding in Moldaumasten. 5

2.4

Uitgangspunten voor het tracé van de hoogspanningsverbinding Er zijn een aantal uitgangspunten startpunt voor de verkenning naar het tracé van de bovengrondse 380 kV-hoogspanningsverbinding. Deze paragraaf bevat een opsomming daarvan. Paragraaf 2.5 bevat een toelichting op een aantal van deze uitgangspunten. De uitgangspunten volgen uit het Programma Energiehoofdstructuur (PEH, zie: www.rvo.nl/onderwerpen/bureau-energieprojecten/lopende-projecten/peh). Het PEH is nationaal ruimtelijk beleid voor onderdelen van de energievoorziening die van nationaal belang zijn en nodig zijn voor een klimaatneutraal energiesysteem in 2050. Ook gemeentelijk en provinciaal beleid en regelgeving, beleid van TenneT en ander rijksbeleid geven uitgangspunten mee aan de verkenning naar een geschikt tracé. Het grootste deel van deze andere uitgangspunten werken we verder uit als eerstvolgende stap in de verkenningsfase (zie paragraaf 3.2).

a. b. c.

d.

e.

f. g. h. i. j.

k.

2.5

Uitgangspunten De 380 kV-hoogspanningsverbinding ligt tussen de bestaande 380 kVhoogspanningsstations Maasbracht en Eindhoven (Daalakkersweg); De nieuwe 380 kV-hoogspanningsverbinding wordt in principe bovengronds aangelegd. Zie paragraaf 2.5 voor een toelichting; Alleen tracéalternatieven voor aanleg van een nieuwe bovengrondse 380 kVhoogspanningsverbinding tussen de 380 kV-hoogspanningsstations van Maasbracht en Eindhoven zijn onderdeel van de verkenning. Andere oplossingsrichtingen (zoals alternatieve vormen van energietransport of -opslag of alternatieve locaties voor beginen/of eindstations) zijn geen onderdeel van deze verkenning en worden dan ook niet beoordeeld; De nieuwe 380 kV-hoogspanningsverbinding wordt als aparte verbinding aangelegd en mag niet op één mast worden gecombineerd met de bestaande 380 kV-verbinding tussen Maasbracht en Eindhoven of met bestaande 150 kV-verbindingen. Zie paragraaf 2.5 voor een toelichting; De lengte van de nieuwe 380 kV-hoogspanningsverbinding wijkt tot circa 10% af van de lengte van de bestaande 380 kV-hoogspanningsverbinding tussen Maasbracht en Eindhoven. Zie paragraaf 2.5 voor een toelichting; De 380 kV-hoogspanningsverbinding vermijdt waar mogelijk gevoelige gebouwen en kruist geen stads- en dorpskernen. Zie paragraaf 2.5 voor een toelichting; De 380 kV-hoogspanningsverbinding vermijdt waar mogelijk beschermde natuurgebieden.

Zie paragraaf 2.5 voor een toelichting; De 380 kV-hoogspanningsverbinding kruist zo min mogelijk andere hoogspanningsverbindingen; Rechtstand, het vermijden van bochten of knikken in het tracé, wordt zoveel mogelijk toegepast om impact op het landschap te beperken; De nieuwe mastenrij wordt bij voorkeur parallel aangelegd aan bestaande infrastructuur in het zoekgebied. Bijvoorbeeld parallel aan snelwegen, kanalen, spoorlijnen of bestaande hoogspanningsverbindingen. De oplossing voor de nieuwe 380 kV-hoogspanningsverbinding wordt binnen het zoekgebied gezocht. Zie paragraaf 2.6 voor toelichting en een afbeelding van het zoekgebied;

Toelichting op de uitgangspunten uit paragraaf 2.4 b. Een bovengrondse verbinding: Bovengrondse aanleg van 380 kV-hoogspanningsverbindingen is een uitgangspunt van het PEH. In beginsel worden 380 kV-hoogspanningsverbindingen bovengronds aangelegd. Dit komt onder andere doordat een ondergrondse 380 kV-hoogspanningsverbinding veel warmte produceert. Een ondergrondse 380 kV-hoogspanningsverbinding heeft een dikke 6

beschermingslaag. Deze beschermingslaag zorgt er echter voor dat de 380 kVhoogspanningsverbinding ondergronds de warmte slecht kwijt kan. Dit verlaagt effectieve transportcapaciteit en vergroot de kans op storingen. Deze storingen zijn in ondergrondse hoogspanningsverbindingen bovendien moeilijker te repareren en reparaties duren langer dan bij een bovengrondse 380 kV-hoogspanningsverbinding. Dit heeft landelijk (en zelfs Europees) grote negatieve gevolgen voor de leveringszekerheid. Alleen in het geval van een groot ruimtelijk of (net)technisch knelpunt kan, mits het vanuit leveringszekerheid en meerkosten verantwoord is, overwogen worden om de 380 kV-hoogspanningsverbinding over korte afstanden ondergronds aan te leggen. Een voorbeeld hiervan is de kruising met een andere bovengrondse 380 kV-hoogspanningsverbinding. d. Een aparte verbinding: De nieuwe 380 kV-hoogspanningslijnen kunnen om veiligheidsredenen niet in masten van de bestaande 380 kV-hoogspanningsverbinding gehangen worden. Reden hiervoor is dat altijd één 380 kV-hoogspanningsverbinding in bedrijf moet blijven wanneer de andere verbinding storing heeft of buiten dienst wordt gesteld voor onderhoud of netuitbreidingen. Als beide 380 kV-hoogspanningsverbindingen in één mast hangen (=combineren), moeten beide (bij onderhoud of netuitbreidingen) vanwege veiligheid buiten dienst worden gesteld.

Ook bij ongelukken (bijvoorbeeld in de zeer uitzonderlijke situatie dat een mast door een storm omvalt) moet één 380 kV-hoogspanningsverbinding in bedrijf blijven en dus kunnen beide verbindingen niet in één mast hangen. De afstand tussen twee 380 kVhoogspanningsverbindingen dient minimaal 70 meter te zijn. Dit is het ‘omvalcriterium’. e. Tot circa 10% lengteverschil: Als dit project klaar is, staan er twee 380 kV-hoogspanningsverbindingen tussen Maasbracht en Eindhoven: de bestaande 380 kV-hoogspanningsverbinding en de nieuwe 380 kV-hoogspanningsverbinding van dit project. Elektriciteit kiest de weg van de minste weerstand. Hoe langer een hoogspanningsverbinding, hoe groter de weerstand. Het verschil in lengte tussen de bestaande en de nieuwe hoogspanningsverbinding mag daarom niet te groot zijn: maximaal 10% (en liever minder). Als het lengteverschil te groot is, vervoert de kortste 380 kV-hoogspanningsverbinding door het weerstandsverschil te veel elektriciteit en raakt deze overbelast. Dat is ongewenst: de nieuwe 380 kVhoogspanningsverbinding is juist bedoeld om het net te ontlasten. Dit kan alleen als door beide verbindingen elektriciteit vervoerd wordt. f.

Vermijden van gevoelige gebouwen en geen tracé door dorps- of stadskernen: Vanwege het voorzorgbeleid ten aanzien van elektromagnetische velden geldt het advies om zo veel als mogelijk te voorkomen dat nieuwe gevoelige gebouwen (denk hierbij aan woningen, scholen en kinderopvangplaatsen) binnen de invloedssfeer van elektromagnetische velden van nieuwe bovengrondse hoogspanningsverbindingen komen te liggen. Plekken waar veel gevoelige gebouwen geclusterd zijn, zoals in dorpen en steden, worden op voorhand uitgesloten van de verkenning. Omdat verspreid in het buitengebied veel gevoelige gebouwen liggen is het niet mogelijk om deze al op voorhand uit te sluiten van de verkenning. Zie voor informatie over het voorzorgbeleid ten aanzien van magneetvelden bij elektriciteitsvoorzieningen: www.kennisplatform.nl. g. Vermijden van beschermde natuurgebieden Vanwege hun intrinsieke (natuurlijke) kwaliteit en vanwege internationale verplichtingen worden beschermde natuurgebieden waar mogelijk vermeden. Omdat in het zoekgebied veel beschermde natuurgebieden liggen is het niet mogelijk om al deze gebieden op voorhand al uit te sluiten van de verkenning.

7

2.6

Zoekgebied Het zoekgebied is het gebied waarbinnen we op zoek gaan naar een geschikt tracé voor de nieuwe bovengrondse 380 kV-hoogspanningsverbinding. Daarmee geven we invulling aan de opgave en doelstelling (zie paragraaf 2.2). Het zoekgebied biedt ruimte voor invulling van de opgave, waarbij zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de uitgangspunten (zie paragraaf 2.4). De begrenzing van het zoekgebied is gebaseerd op: • • •

Bovenregionale infrastructuur, zoals de A2, A67, kanalen, spoorwegen en bestaande elektriciteitsinfrastructuur. Zo kan bundeling met bestaande infrastructuur worden gezocht. De maximale lengte-toename van 10 % ten opzichte van de bestaande 380 kVhoogspanningsverbinding. Hierdoor is het zoekgebied niet groter dan nodig. Uitsluiten van bestaande woonkernen aan de buitengrens van het zoekgebied, omdat de nieuwe 380 kV-hoogspanningsverbinding niet door stads- of dorpskernen wordt aangelegd.

Afbeelding 4: Zoekgebied nieuwe bovengrondse 380 kV-hoogspanningsverbinding Afbeelding 4 laat het zoekgebied zien voor het project. De buitengrens van het zoekgebied is aangegeven met de zwarte stippellijn. De buitengrens is in dit stadium nog indicatief. Dat wil zeggen dat deze buitengrens nog niet tot op enkele meters is vastgelegd. De volgende

8

stap van de verkenning scherpt dit verder aan. Dit doen we gelijktijdig met het aanvullen en aanscherpen van de ruimtelijke en technische uitgangspunten (zie paragraaf 3.2). Binnen het zoekgebied zijn meerdere tracés voor de nieuwe 380 kVhoogspanningsverbinding mogelijk. Aansluitend bij de in paragraaf 2.4 genoemde uitgangspunten, zijn tenminste drie tracés denkbaar: • • •

Een tracé aan de westzijde van het zoekgebied, gebundeld met de A2 en/of de bestaande 150 kV-hoogspanningsverbindingen; Een tracé gebundeld met de bestaande 380 kV-hoogspanningsverbinding Maasbracht – Eindhoven die midden door het zoekgebied loopt; Een tracé aan de oostzijde van het zoekgebied, gebundeld met de A67 en tevens deels parallel lopend met de bestaande 380 kV-hoogspanningsverbinding Maasbracht – Dodewaard. In de eerstvolgende stap van de verkenning worden deze en andere tracé-alternatieven uitgewerkt. Dit doen we aan de hand van de ruimtelijke en technische uitgangspunten, maar ook op basis van de door u ingebrachte oplossingen.

Tot wanneer kunt u zelf oplossingen aangeven? Het is mogelijk om te reageren op alle onderdelen van het Voornemen en het Participatieplan. U kunt bijvoorbeeld andere tracé-alternatieven inbrengen dan die in paragraaf 2.6 genoemd worden. Die moeten voldoen aan de uitgangspunten in paragraaf 2.4. Aandragen van tracé-alternatieven kan tot en met de terinzagelegging van de concept-Notitie Reikwijdte en Detailniveau (zie paragraaf 3.2). Wilt u een reactie geven? Dat kunt u vanaf 4 oktober tot en met 14 november 2024 doen. In hoofdstuk 5 leest u meer over het indienen van een reactie. 2.7

Wie zijn bij het project betrokken TenneT is de beheerder van het landelijke hoogspanningsnet. TenneT verzorgt elektriciteitstransport van grote elektriciteitsproducenten naar en van de netten van de regionale netbeheerders (en in een enkel geval naar grote afnemers). Het netwerk van TenneT is aangesloten op het internationale hoogspanningsnetwerk. TenneT is initiatiefnemer van het project en daarmee verantwoordelijk voor de onderzoeken en de uiteindelijke realisatie van de 380 kV-hoogspanningsverbinding. De nieuwe 380 kV-hoogspanningsverbinding is onderdeel van energie-infrastructuur van nationaal belang. Op basis van artikel 20a van de Elektriciteitswet 1998 is de projectprocedure van toepassing. Dit betekent dat de minister van Klimaat en Groene Groei (KGG) het bevoegd gezag is. Het bevoegd gezag neemt een voorkeursbeslissing en stelt het projectbesluit vast. De minister van KGG doet dit in overeenstemming met de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO). De minister van KGG is ook het coördinerend bevoegd gezag voor de uitvoeringsbesluiten (zie hoofdstuk 3). Voor het projectbesluit en de voorkeursbeslissing worden milieueffectrapporten (MER) opgesteld: een plan-MER en een project-MER (zie hoofdstuk 3). Daarom is ook de Commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie mer) betrokken.

De Commissie mer is onafhankelijk en adviseert over de inhoud en kwaliteit van het MER. Verder zijn bij toetsing van het MER ook andere wettelijke adviseurs betrokken, waaronder de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE).

9

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) is een uitvoerende dienst van het ministerie van KGG. Deze ondersteunt het ministerie met vergunningverlening, informatievoorziening en communicatie over procedure. Het ministerie van KGG en TenneT voeren de verkenning naar de nieuwe 380 kV hoogspanningsverbinding uit in nauw overleg met betrokken gemeenten, provincies en waterschappen. Deze mede-overheden hebben een adviserende en raadplegende rol. Hoe andere omgevingspartijen, zoals burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij het project worden betrokken is verder beschreven in hoofdstuk 4. 2.8

Samenhang met andere TenneT-projecten Het project staat niet op zichzelf, maar hangt samen met andere projecten die TenneT uitvoert voor de versterking van het hoogspanningsnet in de regio. We proberen daarom het informeren van belanghebbenden van deze projecten zo goed mogelijk op elkaar te laten aansluiten. Uitwerking en besluitvorming van de projecten stemmen we zoveel mogelijk op elkaar af. Ook uitvoeringswerkzaamheden van verschillende projecten stemmen we op elkaar af. Het kan namelijk zo zijn dat werkzaamheden van één project afgerond moeten zijn voordat gestart kan worden met werkzaamheden van een volgend project. Andere projecten van TenneT in de omgeving zijn onder andere: Vernieuwing 380 kV-hoogspanningsstation Maasbracht Het 380/150 kV-hoogspanningsstation Maasbracht is gebouwd in 1967, als eerste fase van het 380 kV-hoogspanningsnet in Nederland. Dit hoogspanningsstation is verouderd en wordt volledig vernieuwd op de huidige locatie. Beter Benutten Maasbracht-Eindhoven De capaciteit van de bestaande 380 kV-hoogspanningsverbinding tussen Maasbracht en Eindhoven wordt uitgebreid. TenneT doet dit door de bestaande geleiders te vervangen door geleiders met een grotere capaciteit. Beter Benutten Maasbracht-Boxmeer-Dodewaard De capaciteit van de bestaande 380 kV-hoogspanningsverbinding tussen Maasbracht en Dodewaard wordt uitgebreid.

TenneT doet dit door de bestaande geleiders te vervangen door geleiders met een grotere capaciteit. Versterken 150 kV-hoogspanningsverbinding Eindhoven – Maarheeze Tussen de 150 kV hoogspanningsstations Eindhoven Oost en Maarheeze komt een nieuwe, ondergrondse 150 kV-hoogspanningsverbinding. Station Maarheeze (Bay Replacement Program) Ruim 140 hoogspanningsstations in Nederland zijn verouderd en aan vervanging toe. De vervanging en opwaardering van deze 110- en 150 kV-stations gebeurt binnen het programma “Bay Replacement Program.” Station Maarheeze wordt in dit kader ook vernieuwd en opgewaardeerd. Station Eindhoven (Daalakkersweg) Het 150/380 kV-hoogspanningsstation Eindhoven wordt vernieuwd en uitgebreid. TenneT onderzoekt op dit moment wat hiervoor de beste manier is.

2.9

Overige raakvlakken Programma Verbindingen Aanlanding Wind Op Zee (VAWOZ) 2031-2040 Tussen 2031 en 2040 wordt rekening gehouden met circa 29 GW extra windenergie op zee als tussendoel, naar een totaal van circa 70 GW in 2050. Programma VAWOZ 2031-2040 10

verkent mogelijke nieuwe aanlandingen, waaronder ook een diepere aanlanding landinwaarts nabij 380 kV-hoogspanningsstations Maasbracht en/of Graetheide in Limburg. De diepe aanlanding bestaat uit één of meerdere ondergrondse gelijkstroomkabels. De nut en noodzaak van deze diepe aanlanding staat los van de nieuwe bovengrondse 380 kV-hoogspanningsverbinding tussen Maasbracht en Eindhoven. Delta Rhine Corridor (DRC) De Delta Rhine Corridor is een bundel van ondergrondse buisleidingen en kabels voor de industrie. Deze wordt ontwikkeld in de buisleidingenstrook die loopt van Rotterdam via Moerdijk naar Zuid-Limburg en verder door naar Duitsland. Het gaat vooralsnog om de voorbereiding voor aanleg van buisleidingen voor waterstof, ammoniak, CO2 en meerdere ondergrondse gelijkstroomverbindingen van het programma VAWOZ. Toekomstvisie Clauscentrale Provincie Limburg en gemeente Maasgouw hebben samen met RWE een onderzoek uitgevoerd naar het toekomstperspectief voor de Clauscentrale en directe omgeving daaromheen. In een toekomstvisie zijn meerdere toekomstscenario’s voor het Clauscentrale-gebied verkend. Hierbij is gekeken naar mogelijkheden van het gebied in relatie tot grote energieprojecten in de regio.

Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK) Het nationale MIEK omvat energie-infrastructuurprojecten van nationaal belang die zijn gebaseerd op energiestrategieën van de 6 Nederlandse industriële clusters. Dit project maakt op dit moment geen onderdeel uit van het MIEK. Het project is weliswaar ook van nationaal belang maar kent een bredere nut en noodzaak. Het is niet uit te sluiten dat dit project wordt opgenomen in een provinciaal MIEK, maar voor alle aspecten uit dit Voornemen en Participatieplan heeft dat geen gevolgen. Landelijk Actieprogramma Netcongestie (LAN) In het LAN werken verschillende partijen onder regie van de minister van Klimaat en Groene Groei samen aan een gemeenschappelijk doel: zorgen voor toegang tot elektriciteit. Eén van de actielijnen is het sneller bouwen van elektriciteitsinfrastructuur, zoals dit project. Overige gebiedsontwikkelingen In de verkenningsfase (paragraaf 3.2) worden andere (gebieds)ontwikkelingen in kaart gebracht die raakvlak hebben met dit project. Op nationale schaal zijn dat in ieder geval NOVEX-gebied De Peel, Programma Ruimte voor Defensie en Klimaatcorridor A67.

11

3.

Projectprocedure Voor dit project is de ‘projectprocedure’ van toepassing. Dit is de procedure voor het vaststellen van het projectbesluit uit afdeling 5.2 van de Omgevingswet. De minister van KGG is samen met de minister van VRO het bevoegd gezag voor het projectbesluit. Verbonden aan deze projectprocedure is de milieueffectrapport-procedure (mer-procedure). In dit hoofdstuk komen achtereenvolgens aan bod: de stappen van de projectprocedure inclusief de mer-procedure, formele inspraakmomenten en realisatie. Stappen van de projectprocedure In de projectprocedure werken we van grof naar fijn. Wij noemen dit ‘trechteren’. We beginnen met een ruim zoekgebied en werken toe naar een definitief tracé waarbij de mastlocaties nauwkeurig zijn vastgelegd. Afbeelding 5 geeft dit proces van trechteren en de planning weer. De rest van dit hoofdstuk licht de stappen toe.

Afbeelding 5: Stappen en planning van de projectprocedure voor de netuitbreiding Maasbracht-Eindhoven Tijdens de procedure kunt u op verschillende momenten een reactie indienen. Dit noemen wij 'formele' inspraak. Afhankelijk van het type stap heet dit een reactie of een zienswijze. Bij de beschrijving van de stappen wordt dit toegelicht. In paragraaf 3.6 is een overzicht opgenomen van deze formele inspraak. In hoofdstuk 4 kunt u lezen op welke andere manieren iedereen die zich betrokken voelt bij dit project kan participeren. 3.1

Stap 1 Voornemen en Participatieplan De projectprocedure is gestart met de bekendmaking van dit Voornemen en Participatieplan. Iedereen kan reageren op de verschillende onderdelen uit deze Kennisgeving van het Voornemen en Participatieplan. Het Voornemen en Participatieplan is het startpunt van de verkenning, dat loopt tot en met de voorkeursbeslissing (stap 3).

12

Het is mogelijk om te reageren op alle onderdelen van het Voornemen en het Participatieplan. U kunt bijvoorbeeld andere tracé-alternatieven inbrengen dan in paragraaf 2.6 genoemd. Die moeten voldoen aan de uitgangspunten in paragraaf 2.4. Het aandragen van tracé-alternatieven kan tot en met de terinzagelegging van de concept-Notitie Reikwijdte en Detailniveau (zie paragraaf 3.2). Wilt u een reactie geven? Dat kunt u vanaf 4 oktober tot en met 14 november 2024 doen. In hoofdstuk 5 leest u meer over het indienen van een reactie. Uiterlijk bij de publicatie van de concept-NRD (zie volgende paragraaf) wordt uw reactie beantwoord.

3.2

Stap 2 Verkenning van alternatieven In de verkenningsfase onderzoeken we verschillende opties voor het tracé van de nieuwe bovengrondse 380 kV-hoogspanningsverbinding. Omdat in deze fase sprake is van meerdere opties voor het tracé noemen we dit alternatieven. Eerst worden, met inbreng van burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen uit de omgeving, verschillende alternatieven in beeld gebracht. Deze verschillende alternatieven beoordelen we aan de hand van de uitgangspunten uit paragraaf 2.4 en de toelichting daarop in paragraaf 2.5. De Notitie Onderzoeksalternatieven (NOA) onderbouwt vervolgens welke tracéalternatieven worden onderzocht en welke aangedragen tracéalternatieven niet verder worden onderzocht. De NOA is een bijlage van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). De NRD beschrijft welke aandachtspunten, onderwerpen en andere gebiedsontwikkelingen onderdeel zijn van het onderzoek. De concept-NRD verwachten we medio 2025 te publiceren. Op het concept-NRD kunt u reageren. Ook wordt onafhankelijk advies gevraagd aan de Commissie mer. Reacties en het advies worden betrokken bij vaststelling van de NRD eind 2025. Vervolgens start het milieuonderzoek voor het milieueffectrapport voor de verkenningsfase (plan-MER). Milieueffecten van de verschillende tracéalternatieven worden onderzocht.

Bijvoorbeeld eventuele hinder voor planten of dieren, maar ook voor bewoners in de buurt. Ook wordt in de plan-MER onderzocht hoe die hinder zou kunnen worden verminderd of gecompenseerd. Naast milieu zijn ook nog andere onderwerpen relevant voor de besluitvorming, zoals: • • • •

techniek kosten toekomstvastheid impact op de omgeving

De onderzoeksresultaten op deze thema’s leggen we vast in de Integrale Effecten Analyse (IEA). De IEA laat de resultaten objectief zien; er is nog geen sprake van een keuze of afweging. Samen met het plan-MER ontstaat een overzicht van alle onderscheidende en belangrijke beslisinformatie over de tracéalternatieven. 3.3

Stap 3 Voorkeursbeslissing Voor dit project nemen de minister van KGG en de minister van VRO (hierna: de ministers) een voorkeursbeslissing. Hierin spreken de ministers de voorkeur uit voor één tracé tussen Maasbracht en Eindhoven. Verder wordt in de voorkeursbeslissing beschreven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen zijn betrokken bij de verkenning. 13

De voorkeursbeslissing wordt in stappen voorbereid. De ministers stellen eerst de ontwerpvoorkeursbeslissing op. Tijdens het opstellen van de ontwerp-voorkeursbeslissing vraagt de minister van KGG (als projectminister) advies aan de lokale en regionale overheden. Vervolgens wordt de ontwerp-voorkeursbeslissing samen met de IEA en de plan-MER bekendgemaakt. Iedereen kan hierop een zienswijze indienen. Ook vraagt KGG onafhankelijk advies aan de Commissie mer. De ministers betrekken de IEA, de reactie van de commissie mer op de plan-MER en de binnengekomen zienswijzen bij de definitieve voorkeursbeslissing. Er is geen beroep mogelijk tegen de voorkeursbeslissing. 3.4

Stap 4 Planuitwerking: verdere trechtering op basis van de voorkeursbeslissing Het tracé uit de voorkeursbeslissing bestaat uit een lijn met schuifruimte tot enkele honderden meters breed. Deze schuifruimte wordt tijdelijk met een voorbereidingsbesluit gereserveerd om nieuwe belemmeringen voor de hoogspanningsverbinding te voorkomen. In de planuitwerking wordt de precieze positie van de hoogspanningsmasten uitgewerkt. Om tot een definitief tracé te komen is ook in deze fase veel aandacht voor participatie, in het bijzonder met grondeigenaren en gebruikers op het tracé. Ook stellen we, net als in de verkenningsfase, een milieueffectrapport op (in deze fase de project-MER). Hiervoor worden ook veld- en bodemonderzoeken uitgevoerd. Onderdeel van de projectprocedure is een definitieve passende beoordeling over de mogelijk negatieve effecten van het project op Natura 2000-gebieden. In de planuitwerkingsfase vraagt TenneT de benodigde uitvoeringsbesluiten aan. Dit zijn bijvoorbeeld omgevingsvergunningen voor het bouwen van masten of een ontheffing voor werkzaamheden die (tijdelijk) effect kunnen hebben op beschermde dieren of planten.

3.5

Stap 5 Projectbesluit en benodigde uitvoeringsbesluiten Het definitieve tracé voor de nieuwe 380 kV-hoogspanningsverbinding tussen Maasbracht en Eindhoven leggen de ministers vast in het projectbesluit. Het projectbesluit beschrijft ook de permanente en tijdelijke maatregelen die we moeten nemen om het project mogelijk te maken. Daarnaast bevat het projectbesluit maatregelen gericht op het ongedaan maken, beperken of compenseren van de nadelige gevolgen van het project. Denk bijvoorbeeld aan natuurcompensatie. Tegelijk met het ontwerp-projectbesluit (inclusief project MER) worden benodigde uitvoeringsbesluiten ter inzage gelegd. Op het ontwerp-projectbesluit en de uitvoeringsbesluiten kan iedereen een zienswijze indienen. Ook vraagt de minister van KGG onafhankelijk advies aan de Commissie mer. De zienswijzen en het advies van de Commissie mer betrekken de ministers bij het nemen van het definitieve projectbesluit. Het definitieve projectbesluit en de definitieve uitvoeringsbesluiten zijn besluiten waartegen beroep kan worden ingesteld bij de Raad van State.

3.6

Formele inspraakmomenten in de procedure Tijdens het hele project zijn we in gesprek met burgers, bedrijven en andere omgevingspartijen om besluiten en werkzaamheden voor te bereiden (zie hoofdstuk 4). Daarnaast zijn er vijf periodes waarin iedereen kan reageren door het indienen van een reactie, zienswijze of het instellen van een beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In de tabel op de volgende pagina zijn de besluiten en documenten opgenomen die ter inzage worden gelegd. Op verschillende manieren brengen we dit onder de aandacht (zie paragraaf 4.3). De besluiten en documenten zijn dan te vinden op een website van de Rijksoverheid (www.rvo.nl/netuitbreiding-maasbracht-eindhoven). In een periode van zes weken kan iedereen reageren. 14

1 2 3 4 5

Besluiten of documenten ter inzage

Reageren door

Kennisgeving Voornemen en Participatieplan (dit document) Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau

Reactie

Ontwerp-voorkeursbeslissing inclusief Integrale Effecten Analyse & plan-MER Ontwerp-projectbesluit inclusief project-MER en ontwerp-uitvoeringsbesluiten Definitief projectbesluit en uitvoeringsbesluiten

Zienswijze

Reactie

Zienswijze Beroep bij Raad van State (rechtszaak)

Een zienswijze is een formele reactie op een ontwerpbesluit dat ter inzage ligt. De ministers betrekken de zienswijzen bij het definitieve besluit. In een nota van antwoord bij het definitieve besluit worden de zienswijzen beantwoord. Een formele reactie op een ander document dat ter inzage ligt heet een reactie. Deze reacties worden beantwoord in een reactienota en betrokken bij het vervolg van de procedure. Zie paragraaf 4.5 voor meer informatie over planning van de beantwoording van de reacties op het V&P en cNRD. 3.7

Realisatie Nadat de ministers het projectbesluit definitief hebben vastgesteld en uitvoeringsvergunningen zijn verleend, start de realisatiefase. TenneT sluit contracten met aannemers en leveranciers. Samen met deze partijen bouwt TenneT de nieuwe bovengrondse 380 kV-hoogspanningsverbinding. TenneT sluit daarvoor zakelijk recht overeenkomsten af met grondeigenaren en grondgebruikers.

15

Deel 2 Participatieplan 4.

Participatieplan

4.1

Inleiding Iedereen die zich betrokken voelt bij dit project, moet de kans krijgen goed betrokken te worden op basis van tijdige en heldere informatie. Daarom nodigen wij burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen uit om mee te denken en ideeën aan te dragen, oftewel: te participeren. Dit Participatieplan is een uitleg van de wijze waarop we participatie organiseren. Dit document is door het ministerie van KGG en TenneT gemaakt in overleg en samenwerking met overheden in het zoekgebied: gemeenten, waterschappen en provincies. Het ministerie van KGG en TenneT leggen in dit Participatieplan uit hoe en wanneer de omgeving (bewoners, bedrijven, maatschappelijke organisatie en overheden) wordt betrokken in het proces van het maken van een plan voor dit project. We doen dat ten eerste door de omgeving zo goed mogelijk te informeren. Ten tweede geven we iedereen de kans om op belangrijke momenten mee te praten en te reageren op de plannen. In de rest van dit Participatieplan leggen we ten eerste uit waarom we participatie belangrijk vinden (paragraaf 4.2), daarna hoe we u zo goed mogelijk willen laten participeren in dit project (paragraaf 4.3) en daarna op welke manier u kunt participeren (paragraaf 4.4 en 4.5). We vinden het belangrijk dat iedereen kan aangeven hoe participatie in dit project eruit moet zien.

Daarom nodigen we bewoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen van harte uit om mee te denken. Dat kan door te reageren op dit Participatieplan. Deze reacties gebruiken we als input voor nieuwe versies van het Participatieplan. Taakverdeling Participatie en communicatie rondom de publicatie van documenten en besluiten in de projectprocedure voert het ministerie van KGG uit. Overige participatie en communicatie is de taak van TenneT. Om communicatie en participatie voor de omgeving zo goed mogelijk te laten verlopen hebben we een regionale communicatiewerkgroep. In deze werkgroep geven communicatieadviseurs van de provincies en gemeenten advies aan het ministerie van KGG en TenneT over communicatie naar de omgeving en informatievoorziening voor bewoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties.

4.2

Waarom participatie? De aanleg van een nieuwe bovengrondse 380 kV-hoogspanningsverbinding heeft grote invloed op de omgeving. Zowel tijdens de aanleg als wanneer de verbinding gebruikt wordt om elektriciteit te vervoeren. Het is daarom belangrijk om zorgvuldige beslissingen te nemen en goed rekening te houden met het belang van de omgeving van het project. De projectopzet en resultaten worden beter als de omgeving over de plannen mee kan denken. Daarmee kan beter rekening gehouden worden met het belang van bewoners, bedrijven en anderen in de buurt van het project. Door participatie gebruiken we kennis en creativiteit van de omgeving: samen weten we immers meer. We betrekken graag alle 16

personen en partijen van wie belangen beïnvloed kunnen worden door het project óf die belangrijk zijn voor de ruimtelijke inpassing en vergunningverlening van het project. 4.3

Uitgangspunten participatie We willen u zo goed mogelijk laten participeren in het project. Hieronder staat met welke uitgangspunten we dit willen doen. We gebruiken vier uitgangspunten voor participatie in dit project: 1.

We willen de belangen van de omgeving kennen en weten wat er speelt We doen moeite om inzicht te krijgen in ieders belangen, ideeën en plannen. We leggen daarom vroeg in het project contact met bewoners, bedrijven, grondeigenaren, maatschappelijke organisaties, waterschappen, provincies en gemeenten en vragen hun naar hun kennis en mening. Zo leren we belangen in het zoekgebied vroeg in het project kennen. Daardoor kennen we de belangrijkste problemen en kansen en kunnen we deze op tijd bespreken met de omgeving.

2.

We nemen iedereen zoveel als mogelijk mee, door transparant te zijn over keuzes en afwegingen en onderbouwen genomen keuzes en afwegingen We delen actief informatie over het project en het proces om te komen tot een tracé voor de hoogspanningsverbinding. We maken keuzes op basis van zorgvuldige afwegingen. We leggen uit hoe we tot deze afwegingen zijn gekomen en waarom we deze keuzes hebben gemaakt. We laten zien hoe we omgevingsbelangen hierin hebben betrokken en wat deze keuzes betekenen. Daarin maken we duidelijk wat wel en niet kan en waarom.

3.

We komen met een helder verhaal met een duidelijke rol en verantwoordelijkheid De ambitie van het ministerie van KGG en TenneT is dat het voor iedereen in de omgeving duidelijk is wie we zijn, wat we in dit project doen en waarom we dat doen. We zijn makkelijk bereikbaar en benaderbaar, zodat iedereen met vragen, zorgen en inbreng bij ons terecht kan. TenneT beantwoordt als initiatiefnemer inhoudelijke vragen over de hoogspanningsverbinding zelf. Het ministerie van KGG beantwoordt als bevoegd gezag vragen over de procedure en de besluitvorming van het project.

4.

We zorgen voor participatie die aansluit bij de fase in de procedure Participatie is maatwerk, omdat ieder project en iedere omgeving uniek is. De hoeveelheid en manier van participatie verschilt per fase in de procedure en per behoefte van de verschillende partijen in de omgeving. De rol en belangen van een gemeente zijn anders dan van die van een bewoner. We proberen daarom iedereen te laten participeren op een manier die bij haar/hem past. We houden rekening met voorkeuren van omgevingspartijen over de manier waarop, waarover en wanneer zij geïnformeerd willen worden.

Wie worden er betrokken Voor dit project werken we volgens de Omgevingswet. De Omgevingswet maakt verschil tussen vier categorieën omgevingspartijen: Burgers; inwoners van gemeenten in het zoekgebied. Bedrijven; bedrijven gevestigd in het zoekgebied of met een belangrijk aandeel in het zoekgebied. Maatschappelijke organisaties; organisaties die een maatschappelijk belang hebben. U kunt hier denken aan natuur- en milieuorganisaties die als doel hebben de natuur en leefomgeving te beschermen.

17

Bestuursorganen; bij het project zijn bestuursorganen betrokken op zowel landelijk niveau (bijvoorbeeld het ministerie), regionaal niveau (bijvoorbeeld provincie en waterschappen) als lokaal niveau (bijvoorbeeld gemeenten). In bijlage 1 is eerste inventarisatie opgenomen van te betrekken organisaties. -

Een aantal documenten (zoals dit Voornemen en Participatieplan) wordt ter inzage gelegd: iedereen kan dan de documenten lezen en erop reageren. Voorafgaand aan elke ter inzagelegging houden het ministerie van KGG en TenneT overleg met bestuursorganen in het zoekgebied. Na het ter inzage leggen van een document kan iedereen 6 weken lang reageren. Uiterlijk een week vóór afloop van de terinzagelegging organiseren we meerdere informatiebijeenkomsten (bijvoorbeeld informatieavonden of webinars). Deze zijn vooral bedoeld om burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties bij te praten over het project en om vragen te beantwoorden. Daarnaast kan iedereen tussendoor contact met ons opnemen om vragen te stellen of informatie te delen. We gaan dan zo goed mogelijk met u in gesprek. Zie hoofdstuk 5 voor meer informatie over deze informatiebijeenkomsten. 4.4

Communicatie Onze communicatie doen we volgens de volgende uitgangspunten: 1. Onze communicatie is duidelijk en begrijpelijk voor elke doelgroep. 2. We communiceren en informeren op verschillende manieren. Zo kan iedereen onze informatie op een voor zichzelf juiste manier tot zich nemen. Wie dat wil, kan met ons in gesprek gaan. 3. Daar waar het meerwaarde heeft beelden we informatie uit in plaatjes en filmpjes. 4. We communiceren op tijd en actief. We wachten niet tot vragen komen, maar delen informatie proactief en zo transparant mogelijk. 5. We zijn goed bereikbaar en reageren snel op vragen, verzoeken en klachten. 6. We gaan zorgvuldig om met persoonsgegevens, zoals namen en adressen. Dit betekent dat we ons uiteraard houden aan de privacywetgeving als we persoonsgegevens bewaren. We informeren de omgeving vanaf het begin van het project en doen dat via: •

•

Publicaties in media: − Publicatie van belangrijke besluiten in de Staatscourant. − Publicatie van belangrijke stappen in het project in diverse lokale en regionale media. − We maken als dat kan ook gebruik van communicatiemiddelen van derden, zoals gemeentepagina's in huis-aan-huisbladen en websites en social media van de gemeenten, provincies en belangenorganisaties zoals LTO (Land- en Tuinbouworganisatie) en natuur- en milieufederaties. Internet: − Op de website www.rvo.nl/netuitbreiding-maasbracht-eindhoven vindt u vanaf nu informatie over de procedure en het besluitvormingsproces. Ook vindt u hier documenten die gepubliceerd worden. Denk hierbij aan de (concept)-NRD, ontwerpbesluiten, milieueffectrapport, adviezen van de Commissie voor de milieueffectrapportage, updates van de participatieplannen etc. − Overige informatie over het project delen we via de website www.tennet.eu/netuitbreiding-maasbracht-eindhoven. Hier kunt u zich ook inschrijven voor de nieuwsberichtenservice. U ontvangt dan een e-mail wanneer een nieuw bericht is geplaatst. Zo blijft u op de hoogte van de laatste stand van zaken.

18

−

•

•

4.5

Op de TenneT-website www.tennet.eu/netuitbreiding-maasbracht-eindhoven staat een kaart met het zoekgebied waarop u kunt inzoomen. Dit noemen we de projectatlas. In de projectatlas kunt u reageren op het project, vragen stellen, zorgen of suggesties delen en reacties van anderen bekijken. − In animatiefilmpjes en overzichtsplaatjes op de TenneT-website geven we uitleg over de nieuwe hoogspanningsverbinding: wat houdt deze in, waarom is de nieuwe 380 kV-hoogspanningsverbinding nodig en hoe ziet de procedure eruit. Direct contact: − Omgevingspartijen met wie we al in contact zijn informeren we over stappen en voortgang van het project. Naarmate het project concreter wordt neemt het aantal partijen dat we in direct contact informeren toe, zoals grondeigenaren in de planuitwerkingsfase. − In paragraaf 5.2 is aangegeven hoe u contact op kunt nemen met TenneT of het ministerie van KGG met vragen of opmerkingen over het project. Informatiebijeenkomsten: − Tijdens elke belangrijke stap in het project en tijdens elke terinzagelegging, organiseren we één of meerdere informatiebijeenkomsten in de regio en/of webinars. U kunt hierbij denken aan een informatieavond in een gemeentehuis of buurthuis. Activiteiten voor participatie per stap in de projectprocedure De projectprocedure voor dit project bestaat uit een aantal stappen (zie hoofdstuk 3).

In elke stap vragen we iets anders van de omgeving. Daarom verschilt ook de participatie per stap een beetje. In deze paragraaf leest u over de activiteiten voor participatie bij stap 1 (kennisgeving Voornemen en Participatie) en 2 (verkenning van alternatieven). Per stap in de procedure wordt het Participatieplan bijgewerkt en waar nodig aangepast. Stap 1: Kennisgeving Voornemen en Participatieplan In deze stap maken het ministerie van KGG en TenneT aan de omgeving bekend dat we een verkenning willen uitvoeren naar een nieuwe 380 kV-hoogspanningsverbinding tussen Maasbracht en Eindhoven. Doel participatie in deze stap: Het doel van het project uitleggen en de uitgangspunten van het Voornemen en Participatieplan delen. Reacties en bijdragen van de omgeving op het Voornemen en Participatieplan verzamelen. Participatieactiviteiten Activiteit Werksessie Voornemen & Participatie

Toelichting Informatieve sessie over opgave en onderwerpen Voornemen en Participatie

Regio-overleggen en bestuurlijke overleggen

Ambtenaren en bestuurders geven reactie op het concept Voornemen & Participatieplan

Terinzagelegging Voornemen en Participatieplan

Mogelijkheid om te reageren op dit document en ideeën en oplossingen aan te dragen

19

Voor wie Betrokken provincies, gemeenten en waterschappen Betrokken provincies, gemeenten en waterschappen Iedereen

Datum Q2 2024 (afgerond)

Q2 en Q3 2024 (afgerond)

4 oktober tot en met 14 november 2024

Informatie-bijeenkomsten

Reactiebundel

Rond de ter inzagelegging van het Voornemen en Participatieplan organiseren we informatiebijeenkomsten. Doel van deze bijeenkomst is het toelichten van het Voornemen en Participatieplan, het project en vragen beantwoorden.

Iedereen

Verslag van reacties op het Voornemen en het Participatieplan.

Iedereen

17 oktober Digitaal 28 oktober Meijel 30 oktober Brachterbeek 31 oktober Heeze Q4 2024

Reacties op het Voornemen gebruiken we bij het schrijven van de concept-Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). Bij publicatie van de concept-NRD worden de antwoorden op de reacties gepubliceerd. Reacties op het Participatieplan wordt gebruikt om het participatieproces verder uit te werken.

Stap 2: Verkenning: (concept-)Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) In deze stap bepalen we onder andere de omvang en opzet van het onderzoek en welke verschillende tracés worden onderzocht (zie hoofdstuk 3). In deze fase hebben we te maken met een groot zoekgebied en veel partijen. In deze fase is nog veel onbekend en is de informatie over het project nog abstract en niet gedetailleerd. Daar passen we de participatie op aan. Doel participatie in deze stap: De omgeving actief laten bijdragen aan het bepalen van de omvang van het onderzoek en de verschillende mogelijke tracés van de verbinding. (Lokale) kennis ophalen en informatie verzamelen om te gebruiken voor de te maken keuzes over het tracé. Iedereen informeren over de opgave en het proces. Participatieactiviteiten Activiteit Regio-overleggen en bestuurlijke overleggen

Werksessies in het gebied

Toelichting Met ambtenaren en besturen bijpraten over conceptversies van belangrijke documenten en belangrijke stappen in de procedure Deze werksessies hebben als doel om informatie op te halen over: - aandachtspunten en belangen van partijen in het zoekgebied; - gebiedswaarden en nieuwe ontwikkelingen in het zoekgebied; - kansen en mogelijke problemen voor de aanleg van de hoogspannings-verbinding;

20

Voor wie Betrokken provincies, gemeenten en waterschappen

Datum Meerdere keren tijdens deze stap

Betrokken lokale en regionale overheden, regionale netbeheerders en overkoepelende belangengroepen (zie bijlage 1)

2025 t/m 2027

Persoonlijke gesprekken en presentaties

Terinzagelegging concept-NRD en bijgewerkt Participatieplan

Informatie-bijeenkomsten

Reactienota

- uitwerken van verschillende tracés; - behoefte voor participatie in de volgende stap van het project. Naast (individuele) gesprekken kan er ook behoefte zijn aan andere informatie. We bespreken samen wat de wensen zijn en kunnen dan bijvoorbeeld langskomen om een presentatie te geven. Iedereen kan reageren op tracéalternatieven die in de planMER onderzocht worden en op de manier van onderzoek (de reikwijdte en het detailniveau). Dit wordt vroeg en uitgebreid aangekondigd op meerdere manieren (zie ook paragraaf 4.4) Rond de ter inzagelegging van de concept-NRD organiseren we informatie-bijeenkomsten. Het doel van deze bijeenkomst is het toelichten van de concept-NRD en vragen beantwoorden. Dit is een verslag van alle reacties op de concept-NRD en het Participatieplan en van de antwoorden van het ministerie van KGG op elke reactie. De reacties op het concept-NRD worden gebruikt bij het maken van de definitieve NRD en indien nodig, bij latere besluiten in dit project.

Iedereen

Tijdens het gehele planproces, op afspraak

Iedereen

Q2 2025

Iedereen

Q2 2025

Iedereen

Q4 2025

Participatielogboek Alle participatie-activiteiten in dit project verzamelen we in een logboek. Hierin leest u welke activiteiten wanneer zijn geweest, wie hierbij aanwezig waren (personen geanonimiseerd) en wat de belangrijkste onderwerpen van de activiteit waren. Het participatielogboek voegen we toe aan de besluiten die ter inzage worden gelegd. 4.6

Het vervolg: voor elke stap een bijgewerkt Participatieplan De reacties op dit Participatieplan worden gebruikt ter input voor de eerstvolgende versie van het Participatieplan. Dit wordt gebruikt voor de participatie rondom het maken van de NRD. Hierna wordt het Participatieplan nog twee keer bijgewerkt: 1. Bij de bekendmaking van de NRD, over de participatie rond de plan-MER (stap 3): het onderzoek naar de verschillende tracés. 2. Bij de bekendmaking van de Voorkeursbeslissing. Het Participatieplan gaat dan over de participatie in de planuitwerking tot het projectbesluit (stap 4 en 5): de uitwerking in detail van het gekozen tracé.

21

5. Denk mee, we zien uw reactie graag tegemoet In hoofdstuk 2 tot en met 4 zijn het Voornemen en het Participatieplan toegelicht. We horen graag wat u vindt van het Voornemen en het Participatieplan. 5.1

Waarover kunt u meedenken?

Het is mogelijk om te reageren op alle onderdelen van het Voornemen en Participatieplan. Wij - TenneT en het ministerie van Klimaat en Groene Groei hebben een aantal specifieke vragen aan de lezer: Over het project en de procedure (hoofdstuk 2 en 3): Welke andere oplossingen dan de tracéalternatieven die genoemd in paragraaf 2.6 ziet u? De aangedragen tracéalternatieven moeten voldoen aan de uitgangspunten in paragraaf 2.4 staan. Over het participatieplan (hoofdstuk 4): Wat vindt u van de wijze waarop u wordt betrokken bij het proces? Van 4 oktober tot en met 14 november 2024 kunt u een reactie indienen. Informatie over hoe u een reactie in kunt dienen vindt u in deze periode op de website van Bureau Energieprojecten: www.rvo.nl/netuitbreiding-maasbracht-eindhoven 5.2

Wat gebeurt er met uw inbreng? Alle ideeën en oplossingen worden door het projectteam van het ministerie van KGG en TenneT geïnventariseerd en beoordeeld op basis van de uitgangspunten die beschreven staan in het Voornemen (paragraaf 2.4). De reacties betrekken we bij het opstellen van het volgende participatieplan en de Notitie Reikwijdte en Detailniveau. Alle reacties worden anoniem gebundeld en beantwoord in een Reactienota. Deze Reactienota wordt samen met de concept-NRD gepubliceerd. Iedereen die een reactie heeft ingediend, ontvangt een brief om de publicatie van de Reactienota aan te kondigen.

5.3

Informatieavonden en contactgegevens Medewerkers van TenneT en het ministerie van KGG gaan graag met u in gesprek over het Voornemen en Participatieplan. U kunt langskomen op één van de inloopbijeenkomsten tussen 19.00 en 21.00 uur op 28 oktober (Meijel, d’n Binger), 30 oktober (Brachterbeek, Baekerhoes) en 31 oktober (Heeze, ’t Perron). U kunt ook deelnemen aan het webinar op 17 oktober om 19.30 uur of deze later terugkijken. Meer informatie over deze momenten vindt u op www.rvo.nl/netuitbreiding-maasbracht-eindhoven. Voor informatie over de inhoud en participatie van het project: • TenneT • 0800 – 83 66 388 • www.tennet.eu/netuitbreiding-maasbracht-eindhoven • Omgevingsmanager: Maarten Merks • email: maasbrachteindhoven@tennet.eu Voor informatie over de procedure, documenten en participatie van het project: • Bureau Energieprojecten • 070 - 379 89 79 • www.rvo.nl/netuitbreiding-maasbracht-eindhoven • Ministerie van KGG: Luuk van Dijk en Willem Cijsouw • email: bureauenergieprojecten@minezk.nl 22

Bijlagen Bijlage 1: Overzicht te betrekken organisaties Onderstaande lijst bevat een eerste inventarisatie en is zeker niet volledig. Mocht u aanvullingen hebben, dan kunt u deze mailen naar maasbrachteindhoven@tennet.eu of inbrengen als reactie op dit document. Dorpsraden / burgerinitiatieven /stichtingen Buurtschap Brachterbeek De Henri van Abbe Stichting Eindhoven Stichting Wederopbouw Erfgoed Eindhoven Stichting Trefpunt Groen Eindhoven Stichting Beter Eindhoven Dorpsoverleg Lierop Dorps coöperatie Lierop Leeft Dorpsraad Someren-Eind Dorpsoverleg Someren-Heide Wijkraad Someren-Noord Wijkraad Waterdael Wijkraad Eeneind

Business Club Strictly Business Eindhoven LWV Limburgse Werkgevers Vereniging MKB Limburg Ondernemersvereniging OCN (Nuenen) Libema GGDDe Limburgse Werkgevers Vere Private energiesector Eigenaren/ beheerders kabels en leidingen RWE Clauscentrale Overheden Gemeente Eindhoven Gemeente Helmond Gemeente Cranendonck Gemeente Someren Gemeente Nuenen Gemeente Waalre Gemeente Valkenswaard Gemeente Deurne Gemeente Asten Gemeente Geldrop-Mierlo Gemeente Heeze-Leende Gemeente Nederweert Gemeente Peel en Maas Gemeente Maasgouw Gemeente Leudal Gemeente Weert Gemeente Roermond Provincie Noord-Brabant Provincie Limburg Waterschap Aa en Maas Waterschap De Dommel Waterschap Limburg GGD Brabant Zuid-Oost / Noord Limburg Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant Omgevingsdienst RUD Limburg-Noord Rijkswaterstaat Zuid Nederland (RWS) Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) Veiligheidsregio Noord Limburg Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost Ministerie van Defensie (Laagvlieggebieden) Metropool regio Eindhoven

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=122c1a55-c270-419b-bf47-3335f38458af