BUAZC23.09.04A CV Wijziging van artikel 36a van de GR BSOB
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL BIJ ZAAKNUMMER: 2023057454 AGENDANUMMER: 04 Commissie Burgers en Algemene Zaken en Control op 14 september 2023 Onderwerp: Wijziging van artikel 36a van de Gemeenschappelijke Regeling BSOB
Bijlage(n): Vergadering van: -3-
26 september 2023
Agendanummer:
p.h.:
23.09.xx
de raad van de gemeente Asten Samenvatting In de Kadernota’s heeft BSOB herhaaldelijk aangegeven dat binnen het werkgebied OostBrabant gericht gestuurd kan worden om verder te groeien in het aantal deelnemers. Groei is voor het bestuur geen doel op zich, maar kan bijdragen aan het vergroten van (kosten) efficiency en aantrekkelijk werkgeverschap (meer doorgroei mogelijkheden). BSOB heeft dit in een sessie met het algemeen bestuur eind 2022 nogmaals bevestigd. Ook vindt met een aantal deelnemers een verkenning plaats om meer gezamenlijke nieuwe taken uit te voeren. Er is met het algemeen bestuur afgesproken dat het maximale gebied waarbinnen gemeentes kunnen toetreden, het werkgebied van de twee waterschappen Aa en Maas en de Dommel is. BSOB is van mening dat bestuurlijke verkenning en promotie essentieel is. Zodoende kan de missie van de gemeenschappelijke regeling langdurig en duurzaam worden voortgezet. In het licht van deze verkenning wordt onderzocht of een uitbreiding van taken voor BSOB door werkzaamheden voor derden middels een DienstVerleningsOvereenkomst (hierna: DVO) al dan niet in tijdelijke vorm, uitkomst kan bieden. Hiervoor is aanpassing van onze GR (Gemeenschappelijke Regeling) noodzakelijk. Aanpassing c.q.
aanvulling van de Gemeenschappelijke Regeling BSOB voor het scheppen van de mogelijkheid voor BSOB om dienstverlening aan te bieden aan nieuwe gemeenten en/of waterschappen zonder dat de gemeente of het waterschap direct toetreedt tot de GR is een belangrijk doel voor de korte termijn. Een heel belangrijke reden dat we deze aanpassing nu willen doorvoeren heeft te maken met het gegeven dat de DVO met mogelijke potentiële nieuwe deelnemer(s) voor BSOB van een groot strategisch belang is. De voorgenomen aanpassing van de GR bestaat uit; • De bestaande mogelijkheid om werkzaamheden voor andere overheden middels een DVO voor een periode van twee jaar (artikel 36a) te verlengen met 2 jaar tot een periode van maximaal 4 jaar. • Binnen deze periode zal de organisatie waarvoor deze DVO wordt uitgevoerd moeten besluiten om definitief aan te sluiten of de DVO wordt automatisch beëindigd na deze periode van 4 jaar, zonder mogelijkheid tot verlenging.
LM
Beslispunten 1. In te stemmen met de voorgestelde wijziging van artikel 36a van de Gemeenschappelijke Regeling BSOB. 2. Hierover geen zienswijze aan te bieden aan de BSOB. Inleiding DVO-dienstverlening BSOB kan op dit moment, conform de geldende GR BSOB, aan gemeenten en waterschappen een zekere dienstverlening bieden op het vlak van WOZ- en Belastingprocessen. In beginsel is het uitgangspunt daarbij dat de gemeente of het waterschap direct toetreedt tot de GR BSOB. Toetreden tot een GR is een grote stap voor een deelnemer die niet voor een paar jaar wordt genomen. In de vergadering met het algemeen bestuur van december 2022 is reeds aangegeven dat verdere verkenning met betrekking tot uitbreiding met nieuwe deelnemers gebaseerd op de wederzijdse voordelen voor zowel de bestaande als de beoogde deelnemers verder moet worden doorgezet. Het verzoek met betrekking tot de DVO-dienstverlening zorgt voor een breder en meer flexibele basis voor BSOB waar het gaat om het bedienen van lokale overheden bij ondersteuningsvraagstukken, waarbij de betrokken lokale overheid nog niet (direct) zal toetreden tot de GR BSOB. Wat willen we bereiken In geval van toetreding tot een GR is er sprake van ‘overgang van onderneming’ waarbij de medewerker(s) van de toetreder - op basis van het principe ‘mens volgt werk’ overgaat/overgaan naar BSOB met recht op een dienstverband.
Het financiële voordeel dat naast kwaliteitsverhoging de uitkomst moet zijn voor de potentiële toetreder en de bestaande deelnemers van BSOB is alleen te behalen als de kwantiteit van het aantal werknemers bij de potentiële toetreder sterk verminderd wordt indien de uitvoering door BSOB geschied. Dat is voor BSOB geen gewenste situatie. Daarbij is voor gemeenten en waterschappen de stap van rechtstreekse toetreding tot een GR soms te groot vanuit het toekomstperspectief van de gemeente of het waterschap, de wens tot behoud van identiteit en zelfstandigheid, of sluit de ‘standaard’ dienstverlening van BSOB niet (helemaal) aan bij de wensen (meer, minder of gesegmenteerd). BSOB wil daarom (ook) op basis van een dienstverleningsovereenkomst (DVO) tijdelijk dienstverlening kunnen aanbieden aan gemeenten en waterschappen op het vlak van WOZ en Belastingen. Dan is het ook mogelijk om delen van het totaal aan te bieden, een korter durende overeenkomst aan te gaan en maatwerk te leveren. En daarmee ook het benodigde wederzijdse vertrouwen te winnen voor een latere toetreding binnen onze GR. Wat gaan we daarvoor doen Naast toetreding tot de Gemeenschappelijke Regeling kunnen reeds vanuit de huidige GR, artikel 36A, daarnaast ook werkzaamheden aan andere overheden uitgevoerd worden, met een maximale duur van 2 jaar.
Door de DVO-vorm van aanbieden van dienstverlening toe te laten en te borgen in de GR BSOB, wordt een betere formele basis voor deze dienstverleningsvorm gecreëerd. BSOB kan dit nu immers wel al op kleine(re) schaal aanbieden. Daarom is het voorstel om artikel 36a aan te passen en de duur te verlengen naar 4 jaar. In het voorstel wordt wel opgenomen dat binnen een periode van 4 jaar de deelnemer die gebruikt maakt van de DVO-vorm de keuze moet maken om definitief toe te treden tot de GR BSOB. Doet of wil deze deelnemer dat niet, dan zal BSOB voor deze deelnemer de DVO-vorm niet verder kunnen aanbieden. De maximale looptijd van een DVO-vorm zal 4 jaar bedragen. Voor de voorgestelde wijziging zie bijlage 2023055399: Voorgestelde wijziging GR BSOB.
Met betrekking tot de DVO-dienstverlening is het beoogd effect een zienswijze te verkrijgen tot het aan gemeenten en waterschappen aanbieden van de dienstverlening op het vlak van WOZ en Belastingen zonder dat de gemeente en/of het waterschap direct toetreedt tot de GR BSOB. De besturen hebben na het verzoek acht weken de tijd voor het opstellen en kenbaar maken van de zienswijze. Dit mag uiteraard ook eerder en er mag van worden afgezien. De GR BSOB zal aan de hand van de zienswijze worden aangepast. Mogelijke alternatieven Geen aanpassing van artikel 36a te doen en de huidige werkwijze voortzetten. Toekomstagenda Asten 2030 / Vitale democratie N.v.t. Risico’s De DVO-dienstverlening kan gevolgen hebben voor de BTW- en de VPB-plicht van BSOB. De GR blijft wel zuivere publieke-/overheidsdiensten aanbieden, maar zou voor het deel van de DVO-dienstverlening als BTW-ondernemer kunnen worden aangemerkt. Bij het beprijzen van de DVO-dienstverlening door BSOB dient rekening te worden gehouden met die mogelijkheid en bijbehorende verplichting. Afhankelijk van de omvang van de dienstverlening via een DVO krijgt BSOB voor de diensten te maken met een BTW-plicht en eventueel een VPB-plicht. Dit heet het merendeelcriterium. Dat betekent dat de GR als ondernemer kan worden aangemerkt voor het deel van de dienstverlening die onder een DVO wordt aangeboden aan opdrachtgevers van de GR.
Ofwel als meer dan 20% van de totale ‘omzet’ uit DVO’s komt, is de VPB-plicht een zekerheid en zal de GR over de ondernemingswinst VPBplichtig zijn. Echter omdat de winst uit onderneming voor de GR – er wordt min of meer kostendekkend gewerkt voor de DVO-opdrachtgever(s) – minimaal zal zijn, zal ook de belastingdruk minimaal zijn. Het is dus in deze casus zeer onwaarschijnlijk dat er sprake is van VPB-plicht voor BSOB. Per potentiële toetreder zal hierover vooroverleg plaatsvinden met de Regionale Belastingdienst. Mocht dit tot kostenverhoging van BSOB leiden, dan zal dit verwerkt worden in de offerte richting de betreffende potentiële toetreder. (kosten komen nimmer voor rekening van BSOB). Naast de VPB-plicht is er ook een BTW-plicht bij de GR, omdat de GR als ondernemer optreedt. De GR zal dus BTW moeten rekenen over de ‘factuur’ aan de DVO-deelnemer. Voor de DVO-deelnemer (niet zijnde een waterschap) kan de BTW via het BTW Compensatiefonds worden gecompenseerd. Instemmen met dit verzoek ergo het nemen van dit besluit betekent geen vrijbrief voor een DVO, echter de nieuwe DVO (kan zeer verschillend zijn per potentiële deelnemer) zal te allen tijde worden voorgelegd aan het Algemeen Bestuur alvorens hij van kracht kan worden.
In deze DVO zullen alle mogelijke risico’s worden weergegeven teneinde tot een onderbouwd besluit te komen Communicatie Tot het moment van een definitieve aanbieding en de daarop volgende acceptatie zal er niet extern gecommuniceerd worden. Daarna zal de communicatie in overleg met de nieuwe potentiële toetreder en het AB van BSOB worden opgepakt. Wat mag het kosten Een aanbieding die gedaan wordt aan potentiële partners en/of deelnemers heeft als basis de aangeleverde kengetallen door van deze potentiële partners en/of deelnemers. De berekening wordt conform onze kostenverdeelmethode gemaakt.
3/5
Elke aanbieding die gedaan wordt moet als uitgangspunt hebben dat het een financieel voordeel biedt voor de bestaande deelnemers. Een eventuele incentive zal dan ook afhankelijk zijn van het financiële voordeel. Ter illustratie volgt hieronder een mogelijke financiële uitwerking op hoofdlijnen. Omdat voorliggend advies, de aanpassing van de GR betreft en niet het voorstel voor de DVO is de financiële uitwerking alleen op hoofdlijnen weergegeven.
De Begroting 2024 na DVO minus de bijdrage van de deelnemers/bijdrage DVO is € 9.620.000. De gecorrigeerde begroting 2024 zonder DVO’s is € 10.158.000. Dit zou betekenen bij de situatie van een DVO dat er een voordeel ontstaat van € 539.000 voor de huidige deelnemers op hun bijdrage bij de Begroting 2024. De gemeente Asten heeft een percentage van 3,78% in de deelnemersbijdrage. Bijlage(n)/ter inzage (incl. Document-nr) 2023059285 Raadsbesluit 2023055390 Brief aan gemeenteraad van BSOB 2023055399 Voorgestelde wijziging van artikel 36a J.Peerlings-Jacobs@asten.nl
RAADSBESLUIT Onderwerp: Wijziging van artikel 36a van de Gemeenschappelijke Regeling BSOB
Dagtekening:
Agendanummer:
26 september 2023
23.09.xx
De raad van de gemeente Asten; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 19 juli 2023 met zaaknummer 2023057454; gehoord het advies van de commissie Burgers van 14 september 2023; besluit: 1. in te stemmen met de voorgestelde wijziging van artikel 36a van de Gemeenschappelijke Regeling BSOB. 2. hierover geen zienswijze aan te bieden aan de BSOB. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Asten van 26 september 2023. De raad voornoemd, griffier, mr. M.B.W. van Erp-Sonnemans
voorzitter, A.A.H.C.M. van Extel-van Katwijk
5/5