D-02 Bijlage 1 - 2.0 Definitief Uitvoeringsprogramma wonen welzijn en zorg 2025 -2030 - gemeente Asten
Tekst van het document
Een belangrijk verschil tussen de aanpak van Companen en ABF is dat Companen ervan uitgaat dat niet alle ouderen met een Wlz-indicatie (zullen) wonen in een woonzorgcentrum of in een ‘zorggeschikte woning’.
8 De landelijke prognose vanuit het Rijk is opgesteld door ABF. De opgave nultreden en geclusterde
woningen is gebaseerd op de Primos-module Wonen met Zorg. De opgave voor het aantal zorggeschikte woningen is bepaald door het RIVM. 743.101/G | Uitvoeringsprogramma wonen, welzijn en zorg
32
-
In lijn met de gesprekken die hierover zijn gevoerd met zorgaanbieders en zorgkantoor, wordt er in de prognose van uitgegaan dat ca 1/8 van de ouderen met een Wlz-indicatie nu én in de toekomst woont in een reguliere woning, en ca 1/8 in een geclusterde woonvorm die niet specifiek is bedoeld voor Wlz-cliënten. De inschatting van Companen van de behoefte aan zorggeschikte woningen komt daardoor vaker lager uit dan die van ABF. Een ander verschil is dat Companen ervan uitgaat dat een deel van de mensen met een Wlz-indicatie samenwoont met een partner die ook een Wlz-indicatie heeft. Wij rekenen dus ook binnen de categorie ‘zorggeschikte woningen’ met een gemiddelde huishoudensgrootte die groter is dan 1 (tussen de 1 en 1,10).
Geclusterd wonen voor senioren Companen heeft een prognose voor geclusterd wonen gemaakt op basis van de woonsituatie van ouderen met een bepaalde zorgvraag (‘vitaliteitstrede’) en de bevolkings- en huishoudensprognose. Het is niet bekend welke aannames ABF heeft gebruikt om te komen tot een prognose voor de vraag naar geclusterd wonen voor ouderen. Wel is bekend dat ook hier het uitgangspunt is geweest om de landelijke inschatting (80.000 toe te voegen geclusterde woningen tot en met 2030) te verdelen over alle gemeenten in Nederland.
-
-
een vraag naar nultredenwoningen. Dat laatste getal hebben we vergeleken met de uitbreidingsopgave zoals ABF die schetst. Het is niet bekend welke aannames ABF heeft gebruikt om te komen tot de opgave voor nultredenwoningen. Wel is bekend dat ook hier het uitgangspunt is geweest om de landelijke inschatting (170.000 toe te voegen nultredenwoningen tot en met 2030) te verdelen over alle gemeenten in Nederland. We kunnen niet achterhalen waar de soms grote verschillen tussen onze berekening en die van ABF voor de categorie nultredenwoningen vandaan komen. Van de huidige voorraad ‘geschikte woningen’ of nultredenwoningen wordt een groot deel bewoond door mensen zonder mobiliteitsbeperkingen. Dat zal ook in de toekomst zo zijn. Het is daarom verstandig om meer nultredenwoningen toe te voegen dan strikt noodzakelijk voor de groep met een mobiliteitsbeperking.
Nultredenwoningen Companen baseert zich bij de inschatting van de vraag naar nultredenwoningen op een raming van de omvang van de groep ouderen met ADLbeperkingen. Die raming is gebaseerd op de huidige situatie, die is gecombineerd met de demografische prognose. De totale vraag naar ‘geschikte’ woningen zoals die volgt uit deze berekening valt uiteen in een vraag naar geschikte woningen binnen geclusterd wonen voor ouderen en
743.101/G | Uitvoeringsprogramma wonen, welzijn en zorg
33
Bijlage 6: Woningbehoefte ouderenwoningen naar kern Woonvormen voor ouderen en zorgvragers (2024 - 2040)
Woningbehoefte - 2025
- 2030 (Lokaal)
- 2030
- 2040
Nultreden
Geclusterd
Zorggeschikt
90
85
(Extra ambitie) 500-800
Woonvormen voor ouderen en zorgvragers9 Asten
120-130
[+25]
120-130
65-85 [+25]
Heusden
20-25
20-25
15-25
10
15
Ommel
10-15
10-15
10-20
10
0
160
+110 [+25]
110
100
160
[+25]
9 De verdeling naar kernen is bepaald op basis van de huishoudensprognose van huishoudens boven
de 65 jaar en alleenstaande huishoudens van 75 jaar en ouder. 743.101/G | Uitvoeringsprogramma wonen, welzijn en zorg
34
Bijlage 7: Afwegingskader woonzorginitiatieven Aanleiding Huisvestingsinitiatieven voor wonen met zorg gaan we toetsen aan de huidige en toekomstige behoefte. Dit is noodzakelijk om de initiatieven die de gemeentelijke organisatie bereiken te kunnen beoordelen op wenselijkheid en de mogelijke inzet van de gemeente. De verwachting is dat de markt gaat anticiperen op de ontwikkelingen om langer thuis te wonen, wat resulteert in diverse woonzorg-aanvragen die de gemeente ontvangt van zorgaanbieders, ontwikkelaars en/of particuliere initiatieven. Dit kan gaan om een verzoek om een bestaande woonvoorziening in te zetten als woonzorgaanbod, leegstaand vastgoed te transformeren naar een wonen/zorgaccommodatie of een vraag naar een geschikte locatie voor een wonen/zorgaccommodatie. De gemeente Asten heeft behoefte aan objectieve, heldere en uitlegbare criteria om initiatieven die gericht zijn op het realiseren/ontwikkelen van woonzorginitiatieven te kunnen beoordelen 10. Dit afwegingskader is bedoeld om daarin te voorzien. Uit de behoefteanalyse in het Uitvoeringsprogramma Wonen, Welzijn en Zorg van de gemeente Asten blijkt dat er voor verschillende doelgroepen behoefte is aan extra woonzorgaanbod en zelfstandige woningen. Door middel van dit afwegingskader worden initiatieven niet alleen gespiegeld aan het bestemmingsplan, maar ook aan de behoefte zoals die blijkt uit de
analyses en aan de vraag in hoeverre zij bijdragen aan het verwezenlijken van de doelstellingen. Vooraf maken we twee belangrijke opmerkingen bij (de toepassing van) dit afwegingskader: 1. Een zekere flexibiliteit in de toepassing is noodzakelijk. De praktijk is vaak complex en kan vragen om maatwerk. Wanneer een initiatief niet direct voldoet aan de basisprincipes, moet er ruimte zijn voor een open gesprek over hoe het initiatief alsnog in lijn kan worden gebracht met deze principes. 2. Regionale afstemming over dit afwegingskader kan van belang zijn om te bewerkstelligen dat collega-gemeenten dezelfde soort criteria gebruiken. Dat is met name belangrijk voor initiatieven die doelgroepen betreffen die niet specifiek aan Asten zijn gebonden en waarvoor regionale oplossingen gevonden moeten worden.
Toepassing van dit afwegingskader Doel Het afwegingskader fungeert als een beoordelingsinstrument van nieuwe initiatieven op het gebied van wonen met zorg en/of ondersteuning. Dit afwegingskader kan daarnaast gebruikt worden als handvat om beter het ambtelijk gesprek te voeren in de verschillende fases van ontwikkeling van een woonzorginitiatief. Dit afwegingskader is bedoeld om, naast een kwantitatieve toets (voorziet het initiatief in de behoefte) ook een kwalitatieve toets te kunnen uitvoeren. Het afwegingskader biedt hierbij een transparante
10 Dit afwegingskader is van toepassing op nieuwe initiatieven die zijn ingediend na de vaststelling
van dit document. Voor harde plannen blijven de bestaande afspraken van kracht. 743.101/G | Uitvoeringsprogramma wonen, welzijn en zorg
35
werkwijze. Daardoor kunnen initiatiefnemers snel worden geïnformeerd over het Bij zachte plannen waarvoor al afspraken zijn gemaakt, blijven deze gelden met een overgangstermijn van drie jaar.
resultaat van de beoordeling. Of – bij voorkeur – bij indiening van hun plan al rekening houden met deze gemeentelijke toets, zodat het een meer proactieve werking heeft. De stappen en criteria in het hoofdstuk ‘Toetsingscriteria’ worden gebruikt als handvat in de totstandkoming van het ambtelijk advies over de aanvraag of uitbreiding van een initiatief. Het ondersteunt de beoordelaar bij het onderbouwen en formuleren van het advies. Het afwegingskader heeft als doel om de juiste afwegingen te maken. Het uiteindelijke doel is dat inwoners langer, veilig zelfstandig wonen. Het afwegingskader heeft geen wettelijke, juridische status met betrekking tot het traject rond de wet- en regelgeving voor bestemmingsplannen, vergunning en handhaving, en in de omgevingswet.
Positie van dit afwegingskader De gemeente Asten gebruikt het afwegingskader als een hulpmiddel bij de advisering over een initiatief vanuit het perspectief van de gezichtspunten van de verschillende gemeentelijke beleidsafdelingen. Niet alleen vanuit het perspectief van het sociaal domein en wonen, maar ook breder, zoals bijvoorbeeld de ruimtelijke ordening. Het afwegingskader kan op verschillende momenten in de (her)ontwikkeling van bestaande of nieuwe gebieden worden ingezet. Dan kan aan de voorkant van de herontwikkeling het afwegingskader ondersteunen op het moment dat zorgaanbieders/initiatiefnemers in beeld komen.
Overzicht stappen van het afwegingskader Bij het beoordelen van initiatieven die zijn gericht op mensen met een zorg- of ondersteuningsvraag doorloopt de gemeente Asten de volgende stappen:
Voorwaarde Voorwaarde voor toepassing van het afwegingskader is het monitoren van de huisvestingsopgave voor de verschillende doelgroepen, zodat de toepassing van het kader mee-ontwikkelt met de resterende opgave op het gebied van huisvesting van mensen met een zorgvraag.
Resultaat Op basis van dit afwegingskader wordt een ambtelijk advies over het initiatief opgesteld. De mogelijke eindresultaten na het doorlopen van het afwegingskader zijn: 1. Een positief advies 2. Een positief advies onder voorwaarden 3. Een negatief advies 743.101/G | Uitvoeringsprogramma wonen, welzijn en zorg
36
743.101/G | Uitvoeringsprogramma wonen, welzijn en zorg
37
Toetsingscriteria Stap 1: Toets aan kaders Er wordt getoetst op de volgende kaders: • • • • •
Programma Wonen Uitvoeringsprogramma Wonen, Welzijn en Zorg Omgevingsvisie Asten Omgevingsplan Asten Regionale afspraken over woningbouw voor aandachtsgroepen
Getoetst wordt of het initiatief aansluit bij de gemeentelijke uitgangspunten op het gebied van wonen, welzijn en zorg. Resultaat van de toets Positief: Past het initiatief binnen de beleidskaders, dan wordt stap 2 getoetst. Negatief: Past het initiatief niet binnen de beleidskaders? Dan wordt negatief geadviseerd ten aanzien van het initiatief. Aan de indiener wordt aangegeven waarom negatief wordt geadviseerd. De indiener wordt de gelegenheid geboden een aangepast plan in te dienen. Door middel van overleg met de initiatiefnemer wordt geprobeerd het initiatief om te buigen naar een initiatief dat wel kan bijdragen aan de gemeentelijke behoeften.
Stap 2: Behoeftetoets Met deze stap toetst de gemeente in hoeverre een initiatief bijdraagt aan de realisatie van de ambities. In welke mate draagt het initiatief bij aan de behoefte aan woonzorgwoningen/plekken in de gemeente? De minimale opgave is beschreven in het Uitvoeringsprogramma Wonen, Welzijn en Zorg.
743.101/G | Uitvoeringsprogramma wonen, welzijn en zorg
Kwantitatieve behoefte Het betreft de toets op hoe het initiatief bijdraagt aan de kwantitatieve behoefte aan woningen voor een specifieke doelgroep op een specifieke plek, nu en in de toekomst. Waarom deze doelgroep? Waarom hier? Hoe ontwikkelt de kwantitatieve behoefte zich en hoe speelt dit initiatief hierop in? • Kwantiteit algemeen: Hoeveel woningen of plekken worden gerealiseerd in dit plan? • Kwantitatieve behoefte in de gemeente: Is er binnen de gemeente een tekort aan woningen voor de doelgroep waar het initiatief zich op richt? • Kwantitatieve behoefte in specifieke kern: Is er in deze kern een groot verschil tussen vraag en aanbod voor deze doelgroep (en dus behoefte aan een dergelijk initiatief)? Kwalitatieve behoefte Het betreft de toets op hoe het initiatief bijdraagt aan de kwalitatieve behoefte van zorgdoelgroepen in Asten. • Kwaliteit algemeen: Wat voor soort woningen worden er gerealiseerd in dit plan? (Intramurale plekken, geschikt maken bestaande woningen, geclusterde woonvormen, en dergelijke). Diversiteit Het betreft de toets op hoe het initiatief bijdraagt aan het vergroten van de diversiteit van het woningaanbod in de gemeente en kernen.
• Biedt het initiatief iets wat er nog niet (of onvoldoende) is in Asten? (denk aan variatie in prijsklasse, doelgroepen, woonconcept) • Biedt het initiatief iets wat er nog niet (of onvoldoende) is in deze kern? (denk aan variatie in prijsklasse, doelgroepen, woonconcept)
38
Urgentie doelgroep (Aandachtsgroepen) Het betreft de toets op hoe het initiatief voorziet in het oplossen van een acuut probleem. • Op welke doelgroep(en) richt het initiatief zich? • Wat is de woonbehoefte van de aandachtsgroep? Is er binnen deze doelgroep sprake van een langdurig tekort aan aanbod? • Valt de doelgroep onder de verplichte urgentiecategorieën in de huisvestingsverordening? Urgentie realisatie Het betreft de toets op de snelheid waarmee het initiatief gerealiseerd kan worden. •
Kan dit plan snel gerealiseerd worden?
Resultaat van de toets Positief: Past het initiatief binnen de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte aan woonvoorzieningen, dan wordt stap 3 getoetst. Negatief: Past het initiatief niet bij de behoeften die er binnen de gemeente zijn? Dan wordt negatief geadviseerd ten aanzien van het initiatief. Aan de indiener wordt aangegeven waarom het advies negatief is. De indiener wordt de gelegenheid geboden een aangepast plan in te dienen. Door middel van overleg met de initiatiefnemer wordt geprobeerd het initiatief om te buigen naar een initiatief dat wel kan bijdragen aan de gemeentelijke behoeften.
Stap 3: Kwalitatieve toets In deze stap wordt de vraag beantwoord in hoeverre het initiatief bijdraagt aan de doelen en ambities uit het Uitvoeringsprogramma Wonen, Welzijn en Zorg. Het gaat om de toetsing aan concrete criteria. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar de kwaliteit van de woningen. Maar ook naar de (nabijheid van) zorg, voorzieningen, de buitenruimte en de omgeving. 743.101/G | Uitvoeringsprogramma wonen, welzijn en zorg
Welzijn / ontmoeten / omzien naar elkaar Het betreft de toets op hoe het initiatief bijdraagt aan het bevorderen van ontmoeten en omzien naar elkaar: tussen de toekomstige bewoners onderling en met de (directe) omgeving. • Bevordert het initiatief het ontmoeten en omzien naar elkaar van bewoners onderling? Bijvoorbeeld: o Is er een ontmoetingsruimte voor bewoners? o Nodigt het ontwerp van het gebouw en de omgeving uit tot ontmoeten en omzien naar elkaar? o Kiezen bewoners er bewust voor om te willen omzien naar elkaar op het moment dat ze er komen wonen (wederkerigheid)? • Bevordert het initiatief het ontmoeten en omzien naar elkaar tussen de bewoners en bewoners van de omliggende wijk? Bijvoorbeeld: o Worden bewoners uit de wijk actief benaderd om te participeren in activiteiten (als deelnemer of vrijwilliger)? o Wordt gedacht vanuit het principe van wederkerigheid met de wijk (iedere bewoner heeft iemand anders ook iets te geven)? o Is de eventuele ontmoetingsruimte ook bedoeld voor mensen uit de buurt? o Is de eventuele tuin openbaar toegankelijk of gesloten? o Wordt er dagbesteding en/of logeeropvang geboden voor mensen in de wijk? o Heeft het woonzorginitiatief een andere buurtfunctie? Of kunnen ruimten gezamenlijk gebruikt worden?
39
Toegankelijkheid van de woningen Het betreft de toets op hoe de mate van toegankelijkheid van de woningen aansluit bij de behoeften van de doelgroep van het initiatief. • Voldoet het ontwerp aan het basisniveau van toegankelijkheid, zodat het eventueel ook inzetbaar is voor andere doelgroepen? Hanteer hiervoor Woonkeur module 1. • Voldoet het ontwerp aan de toegankelijkheidsbehoefte van de doelgroep? Gebruik - afhankelijk van de doelgroep - de passende modules van Woonkeur (1-5). o Hiervoor wordt getoetst of is nagedacht over: − deurbreedte en drempelloosheid; − toegankelijkheid vanuit buiten; bewoner moet zonder treden binnen kunnen komen; −
Geschiktheid locatie en omgeving Het betreft de toets op in hoeverre de locatie en ligging passend is voor het huisvesten van de doelgroep van het initiatief. Zie de ‘Kaart met type locaties’ in de bijlage. •
Ligging ten opzichte van voorzieningen: Wat is de afstand tot voorzieningen? o Beoordeel positief wanneer maatschappelijke en (para)medische voorzieningen zich binnen een afstand van 500 meter van de entree van het initiatief bevinden. o Een groter aantal voorzieningen binnen een afstand van 500 meter zorgt voor een positiever advies. o Denk bij de toets aan voorzieningen aan:
voldoende ruimte voor draaicirkel rollator/rolstoel; schuifdeur in plaats van draaideur, ‘steunpunten’ in de algemene ruimte/gangen (looproute);
− −
voldoende liften in verband met brandveiligheid; berging groot genoeg voor scootmobiel (met oplaadmogelijkheid)/driewielfiets;
−
parkeergelegenheid in nabije omgeving (voor meer informatie verwijzen we naar ons parkeerbeleid);
− −
ruimte om voor de deur bewoner af te zetten (in- en uitstapplek); bestrating in directe omgeving (geen gladde tegels, geen grind etc.);
−
aanpasbaar bouwen vraagt ook: geen leidingen in muur in badkamer die weggehaald moet kunnen worden in verband met draaicirkel rolstoel, stevige muur in verband met later bevestigen beugels/douchestoel, etc.
743.101/G | Uitvoeringsprogramma wonen, welzijn en zorg
o
−
ontmoetingsruimte;
−
supermarkt;
−
huisarts;
−
openbaar vervoer;
−
paramedische voorzieningen (fysio, ergotherapeut);
−
apotheek;
−
kerk;
− ligging in de omgeving: Past de omgeving van de locatie bij de doelgroep van het initiatief? Het is positief wanneer de volgende omgevingskenmerken aanwezig zijn: −
de aanwezigheid/nabijheid van groen of een park;
−
de omgeving nodigt uit om een ommetje te maken;
−
is de locatie geschikt voor de doelgroep, wanneer gekeken wordt naar de hoeveelheid ‘prikkels’ in de omgeving?
40
o
o
− is de locatie geschikt voor de doelgroep, wanneer gekeken wordt naar de afstand tot de voor de doelgroep meest relevante voorzieningen? Is er nagedacht over eventuele risico’s voor de wijk/buurt/kern door het huisvesten van deze doelgroep? Hoe gaat de initiatiefnemer hiermee om? Is de locatie geschikt voor de doelgroep/geschikt te maken voor de doelgroep, wanneer gekeken wordt naar toegankelijkheid van de openbare ruimte? Zijn hier aanpassingen voor nodig? Zo ja: is het haalbaar en wenselijk voor de gemeente om deze aanpassingen te realiseren (onder andere in verband met benodigde budgetten)? Bijvoorbeeld: oversteekplekken, instelling stoplichten, vluchtheuvels, hoogte stoepen, etc.
Organisatie van de zorg Het betreft de toets op hoe de organisatie van zorg en ondersteuning in het initiatief vorm krijgt. • Past de zorg en ondersteuning bij de doelgroep van het initiatief? Mogelijke vragen zijn: o Is er een zorgpartij verbonden aan het initiatief en is deze gecontracteerd (professionele zorg voor ADL 11 -zorg, begeleiding en medische zorg)?
11 Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen, zoals traplopen of uit bed komen.
Pakket Thuis. Verstrekkingsvorm Zorg in Natura: een totale verstrekking die thuis geleverd kan worden.
o
Wordt in het initiatief een verbinding gemaakt tussen formele en informele zorg (bijvoorbeeld ten behoeve van ADL-zorg)? Ontvangt men zorg tijdelijk of permanent?
Positieve gezondheid Het betreft de toets op of en op welke manier de bijdrage van het initiatief aan positieve gezondheid in het plan is beschreven. • Wordt binnen het initiatief de positieve gezondheidsbenadering toegepast? o wordt de eigen kracht van de bewoners, hun netwerk en informele zorg gestimuleerd? o is in het ontwerp van het gebouw aandacht voor een ‘herstelgerichte omgeving16’? Op welke manier? o is in het ontwerp van de buitenruimte aandacht voor een ‘herstelgerichte omgeving’? Op welke manier? Eindresultaat toets na doorlopen 3 stappen: De mogelijke eindresultaten na het doorlopen van het afwegingskader zijn: • • •
Een positief advies Een positief advies onder voorwaarden Een negatief advies
14 Modulair Pakket Thuis. Verstrekkingsvorm Zorg in Natura: een deelverstrekking die kan worden
gecombineerd met het PGB. 15 Persoonsgebonden budget. Een verstrekkingsvorm in de Wet langdurige zorg en Wmo waarbij de
16
743.101/G | Uitvoeringsprogramma wonen, welzijn en zorg
Bij Wlz 12 -zorg: zijn er afspraken met zorgkantoor? o Bij VPT13/MPT14/pgb15: is er een huisarts betrokken bij het initiatief? Is er nagedacht over de organisatie van zorg in de nachtelijke uren?
o
12 Wet langdurige zorg. 13 Volledig
o
cliënt of diens vertegenwoordiger het budget beheert. Een omgeving die gericht is op het stimuleren van meedoen en dagelijks functioneren. 41
743.101/G | Uitvoeringsprogramma wonen, welzijn en zorg
42
Kaart met type locaties 1.
Gele zone = Centrumgebied Asten (= zelfde gebied als programma centrumgebied Asten )
2. Groene cirkel: nabij het centrum (circa 700 meter) 3. Overige woongebieden Asten (binnen de bebouwde ko m) * 4. Woongebied Heusden (binnen de bebouwde kom) * 5. Woongebied Ommel (binnen de bebouwde kom) * 6. (Transformatie) Buitengebied gemeente Asten. *= inclusief (mogelijke) nieuwe woongebieden )
743.101/G | Uitvoeringsprogramma wonen, welzijn en zorg
43